Het commentaar
van deze week is gewijd aan de beschouwing van een specifieke
vraag uit de postzak waaruit bezorgdheid en kritiek blijkt,
gelijk aan wat andere broeders en zusters hebben geuit; en
daarom verdient het een gedetailleerder antwoord dan wat gebruikelijk
is in de postzak. De brief wordt voor de overzichtelijkheid
in gedeeltes behandeld.
In de postzak van afgelopen week, schreef een vraagsteller
het volgende: "Ik vraag
mezelf elke keer af, waarom? Elk essay dat ik heb gelezen
op deze site óf tart óf betwist rechtstreeks
de leerstellingen van deze sekte, of beschuldigt hen van
slechte handelingen. Waarom schaar je jezelf dus aan de
zijde van deze sekte door te beweren dat je één
van Jehovah's Getuigen bent, zoals blijkt uit je artikel
"Over e-Watchman"?
Mijn beknopte antwoord was:
"Een
zeer groot gedeelte van de Bijbel wordt het boek van de
profeten genoemd. Jeremia, Jesaja, Ezechiël, alsook
andere kleinere profeten, werden door God geroepen om in
krachtige bewoordingen veroordelingen uit te vaardigen tegen
juist díe natie die door God zijn eigen bezit werd
genoemd. Vele van die profetieën hebben een duidelijke
toepassing op de hedendaagse Christelijke gemeente van Jehovah's
Getuigen. Als één van Jehovah's Getuigen lijkt
het belangrijk te zijn deze zaken aan mijn mede Jehovah's
Getuigen, alsook het algemene publiek dat wellicht enige
interesse in de waarheid heeft, voor te leggen."
Met betrekking tot mijn antwoord, schreef een vraagsteller
een vervolgvraag, welke punt voor punt besproken zal worden.
De commentaren van de vrager staan schuingedrukt.
Ik
begrijp je antwoord niet helemaal. Beweer je dat je -
net zoals de profeten uit de oudheid - aangesteld
bent door Jehovah om zijn volk en organisatie te veroordelen?
Nee, niet precies. Zoals je weet, werden de Hebreeuwse
profeten rechtstreeks aangesteld en geïnspireerd door
God, meestal door middel van levendige visioenen of dromen.
Dikwijls sprak Jehovah rechtstreeks met hen; door hen te
instrueren waarheen ze moesten gaan, tegen wie ze moesten
spreken en op welke wijze ze zijn boodschap moesten brengen.
In de tijd dat die profeten oorspronkelijk hun door God
geïnspireerde boodschappen brachten, werd er ongetwijfeld
over het algemeen aangenomen dat de profetieën exclusief
van toepassing waren op Israël en Juda, of welke natie
maar ook die toentertijd tevens onder Jehovah's veroordeling
kwam te staan. In de millenia nadat die profetieën
oorspronkelijk werden opgetekend, zijn Christenen echter
gaan erkennen dat de profetieën meerdere betekenissen
hebben die ver na de tijd dat ze in eerste instantie werden
uitgevaardigd van toepassing zijn. En, zoals de apostelen
zich realiseerden, waren de profetieën aangaande het
natuurlijke Israël tevens van toepassing op het geestelijk
Israël.
Het idee om als hedendaagse Christelijke profeten te dienen
zou Jehovah's Getuigen in werkelijkheid niet vreemd moeten
toeschijnen. Het Wachttorengenootschap verzon bijvoorbeeld
de term "de Jeremia-klasse" als verwijzing naar
de gezalfden van Jehovah die leven in het huidige tijdperk,
omdat wordt verondersteld dat de organisatie past
in het patroon van Jeremia door onze veroordeling van de
Christenheid.
In dat opzicht zouden we het principe tenminste
moeten begrijpen, dat degenen die de boodschappen van de
profeten begrijpen en bezorgen zelf als profeten dienen,
ondanks dat ze niet persoonlijk aangesteld zijn door Jehovah
- zoals de profeten van wie de boodschappen afkomstig waren.
Jehovah's vooraf opgetekende rechterlijke beslissingen
en zijn niet bepaald vleiende veroordelingen zijn heel precies
van toepassing op ons als Jehovah's Getuigen en ons Wachttoren
Bijbel en Traktaatgenootschap in New York.
Diverse essays op e-Watchman leggen deze verbanden
in detail, welke bijbels bezien onweerlegbaar gebleken zijn
- tot dusver. Maar, het is geen daad van onvriendelijkheid
of hyperkritiek om te beweren dat het Genootschap geen
begrip van zulke zaken heeft. Het is simpelweg een feit.
Het is gewoon niet realistisch om van Jehovah's organisatie
te verwachten dat ze Gods oordeel over zichzelf aankondigen,
toch?
In plaats van Gods oordelen te accepteren, wijzen de profetieën
erop dat de leiders van Gods geestelijke natie "tot
de zieners hebben gezegd: Gij moet niet zien,
en tot degenen die visioenen hebben: Gij moet voor
ons niet schouwen wat recht is. Spreekt tot ons vleiende
dingen; schouwt bedrieglijke dingen.'" De commentaren
van het Genootschap op de visioenen van Jesaja hebben Gods
onderricht en veroordelingen gericht aan het hedendaagse
Huis van Jakob zeker handig en bedriegelijk gladgestreken.
Het Genootschap citeert veelvuldig Amos 3:7 als basis voor
haar eigen autoriteit voor het aankondigen van Gods oordelen
over de wereld. Het vers luidt: "Want de Soevereine
Heer Jehovah zal niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke
aangelegenheid heeft geopenbaard aan zijn knechten, de profeten."
Daar de profeet Petrus zich realiseerde dat de besluitende
woorden van Amos van toepassing zijn op Christenen uit alle
natiën en niet slechts de Joden als zijnde een volk
voor Gods naam, is het duidelijk dat Jehovah, ten tijde
van de definitieve vervulling van de profetie, evenzo eerst
zijn oordelen kenbaar zal maken aan degenen die als
Christelijke "profeten" dienen - voordat deze
veroordelingen worden uitgevoerd.
Maar, redenerend over de feiten: Jehovah's "vertrouwelijke
aangelegenheden" hadden oorspronkelijk te maken
met het streng straffen van zijn eigen dwalende natie en
pas daarna een berouwvol overblijfsel te bevrijden en te
zegenen. Historisch bezien was Gods profeet daarom niet
de gehele natie Israël, maar waren het enkel
een handjevol aangestelde mannen die Jehovah's oordelen
aan de natie brachten.
Er lijkt in werkelijkheid dus geen rechtvaardiging te zijn
voor een soort van Jeremia-klasse-achtige organisatorische
profeet. Daar de Schriften echter duidelijk spreken over
de toestanden die heden ten dage onder Jehovah's Getuigen
aanwezig zijn, is het in het geheel niet onredelijk of onschriftuurlijk
dat degenen die in de categorie profeten vallen, eenvoudigweg
degenen zijn die inzicht hebben in Jehovah's "vertrouwelijke
aangelegenheden" aangaande zijn veroordelingen
over zijn volk. Zoals Jezus het zou zeggen: 'wie oren heeft,
hij luistere.'
Op
grond van welke autoriteit doe je dit? Voel je jezelf ook
maar niet een klein beetje verwaand? Ik weet niet waar je
het lef vandaan haalt om dit materiaal te verspreiden; ben
je in het geheel niet bang in de hand van de levende God
te vallen?
Na al onze studies, hoeveel weten we nu eigenlijk
over het onzichtbare Wezen wiens naam Jehovah is? Volgens
Mozes is Jehovah een God die vergevensgezind en goedgunstig
is; die meer dan bereid is zijn dwalende dienstknechten
te vergeven. Dat is werkelijk een opluchting om te weten!
Maar, de waarschuwing bij dat vreugdevolle nieuws is dat
Jehovah "geenszins vrijstelling van straf [zal]
geven."
Mozes wist maar al te goed waarover hij sprak. Ondanks
dat hij vrijwel letterlijk van aangezicht tot aangezicht
met God had gesproken en door Jehovah als de zachtmoedigste
man op de hele aarde geacht werd, werd hem echter geen vrijstelling
van straf gegeven voor het nalaten van het heiligen van
Gods naam voor de Israëlieten, en werd het hem als
gevolg daarvan verhinderd het Beloofde Land binnen te gaan.
Koning David, de schrijver van enkele van de meest verheffende
passages in de Bijbel; door Jehovah beschreven als "een
man aangenaam naar mijn hart," kreeg evenzo geen
vrijstelling van strenge tuchtiging door Jehovah voor zijn
dwaze fouten.
We zouden een lange lijst van vooraanstaande Bijbelse dienaren
van Jehovah kunnen samenstellen, die, op één
of andere manier, Gods krachtige hand van berisping ontvingen.
Paulus schreef dat zelfs de apostelen en gezalfde zonen
van god "streng onderricht en toch niet overgegeven
aan de dood" zouden worden.
De vraag die nu echter gesteld moet worden is: Waarom neemt
het Genootschap aan dat zij op één
of andere wijze uitgesloten zijn van Jehovah's tuchtiging?
Er wordt wel gezegd dat 'niemand boven terechtwijzing staat.'
Maar, geloven we dat écht? Daar we vrijwel al Jehovah's
oordelen en profetieën van toepassing hebben gebracht
op de periode van 1914-1919, geeft het Wachttorengenootschap
inderdaad toe Jehovah's strenge onderricht ontvangen te
hebben - 80 jaar geleden! Er wordt gedacht dat Jehovah
ontstemd was met het Wachttorengenootschap voor de compromitterende
verwijdering van enkele paragrafen uit het boek The Finished
Mystery, welke nu reeds lang verwezen is naar de stoffige
boekenplanken, samen met andere theocratische eigenaardigheden
en curiositeiten. Maar, gemeend wordt dat dát
de reden was waarom God de organisatie strafte, toen acht
prominente broeders een paar maanden in de gevangenis doorbrachten.
Maar, in plaats van mijn autoriteit om zulke dingen
te schrijven in twijfel te trekken, zou je het Genootschap
eens moeten vragen wie hen de autoriteit gaf om 10
jaar lang in het geheim de VN als NGO
te dienen? Of, bij wiens autoriteit heeft de Schrijversafdeling
van Bethel op listige wijze pro-globalistische propaganda
verspreid via het tijdschrift Ontwaakt; en zijn ze
zelfs zover gegaan het leger van Jehovah's vrijwillige dienstknechten
op te dragen zulke vuilnis aan het publiek aan te bieden?
Of, je zou iemand die bereid is om te luisteren eens het
volgende moeten vragen: wat geeft het Genootschap het recht
te beweren dat Jehovah's wet ons ervan weerhoudt recht te
doen aan seksueel misbruikte kinderen? Of, indien je zo
stoutmoedig bent, vraag jouw plaatselijke ouderlingen
eens waarom Jehovah's herders niet in de bres gesprongen
zijn voor de weerlozen?
Het punt is, als je Jehovah kent, weet je dat het van zijn
kant ondenkbaar is toe te staan dat zijn dienstknechten
schande over zijn naam brengen en er ongestraft mee wegkomen.
Dat is in het verleden nooit gebeurd en zolang Jehovah leeft
zal het nooit gebeuren, omdat Jehovah niet verandert.
Wanneer we eerlijk en nederig erkennen dat het Wachttorengenootschap
schuldig is aan grove hypocrisie voor God, zouden we ons
in antwoord op je vraag moeten afvragen: Wie is in dit opzicht
het meest laakbaar, de leiders die Gods veroordeling over
ons allen brengen, doordat we allemaal enige verantwoordelijkheid
moeten dragen voor het schande brengen over de naam van
Jehovah, of degene die de gelederen verbreekt door de aandacht
te vestigen op het naderende oordeel van de Almachtige?
Dat is een vraag die zeker niet op het volgende mondelinge
overzicht van de Theocratische School zal worden besproken.
Met betrekking tot mijn vrees voor Jehovah, ja,
ik vrees God zeer zeker. Ik vrees zijn ongenoegen. Vanwege
mijn zielroerende vrees voor de Almachtige God, ben ik ertoe
bewogen het verbod van het Genootschap op zaken als "onafhankelijk
denken" terzijde te stellen, om Jehovah's vertrouwelijke
aangelegenheid aan mijn broeders en de organisatie voor
te leggen.
Ik denk ook aan Christus' voorzegde oordeel over de "onnutte
slaaf," die trouweloos begroef wat de Meester hem
had toevertrouwd. Waag ik te luisteren naar de akelige stemmen
die van binnen en van buiten komen en die me dringend aanbevelen
de strengheid van mijn Meester te vrezen, zodat ik mijn
koninkrijksschat zou begraven in de grond?
Stellig,
wanneer Jehovah iemand nodig zou hebben (alsof Hij ook maar
iets nodig heeft van ons) om veroordelingen tegen de organisatie
te trompetten, denk je dan niet dat we daar enige indicatie
van zouden hebben in de Schriften?
Ja, absoluut. Handelen zonder enig soort van Schriftuurlijk
precedent zou extreem aanmatigend zijn. Daarom tracht ik
zorgvuldig niet alleen de profetieën zelf aan te halen,
maar ook de autoriteit welke die profetieën
van God verlenen aan de brengers van die woorden.
Het is interessant dat je het woord "trompetten"
gebruikt. In Jesaja 58:1 beval God zijn profeet zijn stem
te verheffen als een horen, of trompet. Er staat:
"Roep luidkeels; houd niet in. Verhef uw stem net
als een horen en zeg mijn volk hun opstandigheid
aan en het huis van Jakob hun zonden."
Het commentaar van het Genootschap op het bovenstaande
vers zegt dat Jesaja een goed voorbeeld gaf aan Jehovah's
hedendaagse getuigen in "het aan de kaak stellen van
religieuze huichelarij." Hierin is het Wachttorengenootschap
extreem hypocriet, tenzij ze natuurlijk bereid zijn te erkennen
dat de Christenheid het hedendaagse huis van Jakob
is, alsook "mijn volk," zoals Jehovah hen
noemt.
Het volgende vers helpt ons te bepalen op wie Gods woorden
feitelijk van toepassing zijn. Er staat: "Toch was
ik het die zij dag aan dag bleven zoeken en in de kennis
van mijn wegen plachten zij behagen tot uitdrukking te brengen,
als een natie die louter rechtvaardigheid oefende en die
zelfs de gerechtigheid van hun God niet had verzaakt, aangezien
zij mij om rechtvaardige oordelen bleven vragen, terwijl
zij tot God naderden, in wie zij behagen schepten."
Jehovah's Getuigen worden perfect beschreven als "een
natie" welke behagen schept in het zoeken naar
kennis van Jehovah, toch? Hoe kan dat ooit van toepassing
zijn op de Christenheid? Zoals echter duidelijk wordt uit
de afgrijselijke manier waarop het Wachttorengenootschap
bijvoorbeeld omgaat met de kwestie van kindermisbruik, worden
we vanuit Jehovah's standpunt bezien in de profetie passend
beschreven als degenen "die zelfs de gerechtigheid
van hun God niet had[den] verzaakt." Wederom, tenzij
we bereid zijn te beweren dat Jehovah de God van de Christenheid
is, moeten we deze profetieën op onszelf van toepassing
brengen - als we Jehovah's volk zijn.
De
profeten uit de oudheid stonden in de straten en vertelden
Israël in het openbaar hun toekomst en iedereen kende
ze en wisten dat ze van Jehovah waren.
Dat is niet helemaal waar. De meeste Joden weigerden te
erkennen dat de profeten of hun boodschappen van Jehovah
afkomstig waren. Van tijd tot tijd werden Jehovah's profeten
ertoe gedwongen zich te verschuilen in holen om aan hun
vervolgers te ontsnappen. Johannes de Doper hield zichzelf
in leven met insecten en wilde honing en leefde als een
"holbewoner" in de vijandige en onbewoonde wildernis
van Judea.
Daarom zei Paulus in Hebreeën 11:36-38 het volgende
over de profeten uit de oudheid: "Ja, anderen kregen
hun beproeving door bespottingen en geselingen, zelfs meer
dan dat, door boeien en gevangenissen. Zij werden gestenigd,
zij werden beproefd, zij werden in stukken gezaagd, zij
stierven door afslachting met het zwaard, zij zwierven rond
in schapevachten, in geitevellen, terwijl zij gebrek leden
en verdrukt en slecht behandeld werden; en de wereld was
hun niet waardig. Zij doolden rond in woestijnen en op bergen
en in grotten en holen der aarde."
Maar
jou, jou ken ik helemaal niet. Waarom zou ik geloof stellen
in jouw woorden en waarom denk je dat je gelijk hebt?
Zou het verschil maken wanneer ik de e-watchman
website naar mijn eigen persoonlijke naam had vernoemd en
wellicht zelfs een klein fotootje van mezelf op de voorpagina
had geplaatst? Zou het dan niet waarschijnlijk zijn dat
ik beschuldigd zou worden van het egotistisch op zoek zijn
naar eer voor mezelf, als ik zoiets zou doen? Het is een
feit dat een ieder zijn eigen verstand heeft gekregen. Drukwerk
geeft een ieder van ons de mogelijkheid op ons gemak te
lezen en te redeneren over ideeën en gedachten, waarbij
we ons verstand op zo'n manier gebruiken dat we weten
wat juist en wat niet juist is. We worden door niemand minder
dan de apostel Johannes aangemoedigd niet elke vermeend
geïnspireerde uiting te geloven, vanuit welke bron
deze ook afkomstig is, maar elke uiting te beproeven om
te bezien of deze werkelijk van God afkomstig is. Dat zou
je moeten doen met het Genootschap alsook met datgene wat
je zou kunnen lezen op e-watchman, of waar dan ook.
Met betrekking tot mijn identiteit, de Bijbel vertelt ons
zeer weinig over de privé levens van de profeten
uit de oudheid. Het is hun boodschap, Jehovah's boodschap,
die belangrijk is, niet de boodschapper.
Toch sprak de apostel Paulus vrijelijk over zichzelf, over
zijn achtergrond in het Judaïsme, over het feit dat
hij eens de gemeente van Christus vervolgde en over zijn
wonderbaarlijke bekering op de weg naar Damaskus. In het
11de hoofdstuk van 2 Korinthiërs verontschuldigde hij
zich zelfs eenmaal aan de lezers, opdat hij zo onredelijk
mocht zijn te roemen over zijn vervolgingen als een apostel
van Christus - om de beschuldigingen van de "superfijne
apostelen" te weerleggen.
Ondanks dat ik er tot nu toe bewust naar gestreefd heb
elke verwijzing naar mezelf te vermijden, zoals in "ik
denk," of "naar mijn mening,"
zal ik, in de geest van de apostel Paulus, enkele
details van mijn achtergrond vertellen en wat mij
gebracht heeft tot waar ik nu sta; niet om mijzelf
te promoten, maar om onszelf beter te situeren op
het toneel van Jehovah's lange, maar laatste bedrijf van
het "theaterschouwspel," zoals Paulus het
noemde.
Ik ben sinds de 70'er jaren één van Jehovah's
Getuigen. Ik was vele jaren een vurige pionier en ouderling
en stond altijd goed aangeschreven bij de broeders. Ik ben
altijd een ijverige student van de Wachttoren en Bijbel
geweest. Gedurende de jaren heb ik met vele personen gestudeerd
en heb een aanzienlijk aantal van hen overtuigd één
van Jehovah's Getuigen te worden. Een paar jaar geleden
had ik echter een diepe, levensveranderende geestelijke
ervaring waarin zeer weinig Jehovah's Getuigen die heden
ten dage leven zich zullen herkennen. Bij gebrek aan een
betere term, werd ik wedergeboren, zoals Jezus het onder
woorden bracht. Ik noem het 'mijn kleine verandering.'
Het was alsof ik de Bijbel voor het eerst las. Alles leek
fris en nieuw, alsof de schellen van mijn ogen waren gevallen,
zoals Paulus het beschreef, zodat de dingen in een heel
nieuw licht stonden. Als gevolg daarvan veranderde mijn
besef van mijn relatie met Jehovah en Jezus geleidelijk.
Mijn relatie met enkele van mijn geestelijke broeders veranderde
ook - ten slechte.
Uit correspondentie met andere "laatbloeiers"
met betrekking tot de hemelse hoop bleek dat onze ervaringen
vrijwel identiek waren, in dat we allemaal de subtiele bespotting
en verwijten van de gehele organisatie te dragen hebben,
in verschillende mate.
Jehovah weet dat het waar is.
Het is precies dezelfde tweedeling als welke Paulus beschreef
in verband met de Korinthiërs, alleen nu is het omgekeerd:
"Wij zijn dwazen ter wille van Christus, maar gij
zijt beleidvol in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt
sterk; gij staat goed aangeschreven, maar wij zijn in oneer."
Heden ten dage wordt het Besturende Lichaam van Jehovah's
Getuigen, net als de Korinthiërs in Paulus' dagen,
beschouwd als "beleidvol in Christus."
Ja, zij zijn de getrouwe en beleidvolle slaaf van
Christus. Hen wordt de meeste achting gegeven, ze worden
bezien als geestelijk standvastige mannen en de meest eerbaren
van alle Jehovah's Getuigen. Hun woord is als het woord
van Jehovah. En vooral door hun leiding en onderwijzing
dat de zalving eindigde in 1935, worden anderen die even
gezalfd zijn als zij, desondanks door broeders en zusters
bezien als mafketels en arrogante dwazen omdat ze zich indenken
dat ze dezelfde roeping van Jehovah hebben ontvangen. Er
wordt in zachte stemmen en met een strenge gelaatsuitdrukkingover
ons gefluisterd door broeders, die langzaam en streng afkeurend
hun hoofd schudden wanneer onze namen worden genoemd.
Toch is het uiteindelijke oordeel van Christus over zijn
ingehuurde werkers dat "de laatsten de eersten [zullen]
zijn, en de eersten de laatsten." Daar we Jehovah's
kracht kennen om de volgorde om te draaien en de zaken om
te keren, om het zo maar te zeggen, zijn we benieuwd te
zien hoe Christus' woorden van toepassing zullen zijn op
de gezalfden gedurende het besluit.
Met betrekking tot het waarom ik denk dat ik gelijk heb:
Het is makkelijker, veel makkelijker, om te bewijzen dat
de profetische interpretaties van het Wachttorengenootschap
onjuist zijn. Natuurlijk moeten we bepalen wat onze eigen
motieven zijn voor het vinden van fouten. Voor sommigen
is het enkel een voorwendsel hun geloof te verlaten. Maar,
de reden dat de meeste mensen Jehovah's Getuigen werden,
is omdat we een diepe liefde voor waarheid en het zeggen
van waarheid hebben. Dus, stoppen we met het zoeken naar
begrip van de waarheid, eenvoudigweg omdat we in
de waarheid kwamen? Zoals Paulus zou zeggen, moge dat nooit
geschieden.
Wanneer we als Jehovah's Getuigen vaststellen dat iets
onjuist is, worden we geconfronteerd met het moeten oplossen
van een paradox in ons geloof. Vele, vele Jehovah's Getuigen
hebben bijvoorbeeld tegenstrijdigheden gezien in de interpretatie
aangaande 1914. Maar, voor veel van onze voormalige broeders
en zusters waren deze tegenstrijdigheden eenvoudigweg een
te grote schok en zijn ze als gevolg daarvan uit de waarheid
gestruikeld. Zij misten het benodigde inzicht om met elkaar
te kunnen verenigen waarom het zo onjuist was, wanneer dit
Jehovah's organisatie zou moeten zijn!
Aan de andere kant, wanneer onze fouten in een nieuw licht
bezien kunnen worden dat hoop en geestelijke kracht geeft
aan de ontmoedigde ziel, is dat dan niet een goed
iets?
Neem bijvoorbeeld eens de huidige interpretatie van het
Genootschap van het boek Joël.
Sinds de tijd dat Broeder Rutherford president was van
het Genootschap, heeft ze ons geleerd dat het leger van
verslindende sprinkhanen, vraatzuchtige kruipende rupsen,
alsook de walgelijke kakkerlak uit Joëls profetie op
één of andere manier een afbeelding is van
Jehovah's Getuigen. (Ironisch genoeg zullen sommigen van
onze kwaadsprekers het ermee eens zijn dat zo'n symbolisme
passend is)
In 1997 behandelde het Genootschap Joël op
ons districtscongres en, 70 jaar nadat Rutherford het idee
voor het eerst naar voren bracht, hield het Genootschap
nog steeds vol dat Jehovah's Getuigen worden afgebeeld
door de sprinkhanen invasie. De profetie
van Joël laat echter duidelijk uitkomen dat Jehovah's
volk het slachtoffer wordt van de sprinkhanen, niet
andersom. Joël schildert af hoe Jehovah zijn volk gedurende
de tijd van het einde barmhartig redt van de sprinkhanenplaag
en hen opnieuw met zijn geest vervult, gelijk een 2de op
Pinksteren gelijkende uitstorting, alleen heerlijker dan
die oorspronkelijke gebeurtenis. Dat is een onzagwekkend
vooruitzicht, mijn vriend, of niet soms? Is dat niet precies
wat de dokter moet doen tegen datgene wat er aan onze broederschap
scheelt?
Maar, onze huidige interpretatie van Joël is hier
zover van verwijderd dat het lijkt alsof de broeders het
boek nooit hebben gelezen. Maar, natuurlijk hebben ze dat
gedaan; ongetwijfeld vele, vele keren, wat de volgende verontrustende
vraag oproept: Wat kan deze geestelijke blindheid verklaren?
Is het omdat we uiteindelijk toch niet Gods volk blijken
te zijn? Nee. Het is de vervulling van een uitgebreide profetie
in het 28ste, 29ste en 30ste hoofdstuk van Jesaja, welke
erop wijst dat Gods dienstknechten in een diepe, geestelijk
verblindende bedwelming terecht komen in aanloop naar de
openbaring van Jehovah's heerlijkheid.
Jesaja 42:19 zegt ronduit dat niemand zo blind
is als de dienstknecht van Jehovah. Zonder twijfel is
dat de reden waarom het Genootschap, ondanks dat
ze buitengewone inzichten tentoon spreiden in veel van de
schatten van Jehovah's Woord, vrijwel elke profetie
in de Bijbel verkeerd begrepen of toegepast heeft - met
weinig uitzonderingen.
Volg
je niet slechts de tradities van mensen en probeer je Jezus'
dicipelen achter jezelf te scharen door middel van listige
woorden?
Waar zou ik hen heen moeten leiden? Ik ben, net als jij,
enkel een nederige koninkrijksprediker. In feite zou ik
die enigzins slonzig uitziende broeder achterin jouw
koninkrijkszaal kunnen zijn - je weet wel, die ene die zo
nu en dan een niet-in-de-paragraaf-antwoord geeft tijdens
de vergaderingen? Ik wil niets meer dan dat mijn broeders
vertrouwen in Jehovah hebben om de dingen recht te zetten.
Wanneer dat aanstootgevend is voor degenen die hun gehele
geloof en vertrouwen in het Wachttorengenootschap gesteld
hebben, zou het wellicht verstandig voor hen zijn de raad
van de apostel op te volgen en te bepalen of ze zelfs nog
wel in het geloof zijn!
Terwijl
ik zie dat je - met zoveel woorden - zegt een Jehovah's
Getuige te zijn, logenstraffen je daden die bewering. Probeer
je je eigen religie te beginnen?
Ik weet niet waar je het over hebt. Welke daden
bedoel je? Ik ben één van Jehovah's
Getuigen. Jehovah is mijn God. Ik aanbid hem werkelijk -
ik probeer hem tenminste te aanbidden. Ik hou van
de broeders - ik probeer tenminste van ze te houden.
Jezus zei dat we zijn Vader in geest en waarheid moeten
aanbidden. Dat wil ik doen. Ik denk dat de meeste Jehovah's
Getuigen dat willen doen. Het Wachttorengenootschap verlangt
conformering aan de organisatie. Maar tot welke prijs? Offeren
we de waarheid op zodat we allemaal hetzelfde kunnen geloven?
Het is jammer, maar het lijkt er op dat dat de richting
is waar we in gaan.
De waarheid is dat er onder Jehovah's Getuigen velen zijn
die geloven dat ons geloof het ware geloof is, maar zij
kijken niet echt, oog in oog, nauwkeurig naar het Wachttorengenootschap.
We willen er niet vandoor gaan en een eigen religie beginnen.
We verwachten niet eens deze te veranderen. We willen alleen
maar dat Jehovah's Wil wordt gedaan. Ons geloof en onze
hoop verzekeren ons dat dat uiteindelijk ook zal
worden gedaan. Tot dan erkent Jesaja 52:8 dat Gods volk
niet verenigd is, maar dat wel zullen zijn als Jehovah zijn
oordelen voltrekt gedurende de terugkeer van Christus. Er
staat: "Luister! Uw eigen wachters hebben hun stem
verheven. Eenstemmig blijven zij het vreugdevol uitroepen;
want oog in oog zullen zij zien wanneer Jehovah Sion terugbrengt."
Als
ik in mijn gemeente zou opstaan en zeg wat jij zegt, zal
ik als een afvallige worden uitgesloten.
Ja, dat is meer dan waarschijnlijk zo. Maar dat zou niet
noodzakelijkerwijs betekenen dat dat wat je zei onwaar is.
Het Wachttorengenootschap staat dat soort dingen gewoon
niet toe, punt uit. In dat opzicht lijkt de organisatie,
droevig genoeg, op de Taliban - in dat zelfs het minste
geluid van dissidentie in de kiem wordt gesmoord. Het is
waar dat de apostel Paulus ons de raad gaf 'loyale handen
op te heffen, zonder woordenstrijd,' maar hij vermaande
de broeders tevens: "behandel profetie niet met
verachting." Toch, is dat niet precies wat de broeders
zouden doen als ze een gedachte, ongeacht hoe goed beargumenteerd
en schriftuurlijk die ook moge zijn, zouden afkeuren alleen
omdat het niet uit de bladzijden van de Wachttoren afkomstig
is? Waar is onze liefde voor de waarheid?
Jezus en Paulus werden ook voor afvalligen uitgemaakt,
de reden waarom Paulus schreef: wij zijn "als bedriegers
en toch waarachtig." Ik maak aanspraak op die woorden.
Vertel
mij (ons) eens, weten jouw ouderlingen van deze site en
ben jij eerlijk tegen je broeders en heb je ze jouw kijk
op de zaken openlijk verteld?
Nee. Alleen een handjevol vertrouwde vrienden weten wie
ik persoonlijk ben. In de eerste plaats is het voor jouw
welzijn dat ik het ze niet vertel. Het is in jouw belang,
dat ik met vrijheid van spreken kan zeggen dat ik een goed
bekend staande Jehovah's Getuige ben.
Ik heb trouwens geen kwesties met mijn lokale lichaam van
ouderlingen of de vrienden in de gemeente. Ik ondersteun
volledig de inspanningen van de ouderlingen die het opzicht
over de hun toegewezen gemeente te voeren. En ik denk niet
dat we maar achteloos struikelblokken voor anderen moeten
neerleggen.
Uiteindelijk gaan de kwesties die ik probeer te behandelen
ver boven de macht van een eenvoudig rechterlijk comité
om door hen te worden opgelost. Zoals Paulus het naar de
Korinthiërs benadrukte, de echte kwestie is
ons staan voor God. Daarom ging Paulus verder in 1 Korinthiërs
4:2-4 te zeggen: "Wat in dit geval bovendien van
beheerders wordt verwacht is, dat elkeen getrouw wordt bevonden.
Nu is het voor mij een zeer onbeduidende zaak of ik door
u of door een menselijke instantie word onderzocht."
Vanuit Jehovah's standpunt bezien heb ik geen toestemming
van het Wachttorengenootschap of de ouderlingen nodig om
op Internet te publiceren. Ik wil eenvoudig getrouw zijn
aan wat mij is toevertrouwd. De kern van de zaak is dat
vele duizenden Jehovah's Getuigen door toedoen van het Genootschap
zijn gestruikeld. De echte afvalligen maken de broeders
helemaal gek door de fouten van het Wachttorengenootschap
uit te buiten. De lokale ouderlingen zijn eenvoudig niet
toegerust de kwesties die struikeling hebben veroorzaakt
te behandelen en het Wachttorengenootschap is ook niet genegen
dergelijke zaken te behandelen.
Ondertussen worden Jehovah's Getuigen dagelijks bloot gesteld
aan allerlei potentieel geloofsverwoestende twijfel op het
Internet. Of zoals Paulus het zei: "Wie wordt tot
struikelen gebracht en ik ontsteek niet in toorn?"
Spreuken 24:11-12 voorziet in alle rechtvaardiging en motivatie
die ik nodig heb. Er staat: "Bevrijd hen die worden
weggevoerd naar de dood; en zij die wankelen naar de slachting
- o moogt gij hen tegenhouden. Ingeval gij zoudt zeggen:
"Zie! Wij wisten dit niet" - zal juist hij die de harten
toetst, het niet onderscheiden, en juist hij die uw ziel
gadeslaat, het niet weten en de aardse mens niet stellig
naar zijn activiteit vergelden?"
Uit de tientallen waarderende e-mailberichten die ik tot
nog toe heb ontvangen, blijkt dat de overwegende invloed
van e-watchman heel positief is voor veel Jehovah's
Getuigen die zich voelden alsof ze wankelden in hun geloof.
Velen hebben gezegd zich geestelijk herboren te voelen in
het vooruitzicht dat Jehovah de organisatie op zijn kop
zal zetten ten einde de zaken recht te zetten.
Is
alles eerlijk en in de openbaarheid, zodat mensen je kunnen
herkennen en je ondervragen, zoals de profeten uit de oudheid.
Nogmaals, mijn persoonlijke zaken doen er niet toe. Om
een aantal redenen kies ik ervoor anoniem te blijven. Misschien
verandert dat nog eens in de toekomst. Maar, met betrekking
tot het feit of je mij kunt ondervragen, wat denk je dat
je aan het doen bent? Daarom heb ik mijzelf beschikbaar
gesteld door middel van de Postzak, om het mogelijk te maken
mij te ondervragen. Zonder mijn identiteit geweld aan te
doen, ben ik zo eerlijk en oprecht geweest als ik maar zijn
kan.
Heb je ooit het Wachttorengenootschap geschreven en ze
een serieuze vraag gesteld, misschien over hun onderwijs
betreffende 1914 of zelfs kindermisbruik? Als je überhaupt
al een antwoord ontving, zal er niet de persoonlijke naam
van een broeder onder staan. Het zal eenvoudigweg een standaardbrief
zijn. Soms sturen ze zelfs de brief van een vragensteller
door aan zijn of haar thuisgemeente en geven de lokale ouderlingen
opdracht de zaak met de persoon af te handelen. Dus wees
er alsjeblieft heel voorzichtig in dat je mij niet met een
dubbele maatstaf beoordeelt.
Of
verberg je je in de schaduw en fluister je dingen in de
oren van de mensen wat je niet zou moeten doen, terwijl
je met een slinkse constructie wuift om Jehovah's organisatie
te ondermijnen.
Ik fluister toch nauwelijks. Noch ondermijn ik Jehovah's
organisatie. Jezus zei dat "er niets bedekt is wat
niet openbaar zal worden gemaakt" en dat de dingen
die in het verborgene worden gefluisterd "van de daken
zullen worden gepredikt." Het Wachttorengenootschap
heeft geprobeerd haar daden en fouten te verbergen, maar
de hemel zal ze niet toestaan succesvol te zijn. Met Jehovah's
duidelijke (voor mij) zegen, heeft het Internet voorzien
in een volmaakt dak om voorheen ongepubliceerde waarheden
en heilige geheimen van God, aangaande zijn toekomstige
oordelen over zijn volk, vanaf te schreeuwen.
Zoals
ik het zie ben je een afvallige en zou ik eigenlijk niet
naar je moeten schrijven, maar ik veronderstel dat je in
je gemeente goed bekend staat en misschien zelfs een ouderling
bent. Verklaar dit alsjeblieft zodat ik het kan begrijpen.
Op dit moment worden broeders zoals ik als paria's beschouwd
en niets dan afvalligen, omdat we niet precies in de pas
lopen met de hoofdstroom van de organisatie. Wij accepteren
dat. Maar Jehovah heeft keer op keer laten zien dat hij
in staat is de nederige staat van zijn belasterde dienaren
- tot ieders voordeel - geheel om te draaien. Jozef werd
bijvoorbeeld harteloos door zijn eigen jaloerse broers als
slechts een slaaf verkocht. Hij was een hulpeloze gevangene
in een donkere kerker, toch verhoogde Jehovah hem om premier
van de 1ste wereldmacht te worden en uiteindelijk, aanvankelijk
niet herkent door zijn broers, voorzag hij mededogend in
voedsel voor hen.
David was door God gezalfd en hij bewees zijn geloof op
het slagveld. Toch noopte de jaloezie van Saul hem als een
vluchteling te leven, zodat hij zelfs werd gedwongen zich
onder de gehate Filistijnen te verbergen. Niettemin draaide
Jehovah, op zijn tijd, de jammerlijke toestand van David
om en gaf hem het koningschap over heel Israël.
Volgens de profetie zullen deze patronen worden herhaald.
Jesaja 66:5, 6 zegt bijvoorbeeld met betrekking tot Gods
oordeel over zijn eigen huis: "Uw broeders die u
haten, die u uitsluiten wegens mijn naam, hebben gezegd:
'Moge Jehovah verheerlijkt worden!' Hij moet ook met verheuging
van uw zijde verschijnen, en zij zijn degenen die beschaamd
gemaakt zullen worden." Er is een geluid van gedruis uit
de stad, een geluid uit de tempel! Het is het geluid van
Jehovah, die zijn vijanden het verdiende loon betaalt."
Nogmaals, we kijken er naar uit hoe Jehovah dat gaat laten
gebeuren. Maar het volstaat te zeggen dat er in de weg die
voor ons ligt nog een paar onverwachte bochten en draaien
liggen.
Om je te helpen het te begrijpen; neem in overweging dat
Jezus zijn zorgvuldig uitgekozen apostelen, na verscheidene
jaren van persoonlijk onderwijs en oefening, toevertrouwde
dat er een paar dingen waren die zij op dat moment eenvoudig
geestelijk nog niet konden dragen. Dat is tamelijk verbazend
als je bedenkt dat Jezus ze ronduit had verteld dat enkelen
van hen zouden worden gedood. Wat kon er moeilijker te dragen
zijn dan dat? Het lijkt er dan ook op dat Jezus' woorden
passender op al zijn navolgers ten tijde van Jezus' aankomst
kan worden toegepast. Dan zal de sluier worden opgelicht
en begint de openbaring van Christus' heerlijkheid.
Het is kennelijk Jehovah's Wil dat het Wachttorengenootschap
ons slechts ten dele heeft voorbereid op de belangrijke
gebeurtenissen die nog voor ons liggen. Herinner je alsjeblieft
de grote kwesties met betrekking tot Jehovah's soevereiniteit
en onze integriteit ten opzichte daarvan, waar het Genootschap
ons bewust van heeft gemaakt. Ten einde elk van zijn dienaren
in de gelegenheid te stellen zijn of haar loyaliteit aan
hem te bewijzen, staat Jehovah met vreugde geloofsbeproevingen
van wisselende ernst toe.
De grootste beproevingen liggen dicht voor ons. De Schrift
zegt dat Jehovah er zelfs vreugde in had zijn Messias te
vermorzelen - wat betekent dat hij opgetogen was dat zijn
zoon, vanwege zijn liefde voor God, bereidwillig de martelpaal
onderging. Zo moeten ook wij uiteindelijk in de vurige smeltkroes
van twijfel en verwarring worden geworpen ten einde met
een onoverwinnelijk geloof uit de smeltoven van pijniging
op te stijgen - tot Jehovah's eeuwige heerlijkheid.
Het zou nu best moeilijk te dragen kunnen zijn, maar uiteindelijk
zullen we op ons zelf voor Jehovah en zijn komende Zoon
des mensen moeten staan, gedurende wat passend beschreven
kan worden als een boven ons hoofd hangende, wereldwijde
holocaust. In die tijd zullen onze verkondigerskaarten niet
veel voor ons kunnen doen. Geel aangestreepte kerngedachten
in de Wachttoren van deze week zullen ook van geen waarde
zijn. Onze kleding en uiterlijk zullen er helemaal niet
toe doen. De kleingeestige dingen die we nu zo belangrijk
vinden zullen irrelevant worden op de Dag van Jehovah.
De grootste beproeving zal zijn dat het Wachttorengenootschap
ons schijnbaar op een doodlopende weg zal hebben geleid,
zonder duidelijke uitweg - behalve ons geloof in Jehovah
God.
En zou het zo ook niet moeten aflopen?
|