Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

8 December 2003

 
 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com



 

91. Joh. 5:23 luidt: "opdat allen de Zoon zouden eren EVENALS zij de Vader eren..." Als Jezus niet God is, waarom vereist de Bijbel dan dat alle mensen de Zoon evenals de Vader moeten eren?


Het eenvoudige antwoord is: Omdat het Jehovah's Wil is dat de gehele schepping zijn Zoon eert.

In de voorgaande verzen zei Jezus dat hij niet één ding uit zichzelf kon doen, maar dat hij deed wat hij deed in navolging van zijn Vader. Dat betekent dat Jezus limitaties heeft, doordat hij door zijn liefde voor Jehovah begrensd wordt om altijd de Wil van zijn Vader te doen en niet zijn eigen wil. In het 20ste vers zei Jezus dat de Vader genegenheid voor de Zoon heeft en hem alle dingen laat zien die hij doet. Hij zei verder dat de Vader hem in de toekomst zelfs nog grotere dingen zal laten zien. Wederom laat dit zien dat Jezus afhankelijk is van God om hem te verlichten.

Het zou duidelijk moeten zijn, in ieder geval voor de redenerende geest, dat Jehovah de onderwijzer is en dat Jezus de leerling is. Jezus is een unieke zoon van God doordat Jehovah "hem alle dingen [laat] zien die hijzelf doet." Daarom kon Jezus een volmaakte vertegenwoordiger van God zijn.

Naast dat ze godlasterend is, maakt de Drieëenheid de speciale vader/zoon relatie die bestaat tussen Jehovah en Jezus tot een aanfluiting. Volgens de Bijbel heeft Jehovah Jezus lief en heeft Jezus Jehovah lief. Volgens de Drieëenheid houdt God enkel van zichzelf en zegent hij zichzelf op allerlei manieren. Wat een volslagen nonsens!



92. Als Jezus en Jehovah niet één God zijn, waarom is volgens de NWV "Jehovah" dan de naam die redding brengt (Hand. 2:21), maar zegt Hand. 4:10-12 dat ALLEEN de naam van Jezus redding brengt ("...want er is onder de hemel GEEN ANDERE NAAM die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden.")?


Jehovah heeft geen andere naam dan Jezus gegeven. De naam Jezus betekent letterlijk "Jehovah is redding." Jezus' eigen naam vergroot in werkelijkheid dus Gods eigen naam. Jezus zei dat "God de wereld zozeer heeft liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven." Met andere woorden, Jehovah heeft de voorziening tot redding getroffen door Jezus te offeren. Dat is de wijze waarop Jehovah ons de naam van Jezus gegeven heeft.


93. Als de ziel het lichaam is, waarom maakt Johannes in 3 Joh. 2 dan een onderscheid tussen de "voorspoed" van Gajus' lichaam vanwege een goede gezondheid en de "voorspoed" van zijn ziel en waarom maakt Paulus in Hand. 20:10 onderscheid tussen een persoon en hun ziel door te zeggen: "Houdt ermee op misbaar te maken, want zijn ziel is IN hem."


Jehovah's Getuigen leren niet dat het lichaam de ziel is. De ziel is de persoon. Ook wordt ziel in de Bijbel gebruikt in verwijzing naar het leven dat een persoon heeft als een ziel. Toen Paulus dus zei dat de ziel in hem was, bedoelde hij dat de persoon leefde.


94. Het WTG leert dat Jezus de eerste en grootste schepping van God is. Als Jezus de Aartsengel Michaël was voordat hij mens werd, waarom verwijst Daniël 10:13 dan naar Michaël als "EEN van de voornaamste vorsten," daarmee suggererend dat hij gelijk was aan andere engelen? Als Christus de Aartsengel Michaël was voor zijn incarnatie, vervolgens Jezus werd, vervolgens na zijn dood weer veranderde in de Aartsengel Michaël, waarom zegt Hebr 13:8 dan dat "Jezus Christus gisteren en heden en in eeuwigheid DEZELFDE is"? Hoe kan Jezus "dezelfde" zijn wanneer hij veranderde van Michaël in Jezus en vervolgens weer terug in Michaël?


Dit is een in elkaar geknutseld dilemma. Ter illustratie: de vragensteller zou de vraag moeten herformuleren tot: Hoe kan Jezus dezelfde zijn wanneer hij veranderde van God-de-God in God-de-mens en vervolgens weer terug in God-de-God, daar dat de suggestie is die wordt gewekt door zulke alsmaar herhaalde vragen die op één of andere manier zouden moeten "bewijzen" dat Jezus God is.

De Bijbel zegt dat Christus bestond in Gods gedaante, volgens Jezus is God een geest. Jezus ledigde zichzelf van zijn hemelse heerlijkheid en geestelijke gedaante toen hij een mens werd. Voordat Christus terugkeerde naar de hemel vroeg Jezus Jehovah om hem de heerlijkheid die hij voorheen had terug te geven. We laten het aan de vragensteller over om te achterhalen hoe Jezus gisteren en vandaag dezelfde is, terwijl hij duidelijk enkele radicale veranderingen in natuur heeft doorgemaakt.

Wat betreft de vraag waarom Michaël een van de voornaamste vorsten wordt genoemd: Jezus is de Zoon van Jehovah. Jehovah heeft vele andere hemelse zonen. Een vorst is een zoon van een koning. Jezus is enkel één van de vele vorstelijke zonen van Jehovah. Michaël kan terecht één van de voornaamste vorsten worden genoemd voordat hij naar de aarde kwam, omdat het op dat moment eenvoudig niet Gods tijd was zijn speciale zoon en vorst bekend te maken.



95. Rom. 10:12 zegt: "...want over allen is een en dezelfde Heer (Jezus - vers 9), die rijk is jegens allen die hem AANROEPEN." Wanneer er niet tot Jezus gebeden mag worden, waarom zegt Paulus dan dat degenen die "hem aanroepen" rijk zullen zijn? Evenzo zegt Paulus in 1 Kor. 1:2: "...samen met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus, hun Heer en de onze, AANROEPEN" en in 2 Tim. 2:22 zegt hij: "...maar streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, samen met hen die DE HEER AANROEPEN uit een rein hart." Als Christenen niet tot Jezus zouden moeten bidden, waarom "riepen" de vroegere Christenen hem dan "aan"? Hoe kan een persoon Jezus aanroepen zonder tot hem te bidden?


Het antwoord ligt in het beantwoorden van de volgende vraag: Tot wie bad Jezus?

De Trinitariër kan enkel met het nonsens antwoord op de proppen komen dat Jezus tot zichzelf bad. De Bijbel zegt echter dat Jezus Jehovah aanriep. Het echte probleem heeft te maken met de sluwe wijze waarop de aanbidding van God subtiel veranderd en vervangen is door de aanbidding van heiligen, engelen, de moeder van Jezus en Jezus zelf.

Dit is de centrale kwestie: Christenen dienen het leven en voorbeeld van Jezus Christus te volgen. De vraag is: Wie aanbad Jezus? Wanneer we die vraag juist kunnen beantwoorden, zijn we bekend met hetgeen Paulus het grootse heilige geheim aangaande Godvruchtige toewijding noemde. Was Christus echter toegewijd aan zichzelf? Aanbad hij zichzelf? Was hij zijn eigen God? Indien dat het geval is, zouden we door zijn voorbeeld te volgen egocentrische narcisten worden. Toch? Het is passend zulke vragen te stellen, omdat de leerstelling van de Drieëenheid de religie die Jezus predikte tot een complete aanfluiting heeft gemaakt. Ja, dat klopt, Jezus had een religie. Hij aanbad Degene die hij specifiek "mijn God" noemde.

Wat was Jezus' religie?

Het zou niet onbekend moeten zijn voor ons welke religie Jezus praktiseerde. Hij was een Jood. En als een getrouwe Jood aanbad hij Jehovah God. Jezus zei zoiets tegen de Samaritaanse vrouw bij de bron, toen hij haar in het 4de hoofdstuk van Johannes het volgende zei: "Gijlieden aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, want redding is uit de joden." Toen Jezus het voornaamwoord "wij" gebruikte door te zeggen "wij aanbidden wat wij kennen," rekende Jezus zichzelf ook tot een aanbidder van Jehovah.

Jezus citeerde tevens de Joodse Wet toen hij op de proef werd gesteld door de Duivel om een daad van valse aanbidding te verrichten en hij zei tot Satan: "Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten." Als een volmaakte man onder het Wetsverbond gehoorzaamde Jezus die wet van Israëls God en verrichtte hij onberispelijk dienst voor Jehovah.

De Bijbel meldt ons zelfs dat Jezus zichzelf neerwierp voor Degene die hij "de enige ware God" noemde, zijn God en zijn Vader. In het verslag van de Hof van Gethsémané wordt over Jezus gezegd: "En nadat hij een eindje verder was gegaan, viel hij op zijn aangezicht, terwijl hij bad en zei: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Doch niet zoals ik wil, maar zoals gij wilt.""

De daad van het op zijn aangezicht vallen is de Hebreeuwse manier om te zeggen dat een persoon zichzelf neerwerpt in een daad van aanbiddende hulde. Alleen iemand die erop uit is zichzelf te misleiden, zal beweren dat Jezus geen daad van aanbidding deed voor de Levende God Jehovah.

In het 5de hoofdstuk van Hebreeën zei Paulus zelfs dat Jezus God vreesde en daarom luisterde God naar zijn beden en smekingen. The Contemporary English Version zegt in Hebreeën 5:7 het volgende over Christus: "Hij aanbad God werkelijk, en God luisterde naar zijn gebeden."

De Schrift is duidelijk: Jezus aanbad Jehovah. Elke lering die het tegengestelde beweert is een duivelse leugen. In erkenning van de onvergankelijke toewijding van zijn zoon voor hem, heeft Jehovah echter uitgevaardigd dat alle schepselen in hemel en op aarde moeten buigen voor Jezus en hem moeten eren zoals zij de Vader eren. Daarom geeft de profetische Psalm de volgende raad: "Dient Jehovah met vrees en weest blij met beving. Kust de zoon, opdat Hij niet vertoornd wordt."

Onze aanbidding van de Zoon is echter niet tot uitzondering van Jehovah God. Daarom maakt de NWV het subtiele onderscheid tussen aanbidding en hulde brengen. Jezus zelf zou nooit zijn goedkeuring geven aan het ontvangen van aanbidding ten koste van Jehovah. De Schrift zegt zelfs dat Christus' rol als Koning uiteindelijk zal ophouden en dat alle eer die aan hem gegeven is uiteindelijk zal terugkeren naar God. Dat is hetgeen Paulus voorzei in 1 Korinthiërs 15:27-28, waar staat: "Want God "heeft alle dingen onder zijn voeten onderworpen". Maar wanneer hij zegt dat 'alle dingen onderworpen zijn', is het duidelijk dat dit met uitzondering is van degene die alle dingen aan hem onderwierp. Wanneer echter alle dingen aan hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die alle dingen aan hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen."

Als de verheerlijkte Christus Jezus, tot wie elke knie in hemel en op aarde zich uiteindelijk in onderworpenheid zal buigen, zelf als het ware zijn knie buigt, door zich te onderwerpen aan God, is het niet alleen duidelijk dat Jezus God aanbidt, maar ook dat de aanbidding die aan Christus gegeven wordt niet absoluut is.

Jehovah's Getuigen eren de Vader en de Zoon, niet door hen samen te voegen in dezelfde persoonlijkheid van een onbegrijpelijke, mystieke, drieënige godheid, maar door Christus te eren en zijn voorbeeld te volgen, eren we de God die Jezus verwekte en hem als onze Koning en Redder aanstelde.



96. Als de hel niet bestaat, maar eenvoudig een complete vernietiging van de persoon is waar geen bewustzijn is, waarom zegt Jezus in Mark. 14:21 dan dat het voor Judas beter zou zijn geweest als hij nooit geboren was?


Jezus verwees naar Judas als de "zoon der vernietiging." Wat betekent het woord "vernietiging" volgens jou? Het zou beter zijn geweest voor Judas om nooit geboren te zijn, omdat hij voor altijd bekend zal staan als de goddeloze dwaas die de Zoon van God verraadde. Hoeveel ouders hebben hun kind tenslotte Judas genoemd?


97. Amos 4:11 zegt: "Ik heb een omkering onder ulieden teweeggebracht, als Gods omkering van Sodom en Gomorra. En gij werdt toen als een uit [de] brand gerukt houtblok; maar gij zijt niet tot mij teruggekeerd', is de uitspraak van Jehovah." Als de Drieëenheid niet bestaat, hoe kan Jehovah, die aan het woord is in dit vers, dan verwijzen naar een andere persoon dan God ("...als GODS omkering van Sodom...")?


Jehovah verwijst eenvoudigweg naar zichzelf in wat bekend staat als de derde persoon. Dat moet je niet verwarren met de ingebeelde derde persoon van de Drieëenheid.


98. Als Jezus Christus de Aartsengel Michaël is, hoe kan Matth. 25:31 dan zeggen: "Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid, en ALLE engelen met hem,..." Daar de Aartsengel Michaël zeker bij "alle engelen" inbegrepen zou zijn, is het mogelijk dat Jezus terug kan komen met zichzelf? Evenzo, als Jezus voor zijn geboorte de Aartsengel Michaël was, hoe leg je dan Hebr. 1:13 uit waar staat: "Maar met betrekking tot wie van de ENGELEN heeft hij OOIT GEZEGD: "Zit aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden tot een voetbank voor uw voeten stel"?" Als toevoeging, als Jezus bij zijn opstanding de Aartsengel Michaël werd, waarom verwijst dan geen enkele schrijver van het Nieuwe Testament met de naam "Michaël" naar de opgestane Christus? Kun je één vers aanwijzen, ééntje maar, waar wordt gezegd dat Jezus en Michaël dezelfde zijn?


In antwoord op de eerste vraag, de uitdrukking "aartsengel" betekent hoofdengel. Het 12de hoofdstuk van Openbaring beschrijft dat de Aartsengel Michaël al Gods hemelse zonen, engelen, in oorlog tegen de Duivel en zijn engelen leidt. Een vraag die redenerende personen zich uiteraard stellen is: Waar bevindt Christus zich in dat plaatje? Op een andere plaats in de schrift wordt Michaël, of een niet bij name genoemde engel, beschreven waarbij hij handelingen verricht die het exclusieve voorrecht van Christus zijn. Een serie visioenen in Daniël geeft bijvoorbeeld de opeenvolging van wereldmachten weer die leidt tot de oprichting van Jehovah's hemelse koninkrijk. Daniël 2:44 voorzegt dat Gods koninkrijk de menselijke koninkrijken zal overwinnen. Het 7de hoofdstuk van Daniël onthult dat het koninkrijk wordt gegeven aan iemand die de Mensenzoon wordt genoemd en aan de heiligen. In het 8ste hoofdstuk wordt het koninkrijk gegeven aan iemand die de Vorst der vorsten wordt genoemd en aan de heiligen. In het laatste hoofdstuk wordt de koning van het noorden verslagen door Michaël die opstaat om Gods volk te verdedigen. Door deze parallelle profetieën is het duidelijk dat de mensenzoon, de Vorst der vorsten en Michaël één en dezelfde zijn - Jezus Christus.

Wat betreft Hebreeën 1:13, het punt dat Paulus duidelijk wilde maken is dat Jehovah het koninkrijk niet aan enige engel gegeven heeft. Hij gaf het aan een mens. Het tijdstip waarop die profetie in vervulling ging, was toen Jezus gedoopt werd, waarbij Jehovah Christus als zijn zoon aannam.



99. Als Jezus pas de Christus werd toen hij werd gedoopt op ongeveer 30 jaar na zijn geboorte, waarom zegt Luk. 2:11 dan: "Want heden is u in Davids stad een Redder geboren, die Christus [de] Heer IS." Wat betekent het woord "is" volgens jou?


In plaats van domme vragen te beantwoorden zoals 'wat betekent "is"?', levert de volgende vraag veel meer op: Wat betekent het woord "Christus"? Volgens de definitie uit het woordenboek betekent Christus "gezalfde". De vraag is: Wanneer werd Jezus gezalfd? Bij zijn geboorte? Nee, hij werd door Gods heilige geest gezalfd bij zijn doop, toen hij 30 jaar oud was. Toen werd hij de Messias, of Christus. Jezus maakte zelfs openlijk bekend dat hij de Christus was geworden. Kort na zijn doop stond Jezus in de synagoge op en las uit de boekrol van Jesaja de volgende passage voor: "Jehovah's geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd om de armen goed nieuws bekend te maken..." (Lukas 4:18)

Maar, waarom zei de engel dat het kind de Christus was? Het heeft te maken met het feit dat Jehovah de dingen benoemd alsof ze al zo zijn. Dat wordt duidelijk uit alle profetie. In de Hebreeuwse profetieën spreekt God bijvoorbeeld met grote zekerheid over Jezus' dood, opstanding en zijn regering van het hemelse koninkrijk, nog lang voordat Christus zelfs maar naar de aarde kwam. Ondanks dat Jezus een eigen vrije wil had en ervoor had kunnen kiezen Gods Wil voor hem niet te doen, uitte Jehovah zijn opperste vertrouwen dat zijn wil gedaan zou worden en dat zijn zoon hem nooit zou verraden.

Het is interessant dat Satan Jehovah tot een leugenaar trachtte te maken door te proberen Jezus in zijn wieg ter dood te laten brengen. Dat God het kind Jezus dus de Christus noemde, is eenvoudig Gods manier om zijn voornemen op voorhand te verkondigen dat Jezus zou opgroeien en de Christus zou worden en dat de vijanden van de waarheid machteloos zijn wanneer zij trachten Jehovah's Woord ervan te weerhouden een realiteit te worden.



100. In Kol. 1:26, 27, 2:2 en 4:3 wordt het Griekse woord "musterion" (Strongs #3466) vertaald met "heilig geheim," maar in de Kingdom Interlinear wordt ditzelfde woord correct vertaald met "mysterie". Waarom deze discrepantie in vertaling tussen de KIT en de NWV? Zou het niet eenvoudiger zijn geweest dit woord in de NWV juist te vertalen met "mysterie"? Als dit woord in de NWV juist was vertaald met "mysterie," hoe zouden de bovenstaande verzen dan luiden en wat zouden ze zeggen over het feit dat sommige dingen over God onmogelijk volledig begrepen kunnen worden?


De vragensteller heeft de hele bedoeling van de schriftplaats niet begrepen. Kolossenzen 1:26 zegt: "Deze boodschap betreft het geheim dat door alle eeuwen heen voor alle generaties verborgen is gebleven, maar dat nu geopenbaard is aan wie God toebehoren." (GNB)

Het vers zegt niet dat het onmogelijk is het geheim van God te kennen. Het zegt juist precies het tegenovergestelde! Er wordt duidelijk gezegd dat hetgeen vóór Christus een mysterie of geheim was, onthuld of geopenbaard is aan Christenen. Er bestaat geen probleem met de Nieuwe Wereldvertaling in dit vers. Het is duidelijk dat het probleem is dat de vragensteller er de voorkeur aan geeft onwetend te zijn aangaande kennis van God en zijn onwetendheid wenst voor anderen.



101. Elke ware Christen zal beamen dat we de geboden van God dienen op te volgen. In Markus 9:7 gebiedt God de Vader dat we luisteren naar Jezus. Volg je dit gebod en luister je naar Jezus? Jezus stierf ten slotte voor je persoonlijke zonden (1 Johannes 2:2, 1 Petrus 2:24). Jezus zegt ons rechtstreeks tot hem te komen (Mattheüs 11:28-30), en de Vader gebood ons naar Jezus te luisteren. Waarom? Omdat JEZUS ons eeuwig leven geeft (Johannes 10:28), en zodat JEZUS in ons huis zal komen en ons het recht zal geven op zijn troon te zitten (Openbaring 3:20, 21). Bid je tot Jezus zoals Paulus en de vroegere Christenen deden (1 Korinthiërs 1:2)? Neem je deel aan het vlees van Christus, zoals Jezus gebood (Johannes 6:51)? Zo niet, volg je dan het gebod van de Vader op die zei: "Luister naar hem"?


Wat is een "ware Christen" precies? Hoe kunnen we weten wie waar is en wie vals? Jezus vroeg de Joden eens: "Waarom dan noemt gij mij 'Heer! Heer!' maar doet niet de dingen die ik zeg?" Jezus' vraag is voor hedendaagse Christenen nog even relevant als voor de toenmalige Joden. Een ware Christen is daarom iemand die Jezus als Heer gehoorzaamt - niet enkel iemand die zegt "Jezus is Heer."

Ten eerste gebood Jezus zijn volgelingen om onze geestelijke broeders en onze naasten lief te hebben als onszelf. Toch, hoeveel Christenen gehoorzamen Jezus werkelijk in dit opzicht? Helaas zeer weinig. Ja, de geschiedenis legt er getuigenis van af dat de meeste belijdende Christenen geneigd zijn tot haat in plaats van liefde. En we zijn in het geheel niet onaardig of leugenachtig wanneer we beweren dat Trinitariërs de grootste oorlogverspreidende en moordzuchtige godsdienstijveraars zijn die ooit op deze aarde gewandeld hebben.

'Maar, oorlog is anders,' zeg je. 'Jezus zei dat we Caesar het verschuldigde moeten geven. Dus, wanneer Caesar ons zegt dat we in oorlog moeten gaan en onze naaste moeten vermoorden, dan is dat wat we moeten doen.'

En door dit te doen hebben de Christen uit de Christenheid het Christendom tot een aanfluiting gemaakt.

Waarom zijn Trinitariërs toch geneigd om te discussiëren over elke letter en komma in de Bijbel en hebben ze toch geen enkel probleem met het aantrekken van een oorlogsuniform en het vermoorden van hun naasten? Wat betekent het woord "liefde" volgens jou?

Als een voorbeeld van grove religieuze hypocrisie: in 1994 explodeerde het overheersend Katholieke Rwanda in een tribale genocide. Ooggetuigeverslagen melden dat vele Hutu priesters en nonnen rechtstreeks deelnamen aan de slachting van hun mede-Katholieken van de Tutsi stam. De nauwkeurigste schattingen melden dat een half-miljoen zielen afgeslacht zijn en veel schuld is toegeschreven aan de Katholieke Kerk. De Zevende Dag Adventisten en Anglicaanse Kerk zijn ook in bepaalde mate beschuldigd van laakbaarheid in de genocide.

Ongetwijfeld waren de Katholieke moordenaars van hun medegelovigen even gepassioneerd over de Drieëenheid en andere kerkdogma's als onze vragensteller van de 101 vragen. En ongetwijfeld vochten die Afrikaanse Katholieken ook met alle macht tegen Jehovah's Getuigen en bekritiseerden zij de NWV voor het zogenaamd "veranderen van de Bijbel" door het toevoegen van woorden tussen haken en het beruchte woordje "een" in Johannes 1:1. De apostel Johannes zette de zaken echter in het juiste perspectief toen hij schreef dat iedereen die zegt God lief te hebben en toch zijn broeder haat een leugenaar is.

Terwijl sommigen wellicht van mening zijn dat het oneerlijk is om alle Katholieken de schuld te geven van de recentelijke genocide in het verre Afrika, is het de waarheid dat de recente slachtpartij nogal karakteristiek is. Het valt niet te ontkennen dat oorlog eenvoudig een integraal deel van de Katholieke en Protestantse instellingen is. Vooral de Katholieke Kerk is door de eeuwen heen rechtstreeks verantwoordelijk geweest voor de slachting en marteling van honderdduizenden, wellicht zelfs miljoenen mensen. De vele Kruistochten, de afgrijselijke Inquisities, de Honderd Jarige Oorlog, de Dertig Jarige Oorlog, de Eerste en Tweede Wereldoorlog; de feiten uit de geschiedenis tonen aan dat wanneer er een moordpartij is, de Katholieken zich altijd in de nabijheid ervan bevinden.

Protestanten zijn geen haar beter. Terwijl alle religies vredesdienst verrichten met hun lippen, lijkt er geen oorlog te zijn waaraan ze niet vrijwillig hebben deelgenomen. Het meest recentelijk, sinds 9-11, was het voorspelbaar dat oorlog-ademende evangelische Trinitariërs zich in de voorste linies zouden bevinden door aan te zetten tot anti-Islamitische haat en zich onbesuisd te storten in de "geprofeteerde" Botsing der Beschavingen.

In tegenstelling tot de algemene aanname dat Jehovah's Getuigen valse Christenen zijn, geeft de Bijbel een heel eenvoudige formule om ware Christenen te onderscheiden van de valse. Het heeft niets te maken met wie de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling heeft van de Bijbel of iets soortgelijks. 1 Johannes 3:10 zegt: "Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de Duivel kenbaar: Een ieder die geen rechtvaardigheid betracht, spruit niet uit God voort, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft."

Natuurlijk zal geen enkele Christen ooit toegeven een kind van de Duivel te zijn, toch staat het onomstotelijk vast dat Trinitarische godsdienstijveraars weinig gewetensbezwaren hebben als het gaat om het vermoorden van hun medemensen. Voor degenen die de waarheid accepteren zijn de feiten duidelijk: Het stelsel van aanbidding dat bekend staat als de Christenheid heeft zijn oorsprong niet bij God, maar spruit voort uit de Duivel.

Ondanks dat veel Trinitarische gelovigen heden ten dage duidelijk niet verwikkeld zijn in het vermoorden van hun naaste en zo'n suggestie zelfs kwetsend zullen vinden, is dit enkel het geval omdat de huidige omstandigheden er niet naar zijn. Maar in een oorlogssetting, een anarchistische atmosfeer of een moord-of-wordt-vermoord scenario is er, gezien het historische patroon, geen enkele redenen om niet aan te nemen dat de meest vurige Jezus-is-God gelovigen hun broeder onder extreme omstandigheden zullen vermoorden.

Waarom hebben de Trinitarische religies van de Christenheid zo'n verachtelijke geschiedenis van oorlogvoering en haat? Hoe komt het dat ze niet in staat lijken te zijn Christus' voorbeeld van liefde te volgen? Het moge duidelijk zijn dat er iets fundamenteels mis moet zijn met hun theologie. Er bestaat geen ander bevredigend antwoord.

De eenvoudige doch krachtige boodschap van de Bijbel is dat God de wereld zozeer heeft liefgehad dat hij zijn eniggeboren zoon heeft geofferd. En Jezus had zoveel liefde voor zijn Vader dat hij bereid was Gods Wil te doen, ongeacht de persoonlijke prijs die hij daarvoor moest betalen. De theologie van de Drieëenheid verdoezelt de liefde en toewijding tussen God en Jezus echter volledig. Hoe kunnen Christenen iets dat ze niet begrijpen navolgen en waarderen? Of, hoe is het mogelijk een God lief te hebben die volgens jou ongelukkige zielen voor eeuwig in een vurige hel martelt? Het is duidelijk dat dat niet mogelijk is.

Maar, net zoals de bloederige geschiedenis van de Christenheid welbekend is, is het tevens algemeen bekend dat Jehovah's Getuigen nooit in oorlog zijn gegaan. We hebben nooit onze naaste in welke oorlogvoering maar ook vermoord. We hebben nooit deelgenomen aan tribale en etnische zuiveringen. Terwijl Katholieken elkaar in de Rwandese holocaust in stukken hakten met kapmessen, riskeerden Jehovah's Getuigen uit de Hutu en Tutsi stammen hun leven om elkaar te beschermen. Gedurende de afgelopen decennia sinds Jehovah's Getuigen op het toneel zijn verschenen, hebben we de beestachtige aanvallen en smerige trucks van Katholieke, Orthodoxe en Baptistische Trinitariërs te verduren gehad. Onze enige misdaad is het prediken van de waarheid - zoals Jezus ons heeft opgedragen.

Dus, aan de ene kant hebben we de grote meerderheid van belijdende Christenen uit honderden rivaliserende sekten die allen beweren de officiële Bijbel te hebben en het ware geloof te praktiseren, maar die behoren tot instellingen die voortdurend Christus ontkennen door hun onjuiste leerstellingen en bloedvergietende oorlogen. Aan de andere kant zijn Jehovah's Getuigen verreweg de meest gehaatte en tegengesproken groep van Christenen in de wereld - zoals Jezus ook zei over zijn ware volgelingen. We worden vervolgd en bespot omdat we geen deel van de wereld zijn - zoals Jezus zei over ware Christenen. We worden beschimpt en uitgemaakt voor gehersenspoelde sektariërs en valse profeten - zoals Jezus zei over ware Christenen. We worden gehekeld omdat we naar men verondersteld het heilige Woord van God herschreven hebben, wat een pure leugen is. Jehovah's Getuigen hebben in plaats daarvan Christus gehoorzaamd door over zijn koninkrijk te prediken. We streven ernaar onze naaste even lief te hebben als onszelf; toch worden we vervolgd door de Christenheid omdat we geen deel hebben aan de vijandige wegen van deze wereld.

Jehovah's Getuigen en ons Wachttorengenootschap zijn niet volmaakt - verre van dat. Maar, ondanks al onze tekortkomingen trachten de meesten onder ons tenminste Christus te gehoorzamen en het juiste te doen. Geen andere religie kan zich hier ook maar in de verste verte aan meten.




 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman