Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

31. In Fil. 2:9 voegt de NWV het woord "andere" in, terwijl het niet voorkomt in het oorspronkelijke Grieks (zie Grieks-Engelse Interlinear). Waarom is dit woord ingevoegd? Is het woord "Jehovah" een naam? Zie Exodus 6:3, Psalm 83:18 en Jesaja 42:8. Hoe zou het vers luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd? Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. Als Christenen worden vervolgd ter wille van Jehovah's naam, waarom zei Christus de eerste Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van zijn (Jezus') naam, in plaats van die van Jehovah? Als de naam "Jehovah" zo belangrijk is, waarom zegt Handelingen 4:12 dan: "Bovendien is er in niemand anders redding, want er is onder de hemel geen andere naam [vers 10 Jezus Christus] die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden?" Als deze leerstellingen van het WTG juist zijn, zou dit dan geen logische plaats zijn geweest voor God om de naam "YHWH" of "Jehovah" te gebruiken?


De NWV heeft de Schrift niet veranderd. Elke vertaling voegt woorden in wanneer het de betekenis van de tekst ten goede komt. Suggereren dat de NWV zich schuldig maakt aan iets duisters is eenvoudig niet eerlijk. Maar, in plaats van dit doolhof aan vragen trachten te verhelderen, zal de lezer meer hebben aan een eenvoudige redenatie over het vers in kwestie. Filippenzen 2:9 luidt: "Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is, zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader."

De context van Filippenzen onthult dat Jezus een nederige en gewillige dienstknecht van God is, die vrijwillig zijn bevoorrechte plaats in de hemel verliet en naar de aarde kwam en een verschrikkelijke dood stierf aan een martelpaal. Daarom zei Paulus "juist daarom heeft God hem verhoogd." Het maakt niet uit welke vertaling iemand verkiest te lezen, de waarheid is nog steeds duidelijk voor degenen die niet gevormd zijn door misleiding: God verhoogde Christus en gaf hem een naam boven alle anderen. Wat betekent het woord "gaf" volgens jou? Het betekent dat God Jezus de meest verhoogde plaats in het universum gaf als beloning voor zijn getrouwheid. Dat is de eenvoudige waarheid. Christus Jezus verhoogde niet zijn eigen naam. Dat deed Jehovah. Alles wat die kostbare waarheid verdraait, is antichristelijk en van de Duivel.



32. De NWV vertaalt Matth. 25:46 met: "En dezen zullen heengaan in de eeuwige afsnijding..." Het Griekse woord dat is vertaald met "afsnijding" is "kolasis" (Strong's #2851). Volgens Strong's Greek Dictionary kan dit woord enkel "correctie, straf of bestraffing" betekenen, maar wordt er niet verwezen naar "afsnijden." Wanneer het woord "kolasis" juist was vertaald met "correctie, straf of bestraffing," zoals dat zou moeten volgens Strong's Greek Dictionary, hoe zou dit vers dan luiden?


Ongeacht welk woord er wordt gebruikt, Mattheüs 25:46 contrasteert eeuwig leven en eeuwige straf. De NBG51 luidt: "En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven." Wanneer degenen die gestraft worden gemarteld worden in een hels vuur, zoals je ongetwijfeld aanneemt, zouden zij ook eeuwig moeten leven om de eeuwigdurende marteling te doorstaan. Eeuwig leven is echter niet ons geboorterecht. Het is een gave van God. De eeuwigdurende straf is eeuwigdurende dood - of permanent afgesneden zijn van leven.

Ergens anders maakt de Schrift duidelijk dat het definitieve oordeel over de symbolische bokken uit Christus' illustratie eeuwige vernietiging is - niet eeuwigdurende marteling in de hel. 2 Thessalonicenzen 1:9, 10 luidt in de GNB bijvoorbeeld: "Hun straf zal de eeuwige ondergang zijn, ze zullen verwijderd worden uit de tegenwoordigheid van de Heer, ver van zijn machtige heerlijkheid. Hetzal gebeuren op die grote dag, wanneer hij komt om de hulde in ontvangst te nemen van wie hem toebehoren, de eerbewijzen van allen die het geloof hebben aanvaard."

Wat betekent het woord "ondergang" volgens jou?



33. Volgens de schrift is Jezus "de eerste en de laatste" (Openb. 1:17, 18), de "eerste en de laatste" is "de Alfa en de Omega" (Openb. 22:13), en "de Alfa en de Omega" is God (Openb. 1:8). Met andere woorden, Jezus = "de eerste en de laatste" = "de Alfa en de Omega" = God. Hoe kan dit wanneer Jezus niet God is?


Jehovah en Jezus delen titels, ondanks dat er subtiele verschillen bestaan in de plaats die elk van hen inneemt. Alfa en Omega, het Griekse equivalent van het Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende titel die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft gehad. En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven, maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn eerstgeboren en eniggeboren Zoon.

Als zijnde de eerstegeborene Zoon van heel de Schepping is Jezus uniek onder al Gods zonen, in dat hij het eerste en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door bemiddeling van de Zoon. Dat is ook de reden waarom Jezus de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd. Jezus is ook het eerste schepsel dat een opstanding uit de dood heeft gekregen tot onsterfelijkheid. Daarom noemt de Bijbel hem de "eerstgeborene uit de doden." In Kolossenzen 1:18 zegt Paulus het volgende over Christus: "Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste zou worden." Het volgende vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in alle dingen de eerste te maken.

Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook. Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.



34. Daar het WTG het gebruik van bloedtransfusies verbiedt, waarom staat het dan de infusie van albumine, stollingsfactoren en gammaglobulinen toe, welke allemaal afkomstig zijn uit menselijk bloed? Daar Handelingen 15:29 duidelijk verwijst naar de oude Joodse wet van het niet ETEN van bloed (Gen. 9:4, Lev. 3:17, Deut. 12:16), en daar het WTG haar leerstellingen zo vaak heeft gewijzigd op belangrijke gebieden zoals orgaantransplantaties, de definitie van "geslacht," het jaar van Armageddon, enz., enz., en deze veranderingen eenvoudigweg "Nieuw Licht" noemt, hoe kan je er dan zeker van zijn dat ze op een dag hun leerstelling omtrent bloedtransfusies niet zullen wijzigen en ook daarnaar verwijzen als "Nieuw Licht."


Het zou heel goed kunnen dat het Wachttorengenootschap het verbod op het nemen van bloedtransfusies op een dag zal verlaten. Het is niet waarschijnlijk, maar het is ook niet geheel uitgesloten. Het maakt in werkelijkheid echter niet uit of ze het wel of niet doen. Jehovah's Getuigen weten wat de Bijbel leert over dat onderwerp en elk van ons die geestelijk volwassen is, weet dat we uiteindelijk voor het oordeel voor Jehovah komen te staan.


35. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom verandert het Gods woord dan door de woorden "zelf" en "[ware]" toe te voegen aan Prediker 12:7 wanneer deze woorden niet in het Hebreeuws voorkomen? Hoe zou dit vers luiden zonder de toevoeging van deze woorden? Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spr. 30:5, 6. Wanneer datgene wat het WTG leert over de geest van de mens juist is, hoe kan de "geest" van een mens dan terugkeren naar God nadat het lichaam gestorven is en naar de aarde terugkeert?


De NWV heeft het Woord van God niet veranderd. Het woord 'zelf' is onbetekenend en verandert niets. Wat betreft de uitdrukking [ware] God: De Nieuwe Wereldvertaling legt in de appendix uit dat er honderden plaatsen in de Schrift zijn waar het Hebreeuwse woord voor God, Elohim, vooraf wordt gegaan door het bepalend lidwoord. Wanneer dat in verwijzing naar Jehovah gebeurt, gebruikt de NWV altijd de uitdrukking de "[ware] God" om het onderscheid duidelijk te maken. Letterlijk zou de uitdrukking "de God" zijn, maar dat is een vreemde uitdrukking in het Nederlands. De vertalers hebben dus een woord gebruikt dat de uitdrukking "de God" onderscheidt van het gebruik van Elohim zonder het bepalend lidwoord. Wat betreft de geest die terugkeert naar de ware God die ze gegeven heeft, dat betekent eenvoudig dat de toekomstige levensvooruitzichten van de overleden persoon bij God liggen. In de NBG51 luidt Prediker 12:7: "en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft." De GNB luidt: "Je lichaam vergaat tot stof, keert terug in de aarde, waaruit het kwam; en je levensadem keert terug naar God, die hem gegeven heeft."

De NWV luidt: "Dan keert het stof terug tot de aarde, net zoals het geweest is, en de geest zelf keert terug tot de [ware] God, die hem gegeven heeft."

Zoals elke lezer kan zien is er niets veranderd aan de tekst. Er bestaat enkel een variatie in de vertalingen. De tekstuele variaties zijn echter onbeduidend en veranderen niet de betekenis. De Bijbel zegt eenvoudig dat we bij de dood vergaan tot stof en de levengevende geest tot God terugkeert.



36. Het WTG boek U Kunt Voor Eeuwig in een Paradijs op Aarde Leven zegt op blz. 47: "De Bijbelse bewijzen tonen aan dat Christus in het jaar 1914 G.T. op de door God bestemde tijd wedergekomen is en begon te regeren." Er wordt ook gezegd: "Evenzo betekent Christus' wederkomst niet dat hij letterlijk naar deze aarde terugkomt. Er wordt veeleer mee bedoeld dat hij met betrekking tot deze aarde Koninkrijksmacht aanvaardt en zijn aandacht op de aarde richt." In 1 Kor. 11:26 schrijft Paulus: "...want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, blijft gij de dood des Heren verkondigen, totdat hij gekomen is." Als Christus in 1914 gekomen is, waarom blijven Jehovah's Getuigen dan nemen van het brood en de wijn? Zouden ze daar in 1914 niet mee gestopt moeten zijn?


Niet noodzakelijkerwijs. Of Jezus' parousia nu begon in 1914 of in een toekomende tijd zal beginnen, de uitdrukking "totdat hij gekomen is," zoals het in verband staat met de gerechtigde deelnemers aan het brood en de wijn, heeft te maken met Jezus die aankomt om zijn op zijn bruid gelijkende gemeente tot zichzelf aan te nemen. Jezus zei dat de definitieve verzameling van zijn uitverkorenen gedurende zijn tegenwoordigheid zou plaatsvinden; gedurende een tijd van ongekende wereldwijde verdrukking. Wanneer het laatste overlevende lid van de bruid van Christus gestorven is en de bruiloft van het Lam in de hemel plaatsvindt, zal er niet langer een ceremoniëel eten van de symbolen van Christus' dood plaatsvinden. Hij zal in die tijd volledig gekomen zijn.


37. In Handelingen 2:26, 27 citeert Petrus, in verwijzing naar de tijd die de dode Jezus in het graf doorbracht, David die aan Christus refereert: "Daarom werd mijn hart vrolijk en verheugde mijn tong zich zeer. Bovendien zal zelfs MIJN VLEES IN HOOP VERBLIJVEN, want gij zult mijn ziel in Hades niet verlaten…" Als Jezus' lichaam vernietigd was terwijl hij in het graf was, waarom zegt hij dan zijn zijn "vlees in hoop zal verblijven"? Voor welke "hoop" verbleef zijn "vlees"? Wanneer er geen bewustzijn is na de dood, hoe kan hij dan überhaupt "hopen."


Petrus citeerde uit de 16de Psalm. In die Psalm uitte David zijn vertrouwen in de opstanding. David zei het volgende terwijl hij in leven was: "Ook zal mijn eigen vlees in zekerheid verblijven." David zei niet dat zijn vlees in zekerheid verbleef na zijn dood. We kunnen terecht aannemen dat Davids lichaam in het graf verging. Petrus gaf dit feitelijk aan toen hij in het 29ste vers verder zei: "Mannen, broeders, het is toegestaan met vrijmoedigheid van spreken betreffende het familiehoofd David tot u te zeggen dat hij zowel overleden als begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag." (Handelingen 2:29) Davids vlees verbleef in zekerheid terwijl hij in leven was, vanwege de hoop op de opstanding.

Nu van toepassing op Jezus, Jezus had ook de hoop op een opstanding. Hij was zeker in de wetenschap dat Jehovah hem een opstanding zou geven en hem niet zou verlaten om slechts weg te rotten in het graf. Daarom was hij bereid te sterven, omdat hij hoop had. Hebreeën 12:2 zegt hetzelfde: "Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten."



38. In de Nieuwe Wereldvertaling wordt het woord "proskuneo" wanneer het wordt gebruikt in verwijzing naar God elke keer vertaald met "aanbidden" (Openbaring 5:14; 7:1; 11:16; 19:4; Johannes 4:20; enz.). Elke keer wanneer "proskuneo" wordt gebruikt in verwijzing naar Jezus, wordt het vertaald met "hulde brengen" (Mattheüs 14:33; 28:9; 28:17; Lukas 24:52; Hebreeën 1:6; enz.), terwijl het in het Grieks hetzelfde woord is (zie Grieks-Engelse Interlinear). Vergelijk vooral het Griekse woord "prosekunhsan" wanneer het gebruikt wordt in verwijzing naar God in Openbaring 5:14, 7:11, 11:16 en 19:4 en in verwijzing naar Christus in Mattheüs 14:33, 28:9 en 28:17. Wat is de reden van deze inconsistentie? Wanneer de NWV consistent zou zijn in de vertaling van "proskuneo" met "aanbidden," hoe zouden bovenstaande verzen die naar Christus verwijzen dan luiden?


De vragensteller denkt zich in dat woorden geen variatie in betekenis kunnen hebben afhankelijk van de context waarin ze gebruikt worden. Volgens Strong's lexicon heeft "proskuneo" echter diverse betekenisnuances en wordt het gebruikt om een daad van respect te uiten voor een menselijke regeerder of hoogwaardigheidsbekleder. Het wordt niet altijd gebruikt om wat wij een daad van aanbidding noemen te beschrijven. De NWV is volledig gerechtvaardigd een onderscheid te maken tussen het Oosterse gebruik of hulde brengen aan een menselijke superieur en het doen van een daad van aanbidding voor God.

De vraag die personen met onderscheidingsvermogen zich zouden moeten stellen is deze: Wanneer het buigen van de apostelen voor Jezus aangeeft dat ze dachten dat Jezus God was, voor wie boog Jezus zich dan neer in het Hof van Gethsémané toen hij zich neerknielde? Moeten we ons soms indenken dat één derde van de drieëenheid de andere 66% van de godheid aanbidt?



39. Jezus Christus wordt in Jesaja 9:6 "Sterke God" genoemd ("Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven...En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God..."). Jehovah wordt in Jesaja 10:20, 21 "Sterke God" genoemd. Hoe kan dat wanneer er slechts ÉÉN God is? Jezus wordt in Jesaja 9:6 ook de "Eeuwige Vader" genoemd, dat is zonder begin en zonder einde, hoe kan dit wanneer Christus niet God is, maar "geschapen" is door God? Als "Sterke God" en "Eeuwige Vader" allen titels zijn die aan Christus gegeven worden, waarom zou hem dan enige "titel" gegeven worden in de schrift die niet nauwkeurig op hem van toepassing is?


In de GNB luidt de specifieke schriftplaats als volgt: "Er is een kind geboren, we hebben weer een koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst."

Nauwkeurige lezers zullen opmerken dat de profetie in Jesaja zegt dat de Messias bij namen als Sterke God, Eeuwige Vader genoemd "zal" worden. Als dat een verwijzing naar Jehovah was geweest, had hij reeds als zodanig bekend gestaan op het moment dat de profetie geschreven werd. Ten tweede staan Trinitariërs voor de taak de duidelijke absurditeit uit te leggen dat de Zoon van God ook zijn eigen Vader is. Dat is een onoverkomelijk obstakel in het licht van het feit dat zelfs de meest vurige Trinitariër zal toegeven dat er een onderscheid bestaat tussen de Vader en de Zoon van hun vermeende drieënige godheid. Ten derde, een vorst is een zoon van een koning. Jehovah is de Koning, niet een vorst.

Jezus is een Sterke God omdat Jehovah hem aanstelt tot die hoge positie. Dat is in feite wat de profetie voorzegt, namelijk dat de Messias de troon van David zal erven en Gods koninkrijk zal regeren in plaats van God. Jezus wordt de Eeuwige Vader van de mensheid, omdat hij de doden terug tot leven brengt en hen eeuwig leven schenkt. De Bijbel legt uit hoe onze oorspronkelijke vader, Adam, dood bracht over het gehele ras. Jezus wordt de Laatste Adam genoemd, omdat hij Adam vervangt als vader van de mensheid. Hij zal onze Eeuwige Vader worden, wanneer hij de dood vernietigt en eeuwig leven aan Adams nageslacht schenkt.



40. In Handelingen 17:31 zegt Paulus: "Want hij heeft een dag vastgesteld waarop hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid te oordelen door een MAN die hij heeft aangesteld, en hij heeft alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem uit de doden heeft opgewekt." Geloofde Paulus dat de toekomstige rechter van de wereld, Jezus Christus, een onsterfelijke MAN of een onzichtbaar geestelijk schepsel zou zijn? Evenzo schrijft Paulus na Jezus' dood in 1 Tim. 2:5: "Want er is één God en één middelaar tussen God en mensen, een MENS, Christus Jezus." Geloofde Paulus, toen hij in de tegenwoordige tijd sprak, dat Jezus een onzichtbare geest was of een "mens"?


Paulus kende Christus persoonlijk als een onzichtbare machtige geest. Hij heeft Jezus nooit als mens ontmoet. Hij onderscheidt zich ook doordat hij de enige mens is die Jezus in zijn verheerlijkte toestand na zijn opstijging naar de hemel heeft gezien. Paulus zal toch zeker de waarheid kennen over deze kwestie. Toen hij de opstanding van Christus in het 15de hoofdstuk van 1 Korinthiërs besprak, zei Paulus: "Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen, daarna aan alle apostelen; doch het laatst van allen is hij ook aan mij verschenen als aan een te vroeg geborene." (1 Korinthiërs 15:7)

Waarom zei Paulus dat zijn persoonlijke ontmoeting met Jezus op de weg naar Damaskus als een te vroeg geborene was? De reden is dat alle anderen die Christus na zijn opstanding zagen, Christus zagen terwijl hij in één of andere menselijke vorm verscheen. Paulus zag Christus echter zoals hij nu is, in zijn verheerlijkte geestelijke toestand. Het was alsof Paulus te vroeg geboren was, in dat de anderen van de 144.000 niet het voorrecht zullen hebben Jezus in de geest te zien voordat ze als geestelijke zonen in de hemel geboren zijn. Daarom vergeleek Paulus zijn ervaring met te vroeg geboren worden. Echter, hij verwees naar Jezus als een mens omdat Jezus, zoals duidelijk moge zijn, eens een mens was, en als gevolg van zijn getrouwheid als een mens beloonde God hem door hem tot hemelse koning te maken. Anders gezegd: ondanks dat Jezus niet nog steeds een mens is, kwalificeerde zijn loopbaan als mens hem als oordeler van de mensheid, in die zin is het dus passend om over hem als een mens te spreken.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman