|
Stel jezelf eens voor dat je je in een mooi restaurant bevindt,
het soort van restaurant met kaarslicht en witte tafelkleden;
bediend door obers in smokings die je in alles verzorgen. Je lievelingsmaaltijd
staat op het menu en de chef-kok bereid het tot in perfectie voor.
Maar terwijl je de atmosfeer op je in laat werken ruik je een
zeer onaangename, misselijkmakende geur en terwijl je rondkijkt
in het restaurant merk je tot je ontsteltenis op dat het lijkt
alsof er op alle tafels uitbraaksel ligt op de mooie witte tafelkleden.
En je grootste angst wordt werkelijkheid - tot je afgrijzen braakt
de ober, die net je maaltijd komt opdienen, plotseling ook over
jouw tafel heen! Zonder twijfel zal elk persoon walgen bij een
dergelijke smerige ervaring.
Excuses voor het gebruik van deze "onsmakelijke" illustratie,
maar feitelijk is het een beeldige beschrijving die Jehovah ons
zélf geeft in het 28ste hoofdstuk van Jesaja, waar we lezen:
"Want de tafels zelf zijn allemaal vol vies uitbraaksel geworden
- er is geen plaats die schoon is."
Maar, waarom zou God een dergelijke misselijkmakende
vergelijking gebruiken? Ten eerste moet erop gewezen worden dat
op andere plaatsen in de Schrift verwezen wordt naar de "tafel
van Jehovah." In een geestelijke betekenis heeft de "tafel
van Jehovah" dus van doen met het "voedsel" uit Gods Woord
dat aan naar waarheid hongerende Christenen wordt gegeven. In
1 Korinthiërs 10:21 bijvoorbeeld contrasteert de apostel Paulus
Jehovah's "tafel" met de "tafel der demonen," door te zeggen:
"Gij kunt niet aan "de tafel van Jehovah" en aan de tafel van
de demonen deel hebben."
In verband met het bovenstaande vers komt de volgende vraag
als vanzelf bovendrijven: Is het de "tafel der demonen"
die "vol van uitbraaksel is geworden"? Nee, het is bekend
dat Satans tafel geestelijk ongezond is. Het is niet redelijk
dat God zich zorgen zou maken over hetgeen er op de "tafel
der demonen" wordt opgediend. Jehovah is enkel geïnteresseerd
in zijn eigen tafel, die volgens de context van Jesaja
vervuild is geraakt omdat de priesters, die degenen aan Jehovah's
tafel bedienen, zelf geestelijk dronken zijn, wat kennelijk ook
de bron van het "vieze uitbraaksel" is.
In het boek Maleachi wordt een soortgelijke illustratie gebruikt
waarin God zijn priesters de les leest door tot hen te zeggen:
"Maar gijlieden ontheiligt mij doordat gij zegt: 'De tafel
van Jehovah is iets verontreinigds, en haar vrucht, haar voedsel,
is iets verachtelijks.'" (Maleachi 1:12)
Maleachi lijkt tegen te spreken dat het Jehovah's tafel is die
verontreinigd is met uitbraaksel, daar het in Maleachi lijkt alsof
Jehovah's priesters enkel maar zeggen dat Gods tafel onrein
is. We kunnen er zeker van zijn dat Jehovah's tafel heilig is,
omdat Jehovah heilig is en de Bijbel heilig is. De waarheid is
heilig. Maar, de tafel kan verontreinigd raken wanneer degenen
die zijn opgedragen de tafel te serveren op één of andere wijze
ondankbaar of nalatig zijn in hun taken - of zelfs geestelijk
bedwelmd. Zo is het dus dat de tafels in het huis van Jehovah
onrein zijn geworden. Desalniettemin is het nog steeds de tafel
van Jehovah en Jehovah's waarheid moet niet worden veracht.
Beschouw daarom eens de meest recente oprispingen van de leerstelling
omtrent 1914 van het Wachttorengenootschap, als voorbeeld van
het soort van op uitbraaksel gelijkende leerstellingen waarover
de profetie van Jesaja wellicht spreekt. Ik wil me hiervoor wederom
verontschuldigen naar de lezer, maar gezien het feit dat miljoenen
Jehovah's Getuigen de leerstelling van het Wachttorengenootschap
omtrent 1914 zonder meer aanvaarden, is het belangrijk de redenaties
van het Wachttorengenootschap nauwgezet tegen het kritische licht
te houden.
De Wachttoren van 1 augustus 2004 bevat een typerend
artikel getiteld: "Een Goede Regering, Waar Kan Die Gevonden Worden?"
Het artikel maakt zich sterk voor wereldregering en beweert vervolgens
dat wereldregering reeds sinds 1914 realiteit is geworden
in de vorm van Gods koninkrijk.
Op bladzijde 4 lijkt de Wachttoren te lonken naar de
sci-fi generatie door het volgende te zeggen over de verdrukking:
"Een aanval van
een andere planeet? Of dat alle volken op aarde nu bij elkaar
zou brengen of niet, het is een feit dat bijbelse profetieën over
een dreigende crisis spreken die de
volken op aarde ertoe zal brengen zich te verenigen. En
die crisis zal inderdaad door buitenaardse machten veroorzaakt
worden."
Het artikel citeert vervolgens Psalm hoofdstuk 2, wat we bezien
als een messiaanse profetie en welke van toepassing wordt gebracht
op zowel 1914 als een toekomstige "dreigende
crisis die de volken op aarde ertoe zal brengen zich te verenigen."
In het commentaar op Psalm 2:2, 3 zegt de Wachttoren: "Merk
op dat de wereldleiders zich als één blok zouden aaneensluiten
tegen Jehovah, de Schepper van het universum, en zijn gezalfde,
of zijn aangestelde Koning, Jezus Christus. Hoe zou dat gebeuren?"
Het artikel zegt vervolgens: "Volgens
de bijbelse chronologie en vervulde profetieën werd in 1914 Gods
koninkrijk met Jezus Christus als Koning in de hemel opgericht.
In die tijd hadden de volken op aarde één gemeenschappelijke gedachte.
In plaats van zich aan de soevereiniteit van Gods pas opgerichte
koninkrijk te onderwerpen, streden ze om de macht in de Grote
Oorlog of Eerste Wereldoorlog."
Om ons geheugen nog even op te frissen, de openingswoorden van
de 2de Psalm luiden: "Waarom zijn de natiën in tumult geweest
en zijn ook de nationale groepen over iets ijdels blijven mompelen?
De koningen der aarde stellen zich op en de hoogwaardigheidsbekleders
zelf hebben zich als één blok aaneengesloten tegen Jehovah en
tegen zijn gezalfde."
Volgens de leerstelling waaraan we reeds lange tijd vasthouden
is de voorzegde "tumult" van de natiën in 1914 begonnen met de
Eerste Wereldoorlog. Na de Grote Oorlog hebben de natiën zich
onder de misleidende invloed van Satan politiek bezien als één
blok aaneengesloten tégen Gods soevereiniteit door de formatie
van de Volkerenbond. (Opmerking: De Verenigde Staten is nooit
lid geweest van de Volkerenbond.)
De Wachttoren zegt in hetzelfde artikel echter: "Onder
de invloed van demonen zullen de volken
op aarde zich uiteindelijk verenigen - om oorlog te voeren
tegen God de Almachtige. De tijd dat mensen zich
aaneensluiten om tegen Gods soevereiniteit te strijden,
komt snel dichterbij."
Heb je de redeneertrucs van het Wachttorengenootschap opgemerkt?
Weldenkende mensen zullen zich zonder twijfel realiseren dat er
slechts één geval van uitzonderlijke omstandigheden kan
bestaan waarin alle natiën zich als één blok aaneensluiten om
tegen God te strijden. Het Wachttorengenootschap past de profetische
Psalm nu echter toe op 1914 en tevens op een toekomstige
crisis. Maar, wanneer de vervulling in 1914 heeft plaatsgevonden
- waarom dan nog een andere vervulling verwachten?
Het Wachttorengenootschap blijft onderwijzen dat de Psalm in
1914 is vervuld omdat de samenspanning van de natiën in antwoord
op Jehovah's installatie van zijn Koning is. Maar, wanneer het
Wachttorengenootschap zou toegeven dat de omstandigheden van de
Eerste Wereldoorlog niet werkelijk de ware vervulling waren van
de profetische Psalm, zou dit een verwerping van de gehele leerstelling
over 1914 betekenen. Zonder twijfel ziet ze in dat dit geloofsverwoestend
zou werken voor een groot percentage van Jehovah's Getuigen. Daar
het echter duidelijk is dat Jehovah de hoge functionarissen van
de wereld nog niet ontsteld heeft met zijn brandende misnoegen
voor hun samenspanning tegen hem en zijn Zoon, wordt het Wachttorengenootschap
er door de realiteit toe genoodzaakt óók op een toekomstige vervulling
te wijzen.
Hetzelfde hoofdstuk van Jesaja lijkt rechtstreeks te spreken
over de ongemakkelijke en leerstellig ontmaskerde toestand waarin
het Wachttorengenootschap zich nu bevindt, door te zeggen: "Want
het rustbed is te kort gebleken om er zich op uit te strekken,
en zelfs het geweven laken is te smal wanneer men zich erin wikkelt."
(Jesaja 28:20) - Zie het essay: "Een
Te Kort Rustbed en een Te Smal Laken"
Onder het onderkopje "De Belangrijkste Bestuurder van de Koninkrijksregering,"
nodigt het artikel de lezer uit stil te staan bij "enkele
factoren die aantonen dat Gods koninkrijk echt bestaat en nu volop
actief is."
De Wachttoren draagt vervolgens als bewijs voor Christus' onzichtbare
wederkomst in 1914 aan dat Jehovah's Getuigen over de gehele wereld
diverse ondersteunende acties ondernemen bij rampen. (Alsof Jehovah's
Getuigen de enige religieuze organisatie zijn die zulke
activiteiten uitvoeren.) Het artikel verwijst naar het 11de hoofdstuk
van Handelingen, waar we lezen dat de vroegere discipelen een
ondersteunende actie organiseerden voor de broeders in het door
hongersnood getroffen Jeruzalem. Kennelijk realiseren de schrijvers
van de Wachttoren zich niet eens dat het verslag in Handelingen
hun bewering dat het koninkrijk nu regeert feitelijk ontkracht.
Hoe dat zo? Wel, Christus' koninkrijk was toen duidelijk niet
operationeel, tenminste niet op de manier zoals we dat nu veronderstellen,
en toch brachten de discipelen datgene tot stand wat door het
Wachttorengenootschap wordt aangedragen als bewijs dat "het
koninkrijk nu volop actief is."
Ondanks dergelijke misleidende redenaties dweept de laatste
paragraaf van het artikel: "Er
is overweldigend veel bewijs dat Gods koninkrijk een realiteit
is en volledig functioneert." In werkelijkheid laat
het Wachttorengenootschap zien dat haar geestelijke tafels vol
zijn met vies uitbraaksel van onwaarheid en dwalingen.
In het volgende artikel getiteld, "Jehovah Openbaart Zijn Heerlijkheid
Aan de Nederigen," pocht het Wachttorengenootschap op subtiele
wijze over haar eigen vermeende nederigheid en geestelijk verlichte
toestand. De 10de paragraaf van het studieartikel beweert: "Op
zijn eigen bestemde tijd en via zijn uitverkoren communicatiekanaal
heeft Jehovah aan nederigen bijzonderheden geopenbaard over de
verwezenlijking van zijn voornemen. Die schitterende bijzonderheden
blijven verborgen voor degenen die zich trots op menselijke wijsheid
of een menselijke denkwijze verlaten of daar koppig aan vasthouden."
Jehovah's Getuigen beschouwen het Wachttorengenootschap natuurlijk
als Jehovah's "uitverkoren
communicatiekanaal." Zo wordt er als vanzelf aangenomen
dat alleen het Wachttorengenootschap "bijzonderheden
over de verwezenlijking van [Gods] voornemen" kan openbaren
aan ons. Het bewijsmateriaal stapelt zich echter dagelijks verder
op dat de leidende broeders van het Wachttorengenootschap degenen
zijn die vastbesloten zijn koppig vast te houden aan menselijke
interpretaties van profetie die reeds lang geleden afgedankt hadden
moeten worden.
Sinds vele tientallen jaren heeft het Wachttorengenootschap
bijvoorbeeld onderwezen dat Jehovah's Getuigen in een geestelijk
paradijs van Gods makelij vertoeven. Maar, wanneer dat werkelijk
zo zou zijn, waarom worden Jehovah's Getuigen dan nog steeds geplaagd
door de aanwezigheid van beestachtige personen, terwijl de profetieën
die een afbeelding geven van het geestelijk paradijs onomwonden
zeggen dat zelfs niet één dwaas of roofzuchtig persoon
daar een bedreigende aanwezigheid zal zijn?
Als een recent voorbeeld van de problemen in ons ingebeelde
paradijs: Een Jehovah's
Getuige en vader in North Carolina heeft kennelijk zijn gehele
familie vermoord - de kelen van zijn eigen dochters doorgesneden
- kinderen die hij naar verluidt ook nog seksueel misbruikt heeft.
Waarschijnlijk stond deze moordende, pedofiele Jehovah's Getuige
tot vlak voor zijn eigen dood met de broeders en zusters van zijn
plaatselijke gemeente schouder-aan-schouder in het "geestelijk
paradijs." In plaats van zich bewust te zijn dat er zulke weerzinwekkende
misdaden begaan worden in de organisatie, geeft het Wachttorengenootschap
nog steeds eer aan Jehovah God voor de gave van een geestelijk
paradijs onder Jehovah's Getuigen.
Ja, werkelijk op uitbraaksel gelijkende onderwijzingen!
Wanneer "Jehovah
via zijn uitverkoren communicatiekanaal bijzonderheden over de
verwezenlijking van zijn voornemen aan nederigen heeft geopenbaard,"
zouden we verwachten dat het Wachttorengenootschap een baken van
geestelijk licht is met betrekking tot profetieën. In werkelijkheid
heeft het Wachttorengenootschap vrijwel ieder profetisch
boek in de Bijbel verkeerd begrepen of verdraaid.
Beschouw eens een aantal voorbeelden: De
profetie van Joël voorzegt dat een symbolisch sprinkhanenleger
de aarde zal ruïneren als onmiddellijke voorbode van Armageddon.
Ondanks dat de profetie van Joël er duidelijk op wijst dat Jehovah
zijn volk zal redden van de verwoestingen van de op sprinkhanen
gelijkende legermacht, heeft het Wachttorengenootschap de afgelopen
70 jaar geleerd dat de sprinkhanen een afbeelding zijn van Jehovah's
Getuigen! Er lijkt geen aardse macht te bestaan die deze
foute interpretatie uit hun hoofd kan praten. Jehovah's uitverkoren
kanaal is zeker niet bekend met dit aspect van "de
verwezenlijking van zijn voornemen."
Habakuk
beschrijft evenzo een wereldwijde verwoesting die wordt aangericht
door een imperialistische entiteit die Jehovah benoemd tot Zijn
wreker. Habakuk zegt het volgende over Gods instrument: "O
Jehovah, tot een oordeel hebt gij haar gesteld; en, o Rots, tot
een terechtwijzing hebt gij haar gegrondvest." (Habakuk 1:12)
De "Chaldeeën" moeten dezelfde politieke entiteit zijn als het
scharlakengekleurde beest, de achtste koning uit Openbaring, die
door Jehovah gebruikt wordt om zijn oordelen uit te voeren. Wat
wordt volgens het Wachttorengenootschap echter door de "Chaldeeën"
afgebeeld? Recentelijk, in het jaar 2000, schreef het Wachttorengenootschap
het volgende: "Vraatzuchtig,
net als het Babylon in Habakuks tijd, voert ook deze samengestelde
"man", bestaande uit politieke machten - of het nu fascistische,
nazistische, communistische of zelfs zogenaamd democratische machten
zijn - oorlogen om zijn gebied uit te breiden." (De
Wachttoren van 1 februari 2000, blz. 14)
Het slecht verzonnen commentaar op Habakuk uit de Wachttoren
wil ons laten geloven dat God de nazi's, communisten en diverse
democratische natiën heeft aangesteld "tot een oordeel."
Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat Jehovah de Nazi Holocaust zou
hebben geautoriseerd! Het lijkt voor hen onmogelijk te zijn te
begrijpen dat het visioen van Habakuk te maken heeft met een wereldwijde
genocidale holocaust - een grote verdrukking - welke de wereld
nog nimmer heeft meegemaakt. Wederom, hoe kan het Wachttorengenootschap
pochen over geestelijke verlichting van Jehovah's dienstknechten
met "bijzonderheden
over de verwezenlijking van zijn voornemen"?
De verreweg meest ernstige fout in profetische interpretatie
van het Wachttorengenootschap is de misleidende bewering van God
zijn eigen huis reeds geoordeeld heeft en dat alle toekomstige
oordelen tegen de Christenheid en de wereld gericht zullen zijn.
Ja, de verkeerde aanname dat de Meester reeds aangekomen
is en zijn getrouwe slaaf heeft aangesteld over al zijn bezittingen,
vormt de onderliggende leerstellige basis waardoor het Wachttorengenootschap
er dikwijls over pocht Jehovah's "uitverkoren communicatiekanaal"
te zijn.
In werkelijkheid is het Wachttorengenootschap gedienstig geweest
in het verbergen van Jehovah's toekomstige oordelen over
Jehovah's Getuigen. Geen wonder dat Jehovah een paar verzen verderop
in Jesaja hoofdstuk 28 de volgende woorden richt tot de geestelijk
bedwelmde, uitbraaksel spugende leiders van zijn volk: "Daarom,
hoort het woord van Jehovah, gij snoevers, gij heersers
van dit volk dat in Jeruzalem is."
|