Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

24 Augustus 2003

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Commentaar
Download Commentaar *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

Het commentaar van deze week is gewijd aan de beschouwing van een specifieke vraag uit de postzak waaruit bezorgdheid en kritiek blijkt, gelijk aan wat andere broeders en zusters hebben geuit; en daarom verdient het een gedetailleerder antwoord dan wat gebruikelijk is in de postzak. De brief wordt voor de overzichtelijkheid in gedeeltes behandeld.

In de postzak van afgelopen week, schreef een vraagsteller het volgende: "Ik vraag mezelf elke keer af, waarom? Elk essay dat ik heb gelezen op deze site óf tart óf betwist rechtstreeks de leerstellingen van deze sekte, of beschuldigt hen van slechte handelingen. Waarom schaar je jezelf dus aan de zijde van deze sekte door te beweren dat je één van Jehovah's Getuigen bent, zoals blijkt uit je artikel "Over e-Watchman"?

Mijn beknopte antwoord was:

"Een zeer groot gedeelte van de Bijbel wordt het boek van de profeten genoemd. Jeremia, Jesaja, Ezechiël, alsook andere kleinere profeten, werden door God geroepen om in krachtige bewoordingen veroordelingen uit te vaardigen tegen juist díe natie die door God zijn eigen bezit werd genoemd. Vele van die profetieën hebben een duidelijke toepassing op de hedendaagse Christelijke gemeente van Jehovah's Getuigen. Als één van Jehovah's Getuigen lijkt het belangrijk te zijn deze zaken aan mijn mede Jehovah's Getuigen, alsook het algemene publiek dat wellicht enige interesse in de waarheid heeft, voor te leggen."


Met betrekking tot mijn antwoord, schreef een vraagsteller een vervolgvraag, welke punt voor punt besproken zal worden. De commentaren van de vrager staan schuingedrukt.

Ik begrijp je antwoord niet helemaal. Beweer je dat je - net zoals de profeten uit de oudheid - aangesteld bent door Jehovah om zijn volk en organisatie te veroordelen?

Nee, niet precies. Zoals je weet, werden de Hebreeuwse profeten rechtstreeks aangesteld en geïnspireerd door God, meestal door middel van levendige visioenen of dromen. Dikwijls sprak Jehovah rechtstreeks met hen; door hen te instrueren waarheen ze moesten gaan, tegen wie ze moesten spreken en op welke wijze ze zijn boodschap moesten brengen. In de tijd dat die profeten oorspronkelijk hun door God geïnspireerde boodschappen brachten, werd er ongetwijfeld over het algemeen aangenomen dat de profetieën exclusief van toepassing waren op Israël en Juda, of welke natie maar ook die toentertijd tevens onder Jehovah's veroordeling kwam te staan. In de millenia nadat die profetieën oorspronkelijk werden opgetekend, zijn Christenen echter gaan erkennen dat de profetieën meerdere betekenissen hebben die ver na de tijd dat ze in eerste instantie werden uitgevaardigd van toepassing zijn. En, zoals de apostelen zich realiseerden, waren de profetieën aangaande het natuurlijke Israël tevens van toepassing op het geestelijk Israël.

Het idee om als hedendaagse Christelijke profeten te dienen zou Jehovah's Getuigen in werkelijkheid niet vreemd moeten toeschijnen. Het Wachttorengenootschap verzon bijvoorbeeld de term "de Jeremia-klasse" als verwijzing naar de gezalfden van Jehovah die leven in het huidige tijdperk, omdat wordt verondersteld dat de organisatie past in het patroon van Jeremia door onze veroordeling van de Christenheid.

In dat opzicht zouden we het principe tenminste moeten begrijpen, dat degenen die de boodschappen van de profeten begrijpen en bezorgen zelf als profeten dienen, ondanks dat ze niet persoonlijk aangesteld zijn door Jehovah - zoals de profeten van wie de boodschappen afkomstig waren.

Jehovah's vooraf opgetekende rechterlijke beslissingen en zijn niet bepaald vleiende veroordelingen zijn heel precies van toepassing op ons als Jehovah's Getuigen en ons Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap in New York.

Diverse essays op e-Watchman leggen deze verbanden in detail, welke bijbels bezien onweerlegbaar gebleken zijn - tot dusver. Maar, het is geen daad van onvriendelijkheid of hyperkritiek om te beweren dat het Genootschap geen begrip van zulke zaken heeft. Het is simpelweg een feit. Het is gewoon niet realistisch om van Jehovah's organisatie te verwachten dat ze Gods oordeel over zichzelf aankondigen, toch?

In plaats van Gods oordelen te accepteren, wijzen de profetieën erop dat de leiders van Gods geestelijke natie "tot de zieners hebben gezegd: ’Gij moet niet zien’, en tot degenen die visioenen hebben: ’Gij moet voor ons niet schouwen wat recht is. Spreekt tot ons vleiende dingen; schouwt bedrieglijke dingen.'" De commentaren van het Genootschap op de visioenen van Jesaja hebben Gods onderricht en veroordelingen gericht aan het hedendaagse Huis van Jakob zeker handig en bedriegelijk gladgestreken.

Het Genootschap citeert veelvuldig Amos 3:7 als basis voor haar eigen autoriteit voor het aankondigen van Gods oordelen over de wereld. Het vers luidt: "Want de Soevereine Heer Jehovah zal niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke aangelegenheid heeft geopenbaard aan zijn knechten, de profeten." Daar de profeet Petrus zich realiseerde dat de besluitende woorden van Amos van toepassing zijn op Christenen uit alle natiën en niet slechts de Joden als zijnde een volk voor Gods naam, is het duidelijk dat Jehovah, ten tijde van de definitieve vervulling van de profetie, evenzo eerst zijn oordelen kenbaar zal maken aan degenen die als Christelijke "profeten" dienen - voordat deze veroordelingen worden uitgevoerd.

Maar, redenerend over de feiten: Jehovah's "vertrouwelijke aangelegenheden" hadden oorspronkelijk te maken met het streng straffen van zijn eigen dwalende natie en pas daarna een berouwvol overblijfsel te bevrijden en te zegenen. Historisch bezien was Gods profeet daarom niet de gehele natie Israël, maar waren het enkel een handjevol aangestelde mannen die Jehovah's oordelen aan de natie brachten.

Er lijkt in werkelijkheid dus geen rechtvaardiging te zijn voor een soort van Jeremia-klasse-achtige organisatorische profeet. Daar de Schriften echter duidelijk spreken over de toestanden die heden ten dage onder Jehovah's Getuigen aanwezig zijn, is het in het geheel niet onredelijk of onschriftuurlijk dat degenen die in de categorie profeten vallen, eenvoudigweg degenen zijn die inzicht hebben in Jehovah's "vertrouwelijke aangelegenheden" aangaande zijn veroordelingen over zijn volk. Zoals Jezus het zou zeggen: 'wie oren heeft, hij luistere.'

Op grond van welke autoriteit doe je dit? Voel je jezelf ook maar niet een klein beetje verwaand? Ik weet niet waar je het lef vandaan haalt om dit materiaal te verspreiden; ben je in het geheel niet bang in de hand van de levende God te vallen?

Na al onze studies, hoeveel weten we nu eigenlijk over het onzichtbare Wezen wiens naam Jehovah is? Volgens Mozes is Jehovah een God die vergevensgezind en goedgunstig is; die meer dan bereid is zijn dwalende dienstknechten te vergeven. Dat is werkelijk een opluchting om te weten! Maar, de waarschuwing bij dat vreugdevolle nieuws is dat Jehovah "geenszins vrijstelling van straf [zal] geven."

Mozes wist maar al te goed waarover hij sprak. Ondanks dat hij vrijwel letterlijk van aangezicht tot aangezicht met God had gesproken en door Jehovah als de zachtmoedigste man op de hele aarde geacht werd, werd hem echter geen vrijstelling van straf gegeven voor het nalaten van het heiligen van Gods naam voor de Israëlieten, en werd het hem als gevolg daarvan verhinderd het Beloofde Land binnen te gaan.

Koning David, de schrijver van enkele van de meest verheffende passages in de Bijbel; door Jehovah beschreven als "een man aangenaam naar mijn hart," kreeg evenzo geen vrijstelling van strenge tuchtiging door Jehovah voor zijn dwaze fouten.

We zouden een lange lijst van vooraanstaande Bijbelse dienaren van Jehovah kunnen samenstellen, die, op één of andere manier, Gods krachtige hand van berisping ontvingen. Paulus schreef dat zelfs de apostelen en gezalfde zonen van god "streng onderricht en toch niet overgegeven aan de dood" zouden worden.

De vraag die nu echter gesteld moet worden is: Waarom neemt het Genootschap aan dat zij op één of andere wijze uitgesloten zijn van Jehovah's tuchtiging? Er wordt wel gezegd dat 'niemand boven terechtwijzing staat.' Maar, geloven we dat écht? Daar we vrijwel al Jehovah's oordelen en profetieën van toepassing hebben gebracht op de periode van 1914-1919, geeft het Wachttorengenootschap inderdaad toe Jehovah's strenge onderricht ontvangen te hebben - 80 jaar geleden! Er wordt gedacht dat Jehovah ontstemd was met het Wachttorengenootschap voor de compromitterende verwijdering van enkele paragrafen uit het boek The Finished Mystery, welke nu reeds lang verwezen is naar de stoffige boekenplanken, samen met andere theocratische eigenaardigheden en curiositeiten. Maar, gemeend wordt dat dát de reden was waarom God de organisatie strafte, toen acht prominente broeders een paar maanden in de gevangenis doorbrachten.

Maar, in plaats van mijn autoriteit om zulke dingen te schrijven in twijfel te trekken, zou je het Genootschap eens moeten vragen wie hen de autoriteit gaf om 10 jaar lang in het geheim de VN als NGO te dienen? Of, bij wiens autoriteit heeft de Schrijversafdeling van Bethel op listige wijze pro-globalistische propaganda verspreid via het tijdschrift Ontwaakt; en zijn ze zelfs zover gegaan het leger van Jehovah's vrijwillige dienstknechten op te dragen zulke vuilnis aan het publiek aan te bieden? Of, je zou iemand die bereid is om te luisteren eens het volgende moeten vragen: wat geeft het Genootschap het recht te beweren dat Jehovah's wet ons ervan weerhoudt recht te doen aan seksueel misbruikte kinderen? Of, indien je zo stoutmoedig bent, vraag jouw plaatselijke ouderlingen eens waarom Jehovah's herders niet in de bres gesprongen zijn voor de weerlozen?

Het punt is, als je Jehovah kent, weet je dat het van zijn kant ondenkbaar is toe te staan dat zijn dienstknechten schande over zijn naam brengen en er ongestraft mee wegkomen. Dat is in het verleden nooit gebeurd en zolang Jehovah leeft zal het nooit gebeuren, omdat Jehovah niet verandert.

Wanneer we eerlijk en nederig erkennen dat het Wachttorengenootschap schuldig is aan grove hypocrisie voor God, zouden we ons in antwoord op je vraag moeten afvragen: Wie is in dit opzicht het meest laakbaar, de leiders die Gods veroordeling over ons allen brengen, doordat we allemaal enige verantwoordelijkheid moeten dragen voor het schande brengen over de naam van Jehovah, of degene die de gelederen verbreekt door de aandacht te vestigen op het naderende oordeel van de Almachtige? Dat is een vraag die zeker niet op het volgende mondelinge overzicht van de Theocratische School zal worden besproken.

Met betrekking tot mijn vrees voor Jehovah, ja, ik vrees God zeer zeker. Ik vrees zijn ongenoegen. Vanwege mijn zielroerende vrees voor de Almachtige God, ben ik ertoe bewogen het verbod van het Genootschap op zaken als "onafhankelijk denken" terzijde te stellen, om Jehovah's vertrouwelijke aangelegenheid aan mijn broeders en de organisatie voor te leggen.

Ik denk ook aan Christus' voorzegde oordeel over de "onnutte slaaf," die trouweloos begroef wat de Meester hem had toevertrouwd. Waag ik te luisteren naar de akelige stemmen die van binnen en van buiten komen en die me dringend aanbevelen de strengheid van mijn Meester te vrezen, zodat ik mijn koninkrijksschat zou begraven in de grond?

Stellig, wanneer Jehovah iemand nodig zou hebben (alsof Hij ook maar iets nodig heeft van ons) om veroordelingen tegen de organisatie te trompetten, denk je dan niet dat we daar enige indicatie van zouden hebben in de Schriften?

Ja, absoluut. Handelen zonder enig soort van Schriftuurlijk precedent zou extreem aanmatigend zijn. Daarom tracht ik zorgvuldig niet alleen de profetieën zelf aan te halen, maar ook de autoriteit welke die profetieën van God verlenen aan de brengers van die woorden.

Het is interessant dat je het woord "trompetten" gebruikt. In Jesaja 58:1 beval God zijn profeet zijn stem te verheffen als een horen, of trompet. Er staat: "Roep luidkeels; houd niet in. Verhef uw stem net als een horen en zeg mijn volk hun opstandigheid aan en het huis van Jakob hun zonden."

Het commentaar van het Genootschap op het bovenstaande vers zegt dat Jesaja een goed voorbeeld gaf aan Jehovah's hedendaagse getuigen in "het aan de kaak stellen van religieuze huichelarij." Hierin is het Wachttorengenootschap extreem hypocriet, tenzij ze natuurlijk bereid zijn te erkennen dat de Christenheid het hedendaagse huis van Jakob is, alsook "mijn volk," zoals Jehovah hen noemt.

Het volgende vers helpt ons te bepalen op wie Gods woorden feitelijk van toepassing zijn. Er staat: "Toch was ik het die zij dag aan dag bleven zoeken en in de kennis van mijn wegen plachten zij behagen tot uitdrukking te brengen, als een natie die louter rechtvaardigheid oefende en die zelfs de gerechtigheid van hun God niet had verzaakt, aangezien zij mij om rechtvaardige oordelen bleven vragen, terwijl zij tot God naderden, in wie zij behagen schepten."

Jehovah's Getuigen worden perfect beschreven als "een natie" welke behagen schept in het zoeken naar kennis van Jehovah, toch? Hoe kan dat ooit van toepassing zijn op de Christenheid? Zoals echter duidelijk wordt uit de afgrijselijke manier waarop het Wachttorengenootschap bijvoorbeeld omgaat met de kwestie van kindermisbruik, worden we vanuit Jehovah's standpunt bezien in de profetie passend beschreven als degenen "die zelfs de gerechtigheid van hun God niet had[den] verzaakt." Wederom, tenzij we bereid zijn te beweren dat Jehovah de God van de Christenheid is, moeten we deze profetieën op onszelf van toepassing brengen - als we Jehovah's volk zijn.

De profeten uit de oudheid stonden in de straten en vertelden Israël in het openbaar hun toekomst en iedereen kende ze en wisten dat ze van Jehovah waren.

Dat is niet helemaal waar. De meeste Joden weigerden te erkennen dat de profeten of hun boodschappen van Jehovah afkomstig waren. Van tijd tot tijd werden Jehovah's profeten ertoe gedwongen zich te verschuilen in holen om aan hun vervolgers te ontsnappen. Johannes de Doper hield zichzelf in leven met insecten en wilde honing en leefde als een "holbewoner" in de vijandige en onbewoonde wildernis van Judea.

Daarom zei Paulus in Hebreeën 11:36-38 het volgende over de profeten uit de oudheid: "Ja, anderen kregen hun beproeving door bespottingen en geselingen, zelfs meer dan dat, door boeien en gevangenissen. Zij werden gestenigd, zij werden beproefd, zij werden in stukken gezaagd, zij stierven door afslachting met het zwaard, zij zwierven rond in schapevachten, in geitevellen, terwijl zij gebrek leden en verdrukt en slecht behandeld werden; en de wereld was hun niet waardig. Zij doolden rond in woestijnen en op bergen en in grotten en holen der aarde."

Maar jou, jou ken ik helemaal niet. Waarom zou ik geloof stellen in jouw woorden en waarom denk je dat je gelijk hebt?

Zou het verschil maken wanneer ik de e-watchman website naar mijn eigen persoonlijke naam had vernoemd en wellicht zelfs een klein fotootje van mezelf op de voorpagina had geplaatst? Zou het dan niet waarschijnlijk zijn dat ik beschuldigd zou worden van het egotistisch op zoek zijn naar eer voor mezelf, als ik zoiets zou doen? Het is een feit dat een ieder zijn eigen verstand heeft gekregen. Drukwerk geeft een ieder van ons de mogelijkheid op ons gemak te lezen en te redeneren over ideeën en gedachten, waarbij we ons verstand op zo'n manier gebruiken dat we weten wat juist en wat niet juist is. We worden door niemand minder dan de apostel Johannes aangemoedigd niet elke vermeend geïnspireerde uiting te geloven, vanuit welke bron deze ook afkomstig is, maar elke uiting te beproeven om te bezien of deze werkelijk van God afkomstig is. Dat zou je moeten doen met het Genootschap alsook met datgene wat je zou kunnen lezen op e-watchman, of waar dan ook.

Met betrekking tot mijn identiteit, de Bijbel vertelt ons zeer weinig over de privé levens van de profeten uit de oudheid. Het is hun boodschap, Jehovah's boodschap, die belangrijk is, niet de boodschapper.

Toch sprak de apostel Paulus vrijelijk over zichzelf, over zijn achtergrond in het Judaïsme, over het feit dat hij eens de gemeente van Christus vervolgde en over zijn wonderbaarlijke bekering op de weg naar Damaskus. In het 11de hoofdstuk van 2 Korinthiërs verontschuldigde hij zich zelfs eenmaal aan de lezers, opdat hij zo onredelijk mocht zijn te roemen over zijn vervolgingen als een apostel van Christus - om de beschuldigingen van de "superfijne apostelen" te weerleggen.

Ondanks dat ik er tot nu toe bewust naar gestreefd heb elke verwijzing naar mezelf te vermijden, zoals in "ik denk," of "naar mijn mening," zal ik, in de geest van de apostel Paulus, enkele details van mijn achtergrond vertellen en wat mij gebracht heeft tot waar ik nu sta; niet om mijzelf te promoten, maar om onszelf beter te situeren op het toneel van Jehovah's lange, maar laatste bedrijf van het "theaterschouwspel," zoals Paulus het noemde.

Ik ben sinds de 70'er jaren één van Jehovah's Getuigen. Ik was vele jaren een vurige pionier en ouderling en stond altijd goed aangeschreven bij de broeders. Ik ben altijd een ijverige student van de Wachttoren en Bijbel geweest. Gedurende de jaren heb ik met vele personen gestudeerd en heb een aanzienlijk aantal van hen overtuigd één van Jehovah's Getuigen te worden. Een paar jaar geleden had ik echter een diepe, levensveranderende geestelijke ervaring waarin zeer weinig Jehovah's Getuigen die heden ten dage leven zich zullen herkennen. Bij gebrek aan een betere term, werd ik wedergeboren, zoals Jezus het onder woorden bracht. Ik noem het 'mijn kleine verandering.'

Het was alsof ik de Bijbel voor het eerst las. Alles leek fris en nieuw, alsof de schellen van mijn ogen waren gevallen, zoals Paulus het beschreef, zodat de dingen in een heel nieuw licht stonden. Als gevolg daarvan veranderde mijn besef van mijn relatie met Jehovah en Jezus geleidelijk. Mijn relatie met enkele van mijn geestelijke broeders veranderde ook - ten slechte.

Uit correspondentie met andere "laatbloeiers" met betrekking tot de hemelse hoop bleek dat onze ervaringen vrijwel identiek waren, in dat we allemaal de subtiele bespotting en verwijten van de gehele organisatie te dragen hebben, in verschillende mate.

Jehovah weet dat het waar is.

Het is precies dezelfde tweedeling als welke Paulus beschreef in verband met de Korinthiërs, alleen nu is het omgekeerd: "Wij zijn dwazen ter wille van Christus, maar gij zijt beleidvol in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij staat goed aangeschreven, maar wij zijn in oneer."

Heden ten dage wordt het Besturende Lichaam van Jehovah's Getuigen, net als de Korinthiërs in Paulus' dagen, beschouwd als "beleidvol in Christus." Ja, zij zijn de getrouwe en beleidvolle slaaf van Christus. Hen wordt de meeste achting gegeven, ze worden bezien als geestelijk standvastige mannen en de meest eerbaren van alle Jehovah's Getuigen. Hun woord is als het woord van Jehovah. En vooral door hun leiding en onderwijzing dat de zalving eindigde in 1935, worden anderen die even gezalfd zijn als zij, desondanks door broeders en zusters bezien als mafketels en arrogante dwazen omdat ze zich indenken dat ze dezelfde roeping van Jehovah hebben ontvangen. Er wordt in zachte stemmen en met een strenge gelaatsuitdrukkingover ons gefluisterd door broeders, die langzaam en streng afkeurend hun hoofd schudden wanneer onze namen worden genoemd.

Toch is het uiteindelijke oordeel van Christus over zijn ingehuurde werkers dat "de laatsten de eersten [zullen] zijn, en de eersten de laatsten." Daar we Jehovah's kracht kennen om de volgorde om te draaien en de zaken om te keren, om het zo maar te zeggen, zijn we benieuwd te zien hoe Christus' woorden van toepassing zullen zijn op de gezalfden gedurende het besluit.

Met betrekking tot het waarom ik denk dat ik gelijk heb: Het is makkelijker, veel makkelijker, om te bewijzen dat de profetische interpretaties van het Wachttorengenootschap onjuist zijn. Natuurlijk moeten we bepalen wat onze eigen motieven zijn voor het vinden van fouten. Voor sommigen is het enkel een voorwendsel hun geloof te verlaten. Maar, de reden dat de meeste mensen Jehovah's Getuigen werden, is omdat we een diepe liefde voor waarheid en het zeggen van waarheid hebben. Dus, stoppen we met het zoeken naar begrip van de waarheid, eenvoudigweg omdat we in de waarheid kwamen? Zoals Paulus zou zeggen, moge dat nooit geschieden.

Wanneer we als Jehovah's Getuigen vaststellen dat iets onjuist is, worden we geconfronteerd met het moeten oplossen van een paradox in ons geloof. Vele, vele Jehovah's Getuigen hebben bijvoorbeeld tegenstrijdigheden gezien in de interpretatie aangaande 1914. Maar, voor veel van onze voormalige broeders en zusters waren deze tegenstrijdigheden eenvoudigweg een te grote schok en zijn ze als gevolg daarvan uit de waarheid gestruikeld. Zij misten het benodigde inzicht om met elkaar te kunnen verenigen waarom het zo onjuist was, wanneer dit Jehovah's organisatie zou moeten zijn!

Aan de andere kant, wanneer onze fouten in een nieuw licht bezien kunnen worden dat hoop en geestelijke kracht geeft aan de ontmoedigde ziel, is dat dan niet een goed iets?

Neem bijvoorbeeld eens de huidige interpretatie van het Genootschap van het boek Joël.

Sinds de tijd dat Broeder Rutherford president was van het Genootschap, heeft ze ons geleerd dat het leger van verslindende sprinkhanen, vraatzuchtige kruipende rupsen, alsook de walgelijke kakkerlak uit Joëls profetie op één of andere manier een afbeelding is van Jehovah's Getuigen. (Ironisch genoeg zullen sommigen van onze kwaadsprekers het ermee eens zijn dat zo'n symbolisme passend is)

In 1997 behandelde het Genootschap Joël op ons districtscongres en, 70 jaar nadat Rutherford het idee voor het eerst naar voren bracht, hield het Genootschap nog steeds vol dat Jehovah's Getuigen worden afgebeeld door de sprinkhanen invasie. De profetie van Joël laat echter duidelijk uitkomen dat Jehovah's volk het slachtoffer wordt van de sprinkhanen, niet andersom. Joël schildert af hoe Jehovah zijn volk gedurende de tijd van het einde barmhartig redt van de sprinkhanenplaag en hen opnieuw met zijn geest vervult, gelijk een 2de op Pinksteren gelijkende uitstorting, alleen heerlijker dan die oorspronkelijke gebeurtenis. Dat is een onzagwekkend vooruitzicht, mijn vriend, of niet soms? Is dat niet precies wat de dokter moet doen tegen datgene wat er aan onze broederschap scheelt?

Maar, onze huidige interpretatie van Joël is hier zover van verwijderd dat het lijkt alsof de broeders het boek nooit hebben gelezen. Maar, natuurlijk hebben ze dat gedaan; ongetwijfeld vele, vele keren, wat de volgende verontrustende vraag oproept: Wat kan deze geestelijke blindheid verklaren? Is het omdat we uiteindelijk toch niet Gods volk blijken te zijn? Nee. Het is de vervulling van een uitgebreide profetie in het 28ste, 29ste en 30ste hoofdstuk van Jesaja, welke erop wijst dat Gods dienstknechten in een diepe, geestelijk verblindende bedwelming terecht komen in aanloop naar de openbaring van Jehovah's heerlijkheid.

Jesaja 42:19 zegt ronduit dat niemand zo blind is als de dienstknecht van Jehovah. Zonder twijfel is dat de reden waarom het Genootschap, ondanks dat ze buitengewone inzichten tentoon spreiden in veel van de schatten van Jehovah's Woord, vrijwel elke profetie in de Bijbel verkeerd begrepen of toegepast heeft - met weinig uitzonderingen.

Volg je niet slechts de tradities van mensen en probeer je Jezus' dicipelen achter jezelf te scharen door middel van listige woorden?

Waar zou ik hen heen moeten leiden? Ik ben, net als jij, enkel een nederige koninkrijksprediker. In feite zou ik die enigzins slonzig uitziende broeder achterin jouw koninkrijkszaal kunnen zijn - je weet wel, die ene die zo nu en dan een niet-in-de-paragraaf-antwoord geeft tijdens de vergaderingen? Ik wil niets meer dan dat mijn broeders vertrouwen in Jehovah hebben om de dingen recht te zetten. Wanneer dat aanstootgevend is voor degenen die hun gehele geloof en vertrouwen in het Wachttorengenootschap gesteld hebben, zou het wellicht verstandig voor hen zijn de raad van de apostel op te volgen en te bepalen of ze zelfs nog wel in het geloof zijn!

Terwijl ik zie dat je - met zoveel woorden - zegt een Jehovah's Getuige te zijn, logenstraffen je daden die bewering. Probeer je je eigen religie te beginnen?

Ik weet niet waar je het over hebt. Welke daden bedoel je? Ik ben één van Jehovah's Getuigen. Jehovah is mijn God. Ik aanbid hem werkelijk - ik probeer hem tenminste te aanbidden. Ik hou van de broeders - ik probeer tenminste van ze te houden. Jezus zei dat we zijn Vader in geest en waarheid moeten aanbidden. Dat wil ik doen. Ik denk dat de meeste Jehovah's Getuigen dat willen doen. Het Wachttorengenootschap verlangt conformering aan de organisatie. Maar tot welke prijs? Offeren we de waarheid op zodat we allemaal hetzelfde kunnen geloven? Het is jammer, maar het lijkt er op dat dat de richting is waar we in gaan.

De waarheid is dat er onder Jehovah's Getuigen velen zijn die geloven dat ons geloof het ware geloof is, maar zij kijken niet echt, oog in oog, nauwkeurig naar het Wachttorengenootschap. We willen er niet vandoor gaan en een eigen religie beginnen. We verwachten niet eens deze te veranderen. We willen alleen maar dat Jehovah's Wil wordt gedaan. Ons geloof en onze hoop verzekeren ons dat dat uiteindelijk ook zal worden gedaan. Tot dan erkent Jesaja 52:8 dat Gods volk niet verenigd is, maar dat wel zullen zijn als Jehovah zijn oordelen voltrekt gedurende de terugkeer van Christus. Er staat: "Luister! Uw eigen wachters hebben hun stem verheven. Eenstemmig blijven zij het vreugdevol uitroepen; want oog in oog zullen zij zien wanneer Jehovah Sion terugbrengt."

Als ik in mijn gemeente zou opstaan en zeg wat jij zegt, zal ik als een afvallige worden uitgesloten.

Ja, dat is meer dan waarschijnlijk zo. Maar dat zou niet noodzakelijkerwijs betekenen dat dat wat je zei onwaar is. Het Wachttorengenootschap staat dat soort dingen gewoon niet toe, punt uit. In dat opzicht lijkt de organisatie, droevig genoeg, op de Taliban - in dat zelfs het minste geluid van dissidentie in de kiem wordt gesmoord. Het is waar dat de apostel Paulus ons de raad gaf 'loyale handen op te heffen, zonder woordenstrijd,' maar hij vermaande de broeders tevens: "behandel profetie niet met verachting." Toch, is dat niet precies wat de broeders zouden doen als ze een gedachte, ongeacht hoe goed beargumenteerd en schriftuurlijk die ook moge zijn, zouden afkeuren alleen omdat het niet uit de bladzijden van de Wachttoren afkomstig is? Waar is onze liefde voor de waarheid?

Jezus en Paulus werden ook voor afvalligen uitgemaakt, de reden waarom Paulus schreef: wij zijn "als bedriegers en toch waarachtig." Ik maak aanspraak op die woorden.

Vertel mij (ons) eens, weten jouw ouderlingen van deze site en ben jij eerlijk tegen je broeders en heb je ze jouw kijk op de zaken openlijk verteld?

Nee. Alleen een handjevol vertrouwde vrienden weten wie ik persoonlijk ben. In de eerste plaats is het voor jouw welzijn dat ik het ze niet vertel. Het is in jouw belang, dat ik met vrijheid van spreken kan zeggen dat ik een goed bekend staande Jehovah's Getuige ben.

Ik heb trouwens geen kwesties met mijn lokale lichaam van ouderlingen of de vrienden in de gemeente. Ik ondersteun volledig de inspanningen van de ouderlingen die het opzicht over de hun toegewezen gemeente te voeren. En ik denk niet dat we maar achteloos struikelblokken voor anderen moeten neerleggen.

Uiteindelijk gaan de kwesties die ik probeer te behandelen ver boven de macht van een eenvoudig rechterlijk comité om door hen te worden opgelost. Zoals Paulus het naar de Korinthiërs benadrukte, de echte kwestie is ons staan voor God. Daarom ging Paulus verder in 1 Korinthiërs 4:2-4 te zeggen: "Wat in dit geval bovendien van beheerders wordt verwacht is, dat elkeen getrouw wordt bevonden. Nu is het voor mij een zeer onbeduidende zaak of ik door u of door een menselijke instantie word onderzocht."

Vanuit Jehovah's standpunt bezien heb ik geen toestemming van het Wachttorengenootschap of de ouderlingen nodig om op Internet te publiceren. Ik wil eenvoudig getrouw zijn aan wat mij is toevertrouwd. De kern van de zaak is dat vele duizenden Jehovah's Getuigen door toedoen van het Genootschap zijn gestruikeld. De echte afvalligen maken de broeders helemaal gek door de fouten van het Wachttorengenootschap uit te buiten. De lokale ouderlingen zijn eenvoudig niet toegerust de kwesties die struikeling hebben veroorzaakt te behandelen en het Wachttorengenootschap is ook niet genegen dergelijke zaken te behandelen.

Ondertussen worden Jehovah's Getuigen dagelijks bloot gesteld aan allerlei potentieel geloofsverwoestende twijfel op het Internet. Of zoals Paulus het zei: "Wie wordt tot struikelen gebracht en ik ontsteek niet in toorn?"

Spreuken 24:11-12 voorziet in alle rechtvaardiging en motivatie die ik nodig heb. Er staat: "Bevrijd hen die worden weggevoerd naar de dood; en zij die wankelen naar de slachting - o moogt gij hen tegenhouden. Ingeval gij zoudt zeggen: "Zie! Wij wisten dit niet" - zal juist hij die de harten toetst, het niet onderscheiden, en juist hij die uw ziel gadeslaat, het niet weten en de aardse mens niet stellig naar zijn activiteit vergelden?"

Uit de tientallen waarderende e-mailberichten die ik tot nog toe heb ontvangen, blijkt dat de overwegende invloed van e-watchman heel positief is voor veel Jehovah's Getuigen die zich voelden alsof ze wankelden in hun geloof. Velen hebben gezegd zich geestelijk herboren te voelen in het vooruitzicht dat Jehovah de organisatie op zijn kop zal zetten ten einde de zaken recht te zetten.

Is alles eerlijk en in de openbaarheid, zodat mensen je kunnen herkennen en je ondervragen, zoals de profeten uit de oudheid.

Nogmaals, mijn persoonlijke zaken doen er niet toe. Om een aantal redenen kies ik ervoor anoniem te blijven. Misschien verandert dat nog eens in de toekomst. Maar, met betrekking tot het feit of je mij kunt ondervragen, wat denk je dat je aan het doen bent? Daarom heb ik mijzelf beschikbaar gesteld door middel van de Postzak, om het mogelijk te maken mij te ondervragen. Zonder mijn identiteit geweld aan te doen, ben ik zo eerlijk en oprecht geweest als ik maar zijn kan.

Heb je ooit het Wachttorengenootschap geschreven en ze een serieuze vraag gesteld, misschien over hun onderwijs betreffende 1914 of zelfs kindermisbruik? Als je überhaupt al een antwoord ontving, zal er niet de persoonlijke naam van een broeder onder staan. Het zal eenvoudigweg een standaardbrief zijn. Soms sturen ze zelfs de brief van een vragensteller door aan zijn of haar thuisgemeente en geven de lokale ouderlingen opdracht de zaak met de persoon af te handelen. Dus wees er alsjeblieft heel voorzichtig in dat je mij niet met een dubbele maatstaf beoordeelt.

Of verberg je je in de schaduw en fluister je dingen in de oren van de mensen wat je niet zou moeten doen, terwijl je met een slinkse constructie wuift om Jehovah's organisatie te ondermijnen.

Ik fluister toch nauwelijks. Noch ondermijn ik Jehovah's organisatie. Jezus zei dat "er niets bedekt is wat niet openbaar zal worden gemaakt" en dat de dingen die in het verborgene worden gefluisterd "van de daken zullen worden gepredikt." Het Wachttorengenootschap heeft geprobeerd haar daden en fouten te verbergen, maar de hemel zal ze niet toestaan succesvol te zijn. Met Jehovah's duidelijke (voor mij) zegen, heeft het Internet voorzien in een volmaakt dak om voorheen ongepubliceerde waarheden en heilige geheimen van God, aangaande zijn toekomstige oordelen over zijn volk, vanaf te schreeuwen.

Zoals ik het zie ben je een afvallige en zou ik eigenlijk niet naar je moeten schrijven, maar ik veronderstel dat je in je gemeente goed bekend staat en misschien zelfs een ouderling bent. Verklaar dit alsjeblieft zodat ik het kan begrijpen.

Op dit moment worden broeders zoals ik als paria's beschouwd en niets dan afvalligen, omdat we niet precies in de pas lopen met de hoofdstroom van de organisatie. Wij accepteren dat. Maar Jehovah heeft keer op keer laten zien dat hij in staat is de nederige staat van zijn belasterde dienaren - tot ieders voordeel - geheel om te draaien. Jozef werd bijvoorbeeld harteloos door zijn eigen jaloerse broers als slechts een slaaf verkocht. Hij was een hulpeloze gevangene in een donkere kerker, toch verhoogde Jehovah hem om premier van de 1ste wereldmacht te worden en uiteindelijk, aanvankelijk niet herkent door zijn broers, voorzag hij mededogend in voedsel voor hen.

David was door God gezalfd en hij bewees zijn geloof op het slagveld. Toch noopte de jaloezie van Saul hem als een vluchteling te leven, zodat hij zelfs werd gedwongen zich onder de gehate Filistijnen te verbergen. Niettemin draaide Jehovah, op zijn tijd, de jammerlijke toestand van David om en gaf hem het koningschap over heel Israël.

Volgens de profetie zullen deze patronen worden herhaald. Jesaja 66:5, 6 zegt bijvoorbeeld met betrekking tot Gods oordeel over zijn eigen huis: "Uw broeders die u haten, die u uitsluiten wegens mijn naam, hebben gezegd: 'Moge Jehovah verheerlijkt worden!' Hij moet ook met verheuging van uw zijde verschijnen, en zij zijn degenen die beschaamd gemaakt zullen worden." Er is een geluid van gedruis uit de stad, een geluid uit de tempel! Het is het geluid van Jehovah, die zijn vijanden het verdiende loon betaalt."

Nogmaals, we kijken er naar uit hoe Jehovah dat gaat laten gebeuren. Maar het volstaat te zeggen dat er in de weg die voor ons ligt nog een paar onverwachte bochten en draaien liggen.

Om je te helpen het te begrijpen; neem in overweging dat Jezus zijn zorgvuldig uitgekozen apostelen, na verscheidene jaren van persoonlijk onderwijs en oefening, toevertrouwde dat er een paar dingen waren die zij op dat moment eenvoudig geestelijk nog niet konden dragen. Dat is tamelijk verbazend als je bedenkt dat Jezus ze ronduit had verteld dat enkelen van hen zouden worden gedood. Wat kon er moeilijker te dragen zijn dan dat? Het lijkt er dan ook op dat Jezus' woorden passender op al zijn navolgers ten tijde van Jezus' aankomst kan worden toegepast. Dan zal de sluier worden opgelicht en begint de openbaring van Christus' heerlijkheid.

Het is kennelijk Jehovah's Wil dat het Wachttorengenootschap ons slechts ten dele heeft voorbereid op de belangrijke gebeurtenissen die nog voor ons liggen. Herinner je alsjeblieft de grote kwesties met betrekking tot Jehovah's soevereiniteit en onze integriteit ten opzichte daarvan, waar het Genootschap ons bewust van heeft gemaakt. Ten einde elk van zijn dienaren in de gelegenheid te stellen zijn of haar loyaliteit aan hem te bewijzen, staat Jehovah met vreugde geloofsbeproevingen van wisselende ernst toe.

De grootste beproevingen liggen dicht voor ons. De Schrift zegt dat Jehovah er zelfs vreugde in had zijn Messias te vermorzelen - wat betekent dat hij opgetogen was dat zijn zoon, vanwege zijn liefde voor God, bereidwillig de martelpaal onderging. Zo moeten ook wij uiteindelijk in de vurige smeltkroes van twijfel en verwarring worden geworpen ten einde met een onoverwinnelijk geloof uit de smeltoven van pijniging op te stijgen - tot Jehovah's eeuwige heerlijkheid.

Het zou nu best moeilijk te dragen kunnen zijn, maar uiteindelijk zullen we op ons zelf voor Jehovah en zijn komende Zoon des mensen moeten staan, gedurende wat passend beschreven kan worden als een boven ons hoofd hangende, wereldwijde holocaust. In die tijd zullen onze verkondigerskaarten niet veel voor ons kunnen doen. Geel aangestreepte kerngedachten in de Wachttoren van deze week zullen ook van geen waarde zijn. Onze kleding en uiterlijk zullen er helemaal niet toe doen. De kleingeestige dingen die we nu zo belangrijk vinden zullen irrelevant worden op de Dag van Jehovah.

De grootste beproeving zal zijn dat het Wachttorengenootschap ons schijnbaar op een doodlopende weg zal hebben geleid, zonder duidelijke uitweg - behalve ons geloof in Jehovah God.

En zou het zo ook niet moeten aflopen?


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman