Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

1 December 2003

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Commentaar
Download Commentaar *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com




Het commentaar van deze week is gewijd aan vragen betreffende de bloedkwestie.

 

 


Want het heeft de heilige geest en ons goedgedacht U geen verdere last toe te voegen dan deze noodzakelijke dingen: U te blijven onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij.

Indien gij U nauwlettend voor deze dingen wacht, zal het U goed gaan.

Wij wensen U een goede gezondheid toe!"

- Handelingen 15:28, 29 -

 

Als het consumeren van bloed een hoofdzonde was, waarom werden Sauls mannen dan niet terechtgesteld toen zij niet alleen het vlees, maar ook tot het eten van bloed vervielen? (1 Sam. 14:31-35)


De bijbel vertelt niet waarom. Natuurlijk handelde Saul ondoordacht door zijn mannen het bevel te geven dat zij niet mochten eten totdat hun vijanden waren verslagen. Jehovah had het vijandelijke kamp al in verwarring gebracht, maar toch vertrouwde Saul ongelovig op de kracht van mensen. Ironisch genoeg had dat het omgekeerde effect en zijn dwaze bevel deed zijn mannen onnodig in een zeer gevaarlijke situatie belanden, doordat hun kracht en uithoudingsvermogen gedurende een hele dag durende slag met de Filistijnen in gevaar werd gebracht. Het resultaat was dat de uitgehongerde strijdende mannen, toen zij de buit van de vijand aantroffen, niet de tijd namen de dieren fatsoenlijk te laten uitbloeden.

Er staat: "En op die dag bleven zij de Filistijnen neerslaan, van Michmas tot Ajalon toe, en het volk werd zeer vermoeid. En het volk wierp zich nu gulzig op de buit en nam schapen en runderen en kalveren en slachtte ze op de aarde, en het volk ging het vlees eten met het bloed."

We kunnen ons echter afvragen als de Wet zou zijn toegepast, wie had dan de uitgehongerde soldaten ter dood gebracht: Saul? Hij had waarschijnlijk een oproer gehad als hij ze volgens de wet had proberen te straffen. Hij was degene die er in de eerste plaats verantwoordelijk voor was dat zij in die situatie beland waren. Maar het verslag zegt op geen enkele manier hoe Jehovah de zaak beoordeelde. Het verslag erkent echter wel dat de mannen zondigden tegen God door het vlees met het bloed te eten. Toch kunnen we, doordat Jehovah geen rechterlijke beslissing uitbracht in deze specifieke zaak, dit verslag niet gebruiken als één of andere wettig precedent om Gods wet ten aanzien van bloed in een noodsituatie opzij te schuiven.



Aangezien een Israeliet een niet uitgebloed dier, dat een natuurlijke dood was gestorven, mocht eten wanneer dat noodzakelijk was (Zie Lev. 17:15) en dit alleen in ceremoniële onreinheid resulteerde die baden en het wassen van de kleding vereiste, waarom stelt het Wachttorengenootschap dan dat we degenen die een bloedtransfusie aanvaarden om het leven te redden, moeten uitsluiten?


In dat gedeelte van de wet staat het volgende: "Wat enige man betreft van de zonen van Israël of een inwonende vreemdeling die in uw midden vertoeft, die tijdens het jagen een wild dier of gevogelte vangt dat gegeten mag worden, die moet in dat geval het bloed daarvan uitgieten en dat met stof bedekken. Want de ziel van elke soort van vlees is zijn bloed door de ziel die erin is. Dientengevolge heb ik tot de zonen van Israël gezegd: "Gij moogt het bloed van geen enkele soort van vlees eten, want de ziel van elke soort van vlees is zijn bloed. Een ieder die het eet, zal worden afgesneden." Wat enige ziel betreft die een lichaam dat reeds dood is of iets wat door een wild dier verscheurd is, eet - hetzij ingeborene of inwonende vreemdeling - die moet in dat geval zijn kleren wassen en zich in water baden en tot de avond onrein zijn; en hij moet rein zijn. Maar indien hij ze niet zal wassen en zijn vlees niet zal baden, dan moet hij de verantwoordelijkheid voor zijn dwaling dragen."

In het geval van op natuurlijke wijze gestorven of door een wild beest gedode dieren, maakte Jehovah een uitzondering op zijn eigen Wet. Dus, bijvoorbeeld, zeg dat een herder één van zijn schapen verloor door een wolf, maar de wolf doodde het schaap alleen maar en verzwolg het niet: Jehovah stond dan toe dat dat dier als voedsel diende voor de herder, ook al was het niet mogelijk geweest het dier afdoende te laten uitbloeden en het bloed met stof te bedekken. Vooropgesteld dat hij naderhand zichzelf en zijn kleren baadde, werd de man niet voor schuldig gehouden. Als de man echter naderhand niet baadde zou hij voor God bloedschuld hebben.

Jehovah was dus redelijk en plaatste niet de waarde van een dier boven de behoeften van mensen. Op dezelfde manier erkende Jezus onze waarde in relatie tot het dierenrijk toe hij zei: "U bent meer waard dan vele mussen." Toch, zelfs waneer het werd toegestaan dat een onuitgebloed dier gegeten werd (vooropgesteld dat het niet mogelijk was een reeds dood karkas uit te laten bloeden), verlangde God van de persoon dat hij de schuld ten aanzien van de Levengever erkende door naderhand te baden. In plaats van Gods Wet, waarin stond dat het bloed uitgegoten moest worden, te verzwakken, versterkte het de verplichting van de Hebreeën Jehovah's eigendomsrecht op het leven en bloed van iedere ziel te erkennen.

Sommigen zijn geneigd dit principe toe te passen als een middel om de apostolische verordening "zich van bloed te onthouden" geheel te ontkrachten, alsof het geen enkele invloed heeft op het medisch gebruik van bloed. Doet dat echter recht aan de uitzondering die Jehovah in de Mozaïsche Wet maakte? Meer nog, waardeert dit de geest van de christelijke wet die zegt "je van bloed te onthouden"? Redelijkerwijs volgt de benadering die Jehovah's Getuigen hebben ten aanzien van de vele verschillende vormen van bloedtransfusie dichter de geest die in de oude Israëlische Wet wordt belichaamd.

Onze zienswijze is dat bloed en zijn hoofdbestanddelen onder geen enkele omstandigheid zouden moeten worden getransfuseerd. Maar we staan ieders individueel geweten toe zaken te overwegen met betrekking tot medische procedures waarbij derivaten van deze bestanddelen worden gebruikt. In essentie belichaamt onze benadering de uitzondering die Jehovah in de Wet heeft gemaakt.

Net als de Hebreeuwse man, die een onuitgebloed dier at, zijn onreinheid voor God moest erkennen en anders ter dood gebracht diende te worden, is ons doel de Levengever te eren die al lang geleden het bloed van iedere ziel opeiste, zonder daarbij terzelfder tijd toe te staan dat Farizees fanatisme en dogmatisme het leven dat Jehovah zo'n hoge waarde toekent, devalueert. Zeker, het is niet altijd makkelijk aan God te refereren en onze persoonlijke belangen in evenwicht met hem te brengen. Maar Jehovah's Getuigen proberen het tenminste.



Aangezien het vereiste dat bloed moet worden uitgegoten dat ligt opgesloten in de Mozaïsche Wet niet wordt herhaald in de Griekse Geschriften en aangezien Christenen niet onder de Mozaïsche Wet staan, waarom zou het dan verkeerd zijn je eigen bloed op te slaan voor een operatie?


Je vergist je. De apostelen sloten specifiek in hun verordening het bevel in zich te onthouden "van wat is verstikt." Wanneer een dier was verstikt kon het niet, overeenkomstig de Joodse Wet, voldoende zijn uitgebloed. Meer nog, de apostelen erkenden dat deze voorschriften uit de Mozaïsche Wet kwamen. Handelingen 15:19-21 zegt: "Daarom is mijn beslissing om degenen uit de natiën die zich tot God keren, niet lastig te vallen, maar hun te schrijven zich te onthouden van dingen die door afgoden zijn bezoedeld en van hoererij en van het verstikte en van bloed. Want van oudsher heeft Mozes in stad na stad mensen gehad die hem prediken, omdat hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen."

Vanzelfsprekend was de Mozaïsche Wet van toepassing op dierlijk bloed dat moest worden uitgegoten. Maar lang voor de Wet tot bestaan kwam eiste God het bloed van zowel ieder mens als dier op. In Genesis 9:4-5 zegt God: "Alleen vlees met zijn ziel - zijn bloed - moogt gij niet eten. En bovendien zal ik uw bloed van uw zielen terugeisen. Van de hand van elk levend schepsel zal ik het terugeisen; en van de hand van de mens, van de hand van een ieder die zijn broeder is, zal ik de ziel van de mens terugeisen."

Aangezien Noach de voorvader van alle tegenwoordig levende personen is en zijn bloed de bron van ons bloed was, is het verbond dat God met hem sloot na de vloed bindend voor de hele mensheid. Jehovah is de eigenaar van ons leven. En aangezien het bloed in onze aderen datgene is wat ons leven onderhoud zolang we leven, eist Jehovah specifiek het bloed van iedere levende ziel op.

In de Tuin van Eden eiste Jehovah het alleenrecht op een zeer bijzondere boom in de tuin op - de boom der kennis van goed en kwaad. Het resultaat van het eten van de verboden vrucht van die boom door Adam en Eva is welbekend. In de kern der zaak werden Adam en Eva fruitdieven. Ze namen en aten van iets wat niet hun eigendom was. Jehovah's Getuigen geloven dat, aangezien God specifiek ons bloed opeist, en het in zichzelf evident is dat hij ons ons bloed onder voorwaarde geeft, het daarom ongepast is iets wat niet echt van onszelf is te geven of zelfs op te slaan voor toekomstig gebruik.



Jezus was bereid op de Sabbat wonderen te verrichten om levens te redden of gewoon de zieken te genezen en hij veroordeelde de vrouw die aan een bloedvloeiing leed niet voor het aanraken van hem waarmee ze hem ceremonieel onrein maakte. Eerder veroordeelde hij de Farizeeën wegens hun Talmoedische zienswijze. Zou Jezus niet een uitzondering maken op een dieetregel?


In de eerste plaats zette Jezus niet Gods Sabbatwet aan de kant. Hij negeerde eenvoudig de Farizeese tradities die valselijk aan de Sabbat waren gehecht. In de tweede plaats was Gods verbod op het eten van bloed niet slechts een "dieetregel". Dat blijkt duidelijk uit het feit dat in het 11de hoofdstuk van Leviticus, waar God talrijke dieetregels uiteenzette zoals welke dieren wel en niet konden worden gegeten, bloed in die context niet eens wordt genoemd. In plaats daarvan wordt Gods wet tegen het eten van bloed in het 17de hoofdstuk van Leviticus in samenhang met dierlijke slachtoffers genoemd.

Als verder een Israëliet de wet overtrad door een dier, vis of vogel, die onder de wet als onrein werd beschouwd, te eten of aan te raken, dan was hij of zij eenvoudig onrein tot de avond. Dat gaat echter niet op voor de persoon die bloed at. Zij werden niet slechts als tot de avond ceremonieel onrein beschouwd - zij moesten ter dood worden gebracht. God stelde het eten van bloed buiten de wet, niet omdat in zijn ogen onrein was, zoals sommig soorten vogels, maar omdat het bloed voor Jehovah heilig is.

Er werd tevens in een visioen aan Petrus getoond dat God rein had verklaard wat vroeger onrein werd beschouwd. Petrus en de andere apostelen wisten dus dat God niet langer de dieetregels van de Mozaïsche Wet op de Christelijke gemeente toepaste. Maar dat wetende, maakte het apostolische gebod duidelijk dat het onthouden van bloed nog steeds één van de "noodzakelijke dingen" was die voor Christenen nog steeds bindend waren, ook al waren de talrijke voedselbeperkingen van de Wet van Mozes dat niet meer. Het is dus verkeerd om te beweren dat Gods wet ten aanzien van bloed slechts een dieetregel was en is.

Gezien het voorbeeld dat Jezus stelde zouden we er goed aan doen ons te herinneren dat, terwijl hij het onbarmhartige Talmoedische gedrag van de Farizeeën veroordeelde, hij nooit Gods wet ontkrachtte. Jezus leerde ons dat gehoorzaamheid aan God belangrijker is dan het leven zelf. De zoon van God legde het beginsel neer dat hij die zijn ziel zoekt te redden (waarschijnlijk door zijn geloof geweld aan te doen), hem zou verliezen, maar hij die zijn ziel verliest ten behoeve van Christus, hem zou redden. Jezus bracht wat hij leerde in praktijk toen hij zijn eigen leven gaf om Gods wil te volbrengen.

Maar je vraag komt er op neer dat het Wachttorengenootschap geen respect voor menselijk leven toont door Jehovah's Getuigen er ongevoelig van te weerhouden een potentieel levenreddende behandeling te ontvangen. Dat is verkeerd. Eén ding moge duidelijk zijn, een bloedtransfusie nemen is geen garantie op leven, noch betekent het weigeren van bloed een zekere dood - zoals velen naïef genoeg geloven. Veel onfortuinlijke zielen hebben hun leven verloren door een vermeend levenreddende transfusie te nemen, alleen om een fatale hemolitische reactie te krijgen of een of andere afschuwelijk ziekte op te lopen. Aan de andere kant hebben vele Jehovah's Getuigen, ondanks de ernstige waarschuwingen en voorspellingen van doktoren, transfusie geweigerd en maken het heel goed.

Behalve dat heeft het Wachttorengenootschap verantwoordelijk gehandeld door heel ver te gaan in het onderwijzen van doktoren en medisch personeel wat betreft aanvaardbare alternatieven voor Jehovah's Getuigen die een behandeling nodig hebben. In de meeste grote steden met groepen Jehovah's Getuigen heeft het Wachttorengenootschap geschikte ouderlingen ondersteund en opgeleid tot wat bekend staat als Ziekenhuiscomité's. Er zijn talrijke seminars over de hele wereld gehouden ten einde confrontaties in de bloedkwestie tot een minimum te beperken. Als resutaat van het voortschrijdende werk van de Ziekenhuiscomité's zijn nu meer dan 90.000 doktoren en ander medisch personeel meer dan bereid met Jehovah's Getuigen samen te werken. En niet alleen dat, maar er zijn nu ongeveer 80 medische centra over de wereld waar bloedloze medicatie en operaties worden uitgevoerd.

Jehovah's Getuigen kunnen trots zijn op het feit dat het Wachttorengenootschap het instrument is geweest waardoor operaties zonder bloed en andere bloedloze therapieën aanvaardbare alternatieven zijn geworden, niet alleen voor Jehovah's Getuigen maar ook tot het welzijn van anderen. Hier staat een link naar een website, die de bijdrage die de Getuigen hebben geleverd tot het acceptabeler maken van bloedloze alternatieven voor het grote publiek, bevestigt. Dus de beschuldiging of suggestie dat het Wachttorengenootschap op een of andere manier onzorgvuldig of onachtzaam in deze zaken is geweest, is absoluut niet waar.



Hoe kan het Wachttorengenootschap de vermaning "geen vlees te ETEN wat aan afgoden ten slachtoffer is gebracht" als het symbool van de grotere kwestie "Afgoderij" en niet als een voedselregel bezien? Terwijl zij tegelijkertijd "zich onthouden van het ETEN van bloed" als een letterlijke voedselregel beziet en niet als een symbool van de grotere kwestie van "Heiligheid van het Leven"? Hoe kan zij zo'n drastisch verschil in zienswijze hebben, terwijl de twee voedselregels in dezelfde zin en vers van de bijbel staan? (Hand. 15:29)


Je vergist je. De apostelen zeiden niet dat Christenen zich moesten "onthouden van het eten van bloed." Ze zeiden eenvoudig: "onthoud u van bloed." Nogmaals, de apostelen legden Christenen geen voedselregel op.


Zou het ontzeggen van een medische behandeling aan je kind, wanneer de dood het alternatief is, je verantwoordelijk voor de dood maken?


De uitdrukking dat Jehovah's Getuigen, die ouders zijn, hun kind een "medische behandeling" onthouden, is verkeerd. Er is een uitgebreide serie effectieve behandelingen zonder bloed, die in de meeste gevallen acceptabel zijn.


Als een bloedtransfusie in essentie een orgaantransplantatie is, hoe kan het dan worden bezien als "het eten van bloed," aangezien er geen spijsverterings- of voedingswaarde uit voortspruit? Kan het tegelijkertijd een orgaantransplantatie en een maaltijd zijn?


Het maakt niet uit hoe jij verkiest een bloedtransfusie te classificeren, of het nu wordt beschouwd als een of andere orgaantransplantatie of wat dan ook; het bijbelse gebod is tamelijk ondubbelzinnig - onthoud u van bloed.


Als het opslaan van bloed voor een autologe transfusie verkeerd is, waarom staat het Wachttorengenootschap dan wel het gebruik van verscheidene bloedcomponenten toe die moeten worden gedoneerd en opgeslagen voordat ze door Jehovah's Getuigen kunnen worden gebruikt?


Het is niet echt juist te zeggen dat het Wachttorengenootschap verscheidene bloedcomponenten toestaat. Het standpunt van het Wachttorengenootschap is dat het gebruik van bloedfracties een gewetenszaak is. Het is beter te zeggen dat sommige Jehovah's Getuigen zichzelf toestaan bloedfracties te gebruiken. Daarentegen denken anderen dat dat niet juist is. Het is aan een ieder dit voor de ogen van God te beslissen. Dit is het correcte standpunt en in overeenstemming met het in de bijbel opgenomen precedent dat het eten van vlees, dat aan afgoden ten slachtoffer is gebracht, behandelt.

Zoals je weet zegt de apostolische verordening die christenen zegt zich van bloed te onthouden ook zich te "onthouden van dingen die door afgoden verontreinigd zijn." Dat zou er op lijken dat het christenen verboden wordt enig soort van voedsel dat aan afgoden is geslachtofferd te eten. Echter, toen Paulus aan de Korinthiërs schreef, beredeneerde hij dat het Christenen is toegestaan voedsel dat aan afgoden is geslachtofferd te eten, zolang de christenen maar niet rechtstreeks deelnamen aan het afgodische offer. Uiteindelijk stelt de afgod niets voor. Alles is sowieso van Jehovah, beredeneerde Paulus, en christenen die dank aan Jehovah zeiden konden met een rein geweten voor Jehovah alle voedsel eten.

In het 10de hoofdstuk van 1 Korinthiërs verklaart Paulus verder hoe gewetenszaken in die kwestie in het geding zijn, als hij schrijft: "Blijft alles eten wat op een vleesmarkt wordt verkocht, zonder vanwege uw geweten navraag te doen, want "de aarde en dat wat haar vult, behoort Jehovah toe". Indien iemand van de ongelovigen u uitnodigt en gij wenst te gaan, eet dan alles wat u wordt voorgezet, zonder vanwege uw geweten navraag te doen. Maar zou iemand tot u zeggen: "Dit is iets wat ten offer is gebracht", eet dan niet ter wille van degene die het heeft onthuld en vanwege het geweten."

De situatie die Paulus beschreef is niet anders dan de kwestie in verband met het nemen van bloedfracties wat sommige Jehovah's Getuigen tegenwoordig doen. In het geval van op de markt verkocht vlees dat op iemands eettafel belandt en waar u misschien voor een maal bent uitgenodigd, zou volgens de apostel een redelijke christen er geen kwestie van moeten maken of het vlees al dan niet als slachtoffer aan een afgod was geofferd. Klaarblijkelijk was het vlees verscheidene stappen verwijderd van de daadwerkelijke afgodische ceremonie - dus waarom zou je er een punt van maken? Waar het om gaat is: De eter offerde dat dier niet aan een valse god en had de vrijheid het met een goed geweten te eten.

Hetzelfde principe zou van toepassing kunnen zijn op degenen die de keus zouden kunnen maken gebruik te maken van derivaten van gedoneerd bloed. De bloeddonatie zelf zou met het daadwerkelijke dierlijke offer kunnen worden vergeleken. Naderhand gaat het bloed door een industrieel proces waar het wordt opgedeeld in zijn samenstellende delen en hun derivaten en op dat punt bereiken de talrijke onderdelen "de markt." Op welk punt lijken de fracties echter niet meer op het bloed waaraan ze zijn onttrokken en afgeleid? Het Wachttorengenootschap heeft een lijst van hoofdbestanddelen die volbloed vormen gemaakt. Dat is redelijk. Sommige Jehovah's Getuigen hebben echter beredeneerd dat kleinere componenten, zogenoemde derivaten, onherkenbaar zijn ten opzichte van het bloed van de oorspronkelijke persoon uit wiens aderen het was verwijderd; en net als met het dierlijke slachtoffer dat op iemands eettafel terechtkomt, doen zij, om het zo maar eens te zeggen, geen navraag naar de donor. In andere woorden: Het is een zaak die ieder christelijk geweten voor zichzelf moet oplossen - net zoals met de kwestie van slachtoffervlees uit de eerste eeuw.

Zaken van het geweten kunnen echter voor onrijpe christenen erg moeilijk zijn om mee om te gaan. Zoals Paulus verder redeneerde, al hadden rijpe christenen de autoriteit te eten wat zij wilden, dan nog moesten zij het geweten van anderen, die niet zo sterk in hun geloof waren, onzien. Het gevaar bestond dat sommige zwakke chrisenen, die de "sterke" broeder dergelijk voedsel zagen eten, misleid zouden kunnen worden deel te nemen en hun eigen geweten geweld aan te doen - dat ze dachten een zonde te begaan, maar dat het wel goed zat. Anderen zouden kunnen worden aangemoedigd daadwerkelijk aan een afgodische ceremonie deel te nemen.

Dus het probleem is dat sommige Jehovah's Getuigen deze gewichtige kwesties niet begrijpen. Sommigen zouden kunnen redeneren dat aangezien het 'OK is' bloedderivaten te nemen, waarom dan niet het doneren, opslaan of nemen van volbloedtransfusies? Dat zou net zo zijn als wanneer een christen uit de 1ste eeuw redeneerde dat aangezien Paulus zei dat het 'OK was' het geslachtofferde vlees te eten, ze net zo goed in een heidense tempel een stier aan Zeus konden gaan offeren. Zoals Paulus aangaf in het 8ste hoofdstuk van 1 Korinthiërs ligt het probleem in het gebrek aan kennis van de zijde van degenen die zwak in het geloof zijn.



Waarop baseert het Wachttorengenootschap het gebruik van uitdrukkingen als "leven verlengend" of "aanvaarden" met betrekking tot het accepteren van een bloedtransfusie als deze woorden niet eens in de bijbel voorkomen?


Het Wachttorengenootschap gebruikt een heleboel uitdrukkingen die nergens in de bijbel voorkomen. De uitdrukking "atoombom" komt bijvoorbeeld niet in de bijbel voor. Dus?


Wat betekent de uitdrukking "onthouden van bloed" (Zie Hand. 15:29) nu echt? Wat blijkt uit de context?


Het woordenboek definieert onthouden van als 'je ervan weerhouden iets te doen'. Zoals aangegeven in een van de vorige vragen zou het zich onthouden van dingen die aan afgoden zijn geofferd echter voor een christen niet noodzakelijkerwijs betekenen dat hij geen vlees zou mogen eten dat uit de afgodische omgeving is verwijderd. Echter in dezelfde context zegt de apostel zich 'te onthouden van hoererij'. Er is geen relativisme in verband met hoererij. Paulus schreef dat er van Gods zijde "geen ruimte" is voor enige vorm van sexuele onreinheid van de zijde van zijn dienaren. Dus "onthouden van" kan wel of niet absoluut zijn. In het geval van hoererij - ja, absolute onthouding is vereist. In het geval van voedsel dat aan afgoden is geofferd en klaarblijkelijk kwesties die gerelateerd zijn aan het moderne gebruik van bloed, zijn de zaken echter niet zo duidelijk en absoluut.


Waarom overdrijft het Wachttorengenootschap de risico's van bloedtransfusies en doen zij het voorkomen alsof het altijd slechte medicatie is, terwijl bijna alle ter zake kundigen het hier niet mee eens zijn?


Dat is een oneigenlijke manier van redeneren die inspeelt op het zogenaamde bandwagon-effect. Deze manier van redeneren wordt ook wel "de autoriteit van de meerderheid" genoemd. Om die redenatie te illustreren: De hele geestelijkheid van de christenheid is het er over eens dat Jezus een deel van de drieëenheid is. Maar maakt die bijna unanieme afspraak van de geestelijkheid die doctrine waar? Maakt alleen de mening van honderden miljoenen aanbidders, van wie de wens de vader van de gedachte is, de drieëenheid waar? Natuurlijk niet. Net zo maakt het, omdat de medische stand zegt dat bloed veilig is, nog niet dat dat zo is. De waarheid is dat het nemen van een transfusie een riskante zaak is. Dat wordt bewezen door het feit dat ziekenhuizen gewoonlijk van een patient verlangen dat hij een verklaring ondertekent waarin hij het ziekenhuis en de medische staf van aansprakelijkheid ontslaat in het geval dat een bloedtransfusie schade toebrengt aan de patient. Het lijkt er niet op dat het Wachttorengenootschap de risico's heeft overschat. Aan de andere kant, meer dan al het andere, lijken de bewijzen aan te tonen dat de bloedindustrie vele van de aan bloed klevende risico's hebben afgezwakt.

Wij moeten niet naief zijn. Bloed is handel. Het is een commerciële handel met gevestigde belangen in het bevorderen van het gebruik van het product dat zij verkopen. Er wordt geschat dat over een paar jaar de bloedindustrie een wereldwijde onderneming is, goed voor 8 miljard dollar per jaar. De website bloodbook.com schat dat, vergeleken met de 25 dollar voor een vat olie, en vat plasma wel 90.000 dollar en veel meer kan doen, afhankelijk van hoe het is geraffineerd. In tegenspraak met de populaire opvatting komt het meeste bloed niet van vrijwillige donoren die hun mouw opstropen in de bloedmobiel. In plaats daarvan komt het van betaalde donoren. Velen daarvan zijn onveranderlijk de mislukte onfortuinlijken, die door hun wanhopige omstandigheden gedwongen zijn letterlijk hun ziel te verkopen - per halve liter. Het is welbekend dat een hoog percentage van de betaalde donoren drugsgebruikers zijn, alcholisten en zieke individuen. Dat is niet bepaald een gezonde bron voor een verondersteld levenreddend gezondheidselixer.

Enkele van de gevaren die aan besmet bloed kleven zijn al net zo bekend. Voor er bijvoorbeeld screeningtechnieken werden gebruikt werden op een zeker moment 60% van alle hemofiliepatienten die een transfusie hadden ondergaan door transfusiebloed geïnfecteerd met AIDS. Sommige sterfgevallen doen zich voor als resultaat van een hemolitische reactie op transfusiebloed. Bacteriële besmetting heeft over een periode van tien jaar verschillende honderden slachtoffers gedood. Hepatitis C is een voortdurende kwestie die de bloedindustrie heeft afgezwakt. Waar je je het meest zorgen om kan maken zijn echter niet de ziekten waarvan bekend is dat ze door transfusies worden doorgegeven, maar welke opduikende virussen liggen nog op de loer die nog niet bekend zijn? De Gekke Koeienziekte is bijvoorbeeld, hoewel niet algemeen voorkomend, zeker in staat de bloedvoorraad te infecteren. Welke andere gevaren blijven nog verborgen? De tijd zal het leren.

Hier staat een Wachttorenartikel dat spreekt over de gevaren van bloedtransfusies. Elke lezer mag voor zichzelf uitmaken of het Wachttorengenootschap de risico's die aan transfusiebloed kleven overdreven heeft.

Het is echter opmerkenswaardig dat de apostolische verordening je zorgvuldig van afgoderij, bloed en hoererij te onthouden, besluit met hun zegenwens: "Wij wensen u een goede gezondheid."



Hoe wil het Wachttorengenootschap beslissen welke bloedcomponenten hoofdbestanddelen zijn en welke kleinere onderdelen zijn.


De bloedindustrie heeft zich over vele tientallen jaren ontwikkeld. Vroeger werd er volbloed getransfuseerd en dat was het. Het was dus tamelijk simpel vanuit ons standpunt - geen bloed, daar hoefde je niet over na te denken. Maar gaandeweg werden er nieuwe technieken ontwikkeld die het mogelijk maakten bloed in zijn samenstellende delen en afgeleiden daarvan te scheiden. De broeders hebben dus vele jaren gehad de kwesties zoals zij zich voordeden te onderzoeken. Net als in de 1ste eeuw, toen de apostelen en andere oudere mannen discussiëerden en argumenteerden over de kwestie van de besnijdenis, zo heeft ook ongetwijfeld het Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen overleg gehad met goed geïnformeerde doctoren en andere Jehovah's Getuigen om inzicht in deze zaken te krijgen.


Waarom zijn bijvoorbeeld witte bloedcellen verboden maar is albumine toegestaan, aangezien albumine een groot percentage van bloed uitmaakt en melk en orgaantransplantaten vol zitten met witte bloedlichaampjes.


Dat kan ik niet precies zeggen, maar het zou kunnen zijn omdat albumine niet alleen in bloed voorkomt. Albumine komt ook voor in eieren en melk. Er bestaat zelfs zoiets als plantaardig albumine. Maar nogmaals, het gebruik van aan bloed onttrokken albumine wordt als een gewetenszaak beschouwd en niet iets waaraan alle Jehovah's Getuigen zich moeten conformeren.


Waarom is plasma verboden terwijl al zijn verschillende componenten op de goedgekeurde lijst voor de Getuigen staan, om te nemen teneinde "het leven te verlengen"?


Dit gaat terug tot het principe dat Paulus besprak en dat betrokken was bij de kwestie van voedsel dat aan afgoden ten slachtoffer was gegeven. Redelijkerwijs is er een punt dat gedoneerd bloed is geraffineerd voorbij het punt dat het als bloed herkenbaar is. Welk punt is dat? Het Besturend Lichaam van het Wachttorengenootschap heeft het besluit uitgevaardigd dat voorbij het punt van plasma, witte cellen en rode bloedcellen en bloedplaatjes het gebruik van geraffineerd bloed een zaak van het geweten is.

Er bestaat een behoorlijke mate van hypocrisie van de kant van onze tegenstanders, doordat het Wachttorengenootschap (aan de ene kant) is beschuldigd Farizees te zijn in hun overkoepelend bloedbeleid; maar tevens worden zij (aan de andere kant) beschuldigd niet Farizees en fanatiek genoeg te zijn omdat zij de broeders toestaan voor zichzelf te beslissen bij kleinere bloedderivaten.



Waarom gebruikt het Wachttorengenootschap vergelijkingen zoals die over alkohol en bloed die in de aderen wordt gespoten, waarvan de foute redenatie duidelijk kan worden gemaakt door deze vergelijking te beschouwen: "Stel je een man voor die van zijn dokter te horen krijgt dat hij zich moet onthouden van vlees. Zou hij gehoorzaam zijn als hij het eten van vlees zou laten, maar een niertransplantatie zou aanvaarden?" Waarom neemt het Genootschap haar toevlucht tot foutieve vergelijkingen om haar standpunt te ondersteunen?


Jouw illustratie is niet bepaald een goede. Ik veronderstel dat als je ooit aan de Theocratische Bedieningsschool hebt deelgenomen je wel een paar W-tjes voor het goed gebruik van illustraties moet hebben gekregen. Maar alle gekheid op een stokje, er is ten enen male een aanzienlijk verschil tussen het eten van een lapje vlees en een transplantatie van een menselijke nier, op zijn minst in de manier waarop er tegenaan wordt gekeken, wat kan worden waargenomen door het feit dat de meeste mensen niet bewust een menselijke nier zouden opeten. Maar alkohol is alkohol. Dus als een dokter zijn patient zou verbieden alkohol te consumeren is het redelijk te veronderstellen dat dat de patient ook van grote zuippartijen zou uitsluiten. De illustratie, zoals hij op bloed van toepassing is, zou duidelijk moeten zijn.


Als we ons geheel van bloed moeten onthouden, zoals het Genootschap zegt, verklaar dan alsjeblieft waarom het Genootschap ons vertelt dat we wel derivaten of componenten van menselijk bloed mogen accepteren? Is dit niet tegenstrijdig?


Klaarblijkelijk begrijpt de vraagsteller de gecompliceerdheid van kwesties die verband houden met het geweten, zoals die hierboven in verband met voedsel dat aan afgoden is geofferd, niet. Spijtig genoeg lijkt het of sommige Jehovah's Getuigen zijn gestruikeld en helemaal geen acht meer slaan op Jehovah's wil in deze zaken, doordat hun geweten zwak is en ze niet in staat zijn zaken op een evenwichtige manier te beslissen. In plaats van de rijpheid en de wijsheid in het standpunt van het Wachttorengenootschap in te zien, zijn individuen, die het aan kennis ontbreekt, geneigd het bijbelse gebod je van bloed te onthouden op dwaze wijze te negeren omdat het Wachttorengenootschap niet strikt ieder medicament dat een spoor van gedoneerd bloed zou kunnen bevatten heeft verboden.


Waarom kunnen Jehovah's Getuigen wel bloedfracties aanvaarden en voordeel trekken van het bloed dat anderen doneren, maar zullen ze niet zelf bloed doneren? Zou het geven van bloed om andermans leven te redden, inclusief dat van je geestelijke broeders en zusters, niet een liefdevolle en christelijke daad zijn?


Zoals hiervoor al vermeld, Jehovah eist het bloed van elke levende ziel op aarde op. Aangezien dat het geval is, is ons bloed niet werkelijk van ons. Het is van God. Onderscheid daarom voor jezelf de gepastheid iets te geven wat sowieso al niet van ons is.


Als de American Medical Association zou aanbevelen dat hartpatienten zich van vlees moeten onthouden, zouden zij dan bedoelen dat deze patienten zich moeten onthouden van orgaantransplantaties, en in het bijzonder, harttransplantaties? Waarom?


Afgezaagde vergelijkingen die gebaseerd zijn op hypothetische uitingen van de American Medical Association zouden geen enkele invloed moeten hebben op het geloof en de daden van Jehovah's Getuigen, toch?


Als het Wachttorengenootschap haar standpunt inzake bloedtransfusies zou wijzigen, zoals zij heeft gedaan met de "onschriftuurlijkheid" van orgaantransplantaties en vaccinaties, zou je dan meegaan met de verandering?


In al je vragen heb je keer op keer gezegd: "Het Genootschap zegt, het Genootschap zegt." Maar je hebt niet één keer de waarde overwogen van wat Jehovah zegt. Waarom is dat zo? Waarom kan het Wachttorengenootschap niet aan jouw ideaalbeeld van het perfecte religieuze instituut voldoen, zodat je het wegwerpt alsof het geen nuttig doel voor Gods volk dient?

Zelfs Paulus was verbijsterd over het feit dat vele van de gezalfde Korinthische christenen beleden bij hem of bij Apollos of Cefas te horen. Was Paulus hun aanbidding waard? Zij begrepen gewoon niet wat de waarheid inhoudt. Maar deed het feit dat sommige niet geestelijk ingestelde Korinthiërs mensen volgden, het geloof van degenen die dat wel hadden teniet? Het gevaar dat voortspruit uit het volgen van mensen en geen persoonlijke binding met God hebben, wordt duidelijk wanneer een meningsverschil of misverstand de kop opsteekt. Tragisch genoeg is het over het algemeen, wanneer de persoon zich realiseert dat hij blindelings achter mensen aangelopen heeft en vanwege het geschaad vertrouwen in de voorheen nagevolgde mensen, op dat punt te laat om dan nog een echte verhouding met Jehovah op te bouwen. Erger nog, de persoon die het Wachttorengenootschap volgt zonder werkelijke waardering te hebben voor de relatie die Jehovah's Getuigen hebben met Jehovah is ook geneigd andere mensen die op zijn pad komen te volgen.

Zo komt het dat Wachttorennavolgers ontvankelijk zijn voor misleiding door individuen zoals, bijvoorbeeld, Ray Franz. Feitelijk is de sekte van Ray Franz de drijvende kracht achter de zogenoemde bloedreformatie beweging binnen het tegenwoordige Wachttorengenootschap; en als je eerlijk bent voor je zelf, zul je toegeven dat de vragen die je stelt niet uit jezelf komen.

Maar, wat je vraag aangaat, ik betwijfel ten zeerste of het Wachttorengenootschap ooit haar standpunt over bloed zal wijzigen, zoals je het uitdrukt. Maar al zouden ze dat doen, dan beroep ik mij op de woorden van Jozua, die zegt: "Maar wat mij en mijn huisgezin aangaat, wij zullen Jehovah dienen."

 

 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman