|
"
En Jehovah zelf heeft mij ingelicht, opdat ik het weet.
Toentertijd hebt gij mij hun handelingen doen zien."
- Jeremia 11:18
Jeremia
gaf zijn medejoden een goede reden om naar Jehovah te luisteren
en Hem te gehoorzamen: "Zie! Een volk komt uit het land
van het noorden, en een grote natie zal worden gewekt van
de meest afgelegen streken der aarde. Naar de boog en de
werpspies zullen zij grijpen. Het is een wreed volk, en
zij zullen geen medelijden hebben. Hun stem alleen al zal
weerklinken net als de zee, en op paarden zullen zij rijden.
Het is in slagorde geschaard als een krijgsman tegen u,
o dochter van Sion." (Jeremia 6:22, 23)
De meedogenloze Chaldeeuwse moloch stond klaar om vanuit
het noorden naar Jeruzalem op te trekken. Was Jeruzalem
tot ondergang gedoemd? Was vernietiging onontkoombaar? Niet
noodzakelijkerwijs. Jehovah was de Beschermer van de stad.
Geen enkele vijand kon Gods volk ooit overwinnen tenzij
God dit zelf zou toestaan. Zelfs nadat de Babylonische legers
hun zogenaamde opmars-orders hadden gekregen, bood Jehovah
zijn afgedreven natie clementie aan. Wat moesten ze doen
om de rampspoed die Jehovah bijna over hen ging brengen
af te wenden? Jehovah droeg zijn profeet op "in de poort
van het huis van Jehovah te gaan staan" en het volgende
te zeggen:
"Hoort het woord van Jehovah, gij allen van Juda, die
door deze poorten binnentreedt om u neer te buigen voor
Jehovah. Dit heeft Jehovah der legerscharen, de God van
Israël, gezegd: "Maakt uw wegen en uw handelingen goed en
ik wil ulieden op deze plaats verblijf laten houden. Stelt
uw vertrouwen niet in bedrieglijke woorden, doordat gij
zegt: 'De tempel van Jehovah, de tempel van Jehovah, de
tempel van Jehovah zijn zij!' Want indien gij uw wegen en
uw handelingen beslist goed zult maken, indien gij beslist
gerechtigheid zult betrachten tussen een man en zijn metgezel,
indien gij inwonende vreemdeling, vaderloze jongen en weduwe
niet zult verdrukken en geen onschuldig bloed zult vergieten
op deze plaats en geen andere goden achterna zult lopen,
u tot rampspoed, zal ik, op mijn beurt, u stellig op deze
plaats verblijf laten houden, in het land dat ik uw voorvaders
gegeven heb, van onbepaalde tijd, ja, tot onbepaalde tijd.""
(Jeremia 7:1-7)
De voorwaarden voor redding waren heel eenvoudig. Het
enige wat Jehovah van zijn volk vereiste, was dat ze hun
wegen en handelingen goed maakten. Ze mochten de minder
bevoorrechten niet misbruiken of verdrukken en ze moesten
Jehovah boven alles en iedereen liefhebben. Ze mochten niet
veronderstellen dat de tempel van Jehovah één of andere
verzekering was. Als ze berouw hadden en zich aan de voorwaarden
van het verbond zouden houden, zou Jehovah de Joden goedgunstig
toestaan dat ze "verblijf mochten houden" in het land dat
hij aan hun voorvaders gegeven had.
Er hoeft weinig geschreven te worden over de historische
setting van het boek Jeremia; het Wachttorengenootschap
heeft in de afgelopen jaren veel geschreven over de profetie.
De hedendaagse vervulling is echter een andere zaak.
En het is zeker dat de profetie een grotere vervulling heeft
gedurende het "laatst der dagen," zoals wordt gezegd in
Jeremia 23:20: "De toorn van Jehovah zal zich niet afwenden,
totdat hij volvoerd en totdat hij verwezenlijkt zal hebben
de denkbeelden van zijn hart. In het laatst der dagen
zult gij met verstand daarop letten."
Net zoals de Joden er door de onheilspellende toestanden
van de Chaldeeuwse verovering toe gedwongen werden aandacht
te schenken aan Jehovah's woorden, worden wij er ook door
God zelf van verzekerd dat "gij met verstand daarop zult
letten" in het laatst der dagen. De vraag is: Wie is het
volk waarover God spreekt? Het Wachttorengenootschap leert
dat de opstandige Joden een afbeelding zijn van valse christenen
en dat de tempel van Jehovah een voorafschaduwing is van
alle sekten en denominaties van de christenheid met hun
veelheid aan tempels, kathedralen enzovoort. En Jeremia
zelf voorafschaduwt een "Jeremia-klasse" welke de gezalfde
gemeente van Christus vormt.
De
Christenheid of
Jehovah's Getuigen?
Commentaar gevend op Jeremia 7:4 zegt De Wachttoren
van 15 december 1982 het volgende:
"In deze
tijd bestaat er een overeenkomstige situatie, want het afvallige
Jeruzalem uit de oudheid en zijn tempel hebben een treffende
parallel in de hedendaagse christenheid. Merk op dat de
religie van de christenheid er ook aanspraak op maakt "een
heilige plaats" te hebben - haar vermeende religieuze rechten
en terrein of rijk van werkzaamheden. In de loop der eeuwen
heeft ze een door haar geliefd domein opgebouwd waarin ze
toezicht uitoefent over de massa. Ze beweert dat dit haar
geestelijke recht is. Haar domein omvat ook kostbare kathedralen,
met juwelen bezette altaren, uiterst kostbare gebrandschilderde
ramen, grondbezittingen en enorme bankrekeningen. Dit alles
maakt deel uit van haar vermeende "heilige plaats". Deze
is heilig in haar ogen, en laat niemand het wagen deze plaats
wederrechtelijk te betreden! Althans dat denkt ze."
Maar, heeft de tempel van Jehovah werkelijk "een
treffende parallel in de hedendaagse christenheid"? Realistisch
gesproken, waarom zou dat zo zijn? Hebben niet alle religies
heilige plaatsen en tempels? Moslims maken bijvoorbeeld
hun heilige bedevaart naar Mekka en Medina. En tot op de
dag van vandaag beschouwen zowel de Moslims als de Joden
de plaats waar Jehovah's tempel eens stond als heilig. De
Hindoe religie heeft letterlijk duizenden heilige plaatsen.
Shintoïsme en Boedisme hebben ook hun heilige plaatsen en
tempels. Heeft de tempel van Jehovah uit Jeremia's profetie
ook een "treffende parallel" met de heilige plaatsen van
niet-christelijke religies? Zo niet, waarom niet?
In de volgende paragraaf van het Wachttorenartikel
dat eerder werd geciteerd, zegt het Genootschap verder:
"Wat is
er, als een vervulling van de profetie, echter in 607 v.G.T.
en ook in 70 G.T. met het Jeruzalem uit de oudheid en zijn
"heilige plaats" gebeurd? En wat toont de Heer Jezus ons
in de Openbaring, die hij aan de apostel Johannes heeft
gegeven? In het zeventiende hoofdstuk van dit boek lezen
wij hoe Gods oordeel voltrokken zal worden aan "Babylon
de Grote, de moeder van de hoeren en van de walgelijkheden
der aarde" (Openb. 17:5). Dit "Babylon de Grote" is niets
anders dan het wereldrijk van valse religie, waarvan de
kerken der christenheid het belangrijkste deel vormen. De
christenheid, die beweert in een verbondsverhouding tot
God te staan, is het hedendaagse afvallige "Jeruzalem"."
Hoe redelijk is het dat de christenheid "het hedendaagse
afvallige Jeruzalem" is daar het Genootschap zegt dat de
christenheid enkel "beweert in een verbondsverhouding
tot God te staan"? Was het zo dat de Joden uit Jeremia's
dagen enkel beweerden in een verbondsverhouding tot God
te staan? Nee, duidelijk niet. Jehovah hield de Joden niet
verantwoordelijk omdat ze enkel beweerden in een
verbondsverhouding met God te staan, maar omdat ze zich
werkelijk in een verbond bevonden! In Jeremia 11:10 zegt
Jehovah eenvoudig: "Het huis van Israël en het huis van
Juda hebben mijn verbond dat ik met hun voorvaders gesloten
heb, verbroken."
Naast het feit dat ze in een verbondsverhouding met God
stonden, waren de Joden ook nauw verbonden aan de naam van
God doordat ze bewaarders waren van Jehovah's aardse tempel.
Daarom zegt Jehovah's profeet het volgende tot hen, nadat
de Joden voor hun dwalingen getuchtigd waren: "En moet
gij voor mijn aangezicht komen staan in dit huis waarover
mijn naam is uitgeroepen en moet gij zeggen: 'Wij zullen
stellig bevrijd worden', terwijl gij al deze verfoeilijkheden
doet? Is dit huis waarover mijn naam is uitgeroepen,
in uw ogen niet meer dan een rovershol geworden? Ziet, ook
ikzelf heb het gezien", is de uitspraak van Jehovah."
(Jeremia 7:10, 11)
Zoals alle Jehovah's Getuigen weten, is de christenheid
heel ver gegaan om de naam van Jehovah uit de geest van
mensen te wissen. Hoe kan de hedendaagse parallel van het
huis verbonden aan Jehovah's naam dan mogelijkerwijs de
christenheid zijn? Net zoals er slechts één tempel was waar
Jehovah in oude tijden zijn naam plaatste, is er in hedendaagse
tijden ook slechts één "huis" verbonden aan Jehovah's naam.
Het is Bethel - het huis van God - het hoofdbureau van Jehovah's
zogenoemde "zichtbare organisatie". De naam van Jehovah
is duidelijk, onlosmakelijk verbonden aan Jehovah's Getuigen.
Elke uitgave van De Wachttoren draagt de naam van
God op de voorpagina - Aankondiger van Jehovah's Koninkrijk.
Sommige Bethelfaciliteiten zijn zelfs voorzien van grote
borden waarop Jehovah's naam wordt genoemd. En ondanks dat
Gods tempel geestelijk van natuur is, oefenen Bethel en
het Wachttorengenootschap er absolute controle over uit.
Het is interessant dat Jezus het bovenstaande vers van
Jeremia citeerde toen hij de geldwisselaars uit het huis
van zijn Vader wierp - waarbij hij ze ervan beschuldigde
het tot een "rovershol" te maken. Het Wachttorengenootschap
erkent inzichtvol dat Jezus een patroon stelde voor de toekomstige
reiniging van Jehovah's geestelijke tempel. Commentaar gevend
op Jezus' tempelreiniging, zegt De Wachttoren van
15 juni 1987 het volgende:
"Plotseling
kwam Jehovah als "de ware Heer" tot zijn geestelijke tempel.
Wanneer was dat? De vervulling in de eerste eeuw heeft hiervoor
model gestaan. Destijds kwam Jezus drie en een half jaar
nadat hij bij de Jordaan tot Koning was gezalfd, tot de
tempel en reinigde deze. In overeenstemming met dit model
lijkt het redelijk te verwachten dat, aangezien Jezus in
de herfst van 1914 als Koning op de troon geplaatst werd,
hij drie en een half jaar later "de ware Heer" Jehovah naar
de geestelijke tempel zou vergezellen."
Jehovah's Getuigen worden aldus geconfronteerd met een
subtiele contradictie in de leerstellingen van het Wachttorengenootschap.
Aan de ene kant gelooft men dat Jezus zijn Vaders tempel
in 1918-1919 gereinigd heeft, terwijl de profetie van Jeremia,
die door de Heer Jezus Christus werd aangehaald toen hij
de geldwisselaars uit de tempel wierp, van toepassing wordt
gebracht op de christenheid. De interpretaties van het Wachttorengenootschap
zijn inconsistent en niet in harmonie met de Schrift.
Het is echter belangrijk dat Jeremia's profetie in harmonie
is met de apostolische openbaring dat het oordeel begint
bij het huis van God. Jehovah zei zijn profeet Jeremia de
symbolische oordeelsbeker onder de natiën te verdelen door
te zeggen: "Want ziet! over de stad waarover mijn naam
is uitgeroepen, begin ik rampspoed te brengen, en zoudt
gíj ook maar in enig opzicht ongestraft blijven? Gij zult
niet ongestraft blijven, want een zwaard roep ik op tegen
al de bewoners der aarde', is de uitspraak van Jehovah der
legerscharen." (Jeremia 25:29)
Het lijkt overbodig om te zeggen, maar "de stad waarover
mijn naam (Jehovah) is uitgeroepen" kan onmogelijk
de religies van de christenheid vertegenwoordigen. Om eerder
genoemde redenen kan de "stad" waarover de naam van Jehovah
is uitgeroepen enkel maar de organisatie van Jehovah's Getuigen
vertegenwoordigen. Het is ook goed om op te merken dat de
context van de profetie aangeeft dat ze een toekomstige
vervulling heeft. Dat wordt duidelijk uit het 32ste en 33ste
vers die door Jehovah's Getuigen worden bezien als een afschildering
van de oorlog van Armageddon. Daar het oordeel over Juda
een patroon stelt voor de storm die over de gehele aarde
zal zwiepen, welk bewijs bestaat er dan dat Jehovah als
inleiding tot Armageddon in 1919 rampspoed bracht over het
huis van God? Hoe kunnen we de verbazingwekkende verwoesting
van Jeruzalem's tempel en de mishandeling en verbanning
van Gods volk naar Babylon mogelijkerwijs vergelijken met
de gebeurtenissen die plaatsvonden in verband met een handjevol
Bijbelonderzoekers die voor een paar maanden achter slot
en grendel gingen in 1918? In alle eerlijkheid bestaat er
geen enkel vergelijk.
Met betrekking tot het eindresultaat van de verdraaide,
zelfverheffende profetische interpretaties van het Wachttorengenootschap
zegt Jeremia 8:8, 9: "Hoe kunt gijlieden zeggen: "Wij
zijn wijs, en de wet van Jehovah is bij ons"? Waarlijk,
ziet, de leugenstift van de secretarissen heeft niets dan
leugen voortgebracht. De wijzen zijn beschaamd geworden.
Zij zijn verschrikt geworden en zullen gevangen worden.
Ziet! Zij hebben Jehovah's wóórd verworpen, en wat voor
wijsheid hebben zij dan?"
Door middel van een "leugenstift" heeft het Wachttorengenootschap
vrijwel al Jehovah's oordelen richting de christenheid afgebogen
of ze onjuist van toepassing gebracht op 1918-1919. Andere
profetieën zoals Jesaja (bijvoorbeeld: "geen enkel wapen
dat tegen u gesmeed zal worden, zal succes hebben") worden
verkeerd van toepassing gebracht op een aardse organisatie
en haar fysieke infrastructuur, terwijl Jehovah in werkelijkheid
spreekt over het feitelijke koninkrijk van Christus en de
heiligen - nadat de Louteraar de hele gemeente volledig
heeft vrijgemaakt van kwaaddoeners.
De ontnuchterende reden voor de verkeerde toepassing van
zoveel profetieën door het Wachttorengenootschap is dat
het Wachttorengenootschap in werkelijkheid Jeremia's profetie
vervult! Dat komt omdat juist de leerstellingen van
het Wachttorengenootschap aangaande de blijvendheid en rechtvaardigheid
van Jehovah's zogenaamde "zichtbare organisatie" gelijk
staan aan "bedrieglijke woorden". Wie kan in alle eerlijkheid
ontkennen dat Jehovah's Getuigen "bedrieglijke woorden"
zijn laten geloven, zodat de "zichtbare organisatie" een
permanente en onfeilbare geestelijke gids is geworden?
De Wachttoren van 15 maart 1951 (engels uitgave)
zei bijvoorbeeld:
"Wij behoren
tot Gods theocratische organisatie onder zijn koninkrijk.
Zijn zichtbare organisatie zal niet voorbij gaan,
maar is zo stabiel en permanent als zijn koninkrijk. Daarom,
welke opmerkelijke, gewelddadige veranderingen er aan het
eind van Satans wereld ook zichtbaar mogen zijn op de fysieke
aarde, wij zullen niet bezorgd zijn."
Volgens de bijbel is er slechts één theocratische organisatie.
Het wordt de gemeente van Christus genoemd. De natuur ervan
is hemels en daarom eeuwigdurend. Door echter de term "zichtbare
organisatie" in onze theocratische woordenschat te introduceren,
zijn Jehovah's Getuigen langzaam gaan geloven dat de term
op het Wachttorengenootschap zelf slaat. Door dus te leren
dat "zijn zichtbare organisatie niet voorbij zal gaan, maar
zo stabiel en permanent is als zijn koninkrijk" zijn Jehovah's
Getuigen er op subtiele wijze toe misleid hun vertrouwen
in "bedrieglijke woorden" te stellen die ons overhalen om
te geloven dat het Wachttorengenootschap zélf niet voorbij
zal gaan. Over de kijk die Jehovah's Getuigen op zulke faciliteiten
hebben, zegt het Verkondigers-boek op blz. 339 het
volgende:
"Jehovah's
Getuigen verrichten bouwwerkzaamheden omdat hier thans door
de prediking van het goede nieuws behoefte aan bestaat.
Met de hulp van Jehovah's geest willen zij gedurende de
tijd die nog vóór Armageddon resteert, het grootst mogelijke
getuigenis geven. Zij zijn ervan overtuigd dat Gods nieuwe
wereld zeer nabij is en hebben het geloof dat zij die nieuwe
wereld, onder de heerschappij van Gods Messiaanse koninkrijk,
als een georganiseerd volk zullen binnengaan. Bovendien
hopen zij dat misschien vele van de schitterende faciliteiten
die zij hebben gebouwd en aan Jehovah hebben opgedragen,
ook na Armageddon gebruikt zullen worden als centra van
waar uit kennis van de enige ware God verbreid kan worden
totdat ze werkelijk de aarde vervult."
Het is opmerkenswaardig dat de gevoelens van Jehovah's
Getuigen met betrekking tot de "zichtbare organisatie" vergelijkbaar
zijn met de kijk die de apostelen hadden op de fysieke tempel
in Jezus' dagen. Bij de gelegenheid waarop de apostelen
Jezus de indrukwekkende stenen tempel lieten zien, zei Jezus
hen rechtstreeks dat de heilige plaats volledig verwoest
zou worden en dat er geen steen op de andere gelaten zou
worden.
Daar wij een ingewikkelde profetische leerstelling aanvaarden
die de komst van Christus en het oordeel over Gods huis
in het verleden plaatst en de toekomstige verwoesting van
de "heilige plaats" van toepassing brengt op de christenheid,
hebben Jehovah's Getuigen geen bijbelse basis om enig soort
van toekomstig oordeel over Gods huis te verwachten.
Ja, Jehovah's Getuigen zijn ertoe gebracht de "bedrieglijke
woorden" uit Jeremia's profetie aan het Wachttorengenootschap
toe te schrijven: "De tempel van Jehovah, de tempel van
Jehovah, de tempel van Jehovah zijn zij!"
Grondbezittingen
en
Enorme Bankrekeningen
Hoe zijn de woorden uit de eerder geciteerde Wachttoren
niet evenzo van toepassing op de organisatie? Het artikel
zei bijvoorbeeld het volgende over de christenheid: "Haar
domein omvat ook kostbare kathedralen, met juwelen bezette
altaren, uiterst kostbare gebrandschilderde ramen, grondbezittingen
en enorme bankrekeningen. Dit alles maakt deel uit van haar
vermeende "heilige plaats". Deze is heilig in haar ogen,
en laat niemand het wagen deze plaats wederrechtelijk te
betreden! Althans dat denkt ze."
Maar, bezit het Wachttorengenootschap niet evenzo vele
waardevolle faciliteiten en diverse eigendommen? Het valt
niet te ontkennen dat het Bethel hoofdkantoor in Brooklyn,
de Wallkill boerderij en de onderwijsfaciliteit Patterson
in New York State als de speciale eigendommen van Jehovah
beschouwd worden; zelfs in zoverre dat ieder jaar duizenden
Jehovah's Getuigen op bedevaart gaan naar New York om deze
faciliteiten te bezoeken. In de afgelopen jaren heeft Bethel
vele artikelen geschreven over de bouw, inwijding en functie
van diverse bijkantoren, kringhallen en drukkerijen. Bethel
heeft het bezichtigen van dit soort faciliteiten vele jaren
aangemoedigd en gepromoot. Bethel vereist zelfs dat alle
bezoekers formeel gekleed gaan tijdens zulke bezoeken. Wellicht
is er geen gebrandschilderd glas te zien, maar wie kan ontkennen
dat Jehovah's Getuigen het gevoel hebben dat Bethel heilige
grond is? En is het ook niet zo dat het Wachttorengenootschap
dezelfde houding uitstraalt als welke ze heeft toegeschreven
aan de christenheid - namelijk, dat niemand het in zijn
hoofd moet halen de belangen van het Wachttorengenootschap
te dwarsbomen?
Met betrekking tot de "enorme bankrekeningen", het Wachttorengenootschap
in New York harkt bijna 1 miljard dollar per jaar binnen
- belastingvrij - waarbij ze vrijwel geen lonen hoeft te
betalen aan duizenden werknemers. De Watchtower Inc. staat
in de top
40 van meest winstgevende bedrijven in New York - een
stad die de thuishaven is voor de meest prestigieuze bedrijven
ter wereld! Op blz.
47 van het jaarlijks gepubliceerde financiële verslag
van de J.P. Morgan zakenbank wordt het Wachttorengenootschap
genoemd als een groot aandeelhouder van een beleggingsmaatschappij
van miljarden dollars. De belegging van het Wachttorengenootschap
in J.P. Morgan is bijna $100.000.000! En dat is slechts
één fonds. Zonder twijfel heeft het Wachttorengenootschap
niet al haar geld op één paard gezet, zoals het spreekwoord
zegt.
Dit is wat een Ontwaakt! artikel van 35 jaar geleden
te zeggen had over religie en de zakenwereld:
"Er zijn
de laatste jaren steeds meer bewijzen dat de kerken, tot
ontsteltenis van velen, hevig in zaken zijn verwikkeld.
Ze hebben enorme bedragen in vele verschillende zakelijke
ondernemingen gestoken. Omdat de winsten die ze uit deze
zaken trekken heel vaak belastingvrij zijn, komen er over
de hele linie bij de regering minder belastingen binnen.
Hierdoor krijgt de gemiddelde belastingbetaler een grotere
last te dragen… De Verenigde en Anglicaanse Kerken in Canada
hebben meer dan 100 miljoen dollar geïnvesteerd, 100 miljoen
dollar in elke denkbare onderneming, ja, zelfs in enkele
van de industrieën die wapens en napalm vervaardigen die
tegen mensen worden gebruikt."
(Ontwaakt 8 juni 1970)
Deze woorden zullen Bethel nu plagen! Het Wachttorengenootschap
heeft niet alleen enorme investeringen in zekere fondsen,
maar volgens een verslag van de SEC
(Securities and Exchange Commission) bezit het Wachttoren
Bijbel en Traktaatgenootschap zelfs 50% van de aandelen
van Rand Corporation - een bedrijf met militaire contracten.
Hoewel het SEC verslag aangeeft dat de aandelen door de
eigenaar van het bedrijf geschonken zijn aan het Wachttorengenootschap,
had het Wachttorengenootschap het aanbod desalniettemin
niet hoeven aannemen.
En wat betreft "de grotere last voor de gemiddelde belastingbetaler":
Het is welbekend dat het Wachttorengenootschap de vrijwillige
bijdrageregeling voor de lectuur heeft ingevoerd om geen
belasting te hoeven betalen. Verder bezit het Genootschap
zoveel grondgebied in Brooklyn dat is vrijgesteld van belasting
dat de stad vele miljoenen aan belasting inkomsten misloopt.
Wat kan er worden gezegd over een organisatie die dingen
doet waarvan ze anderen beschuldigt en waarvoor ze anderen
veroordeelt?
Hoewel het waar kan zijn dat geen van de hoge functionarissen
van het Wachttorengenootschap er persoonlijk voordeel van
trekken door bijvoorbeeld hoge salarissen, is het misleidend
te zeggen dat ze geen persoonlijk belang hebben bij de financiële
gezondheid van de organisatie. Hoewel het prijzenswaardig
is dat vele broeders en zusters grote persoonlijke offers
hebben gebracht bij het doen van wat zij denken dat Gods
Wil is, is het echter een feit dat de lang gevestigde leden
van de Bethel familie in ruil voor hun diensten goed onderhouden
worden door de organisatie. In vrijwel al hun behoeften
wordt voorzien.
Naast het hebben van een kamer en voedsel en vele voordeeltjes
daarnaast, kunnen ze ook gebruik maken van gratis zorg in
geval van ziekte. In deze tijd van de steeds duurder wordende
zorgkosten hebben ze wat dat betreft meer dan een groeiend
aantal minima Jehovah's Getuigen in de Verenigde Staten.
Het zou ons niet moeten ontgaan dat de toestand van de leidende
mannen van het Wachttorengenootschap in sterk contrast is
met de toestand van de apostelen, over wie Paulus het volgende
schreef: "Tot op dit huidige uur blijft het zo dat wij
honger en ook dorst lijden en schaars gekleed gaan en toegetakeld
worden en dakloos zijn en zwoegen, werkend met onze eigen
handen."
Zij
Zijn Vet Geworden;
Zij Zijn Glanzend Geworden
Er bestaat natuurlijk geen precedent vanuit de vroegere
christelijke gemeente dat het opbouwen en onderhouden van
een ingewikkelde miljarden uitgeverij rechtvaardigt. De
apostelen en oorspronkelijke christenen wisten niets van
grootse bouwprojecten of predikingcampagnes die draaien
om het leuren met tijdschriften en boeken. Terwijl het moeilijk
is het motief om Bijbels en Bijbelstudie hulpmiddelen te
willen publiceren in twijfel te trekken, is het Wachttorengenootschap
hierdoor zonder twijfel een op winst gerichte organisatie
geworden die compleet een tegenovergestelde richting opgaat
als het koninkrijk van God. Hoe gemakkelijk is het voorstaan
van koninkrijksbelangen verdraaid tot het beschermen
van bedrijfsbelangen! In het 5de hoofdstuk van Jeremia
veroordeelt Jehovah zijn nationale organisatie hier juist
voor door te zeggen:
"Want onder mijn volk zijn goddelozen gevonden. Zij
blijven loeren, zoals wanneer vogelvangers ineenduiken.
Zij hebben een verderfelijke val gezet. Mensen vangen zij.
Zoals een kooi vol vliegende schepselen is, zo zijn hun
huizen vol bedrog. Daarom zijn zij groot geworden en
verwerven zij rijkdom. Zij zijn vet geworden; zij zijn
glanzend geworden. Zij hebben ook in slechte dingen de maat
overschreden. Geen enkel rechtsgeding hebben zij bepleit,
zelfs niet het rechtsgeding van de vaderloze jongen, zodat
zij succes konden behalen; en voor het recht van de armen
hebben zij het niet opgenomen."
Laten alle Jehovah's Getuigen alsjeblieft opmerken dat
de schriftplaats de goddeloze mannen "onder mijn volk" plaatst
- dat is - onder Jehovah's Getuigen. Volgens de interpretatie
van het Wachttorengenootschap van Jeremia moeten we echter
concluderen dat Jehovah de menigten van de christenheid
als zijn volk aanduidt.
Zoals uit Jeremia hoofdstuk 7 blijkt, heeft het Jehovah's
hoogste prioriteit dat zijn volk barmhartigheid en rechtvaardigheid
beoefent. Hij verwacht vooral dat de leiders van
zijn volk het rechtsgeding van de minder bevoorrechte bepleiten
- "zodat zij succes kunnen behalen". Maar, in plaats daarvan
zijn goddeloze mensen naar een positie van verantwoordelijkheid
geslopen, als ingedoken vogelvangers, om Gods volk te strikken
in een koers die zeer onaangenaam is voor Jehovah en zijn
veroordeling zeer zeker over de gehele gemeente zal brengen.
Dit aspect van Jehovah's veroordeling tegen zijn volk
past heel duidelijk bij de wijze waarop het Wachttorengenootschap
geweigerd heeft recht te doen aan duizenden kinderen en
tieners die verleid en seksueel misbruikt zijn door mannen
die zichzelf Jehovah's Getuigen noemen. Terwijl Bethel volhoudt
dat het beleid strikt in overeenstemming is met de Schrift,
bepleiten de advocaten van het Wachttorengenootschap nu
in de rechtszalen dat christelijke ouderlingen niet de verantwoording
dragen om de gemeente tegen seksuele roofdieren te beschermen.
Een veel gelezen online tijdschrift genaamd Law.com
deed recentelijk verslag van het advocatenkantoor van ene
Kim Norris, wiens cliënten allemaal seksueel misbruikt
zijn door Jehovah's Getuigen. Volgens de laatste gegevens
is er door meer dan 2000 misbruikslachtoffers contact opgenomen
met Norris. In een nu lopende zaak in Texas, waarvan de
details in het Law.com artikel staan, heeft de ingehuurde
advocaat die het Wachttorengenootschap vertegenwoordigt,
gevraagd om een niet ontvankelijkheidverklaring op grond
"dat zijn cliënten geen verplichting hebben Amy B. (eiser)
te beschermen tegen de misdaad van een gemeentelid".
Zoals alle ouderlingen natuurlijk weten, leert het Wachttorengenootschap
dat christelijke opzieners wel degelijk de verplichting
hebben Jehovah's kleine schaapjes te beschermen tegen immorele
misdaden of roofdieren in de gemeentes. De Wachttoren
van 15 september 1995 zei bijvoorbeeld: "Ook
moeten de ouderlingen de kudde beschermen tegen het morele
verderf van deze op seks georiënteerde wereld. Bovendien
waagt Gods volk het niet een Izebel-invloed in de gemeente
te tolereren." Wanneer de rijkdommen van het
Wachttorengenootschap echter op het spel staan, draait dezelfde
organisatie die miljoenen Bijbelverhalen boeken voor kinderen
heeft uitgegeven en die ouderlingen dringend aanmoedigt
de kudde te beschermen zich om en ontkent ze dat ouderlingen
een dergelijke verplichting hebben.
In een zaak die op dit moment voor het Hooggerechtshof
van New Hampshire speelt, dragen de advocaten van het Genootschap
soortgelijke argumenten aan als in de zaak in Texas, namelijk
dat de gemeenteouderlingen niet de verplichting hebben seksuele
criminelen in de gemeente bij de politie aan te geven. Ondanks
dat een jury en rechter de misdaden van "broeder" Paul Berry
zo gruwelijk achtten dat hij veroordeeld werd tot een gevangenisstraf
van 56-112 jaar, vond de gemeente het niet nodig hem uit
te sluiten. Ja, verscheidene leden van de gemeenten waren
in de rechtszaal aanwezig als "getuige à décharge". Wat
zeiden de apostelen ook alweer over het niet delen in de
zonden van anderen? De officiële transcriptie van deze wandaad
kan verder worden gelezen op de Silentlambs
website.
Wellicht zouden de p.r. woordvoerders van het Wachttorengenootschap
antwoord willen geven op de volgende serie vragen die door
de Almachtige zelf worden gesteld.
"Zou ik wegens deze dingen geen rekenschap vragen,"
is de uitspraak van Jehovah, "of zou aan een natie als deze
mijn ziel zich niet wreken? Een ontzettende toestand, ja,
iets afschuwelijks, heeft zich voorgedaan in het land: De
profeten zelf profeteren werkelijk op grond van de leugen;
en wat de priesters betreft, zij gaan met al hun macht onderwerpen.
En mijn eigen volk heeft het graag zo gehad; en wat zult
gijlieden bij de afloop ervan doen?" (Jeremia 5:29-31)
Hoeveel beter zou het zijn wanneer de organisatie zou
toegeven dat ze gefaald heeft in het adequaat beschermen
van de kinderen in de gemeente en ze vrijwillig schadevergoeding
zou geven voor de enorme pijn en het enorme lijden dat de
slachtoffers is toegebracht, niet alleen door de misbruikers,
maar ook door gemeenteouderlingen die onder leiding van
het Genootschap staan en die een puinhoop hebben gemaakt
van duizenden kindermisbruikzaken.
Door te weigeren het rechtsgeding van de slachtoffers
van pedofilie te bepleiten en door op goddeloze wijze te
beweren dat de ouderlingen geen verplichting hebben de kinderen
tegen duizenden misbruikers in ons midden te beschermen,
gaat het Genootschap in werkelijkheid rechtstreeks tegen
Jehovah in en heeft ze het christendom zelf verloochend.
Hoe passend is daarom Jehovah's veroordeling in Jeremia
5:12, 13: "Zij hebben Jehovah verloochend en zij blijven
zeggen: 'Hij is er niet. En over ons zal geen rampspoed
komen, en noch zwaard noch hongersnood zullen wij zien.'
En de profeten zelf worden tot wind, en het woord is niet
in hen. Zó zal hun worden gedaan."
Tot op de dag van vandaag heeft het Wachttorengenootschap
vastberaden geweigerd enige verantwoordelijkheid te nemen
voor welk onrecht maar ook - inclusief hun 10
jarige geheime verbintenis met de Verenigde Naties.
In overeenstemming met Jeremia's profetie volgt het Wachttorengenootschap
precies hetzelfde patroon als Juda. Er staat: "Ik ben
onschuldig gebleven. Waarlijk, zijn toorn heeft zich van
mij afgewend." (Jeremia 2:35)
Vanwege het feit dat de leiders van Gods natie zich weigeren
te vernederen en hun fouten toe te geven, zal Jehovah's
oordeel zeker komen: "Zie, ik ga met u in het gericht
omdat gij zegt: 'Ik heb niet gezondigd.' Waarom neemt gij
het als iets zeer onbetekenends op dat gij uw weg verandert?"
(Jeremia 2:35, 36)
Het Genootschap is op dwaze wijze toegewijd aan het vasthouden
aan het waanidee dat Jehovah's Getuigen in een zorgeloos
geestelijk paradijs leven - dit in tegenstelling tot de
duidelijke realiteit dat de organisatie lijdt aan een geestelijke
ineenstorting. Hoe vooruitziend zijn de volgende woorden
van God: "En zij trachten de breuk van mijn volk oppervlakkig
te genezen door te zeggen: 'Er is vrede! Er is vrede!' terwijl
er geen vrede is. Voelden zij zich beschaamd omdat het iets
verfoeilijks was wat zij hadden gedaan?" (Jeremia 6:14)
Jehovah bood goedgunstig vergeving aan de gehele natie
Juda aan wanneer er slechts één man gevonden zou worden
die voor rechtvaardigheid stond. God nodigde Jeremia aldus
uit: "Trekt rond in de straten van Jeruzalem en ziet
toch en weet, en zoekt zelf op haar openbare pleinen, of
gij iemand kunt vinden, of er één is die gerechtigheid oefent,
die getrouwheid zoekt, en ik zal haar vergeven." (Jeremia
5:1)
Hopelijk is de parallel tussen het afvallige Juda en het
Wachttorengenootschap door deze korte beschouwing van een
deel van de profetie van Jeremia duidelijker geworden. De
vraag is: In welke mate ben jij bereid er iets aan
te doen? Zul je toestaan dat organisatorische loyaliteit
je in een lafaard verandert en medeplichtig maakt aan de
goddeloze daden van het Genootschap, of zul je opstaan voor
rechtvaardigheid en waarheid? Ben je bereid de geheime daden
van het Wachttorengenootschap dat de trieste roep van seksueel
misbruikte kinderen verplettert verder te onderzoeken? Is
er één broeder binnen het Wachttorengenootschap die
bereid is op te staan voor de waarheid?
Broeders, het is niet te laat om het juiste te doen, maar
wees ervan overtuigd - binnenkort wel.
Opmerking: De blauw onderstreepte woorden worden hyperlinks
genoemd. Door naar de website www.e-watchman.be
te surfen en op de hyperlinks te klikken, kun je de informatie
lezen waarnaar wordt verwezen. Deze open brief is naar diverse
afdelingen op Bethel gestuurd, alsook naar 100 bijkantoren
en kringhallen en honderden koninkrijkszalen in de Verenigde
Staten.
|