Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

51. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom vertaalt het de zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos" in Kol. 2:7, Kol. 2:9, Matth. 14:2, Mark. 6:14, Luk. 23:22, Joh. 4:14, Hand. 20:10, 1 Kor. 2:11, Efez. 1:10, Kol. 1:19, Hebr. 10:38, 1 Joh. 2:15, 3:5, 3:15, enz. dan met "in hem," maar vertaalt het dezelfde Griekse uitdrukking in 2 Kor. 1:20, 5:21 en Kol. 2:10 met "door tussenkomst van," in Kol. 2:11 met "in gemeenschap met hem," in 2 Kor. 1:19, 1 Joh. 2:8, 10 met "in zijn geval" en in Joh. 14:11, 2 Kor. 13:5, Efez. 1:4, Fil. 3:9, Kol. 2:6, 2 Thess. 1:12, 1 Joh. 1:5, 2:5, 2:27, 2:28, 3:6, 4:13, 4:15 en 4:16 met "in eendracht met hem"? Zie Grieks-Engelse Interlinear. Wat is de reden voor de toevoeging van woorden aan deze verzen en voor de inconsistentie in de vertaling van de zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos"? Als de NWV deze zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos" in alle bovenstaande verzen had vertaald met "in hem," hoe zouden ze dan luiden? Tracht het WTG het punt van de auteur te verbergen, dat het Christelijke leven bestaat uit een bovennatuurlijke relatie met Christus?


Er zijn ettelijke Bijbelvertalingen, al was het alleen maar om het eenvoudige feit dat er meer dan één manier is om hetzelfde te zeggen. Vertalers zijn niet gebonden aan een één of andere universele wet die voorschrijft dat elk woord wanneer het voorkomt altijd op dezelfde manier vertaald moet worden. Geen enkele vertaling doet dat. Woorden hebben een betekenis in overeenstemming met hun gebruik in elke context.

Wat betreft de "bovennatuurlijke relatie" die volgens jou door het Wachttorengenootschap wordt verborgen, het is waarschijnlijker dat de vragensteller zich indenkt dat de Bijbel zijn idee over een soort van metafysische, mystieke Christus zou moeten ondersteunen. We laten het aan de vragensteller over hier opheldering over te geven.



52. Joh. 1:3 zegt dat Jezus "ALLE dingen" geschapen heeft. Wat betekent het woord "alle" volgens jou? In Jesaja 44:24 zegt God dat hij "GEHEEL ALLEEN" de hemelen en de aarde geschapen heeft en stelt de vraag: "Wie was bij mij?" toen hij de hemelen en de aarde schiep. Wanneer datgene wat het WTG leert over de natuur van Christus juist is, hoe kon God dan "geheel alleen" zijn geweest toen de hemelen en aarde geschapen werden wanneer Christus daarvoor was geschapen? Als Jezus geschapen is door God, zou hij dan niet bij God zijn geweest wanneer al het andere werd geschapen? Evenzo, als Christus een schepsel is, zou Jezus zichzelf hebben moeten scheppen volgens Joh 1:3. Hoe zou dat mogelijk kunnen zijn?


Terwijl de vragensteller kennelijk een diepgaand begrip heeft van fundamentele woorden als "alle," geeft hij blijk van een groot gebrek aan geestelijk bevattingsvermogen.

De context van Jesaja heeft te maken met Jehovah die zijn superioriteit over afgoden verklaart. Op een andere plaats wordt echter duidelijk dat er iemand bij Jehovah was in het begin. Het is in feite Johannes 1:1 waar onthuld wordt dat een entiteit genaamd "het Woord" bij God was in het begin. En natuurlijk zijn geïnformeerde lezers bekend met de uitnodiging die God deed aan een-toen-anoniem persoon, toen hij zei: "Laten wij de mens maken naar ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis." Wat betekenen de woorden "ons" en "onze" volgens jou? Het moge duidelijk zijn dat Jehovah God niet in zichzelf aan het mompelen was. Er was iemand dicht bij Jehovah gedurende de schepping. Het waren echter niet de onmachtige valse goden en afgoden die Jehovah in Jesaja aan de kaak stelde. De Schrift onthult dat degene naar wie God verwees als zijnde in zijn eigen gelijkenis niemand anders is dan Christus.



53. Als Christus geschapen is door God en de wijsheid van God was (Spr. 8:1-4, 12, 22-31), dan had God het voordat Jezus geschapen was zonder wijsheid moeten stellen. Hoe is het mogelijk dat God ooit zonder wijsheid zou zijn? In Spr. 8:2 wordt de vrouwelijke vorm van het Hebreeuwse werkwoord "natsab" gebruikt. Dit kan alleen worden vertaald met "ZE heeft post gevat." Evenzo wordt in Spr. 8:3 de vrouwelijke vorm van het Hebreeuwse werkwoord "ranan" gebruikt. Dit kan alleen worden vertaald met "ZE blijft luidkeels roepen." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom gebruikt het in deze verzen dan het onzijdige voornaamwoord "het" ('it" in het Engels - vertalers) gebruikt, wanneer het vrouwelijke voornaamwoord "ze" wordt vereist? (Opmerking van de vertalers: In het Nederlands is deze vraag niet van toepassing, daar de Nederlandse grammatica vereist dat het woord "ze" wordt gebruikt. Dit is in de Nederlandse NWV dan ook het geval.) Hoe kan Christus de wijsheid van God zijn in Spr. 8, wanneer de vrouwelijke vorm van de werkwoorden wordt gebruikt? Als toevoeging, waarom gebruikt de NWV het onzijdige voornaamwoord "het" ("it" in het Engels - vertalers), wanneer wijsheid in Spr. 7:4 "zuster" wordt genoemd en "ze" in Spr. 9:4?


Jezus zei eens dat "de wijsheid gerechtvaardigd wordt door haar werken." Met andere woorden, wijsheid wordt beoordeeld op wat ze voortbrengt. Wanneer we redeneren over dat beginsel zou het duidelijk moeten zijn dat er, voordat God begonnen was met enig scheppingswerk, niets was waaraan Gods wijsheid gemeten kon worden. En niet alleen dat, maar voor de schepping waren er geen intelligente geesten die de werken van God maar konden zien of beoordelen - in die zin bestond wijsheid dus niet, omdat er niemand was die de wijsheid die God bezat kon bewonderen en op waarde kon schatten. Als de Eerstgeborene van heel de schepping werd Jezus de personificatie van Gods inherente wijsheid. Paulus schreef in Kolossenzen 2:3 dat alle schatten van Gods wijsheid en kennis door God zorgvuldig verborgen zijn in Christus.

Wat betreft de vrouwelijke en onzijdige voornaamwoorden, wijsheid is een eigenschap, geen feitelijk persoon, daarom is wijsheid, ook al wordt het gepersonifiëerd als een persoon, nog steeds een ding en is het dus passend om ernaar te verwijzen als "het" ("it" in het Engels - vertalers).



54. De Bijbel zegt dat: De hemelen het werk van Gods handen zijn (Ps. 102:25), de hemelen het werk van Jezus' handen zijn (Hebr. 1:10); God de aarde gegrondvest heeft (Jes. 48:13), Jezus de aarde gegrondvest heeft (Hebr. 1:10); God onze rechter is (Ps. 50:6, Pred. 12:14, 1 Kron. 16:33), Jezus onze rechter is (2 Tim. 4:1, Openb. 20:12); God de tempel van het Nieuwe Jeruzalem is (Openb. 21:22), Jezus (het Lam) de tempel van het Nieuwe Jeruzalem is (Openb. 21:22); God de alfa en omega is (Openb. 1:8), Jezus de alfa en omega is (Openb. 22:13); God de eerste en laatste is (Jes. 44:6, 48:12), Jezus de eerste en laatste is (Openb. 22:13); God het begin en het einde is (Openb. 21:6), Jezus het begin en het einde is (Openb. 22:13); Alleen God zonden kan vergeven (Luk. 5:21), Jezus zonden vergeeft (Luk. 5:20); God onze hoop is (Ps. 71:5), Jezus onze hoop is (1 Tim. 1:1); God voor onbepaalde tijd is (Deut. 33:27), Jezus voor onbepaalde tijd is (Jes. 9:6, Hebr. 1:10, 11); God zal komen met alle heiligen (Zach. 14:5), Jezus zal komen met alle heiligen (1 Thess. 3:13); Alleen God onze redder is (Jes. 43:11), Jezus onze redder is (Tit. 2:13, 2 Petr. 1:1); God de schepper van het universum is (Jes. 44:24, Jer. 27:5), Jezus de schepper van het universum is (Joh. 1:3); Elke knie zich voor God zal buigen en elke tong bij God zal zweren (Jes. 45:22, 23), elke knie zich voor Jezus zal buigen en elke tong bij hem zal zweren (Fil. 2:10, 11); God dezelfde is en zijn jaren niet voltooid zullen worden (Ps. 102:27), Jezus dezelfde is en zijn jaren niet voltooid zullen worden (Hebr. 1:12); God niet verandert (Mal. 3:6), Jezus niet verandert (Hebr. 13:8); God boven allen is (Ps. 97:9), Jezus boven allen is (Joh. 3:31); de geest van God in ons woont (Rom. 8:9), de geest van Jezus in ons woont (Gal. 4:6); God een steen is waaraan men zich stoot en een rots waarover men struikelt (Jes. 8:14), Jezus een steen der struikeling en een rots des aanstoots is (1 Petr. 2:8); God op 30 zilverstukken geschat is (Zach. 11:12, 13), Jezus op 30 zilverstukken geschat werd (Matth. 26:14-16); God onze herder is (Ps. 23:1), Jezus onze herder is (Joh. 10:11, 1 Petr. 5:4, Hebr. 13:20); God een Sterke God is (Jes. 10:21), Jezus een Sterke God is (Jes. 9:6); God de Heer der Heren is (Deut. 10:17, Ps. 136:3), Jezus de Heer der Heren is (Openb. 17:14); God onze enige Rots is (Jes. 44:8, Ps. 18:2, 94:22), Jezus onze rots is (1 Kor. 10:4); God onze eigenaar is (Jes. 54:5), Jezus onze enige eigenaar is (Judas 4); Niemand ons uit de hand van God kan rukken (Deut. 32:39), niemand ons uit de hand van Jezus kan rukken (Joh. 10:28); God de horen van redding is (2 Sam. 22:3), Jezus de horen van redding is (Luk. 1:68, 69); God vergeldt naar onze werken (Ps. 62:12), Jezus vergeldt naar onze werken (Matth. 16:27, Openb. 22:12); God liefheeft en terechtwijst (Spr. 3:12), Jezus liefheeft en terechtwijst (Openb. 3:19); Gods woord tot onbepaalde tijd zal blijven (Jes. 40:8), Jezus' woorden tot onbepaalde tijd zullen blijven (Matth. 24:35); God een voor onbepaalde tijd durend licht is (Jes. 60:19), Jezus het eeuwige licht is (Joh. 8:12, Openb. 21:23); God de zoekgeraakten zal zoeken (Ezech. 34:16), Jezus zoekt naar de verdwaalde (Luk. 19:10); Paulus een slaaf van God is (Tit. 1:1), Paulus een slaaf van Jezus is (Rom. 1:1) ondanks dat niemand twee meesters als slaaf kan dienen (Matth. 6:24); God Jezus uit de doden opwekte (Gal. 1:1), Jezus zichzelf uit de doden opwekte (Joh. 2:19-21); God onze gids is (Ps. 48:14), Jezus onze gids is (Luk. 1:79); God onze verlosser is (Ps. 70:5, 2 Sam. 22:2), Jezus onze verlosser is (Rom 11:26); God God wordt genoemd (Jes. 44:8), Jezus God wordt genoemd (Jes. 9:6, Joh. 20:28), God de Koning van Israël is (Jes. 44:6), Jezus de Koning van Israël is (Matth. 27:42, Joh. 1:49). Daar de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt, hoe kunnen al deze dingen dan zo zijn wanneer Jezus niet God is?


Lange in elkaar gedraaide vragen die de intentie lijken te hebben de lezer te overweldigen, kunnen het beste op eenvoudige wijze beantwoord worden. De eenvoudige leerstelling uit de Bijbel is dat Jezus Jehovah's Zoon is. Als de eerstgeborene van heel de schepping, gaf God Jezus goedgunstig het voorrecht het universum te scheppen en stelde hij zijn zoon tevens aan om hem in alle dingen te vertegenwoordigen. Het is geen ingewikkeld concept. Menselijke vaders trokken hun eerstgeboren zonen vaak voor, vooral gedurende de dagen van de grote patriarchen. Onder de Joodse Wet ontvingen de eerstgeboren zonen een dubbele erfenis. Waarom zou het ongepast lijken dat Jehovah zijn eerstgeboren zoon alle voorrechten van God schenkt? Of moeten we ons soms indenken dat de eerstgeborene van Jehovah zijn iets volkomen normaals is?


55. In Kol. 2:8 veroordeelt Paulus de "overlevering van mensen" en in Matth. 15:6 veroordeelt Jezus de "overleveringen" van de Farizeeërs die het "woord van God krachteloos" maken, daar hun overleveringen het gebod "Eer uw vader en moeder" krachteloos maakten (Matth. 15:4). In 2 Thess. 2:15 gebiedt de Bijbel ons echter "vast te staan en vast te houden aan de OVERLEVERINGEN die u werden geleerd," en in 1 Thess. 3:6 wordt ons gezegd te wandelen overeenkomstig de "OVERLEVERING" die gij van ons hebt ontvangen," en in 1 Kor. 11:2 wordt gezegd dat de Korinthiërs "vasthouden aan de OVERLEVERINGEN zoals ik [ze] aan u heb doorgegeven." De definitie van het woord "overlevering" wijst op de ongeschreven leringen die via woorden of de mond van de ene generatie op de volgende generatie werden doorgeven. Zie ook 2 Tim. 2:2, 1 Kor. 11:2, 1 Thess. 2:13, 1 Kor. 11:23, 1 Kor. 15:3 en 1 Tim. 6:20, 21. Daar het WTG beweert dat de Bijbel hun "opperste autoriteit" is, aan welke "overleveringen" houden Getuigen zich dan in overeenstemming met de bijbelse geboden?


Paulus moedigde de vroegere Christenen aan zich aan de overleveringen te houden die rechtstreeks tot hen kwamen van de apostelen van Christus. Naarmate de tijd vorderde werden de mondelinge overleveringen van de apostelen echter opgeschreven in wat wij nu kennen als de Christelijke Griekse Geschriften. Jehovah's Getuigen erkennen geen mondelinge overleveringen die belangrijker zouden zijn als de geschreven Woord van God.


56. Maakt het WTG aanspraak op "apostolische successie?? Zo ja, kunnen ze hun wortels dan helemaal tot aan Christus nagaan (Matth. 16:18)? Wie was het die "de fakkel van Gods Geest doorgaf" aan C.T. Russell toen hij de organisatie stichtte? Wat was de naam van deze persoon of personen? Evenzo, daar er beweert wordt dat de gezalfde gelovigen als een organisatie Gods collectieve "getrouwe en beleidvolle slaaf" vormen die als enige mensen in hun begrip van de Schriften leidt, en daar deze organisatie niet eerder tot bestaan kwam dan de eind 19de eeuw, betekent dit dan dat God vele, vele eeuwen lang geen ware vertegenwoordigers op aarde had? Zo niet, wie waren zij dan? Wat waren hun namen? Kun je één Jehovah's Getuige benoemen die voor 1800 leefde?


Het Wachttorengenootschap maakt geen aanspraak op zo'n geschenk van autoriteit als gevolg van apostolische successie. Dat is een Katholieke leerstelling, en wel een onschriftuurlijke.

De apostelen onderwezen dat ze geen opvolger zouden hebben. Paulus zei in Handelingen 20:29, 30: "Ik weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet teder zullen behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken."

Paulus werd ook geïnspireerd om te onthullen wat enkelen van die verdraaide leerstellingen zouden inhouden. In 1 Timotheüs 4:1-3 schreef de apostel: "De geïnspireerde uitspraak zegt echter uitdrukkelijk dat in latere tijdsperiodes sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij aandacht schenken aan misleidende geïnspireerde uitspraken en leringen van demonen, door de huichelarij van mensen die leugens spreken, die in hun geweten gebrandmerkt zijn, die verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van spijzen die God heeft geschapen om met dankzegging te worden gebruikt door hen die geloof hebben en de waarheid nauwkeurig kennen."

Deze profetie wijst rechtstreeks met een beschuldigende vinger naar het Vaticaan, die fundamentele doch door demonen-geïnspireerde leerstellingen houdt als het priesterlijk celibaat en diverse voedselvoorschriften, zoals de straf tegen het eten van vlees op Vrijdag, en andere restricties die verbonden zijn aan Vasten.

In plaats van autoriteit te ontvangen door middel van apostolische successie, ontlenen Jehovah's Getuigen hun autoriteit rechtstreeks aan Christus als gevolg van het feit dat het hart van de organisatie bestaat uit gezalfde Christenen die door middel van Christus in een verbondsverhouding staan met Jehovah, net zoals de oorspronkelijke apostelen en eerste Eeuwse Christenen. Ook voorzei Christus dat hij enkele van zijn slaven rechtstreeks zou aanstellen over zijn huisgezin van dienaren en dat ze uiteindelijk als verantwoordelijke mannen geoordeeld zullen worden.



57. De NWV vertaalt Joh. 1:1 met "…en het Woord was MET God, en het woord was een god." Hoe kan het Woord (Jezus) "een god" zijn, wanneer Deut. 32:39 zegt: "Ziet nu dat ik - ik het ben en er zijn GEEN goden naast mij."? Evenzo, het Griekse woord "Theos" heeft geen lidwoord in Joh. 1:1c en de NWV voegt het onbepaald lidwoord "een" toe, waardoor het luidt: "en het Woord was een god." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom voegt de NWV dan het onbepaald lidwoord "een" niet in andere verzen waar het Griekse woord "Theos" ook geen lidwoord heeft in (bijv. Joh. 1:6, 12, 13, 18, enz.)? Wat is de reden voor deze inconsistentie in vertaling? Als toevoeging, hoe kan Jezus "een god" zijn daar Jezus zegt dat hij kwam tegen degenen die door de profeet "goden" werden genoemd (Joh. 10:35)? Bestaat er zoiets als een "ware" god? Wanneer het WTG dit leert, maakt hen dit dan niet tot polytheïsten?


De Griekse taal kende geen onbepaald lidwoord - "een." Om onderscheid te maken tussen een algemeen iets en een specifiek iets gebruikte de Griekse taal het bepaald lidwoord om iets specifieks aan te duiden. In het vers in kwestie wordt het bepaald lidwoord in de oorspronkelijke taal gebruikt voor één God, maar niet voor de god die in Joh. 1:1 het Woord wordt genoemd. Er staat dus letterlijk dat het Woord met de God was en het woord was God. Nederlandse vertalingen gebruiken het bepaald lidwoord niet voor God - zodat er de God zou staan. Maar, om het juiste begrip van de tekst in de vertaling uit te laten komen, is het voor de vertaler noodzakelijk iets te doen om de lezer te laten weten dat de oorspronkelijke taal een essentiëel onderscheid maakt tussen de twee goden die in deze context worden genoemd. De meeste vertalingen doen dat niet, echter niet allen. Hier is een link naar een artikel waarin diverse vertalingen worden geciteerd die Johannes 1:1 anders weergeven dan de algemene door Trinitariërs gepubliceerde Bijbels.

Suggereren dat de NWV op één of andere wijze met de Bijbel gerotzooid heeft door het onbepaald lidwoord "een" in te voegen, is misleidend. Alle vertalingen voegen het onbepaald lidwoord vrijelijk toe in diverse teksten ondanks dat het niet voorkomt in de oorspronkelijke Griekse tekst. Dit doen ze om een onderscheid te maken tussen Jehovah God en andere goden - net zoals de NWV dat doet in Johannes 1:1. Handelingen 28:6 luidt in de GNB bijvoorbeeld: "De bewoners verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling dood zou neervallen. Maar toen ze na lang wachten zagen dat er niets bijzonders met hem gebeurde, veranderden ze van mening en zeiden: 'Hij is een god!'"

In het bovenstaande vers hebben de vertalers het onbepaald lidwoord "een" ingevoegd, ondanks dat het niet in het Grieks voorkomt. Wanneer ze dit niet hadden gedaan, was er bij de lezer de indruk gewekt dat de Maltezers dachten dat Paulus de Almachtige God was. Dat is natuurlijk in het geheel niet wat zij dachten. Het punt is echter dat de vertalers gerechtvaardigd waren het kleine woordje "een" in te voegen om de tekst in overeenstemming met de betekenis in het Grieks te brengen.

Feit is dat Johannes duidelijk verwijst naar twee aparte entiteiten, daar het hele punt van het vers is aan te tonen dat het Woord met God was; de eerlijke vertalers zijn verplicht de lezer bekend te maken met het onderscheid dat bestaat in de Griekse taal. Dat heeft de NWV gedaan.

Maar, in plaats van te redetwisten over kleine woordjes, zouden waarheidszoekers er goed aan doen te redeneren over Johannes 1:18, waar volgens de NBG51 staat: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen." Jezus is geen rivaliserende valse god zoals de goden der natiën. Jezus is een god die in volledige harmonie is met Jehovah. Volgens Johannes 1:18 is Jezus een god als gevolg van het feit dat Jehovah God, de Vader, hem voortgebracht of verwekt heeft. Is dat ten slotte niet datgene wat een vader doet? Het feit dat niemand op aarde ooit God heeft gezien, sluit uit dat Jezus God is, daar Jezus onmiskenbaar gezien is door mensen.

Het is opmerkelijk dat, wat het handenzwaaiende en bijbelbladerende dogmatisme van de Trinitariërs aangaat, Jezus nooit heeft beweerd dat hij God was, niet één keer. In plaats daarvan zei hij altijd dat hij Gods Zoon was. En Johannes 1:1 is in overeenstemming met de gehele Schrift; dat Jezus met God was sinds het begin - dat is zijn begin - het begin van de schepping.



58. Het WTG leert dat de 144.000 uit Openb. 7:4 en Openb. 14:3 letterlijk opgevat moet worden. Als de passages in de schrift letterlijk opgevat moeten worden, dan zijn de 144.000 allemaal letterlijk mannelijk (Openb. 14:4), Joods (Openb. 7:4-8), maagden (Openb. 14:4). Was Charles Taze Russell een Joodse maagd? Kunnen vrouwen geen deel uitmaken van deze groep? Is iemand van de andere 144.000 personen opgenomen in dit aantal Joodse maagden? Zo niet, hoe kan deze passage, inclusief het aantal van 144.000, dan letterlijk worden opgevat? Welke rechtvaardiging is er voor het wijzigen van interpretatie van letterlijk, in het geval van Openb. 7:4 en 14:3, naar figuurlijk in de direct daarop volgende verzen?


Lezers van de Bijbel die onderscheidingsvermogen bezitten erkennen dat de Schriften niet altijd in strikt letterlijke termen spreken; noch dat ze altijd als symbolisch of allegorisch moeten worden begrepen. De onredelijke geest houdt echter vol dat wanneer de 144.000 letterlijk zijn, dat dan alle profetie in Openbaring letterlijk moet worden genomen. Het is echter dwaas om de Bijbel op zo'n wijze te benaderen. Het is geen kwestie van wijzigen van interpretatie. Het is een kwestie van op intelligente wijze Gods Woord ontcijferen, wat Jehovah's Getuigen in dit geval hebben gedaan.

De 144.000 zijn de geestelijke organisatie die gebouwd is op de 12 apostelen. Zijn de 12 apostelen symbolisch? Wat te denken van de 12 stammen die afstammen van de 12 zonen van Israël? De miljoenen kerkgangers die zijn geïndoctrineerd met het idee dat het hun geboorterecht is om naar de hemel te gaan, hebben weinig begrip van wat Gods koninkrijk nu precies is. Volgens Openbaring zijn de 144.000 Christenen die gekocht zijn uit alle stammen en nationaliteiten en zullen ze koningen en priesters zijn en 1000 jaar met Christus regeren. Dat is het koninkrijk van God.



59. Jezus gebruikt meer dan 50 maal de zinsnede "Voorwaar ik zeg u" in de Bijbel. In de NWV wordt de komma elke keer achter het woord "u" geplaatst, behalve in Lukas 23:43, waar de komma achter het woord "heden" staat. Waarom is de komma in dit vers achter "heden" geplaatst in plaats van achter "u"? Volgens Strong's Greek Dictionary verwijst het woord "paradijs" (Gr. paradeisos - Strong's #3857) naar "het gedeelte van Hades wat volgens de latere Joden werd bezien als de verblijfplaats van de zielen van de godvruchtigen tot de opstanding," waar Jezus zou gaan om na zijn dood te kunnen prediken (1 Petr. 3:18-20, 1 Petr. 4:5, 6). Liet Lukas, door dit woord te gebruiken in plaats van het Griekse woord voor "hemel," niet zien dat Jezus niet verwees naar de hemel toen hij deze bewering deed? Wanneer de vertaling van deze zinsnede in Lukas 23:43 consistent was geweest met deze zinsnede in alle andere verzen waarin het verschijnt (zie concordantie) en de komma achter het woord "u" was geplaatst, hoe zou het vers dan luiden?


Jezus mag dan dikwijls de uitdrukking "voorwaar ik zeg u" hebben gebruikt, maar hij gebruikte slechts éénmaal de uitdrukking "voorwaar ik zeg u heden." De Vragensteller impliceert dat de NWV inconsistent is in de punctuatie van die zinsnede, terwijl de waarheid is dat Jezus die exacte zinsnede slechts bij één gelegenheid gebruikte. De vragensteller lijkt of onwetend te zijn met betrekking tot dit onderwerp of opzettelijk misleidend.

Met betrekking tot de kwestie van de komma: Er bestond geen punctuatie in het origineel, dus is het aan de vertaler om te bepalen hoe het het meest logisch is. Daar het te maken heeft met de leerstellige zaken omtrent de natuur van de ziel en de opstanding, hebben de NWV vertalers de komma achter heden geplaatst, zodat er staat: "Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn." Andere vertalingen plaatsen de komma echter achter "u," wat veroorzaakt dat de zin lijkt te zeggen dat Christus de aan de paal gehangen kwaaddoener beloofde dat hij diezelfde dag in het paradijs zou zijn. Welke vertaling is juist? De NWV is correct omdat Christus simpelweg niet in het paradijs kon zijn die dag, noch de dag erna, noch de dag daar weer na. Jezus stierf die dag. En net zoals Jona drie dagen lang in de buik van de grote vis was, was Jezus evenzo gedeelten van drie dagen begraven in de aarde. Sommige vertalingen zeggen zelfs dat Jezus in de hel was. De meeste redelijke mensen zullen het waarschijnlijk met elkaar eens zijn dat er een groot verschil bestaat tussen paradijs en hel.

Daar Jezus de eerstegeborene uit de doden is, is het onmogelijk dat de aan de paal gehangen kwaaddoener een opstanding kreeg tot het paradijs voordat Christus weer tot leven kwam. Jezus zei tevens dat "indien iemand niet uit water en geest wordt geboren, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan." Dat betekent dat een persoon gedoopt moet worden, niet alleen in water, maar in de zalving van de heilige geest. De zalvende geest was echter pas beschikbaar nadat Christus tot de hemel was teruggekeerd. De waarheid is: de kwaaddoener is nog steeds dood, wachtend op de stem van de Zoon des mensen die hem tot leven zal roepen in het paradijs, net zoals Jezus hem die dag beloofde.

Met betrekking tot de definitie in Strong's: Joodse misvattingen aangaande het paradijs hebben geen invloed op de wijze waarop de Bijbel de term gebruikt. In het 12de hoofdstuk van 2 Korinthiërs verwees Paulus bijvoorbeeld naar het weggerukt worden naar hetgeen hij noemde de "derde hemel" en "paradijs." In plaats van het paradijs in verband te brengen met de hel, associëerde Paulus paradijs met de hemel. De Joden konden het niet meer bij het verkeerde eind hebben. Maar, ondanks dat steeg Christus op de dag van zijn dood niet op naar enige derde hemel of geestelijk paradijs.



60. Wat zijn de namen van de mannen van het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité die het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks hebben vertaald in het Engels voor de NWV? Wat zijn hun geloofsbrieven die hen zouden kwalificeren voor het maken van een Bijbelvertaling? Waarom houdt het WTG de namen van deze personen achter zodat niemand kan nagaan wat hun geloofsbrieven zijn?


Het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité heeft de wens anoniem te blijven. Dat heeft niets te maken met enig gebrek aan wetenschappelijke geloofsbrieven. Het is eenvoudig de manier waarop het Wachttorengenootschap werkt. En het is niet alleen de Nieuwe Wereldvertaling; geen enkel recentelijk boek of tijdschriftenartikel bevat de naam of namen van de auteurs ervan, behalve in het geval van biografische artikelen. Trouwens, ook al zouden de vertalers ongeletterde mensen zijn, een groot deel van de Bijbel is geschreven door mannen die door God-hatende intellectuelen uit die tijd werden bespot als ongeschoolde en gewone mannen. Maar, wanneer de moderne vertaling van de Bijbel volledig was toevertrouwd aan de vermeend geleerde mannen, was het heilige woord van God zonder twijfel reeds lang geleden gedegradeerd tot een supermarkt krantje. Vanuit Jehovah's standpunt bezien is liefde voor de waarheid de voornaamste kwalificatie voor het schrijven, vertalen of interpreteren van zijn Woord.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman