Gemeentelijke Politiek

 

Onlangs sprak ik met een oude vriend die opperde dat ik eens iets zou moeten schrijven over de "politiek in religie." Hij wijdde verder niet over het onderwerp uit, maar zijn situatie kennende, wist ik wat hij bedoelde met die term. Het commentaar van deze week zal deze kwestie daarom bespreken.

Niet te verwarren met religie binnen politiek, heeft politiek binnen religie onder Jehovah's Getuigen te maken met wat als volgt kan worden omschreven: politiek manoeuvreren van de kant van gemeenteouderlingen om hun positie over anderen te verkrijgen of te behouden. Ondanks dat de meeste ouderlingen ongetwijfeld oprecht begaan zijn met het dienen van de beste belangen van hun respectievelijke gemeente, lijken sommige mannen, als gevolg van de gevallen menselijke natuur, meer gedreven te worden door hun eigen persoonlijke vooruitgang en behagen.

De reden dat de Bijbel ouderlingen er specifiek toe aanmoedigt niet over anderen te heersen in hun ambt, heeft ongetwijfeld als reden dat sommige mannen een sterke neiging hebben om juist dat te doen. Het blijkt dat degenen die zo'n neiging hebben, gaan denken dat de gemeente van hen is en dus beschouwen ze hun mede-ouderlingen en andere bekwame mannen als potentiële rivalen. Dat zijn zeker beestachtige gedachten, maar helaas komt het zeer algemeen voor binnen onze gemeenten. Voordat zij gezalfd werden, twistten zelfs de apostelen constant met elkaar om te bepalen wie de grootste onder hen was, dus is het niet verbazingwekkend dat wij geplaagd worden door dezelfde tekortkomingen.

Ik kende een broeder die één van de fijnste ouderlingen was die ik ooit heb gekend. Voor degenen die het voorecht hadden in zijn gemeente te zitten, was hij een vriendelijke, grootvaderachtige schouder om op te leunen. Hij was geliefd bij vrijwel iedereen - maar niet bij allen.

Als presiderend opziener van de gemeente werd hij eens benaderd door een jong persoon die beleed dat ze in zonde waren vervallen en hoererij hadden bedreven. De organisatorische procedure om zulke zaken te behandelen is natuurlijk dat er een formeel gerechtelijk onderzoek moet plaatsvinden. In dit geval had de presiderend opziener echter het gevoel dat de persoon berouw had en zei hen eenvoudigweg 'te gaan en zondig niet meer.' Maar, daar de kwestie onder vier ogen was afgehandeld en niet overeenkomstig het door het Wachttorengenootschap bepaalde procedurele beleid, greep één ambitieuze jonge ouderling de misstap van de presiderend opziener aan als een voorwendsel om de aanval in te zetten en zijn rivaal als ouderling te laten afzetten en zelf gekroond te worden tot regerend koning van de gemeente.

Hij riep het lichaam van ouderling in het geheim bijeen, met uitzondering van de presiderend opziener, om een zaak tegen hem op te zetten. Helaas had de ambitieuze ouderling succes met zijn complot en de vriendelijke presiderend opziener werd, na 40 jaar van onzelfzuchtige dienst aan de broeders, ongegeneerd uit zijn ambt geschopt. De uitwerking op de gemeente was verwoestend.

Terwijl dat één van de extremere gevallen van gemeentelijke politiek is, is het helaas geen zeldzaam voorbeeld. Ik heb diverse mannen gekend die op vele manieren bekwamer waren om de gemeente te dienen dan degenen die veroordelend stonden tegenover hun "bekwaamheden." Daar ze klaarblijkelijk echter bezien werden als bedreiging voor de persoonlijke macht en prestige van bepaalde personen die de hoogste plaats begeerden, werden zij uit hun aanstelling weggepest of eenvoudigweg niet aangesteld.

Uitgaande van diverse emails die ik heb ontvangen, zijn er anderen die geleden hebben onder zulke kleinzielige politieke spelletjes. We worden herinnerd aan Diotréfes, over Johannes zei: "die graag de eerste plaats onder hen inneemt."

Vanaf de start van e-watchman heb ik getracht het niveau hoog te houden en niet af te zakken naar kleinzielige foutvinderij en het uiten van enkel persoonlijke grieven. Maar, zulke kwesties moeten worden besproken om troost en aanmoediging te bieden aan degenen die ontmoedigd zijn door zulk onchristelijk gedrag van de kant van enkele ouderlingen. Ongetwijfeld zijn vele Jehovah's Getuigen gestruikeld en ontmoedigd door zulke kwesties. Het lijkt daarom passend op zijn minst te beschouwen waarom Jehovah zulk kwaaddoen onder zijn volk toelaat - wanneer we inderdaad zijn volk zijn.

De apostel Paulus legt feitelijk uit waarom God tijdelijk tweedracht toestaat in de gemeente van zijn volk. 1 Petrus 4:12 zegt: "Geliefden, staat niet vreemd te kijken over de brand onder u, die over u komt als een beproeving, alsof u iets vreemds overkwam."

Het is verwarrend en vreemd voor ons wanneer degenen waarvan verwacht wordt dat ze onze broeders en dienaren zijn, in plaats daarvan onze onderdrukkers en vervolgers worden. En wat het vooral moeilijk maakt ermee om te gaan, is dat de slachtoffers over het algemeen in stilte moeten lijden. We zijn namelijk geconditioneerd om te denken dat vervolging van buitenaf - van "wereldse" bronnen komt. We lezen bijvoorbeeld regelmatig persoonlijke ervaringen in de Wachttoren van broeders en zusters die stevige tegenstand van hun familie kregen, of die de wreedheden van de Nazi concentratiekampen verduurd hebben. Maar, we lezen zelden, zo niet nooit, over degenen die onder de kleinzielige tirannie van ouderlingen geleden hebben, wat in sommige gevallen even beproevingsvol kan zijn geweest als de hierboven genoemde ervaringen.

Op bepaalde wijze zijn Jehovah's Getuigen als een grote niet functionerende familie, in dat iedereen weet dat er iets fout zit, maar we er niet over praten. Er wordt ten slotte verondersteld dat we in een zorgeloos geestelijk paradijs leven zonder alle problemen waarmee de wereld te maken heeft. Wanneer vervolging dus als een brandende, vurige beproeving van onder onze medegelovigen afkomstig is, is het verwarrend en vreemd voor ons; net zoals de apostel opmerkte. De reden dat God "brand onder u" toestaat, dient als beproeving. In het volgende vers zegt de apostel verder: "Integendeel, blijft u verheugen, aangezien gij deel hebt aan het lijden van de Christus, opdat gij u ook gedurende de openbaring van zijn heerlijkheid moogt verheugen en verrukt moogt zijn."

Ondanks dat de bovenstaande raad gericht is aan degenen met een hemelse hoop, worden alle Christenen geroepen om deel te hebben aan het lijden van de Christus. En wat hield het lijden van de Christus onder andere in? Jezus leed bijvoorbeeld omdat zijn mede-Joden zo ongevoelig en hardvochtig waren. Markus 3:5 verslaat een gebeurtenis in de synagoge waarbij Jezus een punt van vrijwel totale afkeer bereikte, wanneer er staat: "En nadat hij vol verontwaardiging zijn blik over hen had laten rondgaan, diepbedroefd over de ongevoeligheid van hun hart..." Jezus leed dus vanwege de morele ongevoeligheid van anderen in de Joodse gemeente.

Jezus leed ongetwijfeld ook omdat zijn eigen familie niet eens geloof in hem had gesteld als de Messias. En niet alleen dat, op een bepaald moment dachten ze feitelijk dat hij gek geworden was. Het 3de hoofdstuk van Markus verslaat evenzo: "Toen zijn bloedverwanten dit echter hoorden, gingen zij eropuit om hem te grijpen, want zij zeiden: "Hij heeft zijn verstand verloren.""

Er waren ook vele gelegenheden waarbij zijn dicipelen Jezus lieten zakken. In de nacht van het Avondmaal, zaten de apostelen nog steeds vast in een verhitte discussie over wie van hen de grootste was. Later, in het Hof van Gethsémané, smeekte Jezus hen bij hem te blijven en te bidden. Het verslag luidt: "Toen zei hij tot hen: "Mijn ziel is diepbedroefd, ja, tot de dood toe. Blijft hier en waakt met mij."" En toch, elke keer dat Christus terugkwam waren ze in slaap gevallen.

Het leed van de Christus bestond niet slechts uit het fysieke leed dat hij moest verdragen gedurende zijn berechting en terechtstelling. Hij leed ook emotionele pijn van bezorgdheid, teleurstelling en afwijzing.

De apostel Paulus was ongetwijfeld een deler in het leed van de Christus, meer dan elke andere Christen. Naast te worden geslagen en gestenigd door dolle groepen Joden, alsook diverse malen gearresteerd te worden, leed Paulus ook onder vervolging van zijn eigen broeders in de gemeenten.

Paulus stichtte de Korinthische gemeente kennelijk gedurende één van zijn zendingsreizen. Het is echter ongelooflijk dat hij niet goed ontvangen werd door de gemeente bij zijn daaropvolgende bezoeken. De superfijne apostelen, die klaarblijkelijk over de Korinthiërs presideerden, oneerbiedigden Paulus door te zeggen dat, ondanks dat zijn brieven gewichtig en krachtig waren, zijn tegenwoordigheid in persoon zwak was en zijn spreken eenvoudigweg verachtelijk. Paulus trachtte de gemeente aan zijn bekwaamheden als apostel te herinneren, maar kennelijk waren enkelen in de gemeente onbewogen. Daarom werd hij gedwongen het volgende aan hen te schrijven in 2 Korinthiërs 12:11: "Ik ben onredelijk geworden. Gij hebt mij ertoe gedwongen, want eigenlijk had ik door u aanbevolen moeten worden. Want in niets ben ik ook maar inferieur gebleken aan uw superfijne apostelen, ook al ben ik niets."

Als de apostel Paulus zelf oneerbiedig werd behandeld en niet aanbevolen werd door de Korinthiërs, moeten we dan verbaasd zijn dat er heden ten dage bekwame broeders zijn die niet aanbevolen worden door hun gemeenteouderlingen?

Paulus moest ook leren leven met waarom Christus het toestond dat zulke dingen in de gemeente voorkwamen. De conclusie die hij trok was dat het lijden van de hoon van zijn broeders ook deel uitmaakte van het leed van de Christus. Daarom schreef hij: "Zeer gaarne zal ik daarom veeleer ten aanzien van mijn zwakheden roemen, opdat de kracht van de Christus gelijk een tent over mij moge blijven. Daarom heb ik behagen in zwakheden, in beledigingen, in noden, in vervolgingen en moeilijkheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik krachtig."

Terwijl beproevingen van binnenuit de gemeente wellicht oneerlijk en moeilijk zijn om mee om te gaan, zijn de kwesties hetzelfde als waarmee we van buitenaf te maken krijgen. Zullen we onze integriteit ten opzichte van God behouden, ongeacht de onrechtvaardigheid en onwaardigheid van zulke politiek?

Jakobus 5:9-11 is aanmoedigend, daar het erkent dat onze broeders onze ons op diverse manieren zouden kunnen kwetsen, maar dat we niet geprikkeld moeten raken zodat we "zuchten tegen elkaar slaken," wellicht door verbitterd en niet meegaand te worden.

De verzen luiden: "Slaakt geen zuchten tegen elkaar, broeders, opdat gij niet wordt geoordeeld. Ziet! De Rechter staat voor de deur. Broeders, neemt als een model van het lijden van kwaad en het oefenen van geduld de profeten, die in de naam van Jehovah hebben gesproken. Ziet! Wij prijzen hen die hebben volhard, gelukkig. Gij hebt van de volharding van Job gehoord en hebt gezien hoe Jehovah het heeft laten aflopen, dat Jehovah zeer teder in genegenheid en barmhartig is.

In het licht van zoveel onrustbarende omstandigheden in de plaatselijke gemeenten, om maar niet te spreken over de ontmoedigende moeilijkheden die het Wachttorengenootschap over zichzelf heeft gebracht en de struikelblokken die zich hierdoor voor ons hebben opgestapeld, lijkt de uitdrukking "de Rechter staat voor de deur" actueler dan ooit te zijn, wanneer we vooruit kijken naar Jehovah's toekomstige oordeel.


Gepubliceerd op: 7 September 2003