| |
|
|
|
| 81.
Als de ziel sterft wanneer het lichaam sterft, hoe kunnen
de "zielen" uit Openbaring 6:9-11, die "geslacht"
waren (m.a.w.: gedood), dan "met een luide stem"
uitroepen: 'Tot wanneer, Soevereine Heer
"? |
|
|
|
Dit zijn vragen die ontstaan in een geest die metaforen
niet kan begrijpen. Hoe moeten we Genesis 4:10 begrijpen,
waar God tot Kaïn zei nadat hij zijn broer had vermoord:
"Luister! Het bloed van uw broer roept luid tot mij van
de aardbodem." Moeten we veronderstellen dat de rode
bloedcellen capaciteiten bezitten waar we niet vanaf weten
of dat bloed in stilte met God kan communiceren? Is het
redelijkerwijs niet een eenvoudige beschrijvende manier
om te zeggen dat Abels vergoten bloed vereiste dat God recht
sprak ik zijn zaak door zijn moord te wreken?
Daar dat duidelijk het geval is, Openbaring 6:9 gebruikt
zo'n zelfde soort zinspeling om te symboliseren hoe Jehovah
uiteindelijk de dood van zijn gezalfde zonen in de oorlog
van Armageddon zal wreken.
|
|
| 82. In Mattheüs
28:19 zegt Jezus zijn dicipelen om "mensen uit alle natiën
in
de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"
te dopen. Waarom zouden de dicipelen geïnstrueerd worden
te dopen in de naam van iemand of iets dat geen God is? Volgen
Jehovah's Getuigen het gebod van Jezus en dopen ze "in
de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"? |
|
|
| Enkelen van Jezus' vroegere volgelingen
werden gedoopt in de doop van Johannes. Betekent dit dat Johannes
de Doper de Vader, Zoon en geest aan elkaar gelijk stelt?
Natuurlijk zien degenen die verzonken zijn in het dogma van
de Drieëenheid de woorden Vader, Zoon en geest in dezelfde
zin en denken ze in een reflex "Drieëenheid." Personen met
onderscheidingsvermogen realiseren zich echter dat enkel het
feit dat die woorden in hetzelfde vers voorkomen de één geenzins
gelijk stelt aan de ander.
Jehovah's Getuigen dopen "in de naam van de Vader en van
de Zoon en van de heilige geest" door onder autoriteit en
opzicht van Jehovah, Jezus en de heilige geest te handelen.
|
|
| 83. Als de menselijke
ziel de persoon IS, hoe kan de ziel dan uitgaan uit iemands
lichaam (Gen. 35:18) of terugkeren in iemands lichaam (1 Koningen
17:21)? Evenzo, wat zou er in Lukas 12:4-5 overblijven van
een gedood persoon dat in Gehenna geworpen zou kunnen worden? |
|
|
| "Ziel" betekent niet altijd de individuele
persoon. Afhankelijk van de context kan het ook het leven
dat een persoon bezit betekenen. Wanneer de ziel van een persoon
dus "uitgaat," sterven ze. Wanneer het terugkeert in
hen, is dit een andere manier om te zeggen dat de persoon
herleefde na bijna dood te zijn geweest. Strong's
Lexicon, waarnaar de vragensteller graag verwijst, somt
diverse betekenissen op voor het woord dat over het algemeen
wordt vertaald met ziel. Één van de hoofdbetekenissen
van het Hebreeuwse woord nephesh is een "ademer." Wanneer
een persoon dus stopt met ademen, gaat zijn ziel van hem uit.
|
|
| 84. Efez. 4:4 zegt
dat er EEN geest is. 1 Kor. 3:16 zegt over het volk van Gods
tempel dat Gods geest in hen woont en Rom. 8:9 zegt dat degenen
die in overeenstemming zijn met de geest, de geest van God
in zich hebben wonen. Wanneer dit allemaal waar is en er slechts
EEN geest is, wie of wat is dan de geest van Christus (Fil.
1:19, Gal. 4:6, Rom. 8:9)? In Gal. 4:6, hoe is het mogelijk
dat de geest van Christus in ons hart kan komen? Hoe is het
mogelijk dat de geest van CHRISTUS in iemand kan wonen? Hoe
kan een persoon Gods geest in zich hebben wonen (Rom. 8:9),
maar ook Christus' geest hebben (Rom. 8:9), wanneer er slechts
EEN geest is, tenzij God en Jezus één en dezelfde
zijn? |
|
|
| Wederom denkt de vragensteller zich kennelijk
in dat algemene woorden niet meerdere betekenisnuances kunnen
hebben. Terwijl de Schrift zegt dat er slechts "één geest"
is, betekent dit dat er één enkele verenigende kracht is die
onder gelovigen werkt. Het hebben van Christus' geest betekent
dat elke gelovige het gedrag en de persoonlijkheid van Christus
weerspiegelt. Natuurlijk werkt Jezus Jehovah's heilige geest
die werkt door middel van de gemeenten van God niet tegen.
In dat opzicht is er slechts één geest aan het werk. |
|
| 85. In Johannes 6:51
zegt Jezus dat een persoon "van dit brood" moet eten om "eeuwig
te leven," en "het brood dat ik zal geven IS mijn vlees."
Als Jezus enkel symbolisch sprak, waarom ageerden de Joden
dan tegen deze leerstelling (Joh. 6:52), en waarom legde Jezus
hen niet uit dat hij enkel symbolisch sprak, in plaats van
zichzelf VIJF maal te herhalen door elke keer vrijwel hetzelfde
te zeggen (Joh. 6:53, 54, 56, 57, 58)? Als Jezus hier enkel
symbolisch sprak, waarom gebruikt Johannes in vers 54, 56,
57 en 58 dan het Griekse woord "trogo" (Strong's #5176) wat
"eten, nuttigen" betekent? Kan "eten of nuttigen" symbolisch
genomen worden? Als Jezus enkel symbolisch sprak in deze passage
en nadat zijn eigen dicipelen bezwaar hadden op deze leerstellingen
(Joh. 6:60), waarom stond hij dan toe dat "vele dicipelen"
weggingen (Joh. 6:66) in plaats van hen terug te roepen en
alles duidelijk te maken, zoals hij bij andere gelegenheden
met andere moeilijke kwesties had gedaan (zie Joh. 3:1-15,
Matth. 16:5-12, 19:23-26)? Tot slot, als Jezus enkel symbolisch
sprak in deze passage (Joh. 6:51-58) en in werkelijkheid bedoelde
dat ze enkel hoefden te geloven, waarom verlieten zovelen
dicipelen hem dan als gevolg van deze leerstelling, terwijl
hen reeds gezegd was dat ze moesten "geloven" (Joh. 5:24)
en we geen dicipel zien die hem verliet nadat Jezus dit zei?
Eet jij het vlees van Christus, zoals Jezus opdroeg, om zodoende
leven in jezelf te hebben (Joh. 6:54) en om voor eeuwig te
leven (Joh. 6:58)? Zie Lukas 22:19. |
|
|
| De vragensteller heeft het volledig bij
het verkeerde eind. Jezus zei heel duidelijk dat hij
in symbolische, geestelijke termen sprak. In het 63ste vers
legde Jezus uit: "De woorden die ik tot u heb gesproken,
zijn geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen
onder u, die niet geloven."
Jezus stond het zijn dicipelen toe weg te gaan, omdat
ze niet zijn ware dicipelen waren en dat bewezen ze door
hun struikeling over zijn leerstellingen. De Bijbel is op
zo'n manier geschreven dat het vrijwel onmogelijk is hem
te begrijpen, tenzij God het wil.
|
|
| 86. Als Jezus niet
God is, waarom zou hij de Joden dan misleid hebben door zichzelf
"gelijk aan God" te maken in Joh. 5:17-18? |
|
|
| Wederom heeft de vragensteller het volledig
bij het verkeerde eind. Jezus heeft nooit beweerd gelijk te
zijn aan God. Dat was een beschuldiging die de moord-ademende
Joden inbrachten tegen Christus. Jezus had hen reeds gezegd
dat ze leugenaars waren en dat ze de wil van hun geestelijke
vader - de Duivel - deden. Het zei hen ook dat ze noch hem
noch de Vader kenden. Jezus corrigeerde hen door hen te zeggen
dat hij Gods Zoon was - niet Gods gelijke.
Het is opmerkenswaardig dat Trinitariërs dezelfde redenaties
als de Joden gebruiken om Jezus tot Jehovah te maken. Zou
dat zo zijn omdat de waarheids-verdraaiende invloed van
de Duivel nog even aanwezig is als in Jezus' dagen?
|
|
| 87. Als enkel 144.000
met de geest gezalfde personen "wedergeboren" zijn, waarom
zegt de Bijbel in 1 Joh. 5:1 dan: "EEN IEDER die gelooft dat
Jezus de Christus is, IS UIT GOD GEBOREN"? Wat betekenen de
woorden "een ieder" volgens jou? In tegenstelling daarmee,
waar in de Bijbel wordt er gezegd dat slechts 144.000 personen
"wedergeboren" zullen worden? Evenzo, als enkel 144.000 met
de geest gezalfde personen "uit God geboren" zijn, waarom
zegt de Bijbel dan dat "EEN IEDER die liefheeft UIT GOD GEBOREN
is" (1 Joh. 4:7)? Geloven niet alle Christenen dat Jezus de
Christus is en hebben zij niet allen lief? Nogmaals, wat betekenen
de woorden "een ieder" volgens jou? Evenzo, als slechts 144.000
met de geest gezalfde personen "verzegeld worden met de heilige
geest," waarom zegt de Bijbel in Efez. 1:13 dan dat een Christen
nadat hij heeft "geloofd" "met de beloofde heilige geest verzegeld"
werd? Moet dit niet van toepassing zijn op alle Christenen
daar alle Christenen "geloven" dat Jezus de Christus is? Als
toevoeging, Rom. 8:14 zegt: "ALLEN die door Gods geest worden
geleid, zijn Gods zonen." Geloven Jehovah's Getuigen dat ze
worden geleid door Gods geest? Zo ja, zijn zij dan niet evenzo
"Gods zonen" volgens Rom. 8:14? |
|
|
| Hier is een definitie uit een
woordenboek van het woord ieder zoals gebruikt
in "een ieder": Omvat zonder uitzondering elke en
alle leden van een groep.
Een ieder betekent in de context van 1 Johannes
5:1 alle wedergeboren zonen van God, zonder uitzondering.
Het voorgaande vers maakt duidelijk dat een ieder
die enkel beweert God te dienen, maar zijn broeder haat
een leugenaar is. Het moge dus duidelijk zijn dat een
ieder niet altijd een ieder betekent. In Mattheüs
7:21 zegt Jezus: "Niet een ieder die tot mij zegt:
'Heer, Heer', zal het koninkrijk der hemelen binnengaan."
Wat betekent de uitdrukking "niet een ieder" volgens
jou?
|
|
| 88. In Joh. 5:39-40
zegt Jezus: "Gij ONDERZOEKT DE SCHRIFTEN, omdat gij denkt
dat gij door middel daarvan eeuwig leven zult hebben ... En
toch wilt gij niet TOT MIJ KOMEN opdat gij leven moogt hebben."
Jehovah's Getuigen "onderzoeken" ook voortdurend
"de schriften," maar komen zij rechtstreeks tot
Jezus zoals dat zou moeten (Matth. 11:28, Joh. 5:40)? "Komen"
Getuigen tot Jezus door rechtstreeks tot hem te bidden? Zo
niet, zijn de Getuigen dan niet precies hetzelfde als de personen
waarover Jezus sprak in Joh. 5:39-40? |
|
|
| Dat is een zeer zwakke redenatie. Jezus
zei dat niemand tot hem kan komen tenzij de Vader, die hem
gezonden heeft, hen trekt. Het moge duidelijk zijn dat Jehovah
niemand tot zijn Zoon zal trekken die zo blind is dat de persoon
Jezus met Jehovah verwart. Aan de andere kant zijn degenen
die de waarheid over Jehovah en Jezus onderwijzen degenen
die tot Christus gekomen zijn en door hem omtrent zijn Vader
onderwezen zijn. |
|
| 89. In Matth. 4:10
heeft Jezus klaarblijkelijk de autoriteit om Satan te bestraffen
en dat doet hij dan ook. Judas 9 zegt: "Toen de aartsengel
Michaël echter een geschil had met de Duivel ... durfde
hij niet een oordeel tegen hem uit te brengen, maar zei: "Jehovah
bestraffe u."" Als Jezus de Aartsengel Michaël
is, waarom weigerde Michaël Satan dan te bestraffen in
Judas 9, terwijl hij dit wel deed in Matth. 4:10? |
|
|
| We zouden kunnen vermoeden dat de vragensteller
hier opzettelijk misleidend is. Door Judas 9 slechts gedeeltelijk
te citeren, zou de lezer tot de verkeerde conclusie geleid
kunnen worden dat Michaël de Duivel bij die gelegenheid niet
bestrafte. Dat is echter niet het geval. Het vers zegt dat
Michaël "niet in beschimpende bewoordingen een oordeel
tegen hem [durfde] uit te brengen." Michaël bestrafte
de Duivel wel degelijk door te zeggen: "Jehovah bestraffe
u." Het punt is dat Michaël de Duivel niet bijtend beschuldigde
uit respect voor Jehovah. Niet alleen de NWV vertaalt Judas
9 op die wijze. De NBG zegt: "Maar Michael, de aartsengel,
durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over
het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen,
doch hij zeide: De Here straffe u!" |
|
| 90. In Luk. 4:12 vertaalt
de NWV het Griekse woord "kyrios" (Gr. "heer")
met "Jehovah," waardoor het vers luidt: "Gij
moogt Jehovah, uw God, niet op de proef stellen." Zie
Grieks-Engelse Interlinear. Waarom is "kyrios" in
dit vers met "Jehovah" vertaald? Beproefde de duivel
Jehovah of Jezus in Luk. 4:9-11? Evenzo wordt in Matth. 3:3,
Mark. 1:3 en Joh. 1:23 het Griekse woord "kyrios"
met "Jehovah" vertaald. Bereidde Johannes de Doper
de weg voor Jehovah of voor Jezus (vergelijk Jes. 40:3)? Zie
Joh. 1:25-31. Daar het Griekse woord "kyrios" (Strong's
#2962) in deze verzen duidelijk verwijzen naar Jezus en wanneer
dit woord in deze verzen juist vertaald zou zijn met "heer,"
wat zouden deze verzen dan zeggen over de natuur van Christus? |
|
|
| Jezus Christus citeerde uit Deuteronomium
6:16 waar in de Canisiusvertaling staat: "Stelt Jahweh,
uw God, niet op de proef, zoals gij Hem te Massa op de proef
hebt gesteld." Zoals bekend hebben hedendaagse vertalingen
de Goddelijke naam verwijderd en die vervangen door het algemene
"HEER" in plaats van Gods onderscheidende,
persoonlijke naam te gebruiken. Het is echter ondenkbaar dat
Jezus niet de persoonlijke naam van zijn Vader heeft gebruikt
toen hij rechtstreeks citeerde uit de Hebreeuwse tekst waarin
hij stond. De NWV gebruikt de Goddelijke naam dus waar dat
passend is.
De vragensteller begrijpt het vers in kwestie kennelijk
niet eens. Jezus zei niet dat de Duivel God beproefde.
De Duivel trachtte Jezus te verlokken om God op de
proef te stellen. De Duivel wist dat Jezus niet God was.
Hij zei tot hem: "Indien gij een zoon van God
zijt, werp u dan van hier naar beneden." De Duivel citeerde
verder de Psalm die zegt dat God zijn engelen zou zenden
om hem te redden. Jezus zei dus dat hij onder de Wet stond
die de Joden verbood om Jehovah te beproeven. In plaats
dat dit de leugen ondersteunt dat Jezus God is, bewijst
de tekst feitelijk dat Jezus een God-vrezend man was die
zijn God - Jehovah - niet wilde mishagen.
|
|
|
|
|