Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

14 augustus 2004

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Commentaar
Download Commentaar *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

Stel jezelf eens voor dat je je in een mooi restaurant bevindt, het soort van restaurant met kaarslicht en witte tafelkleden; bediend door obers in smokings die je in alles verzorgen. Je lievelingsmaaltijd staat op het menu en de chef-kok bereid het tot in perfectie voor. Maar terwijl je de atmosfeer op je in laat werken ruik je een zeer onaangename, misselijkmakende geur en terwijl je rondkijkt in het restaurant merk je tot je ontsteltenis op dat het lijkt alsof er op alle tafels uitbraaksel ligt op de mooie witte tafelkleden. En je grootste angst wordt werkelijkheid - tot je afgrijzen braakt de ober, die net je maaltijd komt opdienen, plotseling ook over jouw tafel heen! Zonder twijfel zal elk persoon walgen bij een dergelijke smerige ervaring.

Excuses voor het gebruik van deze "onsmakelijke" illustratie, maar feitelijk is het een beeldige beschrijving die Jehovah ons zélf geeft in het 28ste hoofdstuk van Jesaja, waar we lezen: "Want de tafels zelf zijn allemaal vol vies uitbraaksel geworden - er is geen plaats die schoon is."

Maar, waarom zou God een dergelijke misselijkmakende vergelijking gebruiken? Ten eerste moet erop gewezen worden dat op andere plaatsen in de Schrift verwezen wordt naar de "tafel van Jehovah." In een geestelijke betekenis heeft de "tafel van Jehovah" dus van doen met het "voedsel" uit Gods Woord dat aan naar waarheid hongerende Christenen wordt gegeven. In 1 Korinthiërs 10:21 bijvoorbeeld contrasteert de apostel Paulus Jehovah's "tafel" met de "tafel der demonen," door te zeggen: "Gij kunt niet aan "de tafel van Jehovah" en aan de tafel van de demonen deel hebben."

In verband met het bovenstaande vers komt de volgende vraag als vanzelf bovendrijven: Is het de "tafel der demonen" die "vol van uitbraaksel is geworden"? Nee, het is bekend dat Satans tafel geestelijk ongezond is. Het is niet redelijk dat God zich zorgen zou maken over hetgeen er op de "tafel der demonen" wordt opgediend. Jehovah is enkel geïnteresseerd in zijn eigen tafel, die volgens de context van Jesaja vervuild is geraakt omdat de priesters, die degenen aan Jehovah's tafel bedienen, zelf geestelijk dronken zijn, wat kennelijk ook de bron van het "vieze uitbraaksel" is.

In het boek Maleachi wordt een soortgelijke illustratie gebruikt waarin God zijn priesters de les leest door tot hen te zeggen: "Maar gijlieden ontheiligt mij doordat gij zegt: 'De tafel van Jehovah is iets verontreinigds, en haar vrucht, haar voedsel, is iets verachtelijks.'" (Maleachi 1:12)

Maleachi lijkt tegen te spreken dat het Jehovah's tafel is die verontreinigd is met uitbraaksel, daar het in Maleachi lijkt alsof Jehovah's priesters enkel maar zeggen dat Gods tafel onrein is. We kunnen er zeker van zijn dat Jehovah's tafel heilig is, omdat Jehovah heilig is en de Bijbel heilig is. De waarheid is heilig. Maar, de tafel kan verontreinigd raken wanneer degenen die zijn opgedragen de tafel te serveren op één of andere wijze ondankbaar of nalatig zijn in hun taken - of zelfs geestelijk bedwelmd. Zo is het dus dat de tafels in het huis van Jehovah onrein zijn geworden. Desalniettemin is het nog steeds de tafel van Jehovah en Jehovah's waarheid moet niet worden veracht.

Beschouw daarom eens de meest recente oprispingen van de leerstelling omtrent 1914 van het Wachttorengenootschap, als voorbeeld van het soort van op uitbraaksel gelijkende leerstellingen waarover de profetie van Jesaja wellicht spreekt. Ik wil me hiervoor wederom verontschuldigen naar de lezer, maar gezien het feit dat miljoenen Jehovah's Getuigen de leerstelling van het Wachttorengenootschap omtrent 1914 zonder meer aanvaarden, is het belangrijk de redenaties van het Wachttorengenootschap nauwgezet tegen het kritische licht te houden.

De Wachttoren van 1 augustus 2004 bevat een typerend artikel getiteld: "Een Goede Regering, Waar Kan Die Gevonden Worden?" Het artikel maakt zich sterk voor wereldregering en beweert vervolgens dat wereldregering reeds sinds 1914 realiteit is geworden in de vorm van Gods koninkrijk.

Op bladzijde 4 lijkt de Wachttoren te lonken naar de sci-fi generatie door het volgende te zeggen over de verdrukking: "Een aanval van een andere planeet? Of dat alle volken op aarde nu bij elkaar zou brengen of niet, het is een feit dat bijbelse profetieën over een dreigende crisis spreken die de volken op aarde ertoe zal brengen zich te verenigen. En die crisis zal inderdaad door buitenaardse machten veroorzaakt worden."

Het artikel citeert vervolgens Psalm hoofdstuk 2, wat we bezien als een messiaanse profetie en welke van toepassing wordt gebracht op zowel 1914 als een toekomstige "dreigende crisis die de volken op aarde ertoe zal brengen zich te verenigen." In het commentaar op Psalm 2:2, 3 zegt de Wachttoren: "Merk op dat de wereldleiders zich als één blok zouden aaneensluiten tegen Jehovah, de Schepper van het universum, en zijn gezalfde, of zijn aangestelde Koning, Jezus Christus. Hoe zou dat gebeuren?"

Het artikel zegt vervolgens: "Volgens de bijbelse chronologie en vervulde profetieën werd in 1914 Gods koninkrijk met Jezus Christus als Koning in de hemel opgericht. In die tijd hadden de volken op aarde één gemeenschappelijke gedachte. In plaats van zich aan de soevereiniteit van Gods pas opgerichte koninkrijk te onderwerpen, streden ze om de macht in de Grote Oorlog of Eerste Wereldoorlog."

Om ons geheugen nog even op te frissen, de openingswoorden van de 2de Psalm luiden: "Waarom zijn de natiën in tumult geweest en zijn ook de nationale groepen over iets ijdels blijven mompelen? De koningen der aarde stellen zich op en de hoogwaardigheidsbekleders zelf hebben zich als één blok aaneengesloten tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde."

Volgens de leerstelling waaraan we reeds lange tijd vasthouden is de voorzegde "tumult" van de natiën in 1914 begonnen met de Eerste Wereldoorlog. Na de Grote Oorlog hebben de natiën zich onder de misleidende invloed van Satan politiek bezien als één blok aaneengesloten tégen Gods soevereiniteit door de formatie van de Volkerenbond. (Opmerking: De Verenigde Staten is nooit lid geweest van de Volkerenbond.)

De Wachttoren zegt in hetzelfde artikel echter: "Onder de invloed van demonen zullen de volken op aarde zich uiteindelijk verenigen - om oorlog te voeren tegen God de Almachtige. De tijd dat mensen zich aaneensluiten om tegen Gods soevereiniteit te strijden, komt snel dichterbij."

Heb je de redeneertrucs van het Wachttorengenootschap opgemerkt? Weldenkende mensen zullen zich zonder twijfel realiseren dat er slechts één geval van uitzonderlijke omstandigheden kan bestaan waarin alle natiën zich als één blok aaneensluiten om tegen God te strijden. Het Wachttorengenootschap past de profetische Psalm nu echter toe op 1914 en tevens op een toekomstige crisis. Maar, wanneer de vervulling in 1914 heeft plaatsgevonden - waarom dan nog een andere vervulling verwachten?

Het Wachttorengenootschap blijft onderwijzen dat de Psalm in 1914 is vervuld omdat de samenspanning van de natiën in antwoord op Jehovah's installatie van zijn Koning is. Maar, wanneer het Wachttorengenootschap zou toegeven dat de omstandigheden van de Eerste Wereldoorlog niet werkelijk de ware vervulling waren van de profetische Psalm, zou dit een verwerping van de gehele leerstelling over 1914 betekenen. Zonder twijfel ziet ze in dat dit geloofsverwoestend zou werken voor een groot percentage van Jehovah's Getuigen. Daar het echter duidelijk is dat Jehovah de hoge functionarissen van de wereld nog niet ontsteld heeft met zijn brandende misnoegen voor hun samenspanning tegen hem en zijn Zoon, wordt het Wachttorengenootschap er door de realiteit toe genoodzaakt óók op een toekomstige vervulling te wijzen.

Hetzelfde hoofdstuk van Jesaja lijkt rechtstreeks te spreken over de ongemakkelijke en leerstellig ontmaskerde toestand waarin het Wachttorengenootschap zich nu bevindt, door te zeggen: "Want het rustbed is te kort gebleken om er zich op uit te strekken, en zelfs het geweven laken is te smal wanneer men zich erin wikkelt." (Jesaja 28:20) - Zie het essay: "Een Te Kort Rustbed en een Te Smal Laken"

Onder het onderkopje "De Belangrijkste Bestuurder van de Koninkrijksregering," nodigt het artikel de lezer uit stil te staan bij "enkele factoren die aantonen dat Gods koninkrijk echt bestaat en nu volop actief is."

De Wachttoren draagt vervolgens als bewijs voor Christus' onzichtbare wederkomst in 1914 aan dat Jehovah's Getuigen over de gehele wereld diverse ondersteunende acties ondernemen bij rampen. (Alsof Jehovah's Getuigen de enige religieuze organisatie zijn die zulke activiteiten uitvoeren.) Het artikel verwijst naar het 11de hoofdstuk van Handelingen, waar we lezen dat de vroegere discipelen een ondersteunende actie organiseerden voor de broeders in het door hongersnood getroffen Jeruzalem. Kennelijk realiseren de schrijvers van de Wachttoren zich niet eens dat het verslag in Handelingen hun bewering dat het koninkrijk nu regeert feitelijk ontkracht. Hoe dat zo? Wel, Christus' koninkrijk was toen duidelijk niet operationeel, tenminste niet op de manier zoals we dat nu veronderstellen, en toch brachten de discipelen datgene tot stand wat door het Wachttorengenootschap wordt aangedragen als bewijs dat "het koninkrijk nu volop actief is."

Ondanks dergelijke misleidende redenaties dweept de laatste paragraaf van het artikel: "Er is overweldigend veel bewijs dat Gods koninkrijk een realiteit is en volledig functioneert." In werkelijkheid laat het Wachttorengenootschap zien dat haar geestelijke tafels vol zijn met vies uitbraaksel van onwaarheid en dwalingen.

In het volgende artikel getiteld, "Jehovah Openbaart Zijn Heerlijkheid Aan de Nederigen," pocht het Wachttorengenootschap op subtiele wijze over haar eigen vermeende nederigheid en geestelijk verlichte toestand. De 10de paragraaf van het studieartikel beweert: "Op zijn eigen bestemde tijd en via zijn uitverkoren communicatiekanaal heeft Jehovah aan nederigen bijzonderheden geopenbaard over de verwezenlijking van zijn voornemen. Die schitterende bijzonderheden blijven verborgen voor degenen die zich trots op menselijke wijsheid of een menselijke denkwijze verlaten of daar koppig aan vasthouden."

Jehovah's Getuigen beschouwen het Wachttorengenootschap natuurlijk als Jehovah's "uitverkoren communicatiekanaal." Zo wordt er als vanzelf aangenomen dat alleen het Wachttorengenootschap "bijzonderheden over de verwezenlijking van [Gods] voornemen" kan openbaren aan ons. Het bewijsmateriaal stapelt zich echter dagelijks verder op dat de leidende broeders van het Wachttorengenootschap degenen zijn die vastbesloten zijn koppig vast te houden aan menselijke interpretaties van profetie die reeds lang geleden afgedankt hadden moeten worden.

Sinds vele tientallen jaren heeft het Wachttorengenootschap bijvoorbeeld onderwezen dat Jehovah's Getuigen in een geestelijk paradijs van Gods makelij vertoeven. Maar, wanneer dat werkelijk zo zou zijn, waarom worden Jehovah's Getuigen dan nog steeds geplaagd door de aanwezigheid van beestachtige personen, terwijl de profetieën die een afbeelding geven van het geestelijk paradijs onomwonden zeggen dat zelfs niet één dwaas of roofzuchtig persoon daar een bedreigende aanwezigheid zal zijn?

Als een recent voorbeeld van de problemen in ons ingebeelde paradijs: Een Jehovah's Getuige en vader in North Carolina heeft kennelijk zijn gehele familie vermoord - de kelen van zijn eigen dochters doorgesneden - kinderen die hij naar verluidt ook nog seksueel misbruikt heeft. Waarschijnlijk stond deze moordende, pedofiele Jehovah's Getuige tot vlak voor zijn eigen dood met de broeders en zusters van zijn plaatselijke gemeente schouder-aan-schouder in het "geestelijk paradijs." In plaats van zich bewust te zijn dat er zulke weerzinwekkende misdaden begaan worden in de organisatie, geeft het Wachttorengenootschap nog steeds eer aan Jehovah God voor de gave van een geestelijk paradijs onder Jehovah's Getuigen.

Ja, werkelijk op uitbraaksel gelijkende onderwijzingen!

Wanneer "Jehovah via zijn uitverkoren communicatiekanaal bijzonderheden over de verwezenlijking van zijn voornemen aan nederigen heeft geopenbaard," zouden we verwachten dat het Wachttorengenootschap een baken van geestelijk licht is met betrekking tot profetieën. In werkelijkheid heeft het Wachttorengenootschap vrijwel ieder profetisch boek in de Bijbel verkeerd begrepen of verdraaid.

Beschouw eens een aantal voorbeelden: De profetie van Joël voorzegt dat een symbolisch sprinkhanenleger de aarde zal ruïneren als onmiddellijke voorbode van Armageddon. Ondanks dat de profetie van Joël er duidelijk op wijst dat Jehovah zijn volk zal redden van de verwoestingen van de op sprinkhanen gelijkende legermacht, heeft het Wachttorengenootschap de afgelopen 70 jaar geleerd dat de sprinkhanen een afbeelding zijn van Jehovah's Getuigen! Er lijkt geen aardse macht te bestaan die deze foute interpretatie uit hun hoofd kan praten. Jehovah's uitverkoren kanaal is zeker niet bekend met dit aspect van "de verwezenlijking van zijn voornemen."

Habakuk beschrijft evenzo een wereldwijde verwoesting die wordt aangericht door een imperialistische entiteit die Jehovah benoemd tot Zijn wreker. Habakuk zegt het volgende over Gods instrument: "O Jehovah, tot een oordeel hebt gij haar gesteld; en, o Rots, tot een terechtwijzing hebt gij haar gegrondvest." (Habakuk 1:12) De "Chaldeeën" moeten dezelfde politieke entiteit zijn als het scharlakengekleurde beest, de achtste koning uit Openbaring, die door Jehovah gebruikt wordt om zijn oordelen uit te voeren. Wat wordt volgens het Wachttorengenootschap echter door de "Chaldeeën" afgebeeld? Recentelijk, in het jaar 2000, schreef het Wachttorengenootschap het volgende: "Vraatzuchtig, net als het Babylon in Habakuks tijd, voert ook deze samengestelde "man", bestaande uit politieke machten - of het nu fascistische, nazistische, communistische of zelfs zogenaamd democratische machten zijn - oorlogen om zijn gebied uit te breiden." (De Wachttoren van 1 februari 2000, blz. 14)

Het slecht verzonnen commentaar op Habakuk uit de Wachttoren wil ons laten geloven dat God de nazi's, communisten en diverse democratische natiën heeft aangesteld "tot een oordeel." Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat Jehovah de Nazi Holocaust zou hebben geautoriseerd! Het lijkt voor hen onmogelijk te zijn te begrijpen dat het visioen van Habakuk te maken heeft met een wereldwijde genocidale holocaust - een grote verdrukking - welke de wereld nog nimmer heeft meegemaakt. Wederom, hoe kan het Wachttorengenootschap pochen over geestelijke verlichting van Jehovah's dienstknechten met "bijzonderheden over de verwezenlijking van zijn voornemen"?

De verreweg meest ernstige fout in profetische interpretatie van het Wachttorengenootschap is de misleidende bewering van God zijn eigen huis reeds geoordeeld heeft en dat alle toekomstige oordelen tegen de Christenheid en de wereld gericht zullen zijn. Ja, de verkeerde aanname dat de Meester reeds aangekomen is en zijn getrouwe slaaf heeft aangesteld over al zijn bezittingen, vormt de onderliggende leerstellige basis waardoor het Wachttorengenootschap er dikwijls over pocht Jehovah's "uitverkoren communicatiekanaal" te zijn.

In werkelijkheid is het Wachttorengenootschap gedienstig geweest in het verbergen van Jehovah's toekomstige oordelen over Jehovah's Getuigen. Geen wonder dat Jehovah een paar verzen verderop in Jesaja hoofdstuk 28 de volgende woorden richt tot de geestelijk bedwelmde, uitbraaksel spugende leiders van zijn volk: "Daarom, hoort het woord van Jehovah, gij snoevers, gij heersers van dit volk dat in Jeruzalem is."


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman