| |
|
|
|
| 61. Openbaring 20:10
zegt: "En de Duivel...het wilde beest als de valse profeet
[reeds waren]; en zij zullen dag en nacht GEPIJNIGD worden
TOT IN ALLE EEUWIGHEID." Deze gebeurtenis zal plaatsvinden
na de 1000-jarige regering van Christus (Openb. 20:7). Waar
zullen de Duivel, het wilde beest en de valse profeet zijn
om "dag en nacht gepijnigd te worden tot in alle eeuwigheid?"
Wat betekent het woord "gepijnigd" volgens jou?
Op soortgelijke wijze zegt Openbaring 14:9-11: "...Indien
IEMAND het wilde beest aanbidt...hij zal GEPIJNIGD worden
met vuur en zwavel...En de rook van hun pijniging stijgt op
TOT IN ALLE EEUWIGHEID..." Waar kan "iemand"
"tot in alle eeuwigheid gepijnigd worden?" |
|
|
|
De lezer die tot op dit punt gekomen is, zou het patroon
moeten kunnen herkennen dat is ontstaan, waarbij de vragensteller
geneigd is om Bijbels symbolisme en beeldspraak letterlijk
te nemen.
Openbaring staat vol met symbolische vertegenwoordigingen
van zowel hemelse als aardse zaken. Als de vragensteller
veronderstelt dat het meer van vuur een letterlijk brandend
meer is, dan is het wilde beest dat samen met de Duivel
in het meer van vuur geworpen wordt ook letterlijk. Die
redenering verder volgend, moeten we dan verwachten dat
de Duivel op een gegeven moment als geheim wapen een gigantisch
zevenkoppig monster zal loslaten om de wereld te terroriseren;
een soort van amfibisch meerkoppige Godzilla? Zo ja, wellicht
wordt "Daniël" uit de Katholieke Apocrieve boeken dan wel
uit de mythologie geroepen om redding te brengen, door wederom
een van het vet druipende haarbal te voeren aan het beest,
zoals hij deed in het boeiende verhaal over Bel
en de Draak!
Het sarcasme even verlatend, het vergt voor niemand erg
veel mentale kracht om te interpreteren wat het meer van
vuur symboliseert. De verlichtende engel die Johannes de
Openbaring gaf, interpreteerde zijn voorstelling ook, door
in Openbaring 20:14 te zeggen: "Dit betekent de
tweede dood: het meer van vuur." Of, als dat je voorkeur
heeft: "Dit is de tweede dood, het meer van vuur."
Willen we begrijpen wat de tweede dood is, moeten we eerst
begrijpen wat de eerste dood is. De eerste dood is
de dood die we ondergaan als gevolg van overgeërfde zonde.
Door middel van Jezus' offer, heeft Jehovah echter de basis
verschaft om de angel van de dood weg te doen, door middel
van de opstanding. De Bijbel belooft dat de zogenoemde Adamitische
dood vernietigd zal worden, feitelijk wordt de dood ook
in het meer van vuur geworpen. Maar, nadat de Adamitische
zonde vernietigd is zullen sommige personen die een opstanding
in het paradijs hebben gekregen, uiteindelijk een opstanding
des oordeels ontvangen, zoals Jezus het in Johannes 5:29
noemde. Dat betekent dat ze als onwaardig zullen worden
geoordeeld om verder op aarde te leven. Zij zullen
wederom sterven; voor hen zal het letterlijk een
tweede dood zijn. Anders dan de eerste dood is de
tweede niet het gevolg van overgeërfde zonde, maar van opzettelijke
rebellie tegen God. De tweede dood is definitief. Dus, dat
is wat het meer van vuur betekent - eeuwige vernietiging.
Voor de Duivel en anderen is hun eerste dood ook
hun tweede dood; wat wederom definitieve vernietiging betekent.
In dat opzicht is Jehovah's oordeel over Satan een eeuwigdurende
straf. In die betekenis worden Satan en zijn samenstel gemarteld,
omdat ze van tevoren weten dat ze voor altijd in volledige
oneer herinnerd zullen worden door God en alle overlevende
schepselen.
Klik
hier voor de waarheid over de hel en het meer van vuur.
|
|
| 62.
Daar het WTG op dit moment de meeste leerstellingen van haar
stichter, Charles Taze Russell (die van 1879-1916 president
van de organisatie was) heeft verworpen, en daar ze ook "rechter"
Joseph Franklin Rutherford verworpen hebben, die Russell opvolgde
als president van 1916-1942, hoe kan je er dan zeker van zijn
dat het WTG over 25 jaar niet de huidige president, Milton
Henschel (1992-nu) verwerpt, zoals ze bij Russell en Rutherford
hebben gedaan? Welk vertrouwen kun je hebben in een organisatie
die de stichter en eerste twee presidenten uit de 63 eerste
jaren van haar bestaan verwerpt - meer dan 50% van de tijd
dat ze bestaat? |
|
|
| Je hebt het volledig bij het verkeerde eind.
Russell heeft een solide leerstellig fundament gelegd, wat
tot op de dag van vandaag op zijn plaats ligt. |
|
| 63. In Johannes 20:28
verwijst Johannes in het Grieks naar Christus als "Ho kyrios
moy kai ho theos moy". Dit wordt letterlijk vertaald als "de
Heer van mij en DE God van mij". Waarom bevestigt Jezus Thomas
in Johannes 20:29 voor het komen tot dit besef? Als Jezus
in werkelijkheid niet de Heer en DE God van Thomas was, waarom
verbeterde Jezus hem dan niet voor óf het maken van een verkeerde
veronderstelling óf voor het uiten van een godslasterlijke
bewering? |
|
|
|
De reden dat Jezus Thomas niet verbeterde, is ongetwijfeld
omdat Jezus uit Thomas bewering niet begreep wat jij denkt
dat hij bedoelde. Een paar verzen verder wordt gezegd: "Maar
deze zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de
Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te
geloven leven moogt hebben door middel van zijn naam."
Toen Johannes het verslag jaren later optekende, was hij
kennelijk ook niet in verwarring. De apostelen erkenden
Jezus als de Zoon van God. Ze stonden toen niet onder Trinitarische
misleiding. Veel hedendaagse lezers zien echter de uitdrukking
"Zoon van God," en hun jaren lang door Trinitarische
theologie geconditioneerde geest zet die uitdrukking onwillekeurig
om in "God de Zoon."
Het is interessant dat Jezus dezelfde Griekse uitdrukking
gebruikte als Thomas toen hij met zijn laatste adem voor
zijn dood uitbracht: "De God van mij, de God van
mij, met wat laat gij mij achter"? (Vertaald: "Mijn
God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?) De vraag is:
Wanneer Thomas naar Jezus verwees toen hij zei "De
God van mij," naar wie verwees Jezus dan als zijn
God? De Trinitariër zal je waarschijnlijk het onzinnige
antwoord geven dat "God de Zoon," éénderde
van de triade, sprak tegen de andere tweederde van de zogenaamde
Drieënige Godheid.
De meer redelijke uitleg is dat Thomas, overweldigd door
zijn verbazing over de realiteit van Christus' opstanding,
welke hij daarvoor ontkend had, bewogen werd een uiting
te doen om te bevestigen dat hij Jezus als zijn Heer erkende
en als vergetenwoordiger van Jehovah God.
|
|
| 64.
Daar het WTG "nieuw licht" heeft ontvangen aangaande
het geslacht van 1914 en hun zienswijze hierover volledig
veranderd heeft, betekent dit dat alle voormalige Getuigen
die jaren geleden uitgesloten zijn voor het hebben van dezelfde
gedachten die de organisatie nu zelf leert, automatisch weer
opgenomen worden in de broederschap? Werden deze ex-Getuigen
in feite uitgesloten voor wat nu als "de Waarheid"
wordt onderwezen? |
|
|
|
Ik heb nog nooit gehoord van iemand die voor zo'n onbeduidend
iets is uitgesloten - alhoewel het mogelijk is dat enkelen
uitgesloten zijn op grond van gerelateerde kwesties.
Naarmate de laatste jaren van het afgelopen millenium naderden,
werd er aangenomen dat het geslacht dat niet voorbij zou
gaan niet de in de Bijbel opgetekende 80 jaar zou overschrijden,
welke in de Bijbel als de dagen van onze jaren beschreven
wordt en past in de huidige gemiddelde 75-jarige levensduur.
1994 was het einde van de 80 jaar vanaf 1914, dus werd het
Wachttorengenootschap er door omstandigheden toe gedwongen
met een verklaring te komen. Voordat die 80 jaar voorbij
waren gegaan, kon niemand met zekerheid zeggen dat het geslacht
niet betekende wat het Genootschap aannam dat het betekende.
Natuurlijk moet het laatste hoofdstuk hier nog over geschreven
worden.
|
|
| 65.
Als er 144.000 met geest gezalfde mensen zijn die een hemelse
hoop hebben en een grote schare van mensen die een andere
hoop hebben van eeuwig leven op een paradijs aarde, waarom
zegt Paulus dan dat er slechts ÉÉN hoop is (Efeziërs
4:4), in plaats van twee? Evenzo, wanneer er slechts één
lichaam van mensen is dat naar de hemel zal gaan en een ander
compleet verschillend lichaam van mensen voor eeuwig in het
paradijs op aarde zullen leven, waarom zegt Paulus dan dat
een ieder die gedoopt wordt, gedoopt wordt in "EEN lichaam"
(1 Kor. 12:13)? Wat betekenen de woorden "allen"
en "één" volgens jou? |
|
|
|
Paulus sprak specifiek over het lichaam van Christus, wat
de 144.000 is. Het volledige vers luidt: "Eén
lichaam is er en één geest, zoals gij ook
werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen;
één Heer, één geloof, één
doop; één God en Vader van allen, die boven
allen en door allen en in allen is."
In Efeziërs 1:10 verwijst Paulus echter naar God die
alle dingen op de aarde alsook de dingen in de hemel weer
bijeen vergadert en beide groepen onderwerpt aan Christus.
Daar wordt gesproken over degenen die geen deel uitmaken
van het lichaam van Christus, maar de hoop hebben op eeuwig
leven op aarde.
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent het
feit dat enkelen van de mensheid een hemelse hoop hebben
en anderen de hoop op het voor eeuwig leven in een paradijs
op aarde.
|
|
| 66. Openbaring 7:11
zegt dat "voor de troon" in de hemel is waar "alle engelen
stonden". Openbaring 14:2, 3 zegt: "En ik hoorde een geluid
uit de hemel…En zij zingen als het ware een nieuw lied vóór
de troon…" Openbaring 7:9 zegt: "…zie! een grote schare…STAANDE
VOOR DE TROON…" Openbaring 7:14, 15 zegt: "…Dezen zijn het
die uit de grote verdrukking komen…Daarom zijn zij VOOR DE
TROON van God…" Daarom, als "voor de troon" in de hemel betekent
(Openb. 7:11, 14:2, 3) en de "grote schare" "voor de troon"
is (Openb. 7:9, 7:14, 15), waar bevindt de grote schare zich
dan? Waar zegt Openb. 19:1 dat de grote schare zal zijn? |
|
|
| Voor God of voor de troon zijn, betekent
niet altijd in de hemel te zijn. In Lukas 21:36 moedigde Jezus
zijn volgelingen bijvoorbeeld aan God te smeken "dat gij
erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die stellig
gaan geschieden, en te staan voor het aangezicht van
de Zoon des mensen." In die context betekent "staan
voor de Zoon des mensen" eenvoudig het ontvangen van een
gunstig oordeel.
Een ander voorbeeld kan worden gevonden in Exodus 16:9,
waar staat: "Voorts zei Mozes tot Aäron: "Zeg tot de
gehele vergadering van de zonen van Israël: 'Nadert voor
Jehovah, want hij heeft uw murmureringen gehoord.'""
Het is natuurlijk duidelijk dat het gehele Israëlische
kamp niet naar de hemel werd opgeheven om "voor Jehovah
te naderen."
In Numeri 5:30 zegt de wet dat een vrouw die beschuldigd
werd van ontrouw "voor het aangezicht van Jehovah"
moest staan, zodat God haar als schuldig of onschuldig kon
oordelen.
De Hebreeën drukten zichzelf uit in letterlijke termen,
net zoals vele vroegere personen. En veel van die uitdrukkingen
staan in de Bijbel. Maar dat betekent niet dat we een letterlijke
uitdrukking ook altijd letterlijk moeten opvatten. Dat de
grote schare voor de troon staat betekent eenvoudig dat
zij een gunstig oordeel van Gods troon van Oordeel ontvangen.
Openbaring 19:1 luidt: "Na deze dingen hoorde ik iets
dat was als een luide stem van een grote schare in
de hemel. Zij zeiden: "Looft Jah! De redding en de heerlijkheid
en de kracht behoren aan onze God, want zijn oordelen zijn
waarachtig en rechtvaardig.""
De uitdrukking "grote schare," of grote menigte
zoals sommige vertalingen het verwoorden, verwijst niet
altijd naar de specifieke "grote schare" die in Openb. 7:9
wordt genoemd. Het evangelieverslag zegt bijvoorbeeld dat
er bij één gelegenheid een grote schare van mensen
Jezus volgde. In dezelfde gedachtegang is de grote schare
uit Openbaring 19:1 kennelijk een menigte engelen en niet
dezelfde grote schare die als komend uit de grote verdrukking
wordt beschreven.
Het is interessant dat bij de gelegenheid van Jezus' geboorte
een grote schare engelen aan de herders verscheen en God
lof toezong terwijl ze in het midden van de hemel zweefden.
De Groot Nieuws Bijbel verwoordt dat verslag als volgt:
"En ineens was er bij de engel een hele menigte andere
engelen uit de hemel, die allemaal God loofden."
En de Leidsche Vertaling luidt: "En plotseling was bij
den engel een schare van het hemelse heirleger, die
God prees." (Lukas 2:13). Het is dus niet zonder precedent
dat Openbaring 19:1 naar een grote menigte van engelen verwijst
die God loven.
Wanneer we hierover verder redeneren, de grote schare
van 19:1 wordt in het 3de vers beschreven waarbij ze "Hallelujah"
roepen. Letterlijk betekent die uitdrukking: "Looft Jah,
gij volk!" Wanneer de gehele mensheid uiteindelijk
tot de hemel wordt opgewekt, zoals velen verkeerd veronderstellen,
waarom geeft de grote schare in de hemel het volk
dan het gebod Jah te loven? Verder, als de aarde onbevolkt
zou zijn na Gods oordeel, waarom zegt Openbaring 20:7-9
dan dat Satan aan het eind van Christus' duizendjarige regering
vrijgelaten wordt uit de afgrond om een aanval op de heiligen
te doen die aan de vier hoeken van de aarde zijn?
Wie leven er dan op aarde wanneer iedereen in de hemel zou
zijn?
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Gods
voornemen om een grote schare het einde van de wereld te
laten overleven en letterlijk de aarde te beërven. Voor
meer, klik
hier.
|
|
| 67. Als de hel niet
bestaat, wat is dan het "eeuwige vuur" (Matth. 18:8,
Matth. 25:41 en Judas 7) waarin mensen geworpen kunnen worden?
Als vuur een symbool van vernietiging is, wat is dan het schriftuurlijke
bewijs om dit te ondersteunen? Evenzo, Jezus spreekt over
de "vuuroven" en zegt "Daar zullen [zij] wenen
en knarsetanden" Matth. 13:42, 13:50). Als de hel niet
bestaat, waar is dan de "vuuroven" waar zij zullen
"wenen en knarsetanden"? Als de "vuuroven"
slechts symbool staat voor volledige vernietiging waarin een
persoon compleet niet meer bestaat en geen bewustzijn meer
heeft, hoe kunnen ze dan wenen en knarsetanden? |
|
|
| De Bijbel zegt niet dat de hel een plaats
van eeuwig vuur is. Elk geïnformeerd persoon weet dat "hel"
in dat specifieke vers een verkeerde vertaling is van het
Griekse woord Gehenna. Gehenna is niet hetzelfde als
hades of Sjeool. Gehenna
was een vuilnishoop die zich buiten de muren van Jeruzalem
bevond. Ze hielden het vuur brandend met gebruik van zwavel
zodat het afval zou verbranden. Soms werden de overblijfselen
van criminelen, waarvan men vond dat ze geen fatsoenlijke
begrafenis verdienden, op de hoop gegooid. Jezus gebruikte
die toen welbekende plek als een symbool voor Gods
oordeel van eeuwige dood. Daarom zei Jezus dat de made en
het vuur niet zouden sterven. In Openbaring heeft het meer
van vuur dezelfde betekenis als Gehenna.
Wat betreft het schriftuurlijke bewijs dat vuur een symbool
is van vernietiging, Hebreeën 12:29 zegt: "Want onze
God is ook een verterend vuur." Personen met redeneringsvermogen
kunnen begrijpen dat Paulus bedoelde dat God een vernietiger
is van degenen die hij veroordeelt. 2 Thessalonicenzen 1:7
zegt tevens duidelijk dat Christus' oordeel komt als een
vuur met als doel degenen die tegenwerken eeuwig te vernietigen.
Daar wordt niet gezinspeeld op eeuwig leven in pijniging
voor degenen die veroordeeld zijn. "Verlichting te zamen
met ons bij de openbaring van de Heer Jezus vanuit de hemel
met zijn krachtige engelen, in een vlammend vuur,
wanneer hij wraak oefent over hen die God niet kennen en
over hen die het goede nieuws omtrent onze Heer Jezus niet
gehoorzamen. Dezen zullen de gerechtelijke straf van eeuwige
vernietiging ondergaan, ver van het aangezicht van de
Heer en van de heerlijkheid van zijn sterkte."
Wat betreft de uitdrukking "daar zullen zij wenen en
knarsetanden," oplettende lezers zullen opmerken dat
de vuuroven gebruikt wordt in de context van een illustratie
met betrekking tot het verbranden van op onkruid gelijkende
nep-Christenen. Dus, wat is verbranden? Het onkruid wordt
verbrand. Het is een illustratie! Jezus gebruikte
de uitdrukking "wenen en knarsetanden" ongeveer zes
maal. Op andere plaatsen dan in de context van de illustratie
van het tarwe en het onkruid, verbond Jezus wenen en knarsetanden
aan buiten Jehovah's organisatie geplaatst worden. In Mattheüs
25:30 zei Jezus bijvoorbeeld: "En werpt de onnutte slaaf
in de duisternis buiten. Daar zal hij wenen en knarsetanden."
In plaats van in een ondoofbaar onderaardse inferno te
worden geworpen, zoals de niet onderwezenen zich indenken,
geeft bovenstaande tekst aan dat het wenen en knarsetanden
plaatsvind in het mensenrijk als gevolg van Christus' oordeel.
|
|
| 68. Het WTG beweert:
"Net als de eerste christelijke gemeenschap - In de religieuze
publikatie "Interpretation" werd in juli 1956 gezegd:
"In hun organisatie en getuigeniswerk benaderen zij [Jehovah's
Getuigen] de eerste christelijke gemeenschap dichter dan welke
groep maar ook..." - Jehovah's Getuigen - Verkondigers
van Gods Koninkrijk, blz. 234. En op blz. 677 van hetzelfde
boek verschijnt een onderkopje getiteld "Als de vroege
christenen". Bidden Jehovah's Getuigen het "Onze
Vader" (Matth. 6:9-13), breken ze dikwijls samen brood
(Eucharistieviering) (Hand. 2:42, 1 Kor. 10:16, 17, 1 Kor.
11:26-27), komen ze Zondags samen om brood te breken (Hand.
20:7), bevestigen ze de Heilige Geest door handen op te leggen
(Hand. 8:15-17, 19:5, 6, Hebr. 6:2, 2 Tim. 1:6), ordineren
(aanstellen) ze priesters (ouderlingen) door middel van het
opleggen van handen Hand. 6:5-6, 13:2-3), bidden ze tot Jezus
(Matth. 11:28, Hand. 7:59-60, 1 Kor. 16:22-23, Openb. 22:20),
zalven ze de zieken met olie (Mark. 6:12-13, Jak. 5:14), knielen
ze neer om te bidden (Hand. 9:40, 20:36, 21:5, Luk. 22:41),
beschouwen ze zichzelf als getuigen van Christus (Hand. 1:8,
10:39, 13:31), hebben ze diaken (1 Tim. 3:8, 10, 12), gebruiken
ze altaren (1 Kor. 10:18-21, Hebr. 13:10), vasten ze (Matth.
6:16-18), geloven ze dat er redding is in niemand anders dan
Jezus Christus (Hand. 4:10-12), vieren ze Pinksteren (Hand.
2:1, 20:16, 1 Kor. 16:8), hebben ze speciale personen die
zorgen voor weduwen en wezen (Hand. 6:1-4, Jak. 1:27), drinken
ze bij gelegenheid wijn (1 Tim. 5:23)? Zo niet, hoe kunnen
Jehovah's Getuigen zichzelf dan beschouwen als de vroegere
Christelijke gemeente? Daar het woord "Jehovah"
niet voorkomt in het oorspronkelijke Nieuwe Testament en niet
verscheen tot aan het eind van de 12de eeuw (Zie Hulp tot
Begrip van de Bijbel, blz. 884, 885), waardoor duidelijk wordt
dat de eerste eeuwse Christelijke gemeenschap niet naar zichzelf
verwezen kunnen hebben met die naam, hoe kan het WTG dan als
de vroegere Christelijke gemeenschap zijn wanneer ze zichzelf
"Jehovah's Getuigen" noemen? |
|
|
| Als kort antwoord op deze nogal vreemde
en uitgebreide vraag: Met betrekking tot het zogenoemde "Onze
Vader Gebed," in het voorgaande vers zei Jezus ons specifiek
niet elke keer dezelfde woorden te zeggen in gebed.
Maar, is dat niet precies wat Katholieken wordt geleerd? Jezus
herhaalde echter geen gebeden aan God en Jehovah's Getuigen
ook niet.
Sommige van de gebruiken en praktijken van de vroegere
Christenen waren slechts cultureel; het opleggen van handen
en het gebruik van zalvende olie was toen heel gebruikelijk.
Andere zaken echter, zoals het drinken van wijn of een speciale
houding aannemen wanneer men bidt, zijn persoonlijke zaken.
En ja, Jehovah's Getuigen hebben "diaken", die we dienaren
in de bediening noemen. We eten jaarlijks het Avondmaal
des Heren op de dag van Jezus' dood. En wanneer er behoeftige
weduwen en wezen in onze gemeenten aanwezig zijn, worden
er regelingen getroffen om voor hen te zorgen.
Met betrekking tot de naam Jehovah's Getuigen: die aanduiding
is genomen uit een profetie in het 43ste hoofdstuk van Jesaja,
waar staat: "Ikzelf heb het aangekondigd en heb gered
en heb het doen horen, toen er geen vreemde god onder u
was. Daarom zijt gij mijn getuigen," is de uitspraak van
Jehovah, "en ik ben God. Ook ben ik altijd Dezelfde; en
er is niemand die bevrijding uit míjn hand bewerkt. Ik zal
handelen, en wie kan ze afwenden?" (Jesaja 43:12)
Zoals wordt gezegd heeft de profetie relevantie voor de
tijd waarin Jehovah God zal "handelen" en voor bevrijding
voor zijn dienstknechten zal zorgen. Dus, ondanks dat de
1ste Eeuwse Christenen slechts in naam als Jehovah's getuigen
dienden, was de profetie niet van toepassing op Jehovah's
dienstknechten uit die tijd.
|
|
| 69. Als de naam Jehovah
zo belangrijk is, waarom wordt hij dan nooit gebruikt in het
hele Nieuwe Testament en waarom komt hij niet voor in de oudste
Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament of in de eerste
Bijbel, de 5de eeuwse Latijnse Vulgaat? Als mensen de persoonlijke
naam van God, "YHWH," geschrapt hebben toen ze het
Nieuwe Testament overschreven, zoals enkel het WTG beweert,
aldus het geschreven woord van God veranderend, hoe kunnen
we dan vertrouwen hebben in IETS van het Nieuwe Testament?
Moeten we het Nieuwe Testament of het WTG als onbetrouwbaar
verwerpen? Daar Jezus de Vader nooit met "Jehovah"
aansprak en daar hij leerde dat we God als "Vader"
kunnen aanspreken (Matth. 6:8-18, Mark. 14:36, enz.), betekent
dit dan niet dat de term "Jehovah" niet de enige
uitdrukking is waarmee we God kunnen aanspreken? Waarom volgen
Getuigen het voorbeeld van Jezus niet en spreken ze God aan
met "Vader" in plaats van "Jehovah"? Daar
het woord "Jehovah" niet verscheen tot zeker de
12de eeuw, waarbij het dus onmogelijk is dat de eerste eeuwse
Christenen deze term voor God gebruikte, waarom blijven Jehovah's
Getuigen dan stug die naam gebruiken? Daar deze naam afkomstig
is van een verkeerde afleiding van het tetragrammaton "YHWH",
zou "Yahweh", dat door veel Christenen wordt gebruikt
en ook in enkele Bijbels, niet een veel nauwkeurigere naam
zijn om te gebruiken? |
|
|
| De naam van Jehovah komt niet voor in het
NT omdat hij kennelijk verwijderd is door latere afschrijvers.
Dat wordt duidelijk uit het feit dat Jezus en de apostelen
dikwijls citeerden uit de Hebreeuwse tekst waar het YHWH
in voorkwam. Toen Jezus bijvoorbeeld driemaal door de Duivel
werd verzocht, citeerde Jezus in elk antwoord de Joodse Wet
waarin het YHWH voorkwam. Het zou niet te begrijpen
zijn dat Jezus, terwijl hij deze teksten waarin het YHWH
stond citeerde, nooit de naam van zijn Vader zou hebben uitgesproken.
Dat Jehovah-haters altijd getracht hebben de heilige Naam
van God uit te wissen of te verbergen, ondermijnt niet ons
vertrouwen in Gods Woord. We weten dat de Joodse schriftgeleerden
een bijgeloof ontwikkelden dat hen verbood de Naam uit te
spreken. Evenzo hebben moderne vertalers toegegeven aan
hun bevooroordeeldheid door het YHWH uit de Hebreeuwse
tekst te vervangen met HEER.
Het moet geen verrassing zijn dat de vroegere NT afschrijvers
evenzo bedrogen zijn door de Duivel en beïnvloed zijn om
Gods naam te verwijderen en hem te vervangen door HEER.
Wat betreft de naam Yahweh, de Nederlandse taal
bestond niet in Bijbelse tijden. Daarom werden woorden als
Jeremia en Jezus niet op dezelfde wijze gespeld
of uitgesproken als nu in het Nederlands. Maar, we spreken
en lezen wel Nederlands.
In ieder geval kunnen we er vrijwel zeker van zijn dat
het YHWH oorspronkelijk in drie lettergrepen werd
uitgesproken. Yah-weh heeft slechts twee lettergrepen
en is geen ware weerspiegeling van het oorspronkelijke Hebreeuwse
woord. Het is een gevolg van het feit dat Hebreeuws alleen
met gebruik van medeklinkers en zonder klinkers geschreven
werd, ongeveer gelijk aan onze hedendaagse manier van afkorten,
waarbij de Hebreeuwse lezer de juiste klinkers zelf aanvulde
om het woord te completeren. Al het Hebreeuws werd zo geschreven
en niet slechts het zogenoemde Tetragrammaton - YHWH.
Klaarblijkelijk bestaat er echter geen controverse over
de correcte spelling en uitspraak van honderden Hebreeuwse
eigennamen in de Bijbel. Veel Hebreeuwse namen bevatten
een gedeelte van Gods persoonlijke naam als een voorvoegsel
of achtervoegsel. Een paar voorbeelden van hoe de eerste
twee lettergrepen van de Goddelijke naam als voorvoegsel
worden gebruikt zijn: Je-ho-ram, Je-ho-as,
Je-ho-sua, Je-ho-nadhav, Je-ho-iakim,
Je-ho-jarib, Je-ho-jada, Je-ho-jaqim,
Je-ho-chanan, Je-ho-sjafat, Je-ho-nathan
and Je-ho-ahaz.
Gezien het feit dat de Hebreeuwse "Y" in het Nederlands
met "J" wordt vertaald, suggereert het algemeen voorkomende
"Je-ho" als voorvoegsel sterk dat YHWH normaliter
werd uitgesproken in drie lettergrepen en dat de middelste
klinker, verbonden aan de "H," een "O" was, waardoor de
"H" een ho klank kreeg - zoals in Je-ho-vah. Of,
wanneer de Hebreeuwse vorm je voorkeur heeft: Ye-ho-wah.
Terwijl we voor de precieze uitspraak wellicht op een
toekomstige onthulling vanuit de hemel moeten wachten, is
het Wachttorengenootschap volledig gerechtvaardigd in haar
gebruik van de algemeen geaccepteerde naam van Jehovah.
Voor meer over het gebruik van de naam van Jehovah, klik
hier.
|
|
| 70. Als Jezus terechtgesteld
is aan een martelpaal, met beide handen bij elkaar boven zijn
hoofd, zoals alleen het WTG leert, waarom zegt Johannes 20:25
dan: "
als ik niet in zijn handen het teken van
de spijkerS zie
," daar dit aangeeft dat er meer
dan één spijker is gebruikt voor zijn handen?
Zouden er geen twee spijkers gebruikt zijn wanneer Christus
werd gekruisigd, terwijl er slechts één spijker
gebruikt zou zijn wanneer hij terechtgesteld zou zijn aan
een rechtop staande paal? |
|
|
| De oorspronkelijke Griekse woorden die in
de Bijbel worden gebruikt, stauros en xylon,
betekenen respectievelijk paal en boom. Er bestaat
geen enkele twijfel over hun betekenis. Griekse lexicons geven
als primaire betekenis van stauros
paal, niet kruis. Verder is de Nieuwe Wereldvertaling niet
de enige Bijbel die boom gebruikt in plaats van kruis.
De King James en zelfs de populaire N[ew] I[nternational]
V[ersion] vertalen xylon in Handelingen 5:30 met het
woord boom.
Er zijn ook oude platen en beelden gevonden die laten
zien dat mannen aan rechtop staande palen hangen die in
de grond staan zonder dwarsbalken Er bestaan geen
bewijzen dat kruizen werden gebruikt als middel tot executie.
Het gebruik van het kruis als een heidens
religieus symbool is echter vele eeuwen ouder dan het
Christendom en werd pas later door de Katholieke Kerk aangenomen
als een symbool van het Christendom. Ons gebruik van het
woord martelpaal om het middel waarmee Christus werd
terechtgesteld te beschrijven, is niet gebaseerd op het
aantal spijkers die wellicht gebruikt zijn om hem eraan
vast te nagelen. Trouwens, voor Pinksteren deden de apostelen
veel beweringen die enkel als ongeïnspireerd kunnen
worden beschreven.
|
|
|
|
|