| Op een dag zouden we kunnen terugkijken naar de
huidige periode en de parallel met wat er 25 eeuwen geleden gebeurde
herkennen; toen de Babylonische militaire machine voor het eerst
optrok om de natiën in de regio te vertreden. Jeremia 4:7 markeert
een specifiek punt in de tijd waarop de Chaldeeuwse moloch aan het
rollen ging. Dat vers luidt: "Hij is opgerezen als een leeuw
uit zijn struikgewas, en degene die de natiën in het verderf stort,
is uitgetrokken; hij is uitgegaan uit zijn plaats om uw land tot
een voorwerp van ontzetting te maken. Uw eigen steden zullen in
puin vallen, zodat er geen inwoner zal zijn."
Nu het Anglo-Amerikaanse duo wordt erkend als de enige supermacht
in de wereld en Amerikaans militarisme geaccepteerd wordt als
de orde van de dag, lijkt het alsof de weg richting volledige
wereldhegemonie werkelijk is ingeslagen. Scherpzinnige
waarnemers van de huidige aangelegenheden is de duidelijke
verandering
van natuur van het beest sinds 9-11 zeker opgevallen. Het
zou heel goed kunnen dat de beestachtige tiran, die volgens profetieën
de democratische natiën en de heiligen zal vertreden, ondanks
dat hij nog niet geheel getransformeerd is, eindelijk tevoorschijn
is opgerezen uit zijn schuilplaats en de jacht is begonnen.
Er bestaat zeker een parallel tussen het oude Babylonische koninkrijk
en de toekomstige opkomst van de 8ste koning, in dat beide entiteiten
deel uitmaken van hetzelfde samenstel - in de schrift gesymboliseerd
als een enkelvoudig meerkoppig beest.
In de 5de Eeuw v.G.T. diende de roofzuchtige Babylonische supermacht
als Jehovah's middel voor het straffen van de natiën. Nebukadnezars
niet te stoppen legers gingen als een zwiepende woestijnstorm
over de landen. Vooral Juda en Jeruzalem kwamen in aanmerking
voor Gods oordeel, omdat ze Jehovah voor de natiën beschaamd maakten.
Daarom zegt Jeremia verder: "In die tijd zal tot dit volk en
tot Jeruzalem gezegd worden: "Er is een verschroeiende wind van
de veel betreden paden door de wildernis op de weg naar de dochter
van mijn volk; niet om te wannen, noch om te zuiveren. Ja, de
volle wind komt zelfs van deze tot mij. Nu zal ikzelf ook tegen
hen de oordelen uitspreken. Zie! Als regenwolken zal hij
komen opzetten en zijn wagens zijn als een stormwind. Zijn paarden
zijn sneller dan arenden. Wee ons, want wij zijn met geweld geplunderd!""
Het patroon is gesteld; de teerling is geworpen. Zowel de oude
Babylonische verwoester en het hedendaagse "walgelijke ding
dat verwoesting veroorzaakt," hebben het werk van God gedaan
en zullen dat in de toekomst ook doen, doordat ze Jehovah's volk
plunderen en straffen.
Er bestaat ook een duidelijke parallel tussen de houding die
door de Joodse leiders in Jeremia's tijd aan de dag werd gelegd
en die van het huidige leiderschap van Jehovah's Getuigen. In
Jeremia 2:35 zegt Jehovah bijvoorbeeld: "Maar gij zegt: 'Ik
ben onschuldig gebleven. Waarlijk, zijn toorn heeft zich van mij
afgewend.' Zie, ik ga met u in het gericht omdat gij zegt: 'Ik
heb niet gezondigd.' Waarom neemt gij het als iets zeer onbetekenends
op dat gij uw weg verandert?"
Het Wachttorengenootschap is niet geneigd enige wandaad
of fout toe te geven. De enige uitzondering is dat er wordt toegegeven
dat de vroegere Bijbelonderzoekers het bij een paar zaken bij
het verkeerde eind hadden. Vele Jehovah's Getuigen zijn tot grote
woede gedreven door de dubbele maatstaf die door het Genootschap
wordt gebruikt om zichzelf in dit opzicht in te dekken. Maar,
het valt niet te ontkennen dat de Bijbelinstelling in Brooklyn
nooit zelfs maar een kleine verklaring of verontschuldiging heeft
gegeven voor het feit dat ze vele struikelblokken voor miljoenen
mensen hebben neergelegd. We mogen verwachten dat ware en nederige
dienaren van God de leiding zullen nemen in het zoeken van vergeving
vanuit de hemel en van mensen. In tegenstelling daarmee schrijft
het beleid van het Wachttorengenootschap voor dat elke Jehovah's
Getuige die wellicht wijst op een inconsistentie of die de kleinste
klacht of kritiek uit tegen de organisatie, meestal uitgesloten
wordt. Het Wachttorengenootschap is zelfs zo ver gegaan om te
schrijven dat een Jehovah's Getuige die het in zijn geest
oneens is met hen, zich schuldig maakt aan afvallig denken.
En nog erger, klaarblijkelijk beweert het nieuwe beleid van
het Wachttorengenootschap dat elke Christen die het in zijn hoofd
haalt publiekelijk enig afwijkende mening op te werpen, zichzelf
automatisch heeft teruggetrokken.
Dat betekent dat de gemeente eenvoudig de formaliteit van een
rechterlijk verhoor overslaat. De ontstemde broeder of zuster
wordt zonder vorm van proces uitgesloten - al is "teruggetrokken"
de officiële theocratische terminologie.
Ter contrast, Nikodémus sprak eens in verdediging van Jezus
tegen zijn mede-Farizeeërs, door te zeggen: "Onze wet oordeelt
een mens toch niet zonder hem eerst te hebben gehoord en
te hebben vernomen wat hij doet?" Het lijkt erop dat het Wachttorengenootschap
dezelfde mentaliteit als de Farizeeën heeft aangenomen.
Maar, Nikodémus had gelijk. Iemand zonder verhoor veroordelen
is illegaal. Het gaat compleet in tegen de Mozaïsche Wet,
alsook het apostolische Christendom. Als bewijs daarvan moedigt
Judas ouderlingen aan te trachten de harten van broeders en zusters
te bereiken die gestruikeld zijn. Zelfs wanneer ze serieus de
fout zijn ingegaan, moedigt Judas 22, 23 ouderlingen aan om "voort
[te gaan] barmhartigheid te tonen jegens sommigen die twijfels
hebben; redt hen door hen uit het vuur te rukken. Maar blijft
jegens anderen barmhartigheid tonen, doch doet dit met vrees,
terwijl gij zelfs het onderkleed, dat door het vlees bezoedeld
is, haat."
Maar, in plaats van barmhartigheid te betonen aan degenen in
moeilijkheden, zoals de Bijbel voorschrijft, is het Wachttorengenootschap
genadeloos geweest - zelfs wreed, vooral in de behandeling
van slachtoffers van kindermisbruik. Waar is de eerlijkheid of
rechtvaardigheid te vinden wanneer er officiëel verklaard wordt
dat een broeder of zuster zich vrijwillig heeft teruggetrokken,
wanneer ze dit niet uit eigen beweging hebben gedaan? Het is oneerlijk
en onchristelijk.
De uiteindelijke beschikking in de
zaak van Vicky Boer is de meest recente gruweldaad van het
Wachttorengenootschap. De rechter die oorspronkelijk in het voordeel
van Vicky Boer gesproken heeft en een vergoeding van $5,000 heeft
toegewezen, heeft nu, in wat enkel een grof falen van gerechtigheid
genoemd kan worden, bepaald dat ze de torenhoge wettelijke rekening
van het Wachttorengenootschap moet betalen. We huiveren bij de
gedachte wat er gebeurd zou zijn wanneer Mevr. Boer haar zaak
verloren zou hebben.
Het Wachttorengenootschap wil ons laten geloven dat de Canadese
rechtbank geheel verantwoordelijk is voor de gruwelijke beslissing
die genomen is. Klaarblijkelijk hebben de juristen van het Wachttorengenootschap
echter gezocht naar mogelijkheden om gaten in de Canadese wet
uit te buiten toen ze bij de rechtbank een verzoek indienden voor
restitutie. In een zeldzaam moment van openhartigheid geeft het
bijkantoor in London nu toe (in een brief
van het Genootschap op de Silentlambs' website) dat het Wachttorengenootschap
Mevr. Boer in eerste instantie met $20,000 heeft proberen af te
kopen om haar te laten zwijgen, geld wat afkomstig is uit de schat
van gegeven koninkrijksgelden.
Het Wachttorengenootschap zou op zijn minst een cheque van $5,000
moeten uitschrijven aan Mevr. Boer en het goedgunstig daarbij
laten. Ze hoeven de beslissing van de rechtbank niet op
te volgen. Maar, kennelijk heeft het Wachttorengenootschap de
intentie om het in de rechtbank toegekende geld tot de laatste
cent te innen.
Het 3de hoofdstuk van Micha stelt een onderzoekende vraag aan
de leiders van Jehovah's volk die passend is om hier te beschouwen.
Micha 3:1 vraagt: "Hoort alstublieft, gij hoofden van Jakob
en gij aanvoerders van het huis van Israël. Is het niet aan u
gerechtigheid te kennen?"
Ja, waar is de gerechtigheid wanneer de grote bronnen van een
miljoenencorporatie worden gebruikt om de reeds getraumatiseerde
slachtoffers van kindermisbruik te vertrappen? Met geen mogelijkheid
kan dit gekwalificeerd worden als zorgen voor weduwen en wezen
in hun tijden van nood.
Waar is de gerechtigheid in demonisering en uitsluiting van
personen die reeds lange tijd Jehovah's Getuigen zijn en die opkomen
voor gerechtigheid en advocaten worden van slachtoffers van misbruik?
Waar is de gerechtigheid wanneer broeders en zusters wordt geweigerd
aanwezig te zijn bij een gerechtelijk verhoor en in plaats van
in het recht van beroep te voorzien, eenvoudig een stempel op
hun dossier te drukken: Teruggetrokken?
Een vertegenwoordiger van Jehovah God zijn is een zeer zware
verantwoordelijkheid. Jehovah verwacht dat zijn herders de kudde
met tederheid behandelen - niet met wreedheid. Jehovah verwacht
dat degenen naar wie door zijn volk opgekeken wordt voor leiding,
zijn eigen liefde en mededogen weerspiegelen - geen harteloosheid
en meedogenloosheid. Jehovah verwacht dat de leiders van zijn
volk de leerstellingen van Christus volgen door vergevensgezind
te zijn; vlug te zijn om iets extra's te doen om zaken met anderen
recht te zetten.
Jehovah's visioen voorziet echter wat anders dan het mededogen
van Christus. De teerhartige Jehovah spreekt door middel van Micha
verder tot de leiders van zijn volk, zeggende: "Gij die het
goede haat en het kwade liefhebt, die de mensen hun huid aftrekt
en hun organisme van hun beenderen; gij die ook het organisme
van mijn volk hebt gegeten en hun zelfs de huid hebt afgestroopt
en zelfs hun beenderen hebt stukgeslagen en hen hebt verbrijzeld
als dat wat in een pot met wijde opening zit en als vlees midden
in een kookpot."
In de zaak van Vicky Boer, en helaas ook vele anderen, heeft
het Wachttorengenootschap haar spreekwoordelijke volle pond gehad,
zoals ook de profeet van Jehovah beeldend beschrijft.
Micha 3:5 is zelfs nog vernietigender in zijn veroordeling.
Er staat: "Dit heeft Jehovah gezegd tegen de profeten die mijn
volk doen dolen, die met hun tanden bijten en die werkelijk uitroepen:
'Vrede!'; die, wanneer iemand niet iets in hun mond stopt, ook
werkelijk de oorlog tegen hem heiligen."
We zitten er niet ver naast wanneer we zeggen dat het Wachttorengenootschap
oorlog tegen Mevr. Boer geheiligd heeft en dat ze zichzelf kunnen
feliciteren met hun klinkende overwinningsveldtocht. Evenzo kan
elke Jehovah's Getuigen die niet op aanbiddende toon over het
Genootschap spreekt grote problemen van bovenaf verwachten.
Zoals de profetie ook vermeldt, hebben de organisatorische profeten
en visionairs ook veroorzaakt dat Jehovah's Getuigen van het pad
zijn "gedoold," doordat ze grote gedeelten van profetie toepassen
op óf de periode van 1914-1919 óf de Christenheid. Vanwege de
misleidende interpretaties van het Wachttorengenootschap, bezitten
Jehovah's Getuigen geen Schriftuurlijke basis om enig soort van
oordeel van God te verwachten bij de feitelijke aankomst van Christus.
Het toneel waarop Micha 3:6, 7 in vervulling kan gaan, is nu gereed.
Daar staat: "Daarom zult gijlieden nacht hebben, zodat er geen
visioen zal zijn; en duisternis zult gij hebben, zodat gij geen
waarzeggerij zult beoefenen. En de zon zal stellig ondergaan over
de profeten, en de dag moet donker worden over hen. En de visionairs
zullen beschaamd moeten worden, en de waarzeggers zullen stellig
teleurgesteld worden. En zij zullen de snor moeten bedekken, zij
allen, omdat er geen antwoord van God komt."
De institutionele visionairs en profeten die, samen met andere
zaken, hardnekkig volhouden dat Christus is teruggekeerd in 1914
en dat het wilde beest toen opleefde na zijn voorzegde doodsslag,
zullen uiteindelijk verantwoording moeten afleggen voor de zich
ontvouwende realiteit waarbij zij niet de mogelijkheid hebben
er een bepaalde draai aan te geven. De gerechtigheid van Jehovah
vereist dat degenen die in zijn naam leugens spreken in het openbaar
vernedered moeten worden.
(Het is interessant dat de berekeningen van de zeven tijden oorspronkelijk
verbonden waren aan spiritistische piramidologie, wat natuurlijk
reeds lang geleden verworpen is. Echter, zelfs het verbinden van
Christus' wederkomst aan Bijbelse chronologie is afhankelijk van
buiten-bijbelse bronnen, zoals astrologische dateringen en Babylonische
spijkerschrifttabletten. Wat Jehovah betreft staat de poging om
dingen die niet te voorzien zijn door middel van zulke handigheidjes
toch proberen te voorzien, gelijk aan waarzeggerij - zoals het
bovenstaande vers beschrijft.)
In afgelopen jaren heeft het Wachttorengenootschap zonder twijfel
gedemonstreerd dat het geen enkele intentie heeft de onredelijke
interpretaties van profetieën te herzien en zodoende meer op één
lijn met de waarheid te komen. Integendeel, de organisatie lijkt
zich vooral bezig te houden met de stabiliteit en financiële welvaart
van de organisatie. Micha 3:11 beschrijft deze houding
en laat ook Jeremia's profetie weerklinken, in dat de leiders
van Gods volk aannemen dat ze de zegen van de hemel hebben en
boven Gods oordeel staan. Het vers luidt: "Haar eigen hoofden
spreken recht louter om steekpenningen, en haar eigen priesters
onderrichten alleen om een prijs, en haar eigen profeten beoefenen
waarzeggerij enkel om geld; toch blijven zij op Jehovah steunen
en zeggen: "Is Jehovah niet in ons midden? Ons zal geen rampspoed
overkomen.""
Nu, om onszelf beter te situeren in verband met de vervulling
van deze veroordelingen, beschouw de context waarin de profetie
is geschreven eens. Wanneer we vanaf het bovenstaande vers twee
verzen verder kijken, zegt Micha 4:1: "En het moet geschieden
in het laatst der dagen dat de berg van het huis van Jehovah stevig
bevestigd zal worden boven de top der bergen, en hij zal stellig
verheven worden boven de heuvels; en daarheen moeten volken stromen.
En vele natiën zullen stellig heengaan en zeggen: "Komt, en laten
wij opgaan naar de berg van Jehovah en naar het huis van de God
van Jakob; en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en
wij willen zijn paden bewandelen.""
Het genootschap leert dat "het laatst der dagen" in 1914
begon en dat het op een berg gelijkende koninkrijk van God sinds
die tijd prominenter is geworden dat alle andere op bergen gelijkende
instellingen. Maar, is dat werkelijk zo? Op welke wijze is Gods
koninkrijk verheven boven al het andere op aarde? Is enkel het
feit dat enkele miljoenen mensen zijn gaan geloven dat Christus
in 1914 terugkeerde een vervulling van de profetie? Dat is niet
redelijk. Andere religies ervaren ook een snelle groei. De religie
van de Mormonen is naar men zegt de snelst groeiende "Christelijke"
religie in de wereld. De Islam is de snelst groeiende religie.
Op welke wijze is de aanbidding van Jehovah daarom belangrijker
geworden dan die religies? Het is duidelijk dat dit niet het geval
is. Enkel beweren dat de lucht groen is terwijl hij blauw is,
maakt nog niet dat hij ook werkelijk groen is.
Verder zegt het zo vaak geciteerde 3de vers van Micha's profetie:
"Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van Jehovah
uit Jeruzalem. En hij zal stellig rechtspreken onder vele volken
en de zaken rechtzetten met betrekking tot verre, machtige natiën.
En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun
speren tot snoeimessen. Zij zullen, natie tegen natie, geen zwaard
opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren. En zij zullen
werkelijk ieder onder hun wijnstok en onder hun vijgeboom zitten,
en er zal niemand zijn die hen doet beven; want het is de mond
van Jehovah der legerscharen die het heeft gesproken."
Op dit moment in de geschiedenis worden de natiën door een handjevol,
door demonen bestuurde mannen, gemanipuleerd tot een botsing der
beschavingen en een Derde Wereldoorlog. Op geen enkel ander tijdstip
in de geschiedenis hebben we het zo hard nodig dat Jehovah God
ingrijpt met zijn oordeel om de zaken recht te zetten. Maar, wil
enkel het feit dat Jehovah's Getuigen weigeren in oorlog te gaan
zeggen dat God de zaken onder de natiën eindelijk heeft rechtgezet?
Heeft het feit dat wij de kunst van het oorlog voeren niet leren
ervoor gezorgd dat er vrede is in deze door oorlog verwoeste wereld?
En heeft het feit dat onze dienstplichtige jonge mannen hebben
geweigerd in dienst te gaan de wereld veiliger gemaakt? Betekent
de beoefening van vrede door Jehovah's Getuigen dat we niet hoeven
te beven bij de nu opdoemende vooruitzichten van angstwekkende
nucleaire oorlogsvoering? Het antwoord op die vragen is uiteraard
nee.
Het laatst der dagen, de tijd waarin de profetie in vervulling
zal gaan, moet parallel lopen aan dezelfde periode die we kennen
als de tijd
van het einde, wat bewezen de periode van verdrukking is.
Gods oordelen die ervoor zorgen dat de natiën stoppen met oorlog
voeren, zodat mensen in volledige veiligheid wonen, zijn op geen
enkele wijze reeds realiteit geworden. De enige keer dat de profetie
mogelijkerwijs bewaarheid kan worden, is gedurende de holocaust
van de verdrukking. Micha's vredesprofetie kan alleen betekenis
hebben in het geval van Gods ingrijpende en diepgaande tussenkomst
gedurende een oorlog die vernietiging over de gehele planeet dreigt
te brengen.
Dat is goed nieuws, omdat wij, die zich bewust zijn van zoveel
zaken die Gods dringende aandacht vereisen binnen onze Christelijke
organisatie, niet langer hoeven te veronderstellen dat zijn oordelen
reeds hebben plaatsgevonden.
Het best mogelijke nieuws voor degenen wiens flikkerend geloof
niet geheel en al vernietigd is door twijfel, is dat onze hoop
en ons geloof in Jehovah niet aangepast hoeft te zijn aan de hoofdbrekende
versie van de realiteit van het Wachttorengenootschap. Volgens
de Bijbels eigen definitie van geloof in Hebreeën 11:1, waar staat:
"Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt
gehoopt, de duidelijke demonstratie van werkelijkheden die echter
niet worden gezien;" bestaat de duidelijke demonstratie van
werkelijkheden die ons geloof ons laat zien hieruit, dat de kritieke
fase is bereikt, zowel in wereldgebeurtenissen als binnen de organisatie,
wat past binnen het bijbelse patroon waarin Jehovah's ingrijpen
om de zaken werkelijk recht te zetten wordt beschreven.
|