Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

1. Het WTG beweert dat het de Bijbel als "opperste autoriteit" gebruikt. Waar in de Bijbel telt iemand zijn predikingstijd op een papiertje en zijn er kaarten waarop de activiteit wordt bijgehouden, waarbij deze gebruikt worden als "meter voor geestelijke gesteldheid"? Waar in de Bijbel vinden we Pioniers, Speciale Pioniers, Districtsopzieners, Kringopzieners, Bethelieten en Koninkrijkszalen? Waar in de Bijbel wordt gezegd dat iedereen die ná 1935 geboren is niet naar de hemel kan gaan, dat van Christenen vereist wordt dat ze 5 vergaderingen per week bezoeken, dat mannen geen baarden mogen hebben, en dat wanneer een profetie faalt en de profeet geeft toe dat hij een fout heeft gemaakt, hij niet langer een valse profeet is (zie Deut. 18:20-22)? Waar zegt de Bijbel dat eem persoon verbonden moet zijn aan een organisatie die aan het eind van de 19de eeuw start en haar hoofdkantoor heeft in Brooklyn NY om Armageddon te overleven?


In beschouwing genomen dat alle hedendaagse Christelijke denominaties dingen doen die onbekend waren voor de 1ste Eeuwse Christenen, is dit meer een muggenzifterige en vittende vraag over de manier waarop Jehovah's Getuigen op organisatorisch niveau opereren, dan een zoektocht naar waarheid of we de zaken op een Bijbelse manier uitvoeren. De 1ste Eeuwse Christenen bezaten bijvoorbeeld geeneens persoonlijke exemplaren van de Schriften, welke in die tijd vervat waren in vele moeilijk te hanteren, op zichzelf staande boekrollen en brieven die gekopiëerd waren en onder de gemeenten de ronde deden. De vroegere Christenen kwamen ook samen in particuliere huizen en op openbare plaatsen. Er waren geen kerken, geen kathedralen en geen koninkrijkszalen. Beschouw als bewijs daarvan eens Paulus' begroeting in Kolossenzen 4:15 aan een vrouw genaamd "Nymfa en aan de gemeente die in haar huis samenkomt." Het is trouwens zo dat Jehovah's Getuigen, naast samenkomsten in onze koninkrijkszalen, ook regelmatig bijeenkomen in kleine groepjes in particuliere huizen - net als de vroegere Christenen.

Wat betreft de organisatorische structuur van de vroegere Christelijke kerk, in Efeziërs 4:11 schreef Paulus dat God de gemeente voorzag van diverse gaven in mensen: "sommigen als apostelen, sommigen als profeten, sommigen als evangeliepredikers, sommigen als herders en leraren." Ondanks dat alle Christenen geroepen worden om een openbare bekendmaking van hun geloof te doen, waren sommige vroegere Christenen buitengewone predikers. Filippus werd bijvoorbeeld "de evangelieprediker" genoemd. De zogenoemde pioniers onder Jehovah's Getuigen worden ook volletijds predikers genoemd, omdat ze een aanzienlijke tijd besteden aan hun bediening.

Hedendaagse kringopzieners en districtsopzieners volgen het patroon van de apostel Paulus en Barnabas, in dat de apostel en zijn metgezellen in een kring rondreisden, waarbij ze broeders en gemeenten bezochten en opnieuw bezochten en brieven van aanmoediging en instructie schreven. Trouwens, Markus 6:6 vermeldt dat Jezus ook "in een kring de dorpen rond [ging] en onderwees." Eén functie van onze hedendaagse KO (Kringopziener) is dat hij, wanneer hij zijn halfjaarlijkse bezoek brengt aan elke gemeente, niet alleen onderwijs geeft, maar ook de geestelijke kwalificaties van elke toekomstige ouderling bespreekt en in overweging neemt hen tot een ambt aan te stellen. In Titus 1:5 instrueerde Paulus Titus juist dat te doen op het eiland Kreta. Er staat: "Om deze reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat gij de dingen waaraan wat ontbrak, in orde zoudt brengen en in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen, zoals ik u opgedragen heb."

Jehovah's Getuigen hebben op vele manieren het model en methoden van de oorspronkelijke Christenen overgenomen. De feitelijke organisatorisch-toegewezen namen aan diverse posities van verantwoordelijkheid worden wellicht niet teruggevonden in het verslag dat behouden is gebleven in de Griekse Geschriften, maar de posities van verantwoordelijkheid kunnen daar wel gevonden worden. De benaming is enkel een afspraak, welke in alle denominaties wordt gemaakt.

Aangaande het bijhouden van de tijd die besteed is aan de prediking en het bijhouden van een "kaart van activiteit," ondanks dat hiervan geen gebeurtenis in de Bijbel staat vermeldt, bestaat er ook geen verbod op zoiets; eenvoudig gezegd: de Bijbel zwijgt erover, in beide gevallen.

Wat betreft mannen die baarden dragen; er bestaat geen Schriftuurlijk rechtvaardiging voor het voorschrijven van zaken van persoonlijke verzorging. En het Wachttorengenootschap verbiedt mannen niet expliciet om een baard te laten groeien. Maar, het is zeker zo dat het op subtiele wijze wordt ontmoedigd door de leiders van het Wachttorengenootschap.

Tot slot over de beschuldiging aangaande valse profeten, die vraag zal verderop worden beantwoord.



2. Het WTG leert dat Abraham, Isaäk en Jakob niet met Christus in zijn hemelse koninkrijk zullen wonen. Hoe leg je Mattheüs 8:11 dan uit, waar Jezus zegt: "Ik zeg u echter dat velen uit oostelijke en westelijke streken zullen komen en met Abraham en Isaäk en Jakob aan tafel zullen aanliggen in het koninkrijk der hemelen?"


De tafel van Abraham is een verwijzing naar het koninkrijk van God. Dit is het gevolg van het feit dat het verbond dat Jehovah oorspronkelijk sloot met Abraham uiteindelijk het messiaanse koninkrijk zal voortbrengen. Paulus sprak de niet-Joodse gezalfde zonen van God bijvoorbeeld aan met het werkelijk zaad van Abraham. Galaten 3:26-29 luidt: "In werkelijkheid zijt gij allen zonen van God door middel van uw geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus werdt gedoopt, hebt Christus aangedaan. Er is noch jood noch Griek, er is noch slaaf noch vrije, er is noch man noch vrouw, want gij zijt allen één persoon in eendracht met Christus Jezus. Bovendien, wanneer gij Christus toebehoort, zijt gij werkelijk Abrahams zaad, erfgenamen met betrekking tot een belofte."

De belofte waarnaar Paulus verwijst, is de belofte die God deed aan Abraham aangaande zijn zaad dat een zegening zou worden voor mensen uit alle natiën. In die zin is Abraham, ondanks dat hij niet feitelijk in het koninkrijk is, er zeker een passend symbool voor.

Hoe weten we dat Abraham niet naar de hemel zal gaan om met Christus in zijn koninkrijk te regeren? Jezus zelf zei dat niemand het koninkrijk kon binnengaan tenzij ze geboren zijn uit het water en de geest. Dat betekent dat enkel gedoopte met geest gezalfde Christenen door God tot de hemel geroepen worden.

Jezus onthulde verder dat de mogelijkheid om naar de hemel te gaan niet aanwezig was totdat Johannes de Doper Christus aan de wereld voorstelde. Mattheüs 11:11 luidt: "Voorwaar, ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er geen grotere verwekt dan Johannes de Doper; maar wie een mindere is in het koninkrijk der hemelen, is groter dan hij. Sedert de dagen van Johannes de Doper tot op heden is het koninkrijk der hemelen echter het doel waarnaar mensen voorwaarts dringen, en zij die voorwaarts dringen, grijpen het. Want alle, de Profeten en de Wet, hebben geprofeteerd tot op Johannes."

Als Johannes de grootste profeet van God was, zoals Jezus zei, en toch is hij minder dan de minste in het koninkrijk, dan betekent dat dat Johannes niet in het regerende koninkrijk is. En daar er volgens Christus niemand voor Johannes het koninkrijk is binnengegaan, is het duidelijk dat ook Abraham het koninkrijk niet is binnengegaan, zoals velen foutief veronderstellen. De meeste mensen is door de Christenheid geleerd dat alle "goede" mensen naar de hemel gaan. Dat is niet wat de Bijbel leert. Het koninkrijk van God, of het koninkrijk der hemelen, zoals het ook wordt genoemd, is een regering die bestaat uit Jezus en 144.000 uitverkorenen van zijn volgelingen. Dat hemelse koninkrijk gaat over de aarde regeren - inclusief over de opgestane Abraham.



3. Als er geen bewustzijn is na de dood, hoe kon er dan tot de "geesten in de gevangenis," die leefden gedurende de tijd van Noach, gepredikt worden door Christus na Zijn dood (1 Petrus 3:18-20). Als de "geesten in de gevangenis" uit 1 Petrus 3:19 een verwijzing is naar de demonische engelen, in plaats van naar de mensen die gestorven zijn voor de opstaning van Christus, waarom zou Jezus dan "prediken" tot demonische engelen?


Volgens de meest betrouwbare autoriteit op dit gebied, Gods eigen Woord, de Bijbel deelt ons mede dat de doden zich van niets bewust zijn. De Bijbel zegt op vele plaatsen, te veel om op te noemen, dat de doden zich in een op een slaap gelijkende toestand bevinden. Hier is een online Wachttorenartikel dat de eenvoudige leerstelling van de Bijbel over dat onderwerp uitlegt.

Verder redenerend: lang nadat Jezus was opgestaan als de "eerstgeborene van de doden," verwees Paulus bij diverse gelegenheden naar volgelingen van Christus die op dat moment nog "sliepen in de dood." De hoop van de mensheid is niet dat we een onsterfelijke ziel hebben die altijd voortleeft, maar dat God de macht en het verlangen heeft de doden terug tot leven te brengen uit hun levenloze en onbewuste toestand.

Het idee dat mensen een soort van onsterfelijke ziel hebben die de dood overleeft, is in het geheel geen bijbelse leerstelling, maar is rechtstreeks vanuit de vroegere mystieke religie van Babylon tot ons gekomen. Dus, wat doen we wanneer we een vers tegenkomen dat de duidelijke leerstelling van de Bijbel lijkt te contradicteren? Onwetende personen zijn geneigd moeilijke passages zonder meer te accepteren. Petrus betreurde het dat de onwetenden alle Schriften verdraaiden - tot hun eigen vernietiging. Personen die ontvankelijk zijn voor onderwijs gaan echter altijd op zoek naar manieren om de raadsels in Gods Woord op te lossen.

In het geval van Christus die predikt tot de geesten in de gevangenis, moeten we ons niet indenken dat "prediken" altijd synoniem staat aan een beroep tot het hebben van berouw. Prediken kan ook het aankondigen van Gods oordeel of ondergang voor de veroordeelden betekenen.

De "geesten in de gevangenis" zijn niet de onstoffelijke zielen van dode mensen, zoals velen kennelijk aannemen. Zij zijn de ongehoorzame zonen van God die zich tot mensen materialiseerden en voor de vloed sexuele betrekkingen hadden met vrouwen. Hun daad van rebellie was trouwens de reden waarom God überhaupt een wereldwijde vloed veroorzaakte. In 2 Petrus 2:4, 5 maakt de apostel duidelijk dat de gevangen geesten de zogenoemde gevallen engelen zijn. Daar staat: "Stellig, indien God zich er niet van heeft weerhouden de engelen die zondigden te straffen, maar hen, door hen in Tártarus te werpen, aan afgronden van dikke duisternis heeft overgeleverd om voor het oordeel bewaard te worden; en hij zich er niet van heeft weerhouden een wereld uit de oudheid te straffen, maar Noach, een prediker van rechtvaardigheid, met zeven anderen veilig heeft bewaard toen hij een geweldige vloed over een wereld van goddeloze mensen bracht."

De engelen die demonen werden zitten niet gevangen in de zin dat ze opgesloten zitten - nog niet in ieder geval. Jehovah wierp "hen in afgronden van dikke duisternis" in de zin dat hij hen buiten zijn familie van verlichte hemelse zonen plaatste. Jehovah zou geen omgang meer met hen hebben, en kennelijk nam God na de Vloed hun macht om zich wederom als mensen te materialiseren van hen af. Verder bevinden de demonen zich in een toestand "voor het oordeel bewaard," alsof ze zich in een dodencel bevinden in afwachting van hun terechtstelling.

Ondanks dat God in Eden het definitieve oordeel uitvaardigde dat de slang en zijn verachtelijke zaad vertrapt zouden worden door het messiaanse zaad van de vrouw, moest er nog steeds worden bezien of Christus onder beproeving getrouw zou blijven aan God - en zich aldus te kwalificeren als Jehovah's Opper verdediger. Als de Duivel en zijn wanhopige demonen er op één of andere wijze in geslaagd zouden zijn Christus zijn integriteit te laten compromitteren terwijl hij op aarde was, hadden ze hun strijdvraag, dat geen enkel schepsel onder beproeving getrouw kon blijven aan God, bewezen. De demonen vochten voor hun leven. Maar, toen Jezus tot het einde toe getrouw en gehoorzaam aan God bleef, de gruwelijkste dood verdragend die men kan bedenken, waren zijn laatste woorden: "Het is volbracht."

Jezus' getrouwheid aan God tot het einde bewees dat de Duivel een leugenaar was. De dood en daarop volgende opstanding van Christus verzegelde de ondergang van de Duivel en ook die van zijn demonen.

Het prediken van Christus tot de geesten in de gevangenis heeft te maken met het bekendmaken aan de demonen dat zijn overwinning op de dood betekende dat de demonen die Jezus' dood veroorzaakt hadden, zelf ter dood zouden worden gebracht door Christus en zijn overwinnende 144.000. Daarom schreef Paulus in het laatste hoofdstuk van Romeinen aan zijn mede gezalfde Christenen dat God "Satan binnenkort onder uw voeten [zal] verbrijzelen."

De Bijbel leert heel eenvoudig dat de doden zich van niets bewust zijn in het graf. Echter, de Bijbel verwijst soms naar mensen die geen relatie met God hebben als zijnde dood - geestelijk dood. Jezus zei bijvoorbeeld eens: "Laat de doden hun doden begraven.” Christus zei dat om aan te geven dat, tenzij we een levende relatie hebben met hem en zijn Vader, we zo goed als dood zijn in hun ogen, ondanks dat we misschien op het zicht een goed leven leiden.

Zo is het dat het andere vers in kwestie verwijst naar mensen van de wereld, degenen die in de context worden beschreven als vleselijk-gericht, die dood zijn voor Gods aangezicht, maar die desalniettemin in de gelegenheid gesteld werden om Gods boodschap welke tot hen werd gepredikt te horen.

Het is interessant dat 2 Petrus 3:16 zegt dat er dingen in de Bijbel staan die moeilijk te begrijpen zijn, en als gevolg daarvan verdraaien de niet-onderwezenen en onstandvastigen de Schriften tot hun eigen vernietiging.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de toestand van de doden en de natuur van de demonen. Er bestaat werkelijk geen excuus voor enig belijdend Christen onwetend te zijn aangaande deze fundamentele Bijbelse leerstellingen.



4. Is het waar dat de profetie van het WTG dat Armageddon zal komen "voordat het geslacht van 1914 voorbij is gegaan" niet langer wordt onderwezen als "de Waarheid"? Zo ja, betekent dit dan dat deze leerstelling van het WTG, welke ze decennia lang als "de Waarheid" hebben onderwezen, een onjuiste leerstelling was? Daar het WTG beweert dat ze het "enige kanaal zijn dat door de Heer wordt gebruikt gedurende de laatste dagen van dit samenstel van dingen" en dat het besturend lichaam "de spreekbuis van Jehovah God" is, betekent dit dan dat God van gedachten is veranderd over deze leerstelling en de definitie van "geslacht"? Is het mogelijk dat God van gedachten verandert? Is het WTG ooit eerder van gedachten veranderd over een leerstelling die ze eens onderwezen als "de Waarheid"? Daar het WTG beweert dat hun leerstelling dat Armageddon "voor het einde van het geslacht van 1914" zou komen "Jehovah's profetische woord" was en "de belofte van de Schepper," en ze als zodanig dus "in de naam van God" spreken, betekent dit volgens Deuteronomium 18:20-22 dan niet dat het WTG in werkelijkheid een hedendaagse valse profeet is? (ingekort WTG quotes)


Ten eerste heeft het Wachttorengenootschap de profetieën over de laatste dagen en een oorlog genaamd Armageddon niet uitgevonden. Die profetieën zijn afkomstig uit de geest van God en door ons geloof zijn we ervan overtuigd dat Gods woorden zeker eens bewaarheid zullen worden. Als gevolg van onze interesse in de Bijbel en de belofte van een nieuwe wereld, zijn we erg geïnteresseerd geweest in de vervulling van profetieën, vooral de wijze waarop ze verband houden met de wederkomst van Christus. Het feit dat onze hoge koninkrijksverwachtingen tot nog toe tot teleurstelling hebben geleid, brengt ons geloof op zichzelf niet in diskrediet. Het is zeker dat onze verkeerde verwachtingen beschamend voor ons zijn geweest en voor velen een struikelblok, maar in dat opzicht lijkt het Wachttorengenootschap schuldig te zijn aan het vallen in vrijwel dezelfde val als de apostelen.

Beschouw alsjeblieft eens de belangrijkheid van het verslag wat gevonden kan worden in het laatste hoofdstuk van het boek Johannes, waar we in de NWV lezen: "Toen Petrus hem daarom gewaar werd, zei hij tot Jezus: "Heer, wat zal deze man doen?" Jezus zei tot hem: "Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan? Blijft gij mij volgen." Bijgevolg ging onder de broeders dit woord uit, dat die discipel niet zou sterven. Doch Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven, maar: "Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan?"" (Johannes 21:21)

De man in kwestie was de schrijver - Johannes. Jezus had Petrus net verteld welke soort dood Petrus zou ondergaan en Petrus wilde weten wat er met hun vriend Johannes zou gebeuren. Jezus' commentaar gaf de apostelen het idee dat Johannes nog in leven zou zijn wanneer Christus terugkwam. Als gevolg daarvan zegt het verslag dat het woord onder de broeders uitging, dat Johannes zou blijven leven om de terugkeer van de Heer te zien

Volgens de Leidsche Vertaling, luidt het 23ste vers: "Daardoor verspreidde zich het gerucht onder de broeders dat die leerling niet sterven zou." Wat hier zo interessant aan is, is dat Johannes zijn boek zo'n 60 jaar nadat Christus die woorden sprak, schreef. Kennelijk was het gerucht even oud als de oude apostel zelf. We zouden ons zelfs kunnen indenken dat de broeders, tegen het einde van zijn leven, regelmatig even zijn pols opnamen om de nabijheid van Christus' terugkeer te meten. Het feit dat Johannes, de langst-levende apostel, het gepast achtte het gerucht te uit de wereld te helpen en de zaak recht te zetten aan het einde van zijn leven, wijst erop dat het gerucht dat door de apostelen in de wereld was gebracht gedurende de gehele apostolische periode heeft bestaan. De volgende vraag is dus: Nou en?

Wel, de apostelen kregen in die tijd de autoriteit over de gehele organisatie van gelovigen. Hun woorden waren gewichtig omdat ze Jezus persoonlijk gekend hadden en de latere gelovigen konden vertellen over alle dingen die Jezus had gezegd en gedaan. Dus, toen de apostelen spraken, luisterden de broeders en zusters. En wanneer de apostelen een gerucht in de wereld brachten dat Johannes zou blijven leven tot de komst van Christus, welke Christen zou hun interpretatie dan betwijfelen? Maar, de apostelen hadden het duidelijk bij het verkeerde eind. Ze begrepen Jezus verkeerd. En hun ernstige verlangen om de realisatie van Jezus' beloofde terugkeer te zien, maakte dat zij overhaaste conclusies trokken.

Het verkeerde begrip dat ontstond, verschilt in werkelijkheid niet van hetgeen gebeurd is onder Jehovah's Getuigen met betrekking tot onze aannames aangaande het geslacht van 1914 dat niet voorbij zou gaan. De apostel Johannes was hun geslacht dat niet voorbij zou gaan - voordat hij stierf. En het feit dat hij uiteindelijk het gerucht uit de wereld hielp, verschilt niet veel van hetgeen het Genootschap heeft gedaan door een geslacht te herdefiniëren.

Een andere vraag die we zouden moeten stellen is: Veroordeelde God de apostelen als valse profeten? Nee, kennelijk niet. Dus, wanneer we eerlijk en consequent zijn in onze redenatie zullen we geen oppervlakkige conclusies trekken over de onbezonnenheid en verkeerde verwachtingen van het Wachttorengenootschap uit het verleden. Meer nog, onze voortijdige verwachtingen passen in het patroon van degenen die vol verwachting uitzien naar de terugkeer van de Meester.



5. Als de geest van een mens apart van het lichaam geen bestaan heeft, waarom bad Stefanus in Handelingen 7:59 dan vlak voor zijn dood tot Jezus: "ontvang mijn geest"? Hoe kon Jezus, die in de hemel was, Stefanus' geest ontvangen wanneer de geest van een mens ophoudt te bestaan wanneer het lichaam sterft en wanneer niemand de hemel kon binnen gaan tot het jaar 1914? Evenzo, als de ziel ophoudt te bestaan na de dood van het lichaam, waarom zegt Paulus dan dat hij liever "afwezig geraakt van het lichaam," zodat hij "zijn intrek kon nemen bij de Heer" (2 Kor. 5:8), en waarom zou hij zeggen dat hij liever losgemaakt werd van dit leven zodat hij bij Christus kon zijn (Fil. 1:23)? Hoe kon Paulus "bij Christus" zijn en "zijn intrek nemen bij de Heer" wanneer niemand de hemel tot 1914 kon binnengaan?


Vrijwel elke religie die ooit heeft bestaan, vanaf de meest primitieve tot de meest ontwikkelde, houdt vast aan de lering van een onsterfelijke ziel. De Bijbel leert echter niet zoiets als een onsterfelijke ziel.

Het is ironisch te noemen dat Jehovah's Getuigen dikwijls het etiketje "gebrainwashed" opgeplakt krijgen, maar de waarheid is dat de gehele mensheid onder de geestverblindende, boosaardige invloed van het religieuze samenstel staat dat in Openbaring "Babylon de Grote" wordt genoemd. Tenzij we de fundamentele waarheid uit Gods Woord in deze kwestie begrijpen, dat de mens geen onsterfelijke ziel heeft, zullen we kwetsbaar zijn voor misleiding door de bedrieglijke leugen dat de mensheid op één of andere manier onsterfelijk is.

Dus, door ingepakt te worden door de oorspronkelijke leugen die de Duivel voor het eerst uitte in Eden, namelijk "gij zult niet sterven," is de persoon die slechts enkele verzen leest geneigd overhaaste conclusies als deze te trekken.

Wederom, Paulus maakte melding van het feit dat enkelen van de oorspronkelijke leden van de gemeente, die getuige waren geweest van Christus' opstanding, gestorven waren in de dood. In 1 Korinthiërs 15:6 zei Paulus dat ze "ontslapen" waren. Dat is niet iets wat moeilijk te begrijpen is. Wanneer we 's nachts slapen zijn we ons niet bewust van wat er om ons heen gebeurt. We bevinden ons in een onbewuste toestand. Dat is wat de dood is - een onbewuste toestand. Paulus merkte dit op in de context van de bespreking van de opstanding van gezalfde Christenen, en hij schreef de Korinthiërs enkele jaren nadat Stefanus de marteldood gestorven was; toch wees Paulus op dat moment naar een toekomstige tijd waarin de doden opgewekt zouden worden. Dus, Stefanus was één van degenen die ontslapen waren, naar wie Paulus verwees.

Wat bedoeld Stefanus daarom toen hij vroeg of Jezus zijn geest mocht ontvangen? Wel, Jezus uitte vrijwel hetzelfde vlak voordat hij stierf. In Lukas 23:46 zei hij: "Vader, aan uw handen vertrouw ik mijn geest toe." Verwachtte Jezus onmiddellijk naar de hemel te gaan omdat hij een onsterfelijke ziel had? Nee. Jezus stierf. Hij was drie dagen dood. Hij vertrouwde zijn geest aan God toe in de zin dat hij vertrouwen had dat God hem weer tot leven zou wekken. Trouwens, sterven betekent dat iemand zijn levengevende geest verliest. De geest is eenvoudig de levenskracht die Jehovah in ons brengt terwijl we in leven zijn. Het is de levensvonk die veroorzaakt dat we de adem des levens inademen. Wanneer we sterven rusten onze toekomstige levensvooruitzichten bij Jehovah; en natuurlijk is Christus, sinds zijn opstanding, door zijn Vader aangesteld om alle volgende opstandingen uit te voeren wanneer het daar de tijd voor is.

Het was dus passend dat Stefanus zijn geest aan Christus toevertrouwde, net zoals Jezus toen hij stierf zijn geest aan Jehovah toevertrouwde.

Wat betreft Paulus die zijn intrek bij Christus neemt, we moeten niet veronderstellen dat die uitdrukking het concept van een onsterfelijke ziel ondersteunt. Paulus uitte eenvoudig zijn voorkeur om bij Christus in de hemel te zijn, in tegenstelling tot het leven als een mens op aarde.



6. Op bladzijde 7 van de brochure Moet U Geloof Stellen In De Drieëenheid? worden er citaten aangehaald van Justin Martyr, Irenaeus, Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Hippolytus en Origenes zonder dat er verwijzingen bij staan. Waarom worden die verwijzingen niet gegeven? Op blz. 7 van de brochure wordt ook de volgende bewering gedaan: "Het getuigenis van de bijbel en van de geschiedenis maakt derhalve duidelijk dat de Drieëenheid in bijbelse tijden en nog VERSCHEIDENE EEUWEN daarna onbekend was." Gebaseerd op de onderstaande citaten: hoe kan het Wachttorengenootschap deze bewering doen? (Citaten niet aanwezig)


Als leerstelling in zijn huidige vorm bestond de Drieëenheid niet tot enkele eeuwen na Christus. Het Wachttorengenootschap heeft hierin gelijk. Ondanks dat die vroegere theologen het denkbeeld dat Jezus meer was dan de Zoon van God begonnen te introduceren, was de leerstelling van de drie-in-één drieëenheid zelfs op dat moment niet geïntroduceerd in de Christelijke leer. Het lijkt er echter op dat het Wachttorengenootschap niet geheel eerlijk is in deze kwestie. Ondanks dat ze formeel gelijk heeft dat de Drieëenheid niet onderwezen werd door deze vroegere kerkvaders, is het ietwat misleidend om de lezer de indruk te geven dat ze het onderscheid tussen Jehovah en Jezus duidelijk onderscheidden, omdat ze dat kennelijk niet deden.

Persoonlijk kan ik niet uitleggen dat het Wachttorengenootschap überhaupt niet-bijbelse bronnen zou citeren, alsof deze enige leerstellige autoriteit zouden hebben voor Christenen. De Bijbel is de enige echter autoriteit in deze kwesties en hierin wordt zeker niet geleerd dat God deel uitmaakt van een triade. Het woord "drieëenheid" of "drieënige" komt niet eens voor in de Bijbel, noch het concept dat wordt gesteund door Trinitariërs.



7. De Bijbel zegt in Zefanja 1:18: "...maar door het vuur van zijn ijver ZAL HEEL DE AARDE VERSLONDEN WORDEN, want hij zal ALLE bewoners der aarde aan een VERDELGING prijsgeven, ja een verschrikkelijke." Wanneer de leerstelling van het WTG dat de huidige aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden juist is, waarom zegt de Bijbel dan dat "heel de aarde verslonden" zal worden, en "alle" bewoners der aarde verdelgd zullen worden? Wat betekenen de woorden "verdelgen" en "alle" volgens jou? Hoe kan een grote schare van mensen na Armageddon voortleven in een paradijs op aarde wanneer "ALLE bewoners der aarde" verdelgd zullen worden?


De vragensteller is wellicht niet bekend met het feit dat de Bijbel tevens zegt dat de aarde voor altijd zal blijven bestaan en dat Openbaring 11:18 zegt dat God, in plaats van het letterlijk te vernietigen, "hen zal verderven die de aarde verderven." Hoe lossen oprechte Bijbelonderzoekers deze ogenschijnlijke tegenstelling op? De aarde wordt wél of niet verwoest. Het kan niet allebei waar zijn. En het is geen kwestie van het eenvoudig negeren van enkele teksten en teksten die onze voorkeur bevestigen aannemen. We moeten feitelijk een ogenschijnlijke paradox oplossen wanneer we Gods waarheid willen kennen. Eén manier om dat te doen is door de betekenis van een profetie te analyseren, in plaats van enkele woorden aan te grijpen om tot een favoriete leerstelling te komen.

Dus, wanneer we de profetie van Zefanja werkelijk lezen en erover redeneren zouden we moeten gaan erkennen dat het boek van Zefanja, evenals alle Hebreeuwse profeten, oorspronkelijk van toepassing was op de Joden en omliggende natiën van die tijd. Door middel van Zefanja kondigde Jehovah oordelen aan over Juda, Filistea, Ammon, Ethiopië en Assyrië. Jehovah vaardigde uit dat de gehele regio vertreden moest worden door de Babyloniërs. Zo werd de profetie in vroegere tijden vervuld. De Chaldeeën vernietigden natuurlijk niet de planeet aarde, noch verdelgden zij alle zielen. Maar zij onderwierpen wel op meedogeloze wijze een zeer groot deel van de wereld van toen. Op die wijze werd daarom heel de aarde door Nebukadnezars plunderende meute verslonden, zoals Zefanja voorzei.

Maar, Jehovah's oordelen zijn ook op een veel grotere schaal van toepassing welke letterlijk de gehele wereld omvatten, wat ook de reden is dat de profeten zulke uitgebreide, ogenschijnlijk overdreven taal gebruikten. Uiteindelijk is de gehele aarde die verslonden wordt een indicatie van de totaliteit van Gods oordeel, wanneer hij elk spoortje van de huidige wereldwijde beschaving grondig vernietigt.

Maar, wat betreft de simplistische bewering dat God letterlijk deze schitterende planeet gaat vernietigen en de mensheid die gemaakt is naar Gods beeld volledig zal uitroeien, dat is niet wat de Bijbel leert. Het is juist door middel van Zefanja dat Jehovah hoop geeft op overleving wanneer het hedendaagse samenstel wordt vernietigd. Zefanja 2:2, 3 luidt: "Voordat de inzetting iets het licht doet zien, voordat de dag is voorbijgegaan net als kaf, voordat over ulieden de brandende toorn van Jehovah komt, voordat over u de dag van Jehovah's toorn komt, zoekt Jehovah, al gij zachtmoedigen der aarde, die Zíjn rechterlijke beslissing hebt volbracht. Zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid. Wellicht zult gij verborgen worden op de dag van Jehovah's toorn."

Wanneer de zachtmoedigen verborgen worden op de dag van Jehovah's toorn, is het duidelijk dat de voorzegde verdelging niet volledig is. Zefanja's profetie biedt redding aan de zachtmoedigen der aarde en is in harmonie met Jezus, die ook beloofde dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven nadat de uiting van Jehovah's woede de huidige, slechte beschaving die de planeet in bezit heeft, vernietigt.



8. Als de doden gedurende de 1000-jarige regering van Christus opgewekt worden en overeenkomstig hun daden in die tijd geoordeeld zullen worden, waarom zegt de Bijbel in Openbaring 20:4, 5 dan expliciet dat "(De overigen der doden kwamen niet tot leven totdat de duizend jaar geëindigd waren)"? Hoe kunnen ze geoordeeld worden overeenkomstig hun daden gedurende de 1000-jarige regering van Christus, wanneer ze niet tot leven komen voordat deze periode voorbij is? Waarom zet de NWV haakjes om dit vers? Evenzo, als de doden een opstanding zullen krijgen gedurende de 1000-jarige regering van Christus en geoordeeld worden overeenkomstig hun daden van die tijd, waarom zegt de Bijbel dan dat de doden uit hun graven zullen opstaan "zij die goede dingen HEBBEN GEDAAN (verleden tijd), tot een opstanding des levens, zij die verachtelijke dingen HEBBEN BEOEFEND (verleden tijd), tot een opstanding des oordeels" (Joh. 5:28, 29) en waarom zegt de Bijbel dat mensen "eens voor altijd sterven" en "daarna (na de dood) een oordeel" (Hebr. 9:27)?


Onze vragensteller ontbeert een fundamenteel begrip van bijbelse taal. Om dit soort van geestelijke ongeletterdheid te onderstrepen, beschouw eens Jezus' eenvoudige opmerking: "Laat de doden hun doden begraven." Wanneer we enkel, zonder te redeneren woorden op een bladzijde lezen en hen zonder meer aannemen, zouden Jezus woorden macabere beelden in onze geest kunnen oproepen van zombies die graven aan het spitten zijn. Wanneer we echter ons redeneringsvermogen gebruiken om zodoende te onderscheiden wat Jezus ons wilde zeggen, wordt duidelijk dat Jezus verwees naar levende personen die geestelijk dood waren, tenzij ze tot leven kwamen door zijn volgelingen te worden.

Paulus verwees naar personen die dood waren in hun zonden en overtredingen. Dat betekent dat een persoon, ondanks dat hij tijdelijk leeft, onder de veroordeling van de dood blijft staan. Dus, wanneer Openbaring verduidelijkend zegt dat "de overigen der doden kwamen niet tot leven totdat de duizend jaar geëindigd waren," worden er in werkelijkheid twee opstandingen tegenover elkaar gezet. Daarom zegt het vers verder: "Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en heilig is een ieder die deel heeft aan de eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen autoriteit, maar zij zullen priesters van God en van de Christus zijn en zullen de duizend jaar met hem als koningen regeren."

De eerste opstanding geldt voor degenen die een hemelse opstanding krijgen en die 1000 jaar lang met Christus als koningen zullen dienen. Op een andere plaats wijst de Bijbel erop dat deze 144.000 onsterfelijkheid ontvangen. Daarom heeft de tweede dood geen autoriteit over hen, omdat ze nergens door vernietigd kunnen worden.

Wat betekent het daarom dat de overigen der doden niet tot leven komen tot na de duizend jaar? Laat de lezer opmerken dat het vers niet zegt dat ze een opstanding krijgen aan het eind van de duizend jaar, maar enkel dat ze tot die tijd niet tot leven komen. Bestaat er een verschil? Ja, er bestaat een groot verschil. De Bijbel leert ons dat de gehele mensheid als gevolg van Adams zonde onder Gods veroordeling van de dood staat, welke we hebben overgeërfd. In Gods ogen zijn we dood. We hebben geen recht op eindeloos leven. Zelfs het grote aantal mensen dat gedurende de 1000 jaar door Christus worden opgewekt, zullen nog steeds dood zijn, doordat ze niet onmiddellijk zondeloos worden. Dat ze uiteindelijk tot leven komen, betekent daarom dat de veroordeling opgeheven wordt zodat de mensheid niet langer onderworpen is aan de zonde van Adam.

Overeenkomstig hetgeen Paulus schreef in het 15de hoofdstuk van 1 Korinthiërs, zal Jezus over de mensheid regeren en elke vijand van God vernietigen en de "laatste vijand, de dood," tevens laten verdwijnen. Dat betekent dat de mensheid, tegen het einde van Jezus' 1000-jarige regering, nadat de doden gedurende de 1000 jaar zijn opgewekt, uit de huidige sterfelijke toestand opgeheven worden. In die zin zullen alle dan levende mensen volledig "tot leven komen" - het leven dat Adam en Eva oorspronkelijk bezaten.



9. Quote uit het voorwoord van Kingdom Interlinear Translation verwijderd)

De NWV vertaalt Joh. 14:14 met: "Indien gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel, waarom laat het dan het woord "mij" na de zinsnede "indien gij" compleet weg, ondanks dat het woord "mij" in het oorspronkelijke Grieks staat? Zie Kingdom Interlinear Translation (KIT). Als de NWV Joh. 14:14 correct uit het oorspronkelijke Grieks had vertaald, hoe zou het vers dan luiden? Hoe kan een persoon Jezus iets "vragen" zonder tot hem te bidden? Hoe kan de NWV "de waarheid van zijn geïnspireerde Woord zo nauwkeurig" mogelijk overbrengen, en hoe kan het een "zo letterlijk mogelijke vertaling" zijn wanneer de "vertalers" opzettelijk dit woord ("mij") weglaten, zodat dit vers de leerstelling van het WTG niet tegenspreekt?



Ten eerste bestaat er niet zoiets als een "woord-voor-woord vertaling." Geen enkele moderne vertaling is een woord-voor-woord vertaling. Verder heeft het Wachttorengenootschap nooit beweerd dat de NWV zelf een woord-voor-woord vertaling is. Wat het dichtste bij een woord-voor-woord vertaling komt is een transliteratie. Hier is een link naar een online Interlineare transliteratie.

Het vertalen van begrippen uit een oude taal naar een moderne taal vereist meer dan enkel een 'dit-woord-betekent-dit, dat-woord-betekent-dat' benadering.

Wat betreft het vers in kwestie, de vragensteller heeft het vers enkel gedeeltelijk aangehaald, het als zodanig isolerend van de context. Johannes 14:13, 14 luidt: "En wat gij ook vraagt in mijn naam, dat zal ik doen, opdat de Vader in verband met de Zoon verheerlijkt moge worden. Indien gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen."

Volgens de letterlijke vertaling in de Interlinear, luidt het 14de vers: "Wanneer iets gij zoudt vragen mij in de naam van mij dit ik zal doen." Gezond verstand zegt ons dat een letterlijke woord-voor-woord weergave zeer onbeholpen is. Natuurlijk wil een bevooroordeelde Trinitariër ons laten geloven dat het vers zo vertaald moet worden dat de onschriftuurlijk leerstelling dat Jezus God was omhoog wordt gehouden. De context wijst echter op iets anders.

De NIV geeft het vers ietwat onhandig weer, door te zeggen: "Gij moogt mij alles vragen in mijn naam en ik zal het doen."

Het moge duidelijk zijn dat wanneer de apostelen begrepen dat Jezus zei dat ze rechtstreeks tot hem moesten bidden, alsof ze dit feitelijk tot God deden, het nogal overbodig lijkt dat Jezus hen zei tot hem te bidden in zijn naam. In plaats daarvan maakt de context duidelijk dat Jezus de rol van bemiddelaar en helper innam tussen zijn dicipelen en Jehovah. Christus presenteerde zich in werkelijkheid als de middelaar met betrekking tot hun gemeenschappelijke God en Vader.

Andere vertalingen geven het vers vergelijkbaar met de NWV weer. De Lutherse Vertaling geeft het bijvoorbeeld als volgt weer: "Zo gij iets bidden zult in mijnen naam, ik zal het doen."

De Leidsche vertaling geeft het vers weer met: " Zo gij iets vraagt mijn naam anroepend, zal ik het doen.

Young's Literal Translation verwoordt het als volgt: "Indien gij iets vraagt in mijn naam zal ik het doen."



10. Als de hedendaagse aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden, waarom zegt Zefanja 1:2, 3 dan: "Ik zal zonder mankeren een eind maken aan alles wat zich op de oppervlakte van de aardbodem bevindt", is de uitspraak van Jehovah. "Ik zal een eind maken aan aardse mens en dier… en ik wil de mensen van de oppervlakte van de aardbodem afsnijden," is de uitspraak van Jehovah?" Het Hebreeuwse woord dat hier in de NWV vertaald is met "een eind maken aan" is "cuwph" (Strong's #05486) wat volgens Strong's Hebrew Dictionary "ophouden; tot een eind komen" betekent. Hoe kan dit wanneer het WTG het juist heeft en getrouwe Getuigen Armageddon zullen overleven en voor eeuwig in een paradijs op de hedendaagse aarde zullen leven? En daarbij zegt Jesaja 65:17: "Want ziet, ik SCHEP nieuwe hemelen en een nieuwe AARDE; en de vroegere dingen zullen niet in de geest worden teruggeroepen…" Als de huidige aarde nooit vernietigd zal worden, waarom zal God dan een "nieuwe" aarde "scheppen"? (Rest van de vraag verwijderd)


Wederom moeten we erop wijzen dat de vragensteller eenvoudig ongeletterd is wat betreft het geestelijke dialect van de Schriften. Om deze manier van ondervraging verder te beantwoorden, verwijzen we de lezer naar Genesis 11:1, waar staat: "De gehele aarde nu had nog steeds één taal en één woordenschat."

We stellen nu de volgende vraag aan degenen die de Schrift volledig letterlijk lezen: Welke taal spreekt de aarde? Zegt het bovenstaande vers dat onze terra firma in "tongen" of zoiets spreekt?

Of zou het redelijker zijn te concluderen dat het woord "aarde," zoals het wordt gebruikt in de Bijbel, niet altijd slaat op de letterlijk aardbol? Genesis 11:1 verwijst duidelijk naar de mensenwereld als zijnde "de gehele aarde." De profeten gebruikten "aarde" ook op figuurlijke wijze. Wanneer we de context in Jesaja lezen, wordt het duidelijk dat God een nieuwe hemel en aarde schiep door de natie Israël opnieuw te vestigen. Petrus gebruikte dezelfde uitdrukkingen "nieuwe hemelen en nieuwe aarde" om de verandering die onder Gods regering zal plaatsvinden te symboliseren; wanneer de "oude" demonische "hemelen" en de daaraan verbonden regerende instellingen die over de mensheid heersen, vervangen worden door Gods hemelse koninkrijksregering. De oude aarde is de huidige slechte beschaving, die vervangen zal worden door een nieuwe wereldorde die volledig bestaat uit mensen die Jehovah dienen. Zo'n radicale verandering van het huidige samenstel wordt het beste omschreven als een nieuwe hemel en aarde.

Terwijl Zefanja verder zegt dat Jehovah "een eind zal maken" aan mens en dier, zegt God in Genesis 8:21b na de Vloed het volgende tot Noach: "En nooit meer zal ik al wat leeft een slag toedienen, juist zoals ik heb gedaan." In het licht van de ogenschijnlijke tegenstelling in deze twee beweringen, wordt het duidelijk dat Zefanja niet letterlijk moet worden opgevat, daar het oorspronkelijk sprak over de volledigheid van Gods oordelen tegen de natiën die in de 5de Eeuw v.G.T. onder zijn veroordeling vielen.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman