De Getrouwe Slaaf Doorstaat de Toets

 

Als een vervolg van onze bespreking over "Wanneer komt Christus," is het tweede studieartikel uit de Wachttoren van 1 maart, getiteld: "De getrouwe slaaf doorstaat de toets," een herhaling van de leerstelling dat Christus in 1918-1919 kwam om het huisgezin van de gezalfden te inspecteren. Naar men aanneemt werd de boze slaaf op dat moment buiten geworpen en werd de getrouwe en beleidvolle slaaf aangesteld over al Christus' bezittingen.

De Wachttoren past ook een aantal gerelateerde profetische illustraties toe op dezelfde periode; inclusief de scheiding van de tarwe en het onkruid, de beleidvolle en dwaze maagden, alsook de illustratie over de talenten van de meester.

Onder het onderkopje "Beleidvolle en dwaze maagden," merkt de Wachttoren bijvoorbeeld op: "De tien maagden herinneren ons aan de gezalfde christenen in de periode vóór 1914. Ze hadden berekend dat de bruidegom, Jezus Christus, op het punt stond te komen. Daarom 'gingen ze hem tegemoet' door vrijmoedig te prediken dat "de bestemde tijden der natiën" in 1914 zouden eindigen."

Maar, is het mogelijk om wiskundig de precieze tijd van de komst van de Heer te "berekenen"? Zo ja, waarom moedigde Jezus zijn discipelen dan aan wakker te blijven en te blijven waken? Ja, als het uur van de komst van de meester berekend kan worden, waarom zei Jezus dan specifiek: "Toont ook gij u daarom gereed, want de Zoon des mensen komt op een uur waarvan gij het niet hebt gedacht"? En als Christus toen gekomen is, waarom zouden we ons dan nog de moeite getroosten te blijven waken voor nog een komst?

De volharding van het Wachttorengenootschap dat Christus reeds gekomen is om Gods huis te inspecteren, kent ook nog andere problemen.

De duidelijke tegenwerping die nadenkende lezers zouden kunnen aanvoeren, is het feit dat vrijwel alle Jehovah's Getuigen die nu herkend worden als gezalfden, na 1919 gezalfd zijn. Dat betekent dus dat alle individuele personen die de inspectie naar men aanneemt toen doorgekomen zijn, God niet langer dienen in zijn aardse huisgezin.

Anticiperend op de verwarring die een dergelijke interpretatie oplevert, tracht de Wachttoren deze duidelijke discrepantie onder het onderkopje De inspectie duurt voort," te behandelen door in de 19de paragraaf te zeggen: "Uiteraard dienden de meesten van degenen die in de tijd van het einde Christus' gezalfde slaven zouden worden, Jehovah nog niet toen Jezus in 1918 met zijn inspectie begon. Liepen ze de inspectie mis? Beslist niet. Toen de getrouwe en beleidvolle slaaf in 1918/1919 als klasse de toets doorstond, begon het inspectieproces pas. De inspectie van individuele gezalfde christenen gaat door totdat hun verzegeling definitief wordt gemaakt."

De interpretatie van het Wachttorengenootschap staat echter gelijk aan een nieuwe lap op een oude, versleten wijnzak naaien. Het werkt gewoon niet. Gezalfde Christenen hebben altijd onder inspectie van de hemel gestaan. Ja, de enige personen op aarde die sinds de tijd van Christus onder Gods oordeel staan, zijn gezalfde Christenen die voor het koninkrijk staan.

In 1 Korinthiërs 4:1-4 schreef Paulus: "Men beschouwe ons dan aldus: als ondergeschikten van Christus en beheerders van heilige geheimen Gods. Wat in dit geval bovendien van beheerders wordt verwacht is, dat elkeen getrouw wordt bevonden. Nu is het voor mij een zeer onbeduidende zaak of ik door u of door een menselijke instantie word onderzocht. Ja, ik onderzoek mijzelf niet eens. Want ik ben mij er niet van bewust dat er iets tegen mij is. Toch is daardoor nog niet bewezen dat ik rechtvaardig ben, maar hij die mij onderzoekt, is Jehovah."

De bovenstaande tekst wijst erop dat de individuele beheerders van Christus onder voortdurende beschouwing van Jehovah staan met betrekking tot hun getrouwheid. Ananias en Saffira waren 1ste eeuwse gezalfde Christenen die de heilige geest bedrogen en als gevolg daarvan door God terechtgesteld werden. Zij faalden om de inspectie te doorstaan.

Toch onthulde Paulus ook dat er een tijd van inspectie en openbaring is wanneer Christus komt om de gemeente te inspecteren en niet enkel de individuele personen in die gemeente. Daarom zegt het volgende vers: "Oordeelt daarom niets vóór de bestemde tijd, totdat de Heer komt, die zowel de verborgen dingen der duisternis aan het licht zal brengen als de raadslagen der harten openbaar zal maken, en dan zal een ieder zijn lof van God ontvangen."

Dus, volgens Paulus is de komst van de Heer het einde van de inspectie, niet het begin van een voortdurende inspectie, zoals de Wachttoren leert. Het lijkt er daarom op dat de enigen die Gods zegening "welgedaan trouwe slaaf" reeds hebben gehoord, óf aanmatigend zijn óf een zeer levendige fantasie hebben. Trouwens, wanneer Christus komt tot het huis van zijn Vader brengt hij de verborgen dingen der duisternis aan het licht, zoals Paulus zegt. Als die inspectie in 1918 plaats heeft gevonden, zou er geen twijfel over bestaan wat waar is en wat niet? Maar, hoe kon het Wachttorengenootschap een 10-jarige NGO verbintenis aangaan met de Verenigde Naties als de Heer de verborgen dingen der duisternis reeds aan het licht heeft gebracht? Dat is onlogisch en daarom kan het niet waar zijn.

Volgens Jezus is de tijd van zijn komst en inspectie tijdens de verdrukking. Hoe weten we dat? Beschouw wat Jezus in Openbaring 3:10 zei tegen de gemeente in Filadélfia: "Omdat gij het woord over mijn volharding hebt bewaard, zal ik ook u bewaren voor het uur der beproeving, dat over de gehele bewoonde aarde moet komen om hen die op de aarde wonen, op de proef te stellen. Ik kom vlug. Blijf vasthouden wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neemt."

Wat is het "uur der beproeving"?

Het boek Openbaring - haar grootse climax is nabij geeft een antwoord op die vraag. Op blz. 62 zegt paragraaf 16: "Wat is echter "het uur der beproeving"? … Niettemin slaat "het uur der beproeving" voornamelijk op de periode van zifting en oordeel die ten slotte aanbrak gedurende de dag des Heren en die zich vanaf 1918 naar een hoogtepunt beweegt. De beproeving dient om vast te stellen of iemand voor Gods opgerichte koninkrijk of voor Satans wereld is. De beproeving strekt zich over een betrekkelijk korte periode uit, een "uur", maar ze is nog niet voorbij. Mogen wij tot aan die tijd toch nimmer vergeten dat wij in "het uur der beproeving" leven!"

Dus, volgens het Wachttorengenootschap begon het "uur der beproeving" in 1918 en duurt het tot op dit moment voort. Er wordt ons gezegd dat de nog immer voortdurende 80-plus jaren een korte periode is!

Het is verbazingwekkend dat dezelfde paragraaf in het Openbaringboek zelfs Lukas 21:34-36 als bewijstekst citeert, waar staat: "Schenkt echter aandacht aan uzelf, dat uw hart nooit bezwaard wordt met overmatig eten en overmatig drinken en zorgen des levens, en die dag plotseling, in een ogenblik, over u komt als een strik. Want hij zal komen over allen die op de gehele aardoppervlakte wonen. Blijft dan wakker, te allen tijde smekend dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die stellig gaan geschieden, en te staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen."

De uitdrukking "staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen" is een duidelijke verwijzing naar voor hem staan terwijl men onder zijn oordeel komt. Volgens Christus komt de dag van zijn inspectie "plotseling" - "in een ogenblik" - "over allen die op de gehele aardoppervlakte wonen." Op andere plaatsen past het Wachttorengenootschap Jezus' aansporing uit Lukas 21:34-36 altijd toe op de komende verdrukking. Dat is de enige zinnige interpretatie.

Dus, hoe kan er van "het uur der beproeving, dat over de gehele bewoonde aarde moet komen," dat in Openbaring wordt genoemd, gezegd worden dat het vrijwel een eeuw geleden begonnen is? Het Wachttorengenootschap kan een dergelijke grote contradictie niet verklaren.

Wat wellicht een nog belangrijkere vraag is: Wat kan een verklaring zijn voor de wijze waarop het Wachttorengenootschap het niet zo nauw neemt met de waarheid, door dezelfde profetie op twee manieren toe te passen zonder daarvoor uitleg te geven? Het antwoord is dat ze niet eerlijk zijn.

Jehovah spreekt over deze kwestie wanneer hij door middel van Ezechiël zegt: "Want er zal geen enkel visioen dat zonder enige waarde is, noch dubbelzinnige waarzegging meer blijken te zijn te midden van het huis van Israël. Want ikzelf, Jehovah, zal spreken welk woord ik zal spreken, en het zal volbracht worden. Er zal geen uitstel meer zijn, want in uw dagen, o weerspannig huis, zal ik een woord spreken en het stellig volbrengen", is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah. (Ezechiël 12:24, 25)

"Dubbelzinnige waarzegging" is de volmaakte manier om de contradicterende interpretaties van de Bijbelse visoenen van het Wachttorengenootschap te omschrijven. Is terugkijken naar 1914 als de komst van Christus niet een "visioen zonder enige waarde," wanneer de Schriften zo duidelijk onthullen dat zijn komst en het "uur der beproeving" in de toekomst liggen?

En wat meer is, Ezechiël duidt erop dat de mannen die de bron zijn van "visioenen zonder enige waarde" en "dubbelzinnige waarzegging" zich onder Gods volk bevinden. Ezechiël 13:9 luidt: "En mijn hand is gekomen tegen de profeten die onwaarheid schouwen en die een leugen waarzeggen. In de intieme groep van mijn volk zullen zij niet blijven, en in het register van het huis van Israël zullen zij niet geschreven worden, en op Israëls bodem zullen zij niet komen; en gijlieden zult moeten weten dat ik de Soevereine Heer Jehovah ben."

Het is zeker dat de verdraaide en vervormde interpretaties die we gedwongen moeten accepteren als afkomstig van de getrouwe slaaf, in werkelijkheid afkomstig zijn van een ontrouwe en boze slaaf die zich "in de intieme groep" van Jehovah's hedendaagse volk bevindt. Zonder twijfel zal de organisatie enkel ontdaan worden van de last van het 1914 dogma, wanneer de valse en liegende visionairs weggezonden worden door Jehovah's oordeel.

Maar, is er een feitelijke dag van inspectie voor de gemeente die Christus vestigde? De apostel Paulus antwoord bevestigend door te zeggen: "Bewaart een voortreffelijk gedrag onder de natiën, opdat zij in datgene waarin zij ten nadele van u spreken als over boosdoeners, ten gevolge van uw voortreffelijke werken, waarvan zij ooggetuigen zijn, God mogen verheerlijken op zijn inspectiedag." (1 Petrus 2:11)

Volgens Jezus moesten de Joden een hoge prijs betalen voor het feit dat zij de tijd waarin het Joodse stelsel van aanbidding onder Gods inspectie kwam niet onderscheidden. Bestaat er een moderne parallel? Ja, die is er. Beschouw echter eerst Jezus' woorden in het 19de hoofdstuk van Lukas in verband met de zinnebeeldige stad Jeruzalem: En toen hij naderbij kwam, liet hij zijn blik over de stad gaan en weende over haar, terwijl hij zei: "Indien gij, ja gij, op deze dag de dingen hadt onderscheiden die met vrede te maken hebben - maar nu zijn ze voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen waarin uw vijanden een versterking rondom u zullen bouwen met puntige palen en u zullen omsingelen en u van alle kanten zullen benauwen, en zij zullen u en uw kinderen in u tegen de grond verpletteren, en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd waarin gij werdt geïnspecteerd, niet hebt onderscheiden."

Heeft Jezus' profetie enige relevantie voor Christenen? Volgens het Wachttorengenootschap niet. Men neemt aan dat de hedendaagse parallel te maken heeft met de Christenheid die vernietigd zal worden. Volgens Jesaja zal Gods gemeente echter een soortgelijke belegering meemaken gedurende de finale. Jesaja 29:3, 4 luidt: "En ik moet mij aan alle kanten tegen u legeren, en ik moet het beleg voor u slaan met een palissade, en belegeringswerken tegen u oprichten. En gij moet neergehaald worden, zodat gij als het ware vanuit de aarde zult spreken, en als uit het stof zal uw woord gedempt klinken."

Jesaja's profetie is een exacte weerspiegeling van Christus' profetie. (Een palissade is een afscheiding van puntige palen.) Maar, de profetie van Jesaja was niet van toepassing op de 1ste eeuw. Het is van toepassing op de laatste dagen van dit samenstel. Volgens de context van de omliggende hoofdstukken heeft de profetie te maken met Christus' komst. Verder voorzegt de profetie dat Gods eigen visionairs en profeten blind zullen zijn voor zulke oordelen. Dat verklaart zeker waarom het Wachttorengenootschap dit soort dingen niet begrijpt.

Jehovah legt bijvoorbeeld uit waarom hij een "wee voor Ariël" aankondigt, door te zeggen: "Wee hun die zeer diep gaan in het verbergen van raad voor Jehovah zelf, en wier daden in een duistere plaats zijn geschied, terwijl zij zeggen: "Wie ziet ons, en wie weet van ons?" O die verkeerdheid van u! Dient de pottenbakker zelf soms net als het leem geacht te worden? Want dient het maaksel soms betreffende zijn maker te zeggen: "Hij heeft mij niet gemaakt"? En zegt in feite soms het geformeerde zelf betreffende zijn formeerder: "Hij heeft geen verstand getoond"?"

Als een voorbeeld van de wijze waarom het Wachttorengenootschap Jehovah's raad voor ons verbergt, beschouw hoe het Wachttorengenootschap vrijwel alle bepaald niet vleiende oordelen in de Bijbel richt op de Christenheid. Maar, waarom zou Jehovah de Christenheid vergelijken met een pottenbakkerswerkstuk dat door de Hemelse Pottenbakker gevormd wordt om zijn doel te dienen? Is dat ook maar enigszins logisch?

In plaats dat ze verwijzen naar de geestelijkheid van de Christenheid, zijn de werkelijke geestelijke dronkaards Jehovah's Getuigen en ons leiderschap, die volkomen onwetend zijn over Gods naderende oordeel over ons!

Helaas is het Wachttorengenootschap niet in staat te onderscheiden dat de tijd van de inspectie vlak voor ons ligt - bij Christus komst als een dief in de nacht.

Dus, in plaats dat de getrouwe slaaf de toets terug in 1919 heeft doorstaan, zoals het Wachttorengenootschap pocht, ligt het werkelijke uur der beproeving vóór ons.


Gepubliceerd op: 30 Januari 2004