| |
|
|
|
| 91. Joh. 5:23 luidt:
"opdat allen de Zoon zouden eren EVENALS zij de Vader
eren..." Als Jezus niet God is, waarom vereist de Bijbel
dan dat alle mensen de Zoon evenals de Vader moeten eren? |
|
|
| Het eenvoudige antwoord is: Omdat het Jehovah's
Wil is dat de gehele schepping zijn Zoon eert.
In de voorgaande verzen zei Jezus dat hij niet één ding
uit zichzelf kon doen, maar dat hij deed wat hij deed in
navolging van zijn Vader. Dat betekent dat Jezus limitaties
heeft, doordat hij door zijn liefde voor Jehovah begrensd
wordt om altijd de Wil van zijn Vader te doen en niet zijn
eigen wil. In het 20ste vers zei Jezus dat de Vader genegenheid
voor de Zoon heeft en hem alle dingen laat zien die hij
doet. Hij zei verder dat de Vader hem in de toekomst zelfs
nog grotere dingen zal laten zien. Wederom laat dit zien
dat Jezus afhankelijk is van God om hem te verlichten.
Het zou duidelijk moeten zijn, in ieder geval voor de
redenerende geest, dat Jehovah de onderwijzer is en dat
Jezus de leerling is. Jezus is een unieke zoon van God doordat
Jehovah "hem alle dingen [laat] zien die hijzelf
doet." Daarom kon Jezus een volmaakte vertegenwoordiger
van God zijn.
Naast dat ze godlasterend is, maakt de Drieëenheid de
speciale vader/zoon relatie die bestaat tussen Jehovah en
Jezus tot een aanfluiting. Volgens de Bijbel heeft Jehovah
Jezus lief en heeft Jezus Jehovah lief. Volgens de Drieëenheid
houdt God enkel van zichzelf en zegent hij zichzelf op allerlei
manieren. Wat een volslagen nonsens!
|
|
| 92. Als Jezus en Jehovah
niet één God zijn, waarom is volgens de NWV
"Jehovah" dan de naam die redding brengt (Hand.
2:21), maar zegt Hand. 4:10-12 dat ALLEEN de naam van Jezus
redding brengt ("...want er is onder de hemel GEEN ANDERE
NAAM die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten
worden.")? |
|
|
| Jehovah heeft geen andere naam dan
Jezus gegeven. De naam Jezus betekent letterlijk "Jehovah
is redding." Jezus' eigen naam vergroot in werkelijkheid
dus Gods eigen naam. Jezus zei dat "God de wereld zozeer
heeft liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven."
Met andere woorden, Jehovah heeft de voorziening tot redding
getroffen door Jezus te offeren. Dat is de wijze waarop Jehovah
ons de naam van Jezus gegeven heeft. |
|
| 93. Als de ziel het
lichaam is, waarom maakt Johannes in 3 Joh. 2 dan een onderscheid
tussen de "voorspoed" van Gajus' lichaam vanwege
een goede gezondheid en de "voorspoed" van zijn
ziel en waarom maakt Paulus in Hand. 20:10 onderscheid tussen
een persoon en hun ziel door te zeggen: "Houdt ermee
op misbaar te maken, want zijn ziel is IN hem." |
|
|
| Jehovah's Getuigen leren niet dat het lichaam
de ziel is. De ziel is de persoon. Ook wordt ziel in de Bijbel
gebruikt in verwijzing naar het leven dat een persoon heeft
als een ziel. Toen Paulus dus zei dat de ziel in hem
was, bedoelde hij dat de persoon leefde. |
|
| 94. Het WTG leert dat
Jezus de eerste en grootste schepping van God is. Als Jezus
de Aartsengel Michaël was voordat hij mens werd, waarom
verwijst Daniël 10:13 dan naar Michaël als "EEN
van de voornaamste vorsten," daarmee suggererend dat
hij gelijk was aan andere engelen? Als Christus de Aartsengel
Michaël was voor zijn incarnatie, vervolgens Jezus werd,
vervolgens na zijn dood weer veranderde in de Aartsengel Michaël,
waarom zegt Hebr 13:8 dan dat "Jezus Christus gisteren
en heden en in eeuwigheid DEZELFDE is"? Hoe kan Jezus
"dezelfde" zijn wanneer hij veranderde van Michaël
in Jezus en vervolgens weer terug in Michaël? |
|
|
| Dit is een in elkaar geknutseld dilemma.
Ter illustratie: de vragensteller zou de vraag moeten herformuleren
tot: Hoe kan Jezus dezelfde zijn wanneer hij veranderde van
God-de-God in God-de-mens en vervolgens weer terug in God-de-God,
daar dat de suggestie is die wordt gewekt door zulke alsmaar
herhaalde vragen die op één of andere manier zouden moeten
"bewijzen" dat Jezus God is.
De Bijbel zegt dat Christus bestond in Gods gedaante,
volgens Jezus is God een geest. Jezus ledigde zichzelf van
zijn hemelse heerlijkheid en geestelijke gedaante toen hij
een mens werd. Voordat Christus terugkeerde naar de hemel
vroeg Jezus Jehovah om hem de heerlijkheid die hij voorheen
had terug te geven. We laten het aan de vragensteller over
om te achterhalen hoe Jezus gisteren en vandaag dezelfde
is, terwijl hij duidelijk enkele radicale veranderingen
in natuur heeft doorgemaakt.
Wat betreft de vraag waarom Michaël een van de voornaamste
vorsten wordt genoemd: Jezus is de Zoon van Jehovah. Jehovah
heeft vele andere hemelse zonen. Een vorst is een zoon van
een koning. Jezus is enkel één van de vele vorstelijke zonen
van Jehovah. Michaël kan terecht één van de voornaamste
vorsten worden genoemd voordat hij naar de aarde
kwam, omdat het op dat moment eenvoudig niet Gods tijd was
zijn speciale zoon en vorst bekend te maken.
|
|
| 95. Rom. 10:12 zegt:
"...want over allen is een en dezelfde Heer (Jezus -
vers 9), die rijk is jegens allen die hem AANROEPEN."
Wanneer er niet tot Jezus gebeden mag worden, waarom zegt
Paulus dan dat degenen die "hem aanroepen" rijk
zullen zijn? Evenzo zegt Paulus in 1 Kor. 1:2: "...samen
met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus,
hun Heer en de onze, AANROEPEN" en in 2 Tim. 2:22 zegt
hij: "...maar streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde,
vrede, samen met hen die DE HEER AANROEPEN uit een rein hart."
Als Christenen niet tot Jezus zouden moeten bidden, waarom
"riepen" de vroegere Christenen hem dan "aan"?
Hoe kan een persoon Jezus aanroepen zonder tot hem te bidden? |
|
|
| Het antwoord ligt in het beantwoorden van
de volgende vraag: Tot wie bad Jezus?
De Trinitariër kan enkel met het nonsens antwoord op de
proppen komen dat Jezus tot zichzelf bad. De Bijbel zegt
echter dat Jezus Jehovah aanriep. Het echte probleem heeft
te maken met de sluwe wijze waarop de aanbidding van God
subtiel veranderd en vervangen is door de aanbidding van
heiligen, engelen, de moeder van Jezus en Jezus zelf.
Dit is de centrale kwestie: Christenen dienen het leven
en voorbeeld van Jezus Christus te volgen. De vraag is:
Wie aanbad Jezus? Wanneer we die vraag juist kunnen beantwoorden,
zijn we bekend met hetgeen Paulus het grootse heilige geheim
aangaande Godvruchtige toewijding noemde. Was Christus echter
toegewijd aan zichzelf? Aanbad hij zichzelf? Was hij zijn
eigen God? Indien dat het geval is, zouden we door zijn
voorbeeld te volgen egocentrische narcisten worden.
Toch? Het is passend zulke vragen te stellen, omdat de leerstelling
van de Drieëenheid de religie die Jezus predikte tot een
complete aanfluiting heeft gemaakt. Ja, dat klopt, Jezus
had een religie. Hij aanbad Degene die hij specifiek "mijn
God" noemde.
Wat was Jezus' religie?
Het zou niet onbekend moeten zijn voor ons welke religie
Jezus praktiseerde. Hij was een Jood. En als een getrouwe
Jood aanbad hij Jehovah God. Jezus zei zoiets tegen de Samaritaanse
vrouw bij de bron, toen hij haar in het 4de hoofdstuk van
Johannes het volgende zei: "Gijlieden aanbidt wat gij
niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, want
redding is uit de joden." Toen Jezus het voornaamwoord
"wij" gebruikte door te zeggen "wij aanbidden wat wij
kennen," rekende Jezus zichzelf ook tot een aanbidder
van Jehovah.
Jezus citeerde tevens de Joodse Wet toen hij op de proef
werd gesteld door de Duivel om een daad van valse aanbidding
te verrichten en hij zei tot Satan: "Jehovah, uw God,
moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten."
Als een volmaakte man onder het Wetsverbond gehoorzaamde
Jezus die wet van Israëls God en verrichtte hij onberispelijk
dienst voor Jehovah.
De Bijbel meldt ons zelfs dat Jezus zichzelf neerwierp
voor Degene die hij "de enige ware God" noemde, zijn
God en zijn Vader. In het verslag van de Hof van
Gethsémané wordt over Jezus gezegd: "En nadat hij een
eindje verder was gegaan, viel hij op zijn aangezicht,
terwijl hij bad en zei: "Mijn Vader, indien het mogelijk
is, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Doch niet zoals
ik wil, maar zoals gij wilt.""
De daad van het op zijn aangezicht vallen is de Hebreeuwse
manier om te zeggen dat een persoon zichzelf neerwerpt in
een daad van aanbiddende hulde. Alleen iemand die erop uit
is zichzelf te misleiden, zal beweren dat Jezus geen
daad van aanbidding deed voor de Levende God Jehovah.
In het 5de hoofdstuk van Hebreeën zei Paulus zelfs dat
Jezus God vreesde en daarom luisterde God naar zijn
beden en smekingen. The Contemporary English Version zegt
in Hebreeën 5:7 het volgende over Christus: "Hij aanbad
God werkelijk, en God luisterde naar zijn gebeden."
De Schrift is duidelijk: Jezus aanbad Jehovah.
Elke lering die het tegengestelde beweert is een duivelse
leugen. In erkenning van de onvergankelijke toewijding van
zijn zoon voor hem, heeft Jehovah echter uitgevaardigd dat
alle schepselen in hemel en op aarde moeten buigen voor
Jezus en hem moeten eren zoals zij de Vader eren. Daarom
geeft de profetische Psalm de volgende raad: "Dient Jehovah
met vrees en weest blij met beving. Kust de zoon,
opdat Hij niet vertoornd wordt."
Onze aanbidding van de Zoon is echter niet tot uitzondering
van Jehovah God. Daarom maakt de NWV het subtiele onderscheid
tussen aanbidding en hulde brengen. Jezus zelf zou nooit
zijn goedkeuring geven aan het ontvangen van aanbidding
ten koste van Jehovah. De Schrift zegt zelfs dat Christus'
rol als Koning uiteindelijk zal ophouden en dat alle eer
die aan hem gegeven is uiteindelijk zal terugkeren naar
God. Dat is hetgeen Paulus voorzei in 1 Korinthiërs 15:27-28,
waar staat: "Want God "heeft alle dingen onder zijn voeten
onderworpen". Maar wanneer hij zegt dat 'alle dingen onderworpen
zijn', is het duidelijk dat dit met uitzondering is van
degene die alle dingen aan hem onderwierp. Wanneer echter
alle dingen aan hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook
de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die alle dingen
aan hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen."
Als de verheerlijkte Christus Jezus, tot wie elke knie
in hemel en op aarde zich uiteindelijk in onderworpenheid
zal buigen, zelf als het ware zijn knie buigt, door
zich te onderwerpen aan God, is het niet alleen duidelijk
dat Jezus God aanbidt, maar ook dat de aanbidding die aan
Christus gegeven wordt niet absoluut is.
Jehovah's Getuigen eren de Vader en de Zoon, niet door
hen samen te voegen in dezelfde persoonlijkheid van een
onbegrijpelijke, mystieke, drieënige godheid, maar door
Christus te eren en zijn voorbeeld te volgen, eren we de
God die Jezus verwekte en hem als onze Koning en Redder
aanstelde.
|
|
| 96. Als de hel niet
bestaat, maar eenvoudig een complete vernietiging van de persoon
is waar geen bewustzijn is, waarom zegt Jezus in Mark. 14:21
dan dat het voor Judas beter zou zijn geweest als hij nooit
geboren was? |
|
|
| Jezus verwees naar Judas als de "zoon
der vernietiging." Wat betekent het woord "vernietiging"
volgens jou? Het zou beter zijn geweest voor Judas om nooit
geboren te zijn, omdat hij voor altijd bekend zal staan als
de goddeloze dwaas die de Zoon van God verraadde. Hoeveel
ouders hebben hun kind tenslotte Judas genoemd? |
|
| 97. Amos 4:11 zegt:
"Ik heb een omkering onder ulieden teweeggebracht, als
Gods omkering van Sodom en Gomorra. En gij werdt toen als
een uit [de] brand gerukt houtblok; maar gij zijt niet tot
mij teruggekeerd', is de uitspraak van Jehovah." Als
de Drieëenheid niet bestaat, hoe kan Jehovah, die aan
het woord is in dit vers, dan verwijzen naar een andere persoon
dan God ("...als GODS omkering van Sodom...")? |
|
|
| Jehovah verwijst eenvoudigweg naar zichzelf
in wat bekend staat als de derde persoon. Dat moet je niet
verwarren met de ingebeelde derde persoon van de Drieëenheid.
|
|
| 98. Als Jezus Christus
de Aartsengel Michaël is, hoe kan Matth. 25:31 dan zeggen:
"Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn
heerlijkheid, en ALLE engelen met hem,..." Daar de Aartsengel
Michaël zeker bij "alle engelen" inbegrepen
zou zijn, is het mogelijk dat Jezus terug kan komen met zichzelf?
Evenzo, als Jezus voor zijn geboorte de Aartsengel Michaël
was, hoe leg je dan Hebr. 1:13 uit waar staat: "Maar
met betrekking tot wie van de ENGELEN heeft hij OOIT GEZEGD:
"Zit aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden tot
een voetbank voor uw voeten stel"?" Als toevoeging,
als Jezus bij zijn opstanding de Aartsengel Michaël werd,
waarom verwijst dan geen enkele schrijver van het Nieuwe Testament
met de naam "Michaël" naar de opgestane Christus?
Kun je één vers aanwijzen, ééntje
maar, waar wordt gezegd dat Jezus en Michaël dezelfde
zijn? |
|
|
| In antwoord op de eerste vraag, de uitdrukking
"aartsengel" betekent hoofdengel. Het 12de hoofdstuk van Openbaring
beschrijft dat de Aartsengel Michaël al Gods hemelse zonen,
engelen, in oorlog tegen de Duivel en zijn engelen leidt.
Een vraag die redenerende personen zich uiteraard stellen
is: Waar bevindt Christus zich in dat plaatje? Op een
andere plaats in de schrift wordt Michaël, of een niet bij
name genoemde engel, beschreven waarbij hij handelingen verricht
die het exclusieve voorrecht van Christus zijn. Een serie
visioenen in Daniël geeft bijvoorbeeld de opeenvolging van
wereldmachten weer die leidt tot de oprichting van Jehovah's
hemelse koninkrijk. Daniël 2:44 voorzegt dat Gods koninkrijk
de menselijke koninkrijken zal overwinnen. Het 7de hoofdstuk
van Daniël onthult dat het koninkrijk wordt gegeven aan iemand
die de Mensenzoon wordt genoemd en aan de heiligen. In het
8ste hoofdstuk wordt het koninkrijk gegeven aan iemand die
de Vorst der vorsten wordt genoemd en aan de heiligen. In
het laatste hoofdstuk wordt de koning van het noorden verslagen
door Michaël die opstaat om Gods volk te verdedigen. Door
deze parallelle profetieën is het duidelijk dat de mensenzoon,
de Vorst der vorsten en Michaël één en dezelfde zijn - Jezus
Christus.
Wat betreft Hebreeën 1:13, het punt dat Paulus duidelijk
wilde maken is dat Jehovah het koninkrijk niet aan enige
engel gegeven heeft. Hij gaf het aan een mens. Het tijdstip
waarop die profetie in vervulling ging, was toen Jezus gedoopt
werd, waarbij Jehovah Christus als zijn zoon aannam.
|
|
| 99. Als Jezus pas de
Christus werd toen hij werd gedoopt op ongeveer 30 jaar na
zijn geboorte, waarom zegt Luk. 2:11 dan: "Want heden
is u in Davids stad een Redder geboren, die Christus [de]
Heer IS." Wat betekent het woord "is" volgens
jou? |
|
|
| In plaats van domme vragen te beantwoorden
zoals 'wat betekent "is"?', levert de volgende vraag veel
meer op: Wat betekent het woord "Christus"? Volgens de definitie
uit het woordenboek betekent Christus "gezalfde". De
vraag is: Wanneer werd Jezus gezalfd? Bij zijn geboorte? Nee,
hij werd door Gods heilige geest gezalfd bij zijn doop, toen
hij 30 jaar oud was. Toen werd hij de Messias, of Christus.
Jezus maakte zelfs openlijk bekend dat hij de Christus was
geworden. Kort na zijn doop stond Jezus in de synagoge op
en las uit de boekrol van Jesaja de volgende passage voor:
"Jehovah's geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd
om de armen goed nieuws bekend te maken..." (Lukas 4:18)
Maar, waarom zei de engel dat het kind de Christus was?
Het heeft te maken met het feit dat Jehovah de dingen benoemd
alsof ze al zo zijn. Dat wordt duidelijk uit alle profetie.
In de Hebreeuwse profetieën spreekt God bijvoorbeeld met
grote zekerheid over Jezus' dood, opstanding en zijn regering
van het hemelse koninkrijk, nog lang voordat Christus zelfs
maar naar de aarde kwam. Ondanks dat Jezus een eigen vrije
wil had en ervoor had kunnen kiezen Gods Wil voor hem niet
te doen, uitte Jehovah zijn opperste vertrouwen dat zijn
wil gedaan zou worden en dat zijn zoon hem nooit zou verraden.
Het is interessant dat Satan Jehovah tot een leugenaar
trachtte te maken door te proberen Jezus in zijn wieg ter
dood te laten brengen. Dat God het kind Jezus dus de Christus
noemde, is eenvoudig Gods manier om zijn voornemen op voorhand
te verkondigen dat Jezus zou opgroeien en de Christus zou
worden en dat de vijanden van de waarheid machteloos zijn
wanneer zij trachten Jehovah's Woord ervan te weerhouden
een realiteit te worden.
|
|
| 100. In Kol. 1:26,
27, 2:2 en 4:3 wordt het Griekse woord "musterion"
(Strongs #3466) vertaald met "heilig geheim," maar
in de Kingdom Interlinear wordt ditzelfde woord correct vertaald
met "mysterie". Waarom deze discrepantie in vertaling
tussen de KIT en de NWV? Zou het niet eenvoudiger zijn geweest
dit woord in de NWV juist te vertalen met "mysterie"?
Als dit woord in de NWV juist was vertaald met "mysterie,"
hoe zouden de bovenstaande verzen dan luiden en wat zouden
ze zeggen over het feit dat sommige dingen over God onmogelijk
volledig begrepen kunnen worden? |
|
|
| De vragensteller heeft de hele bedoeling
van de schriftplaats niet begrepen. Kolossenzen 1:26 zegt:
"Deze boodschap betreft het geheim dat door alle eeuwen
heen voor alle generaties verborgen is gebleven, maar dat
nu geopenbaard is aan wie God toebehoren." (GNB)
Het vers zegt niet dat het onmogelijk is het geheim van
God te kennen. Het zegt juist precies het tegenovergestelde!
Er wordt duidelijk gezegd dat hetgeen vóór Christus een
mysterie of geheim was, onthuld of geopenbaard is aan Christenen.
Er bestaat geen probleem met de Nieuwe Wereldvertaling
in dit vers. Het is duidelijk dat het probleem is dat de
vragensteller er de voorkeur aan geeft onwetend te zijn
aangaande kennis van God en zijn onwetendheid wenst voor
anderen.
|
|
| 101. Elke ware Christen
zal beamen dat we de geboden van God dienen op te volgen.
In Markus 9:7 gebiedt God de Vader dat we luisteren naar Jezus.
Volg je dit gebod en luister je naar Jezus? Jezus stierf ten
slotte voor je persoonlijke zonden (1 Johannes 2:2, 1 Petrus
2:24). Jezus zegt ons rechtstreeks tot hem te komen (Mattheüs
11:28-30), en de Vader gebood ons naar Jezus te luisteren.
Waarom? Omdat JEZUS ons eeuwig leven geeft (Johannes 10:28),
en zodat JEZUS in ons huis zal komen en ons het recht zal
geven op zijn troon te zitten (Openbaring 3:20, 21). Bid je
tot Jezus zoals Paulus en de vroegere Christenen deden (1
Korinthiërs 1:2)? Neem je deel aan het vlees van Christus,
zoals Jezus gebood (Johannes 6:51)? Zo niet, volg je dan het
gebod van de Vader op die zei: "Luister naar hem"? |
|
|
| Wat is een "ware Christen" precies? Hoe
kunnen we weten wie waar is en wie vals? Jezus vroeg de Joden
eens: "Waarom dan noemt gij mij 'Heer! Heer!' maar doet
niet de dingen die ik zeg?" Jezus' vraag is voor hedendaagse
Christenen nog even relevant als voor de toenmalige Joden.
Een ware Christen is daarom iemand die Jezus als Heer gehoorzaamt
- niet enkel iemand die zegt "Jezus is Heer."
Ten eerste gebood Jezus zijn volgelingen om onze geestelijke
broeders en onze naasten lief te hebben als onszelf. Toch,
hoeveel Christenen gehoorzamen Jezus werkelijk in dit opzicht?
Helaas zeer weinig. Ja, de geschiedenis legt er getuigenis
van af dat de meeste belijdende Christenen geneigd zijn
tot haat in plaats van liefde. En we zijn in het geheel
niet onaardig of leugenachtig wanneer we beweren dat Trinitariërs
de grootste oorlogverspreidende en moordzuchtige godsdienstijveraars
zijn die ooit op deze aarde gewandeld hebben.
'Maar, oorlog is anders,' zeg je. 'Jezus zei dat we Caesar
het verschuldigde moeten geven. Dus, wanneer Caesar ons
zegt dat we in oorlog moeten gaan en onze naaste moeten
vermoorden, dan is dat wat we moeten doen.'
En door dit te doen hebben de Christen uit de Christenheid
het Christendom tot een aanfluiting gemaakt.
Waarom zijn Trinitariërs toch geneigd om te discussiëren
over elke letter en komma in de Bijbel en hebben ze toch
geen enkel probleem met het aantrekken van een oorlogsuniform
en het vermoorden van hun naasten? Wat betekent het woord
"liefde" volgens jou?
Als een voorbeeld van grove religieuze hypocrisie: in
1994 explodeerde het overheersend Katholieke Rwanda in een
tribale genocide. Ooggetuigeverslagen melden dat vele Hutu
priesters en nonnen rechtstreeks deelnamen aan de slachting
van hun mede-Katholieken van de Tutsi stam. De nauwkeurigste
schattingen melden dat een half-miljoen zielen afgeslacht
zijn en veel schuld is toegeschreven aan de Katholieke Kerk.
De Zevende Dag Adventisten en Anglicaanse Kerk zijn ook
in bepaalde mate beschuldigd van laakbaarheid in de genocide.
Ongetwijfeld waren de Katholieke moordenaars van hun medegelovigen
even gepassioneerd over de Drieëenheid en andere kerkdogma's
als onze vragensteller van de 101 vragen. En ongetwijfeld
vochten die Afrikaanse Katholieken ook met alle macht tegen
Jehovah's Getuigen en bekritiseerden zij de NWV voor het
zogenaamd "veranderen van de Bijbel" door het toevoegen
van woorden tussen haken en het beruchte woordje "een" in
Johannes 1:1. De apostel Johannes zette de zaken echter
in het juiste perspectief toen hij schreef dat iedereen
die zegt God lief te hebben en toch zijn broeder haat een
leugenaar is.
Terwijl sommigen wellicht van mening zijn dat het oneerlijk
is om alle Katholieken de schuld te geven van de recentelijke
genocide in het verre Afrika, is het de waarheid dat de
recente slachtpartij nogal karakteristiek is. Het valt niet
te ontkennen dat oorlog eenvoudig een integraal deel van
de Katholieke en Protestantse instellingen is. Vooral de
Katholieke Kerk is door de eeuwen heen rechtstreeks verantwoordelijk
geweest voor de slachting en marteling van honderdduizenden,
wellicht zelfs miljoenen mensen. De vele Kruistochten, de
afgrijselijke Inquisities, de Honderd Jarige Oorlog, de
Dertig Jarige Oorlog, de Eerste en Tweede Wereldoorlog;
de feiten uit de geschiedenis tonen aan dat wanneer er een
moordpartij is, de Katholieken zich altijd in de nabijheid
ervan bevinden.
Protestanten zijn geen haar beter. Terwijl alle religies
vredesdienst verrichten met hun lippen, lijkt er geen oorlog
te zijn waaraan ze niet vrijwillig hebben deelgenomen. Het
meest recentelijk, sinds 9-11, was het voorspelbaar dat
oorlog-ademende evangelische Trinitariërs zich in de voorste
linies zouden bevinden door aan te zetten tot anti-Islamitische
haat en zich onbesuisd te storten in de "geprofeteerde"
Botsing der Beschavingen.
In tegenstelling tot de algemene aanname dat Jehovah's
Getuigen valse Christenen zijn, geeft de Bijbel een heel
eenvoudige formule om ware Christenen te onderscheiden van
de valse. Het heeft niets te maken met wie de meest nauwkeurige
woord-voor-woord vertaling heeft van de Bijbel of iets soortgelijks.
1 Johannes 3:10 zegt: "Hieraan zijn de kinderen van God
en de kinderen van de Duivel kenbaar: Een ieder die
geen rechtvaardigheid betracht, spruit niet uit God voort,
evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft."
Natuurlijk zal geen enkele Christen ooit toegeven een
kind van de Duivel te zijn, toch staat het onomstotelijk
vast dat Trinitarische godsdienstijveraars weinig gewetensbezwaren
hebben als het gaat om het vermoorden van hun medemensen.
Voor degenen die de waarheid accepteren zijn de feiten duidelijk:
Het stelsel van aanbidding dat bekend staat als de Christenheid
heeft zijn oorsprong niet bij God, maar spruit voort uit
de Duivel.
Ondanks dat veel Trinitarische gelovigen heden ten dage
duidelijk niet verwikkeld zijn in het vermoorden van hun
naaste en zo'n suggestie zelfs kwetsend zullen vinden, is
dit enkel het geval omdat de huidige omstandigheden er niet
naar zijn. Maar in een oorlogssetting, een anarchistische
atmosfeer of een moord-of-wordt-vermoord scenario is er,
gezien het historische patroon, geen enkele redenen om niet
aan te nemen dat de meest vurige Jezus-is-God gelovigen
hun broeder onder extreme omstandigheden zullen vermoorden.
Waarom hebben de Trinitarische religies van de Christenheid
zo'n verachtelijke geschiedenis van oorlogvoering en haat?
Hoe komt het dat ze niet in staat lijken te zijn Christus'
voorbeeld van liefde te volgen? Het moge duidelijk zijn
dat er iets fundamenteels mis moet zijn met hun theologie.
Er bestaat geen ander bevredigend antwoord.
De eenvoudige doch krachtige boodschap van de Bijbel is
dat God de wereld zozeer heeft liefgehad dat hij zijn eniggeboren
zoon heeft geofferd. En Jezus had zoveel liefde voor zijn
Vader dat hij bereid was Gods Wil te doen, ongeacht de persoonlijke
prijs die hij daarvoor moest betalen. De theologie van de
Drieëenheid verdoezelt de liefde en toewijding tussen God
en Jezus echter volledig. Hoe kunnen Christenen iets dat
ze niet begrijpen navolgen en waarderen? Of, hoe is het
mogelijk een God lief te hebben die volgens jou ongelukkige
zielen voor eeuwig in een vurige hel martelt? Het is duidelijk
dat dat niet mogelijk is.
Maar, net zoals de bloederige geschiedenis van de Christenheid
welbekend is, is het tevens algemeen bekend dat Jehovah's
Getuigen nooit in oorlog zijn gegaan. We hebben nooit
onze naaste in welke oorlogvoering maar ook vermoord. We
hebben nooit deelgenomen aan tribale en etnische
zuiveringen. Terwijl Katholieken elkaar in de Rwandese holocaust
in stukken hakten met kapmessen, riskeerden Jehovah's Getuigen
uit de Hutu en Tutsi stammen hun leven om elkaar te beschermen.
Gedurende de afgelopen decennia sinds Jehovah's Getuigen
op het toneel zijn verschenen, hebben we de beestachtige
aanvallen en smerige trucks van Katholieke, Orthodoxe en
Baptistische Trinitariërs te verduren gehad. Onze enige
misdaad is het prediken van de waarheid - zoals Jezus ons
heeft opgedragen.
Dus, aan de ene kant hebben we de grote meerderheid van
belijdende Christenen uit honderden rivaliserende sekten
die allen beweren de officiële Bijbel te hebben en het ware
geloof te praktiseren, maar die behoren tot instellingen
die voortdurend Christus ontkennen door hun onjuiste
leerstellingen en bloedvergietende oorlogen. Aan de andere
kant zijn Jehovah's Getuigen verreweg de meest gehaatte
en tegengesproken groep van Christenen in de wereld - zoals
Jezus ook zei over zijn ware volgelingen. We worden vervolgd
en bespot omdat we geen deel van de wereld zijn - zoals
Jezus zei over ware Christenen. We worden beschimpt en uitgemaakt
voor gehersenspoelde sektariërs en valse profeten - zoals
Jezus zei over ware Christenen. We worden gehekeld omdat
we naar men verondersteld het heilige Woord van God herschreven
hebben, wat een pure leugen is. Jehovah's Getuigen hebben
in plaats daarvan Christus gehoorzaamd door over zijn koninkrijk
te prediken. We streven ernaar onze naaste even lief te
hebben als onszelf; toch worden we vervolgd door de Christenheid
omdat we geen deel hebben aan de vijandige wegen van deze
wereld.
Jehovah's Getuigen en ons Wachttorengenootschap zijn niet
volmaakt - verre van dat. Maar, ondanks al onze tekortkomingen
trachten de meesten onder ons tenminste Christus
te gehoorzamen en het juiste te doen. Geen andere religie
kan zich hier ook maar in de verste verte aan meten.
|
|
|
|
|