| |
|
|
|
| 31. In Fil. 2:9 voegt
de NWV het woord "andere" in, terwijl het niet voorkomt in
het oorspronkelijke Grieks (zie Grieks-Engelse Interlinear).
Waarom is dit woord ingevoegd? Is het woord "Jehovah" een
naam? Zie Exodus 6:3, Psalm 83:18 en Jesaja 42:8. Hoe zou
het vers luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd?
Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de
Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. Als Christenen worden vervolgd
ter wille van Jehovah's naam, waarom zei Christus de eerste
Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van
zijn (Jezus') naam, in plaats van die van Jehovah? Als de
naam "Jehovah" zo belangrijk is, waarom zegt Handelingen 4:12
dan: "Bovendien is er in niemand anders redding, want er is
onder de hemel geen andere naam [vers 10 Jezus Christus] die
onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden?"
Als deze leerstellingen van het WTG juist zijn, zou dit dan
geen logische plaats zijn geweest voor God om de naam "YHWH"
of "Jehovah" te gebruiken? |
|
|
| De NWV heeft de Schrift niet veranderd.
Elke vertaling voegt woorden in wanneer het de betekenis van
de tekst ten goede komt. Suggereren dat de NWV zich schuldig
maakt aan iets duisters is eenvoudig niet eerlijk. Maar, in
plaats van dit doolhof aan vragen trachten te verhelderen,
zal de lezer meer hebben aan een eenvoudige redenatie over
het vers in kwestie. Filippenzen 2:9 luidt: "Juist daarom
heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem
goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is,
zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen
die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn,
en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer
is tot heerlijkheid van God, de Vader."
De context van Filippenzen onthult dat Jezus een nederige
en gewillige dienstknecht van God is, die vrijwillig zijn
bevoorrechte plaats in de hemel verliet en naar de aarde
kwam en een verschrikkelijke dood stierf aan een martelpaal.
Daarom zei Paulus "juist daarom heeft God hem verhoogd."
Het maakt niet uit welke vertaling iemand verkiest te lezen,
de waarheid is nog steeds duidelijk voor degenen die niet
gevormd zijn door misleiding: God verhoogde Christus en
gaf hem een naam boven alle anderen. Wat betekent
het woord "gaf" volgens jou? Het betekent dat God Jezus
de meest verhoogde plaats in het universum gaf als beloning
voor zijn getrouwheid. Dat is de eenvoudige waarheid. Christus
Jezus verhoogde niet zijn eigen naam. Dat deed Jehovah.
Alles wat die kostbare waarheid verdraait, is antichristelijk
en van de Duivel.
|
|
| 32. De NWV vertaalt
Matth. 25:46 met: "En dezen zullen heengaan in de eeuwige
afsnijding..." Het Griekse woord dat is vertaald met "afsnijding"
is "kolasis" (Strong's #2851). Volgens Strong's Greek Dictionary
kan dit woord enkel "correctie, straf of bestraffing" betekenen,
maar wordt er niet verwezen naar "afsnijden." Wanneer het
woord "kolasis" juist was vertaald met "correctie, straf of
bestraffing," zoals dat zou moeten volgens Strong's Greek
Dictionary, hoe zou dit vers dan luiden? |
|
|
| Ongeacht welk woord er wordt gebruikt,
Mattheüs 25:46 contrasteert eeuwig leven en eeuwige straf.
De NBG51 luidt: "En dezen zullen heengaan naar de eeuwige
straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven."
Wanneer degenen die gestraft worden gemarteld worden in een
hels vuur, zoals je ongetwijfeld aanneemt, zouden zij ook
eeuwig moeten leven om de eeuwigdurende marteling te doorstaan.
Eeuwig leven is echter niet ons geboorterecht. Het is een
gave van God. De eeuwigdurende straf is eeuwigdurende dood
- of permanent afgesneden zijn van leven.
Ergens anders maakt de Schrift duidelijk dat het definitieve
oordeel over de symbolische bokken uit Christus' illustratie
eeuwige vernietiging is - niet eeuwigdurende marteling in
de hel. 2 Thessalonicenzen 1:9, 10 luidt in de GNB bijvoorbeeld:
"Hun straf zal de eeuwige ondergang zijn, ze zullen
verwijderd worden uit de tegenwoordigheid van de Heer, ver
van zijn machtige heerlijkheid. Hetzal gebeuren op die grote
dag, wanneer hij komt om de hulde in ontvangst te nemen
van wie hem toebehoren, de eerbewijzen van allen die het
geloof hebben aanvaard."
Wat betekent het woord "ondergang" volgens jou?
|
|
| 33. Volgens de schrift
is Jezus "de eerste en de laatste" (Openb. 1:17, 18), de "eerste
en de laatste" is "de Alfa en de Omega" (Openb. 22:13), en
"de Alfa en de Omega" is God (Openb. 1:8). Met andere woorden,
Jezus = "de eerste en de laatste" = "de Alfa en de Omega"
= God. Hoe kan dit wanneer Jezus niet God is? |
|
|
|
Jehovah en Jezus delen titels, ondanks dat er subtiele
verschillen bestaan in de plaats die elk van hen inneemt.
Alfa en Omega, het Griekse equivalent van het Nederlandse
'van A tot Z,' is een beschrijvende titel die Jehovah en
Jezus kunnen delen, maar met verschillende redenen. Jehovah
is de ultieme Eerste en Laatste, doordat hij de enige bestaande
persoon is die geen begin heeft gehad. En, alleen hij bezit
'aangeboren' onsterfelijkheid en leven in zichzelf.
Niemand heeft Jehovah leven gegeven, maar hij geeft leven
aan alle anderen, inclusief zijn eerstgeboren en eniggeboren
Zoon.
Als zijnde de eerstegeborene Zoon van heel de Schepping
is Jezus uniek onder al Gods zonen, in dat hij het eerste
en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen
door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door bemiddeling
van de Zoon. Dat is ook de reden waarom Jezus de eniggeboren
Zoon van God wordt genoemd. Jezus is ook het eerste schepsel
dat een opstanding uit de dood heeft gekregen tot onsterfelijkheid.
Daarom noemt de Bijbel hem de "eerstgeborene uit de doden."
In Kolossenzen 1:18 zegt Paulus het volgende over Christus:
"Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat
hij in alle dingen de eerste zou worden." Het
volgende vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in
alle dingen de eerste te maken.
Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie
overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook.
Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.
|
|
| 34.
Daar het WTG het gebruik van bloedtransfusies verbiedt, waarom
staat het dan de infusie van albumine, stollingsfactoren en
gammaglobulinen toe, welke allemaal afkomstig zijn uit menselijk
bloed? Daar Handelingen 15:29 duidelijk verwijst naar de oude
Joodse wet van het niet ETEN van bloed (Gen. 9:4, Lev. 3:17,
Deut. 12:16), en daar het WTG haar leerstellingen zo vaak
heeft gewijzigd op belangrijke gebieden zoals orgaantransplantaties,
de definitie van "geslacht," het jaar van Armageddon, enz.,
enz., en deze veranderingen eenvoudigweg "Nieuw Licht" noemt,
hoe kan je er dan zeker van zijn dat ze op een dag hun leerstelling
omtrent bloedtransfusies niet zullen wijzigen en ook daarnaar
verwijzen als "Nieuw Licht." |
|
|
| Het zou heel goed kunnen dat het Wachttorengenootschap
het verbod op het nemen van bloedtransfusies op een dag zal
verlaten. Het is niet waarschijnlijk, maar het is ook niet
geheel uitgesloten. Het maakt in werkelijkheid echter niet
uit of ze het wel of niet doen. Jehovah's Getuigen weten wat
de Bijbel leert over dat onderwerp en elk van ons die geestelijk
volwassen is, weet dat we uiteindelijk voor het oordeel voor
Jehovah komen te staan. |
|
| 35. Als de NWV de meest
nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom
verandert het Gods woord dan door de woorden "zelf" en "[ware]"
toe te voegen aan Prediker 12:7 wanneer deze woorden niet
in het Hebreeuws voorkomen? Hoe zou dit vers luiden zonder
de toevoeging van deze woorden? Wat zegt de Schrift over het
toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spr. 30:5, 6. Wanneer
datgene wat het WTG leert over de geest van de mens juist
is, hoe kan de "geest" van een mens dan terugkeren naar God
nadat het lichaam gestorven is en naar de aarde terugkeert? |
|
|
| De NWV heeft het Woord van God niet veranderd.
Het woord 'zelf' is onbetekenend en verandert niets. Wat betreft
de uitdrukking [ware] God: De Nieuwe Wereldvertaling
legt in de appendix uit dat er honderden plaatsen in de Schrift
zijn waar het Hebreeuwse woord voor God, Elohim, vooraf
wordt gegaan door het bepalend lidwoord. Wanneer dat in verwijzing
naar Jehovah gebeurt, gebruikt de NWV altijd de uitdrukking
de "[ware] God" om het onderscheid duidelijk te maken. Letterlijk
zou de uitdrukking "de God" zijn, maar dat is een vreemde
uitdrukking in het Nederlands. De vertalers hebben dus een
woord gebruikt dat de uitdrukking "de God" onderscheidt van
het gebruik van Elohim zonder het bepalend lidwoord. Wat betreft
de geest die terugkeert naar de ware God die ze gegeven heeft,
dat betekent eenvoudig dat de toekomstige levensvooruitzichten
van de overleden persoon bij God liggen. In de NBG51 luidt
Prediker 12:7: "en het stof wederkeert tot de aarde, zoals
het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken
heeft." De GNB luidt: "Je lichaam vergaat tot stof,
keert terug in de aarde, waaruit het kwam; en je levensadem
keert terug naar God, die hem gegeven heeft."
De NWV luidt: "Dan keert het stof terug tot de aarde,
net zoals het geweest is, en de geest zelf keert terug tot
de [ware] God, die hem gegeven heeft."
Zoals elke lezer kan zien is er niets veranderd aan de
tekst. Er bestaat enkel een variatie in de vertalingen.
De tekstuele variaties zijn echter onbeduidend en veranderen
niet de betekenis. De Bijbel zegt eenvoudig dat we
bij de dood vergaan tot stof en de levengevende geest tot
God terugkeert.
|
|
| 36. Het WTG boek U
Kunt Voor Eeuwig in een Paradijs op Aarde Leven zegt op blz.
47: "De Bijbelse bewijzen tonen aan dat Christus in het jaar
1914 G.T. op de door God bestemde tijd wedergekomen is en
begon te regeren." Er wordt ook gezegd: "Evenzo betekent Christus'
wederkomst niet dat hij letterlijk naar deze aarde terugkomt.
Er wordt veeleer mee bedoeld dat hij met betrekking tot deze
aarde Koninkrijksmacht aanvaardt en zijn aandacht op de aarde
richt." In 1 Kor. 11:26 schrijft Paulus: "...want zo dikwijls
als gij dit brood eet en deze beker drinkt, blijft gij de
dood des Heren verkondigen, totdat hij gekomen is." Als Christus
in 1914 gekomen is, waarom blijven Jehovah's Getuigen dan
nemen van het brood en de wijn? Zouden ze daar in 1914 niet
mee gestopt moeten zijn? |
|
|
| Niet noodzakelijkerwijs. Of Jezus' parousia
nu begon in 1914 of in een toekomende tijd zal beginnen, de
uitdrukking "totdat hij gekomen is," zoals het in verband
staat met de gerechtigde deelnemers aan het brood en de wijn,
heeft te maken met Jezus die aankomt om zijn op zijn bruid
gelijkende gemeente tot zichzelf aan te nemen. Jezus zei dat
de definitieve verzameling van zijn uitverkorenen gedurende
zijn tegenwoordigheid zou plaatsvinden; gedurende een tijd
van ongekende wereldwijde verdrukking. Wanneer het laatste
overlevende lid van de bruid van Christus gestorven is en
de bruiloft van het Lam in de hemel plaatsvindt, zal er niet
langer een ceremoniëel eten van de symbolen van Christus'
dood plaatsvinden. Hij zal in die tijd volledig gekomen zijn.
|
|
| 37. In Handelingen
2:26, 27 citeert Petrus, in verwijzing naar de tijd die de
dode Jezus in het graf doorbracht, David die aan Christus
refereert: "Daarom werd mijn hart vrolijk en verheugde mijn
tong zich zeer. Bovendien zal zelfs MIJN VLEES IN HOOP VERBLIJVEN,
want gij zult mijn ziel in Hades niet verlaten…" Als Jezus'
lichaam vernietigd was terwijl hij in het graf was, waarom
zegt hij dan zijn zijn "vlees in hoop zal verblijven"? Voor
welke "hoop" verbleef zijn "vlees"? Wanneer er geen bewustzijn
is na de dood, hoe kan hij dan überhaupt "hopen." |
|
|
| Petrus citeerde uit de 16de Psalm. In die
Psalm uitte David zijn vertrouwen in de opstanding. David
zei het volgende terwijl hij in leven was: "Ook zal mijn
eigen vlees in zekerheid verblijven." David zei niet dat
zijn vlees in zekerheid verbleef na zijn dood. We kunnen
terecht aannemen dat Davids lichaam in het graf verging. Petrus
gaf dit feitelijk aan toen hij in het 29ste vers verder zei:
"Mannen, broeders, het is toegestaan met vrijmoedigheid
van spreken betreffende het familiehoofd David tot u te zeggen
dat hij zowel overleden als begraven is, en zijn graf is bij
ons tot op deze dag." (Handelingen 2:29) Davids vlees
verbleef in zekerheid terwijl hij in leven was, vanwege
de hoop op de opstanding.
Nu van toepassing op Jezus, Jezus had ook de hoop op een
opstanding. Hij was zeker in de wetenschap dat Jehovah hem
een opstanding zou geven en hem niet zou verlaten om slechts
weg te rotten in het graf. Daarom was hij bereid te sterven,
omdat hij hoop had. Hebreeën 12:2 zegt hetzelfde:
"Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft
hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij
aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten."
|
|
| 38. In de Nieuwe Wereldvertaling
wordt het woord "proskuneo" wanneer het wordt gebruikt in
verwijzing naar God elke keer vertaald met "aanbidden" (Openbaring
5:14; 7:1; 11:16; 19:4; Johannes 4:20; enz.). Elke keer wanneer
"proskuneo" wordt gebruikt in verwijzing naar Jezus, wordt
het vertaald met "hulde brengen" (Mattheüs 14:33; 28:9; 28:17;
Lukas 24:52; Hebreeën 1:6; enz.), terwijl het in het Grieks
hetzelfde woord is (zie Grieks-Engelse Interlinear). Vergelijk
vooral het Griekse woord "prosekunhsan" wanneer het gebruikt
wordt in verwijzing naar God in Openbaring 5:14, 7:11, 11:16
en 19:4 en in verwijzing naar Christus in Mattheüs 14:33,
28:9 en 28:17. Wat is de reden van deze inconsistentie? Wanneer
de NWV consistent zou zijn in de vertaling van "proskuneo"
met "aanbidden," hoe zouden bovenstaande verzen die naar Christus
verwijzen dan luiden? |
|
|
| De vragensteller denkt zich in dat woorden
geen variatie in betekenis kunnen hebben afhankelijk van de
context waarin ze gebruikt worden. Volgens Strong's lexicon
heeft "proskuneo" echter diverse betekenisnuances en wordt
het gebruikt om een daad van respect te uiten voor een menselijke
regeerder of hoogwaardigheidsbekleder. Het wordt niet altijd
gebruikt om wat wij een daad van aanbidding noemen te beschrijven.
De NWV is volledig gerechtvaardigd een onderscheid te maken
tussen het Oosterse gebruik of hulde brengen aan een menselijke
superieur en het doen van een daad van aanbidding voor God.
De vraag die personen met onderscheidingsvermogen zich
zouden moeten stellen is deze: Wanneer het buigen van de
apostelen voor Jezus aangeeft dat ze dachten dat Jezus God
was, voor wie boog Jezus zich dan neer in het Hof van Gethsémané
toen hij zich neerknielde? Moeten we ons soms indenken dat
één derde van de drieëenheid de andere 66% van de godheid
aanbidt?
|
|
| 39. Jezus Christus
wordt in Jesaja 9:6 "Sterke God" genoemd ("Want een kind is
ons geboren, een zoon is ons gegeven...En zijn naam zal worden
genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God..."). Jehovah wordt
in Jesaja 10:20, 21 "Sterke God" genoemd. Hoe kan dat wanneer
er slechts ÉÉN God is? Jezus wordt in Jesaja 9:6 ook de "Eeuwige
Vader" genoemd, dat is zonder begin en zonder einde, hoe kan
dit wanneer Christus niet God is, maar "geschapen" is door
God? Als "Sterke God" en "Eeuwige Vader" allen titels zijn
die aan Christus gegeven worden, waarom zou hem dan enige
"titel" gegeven worden in de schrift die niet nauwkeurig op
hem van toepassing is? |
|
|
| In de GNB luidt de specifieke schriftplaats
als volgt: "Er is een kind geboren, we hebben weer een
koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal
hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader,
Vredevorst."
Nauwkeurige lezers zullen opmerken dat de profetie in
Jesaja zegt dat de Messias bij namen als Sterke God, Eeuwige
Vader genoemd "zal" worden. Als dat een verwijzing
naar Jehovah was geweest, had hij reeds als zodanig
bekend gestaan op het moment dat de profetie geschreven
werd. Ten tweede staan Trinitariërs voor de taak de duidelijke
absurditeit uit te leggen dat de Zoon van God ook zijn eigen
Vader is. Dat is een onoverkomelijk obstakel in het licht
van het feit dat zelfs de meest vurige Trinitariër zal toegeven
dat er een onderscheid bestaat tussen de Vader en de Zoon
van hun vermeende drieënige godheid. Ten derde, een vorst
is een zoon van een koning. Jehovah is de Koning, niet een
vorst.
Jezus is een Sterke God omdat Jehovah hem aanstelt tot
die hoge positie. Dat is in feite wat de profetie voorzegt,
namelijk dat de Messias de troon van David zal erven en
Gods koninkrijk zal regeren in plaats van God. Jezus wordt
de Eeuwige Vader van de mensheid, omdat hij de doden terug
tot leven brengt en hen eeuwig leven schenkt. De Bijbel
legt uit hoe onze oorspronkelijke vader, Adam, dood bracht
over het gehele ras. Jezus wordt de Laatste Adam
genoemd, omdat hij Adam vervangt als vader van de mensheid.
Hij zal onze Eeuwige Vader worden, wanneer hij de dood vernietigt
en eeuwig leven aan Adams nageslacht schenkt.
|
|
| 40. In Handelingen
17:31 zegt Paulus: "Want hij heeft een dag vastgesteld waarop
hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid te
oordelen door een MAN die hij heeft aangesteld, en hij heeft
alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem uit de
doden heeft opgewekt." Geloofde Paulus dat de toekomstige
rechter van de wereld, Jezus Christus, een onsterfelijke MAN
of een onzichtbaar geestelijk schepsel zou zijn? Evenzo schrijft
Paulus na Jezus' dood in 1 Tim. 2:5: "Want er is één God en
één middelaar tussen God en mensen, een MENS, Christus Jezus."
Geloofde Paulus, toen hij in de tegenwoordige tijd sprak,
dat Jezus een onzichtbare geest was of een "mens"? |
|
|
| Paulus kende Christus persoonlijk als een
onzichtbare machtige geest. Hij heeft Jezus nooit als mens
ontmoet. Hij onderscheidt zich ook doordat hij de enige
mens is die Jezus in zijn verheerlijkte toestand na zijn opstijging
naar de hemel heeft gezien. Paulus zal toch zeker de waarheid
kennen over deze kwestie. Toen hij de opstanding van Christus
in het 15de hoofdstuk van 1 Korinthiërs besprak, zei Paulus:
"Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen, daarna aan alle
apostelen; doch het laatst van allen is hij ook aan mij verschenen
als aan een te vroeg geborene." (1 Korinthiërs 15:7)
Waarom zei Paulus dat zijn persoonlijke ontmoeting met
Jezus op de weg naar Damaskus als een te vroeg geborene
was? De reden is dat alle anderen die Christus na zijn opstanding
zagen, Christus zagen terwijl hij in één of andere menselijke
vorm verscheen. Paulus zag Christus echter zoals hij nu
is, in zijn verheerlijkte geestelijke toestand. Het was
alsof Paulus te vroeg geboren was, in dat de anderen van
de 144.000 niet het voorrecht zullen hebben Jezus in de
geest te zien voordat ze als geestelijke zonen in de hemel
geboren zijn. Daarom vergeleek Paulus zijn ervaring met
te vroeg geboren worden. Echter, hij verwees naar Jezus
als een mens omdat Jezus, zoals duidelijk moge zijn, eens
een mens was, en als gevolg van zijn getrouwheid
als een mens beloonde God hem door hem tot hemelse
koning te maken. Anders gezegd: ondanks dat Jezus niet nog
steeds een mens is, kwalificeerde zijn loopbaan als
mens hem als oordeler van de mensheid, in die zin is het
dus passend om over hem als een mens te spreken.
|
|
|
|
|