| |
|
|
|
| 21. Als de NWV de meest
nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel, waarom
verandert het het geschreven woord van God dan door in Matth.
5:19 tweemaal de woorden "met betrekking tot" toe te voegen,
wanneer deze niet in het Grieks voorkomen? Zie Grieks-Engelse
Interlinear. Hoe zou dit vers luiden wanneer de zinsnede "met
betrekking tot" er niet aan toegevoegd zou zijn geworden en
wat zou dit zeggen over wie het koninkrijk der hemelen binnen
zouden kunnen gaan? Wanneer enkel 144.000 personen naar de
hemel gaan, waarom zegt de schrift in dit vers dan dat "EEN
IEDER die ze doet (de geboden) en ze leert..." groot genoemd
zal worden "in het koninkrijk der hemelen"? Wat betekent volgens
jou "wie ze doet?" |
|
|
| Om een eerder aangehaald punt te benadrukken:
er bestaat niet zoiets als een woord-voor-woord vertaling
van de Bijbel. Het Wachttorengenootschap heeft nooit de bewering
gedaan dat de NWV dat zou zijn. De verplichting van een vertaler
is zoveel mogelijk de bedoelde betekenis in de tekst
te leggen. Dat is wat de NWV heeft nagestreefd.
In antwoord op de vraag hoe het vers zou luiden wanneer
de woorden "met betrekking tot" niet waren toegevoegd, de
GNB luidt als volgt: "Wie dus een van deze geboden
afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert hetzelfde
te doen, zal de kleinste genoemd worden in het hemelse koninkrijk.
Maar wie zich aan de geboden houdt en anderen leert hetzelfde
te doen, die zal een grote naam hebben in het hemelse koninkrijk."
Kennelijk neemt de vertaler aan dat de uitdrukking "in
het hemelse koninkrijk" betekent dat degene die de geboden
houdt een hemelse beloning ontvangt. Dat is echter niet
wat Jezus zei. Dit wordt duidelijk uit het feit dat hij
zei zegt dat degene die de geboden overtreedt de
"kleinste in het hemelse koninkrijk" genoemd zal
worden. Moeten we ons indenken dat degenen die Gods geboden
overtreden en anderen ertoe misleiden hetzelfde te doen,
toch naar de hemel zullen gaan, maar dat ze enkel
een lagere plaats hebben dan degenen die Gods wetten gehoorzamen?
Volgens de onlogica van de vragensteller is dat de conclusie
die we zouden moeten trekken. Er wordt ten slotte gezegd
dat zij gering zullen zijn "in het koninkrijk der hemelen"
- dus moeten ze in de hemel zijn, toch?
Dat zou betekenen dat Paulus niet wist waarover hij het
had toen hij de Korinthiërs zei dat overspelers en hoereerders
het koninkrijk niet zouden beërven. Zo'n verdraaide
redenatie lijkt op zichzelf te rechtvaardigen waarom de
NWV "met betrekking tot" heeft toegevoegd om die
specifieke tekst te verduidelijken.
|
|
| 22. Als de aarde nooit
vernietigd of ontvolkt zal worden, hoe kan het dan dat God
in Jesaja 51:6 zegt: "...en als een kleed zal de aarde zelf
verslijten, en haar bewoners zelf zullen sterven als louter
een mug...", en dat Johannes in Openbaring 21:1 zegt dat hij
"... een nieuwe hemel en een NIEUWE aarde [zag]; want de vroegere
hemel en de VROEGERE aarde WAREN VOORBIJGEGAAN, en de zee
is NIET MEER"? Evenzo, wanneer de leerstelling van het WTG
dat de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden juist
is, waarom zegt de Bijbel dan dat "de aarde zelf...zal vergaan"
(Ps. 102:25, 26, Hebr. 1:10, 11), en waarom zegt Jezus zelf
dat "hemel en AARDE VOORBIJ zullen gaan..." (Matth. 24:35,
Mark. 13:31, Luk. 21:33)? Aan de andere kant zegt Salomo in
Pred. 1:4: "Een geslacht gaat, en een geslacht komt; maar
de aarde staat zelfs tot onbepaalde tijd." Maar, schreef Salomo
deze schriftplaats niet op een moment in zijn leven waarop
hij was gestopt met het dienen van de Heer en daarom enkel
zijn eigen gedachten uit een zeer menselijk standpunt opschreef?
In Pred. 1:2 zget hij: "Alles is ijdelheid!" en in vers 8
zegt hij: "Alle dingen zijn afmattend." Daar het duidelijk
moge zijn dat niet "alles" ijdelheid is en niet "alle dingen"
afmattend zijn voor een ware Christen, laat dit dan niet zien
dat Salomo voor zichzelf sprak en laat deze hele passage niet
de nietigheid van de mens zonder God zien? |
|
|
| De niet onderwezen personen denken zich
in dat elke verwijzing naar "aarde" letterlijk is. Nadenkende
mensen begrijpen echter dat de Bijbel gebruik maakt van diverse
soorten van symbolisme en hyperbolen.
Uit de context, in het 15de vers van het 51ste hoofdstuk
van Jesaja, wordt duidelijk dat Jehovah spreekt in termen
van symbolische hemelen en aarde. Het vers luidt:
"Maar ik, Jehovah, ben uw God, die de zee opzweept, opdat
haar golven onstuimig worden. Jehovah der legerscharen is
zijn naam. En ik zal mijn woorden in uw mond leggen, en
met de schaduw van mijn hand zal ik u stellig bedekken,
om de hemel te planten en de aarde te grondvesten en tot
Sion te zeggen: 'Gij zijt mijn volk.'"
Volgens het 15de vers zijn de nieuwe hemelen en de nieuwe
aarde in werkelijkheid de mensen die God zegent. Het vers
beschrijft in symbolische termen hoe Jehovah zijn volk uit
hun vertreden toestand zal redden en hen in zijn gunst zal
herstellen. Wanneer de nieuwe hemelen en nieuwe aarde mensen
zijn, spreekt het voor zich dat de oude hemelen en aarde
die voorbijgaan het vroegere samenstel van regering
en maatschappij vertegenwoordigt.
Met betrekking tot de opmerking dat Salomo Prediker schreef
nadat hij een afvallige was geworden, dat is in rechtstreekse
tegenspraak met de geïnspireerde uiting van de apostel Paulus
dat "de gehele Schrift door God is geïnspireerd."
Salomo sprak over de nietigheid van menselijke inspanningen.
In contrast met in ijdelheid de wind najagen, besloot Salomo
zijn boek door te zeggen dat het vrezen van God de gehele
verplichting van de mens is.
|
|
| 23. De NWV vertaald
het Griekse woord "Theos" in Johannes 1:1c als "een god"...
(verwijderd ter verkorting)
Als "Theon" was vertaald met "God" in Johannes
10:33, hoe zou dit vers dan luiden en wat zou dit zeggen
over de natuur van Christus? Wat zei Jezus in deze passage
dat maakte dat de Joden hem wilden doden? Zie Johannes 10:30,
31. De zinsnede "Zoon van God" is in theologische taal een
Semitische term wat betekent "dezelfde natuur als God hebben,"
of God zijn, net zoals de term "Zoon des mensen" "dezelfde
natuur als mensen hebben," betekent, of een mens zijn. Daar
godslastering één van de weinige overtredingen in de Joodse
wet was waarvoor een persoon ter dood gestenigd kon worden,
zou deze bewering van Christus, dat hij de Zoon van God
is, voor de Joden een godslasterlijke bewering zijn en was
dit niet de reden dat ze hem wilden vermoorden door hem
dood te stenigen (Joh. 10:#1, 36-39)?
|
|
|
| Johannes 1:1 is zonder twijfel het meest
besproken vers in de Bijbel. Wanneer de lezer beide kanten
van het verhaal wil bestuderen, zijn er voldoende bronnen
op het Internet te vinden. Hier zijn enkele links. Deze site
bevat een hoop informatie over de controverse omtrent Johannes
1:1. (Zie ook
hier voor een Nederlandse link) Hier is een
link naar een website met uitgebreid naslagwerk naar diverse
vertalingen van Johannes 1:1.
Wat betreft Johannes 10:33, het is opmerkenswaardig dat
Trinitariërs geneigd zijn de Farizeeën en Christus-hatende
Joden aan te halen, alsof zei de waarheid spraken. Jezus
had hen in het 8ste hoofdstuk reeds gezegd dat zij noch
hem, noch zijn Vader die hem gezonden had, kenden, maar
dat zij leugenaars waren en zonen van de Duivel. De waarheid
is dat de Joden logen toen ze zeiden dat Jezus zichzelf
tot God maakte. Dat deed hij namelijk niet. In dezelfde
context, in vers 29, zei Jezus enkel: "Wat mijn Vader
mij heeft gegeven, is groter dan al het andere, en niemand
kan ze uit de hand van de Vader rukken. Ik en de Vader zijn
één."
Terwijl Trinitariërs vlug aannemen dat uitdrukkingen als
"Ik en de Vader zijn één" hetzelfde is als zeggen
'Ik ben God,' duiden de Schriften op iets anders.
In het 17de hoofdstuk van Johannes erkende Jezus bijvoorbeeld
zijn eenheid met God en vroeg zijn Vaders zegen over zijn
dicipelen dat zij één mochten zijn met hem. Geen
enkel redelijk persoon zou concluderen dat Jezus trachtte
te zeggen dat alle Christenen God zijn of deel uitmaken
van een soort van meervoudige Godheid.
Jezus liet de leugen van de Joden in werkelijkheid niet
zomaar voorbij gaan. In het 36ste vers corrigeerde hij hen
door te herhalen dat hij Gods Zoon was en dat hij
gezonden was door zijn Vader.
En toch, volgens de Trinitarische redenatie is het woord
"zoon" synoniem aan "vader." Kennelijk hebben woorden dan
geen echte betekenis, dus zwart is eigenlijk wit, boven
is onder, dood is leven, enzovoorts, enzovoorts.
|
|
| 24. Op blz. 66, 69,
211, 423, 560, 648 en 719 van Jehovah's Getuigen - Verkondigers
van Gods Koninkrijk, wordt verwezen naar The Finished Mystery,
wat het 7de deel van de serie Studies in the Scriptures was
dat in 1917 door het WTG werd uitgegeven (blz. 66, 719), en
in die tijd een belangrijke publicatie was van het WTG. Op
blz. 88, 648 en 651 verschijnt een afbeelding van het boek,
compleet met het gevleugelde schijf-symbool van de zonnegod
Ra op de voorkant. (Gedeelte verwijderd ter verkorting)...
Denk je werkelijk dat Christus een organisatie uitgekozen
zou hebben die zoveel dingen onderwees die naar "huidige"
WTG leerstellingen verkeerd waren en niet langer worden geleerd
als "de waarheid"? Daar God niet liegt of van gedachten verandert
(Num. 23:19, Ps. 89:34, Hebr. 6:18), en het duidelijk is dat
het WTG met geen mogelijkheid voor God gesproken kan hebben
toen ze deze dingen leerde, in ieder geval niet in vergelijking
met de huidige WTG leerstellingen, hoe weet je dan dat het
WTG nu voor God spreekt? |
|
|
|
Jezus' oorspronkelijke apostelen en dicipelen hadden heel
wat verkeerde begrippen die pas opgehelderd werden nadat
Jezus was opgestaan. Daarom zei Christus in Lukas 24:25
tot hen: "O onverstandigen, die traag van hart zijt
om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken!"
Ondanks dat Christus zijn geliefde apostelen beschreef als
onverstandig en traag van hart om Gods woord te geloven,
had hij hen even tevoren toch de verantwoordelijkheid toevertrouwd
hem te vertegenwoordigen wanneer ze door het land trokken
om te prediken dat het koninkrijk Gods nabij was gekomen.
Dat is buitengewoon wanneer we beschouwen dat de apostelen
in de tijd dat ze erop uit werden gezonden niet eens wisten
dat het koninkrijk in de hemel zou zijn.
Jehovah's Getuigen staan in dezelfde positie ten opzichte
van Christus' aankomst, als dat de apostelen stonden voor
Christus' dood en opstanding. Maleachi 3:1, 2 voorzegt dat
de aankomst van Gods Messiaanse boodschapper zal resulteren
in een loutering en reiniging van Gods dienstknechten. Er
staat: "Ziet! Ik zend mijn boodschapper, en hij
moet een weg voor mijn aangezicht banen. En plotseling zal
tot Zijn tempel komen de ware Heer, die gijlieden zoekt,
en de boodschapper van het verbond, in wie gij behagen hebt.
Ziet! Hij zal stellig komen", heeft Jehovah der legerscharen
gezegd. "Doch wie zal de dag van zijn komst verdragen,
en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt? Want hij
zal zijn als het vuur van een louteraar en als het loog
van de wassers."
Wanneer er een definitieve afrekening en loutering zal
plaatsvinden voor het ware volk van God, zoals de Schriften
zeggen, is het logisch dat er onreine leerstellingen en
standpunten bestaan die verwijderd moeten worden. De fouten
van Jehovah's Getuigen, in het verleden en heden, diskwalificeren
ons daarom op zichzelf niet van vertegenwoordiging van Gods
koninkrijk, net zoals de apostelen niet ongeschikt waren
in hun geestelijk onverlichte toestand. De kwalificerende
factor is onze welwillendheid om onszelf te laten tuchtigen
en onderwijzen door Christus.
|
|
| 25. Jes. 42:8 zegt:
"Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal
ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID geven..." Evenzo zegt Jes. 48:11:
"...En aan geen ander zal ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID geven."
Als Christus niet God is, hoe kan hij in Joh. 17:5 dan zeggen:
"En nu, Vader, verheerlijk mij naast uzelf met de HEERLIJKHEID
die ik NAAST U HAD voordat de wereld was"? Daar God beweerde
dat niemand anders de heerlijkheid had die alleen aan God
behoorde, hoe kon Christus dan dezelfde "heerlijkheid" hebben
als God, tenzij Christus God is in het vlees? |
|
|
| Daar Christus duidelijk zei dat hij eens
Gods heerlijkheid bezat en hij aan God vroeg hem opnieuw
te verheerlijken, had de vraag als volgt moeten luiden:
Waarom zegt God dat hij zijn heerlijkheid niet zal delen met
iemand anders, terwijl hij die in werkelijkheid deelt met
Christus? Het probleem is dat de vragensteller geïsoleerde
beweringen neemt en ze absoluut maakt. |
|
| 26. Fil. 2:6-8 zegt
dat Christus "in GODS GEDAANTE bestond" voordat hij een mens
werd en "ZICH" vrijwillig "ontledigde" (vernederde) om een
mens te worden en "ZICH vernederd" heeft om zich zo te onderwerpen
aan de Vader. De Schrift zegt ook dat Christus geboren was
onder de wet (Gal. 4:4), niet om zijn eigen wil te doen, maar
de wil van zijn Vader (Joh. 5:30, 6:37). Betekent dit niet
dat Christus, voordat hij "zich" vernederde, niet onderworpen
was aan de Vader en daarom gelijk was aan de Vader in autoriteit
en heerlijkheid? Zie ook Joh. 17:5. |
|
|
| Nee, natuurlijk niet. Toen Jezus op aarde
was, zei hij dat hij altijd dingen deed om zijn Vader
te behagen. Dat betekent dat hetgeen hij deed God behaagde
toen hij in de hemel leefde. Hij zei ook dat hij niet uit
eigen beweging was gekomen, maar dat de Vader hem gezonden
had. Het moge duidelijk zijn dat wanneer Jehovah zijn Zoon
uit de hemel naar de aarde zond, de Zoon onderworpen moet
zijn geweest aan de Vader voordat hij naar de aarde
kwam. De verdraaide redenering van de vragensteller is symptomatisch
voor degenen die opzettelijk verblind zijn voor de waarheid
als gevolg van de leerstelling van de Drieëenheid. |
|
| 27. De NWV vertaalt
de Griekse woorden "ego eimi" elke keer wanneer het voorkomt
met "ik ben" (Joh. 6:35, 6:41, 8:24, 13:19, 15:5, enz.), behalve
in Johannes 8:58 waar het is vertaald met "was ik". Als de
NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de
Bijbel is, wat is dan de reden voor deze inconsistentie in
deze vertaling? Als "ego eimi" in Johannes 8:58 op dezelfde
wijze vertaald was als in elk ander vers waar het voorkomt,
hoe zou Johannes 8:58 dan luiden? Zie Exodus 3:14 in elke
vertaling van de Bijbel, behalve de NWV. Waarom is deze zinsnede
"ego eimi" vertaald met "ik ben" in de KIT, maar met "was
ik" in de NWV? Daar "ik ben" tegenwoordige tijd is en "was
ik" verleden tijd is, welke tijd is dan juist? Wanneer de
"vertalers" van de NWV geletterd waren in het Grieks, zouden
ze dan niet moeten weten welke tijd "ego eimi" is? |
|
|
| Als "ego eimi" in Johannes 8:58 in de NWV
vertaald zou zijn met een titel, "Ik Ben," zoals vele vertalingen
dat doen, zou het zich ook schuldig maken aan het weergeven
van een grammaticaal verdraaide en onlogische passage. De
vraag die Jehovah's Getuigen jou stellen is: Waarom zijn andere
vertalingen inconsistent geweest in de vertaling van
"ego eimi"? Eén van de bewijsteksten die je aanhaalde, luidt
in de NIV bijvoorbeeld als volgt: "Ik ben het brood des
levens. Wie tot mij komt, zal geen honger meer krijgen, en
wie geloof oefent in mij, zal nooit meer dorst krijgen."
In dat vers wordt "ego eimi" enkel vertaald als een voornaamwoord
en werkwoord. Welke rechtvaardiging bestaat er daarom voor
de vertaler om dezelfde zinsnede te vertalen alsof het synoniem
is aan de naam van Jehovah, zoals ze hebben gedaan in Johannes
8:58? Er bestaat geen rechtvaardiging, alleen duidelijk
bevooroordeeldheid om de onschriftuurlijk leerstelling van
de Drieëenheid te ondersteunen.
Als Jezus bedoeld had de titel "Ik Ben" aan te
nemen, had hij zoiets als het volgende gezegd: 'Voordat
Abraham leefde, was ik de Ik Ben.' Zoals het er nu
voor staat, door het omvormen van "zijn" tot een eigennaam
blijft de zin verstoken van een werkwoord voor het voornaamwoord.
Daarom is Johannes 8:58 in de meeste vertalingen regelrechte
brabbeltaal, tenzij je denkt dat Jezus plotseling begon
te spreken in een soort Ebonics.
Wanneer de verzonnen titel "Ik Ben" in Johannes 8:58 eenvoudigweg
een andere naam van God is, moeten we in staat zijn het
woord met God of Jehovah te verwisselen en dezelfde betekenis
behouden. Dus, lees het vers in kwestie eens terwijl je
"Ik Ben" vervangt door God en hoe klinkt het dan? De NIV
zou luiden: "Voordat Abraham geboren was, God.
Je hoeft geen Griekse taalkundige te zijn om in te zien
dat de vertaling van ego eimi met "Ik Ben" een banale
en onhandige poging van Trinitariërs is om een manke leerstelling
op te houden die op zichzelf niet blijft staan. De waarheid
is dat de uitdrukking in kwestie een actie in het verleden
aanduidt en volgens de context werd Jezus ook gevraagd naar
zijn verleden. De NWV is niet de enige vertaling die dit
beseft. De New Living Translation geeft het mooi weer door
te zeggen: "De mensen zeiden, "Gij zijt nog geeneens
vijftig jaar oud. Hoe kunt gij zeggen dat gij Abraham hebt
gezien?" Jezus antwoordde, "De waarheid is, ik bestond
voordat Abraham zelfs maar geboren was!""
Het Wachttorengenootschap
is volledig gerechtvaardigd om ego eimi met "was
ik" te vertalen.
|
|
| 28. In vrijwel alle
gevallen waarin het Griekse woord "ginosko" (Strong's #1097)
wordt gebruikt in het Nieuwe Testament, vertaalt de NVW het
met "kennen" of "gekend" (bijv. 1 Kor. 8:3, Gal 4:9, Joh.
10:14, Joh. 10:27, enz.). In Johannes 17:3 wordt ditzelfde
Griekse woord echter weergegeven met "kennis in zich opnemen
van." Wat is de reden voor deze inconsistentie in de vertaling
van dit woord in Joh. 17:3 door de NWV? Wanneer de NWV consistent
was geweest en dit woord in Joh. 17:3 hetzelfde vertaald zou
hebben als in andere verzen waarin het voorkomt, hoe zou dit
vers dan luiden? Als toevoeging, de Kingdom Interlinear vertaalt
dit woord met "zouden zij kunnen KENNEN" in plaats van "kennis
in zich opnemen" zoals het is vertaald in de NWV. Vanwaar
de inconsistentie in vertaling tussen de KIT en de NWV? Wanneer
dit dit woord in dit vers vertaald zou zijn als in andere
verzen waarin het voorkomt, hoe zou dit vers dan luiden/ Hoe
kan een persoon Jezus Christus leren "kennen," tenzij ze een
relatie met hem aangaan? Hoe kan een persoon een relatie met
Christus hebben, tenzij ze met Jezus communiseren door middel
van gebed? |
|
|
|
Voor de lezers die geen toegang hebben tot oudere publicaties
van het Wachttorengenootschap, volgt hier een citaat dat
rechtstreeks uit de Wachttoren van 1 Maart 1992 is
genomen, waarin deze vraag wordt besproken. Het lijkt passend
te zijn om het Wachttorengenootschap eenvoudig zelf de vraag
te laten beantwoorden.
|
„DIT
betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend
kennis in zich opnemen van u, de enige ware
God, en van hem die gij hebt uitgezonden,
Jezus Christus” (Johannes 17:3). Dat zei Jezus
in gebed tot zijn hemelse Vader, en op die
manier maakte hij een essentieel vereiste
duidelijk voor het verwerven van eeuwig leven.
Maar waarom geeft de Nieuwe-Wereldvertaling
dit vers weer als ’voortdurend kennis in zich
opnemen van God’ in plaats van ’God kennen’,
zoals de meeste andere vertalingen van de
bijbel het onder woorden brengen? — Zie ook
de voetnoot bij Johannes 17:3.
Het
Griekse woord dat hier vertaald is met „kennis
in zich opnemen” of „kennen” is een vorm van
het werkwoord gi·no´sko. En de weergave
in de Nieuwe-Wereldvertaling is bedoeld
om de betekenis van dat woord zo volledig
mogelijk te laten uitkomen. De grondbetekenis
van gi·no´sko is „kennen”, maar het
Griekse woord heeft verschillende betekenisnuances.
Schenk eens aandacht aan de volgende definities:
„GINOSKO
(...) betekent voortdurend kennis in zich
opnemen, te weten komen, leren kennen, erkennen,
begrijpen of volledig begrijpen” (Expository
Dictionary of New Testament
Words, W. E. Vine). Het weergeven
van gi·no´sko met „kennis in zich opnemen”
is derhalve niet ’de bijbel veranderen’, zoals
critici van de Nieuwe-Wereldvertaling
hebben beweerd. In een bespreking van de verschillende
betekenisnuances die het woord kan omvatten,
verklaart de beroemde lexicograaf James Hope
Moulton: „De infinitivus presens, ..... ,
is duratief, ’voortdurend kennis in zich opnemen’.”
— A Grammar of New
Testament Greek.
In
A Grammatical Analysis
of the Greek New
Testament wordt gi·no´sko, zoals
dat in Johannes 17:3 voorkomt, uitgelegd als
„een voortdurend proces inhoudend”. Een nadere
toelichting op dit Griekse woord staat in
Word Studies in the
New Testament, door Marvin R. Vincent.
Daarin wordt gezegd: „Eeuwig leven is gebaseerd
op kennis, of beter gezegd op het najagen
van kennis, aangezien de tegenwoordige tijd
een voortdurende handeling,
een gestaag groeiend
inzicht aanduidt.” (Schrijver cursiveert.)
A. T. Robertson raadt in zijn Word
Pictures in the New
Testament aan het woord te vertalen
met „moeten blijven kennen”.
In
het oorspronkelijke Grieks duiden Jezus’ woorden
in Johannes 17:3 derhalve op een voortdurende
inspanning om de ware God en zijn Zoon, Jezus
Christus, te leren kennen, en dat wordt in
de weergave van de Nieuwe-Wereldvertaling
duidelijk naar voren gebracht. Wij verkrijgen
deze kennis door Gods Woord ijverig te bestuderen
en door ons leven gehoorzaam in overeenstemming
te brengen met de daarin opgetekende maatstaven.
(Vergelijk Hosea 4:1, 2; 8:2; 2 Timotheüs
3:16, 17.) Welke schitterende beloning
wacht degenen die zich vertrouwd maken met
Gods persoonlijkheid en met die van zijn Zoon
en er vervolgens naar streven hen na te volgen?
Eeuwig leven!
(Copyright
© 1992, Watchtower Bible and Tract Society)
|
|
|
|
| 29. Als de ziel het
lichaam is, waarom maakt Jezus dan een onderscheid tussen
het lichaam en de ziel in Matth. 10:28? Evenzo, wanneer de
ziel het lichaam is, waarom maakt Paulus dan onderscheid tussen
de "geest en ziel en lichaam van u" in 1 Thess. 5:23? Als
toevoeging, de NWV geeft 2 Tim. 4:22 weer met: "De Heer [zij]
met de geest die gij [aan de dag legt]..." ondanks dat de
KIT de Griekse zinsnede "ziel pneuma" als "de geest van u"
vertaalt. Waarom bestaat er een verschil tussen de weergave
van de KIT en die van de NWV van dit vers? Waarom voegt de
NWV de woorden "[aan de dag legt]" toe, wanneer dit niet voorkomt
in het Grieks? Zou de weergave van de KIT niet een veel eenvoudiger
en rechtstreekser weergave van dit vers zijn? Als de KIT weergave
wordt gebruikt, wat zegt dit vers dan over de "geest" van
een persoon? |
|
|
| Je hebt het fout. Jehovah's Getuigen geloven
niet dat het lichaam en de ziel hetzelfde zijn. "Ziel
heeft diverse verschillende betekenissen. Het wordt in de
Bijbel gebruikt om naar de persoon of het leven dat een persoon
bezit te verwijzen. Bij een persoon komt meer kijken dan enkel
een lichaam. Het Wachttorengenootschap
heeft veel informatie gepubliceerd om mensen deze eenvoudige,
doch fundamentele Bijbelse leerstellingen te laten begrijpen.
|
|
| 30. Als de NWV de meest
nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom
verandert het het woord van God dan door het woord "[Zoon]"
toe te voegen in Handelingen 20:28, terwijl dit woord niet
voorkomt in het Grieks? Zie Grieks-Engelse Interlinear. |
|
|
| De Statenvertaling geeft het vers als volgt
weer: "Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde,
over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft,
om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door
Zijn eigen bloed.
De Groot Nieuws Bijbel (GNB) is het echter eens met de
NWV, want daarin staat: "Pas nu goed op uzelf en op de
hele kudde die de heilige Geest aan uw leiding heeft toevertrouwd.
Hoed de gemeenschap, die God zich verworven heeft door het
bloed van zijn eigen Zoon."
Welke vertaling is juist? De NWV en de GNB zijn juist.
Het oorspronkelijke Grieks ondersteunt de zogenoemde "algemene"
weergave niet. Noch ondersteunen de Schriften de bewering
dat God zijn eigen leven als offer gaf. De Bijbel zegt op
vele plaatsen dat God zijn zoon gaf, niet zichzelf.
De Kingdom Interlinear transcribeert het specifieke
vers zodat het zegt dat God de gemeente verwierf "met
het bloed van zijn eigen." Dat wil niet zeggen dat het
Gods eigen bloed was, maar het bloed van degene die
aan God toebehoorde - namelijk het bloed van zijn Zoon.
De NWV is volledig gerechtvaardigd om dat duidelijk te maken.
|
|
|
|
|