Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

71. Kunnen Jehovah's Getuigen openlijk meningen die verschillen van de orthodoxe WTG leerstellingen hebben en bediscussiëren met andere Getuigen? Zo nee, waarom niet? Moedigt het WTG mensen die geen Getuigen zijn aan hun eigen religie te onderzoeken? Zo ja, waarom ontmoedigt het Getuigen dan om in alle eerlijkheid de leerstellingen van het WTG te onderzoeken? Als het WTG werkelijk "de Waarheid" onderwijst, wat hebben ze dan te vrezen van een eerlijk onderzoek?


Nee. Maar, Jehovah's Getuigen zijn nauwelijks uniek in dat opzicht. De meeste religies staan niet veel ruimte toe voor een andere mening. Dat deden de apostelen trouwens ook niet. Paulus schreef aan Timotheüs om "zekere personen [te] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters, die ten slotte nergens op uitlopen, maar die eerder vragen ter navorsing verschaffen dan dat er iets door God wordt uitgedeeld in verband met geloof." (1 Timotheüs 1:3)

Paulus was nog stelliger bij het schrijven aan Titus, door te zeggen: "Het is noodzakelijk hun de mond te snoeren, daar juist deze personen voortdurend hele huisgezinnen ondersteboven keren door ter wille van oneerlijke winst dingen te onderwijzen die zij niet behoren te onderwijzen." (Titus 1:11)



72. In Openbaring 22:12, 13 zegt Jezus Christus, degene die "vlug komt," van zichzelf: "Ik ben de Alfa en de Ómega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." In Openbaring 1:17, 18 verwijst Jezus, degene die "een dode [werd], maar zie! ik leef tot in alle eeuwigheid," naar zichzelf als de eerste en de laatste. Openbaring 21:6 zegt het volgende sprekend over God: "…Ik ben de Alfa en de Ómega, het begin en het einde." In Jesaja 44:6 en Jesaja 48:12 wordt ook naar God verwezen als de "eerste" en de "laatste." Hoe kan dit, daar er volgens de definitie van die woorden slechts één eerste en één laatste kan zijn?


Zoals in eerdere antwoorden werd aangetoond, delen Jehovah en Jezus bepaalde titels, ondanks dat er subtiele verschillen bestaan. Alfa en Omega, het Griekse equivalent van het Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende titel die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft gehad. En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven, maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn eerstgeboren en eniggeboren Zoon.

Als zijnde de eerstgeborene Zoon van heel de Schepping is Jezus uniek onder al Gods zonen, doordat hij het eerste en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door bemiddeling van de Zoon. Dat is ook de reden waarom Jezus de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd. Jezus is ook het eerste schepsel dat een opstanding uit de dood heeft gekregen tot onsterfelijkheid. Daarom noemt de Bijbel hem de "eerstgeborene uit de doden." In Kolossenzen 1:18 zegt Paulus het volgende over Christus: "Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste zou worden." Het volgende vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in alle dingen de eerste te maken.

Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook. Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.



73. Als het WTG beweert dat ze niet "geïnspireerd" zijn, maar wel naar zichzelf verwijst als "Gods door de geest geleide Profeet," wat is dan het verschil? Bestaat er zoiets als een ongeïnspireerde profeet? Waarom zou iemand deel willen uitmaken van een religieuze organisatie die beweert dat hun leerstellingen NIET geïnspireerd zijn?


We moeten aannemen dat de vragensteller niet de nuances begrijpt aangaande wat het betekent door Gods geest geleid te worden - in tegenstelling met door de geest geïnspireerd te worden om te profeteren. Ter illustratie: 1 Petrus 3:18 zegt dat Jezus stierf "om u tot God te leiden." Betekent het volgen van Christus' leiding echter dat zijn volgelingen geïnspireerd zijn om zonder fouten Gods boodschap te spreken, zoals de Bijbelschrijvers dat waren? Geen enkel redelijk persoon zou zo'n conclusie trekken.

In Openbaring 19:10 wordt ons door een engel gezegd dat "het getuigenis afleggen omtrent Jezus tot profeteren inspireert." Maar, betekent dit dat Christelijke evangelisten geïnspireerd zijn in de zin dat ze de mogelijkheid bezitten profetische uitspraken te doen zoals Jeremia of Jesaja, of één van de andere profeten? Nee, dat is in het geheel niet wat het betekent. Het betekent dat wanneer we over Christus spreken, we van nature de vele profetieën van de Bijbel aanhalen omtrent Christus. Jehovah's Getuigen leggen getuigenis af omtrent Christus door Jehovah's koninkrijk aan te kondigen. En onze Christelijke getuigenis is onlosmakelijk verbonden met Bijbelse profetieën. Daar we de Bijbelse patronen en profetieën vervullen en in de voetstappen van de oorspronkelijke Christenen treden, dienen we in dat opzicht als profeten. Maar, we worden niet geïnspireerd om aankondigingen te doen die verschillen van hetgeen reeds opgetekend staat in de geïnspireerde Schriften.



74. Als de grote schare eeuwig leven op een paradijsAARDE zal krijgen, waarom zegt 1 Thess. 4:17 dan: "…wij, de levenden, die overblijven, te zamen met hen in wolken worden weggerukt, DE HEER TEGEMOET IN DE LUCHT; en aldus zullen wij altijd met de Heer zijn"?


Het voorgaande vers zegt: "zij die dood zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan." De uitdrukking "in eendracht met Christus" verwijst specifiek naar degenen die wedergeboren zonen van God zijn; oftewel geestelijke broeders van Christus. Zij ontvangen datgene wat de Bijbel de eerste opstanding noemt. Het spreekt voor zich dat wanneer er een eerste opstanding is, er daarna ook een tweede opstanding moet zijn. En, inderdaad zei Jezus dat een ieder in de herinneringsgraven uiteindelijk zijn stem zullen horen en terug zullen keren tot het land der levenden. Daar Paulus in eendracht met Christus was, bedoelde hij toen hij zei: "wij, de levenden," niet eenvoudig iedereen die toen in leven was, maar in plaats daarvan specifiek degenen die in eendracht met Christus zijn.



75. Naar wie verwijst Mattheüs in Mattheüs 1:23 die de naam heeft gekregen die betekent "Met Ons is God"?


En moeten we nu veronderstellen dat dat betekent dat Jezus God was? Hoe kunnen we dan het feit verklaren dat de Bijbel eenvoudig zegt dat niemand God ooit heeft gezien? De Lutherse vertaling zegt: "Niemand heeft ooit God gezien: de eengeboren Zoon, die in des Vaders schoot is, die heeft hem ons verkondigd."

De uitdrukking "met ons is God" zou ons niet in verwarring moeten brengen. Het is feitelijk een heel algemeen iets om iemand Gods zegen te wensen door zoiets te zeggen als 'Moge God met je zijn.' Het Spaanse woord om gedag te zeggen, "adios," betekent letterlijk 'ga met God.' Geen enkel helder persoon verwart zo iemand met God zelf. Er kon van Jehovah worden gezegd dat hij in de persoon van Jezus met de Joden was, omdat alles wat Jezus deed in vertegenwoordiging van zijn Vader was. Hebreeën 1:3 zegt zelfs dat Jezus de "nauwkeurige afdruk" van de Vader was. Een afdruk is niet hetzelfde als het origineel, maar een nauwkeurige afdruk is zo goed als het origineel. Daarom zei Jezus dat "wie mij heeft gezien, heeft ook de Vader gezien," omdat hij in alle opzichten net als Jehovah was - 'een aardje naar zijn vaartje' - zoals de uitdrukking zegt.



76. Met betrekking tot Jesaja 14:9-17: wanneer er geen bewustzijn is na de dood, hoe kan Sjeool dan "…in beroering komen ten einde u bij uw aankomst tegemoet te gaan…" (vers 9), hoe kunnen de zielen in Sjeool "…aanheffen en tot u zeggen…" (vers 10, 11), hoe kunnen de zielen in Sjeool "die u zien, zullen u zelfs aanstaren; zij zullen u zelfs goed bekijken [en zeggen:] 'Is dit de man'…" (vers 16, 17) en hoe zou je je er bewust van kunnen zijn dat dit gebeurt?


De vragensteller verkeert in de luxe positie om vragen te stellen zonder te hoeven antwoorden.

Maar, hier is een vraag voor jou: Als het meer van vuur een letterlijke plaats van helse, eeuwige marteling is, zoals je aanneemt, hoe kan het dan dat de onderaardse verblijfplaats van de dode koningen van de aarde vergeleken wordt met een rustbed van maden en wormen? Worden de koningen gepijnigd in onblusbare vlammen of rotten ze weg in wormenland, wat is het? Verder, wanneer je de beeldspraak van lijken die de koning van Baylon welkom heten letterlijk neemt, moet je ook het 13de vers letterlijk nemen waar wordt beschreven dat de hoogmoedige koning zichzelf boven de sterren van God zelf verheft. Kun je uitleggen hoe de vroegere koning van Babylon het klaarblijkelijk voor elkaar kreeg interstellair te reizen?



77. Hebreeën 3:1 verwijst naar "heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping." In Markus 3:35 zegt Jezus: "Al wie de wil van God doet, die is mijn broer…" Volgens de Bijbel is daarom een ieder die de wil van God doet een broeder van Christus en een deelnemer aan de hemelse roeping. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap leert dat enkel 144.000 personen naar de hemel gaan?


Volgens de gehele Bijbel, en niet slechts een geïsoleerde zinsnede, zijn de broeders van Christus tevens zonen van God en medeërfgenamen met Christus voor een koninkrijk. De Bijbel noemt de broeders van Christus de heiligen. Daniël onthult dat het Jehovah's voornemen is de heiligen een aandeel te geven in de hemelse koninkrijksregering van de Messias. Openbaring wijst erop dat er slechts 144.000 uitverkoren zijn om met Christus te regeren. Maar, anderen die Christus aannemen, zullen uiteindelijk ook als kinderen van God worden aangenomen. Zij zullen voor altijd op de aarde leven.


78. Hebreeën 11:16 spreekt over enkele getrouwe personen in het Oude Testament (Abel, Noach, Abraham, enz.) en zegt: "Maar nu trachten zij een betere [plaats] te verkrijgen, namelijk een die tot de hemel behoort…" en "…hun God te worden aangeroepen, want hij heeft een stad voor hen gereedgemaakt." De voetnoot bij het woord "stad" verwijst naar het HEMELSE Jeruzalem uit Hebreeën 12:22 en Openbaring 21:2. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap leert dat de enige personen die naar de hemel gaan de 144.00 met de geest gezalfden zijn die geleefd hebben nadat Christus gestorven is?


Het antwoord is: Gods symbolische hemelse stad daalt neer tot hen - zij stijgen er niet naar op. Daarom bestaat één van de laatste beschrijvingen in de Bijbel uit een afschildering van de geweldige stad van het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt tot de aarde. "Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, toebereid als een bruid die zich voor haar man versierd heeft." (Openbaring 21:2)


79. In Lukas 24:36-39 en Johannes 20:26, 27 liet Jezus zijn dicipelen de wonden in zijn lichaam zien als bewijs van zijn opstanding. Als Jezus' lichaam door God was vernietigd na zijn dood, hoe kon Jezus zijn dicipelen dan zijn eigen lichaam met de wonden in zijn handen, voeten en zij laten zien? In Lukas 24:39 zegt Jezus: "Ziet MIJN handen en MIJN voeten, dat IK HET ZELF ben; betast mij en ziet, want een GEEST HEEFT GEEN VLEES EN BEENDEREN, zoals gij aanschouwt dat ik heb." Als Jezus werkelijk zonder lichaam was opgewekt in de geest, zoals het WTG leert, waarom zou hij dan trachten zijn dicipelen te misleiden door ze te laten denken dat hij was opgewekt in zijn echte lichaam met "vlees en beenderen"? Betekent "levend worden gemaakt IN de geest" (1 Petrus 3:18) werkelijk hetzelfde als "opgewekt worden ALS een geest"? Zie Rom. 8:11.


De Bijbel zegt duidelijk dat Jezus in het vlees ter dood is gebracht, maar levend gemaakt is in de geest. Sommige vertalingen vertalen dat vers helaas verkeerd door te zeggen dat Jezus levend gemaakt werd "door de geest" in plaats van "in de geest." Door de context zou duidelijk moeten zijn dat Petrus Jezus' vleselijke bestaan contrasteerde met zijn geestelijke bestaan na zijn opstanding. Het vers zegt verder dat Jezus in die staat (in de geest) "is heengegaan en heeft gepredikt tot de geesten in de gevangenis." Ongeacht wat jij denkt dat die geesten in de gevangenis vertegenwoordigen, het moet duidelijk zijn dat Jezus geest moest zijn om een boodschap aan die geesten af te leveren.

De apostelen konden toen echter niet de hemelse, geestelijke natuur van Gods koninkrijk begrijpen. Ze dachten in fysieke termen - net als vele zogenaamde hedendaagse interpreteerders van de Bijbel.

De apostelen zouden nooit begrepen hebben dat Jezus naar de hemel was gegaan, tenzij hij zich eerst voor hen materialiseerde, zichzelf ommantelend met vlees om hen ervan te overtuigen dat hij leefde en daarna in hun zicht op te stijgen naar de hemel. Lang nadat Jezus teruggekeerd was naar de hemel verscheen hij echter aan Paulus. In die ontmoeting was Jezus absoluut niet menselijk. Hij was een geest, glansrijker als de zon. Paulus was zelfs drie dagen blind als gevolg van de ontmoeting die hij met Christus had op de weg naar Damaskus.

Jezus verscheen na zijn opstanding bij vele gelegenheden aan zijn dicipelen. Elke keer verscheen hij in een ander lichaam, dat niet werd herkend door de dicipelen. Elke keer moesten de dicipelen Christus herkennen door het hetgeen hij zei in plaats van zijn aangezicht. Jehovah dwong hen in geestelijke termen te denken in plaats van vleselijke. De enige uitzondering was toen Jezus verscheen waarbij hij de wonden van zijn executie droeg, wat specifiek werd gedaan om Thomas te confronteren, die daarvoor had gezegd dat hij het bewijs van Christus' opstanding nooit zou geloven, tenzij hij persoonlijk zijn wonden had gevoeld.



80. Hoe kunnen Abraham, Isaak en Jakob in Lukas 20:37, 38 "allen voor hem (God) leven," daar zij allemaal honderden jaren voordat Jezus dit zei gestorven zijn? Als de WTG leerstelling dat een onsterfelijke ziel niet voortleeft na de dood van het lichaam correct is en er geen bewustzijn is na de dood, hoe kunnen Mozes en Elia dan niet enkel verschijnen aan Petrus, Jakobus en Johannes, maar ook werkelijk met Jezus spreken (Matth. 17:3)? Evenzo zegt Jezus in Joh. 8:56: "Abraham, uw vader, verheugde zich zeer over het vooruitzicht mijn dag te zien, en HIJ HEEFT HEM GEZIEN EN ZICH VERHEUGD." Daar Abraham honderden jaren voordat Jezus dit zei stierf, hoe kon Jezus dan zeggen dat Abraham "hem gezien heeft en zich verheugd heeft," wanneer er geen bewustzijn bestaat na de dood?


Lukas 20:37-38 zegt niet dat Abraham, Isaäk en Jakob in leven zijn. Jezus zei dat de doden "voor hem allen leven." Jezus zei dat om te wijzen op de zekerheid van de opstanding, dat die mannen voor Jehovah zo goed als levend zijn, omdat ze leven in Gods herinnering ondanks dat ze in werkelijkheid dood zijn. Maar, wanneer de tijd gekomen is voor Christus om de opstanding uit te voeren, zal het zijn alsof ze nooit gestorven zijn. In die zin "leven zij allen voor hem."

Wat betreft je verkeerde aanname dat Mozes en Elia echt waren toen ze in de transfiguratie verschenen aan Christus, dat waren ze niet. Het was een visioen. Hoe weten we dat het een visioen was? Dat zei Jezus. In Mattheüs 17:9 lezen we: "En onder het afdalen van de berg gebood Jezus hun en zei: "Vertelt het visioen aan niemand voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt.""

Wat betekent het woord "visioen" volgens jou?

Wat betreft Abraham die Christus' dag "zag": Abraham "zag" Christus' dag doordat hij de vervulling van Gods belofte om een zoon voort te brengen meemaakte. Zoals je weet beloofde Jehovah aan Abraham dat Sara een zoon zou baren, ondanks dat ze de leeftijd waarop ze kinderen zou kunnen krijgen reeds lang gepasseerd was. Maar, God hield zijn woord en gaf hem op wonderbaarlijke wijze Isaäk. Jezus' geboorte was evenzo een wonder van God. Het was daarom dezelfde wonderbaarlijk werkende God die Jezus voortbracht, die eerst de geboorte van Isaäk veroorzaakte. In die betekenis zag Abraham Christus' dag in dat hij verheuging had in de wonderbaarlijke geboorte van de erfgenaam van Christus.

En niet alleen dat, maar Abraham "zag" Christus' dag door te trachten zijn eniggeboren zoon van Sara te offeren. In dat opzicht zei Paulus dat Abraham een profetisch drama opvoerde, wat een duidelijke voorafschaduwing was van Jehovah die zijn eniggeboren Zoon offerde.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman