Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

31 Augustus 2003

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Commentaar
Download Commentaar *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 
Salomo schreef dat 'er niets nieuws onder de zon is.' En in het menselijke samenstel lijkt er sinds de Schepping vrijwel niets echt nieuw te zijn. De apostelen Petrus en Paulus verwezen echter vaak naar God die iets nieuws schiep in verband met het Christendom. De Bijbel spreekt bijvoorbeeld over het zingen van een nieuw lied; er is ook een nieuw verbond, de nieuwe persoonlijkheid; nieuw in de geest gemaakt worden; een nieuwe geboorte; het nieuwe Jeruzalem en uiteindelijk de nieuwe hemelen en nieuwe aarde. In Galatan 6:15 verwees Paulus naar de gezalfde Christenen die het Israël Gods vormen als zijnde een nieuwe schepping.

Wat is een nieuwe schepping precies?

Gods nieuwe schepping bestaat uit degenen die geroepen zijn om in de volledige betekenis als Christus te worden, door het ontvangen van een hemelse opstanding als onsterfelijke, onvernietigbare wezens, met leven in zichzelf. Jehovah's nieuwe schepping is wonderbaarlijker dan enig andere schepping die ooit heeft bestaan sinds het begin van de Schepping. Want, voordat Jezus een hemelse opstanding kreeg, was geen één van Gods schepselen onsterfelijkheid gegeven; de engelen niet, noch serafs, noch cherubs en zelfs niet Michaël de aartsengel voordat hij als Jezus naar de aarde kwam, was de gave van onsterfelijkheid gegeven. Daarom is het een nieuwe schepping, omdat het iets is wat nooit eerder bestaan heeft.

Wedergeboren worden, of een nieuwe geboorte ontvangen, verschilt niet veel van het mysterieuze verschijnsel wat bekend staat als metamorphoses, wat oorspronkelijk in enkele aardse schepselen gelegd is en bewerkstelligt dat een kruipende rups zichzelf transformeert tot een schitterende, nieuwe vlinder. Evenzo tranformeert de geestelijke nieuwe geboorte aardse schepselen, die letterlijk uit stof gevormd zijn, tot een organisatie bestaande uit 144.000 onvernietigbare verheerlijkte geestelijke zonen van God. Jehovah heeft de openbaring van zijn nieuwe schepping gepland tijdens het besluit van het samenstel van dingen. In Romeinen 8:19 schreef Paulus het volgende: "Want de vurige verwachting van de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods."

Het is interessant dat Jehovah zijn nieuwe schepping vóór zijn metamorfose aanspreekt als een worm. Jesaja 41:14 zegt: ""Wees niet bevreesd, gij worm Jakob, gij mannen van Israël. Ikzelf wil u helpen", is de uitspraak van Jehovah, ja, uw Terugkoper, de Heilige Israëls."

Het woord "teruggekochten" en verwijzingen naar Jehovah als de "Terugkoper," komen meer dan 20 keer in het profetische boek Jesaja voor. Het boek Inzicht in de Schriften van het Genootschap, onder het kopje terugkopen, past Jehovah's terugkoping van zijn volk toe op Christus' loskoopoffer. De Christelijke schrijvers gebruikten echter niet de uitdrukking "terugkopen" in verwijzing naar Christus' loskoopoffer. De apostelen zeggen eenvoudigweg dat Christus ons kocht of loskocht. Wat is het verschil? Wel, het moge duidelijk zijn dat iets terugkopen suggereert dat het reeds eerder gekocht is en voor welke reden dan ook verkocht of verloren is, en vervolgens weer gekocht is - teruggekocht dus.

In het geval van Israël, was Jehovah eigenaar van de natie krachtens het verbond dat hij door middel van Mozes sloot met Israël. Als gevolg van hun rebellie verkocht Jehovah zijn eigendom tot gevangenschap en kocht hen later terug en herstelde hen tot hun thuisland. Jesaja 50:1 luidt: "Of aan wie van mijn schuldeisers heb ik ulieden verkocht? Ziet! Wegens uw eigen dwalingen zijt gij verkocht, en wegens uw eigen overtredingen is uw moeder weggezonden."

In het 52ste hoofdstuk van Jehovah's langdurige dialoog met zijn volk zegt hij: "Want dit heeft Jehovah gezegd: "Om niet werdt gijlieden verkocht, en zonder geld zult gij teruggekocht worden.""

Daar terugkoping enkel van toepassing is op de verlossing van Gods dwalende dienstknechten, dient de vraag zich aan wanneer de hedendaagse tegenhanger van het oude Israël verkocht wordt en daarop volgend wordt teruggekocht? Volgens de context van Jesaja vindt het plaats gedurende Gods oordeel, het is in feite Gods oordeel om zijn geestelijk natie tot gevangenschap te verkopen. Beschouw eens de volgende woorden van God in Jesaja 41:1: "Hoort mij zwijgend aan, gij eilanden; en laten nationale groepen zelf nieuwe kracht verkrijgen. Laten ze toetreden. Laten ze in die tijd spreken. Laten wij samen ten geríchte naderen."

De tijd van gericht over dit samenstel is wanneer de natiën vast zitten in een strijd op leven en dood, wat, zoals Christus zei, een verdrukking zou zijn die verkort zou worden, waarbij nationale groepen "nieuwe kracht verkrijgen" zoals het boek Jesaja vermeldt. En de volgende verzen van het 41ste hoofdstuk verhalen hoe de natiën, in die opschorting, een primitieve afgod maken. Dat is in harmonie met Openbaring, waar de leidende macht van Satans politieke wilde beest na een bijna fatale slag opnieuw kracht krijgt, enkel om een beeld van zichzelf te maken welke de mensheid moet aanbidden. De eeuwige toekomst van een ieder wordt bepaald doordat ze het beeld wel of niet aanbidden.

Het is in de context van Gods oordeel over de natiën dat hij zijn volk zowel verkoopt als terugkoopt. Beschouw de volgende verzen uit Jesaja 43:25-28 eens. Daar staat: "Ik - ik ben het die uw overtredingen uitwist om mijnentwil, en uw zonden zal ik niet gedenken. Maak mij indachtig; laten wij samen in het gericht gaan; laat uw eigen relaas horen, opdat gij gelijk moogt hebben. Uw eigen vader, de eerste, heeft gezondigd, en uw eigen woordvoerders hebben overtredingen tegen mij begaan. Daarom zal ik de vorsten van de heilige plaats ontwijden, en ik wil Jakob overgeven als een man die aan de vernietiging prijsgegeven is en Israël aan woorden van beschimping."

In de bovenstaande verzen spreekt Jehovah tot zijn gezalfde zonen gedurende het oordeel van hen. Daarom nodigt God hen uit te spreken in hun eigen verdediging. Maar, zij hebben duidelijk geen verdediging. Er bestaat geen excuus. En daar we het Wachttorengenootschap en de getrouwe slaaf als woordvoerder van alle Jehovah's Getuigen erkennen, zouden we Gods oordeel serieus moeten nemen wanneer hij zegt - "uw eigen woordvoerders hebben overtredingen tegen mij begaan."

Het is dus Gods oordeel dat zijn zonen als straf verkocht moeten worden tot gevangenschap. Bijbelstudenten zouden ook moeten opmerken dat het oordeel over de vorsten van de heilige plaats overeenkomt met de profetie in het 8ste hoofdstuk van Daniël, waar wordt voorzegd dat een koning met bars gelaat de heiligen en hun heiligdom zal verderven, vanwege hun overtredingen voor God. Het is duidelijk dat het verderven plaatsvindt als een onmiddellijke voorbode van de tijd waarin Jezus, de Vorst der vorsten, de koning met bars gelaat vernietigt.

Er kan nog veel meer worden gezegd over bovenstaande profetieën, maar wat hebben ze te maken met de nieuwe schepping?

In Jesaja 43:18, 19 zegt Jehovah: "Gedenkt niet de eerste dingen, en richt op de vroegere dingen niet uw aandacht. Ziet! Ik doe iets nieuws. Nu zal het uitspruiten. Zult gijlieden het niet weten?"

Vanuit een toekomstig standpunt bezien, hebben de "eerste dingen" en de "vroegere dingen" kennelijk te maken met veel van wat we nu beoefenen en beschouwen als zijnde Gods waarheid. Bij de openbaring van Jehovah's heerlijkheid, zullen we de oude wijn van waarheid en de oude organisatorische wijnzakken waarin die waarheden zaten echter wegdoen, om wat nieuw is te ontvangen.

Eruit met onze dogmatische, voorbarige, onbezonnen interpretaties van profetie welke Christus' glorieuze parousia naar het verre verleden hebben verplaatst!

Jesaja zegt: "En de ogen der zienden zullen niet dichtgestreken zijn, en zelfs de oren der horenden zullen aandacht schenken. En zelfs het hart der voorbarigen zal acht geven op kennis, en zelfs de tong der stamelenden zal vaardig zijn in het spreken van duidelijke dingen."

Eruit met de saaie vergaderingen waar Jehovah's geboden aan ons geleerd worden als een constant herhaald kinderversje: "gebod op gebod, gebod op gebod, meetsnoer op meetsnoer, meetsnoer op meetsnoer, hier een weinig, daar een weinig." (Jesaja 28:13)

Eruit met onze verafgoding van Jehovah's zichtbare organisatie! God illustreert onze reactie in Jesaja 30:22, waar staat: "Als een menstruerende vrouw zult gij ertegen zeggen: "Louter vuil!""

Eruit met streng, farizees, veroordelend wettisme!

Over de tijd waarin Christus feitelijk onze koning wordt, gedurende een wereldwijde storm die wordt geinitiëerd door zijn eigen tegenwoordigheid, schrijft Jesaja: "Zie! Een koning zal regeren voor louter rechtvaardigheid; en wat vorsten betreft, zij zullen als vorsten heersen voor louter gerechtigheid. En een ieder moet als een wijkplaats voor de wind blijken te zijn en een schuilplaats voor de slagregen, als waterstromen in een waterloos land, als de schaduw van een zware, steile rots in een uitgeput land."

Eruit met onreine pedofielen in ons midden en trouweloze geestelijke roofdieren in ons vermeend geestelijke paradijs!

Jesaja zegt het volgende over de teruggekochten: "En daar zal stellig een hoofdweg komen, ja, een weg, en de Weg der Heiligheid zal die worden genoemd. De onreine zal er niet langs trekken. En hij zal zijn voor degene die op de weg wandelt, en geen dwazen zullen erop ronddolen. Geen leeuw zal daar blijken te zijn, en het roofdierachtige wild gedierte zal er niet op komen. Niet één zal er aangetroffen worden; en de teruggekochten moeten daarop wandelen. En het zijn de door Jehovah losgekochten die zullen terugkeren en stellig naar Sion zullen komen met vreugdegeroep, en verheuging tot onbepaalde tijd zal op hun hoofd zijn."

Eruit met onze boze slaven en hun trouweloze volgelingen die in ons midden op de loer liggen!

Jesaja verhaalt op de volgende wijze hun oordeel: "In Sion zijn de zondaars in angst komen te verkeren, huivering heeft de afvalligen aangegrepen: 'Wie van ons kan voor enige tijd bij een verslindend vuur vertoeven? Wie van ons kan voor enige tijd bij langdurige branden vertoeven?'"

Eruit met onze hardvochtigheid en het hypocriete pochen over onze vermeende rechtvaardigheid en organisatorische reinheid!

Ezechiël voorzegt een definitieve uitstorting van geest welke zal resulteren in de schepping van een nieuw hart en nieuwe geest. Ezechiël 36:26-29a luidt: "En ik wil u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil het stenen hart uit uw vlees wegnemen en u een hart van vlees geven. En mijn geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil dusdanig handelen dat gij in míjn voorschriften zult wandelen en míjn rechterlijke beslissingen zult onderhouden en werkelijk zult uitvoeren. En gij zult stellig wonen in het land dat ik aan uw voorvaders heb gegeven, en gij moet mijn volk worden en ikzelf zal uw God worden.' 'En ik wil u redden van al uw onreinheden.'"

Eruit met de oude formele manier van aanbidding en prediking! Eruit met het enkel murmelen van onze liederen van toewijding! Jesaja belooft dat er een nieuw lied gezongen zal worden:

""De eerste dingen - zie, ze zijn gekomen, maar nieuwe dingen kondig ik aan. Nog voordat ze uitspruiten, doe ik ze ulieden horen." Zingt Jehovah een nieuw lied, zijn lof van het uiteinde der aarde, gij die afdaalt naar de zee en naar dat wat haar vult, gij eilanden en gij die ze bewoont."

De Psalmen bevestigen ons dat het nieuwe lied niet gezongen wordt tot de tijd waarin we gered worden van onze doodlopende weg. Psalm 144:5-9 luidt:

"O Jehovah, buig uw hemel neer opdat gij moogt afdalen; raak de bergen aan, opdat ze roken. Doe het bliksemen met bliksem, opdat gij hen verstrooit; zend uw pijlen uit, opdat gij hen in verwarring brengt. Steek uw handen uit van den hoge; red mij en bevrijd mij uit de vele wateren, uit de hand van de buitenlanders, wier mond onwaarheid heeft gesproken en wier rechterhand een rechterhand van leugen is. O God, een nieuw lied wil ik voor u zingen."

Wellicht zelfs eruit met de naam - Jehovah's Getuigen!

Nadat Jehovah zijn op een vrouw gelijkende organisatie teruggekocht heeft en de koning van zijn nieuwe hemelen installeert, voorzegt Jesaja: "En de natiën zullen stellig uw rechtvaardigheid zien, o vrouw, en alle koningen uw heerlijkheid. En gij zult werkelijk met een nieuwe naam worden genoemd, die Jehovah's eigen mond zal aanduiden." Het zou kunnen dat God in verband met de openbaring van de zonen Gods de exacte uitspraak van zijn eigen naam zal onthullen.

Om kort te gaan, Jehovah 'maakt alle dingen nieuw!'

Nu de vraag: Nou en?

Wel, tienduizenden Jehovah's Getuigen zijn reeds gestruikeld over juist die dingen waarvan God zegt dat hij ze weg zal doen. Sommigen trachten de leerstelling van 1914 van het Genootschap en alle gerelateerde verkeerde interpretaties van profetieën recht te zetten. Andere groepen van ontevreden Jehovah's Getuigen trachten een soort van hervorming te bewerkstelligen in het beleid van het Wachttorengenootschap op het gebied van bloedtransfusies en kindermisbruik. Al die hervormingen lijken tot mislukking gedoemd. Zulke zogenaamde hervormers zouden zichzelf Jezus' raad in herinnering moeten brengen dat je geen nieuwe wijn in oude wijnzakken zou moeten doen. De nieuwe wijn van Jehovah's toekomstige openbaring is het te prefereren plengoffer.

In dat verband zegt het 8ste vers van Jesaja's één na laatste hoofdstuk: "Dit heeft Jehovah gezegd: "Net als de nieuwe wijn in de druiventros wordt gevonden en iemand moet zeggen: 'Verderf hem niet, want er is een zegen in', zo zal ik doen ter wille van mijn knechten, om niet iedereen te verderven.""

De enige realistische hoop voor werkelijke en blijvende hervorming wordt samengevat door het volgende: "Het oude eruit, het nieuwe erin."


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman