|
Dus, hoe zal het laatste bedrijf verlopen? Dat was de
vraag die werd gesteld in de Wachttoren van 1 februari
2004 en het commentaar van vorige week. De uitgave van 1 maart
2004 van de Wachttoren bevat ook twee studieartikelen over
de getrouwe slaaf en de komst van Christus. En net zoals het artikel
van 1 februari is ook dit een feitelijke herhaling van de interpretaties
van het Genootschap die gestoeld zijn op het geloof dat Jezus
in het jaar 1914 terugkeerde en dat het oordeel over het huis
van God in 1918 begon.
Natuurlijk is dit onderwerp in vele essays, postzak vragen en
commentaren besproken, maar diverse e-mailers hebben e-Watchman
gevraagd commentaar te geven op de informatie in het kader op
blz. 16 van de Wachttoren van 1 maart 2004. Vooral met
betrekking tot de gedachte dat Openbaring 7:3 bewijst dat de verzegeling
voor het uitbreken van de verdrukking plaatsvindt. Dus,
met het risico in herhaling te vallen, laten we de vraag over
wanneer het oordeel plaatsvindt in het licht van de meest recente
opmerkingen van het Wachttorengenootschap opnieuw beschouwen.
Het kader op blz. 16 van de Wachttoren van 1 maart 2004 luidt
als volgt:
|
WANNEER KOMT JEZUS?
In de hoofdstukken 24 en 25 van Mattheüs
wordt in verschillende betekenissen van Jezus gezegd
dat hij "komt". Hij hoeft niet van locatie te veranderen
om te "komen", want hij "komt" in de zin dat hij zijn
aandacht op de mensheid of op zijn volgelingen richt,
vaak om te oordelen. Zo "kwam" hij in 1914 om zijn
tegenwoordigheid als op de troon geplaatste Koning
te beginnen (Mattheüs 16:28; 17:1; Handelingen 1:11).
In 1918 "kwam" hij als boodschapper van het verbond
en begon hij degenen te oordelen die beweerden Jehovah
te dienen (Maleachi 3:1-3; 1 Petrus 4:17). In Armageddon
zal hij "komen" om het oordeel aan Jehovah's vijanden
te voltrekken. - Openbaring 19:11-16.
De komst (of aankomst) waarover een
aantal keren in Mattheüs 24:29-44 en 25:31-46 wordt
gesproken, vindt plaats bij de "grote verdrukking"
(Openbaring 7:14). De komst van Jezus daarentegen
die een aantal malen in Mattheüs 24:45 tot 25:30 aan
de orde komt, heeft betrekking op het oordelen van
personen die belijden zijn discipelen te zijn, waarmee
in 1918 werd begonnen. Het zou bijvoorbeeld niet
redelijk zijn te zeggen dat het belonen van de getrouwe
slaaf, de veroordeling van de dwaze maagden en de
veroordeling van de trage slaaf, die het talent van
de Meester verborg, plaats zullen vinden wanneer Jezus
"komt" bij de grote verdrukking. Dat zou impliceren
dat veel van de gezalfden dan ontrouw worden bevonden
en dus vervangen moeten worden. Uit Openbaring
7:3 blijkt echter dat al Christus' gezalfde slaven
tegen die tijd blijvend "verzegeld" zullen zijn.
|
|
De vraag is: Bewijst Openbaring 7:3 dat alle overgebleven gezalfden
permanent verzegeld zullen zijn voordat de verdrukking begint?
Het antwoord is nee. De volgorde van gebeurtenissen in Openbaring
bewijst het tegenovergestelde, namelijk dat de definitieve verzegeling
plaatsvindt tijdens de verdrukking, maar vóór Armageddon.
Hoe weten we dat?
Het openen van het 6de zegel brengt de donkere dagen van de
wereldschokkende verdrukking met zich mee. Openbaring 6:12-17
luidt: En ik zag, toen hij het zesde zegel opende, en er geschiedde
een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak,
en de gehele maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen
naar de aarde, zoals wanneer een vijgenboom, door een krachtige
wind geschud, zijn onrijpe vijgen afwerpt. En de hemel week terug
als een boekrol die wordt opgerold, en elke berg en elk eiland
werd van zijn plaats verwijderd. En de koningen van de aarde en
de hooggeplaatste personen en de militaire bevelhebbers en de
rijken en de sterken en iedere slaaf en iedere vrije verborgen
zich in de holen en in de rotsen van de bergen. En zij blijven
tot de bergen en tot de rotsen zeggen: "Valt op ons en verbergt
ons voor het aangezicht van Degene die op de troon zit en voor
de gramschap van het Lam, want de grote dag van hun gramschap
is gekomen, en wie kan dan standhouden?"
Volgens Christus is de ineenstorting van de symbolische hemelen
het gevolg van de verdrukking. Daarom zegt Mattheüs 24:29:
"Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de
zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven,
en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen
zullen worden geschokt."
Het openen van het zesde zegel vindt dus zeker plaats tijdens
de verdrukking. Hoogstwaarschijnlijk is het openen van het zesde
zegel, waardoor het oorlogspaard wordt losgelaten en natie tegen
natie zal opstaan, het feitelijke begin van de verdrukking, welke
resulteert in de "grote aardbeving" die zal leiden tot
de volledige ineenstorting van het huidige samenstel. Zonder twijfel
is de zon die verduisterd zal worden en de maan die in bloed zal
veranderden en de bergen en eilanden die van hun plaats verwijderd
zullen worden, symbolische taal die voorzegt hoe het huidige stelsel
van zijn plaats verwijderd zal worden.
De volgende verzen in Openbaring, het begin van het 7de hoofdstuk,
beschrijven vervolgens de definitieve verzegeling en bijeenverzameling
van de grote schare: Hierna zag ik aan de vier hoeken van de
aarde vier engelen staan, die de vier winden van de aarde stevig
vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde of over
de zee of over enige boom. En ik zag een andere engel opstijgen
van de opgang der zon, die een zegel van de levende God had; en
hij riep met een luide stem tot de vier engelen aan wie het gegeven
was schade toe te brengen aan de aarde en de zee, en hij zei:
"Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan
de bomen tot nadat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofd
verzegeld hebben."
Merk alsjeblieft op dat Openbaring 7:1 begint met het woord
"hierna." Na wát precies? Na de eerste fase van de verdrukking
die de aarde en hemelen doet schudden.
De fout van het Wachttorengenootschap zit hem in het feit dat
ze beweren dat de engelen de vier winden van de verdrukking
tegenhouden. Dat kan echter niet het geval zijn, omdat de volgorde
van gebeurtenissen in het 6de en 7de hoofdstuk van Openbaring
aangeeft dat de verzegeling plaatsvindt nadat de verdrukking
begonnen is. De vier winden die door de engelen worden vastgehouden
symboliseren kennelijk de vernietigende winden van God die zullen
waaien gedurende de oorlog van Armageddon - de laatste fase van
de verdrukking.
Dat de verzegeling plaatsvindt tijdens de verdrukking
en niet ervoor is kennelijk de reden dat Jezus zei: "Indien
die dagen trouwens niet werden verkort, zou geen vlees worden
gered; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden
verkort." (Mattheüs 24:22)
Maar, waarom wordt de verdrukking verkort ter wille van
de uitverkorenen? Volgens de verklaring van de engel bij het openen
van het 5de zegel, is er een specifiek aantal overgebleven uitverkorenen
die voor Armageddon ter dood gebracht zullen worden. Openbaring
6:11 wijst erop dat Gods wraak tegengehouden wordt "totdat
ook van hun medeslaven en hun broeders, die op het punt stonden
gedood te worden evenals zij, het getal vol zou zijn."
De verdrukking wordt dus verkort zodat de definitieve verzegeling
kan plaatsvinden ter voorbereiding op de openbaring van de ware
zonen van God en hun bevrijding door middel van de losprijs. Het
Wachttorengenootschap heeft het eenvoudig bij het verkeerde eind
wanneer ze beweert dat de verzegeling plaatsvindt vóór het uitbreken
van de verdrukking. Ze heeft het ook bij het verkeerde eind wanneer
ze beweert dat Jehovah gezalfde Christenen die ontrouw blijken
te zijn niet zou kunnen vervangen gedurende de eerste fase van
de verdrukking - vóór de definitieve verzegeling.
Laten we Jezus' brieven aan de zeven gemeenten van Openbaring
eens wat nauwkeuriger beschouwen.
De zeven gemeenten vertegenwoordigen de gehele gezalfde
gemeente van Christus tijdens de Dag des Heren. Merk, met dat
in gedachte, Jezus' raad aan de gemeente Thyatíra in Openbaring
2:20-23 eens op, waar staat: "Niettemin heb ik dit tegen u,
dat gij die vrouw Izébel, die zich een profetes noemt, tolereert,
en zij leert en misleidt mijn slaven, zodat zij hoererij bedrijven
en dingen eten die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht.
En ik heb haar tijd gegeven om berouw te hebben, maar zij wil
geen berouw hebben van haar hoererij. Zie! Ik sta op het punt
haar op een ziekbed te werpen, en hen die overspel met haar plegen,
in grote verdrukking te brengen, tenzij zij berouw hebben van
haar daden. En haar kinderen zal ik met dodelijke plagen doden,
zodat alle gemeenten zullen weten dat ik het ben die de nieren
en harten doorzoek, en ik zal een ieder van u geven overeenkomstig
uw daden."
Het Wachttorengenootschap past deze profetische raad toe op
letterlijke seksueel immorele dominante vrouwen in de gemeenten.
Het Openbaringboek zegt dat zulke op Izébel gelijkende personen
uitgesloten worden uit de gemeenten. Maar dat is niet wat
Jezus zegt.
Volgens Openbaring staat Jezus het de immorele Izébel toe onder
zijn volk te domineren tot het moment waarop hij haar persoonlijk
oordeelt en haar in de grote verdrukking werpt en haar onwettige
kinderen doodt. Dat suggereert sterk dat "Izébel" niet veroordeeld
zal worden door enig menselijk gerechterlijk comité, maar enkel
door Jezus zelf gedurende de grote verdrukking.
Maar niet alleen dat, Jezus roept de symbolische Izébel zelfs
op tot het hebben van berouw. Daar zij zich binnen de gezalfde
gemeente van Christus bevindt, betekent dit dat Izébel een afbeelding
is van gezalfde Christenen die ontrouw zijn tegenover hun mannelijke
eigenaar.
Dus, wanneer de symbolische "Izébel" in het midden van de gemeente
haar demonische invloed over Christus' slaven uitoefent, is het
logisch dat "Izébel" een afbeelding is van een afvallig type Christenen
die in Gods huisgezin verblijven tot het definitieve oordeel.
En, wanneer ze tot aan de grote verdrukking niet geoordeeld wordt,
zoals Openbaring aangeeft, is het duidelijk dat ze daarvoor niet
verzegeld zal zijn met Jehovah's definitieve goedkeuring, om daarna
enkel veroordeeld te worden. Bedenk dat de verzegeling betekent
dat zulke personen Jehovah's onomkeerbare definitieve goedkeuring
is gegeven.
In de tijd van Elia de profeet misleidde Izébel de Israëlieten
tot Baälaanbidding. Ondanks dat Koningin Izébel als Baälaanbidster
waarschijnlijk seksueel immoreel was, belicht de Bijbel haar geestelijke
hoererij. Toen er gevraagd werd of er vrede was tussen hen, antwoordde
Jehovah's nieuw gezalfde koning, Jehu, als volgt aan Izébel's
zoon: "Hoe zou het vrede kunnen zijn zolang de hoererijen van
uw moeder Izébel en haar vele toverijen er nog zijn?"
Het punt van die historische verwijzing is dat we niet persé
moeten aannemen dat de Izébel uit Openbaring letterlijke vrouwelijke
overspeelsters vertegenwoordigt.
Openbaring wijst er ook op dat de symbolische Izébel Christus'
slaven tot afgoderij en geestelijk overspel misleidt. Ze is ook
een valse profetes. Dus, wie zou heden ten dage een afbeelding
kunnen zijn van Izébel? De Izébel uit Christus' profetie vertegenwoordigt
waarschijnlijk een verdorven deel van gezalfde personen binnen
de Wachttoreninstelling die, net als Izébel, de hedendaagse organisatie
van het geestelijk Israël tot verafgoding van en geestelijk overspel
met de op Baäl gelijkende Verenigde Naties afgod heeft geleid.
(Zie het essay: De
Diepte van de Prostitutie van het Wachttorengenootschap Doorgronden)
Geen wonder dat Jezus' raad aan elk van de zeven gemeenten de
waarschuwing "Wie een oor heeft, hij hore wat de geest tot
de gemeenten zegt" bevatte.
De complexe onderlinge verbanden binnen de Bijbel verder beschouwend:
Het is interessant dat het 11de hoofdstuk van Openbaring de gedachte
aan Elia oproept, wanneer er over de twee getuigen wordt gezegd:
"Dezen hebben de autoriteit de hemel te sluiten, opdat er geen
regen valt in de dagen waarin zij profeteren." (Openbaring
11:6) Bijbelonderzoekers herinneren zich natuurlijk dat Elia,
in de dagen van Izébel, het woord sprak en er een droogte van
drie en een half jaar plaatsvond - dezelfde tijdsduur waarin de
twee getuigen in zakken gehuld profeteren. En niet alleen dat,
maar in de tijd dat Elia zich voor de wraakzuchtige Izébel verborgen
hield in de wildernis, herinnerde Jehovah zijn profeet eraan dat
hij 7000 andere profeten had die hun knie niet hadden gebogen
voor Baäl of zijn buitensporige beeld hadden gekust.
De Christelijke profeet Paulus verwijst ook naar Elia's overblijfsel
van 7000 en past het toe op de Christelijke gemeente, door in
Romeinen 11:4, 5 te zeggen: "Maar wat zegt de godsspraak tot
hem? "Ik heb zevenduizend man voor mij doen overblijven, mannen
die de knie niet voor Baäl hebben gebogen." Zo is er daarom ook
in het tegenwoordige tijdperk een overblijfsel verschenen overeenkomstig
een verkiezing ten gevolge van onverdiende goedheid."
Ondanks dat Paulus naar de 1ste eeuw verwees als het "tegenwoordige
tijdperk" toen het overblijfsel van 7000 verscheen, zouden
we niet over het hoofd moeten zien dat het 11de hoofdstuk van
Openbaring verwijst naar een ontelbaar overblijfsel, of "overgeblevenen,"
die op aarde achterblijven nadat het koninkrijk komt en de opstanding
van de heiligen begint. Dus, Paulus' "tegenwoordige tijdperk"
is in werkelijkheid profetisch voor de Dag des Heren.
En nu wordt het pas echt interessant:
Het 11de hoofdstuk van Openbaring verwijst ook naar 7000 personen
die gedood worden tijdens een "grote aardbeving." Openbaring 11:13
luidt: "En in dat uur geschiedde er een grote aardbeving, en
een tiende deel van de stad stortte in; en zevenduizend personen
werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden door vrees
bevangen en gaven heerlijkheid aan de God des hemels."
Het tiende deel van de stad die instort, is een vertegenwoordiging
van het aardse deel van het dan regerende koninkrijk verbonden
aan Christus' verzegelde gemeente - met andere woorden, datgene
wat wij Jehovah's zichtbare organisatie noemen. (Tien of
een tiende staat voor aardse volledigheid. Dus, het tiende deel
van de stad van God op aarde zou dan het gehele lichaam van Christus
op aarde symboliseren.)
Jesaja 6:11-13 voorzegt evenzo een ineenstorting en verwoesting
en verwijst naar het tiende deel van Israël als het heilige zaad.
De profeet schrijft: Hierop zei ik: "Hoe lang, o Jehovah?"
Toen zei hij: "Totdat de steden werkelijk tot puinhopen instorten,
om zonder inwoner te zijn, en de huizen zonder aardse mens zijn,
en de grond zelf geruďneerd is tot een woestenij; en Jehovah de
aardse mensen werkelijk ver verwijdert, en de verlaten toestand
inderdaad zeer uitgestrekt wordt in het midden van het land. En
er zal nog een tiende in zijn, en het moet wederom iets
ter verbranding worden, gelijk een grote boom en gelijk een statige
boom waarin, wanneer ze worden omgehakt, een tronk is; een heilig
zaad zal de tronk ervan zijn."
Daar ze verschijnen in de context van op Elia gelijkende gezalfde
getuigen, symboliseren de 7000 uit Openbaring die vermoord worden
ongetwijfeld het definitieve aantal verzegelden die niet buigen
voor het beeld van het wilde beest of het merkteken ervan ontvangen
gedurende het laatste uur van beproeving.
We moeten ons niet indenken dat de 7000 enkel symbolisch omgebracht
worden, zoals het Wachttorengenootschap zegt over de geestelijken
terug in 1919. Dat wordt duidelijk uit het feit dat Jehovah onmiddellijk
nadat de 7000 vermoord zijn "degenen verderft die de aarde
verderven" - ongetwijfeld in antwoord op hun moorden.
Hoe staat dit in verband met ons onderwerp? Het feit dat "Izébel"
in het midden van de Christelijke gemeente verblijft totdat Jezus
haar persoonlijk oordeelt, betekent dat de geestelijke Izébel
uiteindelijk zal trachten Jehovah's ware dienstknechten te vermoorden
en te vervolgen - net zoals Izébel dat deed in de dagen van Elia.
In de toekomst mogen we daarom verwachten dat de 7000 oprechte
zonen van het koninkrijk vervolgd en verraden zullen worden door
de met de valse profetes Izébel te vergelijken groep binnen de
gemeente; een tijd waarover Christus het volgende voorzei: "Dan
zal men u overleveren aan verdrukking en u doden, en gij
zult ter wille van mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle
natiën. Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en
elkaar verraden en elkaar haten. En vele valse
profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens het
toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen."
(Mattheüs 24:9-12)
De Wachttoren van 1 maart houdt vol dat Maleachi 3:1
in 1918 in vervulling is gegaan, toen Christus, naar men aannam,
tot zijn geestelijke tempel kwam om de zaken recht te zetten.
Dat vers luidt: "Ziet! Ik zend mijn boodschapper, en hij moet
een weg voor mijn aangezicht banen. En plotseling zal tot Zijn
tempel komen de ware Heer, die gijlieden zoekt, en de boodschapper
van het verbond, in wie gij behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig
komen", heeft Jehovah der legerscharen gezegd.
' De Wachttoren tracht te goochelen tussen hardnekkig vol te
houden dat het oordeel lang geleden plaats heeft gevonden en het
idee dat het oordeel van de gezalfden een voortdurend iets is.
Enkele verzen later beschrijft Maleachi met de volgende woorden
Jezus' plotselinge inspectie van Gods geestelijke tempel: "En
ik wil tot ulieden naderen voor het oordeel, en ik wil een snelle
getuige worden tegen de tovenaars, en tegen de overspelers,
en tegen degenen die vals zweren, en tegen degenen die bedrieglijk
handelen met het loon van een loonarbeider, met de weduwe en met
de vaderloze jongen, en degenen die de inwonende vreemdeling afwijzen,
terwijl zij mij niet hebben gevreesd", heeft Jehovah der legerscharen
gezegd." (Maleachi 3:5)
Nu moeten we onszelf de volgende pijnlijke vragen stellen: Als
Jezus, wanneer hij komt voor inspectie, een "snelle getuige"
wordt tegen alle kwaaddoeners binnen Gods huisgezin, en die inspectie
naar men aanneemt meer dan 8 decennia geleden plaats heeft gevonden,
hoe kan de organisatie dan nog steeds te maken hebben met alle
genoemde zonden?
Waarom is Jezus bijvoorbeeld geen "snelle getuige" geworden
tegen de kindermisbruikers en de beleidsmakers die hen in de organisatie
verborgen houden? Ja, waarom staat Jezus toe dat zovele vaderloze
jongens en meisjes in onze organisatie verkracht worden door goddeloze
mannen en ze vervolgens gerechtigheid onthouden wordt door de
ouderlingen?
Als Jezus de zaken reeds heeft rechtgezet en Gods volk gelouterd
heeft, waarom verdraagt hij dan de toverijen van Izébel, zoals
Openbaring aangeeft, en staat hij toe dat zijn gemeente zichzelf
blijft prostitueren met de Verenigde Naties?
Ja, in welke betekenis is Christus reeds een "snelle getuige"
geworden tegen kwaaddoenerij in de organisatie?
Het is duidelijk dat hij dat niet geworden is - nog niet
tenminste.
Het commentaar van volgende week zal het onderwerp over Jezus'
komst verder bespreken.
|