| De kwestie van aanbidding gaat terug tot de Tuin
van Eden, toen Adam en Eva in wezen een gemakkelijk alternatief
voor exclusieve aanbidding van Jehovah God kregen aangeboden. Sindsdien
heeft Satan de Duivel Jehovah's volk voortdurend verleid met ontelbare
afleidingen in een poging onze aanbidding te ondermijnen of te verderven.
Zijn verreweg meest arglistige pogingen lijken echter te maken te
hebben met de subtiele verheffing en zelfverheerlijking van Gods
eigen organisatie en woordvoerders.
We kunnen ons wellicht de gebeurtenis in de Bijbel herinneren
toen Mozes, na vele jaren van nederig leiderschap, zichzelf onbezonnen
als de wonderbaarlijke gever van water voor de Israëlieten uitriep.
Deze onbezonnen en onbescheiden grootspraak van de man, die door
Jehovah zelf beschreven werd als de zachtmoedigste van allen,
kostte hem tragisch genoeg het voorrecht het Beloofde Land binnen
te gaan.
In de wetenschap dat Satan altijd klaarstaat om in ons midden
te infiltreren door middel van bedrog, lijkt het de juiste tijd
om in dit eerste wekelijks commentaar de aandacht te vestigen
op een nogal onbezonnen en onbescheiden uitspraak die onlangs
door het Wachttorengenootschap werd gedaan. In de juli 2003-uitgave
van "Onze Koninkrijksdienst" stond een artikel,
getiteld "Nieuw Kringvergaderingsprogramma." Het artikel gaf een
kort overzicht van het komende kringvergaderingsprogramma van
2004. Tot besluit zegt de laatste paragraaf: "Jehovah zelf
heeft dit geestelijke feestmaal bereid. Dus kom ervan genieten!
Als we ervoor zorgen dat we bij het hele programma aanwezig zijn,
zullen we er voordeel van trekken en "een vreugdegeroep aanheffen".
Het is duidelijk dat de meeste Jehovah's Getuigen de bovenstaande
uitspraak op geen enkele wijze aanstootgevend ten opzichte van
God vinden. Ja, op het eerste gezicht lijkt het een positieve
uitspraak die bedoeld is om God de eer te geven. We kunnen
onszelf echter afvragen op welke wijze "Jehovah zelf" een
vermeend "geestelijk feestmaal" heeft bereid? Hoe heeft
Jehovah dit programma voor de kringvergadering van 2004 precies
bereid? Was het door middel van inspiratie? Als Jehovah zelf het
kringvergaderingsprogramma heeft klaargemaakt, betekent dat dan
dat er geen fouten in zitten? De waarheid is dat het Genootschap
de schema's voor de programma-onderdelen heeft verschaft en dat
diverse broeders en zusters de toewijzing gekregen hebben om zich
op de presentatie van het verschafte materiaal voor te bereiden.
Het artikel specificeert natuurlijk niet hoe Jehovah zelf het
kringvergaderingsprogramma bereid heeft. Elke Jehovah's Getuige
mag daarover zijn eigen conclusie trekken. Maar de onvermijdelijke
indruk die ontstaat, is dat alles wat het Genootschap publiceert
uit de mond van God komt. Dat zou nogal verontrustend moeten zijn.
Het is waar dat Christus tijdens zijn afwezigheid enkele van
zijn slaven aangesteld heeft om zijn huisgezin te voorzien van
geestelijk voedsel te rechter tijd. Maar het feit dat de Meester
van het huis zijn aangestelde slaven uiteindelijk zal oordelen
op grond van hun getrouwheid in het uitvoeren van hun toegewezen
taken in de keuken, duidt erop dat Jehovah niet persoonlijk
het geestelijke voedsel van zijn dienaren klaarmaakt of opdient.
Het lijkt gepaster, in ieder geval bescheidener, als het Genootschap
in plaats daarvan Jehovah de eer geeft voor het geven van de Bijbel
en de regeling of voorziening, waarbij oudere mannen
Gods volk geestelijke aanmoediging schenken.
Omdat de geschiedenis aantoont dat mensen de diepgewortelde
neiging hebben om een soort zichtbare vertegenwoordiging (afgod)
van de onzichtbare God te maken, zou het Genootschap heel erg
op haar hoede moeten zijn voor subtiele zelfverheffing. Helaas
blijft het Genootschap niet alleen in gebreke Jehovah's Getuigen
te waarschuwen tegen het teveel belangrijkheid toekennen aan de
organisatie, ze zet zelfs tot verheffing van zichzelf aan door
zich Jehovah's zichtbare vertegenwoordiger te noemen. Het toeschrijven
van louter menselijke inspanningen aan Jehovah verheerlijkt hem
niet, maar vervaagt het onderscheid tussen God en aardse instituties.
In de Schriften staan interessante parallelen die volgens Paulus
opgetekend zijn als waarschuwende voorbeelden ter onderricht van
christenen. Eén zo'n onderrichtend voorbeeld is het verslag in
Exodus over het gouden kalf. Het Bijbelse verslag verhaalt dat
toen Mozes 40 dagen op de berg was waar hij de Wet van Jehovah
ontving, het volk dacht dat Mozes hen verlaten had en dus eisten
zij dat Aäron een gouden kalf maakte en hen voorging in de aanbidding
ervan. De parallel ligt in het feit dat Mozes in dat geval Christus
vertegenwoordigt. Merk op dat Mozes de middelaar van het Wetsverbond
was, net zoals Jezus de middelaar van een nieuw verbond is. Mozes
daalde van de berg af, schijnend als de zon, net zoals Jezus in
heerlijkheid vanuit de hemel zal neerdalen om Gods verbond tot
een einde te brengen. Jehovah stelde Aäron onder Mozes aan als
de hogepriester en woordvoerder van het volk. Jezus stelde zijn
broeders aan om als zijn onderpriesters en woordvoerders op te
treden.
Het 32ste hoofdstuk van Exodus verhaalt dat de Israëlieten beredeneerden
dat Mozes reeds lange tijd weg was en dat ze niet wisten of hij
ooit nog zou neerdalen van de berg, dus eisten ze dat ze een nieuwe
god kregen om hen door de Wildernis te leiden. Als de door God
aangestelde hogepriester, stemde Aäron in met de eisen van
het volk en maakte voor hen een gouden kalf dat hij introduceerde
als hun God die hen uit Egypte had geleid, en hij verklaarde dat
er een feest moest worden gegeven ter ere van Jehovah.
In onze dagen lijkt het of Jezus' komst lang op zich laat wachten.
Sommigen nemen klaarblijkelijk zelfs aan dat Christus helemaal
niet zal verschijnen. In de tussentijd is er door Jehovah's Getuigen
een beroep gedaan op de getrouwe en beleidvolle slaaf/priester
om de gevoelde leegte op te vullen en leiding te verschaffen,
en door dit te doen lijkt het Wachttorengenootschap geleidelijk
omgevormd te zijn tot ons eigen organisatorische gouden kalf.
Net als bij de Israëlieten uit de oudheid was het gouden kalf
klaarblijkelijk niet bedoeld om God te vervangen; het werd enkel
gebruikt als een zichtbare vertegenwoordiging van hem.
Op dezelfde manier verwijst het Genootschap constant naar zichzelf
als "Jehovah's zichtbare organisatie." Op subtiele wijze
is het Wachttorengenootschap in de ogen en harten van Jehovah's
Getuigen de zichtbare vertegenwoordiging van Jehovah geworden.
Aangezien Paulus verklaarde dat christenen in geloof en niet door
aanschouwen wandelen, moeten we op onze hoede zijn voor het toekennen
van te veel eer aan een aardse organisatie.
Op dit moment lijkt deze subtiele verafgoding relatief onschuldig
te zijn. Gezien het feit dat er van Jehovah's Getuigen wordt verwacht
dat zij de organisatie onvoorwaardelijk gehoorzamen, kunnen we
ons terecht afvragen wat er gaat gebeuren wanneer het Genootschap,
gedurende de kritieke tijd van opschudding en tumult, volledig
gedomineerd zal worden door "superfijne" satanische
werktuigen uit haar eigen gelederen. Wat dan? Is dat onwaarschijnlijk?
Niet echt. Een betere laatste beproeving op onze loyaliteit aan
en ons geloof in Jehovah lijkt ondenkbaar.
Het meest zorgwekkende is wel dat de bijbelse mens
der wetteloosheid op een bepaald moment zal neerzitten in
de tempel van De God zelf en aanmatigend zal verklaren een god
te zijn.
Naar het zich laat aanzien, heeft hij al hoogstwaarschijnlijk
zijn plaats in het huis van God ingenomen.
|