Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

21. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel, waarom verandert het het geschreven woord van God dan door in Matth. 5:19 tweemaal de woorden "met betrekking tot" toe te voegen, wanneer deze niet in het Grieks voorkomen? Zie Grieks-Engelse Interlinear. Hoe zou dit vers luiden wanneer de zinsnede "met betrekking tot" er niet aan toegevoegd zou zijn geworden en wat zou dit zeggen over wie het koninkrijk der hemelen binnen zouden kunnen gaan? Wanneer enkel 144.000 personen naar de hemel gaan, waarom zegt de schrift in dit vers dan dat "EEN IEDER die ze doet (de geboden) en ze leert..." groot genoemd zal worden "in het koninkrijk der hemelen"? Wat betekent volgens jou "wie ze doet?"


Om een eerder aangehaald punt te benadrukken: er bestaat niet zoiets als een woord-voor-woord vertaling van de Bijbel. Het Wachttorengenootschap heeft nooit de bewering gedaan dat de NWV dat zou zijn. De verplichting van een vertaler is zoveel mogelijk de bedoelde betekenis in de tekst te leggen. Dat is wat de NWV heeft nagestreefd.

In antwoord op de vraag hoe het vers zou luiden wanneer de woorden "met betrekking tot" niet waren toegevoegd, de GNB luidt als volgt: "Wie dus een van deze geboden afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert hetzelfde te doen, zal de kleinste genoemd worden in het hemelse koninkrijk. Maar wie zich aan de geboden houdt en anderen leert hetzelfde te doen, die zal een grote naam hebben in het hemelse koninkrijk."

Kennelijk neemt de vertaler aan dat de uitdrukking "in het hemelse koninkrijk" betekent dat degene die de geboden houdt een hemelse beloning ontvangt. Dat is echter niet wat Jezus zei. Dit wordt duidelijk uit het feit dat hij zei zegt dat degene die de geboden overtreedt de "kleinste in het hemelse koninkrijk" genoemd zal worden. Moeten we ons indenken dat degenen die Gods geboden overtreden en anderen ertoe misleiden hetzelfde te doen, toch naar de hemel zullen gaan, maar dat ze enkel een lagere plaats hebben dan degenen die Gods wetten gehoorzamen? Volgens de onlogica van de vragensteller is dat de conclusie die we zouden moeten trekken. Er wordt ten slotte gezegd dat zij gering zullen zijn "in het koninkrijk der hemelen" - dus moeten ze in de hemel zijn, toch?

Dat zou betekenen dat Paulus niet wist waarover hij het had toen hij de Korinthiërs zei dat overspelers en hoereerders het koninkrijk niet zouden beërven. Zo'n verdraaide redenatie lijkt op zichzelf te rechtvaardigen waarom de NWV "met betrekking tot" heeft toegevoegd om die specifieke tekst te verduidelijken.



22. Als de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden, hoe kan het dan dat God in Jesaja 51:6 zegt: "...en als een kleed zal de aarde zelf verslijten, en haar bewoners zelf zullen sterven als louter een mug...", en dat Johannes in Openbaring 21:1 zegt dat hij "... een nieuwe hemel en een NIEUWE aarde [zag]; want de vroegere hemel en de VROEGERE aarde WAREN VOORBIJGEGAAN, en de zee is NIET MEER"? Evenzo, wanneer de leerstelling van het WTG dat de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden juist is, waarom zegt de Bijbel dan dat "de aarde zelf...zal vergaan" (Ps. 102:25, 26, Hebr. 1:10, 11), en waarom zegt Jezus zelf dat "hemel en AARDE VOORBIJ zullen gaan..." (Matth. 24:35, Mark. 13:31, Luk. 21:33)? Aan de andere kant zegt Salomo in Pred. 1:4: "Een geslacht gaat, en een geslacht komt; maar de aarde staat zelfs tot onbepaalde tijd." Maar, schreef Salomo deze schriftplaats niet op een moment in zijn leven waarop hij was gestopt met het dienen van de Heer en daarom enkel zijn eigen gedachten uit een zeer menselijk standpunt opschreef? In Pred. 1:2 zget hij: "Alles is ijdelheid!" en in vers 8 zegt hij: "Alle dingen zijn afmattend." Daar het duidelijk moge zijn dat niet "alles" ijdelheid is en niet "alle dingen" afmattend zijn voor een ware Christen, laat dit dan niet zien dat Salomo voor zichzelf sprak en laat deze hele passage niet de nietigheid van de mens zonder God zien?


De niet onderwezen personen denken zich in dat elke verwijzing naar "aarde" letterlijk is. Nadenkende mensen begrijpen echter dat de Bijbel gebruik maakt van diverse soorten van symbolisme en hyperbolen.

Uit de context, in het 15de vers van het 51ste hoofdstuk van Jesaja, wordt duidelijk dat Jehovah spreekt in termen van symbolische hemelen en aarde. Het vers luidt: "Maar ik, Jehovah, ben uw God, die de zee opzweept, opdat haar golven onstuimig worden. Jehovah der legerscharen is zijn naam. En ik zal mijn woorden in uw mond leggen, en met de schaduw van mijn hand zal ik u stellig bedekken, om de hemel te planten en de aarde te grondvesten en tot Sion te zeggen: 'Gij zijt mijn volk.'"

Volgens het 15de vers zijn de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde in werkelijkheid de mensen die God zegent. Het vers beschrijft in symbolische termen hoe Jehovah zijn volk uit hun vertreden toestand zal redden en hen in zijn gunst zal herstellen. Wanneer de nieuwe hemelen en nieuwe aarde mensen zijn, spreekt het voor zich dat de oude hemelen en aarde die voorbijgaan het vroegere samenstel van regering en maatschappij vertegenwoordigt.

Met betrekking tot de opmerking dat Salomo Prediker schreef nadat hij een afvallige was geworden, dat is in rechtstreekse tegenspraak met de geïnspireerde uiting van de apostel Paulus dat "de gehele Schrift door God is geïnspireerd." Salomo sprak over de nietigheid van menselijke inspanningen. In contrast met in ijdelheid de wind najagen, besloot Salomo zijn boek door te zeggen dat het vrezen van God de gehele verplichting van de mens is.



23. De NWV vertaald het Griekse woord "Theos" in Johannes 1:1c als "een god"... (verwijderd ter verkorting)

Als "Theon" was vertaald met "God" in Johannes 10:33, hoe zou dit vers dan luiden en wat zou dit zeggen over de natuur van Christus? Wat zei Jezus in deze passage dat maakte dat de Joden hem wilden doden? Zie Johannes 10:30, 31. De zinsnede "Zoon van God" is in theologische taal een Semitische term wat betekent "dezelfde natuur als God hebben," of God zijn, net zoals de term "Zoon des mensen" "dezelfde natuur als mensen hebben," betekent, of een mens zijn. Daar godslastering één van de weinige overtredingen in de Joodse wet was waarvoor een persoon ter dood gestenigd kon worden, zou deze bewering van Christus, dat hij de Zoon van God is, voor de Joden een godslasterlijke bewering zijn en was dit niet de reden dat ze hem wilden vermoorden door hem dood te stenigen (Joh. 10:#1, 36-39)?



Johannes 1:1 is zonder twijfel het meest besproken vers in de Bijbel. Wanneer de lezer beide kanten van het verhaal wil bestuderen, zijn er voldoende bronnen op het Internet te vinden. Hier zijn enkele links. Deze site bevat een hoop informatie over de controverse omtrent Johannes 1:1. (Zie ook hier voor een Nederlandse link) Hier is een link naar een website met uitgebreid naslagwerk naar diverse vertalingen van Johannes 1:1.

Wat betreft Johannes 10:33, het is opmerkenswaardig dat Trinitariërs geneigd zijn de Farizeeën en Christus-hatende Joden aan te halen, alsof zei de waarheid spraken. Jezus had hen in het 8ste hoofdstuk reeds gezegd dat zij noch hem, noch zijn Vader die hem gezonden had, kenden, maar dat zij leugenaars waren en zonen van de Duivel. De waarheid is dat de Joden logen toen ze zeiden dat Jezus zichzelf tot God maakte. Dat deed hij namelijk niet. In dezelfde context, in vers 29, zei Jezus enkel: "Wat mijn Vader mij heeft gegeven, is groter dan al het andere, en niemand kan ze uit de hand van de Vader rukken. Ik en de Vader zijn één."

Terwijl Trinitariërs vlug aannemen dat uitdrukkingen als "Ik en de Vader zijn één" hetzelfde is als zeggen 'Ik ben God,' duiden de Schriften op iets anders. In het 17de hoofdstuk van Johannes erkende Jezus bijvoorbeeld zijn eenheid met God en vroeg zijn Vaders zegen over zijn dicipelen dat zij één mochten zijn met hem. Geen enkel redelijk persoon zou concluderen dat Jezus trachtte te zeggen dat alle Christenen God zijn of deel uitmaken van een soort van meervoudige Godheid.

Jezus liet de leugen van de Joden in werkelijkheid niet zomaar voorbij gaan. In het 36ste vers corrigeerde hij hen door te herhalen dat hij Gods Zoon was en dat hij gezonden was door zijn Vader.

En toch, volgens de Trinitarische redenatie is het woord "zoon" synoniem aan "vader." Kennelijk hebben woorden dan geen echte betekenis, dus zwart is eigenlijk wit, boven is onder, dood is leven, enzovoorts, enzovoorts.



24. Op blz. 66, 69, 211, 423, 560, 648 en 719 van Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, wordt verwezen naar The Finished Mystery, wat het 7de deel van de serie Studies in the Scriptures was dat in 1917 door het WTG werd uitgegeven (blz. 66, 719), en in die tijd een belangrijke publicatie was van het WTG. Op blz. 88, 648 en 651 verschijnt een afbeelding van het boek, compleet met het gevleugelde schijf-symbool van de zonnegod Ra op de voorkant. (Gedeelte verwijderd ter verkorting)... Denk je werkelijk dat Christus een organisatie uitgekozen zou hebben die zoveel dingen onderwees die naar "huidige" WTG leerstellingen verkeerd waren en niet langer worden geleerd als "de waarheid"? Daar God niet liegt of van gedachten verandert (Num. 23:19, Ps. 89:34, Hebr. 6:18), en het duidelijk is dat het WTG met geen mogelijkheid voor God gesproken kan hebben toen ze deze dingen leerde, in ieder geval niet in vergelijking met de huidige WTG leerstellingen, hoe weet je dan dat het WTG nu voor God spreekt?


Jezus' oorspronkelijke apostelen en dicipelen hadden heel wat verkeerde begrippen die pas opgehelderd werden nadat Jezus was opgestaan. Daarom zei Christus in Lukas 24:25 tot hen: "O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken!" Ondanks dat Christus zijn geliefde apostelen beschreef als onverstandig en traag van hart om Gods woord te geloven, had hij hen even tevoren toch de verantwoordelijkheid toevertrouwd hem te vertegenwoordigen wanneer ze door het land trokken om te prediken dat het koninkrijk Gods nabij was gekomen. Dat is buitengewoon wanneer we beschouwen dat de apostelen in de tijd dat ze erop uit werden gezonden niet eens wisten dat het koninkrijk in de hemel zou zijn.

Jehovah's Getuigen staan in dezelfde positie ten opzichte van Christus' aankomst, als dat de apostelen stonden voor Christus' dood en opstanding. Maleachi 3:1, 2 voorzegt dat de aankomst van Gods Messiaanse boodschapper zal resulteren in een loutering en reiniging van Gods dienstknechten. Er staat: "Ziet! Ik zend mijn boodschapper, en hij moet een weg voor mijn aangezicht banen. En plotseling zal tot Zijn tempel komen de ware Heer, die gijlieden zoekt, en de boodschapper van het verbond, in wie gij behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig komen", heeft Jehovah der legerscharen gezegd. "Doch wie zal de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van een louteraar en als het loog van de wassers."

Wanneer er een definitieve afrekening en loutering zal plaatsvinden voor het ware volk van God, zoals de Schriften zeggen, is het logisch dat er onreine leerstellingen en standpunten bestaan die verwijderd moeten worden. De fouten van Jehovah's Getuigen, in het verleden en heden, diskwalificeren ons daarom op zichzelf niet van vertegenwoordiging van Gods koninkrijk, net zoals de apostelen niet ongeschikt waren in hun geestelijk onverlichte toestand. De kwalificerende factor is onze welwillendheid om onszelf te laten tuchtigen en onderwijzen door Christus.



25. Jes. 42:8 zegt: "Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID geven..." Evenzo zegt Jes. 48:11: "...En aan geen ander zal ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID geven." Als Christus niet God is, hoe kan hij in Joh. 17:5 dan zeggen: "En nu, Vader, verheerlijk mij naast uzelf met de HEERLIJKHEID die ik NAAST U HAD voordat de wereld was"? Daar God beweerde dat niemand anders de heerlijkheid had die alleen aan God behoorde, hoe kon Christus dan dezelfde "heerlijkheid" hebben als God, tenzij Christus God is in het vlees?


Daar Christus duidelijk zei dat hij eens Gods heerlijkheid bezat en hij aan God vroeg hem opnieuw te verheerlijken, had de vraag als volgt moeten luiden: Waarom zegt God dat hij zijn heerlijkheid niet zal delen met iemand anders, terwijl hij die in werkelijkheid deelt met Christus? Het probleem is dat de vragensteller geïsoleerde beweringen neemt en ze absoluut maakt.


26. Fil. 2:6-8 zegt dat Christus "in GODS GEDAANTE bestond" voordat hij een mens werd en "ZICH" vrijwillig "ontledigde" (vernederde) om een mens te worden en "ZICH vernederd" heeft om zich zo te onderwerpen aan de Vader. De Schrift zegt ook dat Christus geboren was onder de wet (Gal. 4:4), niet om zijn eigen wil te doen, maar de wil van zijn Vader (Joh. 5:30, 6:37). Betekent dit niet dat Christus, voordat hij "zich" vernederde, niet onderworpen was aan de Vader en daarom gelijk was aan de Vader in autoriteit en heerlijkheid? Zie ook Joh. 17:5.


Nee, natuurlijk niet. Toen Jezus op aarde was, zei hij dat hij altijd dingen deed om zijn Vader te behagen. Dat betekent dat hetgeen hij deed God behaagde toen hij in de hemel leefde. Hij zei ook dat hij niet uit eigen beweging was gekomen, maar dat de Vader hem gezonden had. Het moge duidelijk zijn dat wanneer Jehovah zijn Zoon uit de hemel naar de aarde zond, de Zoon onderworpen moet zijn geweest aan de Vader voordat hij naar de aarde kwam. De verdraaide redenering van de vragensteller is symptomatisch voor degenen die opzettelijk verblind zijn voor de waarheid als gevolg van de leerstelling van de Drieëenheid.


27. De NWV vertaalt de Griekse woorden "ego eimi" elke keer wanneer het voorkomt met "ik ben" (Joh. 6:35, 6:41, 8:24, 13:19, 15:5, enz.), behalve in Johannes 8:58 waar het is vertaald met "was ik". Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, wat is dan de reden voor deze inconsistentie in deze vertaling? Als "ego eimi" in Johannes 8:58 op dezelfde wijze vertaald was als in elk ander vers waar het voorkomt, hoe zou Johannes 8:58 dan luiden? Zie Exodus 3:14 in elke vertaling van de Bijbel, behalve de NWV. Waarom is deze zinsnede "ego eimi" vertaald met "ik ben" in de KIT, maar met "was ik" in de NWV? Daar "ik ben" tegenwoordige tijd is en "was ik" verleden tijd is, welke tijd is dan juist? Wanneer de "vertalers" van de NWV geletterd waren in het Grieks, zouden ze dan niet moeten weten welke tijd "ego eimi" is?


Als "ego eimi" in Johannes 8:58 in de NWV vertaald zou zijn met een titel, "Ik Ben," zoals vele vertalingen dat doen, zou het zich ook schuldig maken aan het weergeven van een grammaticaal verdraaide en onlogische passage. De vraag die Jehovah's Getuigen jou stellen is: Waarom zijn andere vertalingen inconsistent geweest in de vertaling van "ego eimi"? Eén van de bewijsteksten die je aanhaalde, luidt in de NIV bijvoorbeeld als volgt: "Ik ben het brood des levens. Wie tot mij komt, zal geen honger meer krijgen, en wie geloof oefent in mij, zal nooit meer dorst krijgen."

In dat vers wordt "ego eimi" enkel vertaald als een voornaamwoord en werkwoord. Welke rechtvaardiging bestaat er daarom voor de vertaler om dezelfde zinsnede te vertalen alsof het synoniem is aan de naam van Jehovah, zoals ze hebben gedaan in Johannes 8:58? Er bestaat geen rechtvaardiging, alleen duidelijk bevooroordeeldheid om de onschriftuurlijk leerstelling van de Drieëenheid te ondersteunen.

Als Jezus bedoeld had de titel "Ik Ben" aan te nemen, had hij zoiets als het volgende gezegd: 'Voordat Abraham leefde, was ik de Ik Ben.' Zoals het er nu voor staat, door het omvormen van "zijn" tot een eigennaam blijft de zin verstoken van een werkwoord voor het voornaamwoord. Daarom is Johannes 8:58 in de meeste vertalingen regelrechte brabbeltaal, tenzij je denkt dat Jezus plotseling begon te spreken in een soort Ebonics. Wanneer de verzonnen titel "Ik Ben" in Johannes 8:58 eenvoudigweg een andere naam van God is, moeten we in staat zijn het woord met God of Jehovah te verwisselen en dezelfde betekenis behouden. Dus, lees het vers in kwestie eens terwijl je "Ik Ben" vervangt door God en hoe klinkt het dan? De NIV zou luiden: "Voordat Abraham geboren was, God.

Je hoeft geen Griekse taalkundige te zijn om in te zien dat de vertaling van ego eimi met "Ik Ben" een banale en onhandige poging van Trinitariërs is om een manke leerstelling op te houden die op zichzelf niet blijft staan. De waarheid is dat de uitdrukking in kwestie een actie in het verleden aanduidt en volgens de context werd Jezus ook gevraagd naar zijn verleden. De NWV is niet de enige vertaling die dit beseft. De New Living Translation geeft het mooi weer door te zeggen: "De mensen zeiden, "Gij zijt nog geeneens vijftig jaar oud. Hoe kunt gij zeggen dat gij Abraham hebt gezien?" Jezus antwoordde, "De waarheid is, ik bestond voordat Abraham zelfs maar geboren was!""

Het Wachttorengenootschap is volledig gerechtvaardigd om ego eimi met "was ik" te vertalen.



28. In vrijwel alle gevallen waarin het Griekse woord "ginosko" (Strong's #1097) wordt gebruikt in het Nieuwe Testament, vertaalt de NVW het met "kennen" of "gekend" (bijv. 1 Kor. 8:3, Gal 4:9, Joh. 10:14, Joh. 10:27, enz.). In Johannes 17:3 wordt ditzelfde Griekse woord echter weergegeven met "kennis in zich opnemen van." Wat is de reden voor deze inconsistentie in de vertaling van dit woord in Joh. 17:3 door de NWV? Wanneer de NWV consistent was geweest en dit woord in Joh. 17:3 hetzelfde vertaald zou hebben als in andere verzen waarin het voorkomt, hoe zou dit vers dan luiden? Als toevoeging, de Kingdom Interlinear vertaalt dit woord met "zouden zij kunnen KENNEN" in plaats van "kennis in zich opnemen" zoals het is vertaald in de NWV. Vanwaar de inconsistentie in vertaling tussen de KIT en de NWV? Wanneer dit dit woord in dit vers vertaald zou zijn als in andere verzen waarin het voorkomt, hoe zou dit vers dan luiden/ Hoe kan een persoon Jezus Christus leren "kennen," tenzij ze een relatie met hem aangaan? Hoe kan een persoon een relatie met Christus hebben, tenzij ze met Jezus communiseren door middel van gebed?


Voor de lezers die geen toegang hebben tot oudere publicaties van het Wachttorengenootschap, volgt hier een citaat dat rechtstreeks uit de Wachttoren van 1 Maart 1992 is genomen, waarin deze vraag wordt besproken. Het lijkt passend te zijn om het Wachttorengenootschap eenvoudig zelf de vraag te laten beantwoorden.

„DIT betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Johannes 17:3). Dat zei Jezus in gebed tot zijn hemelse Vader, en op die manier maakte hij een essentieel vereiste duidelijk voor het verwerven van eeuwig leven. Maar waarom geeft de Nieuwe-Wereldvertaling dit vers weer als ’voortdurend kennis in zich opnemen van God’ in plaats van ’God kennen’, zoals de meeste andere vertalingen van de bijbel het onder woorden brengen? — Zie ook de voetnoot bij Johannes 17:3.

Het Griekse woord dat hier vertaald is met „kennis in zich opnemen” of „kennen” is een vorm van het werkwoord gi·no´sko. En de weergave in de Nieuwe-Wereldvertaling is bedoeld om de betekenis van dat woord zo volledig mogelijk te laten uitkomen. De grondbetekenis van gi·no´sko is „kennen”, maar het Griekse woord heeft verschillende betekenisnuances. Schenk eens aandacht aan de volgende definities:

„GINOSKO (...) betekent voortdurend kennis in zich opnemen, te weten komen, leren kennen, erkennen, begrijpen of volledig begrijpen” (Expository Dictionary of New Testament Words, W. E. Vine). Het weergeven van gi·no´sko met „kennis in zich opnemen” is derhalve niet ’de bijbel veranderen’, zoals critici van de Nieuwe-Wereldvertaling hebben beweerd. In een bespreking van de verschillende betekenisnuances die het woord kan omvatten, verklaart de beroemde lexicograaf James Hope Moulton: „De infinitivus presens, ..... , is duratief, ’voortdurend kennis in zich opnemen’.” — A Grammar of New Testament Greek.

In A Grammatical Analysis of the Greek New Testament wordt gi·no´sko, zoals dat in Johannes 17:3 voorkomt, uitgelegd als „een voortdurend proces inhoudend”. Een nadere toelichting op dit Griekse woord staat in Word Studies in the New Testament, door Marvin R. Vincent. Daarin wordt gezegd: „Eeuwig leven is gebaseerd op kennis, of beter gezegd op het najagen van kennis, aangezien de tegenwoordige tijd een voortdurende handeling, een gestaag groeiend inzicht aanduidt.” (Schrijver cursiveert.) A. T. Robertson raadt in zijn Word Pictures in the New Testament aan het woord te vertalen met „moeten blijven kennen”.

In het oorspronkelijke Grieks duiden Jezus’ woorden in Johannes 17:3 derhalve op een voortdurende inspanning om de ware God en zijn Zoon, Jezus Christus, te leren kennen, en dat wordt in de weergave van de Nieuwe-Wereldvertaling duidelijk naar voren gebracht. Wij verkrijgen deze kennis door Gods Woord ijverig te bestuderen en door ons leven gehoorzaam in overeenstemming te brengen met de daarin opgetekende maatstaven. (Vergelijk Hosea 4:1, 2; 8:2; 2 Timotheüs 3:16, 17.) Welke schitterende beloning wacht degenen die zich vertrouwd maken met Gods persoonlijkheid en met die van zijn Zoon en er vervolgens naar streven hen na te volgen? Eeuwig leven!

(Copyright © 1992, Watchtower Bible and Tract Society)

 



29. Als de ziel het lichaam is, waarom maakt Jezus dan een onderscheid tussen het lichaam en de ziel in Matth. 10:28? Evenzo, wanneer de ziel het lichaam is, waarom maakt Paulus dan onderscheid tussen de "geest en ziel en lichaam van u" in 1 Thess. 5:23? Als toevoeging, de NWV geeft 2 Tim. 4:22 weer met: "De Heer [zij] met de geest die gij [aan de dag legt]..." ondanks dat de KIT de Griekse zinsnede "ziel pneuma" als "de geest van u" vertaalt. Waarom bestaat er een verschil tussen de weergave van de KIT en die van de NWV van dit vers? Waarom voegt de NWV de woorden "[aan de dag legt]" toe, wanneer dit niet voorkomt in het Grieks? Zou de weergave van de KIT niet een veel eenvoudiger en rechtstreekser weergave van dit vers zijn? Als de KIT weergave wordt gebruikt, wat zegt dit vers dan over de "geest" van een persoon?


Je hebt het fout. Jehovah's Getuigen geloven niet dat het lichaam en de ziel hetzelfde zijn. "Ziel heeft diverse verschillende betekenissen. Het wordt in de Bijbel gebruikt om naar de persoon of het leven dat een persoon bezit te verwijzen. Bij een persoon komt meer kijken dan enkel een lichaam. Het Wachttorengenootschap heeft veel informatie gepubliceerd om mensen deze eenvoudige, doch fundamentele Bijbelse leerstellingen te laten begrijpen.


30. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom verandert het het woord van God dan door het woord "[Zoon]" toe te voegen in Handelingen 20:28, terwijl dit woord niet voorkomt in het Grieks? Zie Grieks-Engelse Interlinear.


De Statenvertaling geeft het vers als volgt weer: "Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

De Groot Nieuws Bijbel (GNB) is het echter eens met de NWV, want daarin staat: "Pas nu goed op uzelf en op de hele kudde die de heilige Geest aan uw leiding heeft toevertrouwd. Hoed de gemeenschap, die God zich verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon."

Welke vertaling is juist? De NWV en de GNB zijn juist. Het oorspronkelijke Grieks ondersteunt de zogenoemde "algemene" weergave niet. Noch ondersteunen de Schriften de bewering dat God zijn eigen leven als offer gaf. De Bijbel zegt op vele plaatsen dat God zijn zoon gaf, niet zichzelf.

De Kingdom Interlinear transcribeert het specifieke vers zodat het zegt dat God de gemeente verwierf "met het bloed van zijn eigen." Dat wil niet zeggen dat het Gods eigen bloed was, maar het bloed van degene die aan God toebehoorde - namelijk het bloed van zijn Zoon. De NWV is volledig gerechtvaardigd om dat duidelijk te maken.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman