| |
|
|
|
| 1. Het WTG beweert
dat het de Bijbel als "opperste autoriteit" gebruikt. Waar
in de Bijbel telt iemand zijn predikingstijd op een papiertje
en zijn er kaarten waarop de activiteit wordt bijgehouden,
waarbij deze gebruikt worden als "meter voor geestelijke gesteldheid"?
Waar in de Bijbel vinden we Pioniers, Speciale Pioniers, Districtsopzieners,
Kringopzieners, Bethelieten en Koninkrijkszalen? Waar in de
Bijbel wordt gezegd dat iedereen die ná 1935 geboren is niet
naar de hemel kan gaan, dat van Christenen vereist wordt dat
ze 5 vergaderingen per week bezoeken, dat mannen geen baarden
mogen hebben, en dat wanneer een profetie faalt en de profeet
geeft toe dat hij een fout heeft gemaakt, hij niet langer
een valse profeet is (zie Deut. 18:20-22)? Waar zegt de Bijbel
dat eem persoon verbonden moet zijn aan een organisatie die
aan het eind van de 19de eeuw start en haar hoofdkantoor heeft
in Brooklyn NY om Armageddon te overleven? |
|
|
|
In beschouwing genomen dat alle hedendaagse Christelijke
denominaties dingen doen die onbekend waren voor de 1ste
Eeuwse Christenen, is dit meer een muggenzifterige en vittende
vraag over de manier waarop Jehovah's Getuigen op organisatorisch
niveau opereren, dan een zoektocht naar waarheid of
we de zaken op een Bijbelse manier uitvoeren. De 1ste Eeuwse
Christenen bezaten bijvoorbeeld geeneens persoonlijke exemplaren
van de Schriften, welke in die tijd vervat waren in vele
moeilijk te hanteren, op zichzelf staande boekrollen en
brieven die gekopiëerd waren en onder de gemeenten
de ronde deden. De vroegere Christenen kwamen ook samen
in particuliere huizen en op openbare plaatsen. Er waren
geen kerken, geen kathedralen en geen koninkrijkszalen.
Beschouw als bewijs daarvan eens Paulus' begroeting in Kolossenzen
4:15 aan een vrouw genaamd "Nymfa en aan de gemeente
die in haar huis samenkomt." Het is trouwens
zo dat Jehovah's Getuigen, naast samenkomsten in onze koninkrijkszalen,
ook regelmatig bijeenkomen in kleine groepjes in particuliere
huizen - net als de vroegere Christenen.
Wat betreft de organisatorische structuur van de vroegere
Christelijke kerk, in Efeziërs 4:11 schreef Paulus
dat God de gemeente voorzag van diverse gaven in mensen:
"sommigen als apostelen, sommigen als profeten,
sommigen als evangeliepredikers, sommigen als herders en
leraren." Ondanks dat alle Christenen geroepen
worden om een openbare bekendmaking van hun geloof te doen,
waren sommige vroegere Christenen buitengewone predikers.
Filippus werd bijvoorbeeld "de evangelieprediker"
genoemd. De zogenoemde pioniers onder Jehovah's Getuigen
worden ook volletijds predikers genoemd, omdat ze een aanzienlijke
tijd besteden aan hun bediening.
Hedendaagse kringopzieners en districtsopzieners volgen
het patroon van de apostel Paulus en Barnabas, in dat de
apostel en zijn metgezellen in een kring rondreisden,
waarbij ze broeders en gemeenten bezochten en opnieuw bezochten
en brieven van aanmoediging en instructie schreven. Trouwens,
Markus 6:6 vermeldt dat Jezus ook "in een kring
de dorpen rond [ging] en onderwees." Eén
functie van onze hedendaagse KO (Kringopziener) is dat hij,
wanneer hij zijn halfjaarlijkse bezoek brengt aan elke gemeente,
niet alleen onderwijs geeft, maar ook de geestelijke kwalificaties
van elke toekomstige ouderling bespreekt en in overweging
neemt hen tot een ambt aan te stellen. In Titus 1:5 instrueerde
Paulus Titus juist dat te doen op het eiland Kreta. Er staat:
"Om deze reden heb ik u op Kreta achtergelaten,
opdat gij de dingen waaraan wat ontbrak, in orde zoudt brengen
en in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen, zoals
ik u opgedragen heb."
Jehovah's Getuigen hebben op vele manieren het model en
methoden van de oorspronkelijke Christenen overgenomen.
De feitelijke organisatorisch-toegewezen namen aan diverse
posities van verantwoordelijkheid worden wellicht niet teruggevonden
in het verslag dat behouden is gebleven in de Griekse Geschriften,
maar de posities van verantwoordelijkheid kunnen
daar wel gevonden worden. De benaming is enkel een
afspraak, welke in alle denominaties wordt gemaakt.
Aangaande het bijhouden van de tijd die besteed is aan
de prediking en het bijhouden van een "kaart van activiteit,"
ondanks dat hiervan geen gebeurtenis in de Bijbel staat
vermeldt, bestaat er ook geen verbod op zoiets; eenvoudig
gezegd: de Bijbel zwijgt erover, in beide gevallen.
Wat betreft mannen die baarden dragen; er bestaat geen
Schriftuurlijk rechtvaardiging voor het voorschrijven van
zaken van persoonlijke verzorging. En het Wachttorengenootschap
verbiedt mannen niet expliciet om een baard te laten groeien.
Maar, het is zeker zo dat het op subtiele wijze wordt ontmoedigd
door de leiders van het Wachttorengenootschap.
Tot slot over de beschuldiging aangaande valse profeten,
die vraag zal verderop worden beantwoord.
|
|
| 2. Het WTG leert dat
Abraham, Isaäk en Jakob niet met Christus in zijn hemelse
koninkrijk zullen wonen. Hoe leg je Mattheüs 8:11 dan uit,
waar Jezus zegt: "Ik zeg u echter dat velen uit oostelijke
en westelijke streken zullen komen en met Abraham en Isaäk
en Jakob aan tafel zullen aanliggen in het koninkrijk der
hemelen?" |
|
|
|
De tafel van Abraham is een verwijzing naar het koninkrijk
van God. Dit is het gevolg van het feit dat het verbond
dat Jehovah oorspronkelijk sloot met Abraham uiteindelijk
het messiaanse koninkrijk zal voortbrengen. Paulus sprak
de niet-Joodse gezalfde zonen van God bijvoorbeeld aan met
het werkelijk zaad van Abraham. Galaten 3:26-29 luidt: "In
werkelijkheid zijt gij allen zonen van God door middel van
uw geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus
werdt gedoopt, hebt Christus aangedaan. Er is noch jood
noch Griek, er is noch slaaf noch vrije, er is noch man
noch vrouw, want gij zijt allen één persoon in eendracht
met Christus Jezus. Bovendien, wanneer gij Christus toebehoort,
zijt gij werkelijk Abrahams zaad, erfgenamen met
betrekking tot een belofte."
De belofte waarnaar Paulus verwijst, is de belofte die
God deed aan Abraham aangaande zijn zaad dat een zegening
zou worden voor mensen uit alle natiën. In die zin is Abraham,
ondanks dat hij niet feitelijk in het koninkrijk is, er
zeker een passend symbool voor.
Hoe weten we dat Abraham niet naar de hemel zal gaan om met
Christus in zijn koninkrijk te regeren? Jezus zelf zei dat
niemand het koninkrijk kon binnengaan tenzij ze geboren
zijn uit het water en de geest. Dat betekent dat enkel gedoopte
met geest gezalfde Christenen door God tot de hemel geroepen
worden.
Jezus onthulde verder dat de mogelijkheid om naar de hemel
te gaan niet aanwezig was totdat Johannes de Doper Christus
aan de wereld voorstelde. Mattheüs 11:11 luidt: "Voorwaar,
ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er
geen grotere verwekt dan Johannes de Doper; maar wie een
mindere is in het koninkrijk der hemelen, is groter dan
hij. Sedert de dagen van Johannes de Doper tot op heden
is het koninkrijk der hemelen echter het doel waarnaar mensen
voorwaarts dringen, en zij die voorwaarts dringen, grijpen
het. Want alle, de Profeten en de Wet, hebben geprofeteerd
tot op Johannes."
Als Johannes de grootste profeet van God was, zoals Jezus
zei, en toch is hij minder dan de minste in het koninkrijk,
dan betekent dat dat Johannes niet in het regerende koninkrijk
is. En daar er volgens Christus niemand voor Johannes het
koninkrijk is binnengegaan, is het duidelijk dat ook Abraham
het koninkrijk niet is binnengegaan, zoals velen foutief
veronderstellen. De meeste mensen is door de Christenheid
geleerd dat alle "goede" mensen naar de hemel gaan. Dat
is niet wat de Bijbel leert. Het koninkrijk van God,
of het koninkrijk der hemelen, zoals het ook wordt genoemd,
is een regering die bestaat uit Jezus en 144.000 uitverkorenen
van zijn volgelingen. Dat hemelse koninkrijk gaat over de
aarde regeren - inclusief over de opgestane Abraham.
|
|
| 3. Als er geen bewustzijn
is na de dood, hoe kon er dan tot de "geesten in de gevangenis,"
die leefden gedurende de tijd van Noach, gepredikt worden
door Christus na Zijn dood (1 Petrus 3:18-20). Als de "geesten
in de gevangenis" uit 1 Petrus 3:19 een verwijzing is
naar de demonische engelen, in plaats van naar de mensen die
gestorven zijn voor de opstaning van Christus, waarom zou
Jezus dan "prediken" tot demonische engelen? |
|
|
| Volgens de meest betrouwbare autoriteit
op dit gebied, Gods eigen Woord, de Bijbel deelt ons mede
dat de doden zich van niets bewust zijn. De Bijbel zegt op
vele plaatsen, te veel om op te noemen, dat de doden zich
in een op een slaap gelijkende toestand bevinden. Hier is
een online Wachttorenartikel
dat de eenvoudige leerstelling van de Bijbel over dat onderwerp
uitlegt.
Verder redenerend: lang nadat Jezus was opgestaan als
de "eerstgeborene van de doden," verwees Paulus bij
diverse gelegenheden naar volgelingen van Christus die op
dat moment nog "sliepen in de dood." De hoop van
de mensheid is niet dat we een onsterfelijke ziel hebben
die altijd voortleeft, maar dat God de macht en het verlangen
heeft de doden terug tot leven te brengen uit hun
levenloze en onbewuste toestand.
Het idee dat mensen een soort van onsterfelijke ziel hebben
die de dood overleeft, is in het geheel geen bijbelse leerstelling,
maar is rechtstreeks vanuit de vroegere mystieke religie
van Babylon tot ons gekomen. Dus, wat doen we wanneer we
een vers tegenkomen dat de duidelijke leerstelling van de
Bijbel lijkt te contradicteren? Onwetende personen zijn
geneigd moeilijke passages zonder meer te accepteren. Petrus
betreurde het dat de onwetenden alle Schriften verdraaiden
- tot hun eigen vernietiging. Personen die ontvankelijk
zijn voor onderwijs gaan echter altijd op zoek naar manieren
om de raadsels in Gods Woord op te lossen.
In het geval van Christus die predikt tot de geesten in
de gevangenis, moeten we ons niet indenken dat "prediken"
altijd synoniem staat aan een beroep tot het hebben van
berouw. Prediken kan ook het aankondigen van Gods oordeel
of ondergang voor de veroordeelden betekenen.
De "geesten in de gevangenis" zijn niet de onstoffelijke
zielen van dode mensen, zoals velen kennelijk aannemen.
Zij zijn de ongehoorzame zonen van God die zich tot mensen
materialiseerden en voor de vloed sexuele betrekkingen hadden
met vrouwen. Hun daad van rebellie was trouwens de reden
waarom God überhaupt een wereldwijde vloed veroorzaakte.
In 2 Petrus 2:4, 5 maakt de apostel duidelijk dat de gevangen
geesten de zogenoemde gevallen engelen zijn. Daar staat:
"Stellig, indien God zich er niet van heeft weerhouden
de engelen die zondigden te straffen, maar hen, door
hen in Tártarus te werpen, aan afgronden van dikke duisternis
heeft overgeleverd om voor het oordeel bewaard te worden;
en hij zich er niet van heeft weerhouden een wereld uit
de oudheid te straffen, maar Noach, een prediker van rechtvaardigheid,
met zeven anderen veilig heeft bewaard toen hij een geweldige
vloed over een wereld van goddeloze mensen bracht."
De engelen die demonen werden zitten niet gevangen in
de zin dat ze opgesloten zitten - nog niet in ieder geval.
Jehovah wierp "hen in afgronden van dikke duisternis"
in de zin dat hij hen buiten zijn familie van verlichte
hemelse zonen plaatste. Jehovah zou geen omgang meer met
hen hebben, en kennelijk nam God na de Vloed hun macht om
zich wederom als mensen te materialiseren van hen af. Verder
bevinden de demonen zich in een toestand "voor het oordeel
bewaard," alsof ze zich in een dodencel bevinden in
afwachting van hun terechtstelling.
Ondanks dat God in Eden het definitieve oordeel uitvaardigde
dat de slang en zijn verachtelijke zaad vertrapt zouden
worden door het messiaanse zaad van de vrouw, moest er nog
steeds worden bezien of Christus onder beproeving getrouw
zou blijven aan God - en zich aldus te kwalificeren als
Jehovah's Opper verdediger. Als de Duivel en zijn wanhopige
demonen er op één of andere wijze in geslaagd
zouden zijn Christus zijn integriteit te laten compromitteren
terwijl hij op aarde was, hadden ze hun strijdvraag, dat
geen enkel schepsel onder beproeving getrouw kon blijven
aan God, bewezen. De demonen vochten voor hun leven. Maar,
toen Jezus tot het einde toe getrouw en gehoorzaam aan God
bleef, de gruwelijkste dood verdragend die men kan bedenken,
waren zijn laatste woorden: "Het is volbracht."
Jezus' getrouwheid aan God tot het einde bewees dat de
Duivel een leugenaar was. De dood en daarop volgende opstanding
van Christus verzegelde de ondergang van de Duivel en ook
die van zijn demonen.
Het prediken van Christus tot de geesten in de gevangenis
heeft te maken met het bekendmaken aan de demonen dat zijn
overwinning op de dood betekende dat de demonen die Jezus'
dood veroorzaakt hadden, zelf ter dood zouden worden gebracht
door Christus en zijn overwinnende 144.000. Daarom schreef
Paulus in het laatste hoofdstuk van Romeinen aan zijn mede
gezalfde Christenen dat God "Satan binnenkort onder
uw voeten [zal] verbrijzelen."
De Bijbel leert heel eenvoudig dat de doden zich van niets
bewust zijn in het graf. Echter, de Bijbel verwijst soms
naar mensen die geen relatie met God hebben als zijnde dood
- geestelijk dood. Jezus zei bijvoorbeeld eens: "Laat
de doden hun doden begraven. Christus zei dat
om aan te geven dat, tenzij we een levende relatie hebben
met hem en zijn Vader, we zo goed als dood zijn in hun ogen,
ondanks dat we misschien op het zicht een goed leven leiden.
Zo is het dat het andere vers in kwestie verwijst naar
mensen van de wereld, degenen die in de context worden beschreven
als vleselijk-gericht, die dood zijn voor Gods aangezicht,
maar die desalniettemin in de gelegenheid gesteld werden
om Gods boodschap welke tot hen werd gepredikt te horen.
Het is interessant dat 2 Petrus 3:16 zegt dat er dingen
in de Bijbel staan die moeilijk te begrijpen zijn, en als
gevolg daarvan verdraaien de niet-onderwezenen en onstandvastigen
de Schriften tot hun eigen vernietiging.
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de toestand
van de doden en de natuur van de demonen. Er bestaat werkelijk
geen excuus voor enig belijdend Christen onwetend te zijn
aangaande deze fundamentele Bijbelse leerstellingen.
|
|
| 4. Is het waar dat
de profetie van het WTG dat Armageddon zal komen "voordat
het geslacht van 1914 voorbij is gegaan" niet langer wordt
onderwezen als "de Waarheid"? Zo ja, betekent dit dan dat
deze leerstelling van het WTG, welke ze decennia lang als
"de Waarheid" hebben onderwezen, een onjuiste leerstelling
was? Daar het WTG beweert dat ze het "enige kanaal zijn dat
door de Heer wordt gebruikt gedurende de laatste dagen van
dit samenstel van dingen" en dat het besturend lichaam "de
spreekbuis van Jehovah God" is, betekent dit dan dat God van
gedachten is veranderd over deze leerstelling en de definitie
van "geslacht"? Is het mogelijk dat God van gedachten verandert?
Is het WTG ooit eerder van gedachten veranderd over een leerstelling
die ze eens onderwezen als "de Waarheid"? Daar het WTG beweert
dat hun leerstelling dat Armageddon "voor het einde van het
geslacht van 1914" zou komen "Jehovah's profetische woord"
was en "de belofte van de Schepper," en ze als zodanig dus
"in de naam van God" spreken, betekent dit volgens Deuteronomium
18:20-22 dan niet dat het WTG in werkelijkheid een hedendaagse
valse profeet is? (ingekort WTG quotes) |
|
|
|
Ten eerste heeft het Wachttorengenootschap de profetieën
over de laatste dagen en een oorlog genaamd Armageddon niet
uitgevonden. Die profetieën zijn afkomstig uit de geest
van God en door ons geloof zijn we ervan overtuigd dat Gods
woorden zeker eens bewaarheid zullen worden. Als gevolg
van onze interesse in de Bijbel en de belofte van een nieuwe
wereld, zijn we erg geïnteresseerd geweest in de vervulling
van profetieën, vooral de wijze waarop ze verband houden
met de wederkomst van Christus. Het feit dat onze hoge koninkrijksverwachtingen
tot nog toe tot teleurstelling hebben geleid, brengt ons
geloof op zichzelf niet in diskrediet. Het is zeker dat
onze verkeerde verwachtingen beschamend voor ons zijn geweest
en voor velen een struikelblok, maar in dat opzicht lijkt
het Wachttorengenootschap schuldig te zijn aan het vallen
in vrijwel dezelfde val als de apostelen.
Beschouw alsjeblieft eens de belangrijkheid van het verslag
wat gevonden kan worden in het laatste hoofdstuk van het
boek Johannes, waar we in de NWV lezen: "Toen Petrus
hem daarom gewaar werd, zei hij tot Jezus: "Heer, wat zal
deze man doen?" Jezus zei tot hem: "Indien het mijn wil
is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan? Blijft
gij mij volgen." Bijgevolg ging onder de broeders dit woord
uit, dat die discipel niet zou sterven. Doch Jezus had hem
niet gezegd dat hij niet zou sterven, maar: "Indien het
mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat
aan?"" (Johannes 21:21)
De man in kwestie was de schrijver - Johannes. Jezus had
Petrus net verteld welke soort dood Petrus zou ondergaan
en Petrus wilde weten wat er met hun vriend Johannes zou
gebeuren. Jezus' commentaar gaf de apostelen het idee dat
Johannes nog in leven zou zijn wanneer Christus terugkwam.
Als gevolg daarvan zegt het verslag dat het woord onder
de broeders uitging, dat Johannes zou blijven leven om de
terugkeer van de Heer te zien
Volgens de Leidsche Vertaling, luidt het 23ste vers: "Daardoor
verspreidde zich het gerucht onder de broeders dat
die leerling niet sterven zou." Wat hier zo interessant
aan is, is dat Johannes zijn boek zo'n 60 jaar nadat Christus
die woorden sprak, schreef. Kennelijk was het gerucht even
oud als de oude apostel zelf. We zouden ons zelfs kunnen
indenken dat de broeders, tegen het einde van zijn leven,
regelmatig even zijn pols opnamen om de nabijheid van Christus'
terugkeer te meten. Het feit dat Johannes, de langst-levende
apostel, het gepast achtte het gerucht te uit de wereld
te helpen en de zaak recht te zetten aan het einde van zijn
leven, wijst erop dat het gerucht dat door de apostelen
in de wereld was gebracht gedurende de gehele apostolische
periode heeft bestaan. De volgende vraag is dus: Nou en?
Wel, de apostelen kregen in die tijd de autoriteit over
de gehele organisatie van gelovigen. Hun woorden waren gewichtig
omdat ze Jezus persoonlijk gekend hadden en de latere gelovigen
konden vertellen over alle dingen die Jezus had gezegd en
gedaan. Dus, toen de apostelen spraken, luisterden de broeders
en zusters. En wanneer de apostelen een gerucht in de wereld
brachten dat Johannes zou blijven leven tot de komst van
Christus, welke Christen zou hun interpretatie dan betwijfelen?
Maar, de apostelen hadden het duidelijk bij het verkeerde
eind. Ze begrepen Jezus verkeerd. En hun ernstige verlangen
om de realisatie van Jezus' beloofde terugkeer te zien,
maakte dat zij overhaaste conclusies trokken.
Het verkeerde begrip dat ontstond, verschilt in werkelijkheid
niet van hetgeen gebeurd is onder Jehovah's Getuigen met
betrekking tot onze aannames aangaande het geslacht van
1914 dat niet voorbij zou gaan. De apostel Johannes was
hun geslacht dat niet voorbij zou gaan - voordat hij stierf.
En het feit dat hij uiteindelijk het gerucht uit de wereld
hielp, verschilt niet veel van hetgeen het Genootschap heeft
gedaan door een geslacht te herdefiniëren.
Een andere vraag die we zouden moeten stellen is: Veroordeelde
God de apostelen als valse profeten? Nee, kennelijk niet.
Dus, wanneer we eerlijk en consequent zijn in onze redenatie
zullen we geen oppervlakkige conclusies trekken over de
onbezonnenheid en verkeerde verwachtingen van het Wachttorengenootschap
uit het verleden. Meer nog, onze voortijdige verwachtingen
passen in het patroon van degenen die vol verwachting uitzien
naar de terugkeer van de Meester.
|
|
| 5. Als de geest van
een mens apart van het lichaam geen bestaan heeft, waarom
bad Stefanus in Handelingen 7:59 dan vlak voor zijn dood tot
Jezus: "ontvang mijn geest"? Hoe kon Jezus, die
in de hemel was, Stefanus' geest ontvangen wanneer de geest
van een mens ophoudt te bestaan wanneer het lichaam sterft
en wanneer niemand de hemel kon binnen gaan tot het jaar 1914?
Evenzo, als de ziel ophoudt te bestaan na de dood van het
lichaam, waarom zegt Paulus dan dat hij liever "afwezig
geraakt van het lichaam," zodat hij "zijn intrek
kon nemen bij de Heer" (2 Kor. 5:8), en waarom zou hij
zeggen dat hij liever losgemaakt werd van dit leven zodat
hij bij Christus kon zijn (Fil. 1:23)? Hoe kon Paulus "bij
Christus" zijn en "zijn intrek nemen bij de Heer"
wanneer niemand de hemel tot 1914 kon binnengaan? |
|
|
| Vrijwel elke religie die ooit heeft bestaan,
vanaf de meest primitieve tot de meest ontwikkelde, houdt
vast aan de lering van een onsterfelijke ziel. De Bijbel leert
echter niet zoiets als een onsterfelijke ziel.
Het is ironisch te noemen dat Jehovah's Getuigen dikwijls
het etiketje "gebrainwashed" opgeplakt krijgen, maar de
waarheid is dat de gehele mensheid onder de geestverblindende,
boosaardige invloed van het religieuze samenstel staat dat
in Openbaring "Babylon de Grote" wordt genoemd. Tenzij we
de fundamentele waarheid uit Gods Woord in deze kwestie
begrijpen, dat de mens geen onsterfelijke ziel heeft,
zullen we kwetsbaar zijn voor misleiding door de bedrieglijke
leugen dat de mensheid op één of andere manier onsterfelijk
is.
Dus, door ingepakt te worden door de oorspronkelijke leugen
die de Duivel voor het eerst uitte in Eden, namelijk "gij
zult niet sterven," is de persoon die slechts enkele
verzen leest geneigd overhaaste conclusies als deze te trekken.
Wederom, Paulus maakte melding van het feit dat enkelen
van de oorspronkelijke leden van de gemeente, die getuige
waren geweest van Christus' opstanding, gestorven waren
in de dood. In 1 Korinthiërs 15:6 zei Paulus dat ze "ontslapen"
waren. Dat is niet iets wat moeilijk te begrijpen is. Wanneer
we 's nachts slapen zijn we ons niet bewust van wat er om
ons heen gebeurt. We bevinden ons in een onbewuste toestand.
Dat is wat de dood is - een onbewuste toestand. Paulus merkte
dit op in de context van de bespreking van de opstanding
van gezalfde Christenen, en hij schreef de Korinthiërs enkele
jaren nadat Stefanus de marteldood gestorven was;
toch wees Paulus op dat moment naar een toekomstige
tijd waarin de doden opgewekt zouden worden. Dus, Stefanus
was één van degenen die ontslapen waren, naar wie Paulus
verwees.
Wat bedoeld Stefanus daarom toen hij vroeg of Jezus zijn
geest mocht ontvangen? Wel, Jezus uitte vrijwel hetzelfde
vlak voordat hij stierf. In Lukas 23:46 zei hij: "Vader,
aan uw handen vertrouw ik mijn geest toe." Verwachtte
Jezus onmiddellijk naar de hemel te gaan omdat hij een onsterfelijke
ziel had? Nee. Jezus stierf. Hij was drie dagen dood. Hij
vertrouwde zijn geest aan God toe in de zin dat hij vertrouwen
had dat God hem weer tot leven zou wekken. Trouwens, sterven
betekent dat iemand zijn levengevende geest verliest. De
geest is eenvoudig de levenskracht die Jehovah in ons brengt
terwijl we in leven zijn. Het is de levensvonk die veroorzaakt
dat we de adem des levens inademen. Wanneer we sterven rusten
onze toekomstige levensvooruitzichten bij Jehovah; en natuurlijk
is Christus, sinds zijn opstanding, door zijn Vader aangesteld
om alle volgende opstandingen uit te voeren wanneer het
daar de tijd voor is.
Het was dus passend dat Stefanus zijn geest aan Christus
toevertrouwde, net zoals Jezus toen hij stierf zijn geest
aan Jehovah toevertrouwde.
Wat betreft Paulus die zijn intrek bij Christus neemt,
we moeten niet veronderstellen dat die uitdrukking het concept
van een onsterfelijke ziel ondersteunt. Paulus uitte eenvoudig
zijn voorkeur om bij Christus in de hemel te zijn, in tegenstelling
tot het leven als een mens op aarde.
|
|
| 6. Op bladzijde 7 van
de brochure Moet U Geloof Stellen In De Drieëenheid? worden
er citaten aangehaald van Justin Martyr, Irenaeus, Clemens
van Alexandrië, Tertullianus, Hippolytus en Origenes zonder
dat er verwijzingen bij staan. Waarom worden die verwijzingen
niet gegeven? Op blz. 7 van de brochure wordt ook de volgende
bewering gedaan: "Het getuigenis van de bijbel en van de geschiedenis
maakt derhalve duidelijk dat de Drieëenheid in bijbelse tijden
en nog VERSCHEIDENE EEUWEN daarna onbekend was." Gebaseerd
op de onderstaande citaten: hoe kan het Wachttorengenootschap
deze bewering doen? (Citaten niet aanwezig) |
|
|
| Als leerstelling in zijn huidige vorm bestond
de Drieëenheid niet tot enkele eeuwen na
Christus. Het Wachttorengenootschap heeft hierin gelijk.
Ondanks dat die vroegere theologen het denkbeeld dat Jezus
meer was dan de Zoon van God begonnen te introduceren, was
de leerstelling van de drie-in-één drieëenheid zelfs op dat
moment niet geïntroduceerd in de Christelijke leer. Het lijkt
er echter op dat het Wachttorengenootschap niet geheel eerlijk
is in deze kwestie. Ondanks dat ze formeel gelijk heeft dat
de Drieëenheid niet onderwezen werd door deze vroegere kerkvaders,
is het ietwat misleidend om de lezer de indruk te geven dat
ze het onderscheid tussen Jehovah en Jezus duidelijk onderscheidden,
omdat ze dat kennelijk niet deden.
Persoonlijk kan ik niet uitleggen dat het Wachttorengenootschap
überhaupt niet-bijbelse bronnen zou citeren, alsof deze
enige leerstellige autoriteit zouden hebben voor Christenen.
De Bijbel is de enige echter autoriteit in deze kwesties
en hierin wordt zeker niet geleerd dat God deel uitmaakt
van een triade. Het woord "drieëenheid" of "drieënige" komt
niet eens voor in de Bijbel, noch het concept dat wordt
gesteund door Trinitariërs.
|
|
| 7. De Bijbel zegt in
Zefanja 1:18: "...maar door het vuur van zijn ijver ZAL HEEL
DE AARDE VERSLONDEN WORDEN, want hij zal ALLE bewoners der
aarde aan een VERDELGING prijsgeven, ja een verschrikkelijke."
Wanneer de leerstelling van het WTG dat de huidige aarde nooit
vernietigd of ontvolkt zal worden juist is, waarom zegt de
Bijbel dan dat "heel de aarde verslonden" zal worden, en "alle"
bewoners der aarde verdelgd zullen worden? Wat betekenen de
woorden "verdelgen" en "alle" volgens jou? Hoe kan een grote
schare van mensen na Armageddon voortleven in een paradijs
op aarde wanneer "ALLE bewoners der aarde" verdelgd zullen
worden? |
|
|
| De vragensteller is wellicht niet bekend
met het feit dat de Bijbel tevens zegt dat de aarde voor altijd
zal blijven bestaan en dat Openbaring 11:18 zegt dat God,
in plaats van het letterlijk te vernietigen, "hen zal verderven
die de aarde verderven." Hoe lossen oprechte Bijbelonderzoekers
deze ogenschijnlijke tegenstelling op? De aarde wordt wél
of niet verwoest. Het kan niet allebei waar zijn. En
het is geen kwestie van het eenvoudig negeren van enkele teksten
en teksten die onze voorkeur bevestigen aannemen. We moeten
feitelijk een ogenschijnlijke paradox oplossen wanneer we
Gods waarheid willen kennen. Eén manier om dat te doen is
door de betekenis van een profetie te analyseren, in plaats
van enkele woorden aan te grijpen om tot een favoriete leerstelling
te komen.
Dus, wanneer we de profetie van Zefanja werkelijk lezen
en erover redeneren zouden we moeten gaan erkennen dat het
boek van Zefanja, evenals alle Hebreeuwse profeten, oorspronkelijk
van toepassing was op de Joden en omliggende natiën van
die tijd. Door middel van Zefanja kondigde Jehovah oordelen
aan over Juda, Filistea, Ammon, Ethiopië en Assyrië. Jehovah
vaardigde uit dat de gehele regio vertreden moest worden
door de Babyloniërs. Zo werd de profetie in vroegere tijden
vervuld. De Chaldeeën vernietigden natuurlijk niet de planeet
aarde, noch verdelgden zij alle zielen. Maar zij onderwierpen
wel op meedogeloze wijze een zeer groot deel van
de wereld van toen. Op die wijze werd daarom heel de
aarde door Nebukadnezars plunderende meute verslonden,
zoals Zefanja voorzei.
Maar, Jehovah's oordelen zijn ook op een veel grotere
schaal van toepassing welke letterlijk de gehele wereld
omvatten, wat ook de reden is dat de profeten zulke uitgebreide,
ogenschijnlijk overdreven taal gebruikten. Uiteindelijk
is de gehele aarde die verslonden wordt een indicatie van
de totaliteit van Gods oordeel, wanneer hij elk spoortje
van de huidige wereldwijde beschaving grondig vernietigt.
Maar, wat betreft de simplistische bewering dat God letterlijk
deze schitterende planeet gaat vernietigen en de mensheid
die gemaakt is naar Gods beeld volledig zal uitroeien, dat
is niet wat de Bijbel leert. Het is juist door middel
van Zefanja dat Jehovah hoop geeft op overleving wanneer
het hedendaagse samenstel wordt vernietigd. Zefanja 2:2,
3 luidt: "Voordat de inzetting iets het licht doet zien,
voordat de dag is voorbijgegaan net als kaf, voordat over
ulieden de brandende toorn van Jehovah komt, voordat over
u de dag van Jehovah's toorn komt, zoekt Jehovah, al gij
zachtmoedigen der aarde, die Zíjn rechterlijke beslissing
hebt volbracht. Zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid.
Wellicht zult gij verborgen worden op de dag van Jehovah's
toorn."
Wanneer de zachtmoedigen verborgen worden op de dag van
Jehovah's toorn, is het duidelijk dat de voorzegde verdelging
niet volledig is. Zefanja's profetie biedt redding aan de
zachtmoedigen der aarde en is in harmonie met Jezus, die
ook beloofde dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven
nadat de uiting van Jehovah's woede de huidige, slechte
beschaving die de planeet in bezit heeft, vernietigt.
|
|
| 8. Als de doden gedurende
de 1000-jarige regering van Christus opgewekt worden en overeenkomstig
hun daden in die tijd geoordeeld zullen worden, waarom zegt
de Bijbel in Openbaring 20:4, 5 dan expliciet dat "(De overigen
der doden kwamen niet tot leven totdat de duizend jaar geëindigd
waren)"? Hoe kunnen ze geoordeeld worden overeenkomstig hun
daden gedurende de 1000-jarige regering van Christus, wanneer
ze niet tot leven komen voordat deze periode voorbij is? Waarom
zet de NWV haakjes om dit vers? Evenzo, als de doden een opstanding
zullen krijgen gedurende de 1000-jarige regering van Christus
en geoordeeld worden overeenkomstig hun daden van die tijd,
waarom zegt de Bijbel dan dat de doden uit hun graven zullen
opstaan "zij die goede dingen HEBBEN GEDAAN (verleden tijd),
tot een opstanding des levens, zij die verachtelijke dingen
HEBBEN BEOEFEND (verleden tijd), tot een opstanding des oordeels"
(Joh. 5:28, 29) en waarom zegt de Bijbel dat mensen "eens
voor altijd sterven" en "daarna (na de dood) een oordeel"
(Hebr. 9:27)? |
|
|
| Onze vragensteller ontbeert een fundamenteel
begrip van bijbelse taal. Om dit soort van geestelijke ongeletterdheid
te onderstrepen, beschouw eens Jezus' eenvoudige opmerking:
"Laat de doden hun doden begraven." Wanneer we enkel,
zonder te redeneren woorden op een bladzijde lezen en hen
zonder meer aannemen, zouden Jezus woorden macabere beelden
in onze geest kunnen oproepen van zombies die graven aan het
spitten zijn. Wanneer we echter ons redeneringsvermogen gebruiken
om zodoende te onderscheiden wat Jezus ons wilde zeggen, wordt
duidelijk dat Jezus verwees naar levende personen die geestelijk
dood waren, tenzij ze tot leven kwamen door zijn volgelingen
te worden.
Paulus verwees naar personen die dood waren in hun zonden
en overtredingen. Dat betekent dat een persoon, ondanks
dat hij tijdelijk leeft, onder de veroordeling van de dood
blijft staan. Dus, wanneer Openbaring verduidelijkend zegt
dat "de overigen der doden kwamen niet tot leven totdat
de duizend jaar geëindigd waren," worden er in werkelijkheid
twee opstandingen tegenover elkaar gezet. Daarom zegt het
vers verder: "Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en
heilig is een ieder die deel heeft aan de eerste opstanding;
over dezen heeft de tweede dood geen autoriteit, maar zij
zullen priesters van God en van de Christus zijn en zullen
de duizend jaar met hem als koningen regeren."
De eerste opstanding geldt voor degenen die een hemelse
opstanding krijgen en die 1000 jaar lang met Christus als
koningen zullen dienen. Op een andere plaats wijst de Bijbel
erop dat deze 144.000 onsterfelijkheid ontvangen. Daarom
heeft de tweede dood geen autoriteit over hen, omdat ze
nergens door vernietigd kunnen worden.
Wat betekent het daarom dat de overigen der doden niet
tot leven komen tot na de duizend jaar? Laat de lezer
opmerken dat het vers niet zegt dat ze een opstanding
krijgen aan het eind van de duizend jaar, maar enkel dat
ze tot die tijd niet tot leven komen. Bestaat er
een verschil? Ja, er bestaat een groot verschil. De Bijbel
leert ons dat de gehele mensheid als gevolg van Adams zonde
onder Gods veroordeling van de dood staat, welke we hebben
overgeërfd. In Gods ogen zijn we dood. We hebben geen recht
op eindeloos leven. Zelfs het grote aantal mensen dat gedurende
de 1000 jaar door Christus worden opgewekt, zullen nog steeds
dood zijn, doordat ze niet onmiddellijk zondeloos worden.
Dat ze uiteindelijk tot leven komen, betekent daarom dat
de veroordeling opgeheven wordt zodat de mensheid niet langer
onderworpen is aan de zonde van Adam.
Overeenkomstig hetgeen Paulus schreef in het 15de hoofdstuk
van 1 Korinthiërs, zal Jezus over de mensheid regeren en
elke vijand van God vernietigen en de "laatste vijand,
de dood," tevens laten verdwijnen. Dat betekent dat
de mensheid, tegen het einde van Jezus' 1000-jarige regering,
nadat de doden gedurende de 1000 jaar zijn opgewekt, uit
de huidige sterfelijke toestand opgeheven worden. In die
zin zullen alle dan levende mensen volledig "tot leven
komen" - het leven dat Adam en Eva oorspronkelijk bezaten.
|
|
| 9. Quote uit het voorwoord
van Kingdom Interlinear Translation verwijderd)
De NWV vertaalt Joh. 14:14 met: "Indien
gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen." Als de NWV
de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de
Bijbel, waarom laat het dan het woord "mij" na de zinsnede
"indien gij" compleet weg, ondanks dat het woord "mij" in
het oorspronkelijke Grieks staat? Zie Kingdom Interlinear
Translation (KIT). Als de NWV Joh. 14:14 correct uit het
oorspronkelijke Grieks had vertaald, hoe zou het vers dan
luiden? Hoe kan een persoon Jezus iets "vragen" zonder tot
hem te bidden? Hoe kan de NWV "de waarheid van zijn geïnspireerde
Woord zo nauwkeurig" mogelijk overbrengen, en hoe kan het
een "zo letterlijk mogelijke vertaling" zijn wanneer de
"vertalers" opzettelijk dit woord ("mij") weglaten, zodat
dit vers de leerstelling van het WTG niet tegenspreekt?
|
|
|
| Ten eerste bestaat er niet zoiets als een
"woord-voor-woord vertaling." Geen enkele moderne vertaling
is een woord-voor-woord vertaling. Verder heeft het Wachttorengenootschap
nooit beweerd dat de NWV zelf een woord-voor-woord vertaling
is. Wat het dichtste bij een woord-voor-woord vertaling
komt is een transliteratie. Hier is een
link naar een online Interlineare transliteratie.
Het vertalen van begrippen uit een oude taal naar een
moderne taal vereist meer dan enkel een 'dit-woord-betekent-dit,
dat-woord-betekent-dat' benadering.
Wat betreft het vers in kwestie, de vragensteller heeft
het vers enkel gedeeltelijk aangehaald, het als zodanig
isolerend van de context. Johannes 14:13, 14 luidt: "En
wat gij ook vraagt in mijn naam, dat zal ik doen, opdat
de Vader in verband met de Zoon verheerlijkt moge worden.
Indien gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen."
Volgens de letterlijke vertaling in de Interlinear, luidt
het 14de vers: "Wanneer iets gij zoudt vragen mij
in de naam van mij dit ik zal doen." Gezond verstand
zegt ons dat een letterlijke woord-voor-woord weergave zeer
onbeholpen is. Natuurlijk wil een bevooroordeelde Trinitariër
ons laten geloven dat het vers zo vertaald moet worden dat
de onschriftuurlijk leerstelling dat Jezus God was omhoog
wordt gehouden. De context wijst echter op iets anders.
De NIV geeft het vers ietwat onhandig weer, door te zeggen:
"Gij moogt mij alles vragen in mijn naam en ik zal het
doen."
Het moge duidelijk zijn dat wanneer de apostelen begrepen
dat Jezus zei dat ze rechtstreeks tot hem moesten bidden,
alsof ze dit feitelijk tot God deden, het nogal overbodig
lijkt dat Jezus hen zei tot hem te bidden in zijn naam.
In plaats daarvan maakt de context duidelijk dat Jezus de
rol van bemiddelaar en helper innam tussen zijn dicipelen
en Jehovah. Christus presenteerde zich in werkelijkheid
als de middelaar met betrekking tot hun gemeenschappelijke
God en Vader.
Andere vertalingen geven het vers vergelijkbaar met de
NWV weer. De Lutherse Vertaling geeft het bijvoorbeeld als
volgt weer: "Zo gij iets bidden zult in mijnen naam,
ik zal het doen."
De Leidsche vertaling geeft het vers weer met: " Zo
gij iets vraagt mijn naam anroepend, zal ik het doen.
Young's Literal Translation verwoordt het als volgt: "Indien
gij iets vraagt in mijn naam zal ik het doen."
|
|
| 10. Als de hedendaagse
aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden, waarom zegt
Zefanja 1:2, 3 dan: "Ik zal zonder mankeren een eind maken
aan alles wat zich op de oppervlakte van de aardbodem bevindt",
is de uitspraak van Jehovah. "Ik zal een eind maken aan aardse
mens en dier… en ik wil de mensen van de oppervlakte van de
aardbodem afsnijden," is de uitspraak van Jehovah?" Het Hebreeuwse
woord dat hier in de NWV vertaald is met "een eind maken aan"
is "cuwph" (Strong's #05486) wat volgens Strong's Hebrew Dictionary
"ophouden; tot een eind komen" betekent. Hoe kan dit wanneer
het WTG het juist heeft en getrouwe Getuigen Armageddon zullen
overleven en voor eeuwig in een paradijs op de hedendaagse
aarde zullen leven? En daarbij zegt Jesaja 65:17: "Want ziet,
ik SCHEP nieuwe hemelen en een nieuwe AARDE; en de vroegere
dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen…" Als
de huidige aarde nooit vernietigd zal worden, waarom zal God
dan een "nieuwe" aarde "scheppen"? (Rest van de vraag verwijderd) |
|
|
| Wederom moeten we erop wijzen dat de vragensteller
eenvoudig ongeletterd is wat betreft het geestelijke dialect
van de Schriften. Om deze manier van ondervraging verder te
beantwoorden, verwijzen we de lezer naar Genesis 11:1, waar
staat: "De gehele aarde nu had nog steeds
één taal en één woordenschat."
We stellen nu de volgende vraag aan degenen die de Schrift
volledig letterlijk lezen: Welke taal spreekt de
aarde? Zegt het bovenstaande vers dat onze terra firma
in "tongen" of zoiets spreekt?
Of zou het redelijker zijn te concluderen dat het woord
"aarde," zoals het wordt gebruikt in de Bijbel, niet altijd
slaat op de letterlijk aardbol? Genesis 11:1 verwijst duidelijk
naar de mensenwereld als zijnde "de gehele aarde."
De profeten gebruikten "aarde" ook op figuurlijke wijze.
Wanneer we de context in Jesaja lezen, wordt het duidelijk
dat God een nieuwe hemel en aarde schiep door de natie Israël
opnieuw te vestigen. Petrus gebruikte dezelfde uitdrukkingen
"nieuwe hemelen en nieuwe aarde" om de verandering die onder
Gods regering zal plaatsvinden te symboliseren; wanneer
de "oude" demonische "hemelen" en de daaraan verbonden regerende
instellingen die over de mensheid heersen, vervangen worden
door Gods hemelse koninkrijksregering. De oude aarde is
de huidige slechte beschaving, die vervangen zal worden
door een nieuwe wereldorde die volledig bestaat uit mensen
die Jehovah dienen. Zo'n radicale verandering van het huidige
samenstel wordt het beste omschreven als een nieuwe hemel
en aarde.
Terwijl Zefanja verder zegt dat Jehovah "een eind zal
maken" aan mens en dier, zegt God in Genesis 8:21b na
de Vloed het volgende tot Noach: "En nooit meer
zal ik al wat leeft een slag toedienen, juist zoals ik heb
gedaan." In het licht van de ogenschijnlijke tegenstelling
in deze twee beweringen, wordt het duidelijk dat Zefanja
niet letterlijk moet worden opgevat, daar het oorspronkelijk
sprak over de volledigheid van Gods oordelen tegen de natiën
die in de 5de Eeuw v.G.T. onder zijn veroordeling vielen.
|
|
|
|
|