Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

81. Als de ziel sterft wanneer het lichaam sterft, hoe kunnen de "zielen" uit Openbaring 6:9-11, die "geslacht" waren (m.a.w.: gedood), dan "met een luide stem" uitroepen: 'Tot wanneer, Soevereine Heer…"?


Dit zijn vragen die ontstaan in een geest die metaforen niet kan begrijpen. Hoe moeten we Genesis 4:10 begrijpen, waar God tot Kaïn zei nadat hij zijn broer had vermoord: "Luister! Het bloed van uw broer roept luid tot mij van de aardbodem." Moeten we veronderstellen dat de rode bloedcellen capaciteiten bezitten waar we niet vanaf weten of dat bloed in stilte met God kan communiceren? Is het redelijkerwijs niet een eenvoudige beschrijvende manier om te zeggen dat Abels vergoten bloed vereiste dat God recht sprak ik zijn zaak door zijn moord te wreken?

Daar dat duidelijk het geval is, Openbaring 6:9 gebruikt zo'n zelfde soort zinspeling om te symboliseren hoe Jehovah uiteindelijk de dood van zijn gezalfde zonen in de oorlog van Armageddon zal wreken.



82. In Mattheüs 28:19 zegt Jezus zijn dicipelen om "mensen uit alle natiën…in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest" te dopen. Waarom zouden de dicipelen geïnstrueerd worden te dopen in de naam van iemand of iets dat geen God is? Volgen Jehovah's Getuigen het gebod van Jezus en dopen ze "in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"?


Enkelen van Jezus' vroegere volgelingen werden gedoopt in de doop van Johannes. Betekent dit dat Johannes de Doper de Vader, Zoon en geest aan elkaar gelijk stelt? Natuurlijk zien degenen die verzonken zijn in het dogma van de Drieëenheid de woorden Vader, Zoon en geest in dezelfde zin en denken ze in een reflex "Drieëenheid." Personen met onderscheidingsvermogen realiseren zich echter dat enkel het feit dat die woorden in hetzelfde vers voorkomen de één geenzins gelijk stelt aan de ander.

Jehovah's Getuigen dopen "in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest" door onder autoriteit en opzicht van Jehovah, Jezus en de heilige geest te handelen.



83. Als de menselijke ziel de persoon IS, hoe kan de ziel dan uitgaan uit iemands lichaam (Gen. 35:18) of terugkeren in iemands lichaam (1 Koningen 17:21)? Evenzo, wat zou er in Lukas 12:4-5 overblijven van een gedood persoon dat in Gehenna geworpen zou kunnen worden?


"Ziel" betekent niet altijd de individuele persoon. Afhankelijk van de context kan het ook het leven dat een persoon bezit betekenen. Wanneer de ziel van een persoon dus "uitgaat," sterven ze. Wanneer het terugkeert in hen, is dit een andere manier om te zeggen dat de persoon herleefde na bijna dood te zijn geweest. Strong's Lexicon, waarnaar de vragensteller graag verwijst, somt diverse betekenissen op voor het woord dat over het algemeen wordt vertaald met ziel. Één van de hoofdbetekenissen van het Hebreeuwse woord nephesh is een "ademer." Wanneer een persoon dus stopt met ademen, gaat zijn ziel van hem uit.


84. Efez. 4:4 zegt dat er EEN geest is. 1 Kor. 3:16 zegt over het volk van Gods tempel dat Gods geest in hen woont en Rom. 8:9 zegt dat degenen die in overeenstemming zijn met de geest, de geest van God in zich hebben wonen. Wanneer dit allemaal waar is en er slechts EEN geest is, wie of wat is dan de geest van Christus (Fil. 1:19, Gal. 4:6, Rom. 8:9)? In Gal. 4:6, hoe is het mogelijk dat de geest van Christus in ons hart kan komen? Hoe is het mogelijk dat de geest van CHRISTUS in iemand kan wonen? Hoe kan een persoon Gods geest in zich hebben wonen (Rom. 8:9), maar ook Christus' geest hebben (Rom. 8:9), wanneer er slechts EEN geest is, tenzij God en Jezus één en dezelfde zijn?


Wederom denkt de vragensteller zich kennelijk in dat algemene woorden niet meerdere betekenisnuances kunnen hebben. Terwijl de Schrift zegt dat er slechts "één geest" is, betekent dit dat er één enkele verenigende kracht is die onder gelovigen werkt. Het hebben van Christus' geest betekent dat elke gelovige het gedrag en de persoonlijkheid van Christus weerspiegelt. Natuurlijk werkt Jezus Jehovah's heilige geest die werkt door middel van de gemeenten van God niet tegen. In dat opzicht is er slechts één geest aan het werk.


85. In Johannes 6:51 zegt Jezus dat een persoon "van dit brood" moet eten om "eeuwig te leven," en "het brood dat ik zal geven IS mijn vlees." Als Jezus enkel symbolisch sprak, waarom ageerden de Joden dan tegen deze leerstelling (Joh. 6:52), en waarom legde Jezus hen niet uit dat hij enkel symbolisch sprak, in plaats van zichzelf VIJF maal te herhalen door elke keer vrijwel hetzelfde te zeggen (Joh. 6:53, 54, 56, 57, 58)? Als Jezus hier enkel symbolisch sprak, waarom gebruikt Johannes in vers 54, 56, 57 en 58 dan het Griekse woord "trogo" (Strong's #5176) wat "eten, nuttigen" betekent? Kan "eten of nuttigen" symbolisch genomen worden? Als Jezus enkel symbolisch sprak in deze passage en nadat zijn eigen dicipelen bezwaar hadden op deze leerstellingen (Joh. 6:60), waarom stond hij dan toe dat "vele dicipelen" weggingen (Joh. 6:66) in plaats van hen terug te roepen en alles duidelijk te maken, zoals hij bij andere gelegenheden met andere moeilijke kwesties had gedaan (zie Joh. 3:1-15, Matth. 16:5-12, 19:23-26)? Tot slot, als Jezus enkel symbolisch sprak in deze passage (Joh. 6:51-58) en in werkelijkheid bedoelde dat ze enkel hoefden te geloven, waarom verlieten zovelen dicipelen hem dan als gevolg van deze leerstelling, terwijl hen reeds gezegd was dat ze moesten "geloven" (Joh. 5:24) en we geen dicipel zien die hem verliet nadat Jezus dit zei? Eet jij het vlees van Christus, zoals Jezus opdroeg, om zodoende leven in jezelf te hebben (Joh. 6:54) en om voor eeuwig te leven (Joh. 6:58)? Zie Lukas 22:19.


De vragensteller heeft het volledig bij het verkeerde eind. Jezus zei heel duidelijk dat hij in symbolische, geestelijke termen sprak. In het 63ste vers legde Jezus uit: "De woorden die ik tot u heb gesproken, zijn geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven."

Jezus stond het zijn dicipelen toe weg te gaan, omdat ze niet zijn ware dicipelen waren en dat bewezen ze door hun struikeling over zijn leerstellingen. De Bijbel is op zo'n manier geschreven dat het vrijwel onmogelijk is hem te begrijpen, tenzij God het wil.



86. Als Jezus niet God is, waarom zou hij de Joden dan misleid hebben door zichzelf "gelijk aan God" te maken in Joh. 5:17-18?


Wederom heeft de vragensteller het volledig bij het verkeerde eind. Jezus heeft nooit beweerd gelijk te zijn aan God. Dat was een beschuldiging die de moord-ademende Joden inbrachten tegen Christus. Jezus had hen reeds gezegd dat ze leugenaars waren en dat ze de wil van hun geestelijke vader - de Duivel - deden. Het zei hen ook dat ze noch hem noch de Vader kenden. Jezus corrigeerde hen door hen te zeggen dat hij Gods Zoon was - niet Gods gelijke.

Het is opmerkenswaardig dat Trinitariërs dezelfde redenaties als de Joden gebruiken om Jezus tot Jehovah te maken. Zou dat zo zijn omdat de waarheids-verdraaiende invloed van de Duivel nog even aanwezig is als in Jezus' dagen?



87. Als enkel 144.000 met de geest gezalfde personen "wedergeboren" zijn, waarom zegt de Bijbel in 1 Joh. 5:1 dan: "EEN IEDER die gelooft dat Jezus de Christus is, IS UIT GOD GEBOREN"? Wat betekenen de woorden "een ieder" volgens jou? In tegenstelling daarmee, waar in de Bijbel wordt er gezegd dat slechts 144.000 personen "wedergeboren" zullen worden? Evenzo, als enkel 144.000 met de geest gezalfde personen "uit God geboren" zijn, waarom zegt de Bijbel dan dat "EEN IEDER die liefheeft UIT GOD GEBOREN is" (1 Joh. 4:7)? Geloven niet alle Christenen dat Jezus de Christus is en hebben zij niet allen lief? Nogmaals, wat betekenen de woorden "een ieder" volgens jou? Evenzo, als slechts 144.000 met de geest gezalfde personen "verzegeld worden met de heilige geest," waarom zegt de Bijbel in Efez. 1:13 dan dat een Christen nadat hij heeft "geloofd" "met de beloofde heilige geest verzegeld" werd? Moet dit niet van toepassing zijn op alle Christenen daar alle Christenen "geloven" dat Jezus de Christus is? Als toevoeging, Rom. 8:14 zegt: "ALLEN die door Gods geest worden geleid, zijn Gods zonen." Geloven Jehovah's Getuigen dat ze worden geleid door Gods geest? Zo ja, zijn zij dan niet evenzo "Gods zonen" volgens Rom. 8:14?


Hier is een definitie uit een woordenboek van het woord ieder zoals gebruikt in "een ieder": Omvat zonder uitzondering elke en alle leden van een groep.

Een ieder betekent in de context van 1 Johannes 5:1 alle wedergeboren zonen van God, zonder uitzondering. Het voorgaande vers maakt duidelijk dat een ieder die enkel beweert God te dienen, maar zijn broeder haat een leugenaar is. Het moge dus duidelijk zijn dat een ieder niet altijd een ieder betekent. In Mattheüs 7:21 zegt Jezus: "Niet een ieder die tot mij zegt: 'Heer, Heer', zal het koninkrijk der hemelen binnengaan."

Wat betekent de uitdrukking "niet een ieder" volgens jou?



88. In Joh. 5:39-40 zegt Jezus: "Gij ONDERZOEKT DE SCHRIFTEN, omdat gij denkt dat gij door middel daarvan eeuwig leven zult hebben ... En toch wilt gij niet TOT MIJ KOMEN opdat gij leven moogt hebben." Jehovah's Getuigen "onderzoeken" ook voortdurend "de schriften," maar komen zij rechtstreeks tot Jezus zoals dat zou moeten (Matth. 11:28, Joh. 5:40)? "Komen" Getuigen tot Jezus door rechtstreeks tot hem te bidden? Zo niet, zijn de Getuigen dan niet precies hetzelfde als de personen waarover Jezus sprak in Joh. 5:39-40?


Dat is een zeer zwakke redenatie. Jezus zei dat niemand tot hem kan komen tenzij de Vader, die hem gezonden heeft, hen trekt. Het moge duidelijk zijn dat Jehovah niemand tot zijn Zoon zal trekken die zo blind is dat de persoon Jezus met Jehovah verwart. Aan de andere kant zijn degenen die de waarheid over Jehovah en Jezus onderwijzen degenen die tot Christus gekomen zijn en door hem omtrent zijn Vader onderwezen zijn.


89. In Matth. 4:10 heeft Jezus klaarblijkelijk de autoriteit om Satan te bestraffen en dat doet hij dan ook. Judas 9 zegt: "Toen de aartsengel Michaël echter een geschil had met de Duivel ... durfde hij niet een oordeel tegen hem uit te brengen, maar zei: "Jehovah bestraffe u."" Als Jezus de Aartsengel Michaël is, waarom weigerde Michaël Satan dan te bestraffen in Judas 9, terwijl hij dit wel deed in Matth. 4:10?


We zouden kunnen vermoeden dat de vragensteller hier opzettelijk misleidend is. Door Judas 9 slechts gedeeltelijk te citeren, zou de lezer tot de verkeerde conclusie geleid kunnen worden dat Michaël de Duivel bij die gelegenheid niet bestrafte. Dat is echter niet het geval. Het vers zegt dat Michaël "niet in beschimpende bewoordingen een oordeel tegen hem [durfde] uit te brengen." Michaël bestrafte de Duivel wel degelijk door te zeggen: "Jehovah bestraffe u." Het punt is dat Michaël de Duivel niet bijtend beschuldigde uit respect voor Jehovah. Niet alleen de NWV vertaalt Judas 9 op die wijze. De NBG zegt: "Maar Michael, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u!"


90. In Luk. 4:12 vertaalt de NWV het Griekse woord "kyrios" (Gr. "heer") met "Jehovah," waardoor het vers luidt: "Gij moogt Jehovah, uw God, niet op de proef stellen." Zie Grieks-Engelse Interlinear. Waarom is "kyrios" in dit vers met "Jehovah" vertaald? Beproefde de duivel Jehovah of Jezus in Luk. 4:9-11? Evenzo wordt in Matth. 3:3, Mark. 1:3 en Joh. 1:23 het Griekse woord "kyrios" met "Jehovah" vertaald. Bereidde Johannes de Doper de weg voor Jehovah of voor Jezus (vergelijk Jes. 40:3)? Zie Joh. 1:25-31. Daar het Griekse woord "kyrios" (Strong's #2962) in deze verzen duidelijk verwijzen naar Jezus en wanneer dit woord in deze verzen juist vertaald zou zijn met "heer," wat zouden deze verzen dan zeggen over de natuur van Christus?


Jezus Christus citeerde uit Deuteronomium 6:16 waar in de Canisiusvertaling staat: "Stelt Jahweh, uw God, niet op de proef, zoals gij Hem te Massa op de proef hebt gesteld." Zoals bekend hebben hedendaagse vertalingen de Goddelijke naam verwijderd en die vervangen door het algemene "HEER" in plaats van Gods onderscheidende, persoonlijke naam te gebruiken. Het is echter ondenkbaar dat Jezus niet de persoonlijke naam van zijn Vader heeft gebruikt toen hij rechtstreeks citeerde uit de Hebreeuwse tekst waarin hij stond. De NWV gebruikt de Goddelijke naam dus waar dat passend is.

De vragensteller begrijpt het vers in kwestie kennelijk niet eens. Jezus zei niet dat de Duivel God beproefde. De Duivel trachtte Jezus te verlokken om God op de proef te stellen. De Duivel wist dat Jezus niet God was. Hij zei tot hem: "Indien gij een zoon van God zijt, werp u dan van hier naar beneden." De Duivel citeerde verder de Psalm die zegt dat God zijn engelen zou zenden om hem te redden. Jezus zei dus dat hij onder de Wet stond die de Joden verbood om Jehovah te beproeven. In plaats dat dit de leugen ondersteunt dat Jezus God is, bewijst de tekst feitelijk dat Jezus een God-vrezend man was die zijn God - Jehovah - niet wilde mishagen.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman