De Ouderlingen Zullen een Zwaarder Oordeel Ontvangen

 

De apostel Paulus schreef eens het volgende aan zijn jonge leerling Timotheüs: "Die verklaring is betrouwbaar. Indien iemand een opzienersambt tracht te verkrijgen, begeert hij een voortreffelijk werk." (1 Timotheüs 3:1)

Jehovah's Getuigen zijn het erover eens dat de Christelijke opzieners in ons midden een goed werk doen. Van de honderd duizenden broeders die in diverse ambten van opzicht dienen in de organisatie, zijn de meesten fijne, oprechte mannen. Ouderling of leraar zijn, brengt echter een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van God met zich mee. Terwijl Paulus de mannen die "trachten te verkrijgen" prees, waarschuwde Jakobus zulke mannen door te zeggen: "Niet velen van u moeten leraren worden, mijn broeders, daar gij weet dat wij een zwaarder oordeel zullen ontvangen."

Merk alsjeblieft op dat de schrift niet zegt dat de ouderlingen een zwaarder oordeel zouden kunnen ontvangen. Er staat "wij zullen een zwaarder oordeel ontvangen." Op welke wijze zullen ouderlingen een zwaarder oordeel ontvangen? Vreemd genoeg zegt het Wachttorengenootschap weinig over dat onderwerp. Ondanks dat elke ouderling, kringopziener, districtsopziener en lid van het Besturend Lichaam in zijn ambt is aangesteld door de organisatie, lijkt het Wachttorengenootschap bij die mannen niet te benadrukken dat ze rekenschap verschuldigd zijn voor God de Almachtige. Ondanks de zeer duidelijke waarschuwing van de Bijbel, lijken de meeste ouderlingen zich in te denken dat ze enkel indirect rekenschap zullen afleggen aan God door middel van het Wachttorengenootschap.

Zonder twijfel is dit vage begrip van verantwoordelijkheid grotendeels het gevolg van het feit dat Jehovah's Getuigen ertoe misleid zijn te geloven dat Gods oordeel over de organisatie tientallen jaren geleden heeft plaatsgevonden - ondanks het feit dat de gehele volwassen generatie van 1919 reeds lange tijd gestorven is.

Hoe redelijk is het echter dat God eenvoudig zou toestaan dat de zachtaardigen de aarde beërven zonder eerst zijn oordeel over hen te brengen? Het is ondenkbaar. Er is een dag van afrekening voor Jehovah's Getuigen; iemand moet verantwoordelijk worden gehouden. In overeenstemming met Jehovah's vastgestelde rechterlijke beslissingen zullen de broeders met de meeste verantwoording het zwaarste oordeel dragen - dat is onontkoombaar! Zoals Jezus zelf aangaf met betrekking tot zijn getrouwe slaaf, "van een ieder aan wie veel werd gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie men het toezicht over veel heeft gegeven, zal men meer dan gebruikelijk is eisen." (Lukas 12:48)

Of we nu opzieners zijn of niet, de vraag die elk van ons zichzelf regelmatig zou moeten stellen is: Hoe goed ken ik Jehovah? Wanneer we Jehovah en Jezus kennen, zullen we bijvoorbeeld de dingen op waarde schatten die zij op waarde schatten - de dingen liefhebben die zij liefhebben. Jezus zei dat hij zijn schapen liefheeft. Hij toonde zijn grote liefde bij vrijwel iedere gelegenheid. Toen de Farizeeën Jezus bekritiseerden voor zijn omgang met personen die zij als de paria's van de samenleving beschouwden, antwoordde Jezus dat niet de gezonden een geneesheer nodig hebben, maar degenen die iets mankeren.

In het licht van het feit dat Christenen de verplichting hebben het voorbeeld van Christus te volgen, is elke Christen verplicht zorg te dragen voor de minder bedeelden. Ja, dezelfde Christelijke schrijver die ons ervan verzekert dat leraren een zwaarder oordeel zullen ontvangen, onthult dat zorgen voor weduwen en wezen de essentie van ware aanbidding is. Jakobus 1:27 luidt: "De vorm van aanbidding die van het standpunt van onze God en Vader uit bezien rein en onbesmet is, is deze: voor wezen en weduwen zorgen in hun verdrukking en zichzelf onbevlekt van de wereld bewaren."

Als Heer van de gemeente gaf Jezus zijn apostelen specifiek de opdracht op zijn schapen te letten en ze te voeden in zijn afwezigheid. Die verantwoordelijkheid rust tot op de dag van vandaag op elke aangestelde herder en op grond daarvan zullen ouderlingen een zwaarder oordeel ontvangen.

Paulus moedigde de Korinthiërs aan te "blijven beproeven" of ze nog in het geloof waren. Op grond van bovenstaande criteria voor ware aanbidding valt het te betwijfelen of wij als een volk nog in het geloof zijn. Dat komt omdat de organisatie ernstig nalatig is in beide van deze essentiële aspecten van ware aanbidding - letten op weduwen en wezen in hun verdrukking en zich onbevlekt blijven bewaren van de wereld.

Er hoeft op deze plaats niets meer gezegd te worden over de langdurige NGO verbintenis van het Wachttorengenootschap met de Verenigde Naties. Het is voldoende te zeggen dat er nauwelijks beweerd kan worden dat het Wachttorengenootschap onbevlekt is gebleven van wereldlijke verbintenissen.

Beschouw echter eens het andere essentiële aspect van ware religie - "voor wezen en weduwen zorgen in hun verdrukking."

We kunnen ons in herinnering brengen dat Jezus zeer gesteld was op kinderen. Bij één gelegenheid, waarbij ouders hun kleintjes bij Jezus brachten zodat hij voor hen kon bidden, bestraften de verblinde apostelen de ouders en trachtten zij te voorkomen dat ze naar Jezus zouden komen. Jezus berispte zijn discipelen echter en nam de kinderen bij zich en sprak een zegen over elk van hen uit. En wat een zegening voor deze kinderen persoonlijk gezegend te worden door Jezus Christus!

Laten we eens veronderstellen dat Jezus vandaag de dag in menselijke vorm zou terugkeren en één van onze koninkrijkszalen zou bezoeken. Zonder twijfel zou hij ook nu een speciale affiniteit hebben voor de kinderen, zoals dat ook voorheen het geval was. Laten we echter eens veronderstellen dat één van de kleine meisjes naar Jezus toe zou komen en hem zou vertellen dat een "broeder" in de gemeente haar seksueel misbruikt heeft. Wat denk je dat Jezus zou doen?

Zou dezelfde Jezus die wij kennen aan haar vragen hoeveel getuigen ze heeft die haar verhaal van deze vermeende misdaad bevestigen? Of kunnen we ons indenken dat dezelfde Jezus die wij kennen haar meedogenloos zou zeggen haar mond te houden, "niets aan de politie te vertellen," zodat er "geen schande over Jehovah wordt gebracht?" Of kunnen we onszelf inbeelden dat dezelfde Jezus haar eenvoudig zou zeggen "meer geloof" te hebben en "op Jehovah te wachten?" Of zouden we ons mogelijkerwijs kunnen indenken dat Jezus haar zou zeggen dat ze voor laster uitgesloten zal worden als ze ook maar één woord hierover tegen iemand in de gemeente zou loslaten? Of dat dezelfde Jezus de dader onder vier ogen zou berispen, maar de gemeente er niet over zou inlichten dat er zich een seksueel roofdier in hun midden bevindt? Wederom, hoe goed kennen we Jezus?

Van wat wij weten over Jezus in de Bijbel zou hij niets van het bovenstaande doen.

Hoe kan het echter dat de ouderlingen, onder de directe supervisie van het Wachttorengenootschap, wel al het bovenstaande hebben gedaan? En erger nog, onze ouderlingen hebben Jezus' eigen onderricht in Mattheüs 18:15-17 gebruikt als excuus om geen recht te doen aan seksueel misbruikte kinderen! Daar gaf Jezus instructies over het rechtzetten van geschillen tussen individuele personen. Als tweede stap in het rechterlijke proces instrueerde Jezus de benadeelde partij: "neem dan nog één of twee met u, opdat uit de mond van twee of drie getuigen elke zaak bevestigd wordt."

Het is duidelijk dat de één of twee getuigen geen getuigen waren van de specifieke overtreding. Zij moesten getuigen worden van het feit dat de gekwetste broeder stappen had ondernomen om de zaken recht te zetten met de andere persoon. Toch blijft het Wachttorengenootschap volhouden dat slachtoffers getuigen moeten hebben van de specifieke misdaad, omdat Gods wet dit vereist! Wat een schandelijke verdraaiing van Christus' instructies! Feitelijk is het Wachttorengenootschap van mening dat de handen van de ouderlingen gebonden zijn, omdat Jehovah's eigen wet het verbiedt recht te doen aan de kinderen die slachtoffer zijn geworden aan dergelijke gruwelijke misdaden wanneer er onvoldoende getuigen zijn die het verhaal van het kind bevestigen!

In werkelijkheid is het echter het Wachttorengenootschap dat de handen van de ouderlingen gebonden heeft. Kan er iets slechter zijn dan Gods wet op een dergelijke wijze tegen kinderen gebruiken?

Wanneer iemand denkt dat die kritiek te fel is, beschouw dan eens de meest recente wettelijke kunstgrepen van de kant van het Wachttorengenootschap.

Law.com is een veel gelezen tijdschrift voor advocaten waarin een artikel staat over het advocatenkantoor van Kimberlee Norris. Haar kantoor wijdt zich nu geheel aan zaken waarbij seksueel misbruik van minderjarige Jehovah's Getuigen betrokken is. Op dit moment wordt er een zaak bepleit in Texas waarin de aanklaagster een zekere Amy is. Naar verluidt heeft Larry Kelly, destijds een ouderling uit de gemeente Dumas Texas, enkele kinderen seksueel misbruikt. (Hij beweert dat ze niet in de gemeente waren, maar het is onduidelijk of de eerste slachtoffers kinderen van Jehovah's Getuigen waren) Hij bekende en werd zogenaamd "gestraft" doordat hij werd ontheven als ouderling. Enkele tijd later verhuisde broeder Kelly naar een andere gemeente in Amarillo, Texas. De wettelijke kwestie waar het hier om gaat is echter niet of Larry Kelly nog een ander slachtoffer heeft misbruikt. De grootste kwestie is dat de broeders in de gemeente Amarillo er nooit over ingelicht zijn door de ouderlingen dat een bekend seksueel roofdier vanuit Dumas naar hun gemeente was verhuisd. Ondanks dat Kelly niet als ouderling diende in de gemeente Amarillo, was hij kennelijk wel velddienstleider. Door dit te doen won hij het vertrouwen van de niets vermoedende broeders en zusters - waarvan de 8-jarige Amy er één was.

De ingehuurde advocaat van het Genootschap spreekt ten gunste van Jehovah's Getuigen door te beweren dat de herders van het Wachttorengenootschap geen enkele verantwoording hebben voor het welzijn van onze kinderen. Op de website van Law.com lezen we: "Alle "Wachttoren gedaagden" gezamenlijk vertegenwoordigend, schreef hij in een motie tot snelrecht dat zijn cliënten niet de verplichting hadden Amy B. tegen de misdaad van een gemeentelid te beschermen."

Welk een overeenkomst met de harteloze houding van Kaïn die beweerde niet zijn broeders hoeder te zijn. Maar, als het Wachttorengenootschap en haar ouderlingen niet tot taak hebben op zijn minst te proberen Jehovah's kleine schapen te beschermen, waarom dringen ze er dan überhaupt op aan herders genoemd te worden? Wordt er iets anders verwacht van herders dan hun schapen te beschermen?

Terwijl de wettelijke afdeling van het Wachttorengenootschap zich in zaken van kindermisbruik huichelachtig beroept op de Wet van Mozes met betrekking tot de noodzaak van twee getuigen (terwijl het Genootschap op andere plaatsen beweert dat de Wet van Mozes niet bindend is voor Christenen), is het opmerkenswaardig dat het eigen beleid van het Wachttorengenootschap evenzo duidelijke sleutelbeginselen met betrekking tot rechtspraak uit de Wet overtreedt.

Exodus 21:28, 29 zegt bijvoorbeeld: "En ingeval een stier een man of een vrouw stoot en hij of zij werkelijk sterft, dient de stier zonder mankeren gestenigd te worden, maar zijn vlees dient niet gegeten te worden; en de eigenaar van de stier is vrij van straf. Maar indien een stier reeds vroeger de gewoonte had stotig te zijn en zijn eigenaar gewaarschuwd was maar hij hem niet onder bewaking placht te houden, en hij werkelijk een man of een vrouw heeft gedood, dient de stier gestenigd te worden en ook zijn eigenaar dient ter dood gebracht te worden."

Gods duidelijke wet zei het volgende: Wanneer de eigenaar van een stier, die wist dat het beest dat in zijn bezit was een mogelijk gevaar voor anderen kon zijn, geen passende maatregelen had genomen de onoplettende persoon te beschermen tegen een stoot, en er iemand door de stoot van de stier stierf, de nalatige eigenaar evenzo ter dood gebracht moest worden.

Het beginsel is zeer zeker van toepassing op zaken waarbij kindermisbruikers in de gemeenten mogen blijven en de ouderlingen zelfs nalaten anderen voor het gevaar te waarschuwen. Larry Kelly bekende zelfs tegen de ouderlingen uit Dumas; de "twee getuigen" regel is dus een niet ter zake doende zaak. In overeenstemming met het beginsel van de wet met betrekking tot de nalatige eigenaar van een stotende stier, hadden de ouderlingen die afwisten van Kelly's perverse neigingen dus duidelijk de verantwoordelijkheid de broeders en zusters onder hun hoede te waarschuwen. De ouderlingen in zijn nieuwe gemeente hadden evenzo dezelfde verantwoordelijkheid stappen te ondernemen ter bescherming van de kinderen die Jehovah aan hun zorg had toevertrouwd.

Terwijl de advocaten van het Wachttorengenootschap kunnen beweren dat ze geen verantwoording hebben in zulke zaken, kunnen we ervan overtuigd zijn dat ouderlingen op de Oordeelsdag een zwaarder oordeel zullen ontvangen voor de Hemelse rechtbank.

Door de wettelijke positie in te nemen dat ouderlingen geen verantwoording dragen voor datgene wat er met Amy is gebeurd, alsook met duizenden andere kinderen zoals zij, verwerpt het Wachttorengenootschap ware aanbidding en verloochent ze Jehovah!

Geen wonder dat Jehovah in Jesaja 59:13-15 zijn volk met de volgende woorden beschuldigt: "Er is overtreding geweest en een verloochenen van Jehovah; en er was een terugwijken van onze God, een spreken van onderdrukking en opstandigheid, een zwanger gaan en een mompelen van leugenwoorden recht uit het hart. En de gerechtigheid werd teruggedrongen, en de rechtvaardigheid zelf bleef eenvoudig op verre afstand staan. Want de waarheid is zelfs op het openbare plein gestruikeld, en wat rechtdoorzee is, kan niet binnenkomen. En de waarheid blijkt te ontbreken, en al wie van het kwade wijkt, wordt gewelddadig geplunderd. En Jehovah kreeg het te zien, en het was kwaad in zijn ogen dat er geen gerechtigheid was."

Het is interessant dat de Wet van Mozes kindermisbruik niet noemt. Jehovah veroordeelde echter specifiek het weerzinwekkende gebruik van kinderoffers. In overeenstemming daarmee heeft het Wachttorengenootschap de Christenheid veroordeeld voor het beoefenen van een moderne vorm van kinderoffers, doordat ze hun jonge mannen in oorlog sturen. Is dat echter een nauwkeurige vergelijking? Mannen die in oorlog gaan zijn ten slotte geen weerloze kinderen - zoals de slachtoffers van de rituele offers dat waren. Veel jonge mannen hebben zich zelfs gretig vrijwillig aangeboden om voor hun land te vechten.

Elke vorm van seksuele perversiteit staat gelijk aan aanbidding van demonen, daar de demonen de ultieme seksuele perverselingen zijn (wat blijkt uit het feit dat ze zich voor de Vloed eens materialiseerden om de mooie vrouwen te verleiden) en de beoefenaars van zulke dingen eenvoudig de verdorven goden van deze wereld imiteren. Ja, een ieder die iemand tracht uit te buiten die zwakker is dan hijzelf imiteert de demonen. Kindermisbruik is demonisch!

Het is daarom passender dat de walgelijke daad van kinderoffers een parallel kent in het feit dat volwassenen (soms zelfs de eigen vaders van de slachtoffers) kinderen seksueel misbruiken - en hun onschuld als het ware opofferen aan het groteske beeld van Molech. In het licht van de verwoeste levens, pijnigende schaamte, seksuele stoornissen en suïcidale neigingen van de overlevenden, verschilt het eindresultaat van kindermisbruik voor de slachtoffers niet veel van een letterlijke slachting op een altaar aan de demonengoden Chemosh of Molech.

Jesaja 57:4, 5 stelt toepasselijk de volgende vraag aan Gods volk: "Zijt gij niet de kinderen der overtreding, het zaad der valsheid, degenen die de hartstocht prikkelen onder grote bomen, onder elke lommerrijke boom, die de kinderen slachten in de stroomdalen onder de kloven der steile rotsen?"

Het antwoord is ja.

Het Wachttorengenootschap zal er sterk bezwaar tegen maken dat het bovenstaande oordeel van toepassing is op Jehovah's "reine volk." De context van het 57ste hoofdstuk van Jesaja wijst er echter op dat het wel degelijk van toepassing is. Een paar verzen verder lezen we bijvoorbeeld: "Voor wie werdt gij beducht en bevreesd, zodat gij uw toevlucht tot liegen hebt genomen? Maar aan mij hebt gij niet gedacht. Gij hebt niets ter harte genomen. Bewaarde ik niet het stilzwijgen en hield ik geen zaken verborgen? Voor mij hadt gij dus geen vrees. Ikzelf zal uw rechtvaardigheid en uw werken bekendmaken, dat ze u niet zullen baten. Wanneer gij om hulp schreeuwt, zal uw verzameling van dingen u niet bevrijden, maar een wind zal ze zelfs alle wegvoeren. Een ademtocht zal ze wegnemen, maar wie tot mij zijn toevlucht neemt, zal het land beërven en zal mijn heilige berg in bezit nemen. En men zal stellig zeggen: 'Hoogt op, hoogt op! Baant de weg. Verwijdert elk obstakel van de weg van mijn volk.'" (Jesaja 57:11-14)

Merk alsjeblieft op dat God beveelt dat al zulke obstakels "van de weg van mijn volk" verwijderd worden, zoals het laatste verse zegt. En dat degenen die uiteindelijk de aarde en Gods koninkrijk beërven degenen zijn die werkelijk hun toevlucht nemen tot Jehovah wanneer de bijl van het oordeel uiteindelijk zal vallen. Het bovenstaande oordeel is daarom zeker van toepassing op de organisatie alsook op de individuele personen die getrouw aan God zijn.

In recente verslagen wordt het Wachttorengenootschap genoemd als één van de meest winstgevende corporaties in New York - waarbij de inkomsten jaarlijks op slechts 50 miljoen na een verbazingwekkende 1 miljard bereiken! Gezien deze bak met geld zou het Wachttorengenootschap wellicht Jehovah's zegening kunnen behouden wanneer ze vrijwillig een paar honderd miljoen dollar schadeloosstelling zou geven aan slachtoffers, in plaats van met hand en tand in de rechtzaal te vechten om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor het schadelijke beleid.

Tot schaamte van een ieder heeft ze meer waarde gegeven aan het behouden van 'koninkrijksschatten' dan aan recht doen en rechtvaardigheid te tonen ten opzichte van de spreekwoordelijke wezen. Daarom zegt de bovenstaande rechterlijke beslissing van Jehovah dat "uw verzameling van dingen u niet [zal] bevrijden, maar een wind zal ze zelfs alle wegvoeren."

In de Bergrede leerde Jezus zijn volgelingen een essentiële les die het Wachttorengenootschap goed ter harte zou moeten nemen. Jezus zei dat wanneer we ons klaargemaakt hadden om een offergave in de tempel te doen en we ons herinneren dat een medegelovige reden tot misnoegdheid met ons heeft, we onze gave bij het altaar moeten achterlaten en snel terug moeten gaan om eerst onze persoonlijke kwesties op te lossen en pas dan terug te keren om onze religieuze offergave aan God aan te bieden.

Er zijn vele duizenden gestruikelde broeders en zusters die een reden tot misnoegdheid hebben tegen plaatselijke gemeenten en het Wachttorengenootschap. Het zou voor het Wachttorengenootschap beter zijn de persen te stoppen en de publicatie van De Wachttoren en Ontwaakt! desnoods stil te leggen om eerst haar zaken recht te zetten. Dat zou de Christelijke handelwijze zijn.

Op zijn minst zou het een manier kunnen zijn om het zwaardere oordeel dat met zekerheid van Jehovah zal komen enigszins te verlichten.


Deel Twee volgende week:
"Wee De Herders Die Weiders Van Zichzelf Zijn Geworden."


Gepubliceerd op: 1 Juni 2004