Vanuit het Gezichtspunt van de Sprinkhaan:
Jehovah's Grootheid Uitvergroten

 

De meeste mensen bezien de kleine sprinkhaan als niets meer dan een smerig insect. Waarschijnlijk zal niemand er een traan om laten wanneer ze per ongeluk of misschien wel met opzet op één zouden trappen.

Vanuit Jehovah's standpunt bezien is het menselijke ras echter net zo onbeduidend in vergelijking met hem als een veld met sprinkhanen dat voor ons is - misschien nog wel minder. Jehovah kan zelfs genereus zijn geweest toen hij de volgende vergelijking maakte: "Er is er Een die woont boven het rond der aarde - waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn." (Jesaja 40:22)

De sprinkhaan herinnert ons niet alleen aan onze onbeduidendheid in vergelijking met God, maar we werden deze week nogmaals herinnerd aan onze nietigheid toen Venus in stilte voor de zon langs gleed in haar 122-jarige omloopcyclus.

De Venus verduistering zou gemakkelijk aan je aandacht voorbij kunnen gaan, daar het lang niet zo opvallend is als een maans- of zonsverduistering. De schaduw die erdoor op de aarde wordt geworpen is niet eens te onderscheiden. Vanuit ons aardse standpunt is het niet meer dan een kleine stip tegen de achtergrond van onze felle zonnevuur. (Klik hier om te bekijken) Ja, als de media het niet onder onze aandacht had gebracht, zou de passage van Venus zonder twijfel door niemand opgemerkt zijn, met uitzondering van enkele sterrenkundigen.

Wat deze onopvallende eclips echter zo ontzagwekkend maakt, is dat Venus ongeveer dezelfde grootte heeft als onze eigen planeet, de Aarde. Dat is geen nieuw feit, maar het herinnert ons er wel aan dat onze Aarde, net als onze zusterplaneet Venus, slechts een speldenknop is tegen de achtergrond van de zon.

Vanuit het oogpunt van een sprinkhaan zal deze aardbol echter enorm lijken. We worden vaak geïmponeerd door relatief eenvoudige reisprestaties. Het wordt bijvoorbeeld nieuwswaardig geacht wanneer iemand te voet of op de fiets of op een andere ongewone manier een wereldreis maakt.

Door dit soort uitzonderlijke hemelse fenomenen te overdenken, krijgen we een ander perspectief met betrekking tot onze absolute onbeduidendheid in vergelijking tot de immense ruimte in het universum.

Het is tenslotte zowel vreesinboezemend als verzekerend dat God in zowel ruimte als tijd onbegrensd is, en dat God, ongeacht onze onbeduidendheid, zeer geïnteresseerd is in het wel en wee hier beneden in Sprinkhanendorp. De Bijbel levert daar bewijs voor.

De profetie van Jesaja lijkt veel op een boodschap die in een soort tijdscapsule verzegeld is. Natuurlijk is ze op dit moment ook toegankelijk voor lezers, maar kan ze geheel worden begrepen? Net als alle profetie, was ze feitelijk geschreven aan een volk dat in een specifieke tijd in de geschiedenis leefde. In het licht van de context bezien, is Jehovah's vergelijking van het menselijke ras met sprinkhanen aan ons gericht ten tijde van een zeer cruciale situatie - welke zich nog in de toekomst bevindt. Dan zal de boodschap van Jesaja zeer relevant worden.

Jehovah's stem is gericht tot zijn organisatie op een tijd dat ze zich op een doodlopende weg bevindt. Daarom lezen we de volgende woorden in de openingszinnen van Gods lange dialoog met zijn volk: "Troost, troost mijn volk", zegt ulieder God. "Spreekt tot het hart van Jeruzalem en roept haar toe dat haar krijgsdienst is vervuld, dat haar dwaling is afbetaald. Want uit de hand van Jehovah heeft zij een vol bedrag ontvangen voor al haar zonden." (Jesaja 40:1, 2)

Hoe kunnen we er zeker van zijn dat Jesaja in de toekomst in vervulling zal gaan en dat de vervulling niet in 1919 heeft plaatsgevonden zoals het Wachttorengenootschap leert? Wel, beschouw dat de volgende verzen een stem in de wildernis beschrijven die uitroept een weg voor Jehovah te banen. Er wordt ons gezegd dat na het banen van een weg voor Hem "de heerlijkheid van Jehovah stellig geopenbaard [za] worden, en alle vlees moet het te zamen zien, want het is de mond van Jehovah die het heeft gesproken."

Met het risico als een langspeelplaat te klinken, "de heerlijkheid van Jehovah" werd niet aan "alle vlees" geopenbaard toen Broeder Rutherford en enkele anderen uit de gevangenis kwamen en de Bijbelonderzoekers opnieuw organiseerden. Waarom zouden Jehovah's Getuigen zoiets onredelijks blijven geloven? Verder, hoe kan het mogelijkerwijs waar zijn dat de organisatie toen "een vol bedrag [heeft] ontvangen voor al haar zonden"? Als dat waar zou zijn, dan zou dat betekenen dat we nu carte blanche hebben om te doen wat we willen zonder een toekomende dag van verantwoording.

Nee, het is onlogisch dat Jesaja's profetie reeds in vervulling is gegaan.

De heerlijkheid van Jehovah zal geopenbaard worden gedurende het donkerste uur voor deze wereld - wanneer het voortdurende bestaan van de mensheid in gevaar lijkt te komen. Dan zal God verheerlijkt worden als Degene die vanaf het begin het einde heeft voorzegd. Daarom spreekt de stem in de wildernis over de kwetsbare en vergankelijke natuur op dat kritieke uur, door te zeggen: "Alle vlees is groen gras, en al zijn liefderijke goedheid is als de bloesem van het veld. Het groene gras is verdord, de bloesem is verwelkt, omdat Jehovah's géést erop heeft geblazen. Voorwaar, het volk is groen gras. Het groene gras is verdord, de bloesem is verwelkt; maar wat het woord van onze God betreft, het zal tot onbepaalde tijd blijven." (vers 6-8)

Jehovah's vergelijking van de mensheid met slechts gras staat in contrast tot Degene die de grootse wateren als het ware in de palm van zijn hand kan vasthouden. In hedendaagse taal spreekt Jesaja's bovenstaande profetie tot ons op een tijd waarop het huidige samenstel "weggeblazen" wordt, omdat "Jehovah's géést erop heeft geblazen."

Dit zal gebeuren wanneer de nu heersende machten in het koninkrijk van de sprinkhanen zelf plotseling tot niets worden gereduceerd door de Almachtige God. Nee - niet te Armageddon. Jehovah laat dit samenstel kennismaken met haar sterfelijkheid wanneer hij toestaat dat de verdrukking door toedoen van Satan de Duivel uitbreekt nadat hij uit de hemel is geworpen. In dat opzicht is het een oordeel van Jehovah.

(Op andere plaatsen in profetieën wordt de verdrukking beschreven als het schudden van de hemelen en de aarde, de dodelijke zwaardslag op het hoofd van het wilde beest, de koningen der aarde die in verwarring zijn, enz. enz.)

Eén ding is zeker: Het Wachttorengenootschap zal tot zwijgen worden gebracht en Jehovah zal dan onze volledige aandacht hebben! Of, zoals Jesaja schrijft: "Baant de weg van Jehovah! Maakt de hoofdweg voor onze God door de woestijnvlakte recht. Laat elk dal worden verhoogd en elke berg en heuvel worden geslecht. En het bultige landschap moet tot vlak land worden en het oneffen landschap tot een valleivlakte. En de heerlijkheid van Jehovah zal stellig geopenbaard worden, en alle vlees moet het te zamen zien, want het is de mond van Jehovah die het heeft gesproken." (vers 3-5)

Jesaja verslaat vervolgens hoe Jehovah vanuit de toekomst tot zijn volk spreekt: "Er is er Een die woont boven het rond der aarde - waarvan de bewoners als sprinkhanen zijn - Degene die de hemelen uitspant net als een fijn gaas, die ze uitspreidt als een tent om in te wonen, Degene die hoogwaardigheidsbekleders terugbrengt tot niets, die zelfs de rechters der aarde tot louter onwerkelijkheid heeft gemaakt." (vers 22, 23)

Wederom, hoe weten we dat dit nog moet gebeuren? De openingswoorden van het 41ste hoofdstuk maken dat duidelijk. Daar lezen we: "Hoort mij zwijgend aan, gij eilanden; en laten nationale groepen zelf nieuwe kracht verkrijgen. Laten ze toetreden. Laten ze in die tijd spreken. Laten wij samen ten geríchte naderen."

Openbaring beschrijft een wild beest dat een dodelijke slag ontvangt, maar vervolgens weer opleeft en de mensen opdraagt een beeld van zichzelf te maken. Daar het symbolische zevenkoppige wilde beest een politiek stelsel afbeeldt dat sinds Egypte uit de dagen van Abraham onafgebroken heeft bestaan, beeldt het geslachte hoofd van het beest zonder twijfel de bijna dood ervaring af die binnenkort over het huidige Anglo-Amerikaans gedomineerde wereldwijde beschaving zal komen - ja, werkelijk een niet eerder voorgekomen catastrofe!

De dood en daarop volgende opleving van het politieke stelsel onder de achtste en laatste koning zal voor de volken der aarde het begin van de Oordeelsdag markeren. (Zie het essay "Het Laatste Uur van de Achtste Koning")

Het eerder geciteerde vers spreekt tot ons gedurende die Oordeelsdag, wanneer er van de nationale groepen wordt gezegd dat ze "nieuwe kracht verkrijgen." Dit opnieuw verkrijgen van kracht is in overeenstemming met het beest dat opleeft na zijn dodelijke slag. Dan zegt God letterlijk tot alle natiën: "Laten wij samen ten geríchte naderen."

Om verder te bewijzen dat de profetie een toekomstige vervulling heeft gedurende de tegenwoordigheid van Christus geeft Jesaja 41:2-4 een beschrijving van Jehovah's wereldoverwinnende Messias die in actie komt. "Wie heeft iemand verwekt van de opgang der zon? Wie ging er in rechtvaardigheid toe over hem tot Zijn voeten te roepen, de natiën voor zijn aangezicht te geven en hem vervolgens zelfs koningen te laten onderwerpen? Wie bleef hen als stof aan zijn zwaard geven, zodat zij met zijn boog als louter stoppels zijn voortgedreven? Wie bleef hen achtervolgen, bleef vredig voortschrijden op zijn voeten over het pad waarlangs hij aanvankelijk niet was gekomen? Wie heeft er gehandeld en heeft dit gedaan, de geslachten roepend van de aanvang af? Ik, Jehovah, de Eerste; en bij de laatsten ben ik dezelfde."

Het Wachttorengenootschap houdt vol dat Christus de profetie uit Jesaja in 1914-1919 vervuld heeft. Hoewel we ons realiseren dat de profetie oorspronkelijk van toepassing was op de Perzische Koning Cyrus, leert het Wachttorengenootschap correct dat ze tevens van toepassing is op Jezus Christus bij zijn tegenwoordigheid. Jesaja 45:1 noemt Cyrus zelfs Jehovah's gezalfde, door te zeggen: "Dit heeft Jehovah tot zijn gezalfde, tot Cyrus, gezegd, wiens rechterhand ik heb gevat om voor hem uit natiën te onderwerpen, zodat ik zelfs de heupen van koningen kan ontgorden."

Heeft Christus in 1914 echter werkelijk "zelfs koningen onderworpen"? Zo ja, waarom staan de nucleair gewapende koningen der aarde op dit moment dan nog vastbeslotener in oppositie tot Gods koninkrijk, lang nadat Jezus hen zogenaamd onderworpen heeft? Het is duidelijk dat Jezus Christus geen enkele aardse koning reeds onderworpen heeft.

Jesaja 41:5 voorzegt verder dat de natiën in antwoord op Jehovah's aankondiging van oordeel een onafgewerkte afgod maken dat hen moet vertegenwoordigen: "De eilanden zagen het en werden met vrees vervuld. Ja, de uiteinden der aarde werden bevangen door beving. Zij naderden en bleven komen. Zij gingen ieder hun metgezel helpen, en de een zei dan tot zijn broeder: "Wees sterk." Zo sterkte dan de kunsthandwerker de metaalbewerker, degene die met de smidshamer gladmaakt hem die op het aambeeld slaat, van het soldeersel zeggend: "Het is goed." Ten slotte bevestigde men het met spijkers, opdat het niet aan het wankelen gebracht zou kunnen worden."

De wereldschokkende ineenstorting van het huidige samenstel zal de volken der aarde zo erg beangstigen dat ze onbewust een politieke redder van eigen maaksel aanbidden. Het maken van de afgod komt overeen met de aanbidding van het beeld van het beest wat resulteert in het merken met "666".

Maar, wie of wat kan zich vergelijken met Jehovah? Dat is in feite de vraag die Jehovah zelf aan ons stelt, wanneer Hij door middel van zijn dienstknecht en profeet Jesaja vraagt: "Met wie wilt gijlieden mij vergelijken of gelijkstellen of mij doen overeenkomen, dat wij op elkaar zouden lijken?" (Jesaja 46:5)

Het maakt niet uit hoe eenvoudig of kunstig de afgod is, of het nu een ruw houten beeld is of een gouden kalf, een religieuze icoon of zelfs een complexe organisatie als het Wachttorengenootschap of de Verenigde Naties - Jehovah kent geen gelijke - geen!

Net zoals de sprinkhanen niets zijn in vergelijking met een menselijk wezen, zo is ook de Schepper van het universum grootser - veel grootser - dan zijn hele schepping.

Wellicht zul je sprinkhanen vanaf nu nooit meer hetzelfde bezien.


Gepubliceerd op: 14 Juni 2004