| |
|
|
|
| 51. Als de NWV de meest
nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom
vertaalt het de zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos"
in Kol. 2:7, Kol. 2:9, Matth. 14:2, Mark. 6:14, Luk. 23:22,
Joh. 4:14, Hand. 20:10, 1 Kor. 2:11, Efez. 1:10, Kol. 1:19,
Hebr. 10:38, 1 Joh. 2:15, 3:5, 3:15, enz. dan met "in hem,"
maar vertaalt het dezelfde Griekse uitdrukking in 2 Kor. 1:20,
5:21 en Kol. 2:10 met "door tussenkomst van," in Kol. 2:11
met "in gemeenschap met hem," in 2 Kor. 1:19, 1 Joh. 2:8,
10 met "in zijn geval" en in Joh. 14:11, 2 Kor. 13:5, Efez.
1:4, Fil. 3:9, Kol. 2:6, 2 Thess. 1:12, 1 Joh. 1:5, 2:5, 2:27,
2:28, 3:6, 4:13, 4:15 en 4:16 met "in eendracht met hem"?
Zie Grieks-Engelse Interlinear. Wat is de reden voor de toevoeging
van woorden aan deze verzen en voor de inconsistentie in de
vertaling van de zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos"?
Als de NWV deze zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos"
in alle bovenstaande verzen had vertaald met "in hem," hoe
zouden ze dan luiden? Tracht het WTG het punt van de auteur
te verbergen, dat het Christelijke leven bestaat uit een bovennatuurlijke
relatie met Christus? |
|
|
| Er zijn ettelijke Bijbelvertalingen, al
was het alleen maar om het eenvoudige feit dat er meer dan
één manier is om hetzelfde te zeggen. Vertalers zijn niet
gebonden aan een één of andere universele wet die voorschrijft
dat elk woord wanneer het voorkomt altijd op dezelfde manier
vertaald moet worden. Geen enkele vertaling doet dat. Woorden
hebben een betekenis in overeenstemming met hun gebruik in
elke context.
Wat betreft de "bovennatuurlijke relatie" die volgens
jou door het Wachttorengenootschap wordt verborgen, het
is waarschijnlijker dat de vragensteller zich indenkt dat
de Bijbel zijn idee over een soort van metafysische, mystieke
Christus zou moeten ondersteunen. We laten het aan de vragensteller
over hier opheldering over te geven.
|
|
| 52. Joh. 1:3 zegt dat
Jezus "ALLE dingen" geschapen heeft. Wat betekent het woord
"alle" volgens jou? In Jesaja 44:24 zegt God dat hij "GEHEEL
ALLEEN" de hemelen en de aarde geschapen heeft en stelt de
vraag: "Wie was bij mij?" toen hij de hemelen en de aarde
schiep. Wanneer datgene wat het WTG leert over de natuur van
Christus juist is, hoe kon God dan "geheel alleen" zijn geweest
toen de hemelen en aarde geschapen werden wanneer Christus
daarvoor was geschapen? Als Jezus geschapen is door God, zou
hij dan niet bij God zijn geweest wanneer al het andere werd
geschapen? Evenzo, als Christus een schepsel is, zou Jezus
zichzelf hebben moeten scheppen volgens Joh 1:3. Hoe zou dat
mogelijk kunnen zijn? |
|
|
| Terwijl de vragensteller kennelijk een diepgaand
begrip heeft van fundamentele woorden als "alle," geeft hij
blijk van een groot gebrek aan geestelijk bevattingsvermogen.
De context van Jesaja heeft te maken met Jehovah die zijn
superioriteit over afgoden verklaart. Op een andere plaats
wordt echter duidelijk dat er iemand bij Jehovah was in
het begin. Het is in feite Johannes 1:1 waar onthuld wordt
dat een entiteit genaamd "het Woord" bij God
was in het begin. En natuurlijk zijn geïnformeerde lezers
bekend met de uitnodiging die God deed aan een-toen-anoniem
persoon, toen hij zei: "Laten wij de mens maken naar
ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis."
Wat betekenen de woorden "ons" en "onze" volgens jou? Het
moge duidelijk zijn dat Jehovah God niet in zichzelf aan
het mompelen was. Er was iemand dicht bij
Jehovah gedurende de schepping. Het waren echter niet de
onmachtige valse goden en afgoden die Jehovah in Jesaja
aan de kaak stelde. De Schrift onthult dat degene naar wie
God verwees als zijnde in zijn eigen gelijkenis niemand
anders is dan Christus.
|
|
| 53. Als Christus geschapen
is door God en de wijsheid van God was (Spr. 8:1-4, 12, 22-31),
dan had God het voordat Jezus geschapen was zonder wijsheid
moeten stellen. Hoe is het mogelijk dat God ooit zonder wijsheid
zou zijn? In Spr. 8:2 wordt de vrouwelijke vorm van het Hebreeuwse
werkwoord "natsab" gebruikt. Dit kan alleen worden vertaald
met "ZE heeft post gevat." Evenzo wordt in Spr. 8:3 de vrouwelijke
vorm van het Hebreeuwse werkwoord "ranan" gebruikt. Dit kan
alleen worden vertaald met "ZE blijft luidkeels roepen." Als
de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van
de Bijbel is, waarom gebruikt het in deze verzen dan het onzijdige
voornaamwoord "het" ('it" in het Engels - vertalers)
gebruikt, wanneer het vrouwelijke voornaamwoord "ze" wordt
vereist? (Opmerking van de vertalers: In het Nederlands
is deze vraag niet van toepassing, daar de Nederlandse grammatica
vereist dat het woord "ze" wordt gebruikt. Dit is in de Nederlandse
NWV dan ook het geval.) Hoe kan Christus de wijsheid van
God zijn in Spr. 8, wanneer de vrouwelijke vorm van de werkwoorden
wordt gebruikt? Als toevoeging, waarom gebruikt de NWV het
onzijdige voornaamwoord "het" ("it" in het Engels - vertalers),
wanneer wijsheid in Spr. 7:4 "zuster" wordt genoemd en "ze"
in Spr. 9:4? |
|
|
| Jezus zei eens dat "de wijsheid gerechtvaardigd
wordt door haar werken." Met andere woorden, wijsheid
wordt beoordeeld op wat ze voortbrengt. Wanneer we redeneren
over dat beginsel zou het duidelijk moeten zijn dat er, voordat
God begonnen was met enig scheppingswerk, niets was waaraan
Gods wijsheid gemeten kon worden. En niet alleen dat, maar
voor de schepping waren er geen intelligente geesten die de
werken van God maar konden zien of beoordelen - in die zin
bestond wijsheid dus niet, omdat er niemand was die de wijsheid
die God bezat kon bewonderen en op waarde kon schatten. Als
de Eerstgeborene van heel de schepping werd Jezus de personificatie
van Gods inherente wijsheid. Paulus schreef in Kolossenzen
2:3 dat alle schatten van Gods wijsheid en kennis door God
zorgvuldig verborgen zijn in Christus.
Wat betreft de vrouwelijke en onzijdige voornaamwoorden,
wijsheid is een eigenschap, geen feitelijk persoon, daarom
is wijsheid, ook al wordt het gepersonifiëerd als een persoon,
nog steeds een ding en is het dus passend om ernaar te verwijzen
als "het" ("it" in het Engels - vertalers).
|
|
| 54. De Bijbel zegt
dat: De hemelen het werk van Gods handen zijn (Ps. 102:25),
de hemelen het werk van Jezus' handen zijn (Hebr. 1:10); God
de aarde gegrondvest heeft (Jes. 48:13), Jezus de aarde gegrondvest
heeft (Hebr. 1:10); God onze rechter is (Ps. 50:6, Pred. 12:14,
1 Kron. 16:33), Jezus onze rechter is (2 Tim. 4:1, Openb.
20:12); God de tempel van het Nieuwe Jeruzalem is (Openb.
21:22), Jezus (het Lam) de tempel van het Nieuwe Jeruzalem
is (Openb. 21:22); God de alfa en omega is (Openb. 1:8), Jezus
de alfa en omega is (Openb. 22:13); God de eerste en laatste
is (Jes. 44:6, 48:12), Jezus de eerste en laatste is (Openb.
22:13); God het begin en het einde is (Openb. 21:6), Jezus
het begin en het einde is (Openb. 22:13); Alleen God zonden
kan vergeven (Luk. 5:21), Jezus zonden vergeeft (Luk. 5:20);
God onze hoop is (Ps. 71:5), Jezus onze hoop is (1 Tim. 1:1);
God voor onbepaalde tijd is (Deut. 33:27), Jezus voor onbepaalde
tijd is (Jes. 9:6, Hebr. 1:10, 11); God zal komen met alle
heiligen (Zach. 14:5), Jezus zal komen met alle heiligen (1
Thess. 3:13); Alleen God onze redder is (Jes. 43:11), Jezus
onze redder is (Tit. 2:13, 2 Petr. 1:1); God de schepper van
het universum is (Jes. 44:24, Jer. 27:5), Jezus de schepper
van het universum is (Joh. 1:3); Elke knie zich voor God zal
buigen en elke tong bij God zal zweren (Jes. 45:22, 23), elke
knie zich voor Jezus zal buigen en elke tong bij hem zal zweren
(Fil. 2:10, 11); God dezelfde is en zijn jaren niet voltooid
zullen worden (Ps. 102:27), Jezus dezelfde is en zijn jaren
niet voltooid zullen worden (Hebr. 1:12); God niet verandert
(Mal. 3:6), Jezus niet verandert (Hebr. 13:8); God boven allen
is (Ps. 97:9), Jezus boven allen is (Joh. 3:31); de geest
van God in ons woont (Rom. 8:9), de geest van Jezus in ons
woont (Gal. 4:6); God een steen is waaraan men zich stoot
en een rots waarover men struikelt (Jes. 8:14), Jezus een
steen der struikeling en een rots des aanstoots is (1 Petr.
2:8); God op 30 zilverstukken geschat is (Zach. 11:12, 13),
Jezus op 30 zilverstukken geschat werd (Matth. 26:14-16);
God onze herder is (Ps. 23:1), Jezus onze herder is (Joh.
10:11, 1 Petr. 5:4, Hebr. 13:20); God een Sterke God is (Jes.
10:21), Jezus een Sterke God is (Jes. 9:6); God de Heer der
Heren is (Deut. 10:17, Ps. 136:3), Jezus de Heer der Heren
is (Openb. 17:14); God onze enige Rots is (Jes. 44:8, Ps.
18:2, 94:22), Jezus onze rots is (1 Kor. 10:4); God onze eigenaar
is (Jes. 54:5), Jezus onze enige eigenaar is (Judas 4); Niemand
ons uit de hand van God kan rukken (Deut. 32:39), niemand
ons uit de hand van Jezus kan rukken (Joh. 10:28); God de
horen van redding is (2 Sam. 22:3), Jezus de horen van redding
is (Luk. 1:68, 69); God vergeldt naar onze werken (Ps. 62:12),
Jezus vergeldt naar onze werken (Matth. 16:27, Openb. 22:12);
God liefheeft en terechtwijst (Spr. 3:12), Jezus liefheeft
en terechtwijst (Openb. 3:19); Gods woord tot onbepaalde tijd
zal blijven (Jes. 40:8), Jezus' woorden tot onbepaalde tijd
zullen blijven (Matth. 24:35); God een voor onbepaalde tijd
durend licht is (Jes. 60:19), Jezus het eeuwige licht is (Joh.
8:12, Openb. 21:23); God de zoekgeraakten zal zoeken (Ezech.
34:16), Jezus zoekt naar de verdwaalde (Luk. 19:10); Paulus
een slaaf van God is (Tit. 1:1), Paulus een slaaf van Jezus
is (Rom. 1:1) ondanks dat niemand twee meesters als slaaf
kan dienen (Matth. 6:24); God Jezus uit de doden opwekte (Gal.
1:1), Jezus zichzelf uit de doden opwekte (Joh. 2:19-21);
God onze gids is (Ps. 48:14), Jezus onze gids is (Luk. 1:79);
God onze verlosser is (Ps. 70:5, 2 Sam. 22:2), Jezus onze
verlosser is (Rom 11:26); God God wordt genoemd (Jes. 44:8),
Jezus God wordt genoemd (Jes. 9:6, Joh. 20:28), God de Koning
van Israël is (Jes. 44:6), Jezus de Koning van Israël is (Matth.
27:42, Joh. 1:49). Daar de Bijbel zichzelf niet tegenspreekt,
hoe kunnen al deze dingen dan zo zijn wanneer Jezus niet God
is? |
|
|
| Lange in elkaar gedraaide vragen die de
intentie lijken te hebben de lezer te overweldigen, kunnen
het beste op eenvoudige wijze beantwoord worden. De
eenvoudige leerstelling uit de Bijbel is dat Jezus
Jehovah's Zoon is. Als de eerstgeborene van heel de schepping,
gaf God Jezus goedgunstig het voorrecht het universum te scheppen
en stelde hij zijn zoon tevens aan om hem in alle dingen te
vertegenwoordigen. Het is geen ingewikkeld concept. Menselijke
vaders trokken hun eerstgeboren zonen vaak voor, vooral gedurende
de dagen van de grote patriarchen. Onder de Joodse Wet ontvingen
de eerstgeboren zonen een dubbele erfenis. Waarom zou het
ongepast lijken dat Jehovah zijn eerstgeboren zoon alle voorrechten
van God schenkt? Of moeten we ons soms indenken dat de eerstgeborene
van Jehovah zijn iets volkomen normaals is? |
|
| 55. In Kol. 2:8 veroordeelt
Paulus de "overlevering van mensen" en in Matth. 15:6 veroordeelt
Jezus de "overleveringen" van de Farizeeërs die het "woord
van God krachteloos" maken, daar hun overleveringen het gebod
"Eer uw vader en moeder" krachteloos maakten (Matth. 15:4).
In 2 Thess. 2:15 gebiedt de Bijbel ons echter "vast te staan
en vast te houden aan de OVERLEVERINGEN die u werden geleerd,"
en in 1 Thess. 3:6 wordt ons gezegd te wandelen overeenkomstig
de "OVERLEVERING" die gij van ons hebt ontvangen," en in 1
Kor. 11:2 wordt gezegd dat de Korinthiërs "vasthouden aan
de OVERLEVERINGEN zoals ik [ze] aan u heb doorgegeven." De
definitie van het woord "overlevering" wijst op de ongeschreven
leringen die via woorden of de mond van de ene generatie op
de volgende generatie werden doorgeven. Zie ook 2 Tim. 2:2,
1 Kor. 11:2, 1 Thess. 2:13, 1 Kor. 11:23, 1 Kor. 15:3 en 1
Tim. 6:20, 21. Daar het WTG beweert dat de Bijbel hun "opperste
autoriteit" is, aan welke "overleveringen" houden Getuigen
zich dan in overeenstemming met de bijbelse geboden? |
|
|
| Paulus moedigde de vroegere Christenen aan
zich aan de overleveringen te houden die rechtstreeks tot
hen kwamen van de apostelen van Christus. Naarmate de tijd
vorderde werden de mondelinge overleveringen van de apostelen
echter opgeschreven in wat wij nu kennen als de Christelijke
Griekse Geschriften. Jehovah's Getuigen erkennen geen mondelinge
overleveringen die belangrijker zouden zijn als de geschreven
Woord van God. |
|
| 56. Maakt het WTG aanspraak
op "apostolische successie?? Zo ja, kunnen ze hun wortels
dan helemaal tot aan Christus nagaan (Matth. 16:18)? Wie was
het die "de fakkel van Gods Geest doorgaf" aan C.T. Russell
toen hij de organisatie stichtte? Wat was de naam van deze
persoon of personen? Evenzo, daar er beweert wordt dat de
gezalfde gelovigen als een organisatie Gods collectieve "getrouwe
en beleidvolle slaaf" vormen die als enige mensen in hun begrip
van de Schriften leidt, en daar deze organisatie niet eerder
tot bestaan kwam dan de eind 19de eeuw, betekent dit dan dat
God vele, vele eeuwen lang geen ware vertegenwoordigers op
aarde had? Zo niet, wie waren zij dan? Wat waren hun namen?
Kun je één Jehovah's Getuige benoemen die voor 1800 leefde? |
|
|
|
Het Wachttorengenootschap maakt geen aanspraak op zo'n
geschenk van autoriteit als gevolg van apostolische successie.
Dat is een Katholieke leerstelling, en wel een onschriftuurlijke.
De apostelen onderwezen dat ze geen opvolger zouden
hebben. Paulus zei in Handelingen 20:29, 30: "Ik
weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven
bij u zullen binnendringen, die de kudde niet teder zullen
behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan
die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen achter
zich aan te trekken."
Paulus werd ook geïnspireerd om te onthullen wat enkelen
van die verdraaide leerstellingen zouden inhouden. In 1
Timotheüs 4:1-3 schreef de apostel: "De geïnspireerde
uitspraak zegt echter uitdrukkelijk dat in latere tijdsperiodes
sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij aandacht
schenken aan misleidende geïnspireerde uitspraken en
leringen van demonen, door de huichelarij van mensen die
leugens spreken, die in hun geweten gebrandmerkt zijn, die
verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van spijzen
die God heeft geschapen om met dankzegging te worden gebruikt
door hen die geloof hebben en de waarheid nauwkeurig kennen."
Deze profetie wijst rechtstreeks met een beschuldigende
vinger naar het Vaticaan, die fundamentele doch door demonen-geïnspireerde
leerstellingen houdt als het priesterlijk celibaat en diverse
voedselvoorschriften, zoals de straf tegen het eten van
vlees op Vrijdag, en andere restricties die verbonden zijn
aan Vasten.
In plaats van autoriteit te ontvangen door middel van apostolische
successie, ontlenen Jehovah's Getuigen hun autoriteit rechtstreeks
aan Christus als gevolg van het feit dat het hart van de
organisatie bestaat uit gezalfde Christenen die door middel
van Christus in een verbondsverhouding staan met Jehovah,
net zoals de oorspronkelijke apostelen en eerste Eeuwse
Christenen. Ook voorzei Christus dat hij enkele van zijn
slaven rechtstreeks zou aanstellen over zijn huisgezin van
dienaren en dat ze uiteindelijk als verantwoordelijke mannen
geoordeeld zullen worden.
|
|
| 57. De NWV vertaalt
Joh. 1:1 met "…en het Woord was MET God, en het woord was
een god." Hoe kan het Woord (Jezus) "een god" zijn, wanneer
Deut. 32:39 zegt: "Ziet nu dat ik - ik het ben en er zijn
GEEN goden naast mij."? Evenzo, het Griekse woord "Theos"
heeft geen lidwoord in Joh. 1:1c en de NWV voegt het onbepaald
lidwoord "een" toe, waardoor het luidt: "en het Woord was
een god." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling van de Bijbel is, waarom voegt de NWV dan het onbepaald
lidwoord "een" niet in andere verzen waar het Griekse woord
"Theos" ook geen lidwoord heeft in (bijv. Joh. 1:6, 12, 13,
18, enz.)? Wat is de reden voor deze inconsistentie in vertaling?
Als toevoeging, hoe kan Jezus "een god" zijn daar Jezus zegt
dat hij kwam tegen degenen die door de profeet "goden" werden
genoemd (Joh. 10:35)? Bestaat er zoiets als een "ware" god?
Wanneer het WTG dit leert, maakt hen dit dan niet tot polytheïsten? |
|
|
| De Griekse taal kende geen onbepaald lidwoord
- "een." Om onderscheid te maken tussen een algemeen iets
en een specifiek iets gebruikte de Griekse taal het bepaald
lidwoord om iets specifieks aan te duiden. In het vers in
kwestie wordt het bepaald lidwoord in de oorspronkelijke taal
gebruikt voor één God, maar niet voor de god die in Joh. 1:1
het Woord wordt genoemd. Er staat dus letterlijk dat het Woord
met de God was en het woord was God. Nederlandse
vertalingen gebruiken het bepaald lidwoord niet voor God -
zodat er de God zou staan. Maar, om het juiste begrip
van de tekst in de vertaling uit te laten komen, is het voor
de vertaler noodzakelijk iets te doen om de lezer te laten
weten dat de oorspronkelijke taal een essentiëel onderscheid
maakt tussen de twee goden die in deze context worden genoemd.
De meeste vertalingen doen dat niet, echter niet allen. Hier
is een
link naar een artikel waarin diverse vertalingen worden
geciteerd die Johannes 1:1 anders weergeven dan de algemene
door Trinitariërs gepubliceerde Bijbels.
Suggereren dat de NWV op één of andere wijze met de Bijbel
gerotzooid heeft door het onbepaald lidwoord "een" in te
voegen, is misleidend. Alle vertalingen voegen het
onbepaald lidwoord vrijelijk toe in diverse teksten ondanks
dat het niet voorkomt in de oorspronkelijke Griekse tekst.
Dit doen ze om een onderscheid te maken tussen Jehovah God
en andere goden - net zoals de NWV dat doet in Johannes
1:1. Handelingen 28:6 luidt in de GNB bijvoorbeeld: "De
bewoners verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling
dood zou neervallen. Maar toen ze na lang wachten zagen
dat er niets bijzonders met hem gebeurde, veranderden ze
van mening en zeiden: 'Hij is een god!'"
In het bovenstaande vers hebben de vertalers het onbepaald
lidwoord "een" ingevoegd, ondanks dat het niet in het Grieks
voorkomt. Wanneer ze dit niet hadden gedaan, was er bij
de lezer de indruk gewekt dat de Maltezers dachten dat Paulus
de Almachtige God was. Dat is natuurlijk in het geheel niet
wat zij dachten. Het punt is echter dat de vertalers gerechtvaardigd
waren het kleine woordje "een" in te voegen om de tekst
in overeenstemming met de betekenis in het Grieks te brengen.
Feit is dat Johannes duidelijk verwijst naar twee aparte
entiteiten, daar het hele punt van het vers is aan te tonen
dat het Woord met God was; de eerlijke vertalers
zijn verplicht de lezer bekend te maken met het onderscheid
dat bestaat in de Griekse taal. Dat heeft de NWV gedaan.
Maar, in plaats van te redetwisten over kleine woordjes,
zouden waarheidszoekers er goed aan doen te redeneren over
Johannes 1:18, waar volgens de NBG51 staat: "Niemand
heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem
des Vaders is, die heeft Hem doen kennen." Jezus is
geen rivaliserende valse god zoals de goden der natiën.
Jezus is een god die in volledige harmonie is met Jehovah.
Volgens Johannes 1:18 is Jezus een god als gevolg van het
feit dat Jehovah God, de Vader, hem voortgebracht of verwekt
heeft. Is dat ten slotte niet datgene wat een vader doet?
Het feit dat niemand op aarde ooit God heeft gezien, sluit
uit dat Jezus God is, daar Jezus onmiskenbaar gezien
is door mensen.
Het is opmerkelijk dat, wat het handenzwaaiende en bijbelbladerende
dogmatisme van de Trinitariërs aangaat, Jezus nooit
heeft beweerd dat hij God was, niet één keer.
In plaats daarvan zei hij altijd dat hij Gods Zoon was.
En Johannes 1:1 is in overeenstemming met de gehele Schrift;
dat Jezus met God was sinds het begin - dat is zijn
begin - het begin van de schepping.
|
|
| 58. Het WTG leert dat
de 144.000 uit Openb. 7:4 en Openb. 14:3 letterlijk opgevat
moet worden. Als de passages in de schrift letterlijk opgevat
moeten worden, dan zijn de 144.000 allemaal letterlijk mannelijk
(Openb. 14:4), Joods (Openb. 7:4-8), maagden (Openb. 14:4).
Was Charles Taze Russell een Joodse maagd? Kunnen vrouwen
geen deel uitmaken van deze groep? Is iemand van de andere
144.000 personen opgenomen in dit aantal Joodse maagden? Zo
niet, hoe kan deze passage, inclusief het aantal van 144.000,
dan letterlijk worden opgevat? Welke rechtvaardiging is er
voor het wijzigen van interpretatie van letterlijk, in het
geval van Openb. 7:4 en 14:3, naar figuurlijk in de direct
daarop volgende verzen? |
|
|
| Lezers van de Bijbel die onderscheidingsvermogen
bezitten erkennen dat de Schriften niet altijd in strikt letterlijke
termen spreken; noch dat ze altijd als symbolisch of allegorisch
moeten worden begrepen. De onredelijke geest houdt
echter vol dat wanneer de 144.000 letterlijk zijn, dat dan
alle profetie in Openbaring letterlijk moet worden
genomen. Het is echter dwaas om de Bijbel op zo'n wijze te
benaderen. Het is geen kwestie van wijzigen van interpretatie.
Het is een kwestie van op intelligente wijze Gods Woord ontcijferen,
wat Jehovah's Getuigen in dit geval hebben gedaan.
De 144.000 zijn de geestelijke organisatie die gebouwd
is op de 12 apostelen. Zijn de 12 apostelen symbolisch?
Wat te denken van de 12 stammen die afstammen van de 12
zonen van Israël? De miljoenen kerkgangers die zijn geïndoctrineerd
met het idee dat het hun geboorterecht is om naar de hemel
te gaan, hebben weinig begrip van wat Gods koninkrijk nu
precies is. Volgens Openbaring zijn de 144.000 Christenen
die gekocht zijn uit alle stammen en nationaliteiten en
zullen ze koningen en priesters zijn en 1000 jaar met Christus
regeren. Dat is het koninkrijk van God.
|
|
| 59. Jezus gebruikt
meer dan 50 maal de zinsnede "Voorwaar ik zeg u" in de Bijbel.
In de NWV wordt de komma elke keer achter het woord "u" geplaatst,
behalve in Lukas 23:43, waar de komma achter het woord "heden"
staat. Waarom is de komma in dit vers achter "heden" geplaatst
in plaats van achter "u"? Volgens Strong's Greek Dictionary
verwijst het woord "paradijs" (Gr. paradeisos - Strong's
#3857) naar "het gedeelte van Hades wat volgens de latere
Joden werd bezien als de verblijfplaats van de zielen van
de godvruchtigen tot de opstanding," waar Jezus zou gaan om
na zijn dood te kunnen prediken (1 Petr. 3:18-20, 1 Petr.
4:5, 6). Liet Lukas, door dit woord te gebruiken in plaats
van het Griekse woord voor "hemel," niet zien dat Jezus niet
verwees naar de hemel toen hij deze bewering deed? Wanneer
de vertaling van deze zinsnede in Lukas 23:43 consistent was
geweest met deze zinsnede in alle andere verzen waarin het
verschijnt (zie concordantie) en de komma achter het woord
"u" was geplaatst, hoe zou het vers dan luiden? |
|
|
| Jezus mag dan dikwijls de uitdrukking "voorwaar
ik zeg u" hebben gebruikt, maar hij gebruikte slechts
éénmaal de uitdrukking "voorwaar ik zeg u heden."
De Vragensteller impliceert dat de NWV inconsistent is in
de punctuatie van die zinsnede, terwijl de waarheid is dat
Jezus die exacte zinsnede slechts bij één gelegenheid gebruikte.
De vragensteller lijkt of onwetend te zijn met betrekking
tot dit onderwerp of opzettelijk misleidend.
Met betrekking tot de kwestie van de komma: Er bestond
geen punctuatie in het origineel, dus is het aan de vertaler
om te bepalen hoe het het meest logisch is. Daar het te
maken heeft met de leerstellige zaken omtrent de natuur
van de ziel en de opstanding, hebben de NWV vertalers de
komma achter heden geplaatst, zodat er staat: "Voorwaar,
ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn."
Andere vertalingen plaatsen de komma echter achter "u,"
wat veroorzaakt dat de zin lijkt te zeggen dat Christus
de aan de paal gehangen kwaaddoener beloofde dat hij diezelfde
dag in het paradijs zou zijn. Welke vertaling is juist?
De NWV is correct omdat Christus simpelweg niet in het paradijs
kon zijn die dag, noch de dag erna, noch de dag daar weer
na. Jezus stierf die dag. En net zoals Jona drie dagen lang
in de buik van de grote vis was, was Jezus evenzo gedeelten
van drie dagen begraven in de aarde. Sommige vertalingen
zeggen zelfs dat Jezus in de hel was. De meeste redelijke
mensen zullen het waarschijnlijk met elkaar eens zijn dat
er een groot verschil bestaat tussen paradijs en hel.
Daar Jezus de eerstegeborene uit de doden is, is het onmogelijk
dat de aan de paal gehangen kwaaddoener een opstanding kreeg
tot het paradijs voordat Christus weer tot leven kwam. Jezus
zei tevens dat "indien iemand niet uit water en geest
wordt geboren, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan."
Dat betekent dat een persoon gedoopt moet worden, niet alleen
in water, maar in de zalving van de heilige geest. De zalvende
geest was echter pas beschikbaar nadat Christus tot
de hemel was teruggekeerd. De waarheid is: de kwaaddoener
is nog steeds dood, wachtend op de stem van de Zoon des
mensen die hem tot leven zal roepen in het paradijs, net
zoals Jezus hem die dag beloofde.
Met betrekking tot de definitie in Strong's: Joodse misvattingen
aangaande het paradijs hebben geen invloed op de wijze waarop
de Bijbel de term gebruikt. In het 12de hoofdstuk van 2
Korinthiërs verwees Paulus bijvoorbeeld naar het weggerukt
worden naar hetgeen hij noemde de "derde hemel" en "paradijs."
In plaats van het paradijs in verband te brengen met de
hel, associëerde Paulus paradijs met de hemel. De Joden
konden het niet meer bij het verkeerde eind hebben. Maar,
ondanks dat steeg Christus op de dag van zijn dood niet
op naar enige derde hemel of geestelijk paradijs.
|
|
| 60. Wat zijn de namen
van de mannen van het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité
die het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks hebben vertaald
in het Engels voor de NWV? Wat zijn hun geloofsbrieven die
hen zouden kwalificeren voor het maken van een Bijbelvertaling?
Waarom houdt het WTG de namen van deze personen achter zodat
niemand kan nagaan wat hun geloofsbrieven zijn? |
|
|
| Het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité
heeft de wens anoniem te blijven. Dat heeft niets te maken
met enig gebrek aan wetenschappelijke geloofsbrieven. Het
is eenvoudig de manier waarop het Wachttorengenootschap werkt.
En het is niet alleen de Nieuwe Wereldvertaling; geen
enkel recentelijk boek of tijdschriftenartikel bevat de naam
of namen van de auteurs ervan, behalve in het geval van biografische
artikelen. Trouwens, ook al zouden de vertalers ongeletterde
mensen zijn, een groot deel van de Bijbel is geschreven door
mannen die door God-hatende intellectuelen uit die tijd werden
bespot als ongeschoolde en gewone mannen. Maar, wanneer de
moderne vertaling van de Bijbel volledig was toevertrouwd
aan de vermeend geleerde mannen, was het heilige woord van
God zonder twijfel reeds lang geleden gedegradeerd tot een
supermarkt krantje. Vanuit Jehovah's standpunt bezien is liefde
voor de waarheid de voornaamste kwalificatie voor het schrijven,
vertalen of interpreteren van zijn Woord. |
|
|
|
|