|
"Jullie
hebben jullie eigen Bijbel!"
Dat is een algemene tegenwerping die alle Jehovah's
Getuigen een keertje zullen horen in hun openbare bediening. En
de beschuldiging klinkt nog veel luider op het internet, zoals
bewezen wordt door een website met 101
vragen om aan Jehovah's Getuigen te stellen met gebruikmaking
van de Nieuwe Wereldvertaling. Als één van Jehovah's Getuigen
die zulke tegenwerpingen gedurende meer dan een kwart eeuw van
mijn bediening heeft gehoord, is het voor mij een voorrecht om
elke vraag hier specifiek te beantwoorden.
Het is zonder twijfel een zeer serieuze beschuldiging
wanneer er wordt gezegd dat Jehovah's Getuigen doelbewust met
Gods schitterende woord van waarheid hebben gerommeld of het hebben
aangepast. Natuurlijk hebben de meesten personen nimmer voor zichzelf
de Nieuwe Wereldvertaling bestudeerd, en nog minder zijn
in staat de diverse kritieken erop kritisch te analyseren. Helaas
weten de meeste mensen niet wat ze moeten geloven en over
het algemeen staan ze toe dat hun mening gevormd wordt door wat
ze horen en door algemene vooringenomenheid.
Maar, wat is de waarheid in deze kwestie? Hebben
Jehovah's Getuigen hun eigen Bijbel? Het antwoord is ja
en nee.
Ja, Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
vertalen, publiceren en verspreiden de Nieuwe Wereldvertaling
in diverse talen. Nee, we hebben niet gerommeld met de
Bijbel of die veranderd - in ieder geval niet op de manier zoals
dat wordt bedoeld door critici.
Het is interessant om op te merken dat toen
Martin Luther zijn vertaling van de Bijbel in de 16de eeuw voor
het eerst publiceerde, zijn werk neergesabeld werd door de gevestigde
religieuze orde van die tijd als zijnde vol met leugens en vervalsingen.
Nu erkennen wetenschappers over het algemeen echter dat het een
briljant werk is. Met de Nieuwe Wereldvertaling is het
niet anders. De waarheid is dat de meeste populaire vertalingen
van de Bijbel geproduceerd zijn door uitgevers met hun eigen voorkeur
voor bepaalde denominaties die allen hun eigen bevooroordeeldheid
hebben. De Katholieken hebben hun eigen Bijbels. Protestanten
hebben ook hun eigen Bijbels. Deze hebben allemaal sterke en zwakke
punten.
Jehovah's Getuigen respecteren de Bijbel en
hebben een gezonde vrees voor God die hem geïnspireerd heeft.
In plaats van de Schrift te veranderen of ermee te rommelen, hebben
Jehovah's Getuigen getracht de Bijbel te herstellen en
hem te ontdoen van de fouten en inconsistenties die er gedurende
de eeuwen zijn ingeslopen.
Eén van de meest waardevolle kenmerken van de
NWV is dat het gebroken heeft met het ongepaste gebruik van Heer
om YHWH mee te vertalen, en het heeft Gods persoonlijke naam -
in het Nederlands vertaald met Jehovah - op bijna 7000
plaatsen waar het voorkomt in de oorspronkelijke taal hersteld.
Het Wachttorengenootschap is een organisatie
die Bijbels produceert. Veel mensen zijn niet bekend met het feit
dat het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap
gedurende de jaren diverse Bijbelvertalingen heeft gedrukt en
uitgegeven, niet enkel de NWV. Het Wachttorengenootschap heeft
eens de King James Version gedrukt, alsook de American
Standard Bible. Het Wachttorengenootschap had ook
de uitgeversrechten van de Bible In Living English, vertaald
door een wetenschapper genaamd Stephen
T. Byington.
Met meer dan een eeuw ervaring in het drukken
en uitgeven van Bijbels en Bijbelstudiehulpmiddelen en met de
wetenschappelijk bronnen ter beschikking om alle ingewikkelde
kwesties die bij vertalen komen kijken te bestuderen, en als zijnde
de enige organisatie die uitsluitend toegewijd is aan de
Auteur van de Bijbel - Jehovah God - is het Wachttorengenootschap
meer dan gekwalificeerd om de Nieuwe
Wereldvertaling van de Heilige Schrift te steunen.
Hier volgen enkele relevante feiten aangaande
de Nieuwe Wereldvertaling: Het werken aan de NWV begon
kort na 1946, toen er voor het eerst een vertaalcomité werd gevormd.
De vertalers werkten vanuit de oorspronkelijke talen van het Hebreeuws,
Aramees en Grieks. In 1950 werd de Nieuwe Wereldvertaling van
de Christelijke Griekse Geschriften gepubliceerd. Gedurende
de volgende tien jaren werden gedeelten van de Nieuwe Wereldvertling
van de Hebreeuwse tekst uitgegeven, totdat de gehele Bijbel in
1961 voltooid was. In 1998 waren er meer dan 100 miljoen exemplaren
van gedrukt in meer dan 40 talen.
Eén uitgave die door Bijbelonderzoekers wordt
gewaardeerd is de Nieuwe Wereldvertaling met Studieverwijzingen,
welke uitgebreide voetnoten heeft die veel informatie verschaffen,
waaronder alternatieve weergaven. Waar de Nederlandse tekst bijvoorbeeld
afwijkt van de oorspronkelijke tekst geven de voetnoten de basis
voor de Nederlandse weergave weer door aan te geven welke manuscripten
en vertalingen zulke variaties ondersteunen. De ijverige onderzoeker
wordt zodoende in staat gesteld een diep inzicht te krijgen die
in de meeste andere Bijbels niet aanwezig is.
Eén van de kritieken die de NWV te verduren
heeft, is dat de vertalers anoniem zijn en hun wetenschappelijke
referenties niet kunnen worden gechecked. Zulke kritiek is echter
ongefundeerd. We geloven dat elke vertaling moet worden beoordeeld
op zijn eigen waarde - niet aan de hand van de diploma's
van de personen die ze gemaakt heeft. In dat opzicht is de NWV
meer dan in staat de hardste kritiek te verduren.
Hier is wat Andover
Newton Quarterly in 1963 te zeggen had over de NWV toen
die voor het eerst werd gepubliceerd: "De vertaling van het
Nieuwe Testament levert bewijs van de aanwezigheid van wetenschappers
in de beweging die gekwalificeerd zijn om schrander om te gaan
met de vele problemen van het vertalen van de Bijbel."
Edgar Goodspeed, de vertaler van het Grieks
in An
American Translation schreef het Wachttorengenootschap
in 1950 en zei: "Ik ben geïnteresseerd in het zendelingenwerk
van jullie en het wereldwijde karakter ervan en zeer content met
de vrije, eerlijke en krachtige vertaling. Het getuigt van een
geweldige hoeveelheid gezonde, serieuze onderwijzingen, zoals
ik kan bevestigen."
Meer recentelijk, in 1989, zei Professor
Benjamin Kedar, een Hebreeuwse geleerde in Israël: "Bij
mijn taalkundig onderzoek in verband met de Hebreeuwse Bijbel
en vertalingen verwijs ik vaak naar de Engelse uitgave die bekend
staat als de Nieuwe Wereldvertaling. Daarbij wordt mijn
gevoel keer op keer bevestigd dat dit werk een eerlijke poging
weerspiegeld om een begrip van de tekst te hebben die zo nauwkeurig
mogelijk is."
Natuurlijk gaat de kritiek op de Nieuwe Wereldvertaling
van het Wachttorengenootschap veel verder dat enkel wetenschappelijke
vragen aangaande vertalen en exegese. De fundamentele reden voor
kritiek heeft te maken met de leerstellige onderwijzingen van
Jehovah's Getuigen en het feit dat onze dienaren vanaf het begin
van het Wachttorengenootschap de onschriftuurlijke theologie van
de Christenheid zonder terughoudendheid heeft aangevallen.
De echte kwestie komt neer op de waarheid
Ter voorbeeld: Lang voordat de NWV gemaakt was, gingen Jehovah's
Getuigen geloven dat Jehovah alleen God is en dat Jezus een zoon
is die door God tot bestaan is gebracht aan het begin van de schepping.
De Christenheid heeft sinds lange tijd geleerd dat Jezus God is
en dat de naam van Jehovah onbelangrijk is.
Jehovah's Getuigen leren dat God de aarde en
de mensheid zal redden van vernietiging. De Christenheid leert
over het algemeen dat God de aarde zal ontvolken en onze schitterende
planeet zal vernietigen.
Jehovah's Getuigen leren dat Gods koninkrijk
een uitzonderlijke hemelse regering is die bestaat uit Christus
en 144.000 mensen die van de aarde gekocht zijn en dat ze over
de aarde zullen gaan regeren en het paradijs hersteld zal worden.
De Christenheid leert dat het het geboorterecht van de mensheid
is om naar de hemel te gaan.
Jehovah's Getuigen leren dat Satan de Duivel
de feitelijk God van deze wereld is en dat hij de mensheid misleidt
door de geslepen controle die hij uitoefent over zijn politieke,
commerciële en religieuze instellingen. De Christenheid heeft
haar volgelingen misleid door ze te laten geloven dat de Duivel
in een soort van onderaards inferno huist; of dat hij, mócht hij
al enige misleidende invloed hebben, dit heeft door middel van
"sekten" als Jehovah's Getuigen en niet de hoofdreligies.
Íemand heeft het bij het verkeerde eind. Twee
contradicterende leringen die beweren de Bijbel als hun autoriteit
te hebben, kunnen niet allebei juist zijn. De Bijbel spreekt
zichzelf in ieder geval niet tegen, zoals velen door misleiding
zijn gaan geloven. Óf Jehovah's Getuigen hebben het verkeerd,
óf de Christenheid heeft het verkeerd. Terwijl de meeste
mensen het voldoende vinden de grote massa te volgen, is het ontnuchterend
dat de Bijbel zelf ronduit zegt dat de meeste mensen het
fout hebben in hun religieuze aannamen.
Jezus illustreerde het contrast tussen de weg
der waarheid en de populaire koers toen hij zei: "Gaat in door
de nauwe poort; want breed en wijd is de weg die naar de vernietiging
voert, en velen zijn er die daardoor ingaan; maar nauw
is de poort en smal de weg die naar het leven voert, en weinigen
zijn er die hem vinden.
Jehovah's Getuigen zijn realistisch. We realiseren
ons dat "velen" met geen mogelijkheid overgehaald kunnen
worden om het tijdelijke comfort en weelde van de populaire koers
te verlaten. Ondanks dat de antwoorden die worden gegeven op de
101
Vragen om aan Jehovah's Getuigen te Stellen zeker
niet volledig zijn, is het onze hoop dat de relatief "weinige"
waarheidzoekers onder ons, door de beschouwing van enkele
kritieken die geuit worden tegen de NWV, aangemoedigd worden om
zich aan te sluiten bij Jehovah's Getuigen op de nauwe en smalle
weg die tot leven leidt.
|
| 1. Het WTG beweert
dat het de Bijbel als "opperste autoriteit" gebruikt. Waar
in de Bijbel telt iemand zijn predikingstijd op een papiertje
en zijn er kaarten waarop de activiteit wordt bijgehouden,
waarbij deze gebruikt worden als "meter voor geestelijke
gesteldheid"? Waar in de Bijbel vinden we Pioniers, Speciale
Pioniers, Districtsopzieners, Kringopzieners, Bethelieten
en Koninkrijkszalen? Waar in de Bijbel wordt gezegd dat
iedereen die ná 1935 geboren is niet naar de hemel kan gaan,
dat van Christenen vereist wordt dat ze 5 vergaderingen
per week bezoeken, dat mannen geen baarden mogen hebben,
en dat wanneer een profetie faalt en de profeet geeft toe
dat hij een fout heeft gemaakt, hij niet langer een valse
profeet is (zie Deut. 18:20-22)? Waar zegt de Bijbel dat
eem persoon verbonden moet zijn aan een organisatie die
aan het eind van de 19de eeuw start en haar hoofdkantoor
heeft in Brooklyn NY om Armageddon te overleven? |
|
|
|
In beschouwing genomen dat alle hedendaagse Christelijke
denominaties dingen doen die onbekend waren voor de 1ste
Eeuwse Christenen, is dit meer een muggenzifterige en
vittende vraag over de manier waarop Jehovah's Getuigen
op organisatorisch niveau opereren, dan een zoektocht
naar waarheid of we de zaken op een Bijbelse manier uitvoeren.
De 1ste Eeuwse Christenen bezaten bijvoorbeeld geeneens
persoonlijke exemplaren van de Schriften, welke in die
tijd vervat waren in vele moeilijk te hanteren, op zichzelf
staande boekrollen en brieven die gekopiëerd waren
en onder de gemeenten de ronde deden. De vroegere Christenen
kwamen ook samen in particuliere huizen en op openbare
plaatsen. Er waren geen kerken, geen kathedralen en geen
koninkrijkszalen. Beschouw als bewijs daarvan eens Paulus'
begroeting in Kolossenzen 4:15 aan een vrouw genaamd "Nymfa
en aan de gemeente die in haar huis samenkomt."
Het is trouwens zo dat Jehovah's Getuigen, naast samenkomsten
in onze koninkrijkszalen, ook regelmatig bijeenkomen in
kleine groepjes in particuliere huizen - net als de vroegere
Christenen.
Wat betreft de organisatorische structuur van de vroegere
Christelijke kerk, in Efeziërs 4:11 schreef Paulus
dat God de gemeente voorzag van diverse gaven in mensen:
"sommigen als apostelen, sommigen als profeten,
sommigen als evangeliepredikers, sommigen als herders
en leraren." Ondanks dat alle Christenen geroepen
worden om een openbare bekendmaking van hun geloof te
doen, waren sommige vroegere Christenen buitengewone predikers.
Filippus werd bijvoorbeeld "de evangelieprediker"
genoemd. De zogenoemde pioniers onder Jehovah's Getuigen
worden ook volletijds predikers genoemd, omdat ze een
aanzienlijke tijd besteden aan hun bediening.
Hedendaagse kringopzieners en districtsopzieners volgen
het patroon van de apostel Paulus en Barnabas, in dat
de apostel en zijn metgezellen in een kring rondreisden,
waarbij ze broeders en gemeenten bezochten en opnieuw
bezochten en brieven van aanmoediging en instructie schreven.
Trouwens, Markus 6:6 vermeldt dat Jezus ook "in
een kring de dorpen rond [ging] en onderwees."
Eén functie van onze hedendaagse KO (Kringopziener)
is dat hij, wanneer hij zijn halfjaarlijkse bezoek brengt
aan elke gemeente, niet alleen onderwijs geeft, maar ook
de geestelijke kwalificaties van elke toekomstige ouderling
bespreekt en in overweging neemt hen tot een ambt aan
te stellen. In Titus 1:5 instrueerde Paulus Titus juist
dat te doen op het eiland Kreta. Er staat: "Om
deze reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat gij
de dingen waaraan wat ontbrak, in orde zoudt brengen en
in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen, zoals
ik u opgedragen heb."
Jehovah's Getuigen hebben op vele manieren het model
en methoden van de oorspronkelijke Christenen overgenomen.
De feitelijke organisatorisch-toegewezen namen aan diverse
posities van verantwoordelijkheid worden wellicht niet
teruggevonden in het verslag dat behouden is gebleven
in de Griekse Geschriften, maar de posities van
verantwoordelijkheid kunnen daar wel gevonden worden.
De benaming is enkel een afspraak, welke in alle denominaties
wordt gemaakt.
Aangaande het bijhouden van de tijd die besteed is aan
de prediking en het bijhouden van een "kaart van
activiteit," ondanks dat hiervan geen gebeurtenis
in de Bijbel staat vermeldt, bestaat er ook geen verbod
op zoiets; eenvoudig gezegd: de Bijbel zwijgt erover,
in beide gevallen.
Wat betreft mannen die baarden dragen; er bestaat geen
Schriftuurlijk rechtvaardiging voor het voorschrijven
van zaken van persoonlijke verzorging. En het Wachttorengenootschap
verbiedt mannen niet expliciet om een baard te laten groeien.
Maar, het is zeker zo dat het op subtiele wijze wordt
ontmoedigd door de leiders van het Wachttorengenootschap.
Tot slot over de beschuldiging aangaande valse profeten,
die vraag zal verderop worden beantwoord.
|
|
| 2. Het WTG leert
dat Abraham, Isaäk en Jakob niet met Christus in zijn hemelse
koninkrijk zullen wonen. Hoe leg je Mattheüs 8:11 dan uit,
waar Jezus zegt: "Ik zeg u echter dat velen uit oostelijke
en westelijke streken zullen komen en met Abraham en Isaäk
en Jakob aan tafel zullen aanliggen in het koninkrijk der
hemelen?" |
|
|
|
De tafel van Abraham is een verwijzing naar het koninkrijk
van God. Dit is het gevolg van het feit dat het verbond
dat Jehovah oorspronkelijk sloot met Abraham uiteindelijk
het messiaanse koninkrijk zal voortbrengen. Paulus sprak
de niet-Joodse gezalfde zonen van God bijvoorbeeld aan
met het werkelijk zaad van Abraham. Galaten 3:26-29 luidt:
"In werkelijkheid zijt gij allen zonen van God door
middel van uw geloof in Christus Jezus. Want gij allen
die in Christus werdt gedoopt, hebt Christus aangedaan.
Er is noch jood noch Griek, er is noch slaaf noch vrije,
er is noch man noch vrouw, want gij zijt allen één persoon
in eendracht met Christus Jezus. Bovendien, wanneer gij
Christus toebehoort, zijt gij werkelijk Abrahams zaad,
erfgenamen met betrekking tot een belofte."
De belofte waarnaar Paulus verwijst, is de belofte die
God deed aan Abraham aangaande zijn zaad dat een zegening
zou worden voor mensen uit alle natiën. In die zin is
Abraham, ondanks dat hij niet feitelijk in het koninkrijk
is, er zeker een passend symbool voor.
Hoe weten we dat Abraham niet naar de hemel zal gaan
om met Christus in zijn koninkrijk te regeren? Jezus zelf
zei dat niemand het koninkrijk kon binnengaan tenzij ze
geboren zijn uit het water en de geest. Dat betekent dat
enkel gedoopte met geest gezalfde Christenen door God
tot de hemel geroepen worden.
Jezus onthulde verder dat de mogelijkheid om naar de
hemel te gaan niet aanwezig was totdat Johannes de Doper
Christus aan de wereld voorstelde. Mattheüs 11:11 luidt:
"Voorwaar, ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren
zijn, is er geen grotere verwekt dan Johannes de Doper;
maar wie een mindere is in het koninkrijk der hemelen,
is groter dan hij. Sedert de dagen van Johannes de Doper
tot op heden is het koninkrijk der hemelen echter het
doel waarnaar mensen voorwaarts dringen, en zij die voorwaarts
dringen, grijpen het. Want alle, de Profeten en de Wet,
hebben geprofeteerd tot op Johannes."
Als Johannes de grootste profeet van God was, zoals
Jezus zei, en toch is hij minder dan de minste
in het koninkrijk, dan betekent dat dat Johannes niet
in het regerende koninkrijk is. En daar er volgens Christus
niemand voor Johannes het koninkrijk is binnengegaan,
is het duidelijk dat ook Abraham het koninkrijk niet is
binnengegaan, zoals velen foutief veronderstellen. De
meeste mensen is door de Christenheid geleerd dat alle
"goede" mensen naar de hemel gaan. Dat is niet
wat de Bijbel leert. Het koninkrijk van God, of het koninkrijk
der hemelen, zoals het ook wordt genoemd, is een regering
die bestaat uit Jezus en 144.000 uitverkorenen van zijn
volgelingen. Dat hemelse koninkrijk gaat over de aarde
regeren - inclusief over de opgestane Abraham.
|
|
| 3. Als er geen bewustzijn
is na de dood, hoe kon er dan tot de "geesten in de gevangenis,"
die leefden gedurende de tijd van Noach, gepredikt worden
door Christus na Zijn dood (1 Petrus 3:18-20). Als de "geesten
in de gevangenis" uit 1 Petrus 3:19 een verwijzing
is naar de demonische engelen, in plaats van naar de mensen
die gestorven zijn voor de opstaning van Christus, waarom
zou Jezus dan "prediken" tot demonische engelen? |
|
|
| Volgens de meest betrouwbare autoriteit
op dit gebied, Gods eigen Woord, de Bijbel deelt ons mede
dat de doden zich van niets bewust zijn. De Bijbel zegt
op vele plaatsen, te veel om op te noemen, dat de doden
zich in een op een slaap gelijkende toestand bevinden. Hier
is een online Wachttorenartikel
dat de eenvoudige leerstelling van de Bijbel over dat onderwerp
uitlegt.
Verder redenerend: lang nadat Jezus was opgestaan als
de "eerstgeborene van de doden," verwees Paulus
bij diverse gelegenheden naar volgelingen van Christus
die op dat moment nog "sliepen in de dood." De
hoop van de mensheid is niet dat we een onsterfelijke
ziel hebben die altijd voortleeft, maar dat God de macht
en het verlangen heeft de doden terug tot leven
te brengen uit hun levenloze en onbewuste toestand.
Het idee dat mensen een soort van onsterfelijke ziel
hebben die de dood overleeft, is in het geheel geen bijbelse
leerstelling, maar is rechtstreeks vanuit de vroegere
mystieke religie van Babylon tot ons gekomen. Dus, wat
doen we wanneer we een vers tegenkomen dat de duidelijke
leerstelling van de Bijbel lijkt te contradicteren? Onwetende
personen zijn geneigd moeilijke passages zonder meer te
accepteren. Petrus betreurde het dat de onwetenden alle
Schriften verdraaiden - tot hun eigen vernietiging. Personen
die ontvankelijk zijn voor onderwijs gaan echter altijd
op zoek naar manieren om de raadsels in Gods Woord op
te lossen.
In het geval van Christus die predikt tot de geesten
in de gevangenis, moeten we ons niet indenken dat "prediken"
altijd synoniem staat aan een beroep tot het hebben van
berouw. Prediken kan ook het aankondigen van Gods oordeel
of ondergang voor de veroordeelden betekenen.
De "geesten in de gevangenis" zijn niet de onstoffelijke
zielen van dode mensen, zoals velen kennelijk aannemen.
Zij zijn de ongehoorzame zonen van God die zich tot mensen
materialiseerden en voor de vloed sexuele betrekkingen
hadden met vrouwen. Hun daad van rebellie was trouwens
de reden waarom God überhaupt een wereldwijde vloed veroorzaakte.
In 2 Petrus 2:4, 5 maakt de apostel duidelijk dat de gevangen
geesten de zogenoemde gevallen engelen zijn. Daar staat:
"Stellig, indien God zich er niet van heeft weerhouden
de engelen die zondigden te straffen, maar hen,
door hen in Tártarus te werpen, aan afgronden van dikke
duisternis heeft overgeleverd om voor het oordeel bewaard
te worden; en hij zich er niet van heeft weerhouden een
wereld uit de oudheid te straffen, maar Noach, een prediker
van rechtvaardigheid, met zeven anderen veilig heeft bewaard
toen hij een geweldige vloed over een wereld van goddeloze
mensen bracht."
De engelen die demonen werden zitten niet gevangen in
de zin dat ze opgesloten zitten - nog niet in ieder geval.
Jehovah wierp "hen in afgronden van dikke duisternis"
in de zin dat hij hen buiten zijn familie van verlichte
hemelse zonen plaatste. Jehovah zou geen omgang meer met
hen hebben, en kennelijk nam God na de Vloed hun macht
om zich wederom als mensen te materialiseren van hen af.
Verder bevinden de demonen zich in een toestand "voor
het oordeel bewaard," alsof ze zich in een dodencel
bevinden in afwachting van hun terechtstelling.
Ondanks dat God in Eden het definitieve oordeel uitvaardigde
dat de slang en zijn verachtelijke zaad vertrapt zouden
worden door het messiaanse zaad van de vrouw, moest er
nog steeds worden bezien of Christus onder beproeving
getrouw zou blijven aan God - en zich aldus te kwalificeren
als Jehovah's Opper verdediger. Als de Duivel en zijn
wanhopige demonen er op één of andere wijze
in geslaagd zouden zijn Christus zijn integriteit te laten
compromitteren terwijl hij op aarde was, hadden ze hun
strijdvraag, dat geen enkel schepsel onder beproeving
getrouw kon blijven aan God, bewezen. De demonen vochten
voor hun leven. Maar, toen Jezus tot het einde toe getrouw
en gehoorzaam aan God bleef, de gruwelijkste dood verdragend
die men kan bedenken, waren zijn laatste woorden: "Het
is volbracht."
Jezus' getrouwheid aan God tot het einde bewees dat de
Duivel een leugenaar was. De dood en daarop volgende opstanding
van Christus verzegelde de ondergang van de Duivel en
ook die van zijn demonen.
Het prediken van Christus tot de geesten in de gevangenis
heeft te maken met het bekendmaken aan de demonen dat
zijn overwinning op de dood betekende dat de demonen die
Jezus' dood veroorzaakt hadden, zelf ter dood zouden worden
gebracht door Christus en zijn overwinnende 144.000. Daarom
schreef Paulus in het laatste hoofdstuk van Romeinen aan
zijn mede gezalfde Christenen dat God "Satan binnenkort
onder uw voeten [zal] verbrijzelen."
De Bijbel leert heel eenvoudig dat de doden zich van
niets bewust zijn in het graf. Echter, de Bijbel verwijst
soms naar mensen die geen relatie met God hebben als zijnde
dood - geestelijk dood. Jezus zei bijvoorbeeld eens: "Laat
de doden hun doden begraven. Christus zei dat
om aan te geven dat, tenzij we een levende relatie hebben
met hem en zijn Vader, we zo goed als dood zijn in hun
ogen, ondanks dat we misschien op het zicht een goed leven
leiden.
Zo is het dat het andere vers in kwestie verwijst naar
mensen van de wereld, degenen die in de context worden
beschreven als vleselijk-gericht, die dood zijn voor Gods
aangezicht, maar die desalniettemin in de gelegenheid
gesteld werden om Gods boodschap welke tot hen werd gepredikt
te horen.
Het is interessant dat 2 Petrus 3:16 zegt dat er dingen
in de Bijbel staan die moeilijk te begrijpen zijn, en
als gevolg daarvan verdraaien de niet-onderwezenen en
onstandvastigen de Schriften tot hun eigen vernietiging.
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de
toestand van de doden en de natuur van de demonen. Er
bestaat werkelijk geen excuus voor enig belijdend Christen
onwetend te zijn aangaande deze fundamentele Bijbelse
leerstellingen.
|
|
| 4. Is het waar dat
de profetie van het WTG dat Armageddon zal komen "voordat
het geslacht van 1914 voorbij is gegaan" niet langer wordt
onderwezen als "de Waarheid"? Zo ja, betekent dit dan dat
deze leerstelling van het WTG, welke ze decennia lang als
"de Waarheid" hebben onderwezen, een onjuiste leerstelling
was? Daar het WTG beweert dat ze het "enige kanaal zijn
dat door de Heer wordt gebruikt gedurende de laatste dagen
van dit samenstel van dingen" en dat het besturend lichaam
"de spreekbuis van Jehovah God" is, betekent dit dan dat
God van gedachten is veranderd over deze leerstelling en
de definitie van "geslacht"? Is het mogelijk dat God van
gedachten verandert? Is het WTG ooit eerder van gedachten
veranderd over een leerstelling die ze eens onderwezen als
"de Waarheid"? Daar het WTG beweert dat hun leerstelling
dat Armageddon "voor het einde van het geslacht van 1914"
zou komen "Jehovah's profetische woord" was en "de belofte
van de Schepper," en ze als zodanig dus "in de naam van
God" spreken, betekent dit volgens Deuteronomium 18:20-22
dan niet dat het WTG in werkelijkheid een hedendaagse valse
profeet is? (ingekort WTG quotes) |
|
|
|
Ten eerste heeft het Wachttorengenootschap de profetieën
over de laatste dagen en een oorlog genaamd Armageddon
niet uitgevonden. Die profetieën zijn afkomstig uit de
geest van God en door ons geloof zijn we ervan overtuigd
dat Gods woorden zeker eens bewaarheid zullen worden.
Als gevolg van onze interesse in de Bijbel en de belofte
van een nieuwe wereld, zijn we erg geïnteresseerd geweest
in de vervulling van profetieën, vooral de wijze waarop
ze verband houden met de wederkomst van Christus. Het
feit dat onze hoge koninkrijksverwachtingen tot nog toe
tot teleurstelling hebben geleid, brengt ons geloof op
zichzelf niet in diskrediet. Het is zeker dat onze verkeerde
verwachtingen beschamend voor ons zijn geweest en voor
velen een struikelblok, maar in dat opzicht lijkt het
Wachttorengenootschap schuldig te zijn aan het vallen
in vrijwel dezelfde val als de apostelen.
Beschouw alsjeblieft eens de belangrijkheid van het
verslag wat gevonden kan worden in het laatste hoofdstuk
van het boek Johannes, waar we in de NWV lezen: "Toen
Petrus hem daarom gewaar werd, zei hij tot Jezus: "Heer,
wat zal deze man doen?" Jezus zei tot hem: "Indien het
mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat
aan? Blijft gij mij volgen." Bijgevolg ging onder de broeders
dit woord uit, dat die discipel niet zou sterven. Doch
Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven, maar:
"Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom,
wat gaat u dat aan?""
De man in kwestie was de schrijver - Johannes. Jezus
had Petrus net verteld welke soort dood Petrus zou ondergaan
en Petrus wilde weten wat er met hun vriend Johannes zou
gebeuren. Jezus' commentaar gaf de apostelen het idee
dat Johannes nog in leven zou zijn wanneer Christus terugkwam.
Als gevolg daarvan zegt het verslag dat het woord onder
de broeders uitging, dat Johannes zou blijven leven om
de terugkeer van de Heer te zien
Volgens de Leidsche Vertaling, luidt het 23ste vers:
"Daardoor verspreidde zich het gerucht onder
de broeders dat die leerling niet sterven zou." Wat
hier zo interessant aan is, is dat Johannes zijn boek
zo'n 60 jaar nadat Christus die woorden sprak, schreef.
Kennelijk was het gerucht even oud als de oude apostel
zelf. We zouden ons zelfs kunnen indenken dat de broeders,
tegen het einde van zijn leven, regelmatig even zijn pols
opnamen om de nabijheid van Christus' terugkeer te meten.
Het feit dat Johannes, de langst-levende apostel, het
gepast achtte het gerucht te uit de wereld te helpen en
de zaak recht te zetten aan het einde van zijn leven,
wijst erop dat het gerucht dat door de apostelen in de
wereld was gebracht gedurende de gehele apostolische periode
heeft bestaan. De volgende vraag is dus: Nou en?
Wel, de apostelen kregen in die tijd de autoriteit over
de gehele organisatie van gelovigen. Hun woorden waren
gewichtig omdat ze Jezus persoonlijk gekend hadden en
de latere gelovigen konden vertellen over alle dingen
die Jezus had gezegd en gedaan. Dus, toen de apostelen
spraken, luisterden de broeders en zusters. En wanneer
de apostelen een gerucht in de wereld brachten dat Johannes
zou blijven leven tot de komst van Christus, welke Christen
zou hun interpretatie dan betwijfelen? Maar, de apostelen
hadden het duidelijk bij het verkeerde eind. Ze begrepen
Jezus verkeerd. En hun ernstige verlangen om de realisatie
van Jezus' beloofde terugkeer te zien, maakte dat zij
overhaaste conclusies trokken.
Het verkeerde begrip dat ontstond, verschilt in werkelijkheid
niet van hetgeen gebeurd is onder Jehovah's Getuigen met
betrekking tot onze aannames aangaande het geslacht van
1914 dat niet voorbij zou gaan. De apostel Johannes was
hun geslacht dat niet voorbij zou gaan - voordat hij stierf.
En het feit dat hij uiteindelijk het gerucht uit de wereld
hielp, verschilt niet veel van hetgeen het Genootschap
heeft gedaan door een geslacht te herdefiniëren.
Een andere vraag die we zouden moeten stellen is: Veroordeelde
God de apostelen als valse profeten? Nee, kennelijk niet.
Dus, wanneer we eerlijk en consequent zijn in onze redenatie
zullen we geen oppervlakkige conclusies trekken over de
onbezonnenheid en verkeerde verwachtingen van het Wachttorengenootschap
uit het verleden. Meer nog, onze voortijdige verwachtingen
passen in het patroon van degenen die vol verwachting
uitzien naar de terugkeer van de Meester.
|
|
| 5. Als de geest van
een mens apart van het lichaam geen bestaan heeft, waarom
bad Stefanus in Handelingen 7:59 dan vlak voor zijn dood
tot Jezus: "ontvang mijn geest"? Hoe kon Jezus,
die in de hemel was, Stefanus' geest ontvangen wanneer de
geest van een mens ophoudt te bestaan wanneer het lichaam
sterft en wanneer niemand de hemel kon binnen gaan tot het
jaar 1914? Evenzo, als de ziel ophoudt te bestaan na de
dood van het lichaam, waarom zegt Paulus dan dat hij liever
"afwezig geraakt van het lichaam," zodat hij "zijn
intrek kon nemen bij de Heer" (2 Kor. 5:8), en waarom
zou hij zeggen dat hij liever losgemaakt werd van dit leven
zodat hij bij Christus kon zijn (Fil. 1:23)? Hoe kon Paulus
"bij Christus" zijn en "zijn intrek nemen
bij de Heer" wanneer niemand de hemel tot 1914 kon
binnengaan? |
|
|
| Vrijwel elke religie die ooit heeft bestaan,
vanaf de meest primitieve tot de meest ontwikkelde, houdt
vast aan de lering van een onsterfelijke ziel. De Bijbel
leert echter niet zoiets als een onsterfelijke ziel.
Het is ironisch te noemen dat Jehovah's Getuigen dikwijls
het etiketje "gebrainwashed" opgeplakt krijgen, maar de
waarheid is dat de gehele mensheid onder de geestverblindende,
boosaardige invloed van het religieuze samenstel staat
dat in Openbaring "Babylon de Grote" wordt genoemd. Tenzij
we de fundamentele waarheid uit Gods Woord in deze kwestie
begrijpen, dat de mens geen onsterfelijke ziel
heeft, zullen we kwetsbaar zijn voor misleiding door de
bedrieglijke leugen dat de mensheid op één of andere manier
onsterfelijk is.
Dus, door ingepakt te worden door de oorspronkelijke
leugen die de Duivel voor het eerst uitte in Eden, namelijk
"gij zult niet sterven," is de persoon die slechts
enkele verzen leest geneigd overhaaste conclusies als
deze te trekken.
Wederom, Paulus maakte melding van het feit dat enkelen
van de oorspronkelijke leden van de gemeente, die getuige
waren geweest van Christus' opstanding, gestorven waren
in de dood. In 1 Korinthiërs 15:6 zei Paulus dat ze "ontslapen"
waren. Dat is niet iets wat moeilijk te begrijpen is.
Wanneer we 's nachts slapen zijn we ons niet bewust van
wat er om ons heen gebeurt. We bevinden ons in een onbewuste
toestand. Dat is wat de dood is - een onbewuste toestand.
Paulus merkte dit op in de context van de bespreking van
de opstanding van gezalfde Christenen, en hij schreef
de Korinthiërs enkele jaren nadat Stefanus de marteldood
gestorven was; toch wees Paulus op dat moment naar
een toekomstige tijd waarin de doden opgewekt zouden worden.
Dus, Stefanus was één van degenen die ontslapen waren,
naar wie Paulus verwees.
Wat bedoeld Stefanus daarom toen hij vroeg of Jezus
zijn geest mocht ontvangen? Wel, Jezus uitte vrijwel hetzelfde
vlak voordat hij stierf. In Lukas 23:46 zei hij: "Vader,
aan uw handen vertrouw ik mijn geest toe."
Verwachtte Jezus onmiddellijk naar de hemel te gaan omdat
hij een onsterfelijke ziel had? Nee. Jezus stierf. Hij
was drie dagen dood. Hij vertrouwde zijn geest aan God
toe in de zin dat hij vertrouwen had dat God hem weer
tot leven zou wekken. Trouwens, sterven betekent
dat iemand zijn levengevende geest verliest. De geest
is eenvoudig de levenskracht die Jehovah in ons brengt
terwijl we in leven zijn. Het is de levensvonk die veroorzaakt
dat we de adem des levens inademen. Wanneer we sterven
rusten onze toekomstige levensvooruitzichten bij Jehovah;
en natuurlijk is Christus, sinds zijn opstanding, door
zijn Vader aangesteld om alle volgende opstandingen uit
te voeren wanneer het daar de tijd voor is.
Het was dus passend dat Stefanus zijn geest aan Christus
toevertrouwde, net zoals Jezus toen hij stierf zijn geest
aan Jehovah toevertrouwde.
Wat betreft Paulus die zijn intrek bij Christus neemt,
we moeten niet veronderstellen dat die uitdrukking het
concept van een onsterfelijke ziel ondersteunt. Paulus
uitte eenvoudig zijn voorkeur om bij Christus in de hemel
te zijn, in tegenstelling tot het leven als een mens op
aarde.
|
|
| 6. Op bladzijde 7
van de brochure Moet U Geloof Stellen In De Drieëenheid?
worden er citaten aangehaald van Justin Martyr, Irenaeus,
Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Hippolytus en Origenes
zonder dat er verwijzingen bij staan. Waarom worden die
verwijzingen niet gegeven? Op blz. 7 van de brochure wordt
ook de volgende bewering gedaan: "Het getuigenis van de
bijbel en van de geschiedenis maakt derhalve duidelijk dat
de Drieëenheid in bijbelse tijden en nog VERSCHEIDENE EEUWEN
daarna onbekend was." Gebaseerd op de onderstaande citaten:
hoe kan het Wachttorengenootschap deze bewering doen? (Citaten
niet aanwezig) |
|
|
| Als leerstelling in zijn huidige vorm
bestond de Drieëenheid niet tot enkele eeuwen na
Christus. Het Wachttorengenootschap heeft hierin gelijk.
Ondanks dat die vroegere theologen het denkbeeld dat Jezus
meer was dan de Zoon van God begonnen te introduceren, was
de leerstelling van de drie-in-één drieëenheid zelfs op
dat moment niet geïntroduceerd in de Christelijke leer.
Het lijkt er echter op dat het Wachttorengenootschap niet
geheel eerlijk is in deze kwestie. Ondanks dat ze formeel
gelijk heeft dat de Drieëenheid niet onderwezen werd door
deze vroegere kerkvaders, is het ietwat misleidend om de
lezer de indruk te geven dat ze het onderscheid tussen Jehovah
en Jezus duidelijk onderscheidden, omdat ze dat kennelijk
niet deden.
Persoonlijk kan ik niet uitleggen dat het Wachttorengenootschap
überhaupt niet-bijbelse bronnen zou citeren, alsof deze
enige leerstellige autoriteit zouden hebben voor Christenen.
De Bijbel is de enige echter autoriteit in deze kwesties
en hierin wordt zeker niet geleerd dat God deel uitmaakt
van een triade. Het woord "drieëenheid" of "drieënige"
komt niet eens voor in de Bijbel, noch het concept dat
wordt gesteund door Trinitariërs.
|
|
| 7. De Bijbel zegt
in Zefanja 1:18: "...maar door het vuur van zijn ijver ZAL
HEEL DE AARDE VERSLONDEN WORDEN, want hij zal ALLE bewoners
der aarde aan een VERDELGING prijsgeven, ja een verschrikkelijke."
Wanneer de leerstelling van het WTG dat de huidige aarde
nooit vernietigd of ontvolkt zal worden juist is, waarom
zegt de Bijbel dan dat "heel de aarde verslonden" zal worden,
en "alle" bewoners der aarde verdelgd zullen worden? Wat
betekenen de woorden "verdelgen" en "alle" volgens jou?
Hoe kan een grote schare van mensen na Armageddon voortleven
in een paradijs op aarde wanneer "ALLE bewoners der aarde"
verdelgd zullen worden? |
|
|
| De vragensteller is wellicht niet bekend
met het feit dat de Bijbel tevens zegt dat de aarde voor
altijd zal blijven bestaan en dat Openbaring 11:18 zegt
dat God, in plaats van het letterlijk te vernietigen, "hen
zal verderven die de aarde verderven." Hoe lossen oprechte
Bijbelonderzoekers deze ogenschijnlijke tegenstelling op?
De aarde wordt wél of niet verwoest. Het kan niet allebei
waar zijn. En het is geen kwestie van het eenvoudig negeren
van enkele teksten en teksten die onze voorkeur bevestigen
aannemen. We moeten feitelijk een ogenschijnlijke paradox
oplossen wanneer we Gods waarheid willen kennen. Eén manier
om dat te doen is door de betekenis van een profetie te
analyseren, in plaats van enkele woorden aan te grijpen
om tot een favoriete leerstelling te komen.
Dus, wanneer we de profetie van Zefanja werkelijk lezen
en erover redeneren zouden we moeten gaan erkennen dat
het boek van Zefanja, evenals alle Hebreeuwse profeten,
oorspronkelijk van toepassing was op de Joden en omliggende
natiën van die tijd. Door middel van Zefanja kondigde
Jehovah oordelen aan over Juda, Filistea, Ammon, Ethiopië
en Assyrië. Jehovah vaardigde uit dat de gehele regio
vertreden moest worden door de Babyloniërs. Zo werd de
profetie in vroegere tijden vervuld. De Chaldeeën vernietigden
natuurlijk niet de planeet aarde, noch verdelgden zij
alle zielen. Maar zij onderwierpen wel op meedogeloze
wijze een zeer groot deel van de wereld van toen. Op die
wijze werd daarom heel de aarde door Nebukadnezars
plunderende meute verslonden, zoals Zefanja voorzei.
Maar, Jehovah's oordelen zijn ook op een veel grotere
schaal van toepassing welke letterlijk de gehele wereld
omvatten, wat ook de reden is dat de profeten zulke uitgebreide,
ogenschijnlijk overdreven taal gebruikten. Uiteindelijk
is de gehele aarde die verslonden wordt een indicatie
van de totaliteit van Gods oordeel, wanneer hij
elk spoortje van de huidige wereldwijde beschaving grondig
vernietigt.
Maar, wat betreft de simplistische bewering dat God
letterlijk deze schitterende planeet gaat vernietigen
en de mensheid die gemaakt is naar Gods beeld volledig
zal uitroeien, dat is niet wat de Bijbel leert.
Het is juist door middel van Zefanja dat Jehovah hoop
geeft op overleving wanneer het hedendaagse samenstel
wordt vernietigd. Zefanja 2:2, 3 luidt: "Voordat de
inzetting iets het licht doet zien, voordat de dag is
voorbijgegaan net als kaf, voordat over ulieden de brandende
toorn van Jehovah komt, voordat over u de dag van Jehovah's
toorn komt, zoekt Jehovah, al gij zachtmoedigen der aarde,
die Zíjn rechterlijke beslissing hebt volbracht. Zoekt
rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid. Wellicht zult
gij verborgen worden op de dag van Jehovah's toorn."
Wanneer de zachtmoedigen verborgen worden op de dag
van Jehovah's toorn, is het duidelijk dat de voorzegde
verdelging niet volledig is. Zefanja's profetie biedt
redding aan de zachtmoedigen der aarde en is in harmonie
met Jezus, die ook beloofde dat de zachtmoedigen de aarde
zullen beërven nadat de uiting van Jehovah's woede de
huidige, slechte beschaving die de planeet in bezit heeft,
vernietigt.
|
|
| 8. Als de doden gedurende
de 1000-jarige regering van Christus opgewekt worden en
overeenkomstig hun daden in die tijd geoordeeld zullen worden,
waarom zegt de Bijbel in Openbaring 20:4, 5 dan expliciet
dat "(De overigen der doden kwamen niet tot leven totdat
de duizend jaar geëindigd waren)"? Hoe kunnen ze geoordeeld
worden overeenkomstig hun daden gedurende de 1000-jarige
regering van Christus, wanneer ze niet tot leven komen voordat
deze periode voorbij is? Waarom zet de NWV haakjes om dit
vers? Evenzo, als de doden een opstanding zullen krijgen
gedurende de 1000-jarige regering van Christus en geoordeeld
worden overeenkomstig hun daden van die tijd, waarom zegt
de Bijbel dan dat de doden uit hun graven zullen opstaan
"zij die goede dingen HEBBEN GEDAAN (verleden tijd), tot
een opstanding des levens, zij die verachtelijke dingen
HEBBEN BEOEFEND (verleden tijd), tot een opstanding des
oordeels" (Joh. 5:28, 29) en waarom zegt de Bijbel dat mensen
"eens voor altijd sterven" en "daarna (na de dood) een oordeel"
(Hebr. 9:27)? |
|
|
| Onze vragensteller ontbeert een fundamenteel
begrip van bijbelse taal. Om dit soort van geestelijke ongeletterdheid
te onderstrepen, beschouw eens Jezus' eenvoudige opmerking:
"Laat de doden hun doden begraven." Wanneer we enkel,
zonder te redeneren woorden op een bladzijde lezen en hen
zonder meer aannemen, zouden Jezus woorden macabere beelden
in onze geest kunnen oproepen van zombies die graven aan
het spitten zijn. Wanneer we echter ons redeneringsvermogen
gebruiken om zodoende te onderscheiden wat Jezus ons wilde
zeggen, wordt duidelijk dat Jezus verwees naar levende personen
die geestelijk dood waren, tenzij ze tot leven kwamen
door zijn volgelingen te worden.
Paulus verwees naar personen die dood waren in hun zonden
en overtredingen. Dat betekent dat een persoon, ondanks
dat hij tijdelijk leeft, onder de veroordeling van de
dood blijft staan. Dus, wanneer Openbaring verduidelijkend
zegt dat "de overigen der doden kwamen niet tot leven
totdat de duizend jaar geëindigd waren," worden er
in werkelijkheid twee opstandingen tegenover elkaar gezet.
Daarom zegt het vers verder: "Dit is de eerste opstanding.
Gelukkig en heilig is een ieder die deel heeft aan de
eerste opstanding; over dezen heeft de tweede dood geen
autoriteit, maar zij zullen priesters van God en van de
Christus zijn en zullen de duizend jaar met hem als koningen
regeren."
De eerste opstanding geldt voor degenen die een hemelse
opstanding krijgen en die 1000 jaar lang met Christus
als koningen zullen dienen. Op een andere plaats wijst
de Bijbel erop dat deze 144.000 onsterfelijkheid ontvangen.
Daarom heeft de tweede dood geen autoriteit over hen,
omdat ze nergens door vernietigd kunnen worden.
Wat betekent het daarom dat de overigen der doden niet
tot leven komen tot na de duizend jaar? Laat de
lezer opmerken dat het vers niet zegt dat ze een opstanding
krijgen aan het eind van de duizend jaar, maar enkel dat
ze tot die tijd niet tot leven komen. Bestaat er
een verschil? Ja, er bestaat een groot verschil. De Bijbel
leert ons dat de gehele mensheid als gevolg van Adams
zonde onder Gods veroordeling van de dood staat, welke
we hebben overgeërfd. In Gods ogen zijn we dood. We hebben
geen recht op eindeloos leven. Zelfs het grote aantal
mensen dat gedurende de 1000 jaar door Christus worden
opgewekt, zullen nog steeds dood zijn, doordat ze niet
onmiddellijk zondeloos worden. Dat ze uiteindelijk tot
leven komen, betekent daarom dat de veroordeling opgeheven
wordt zodat de mensheid niet langer onderworpen is aan
de zonde van Adam.
Overeenkomstig hetgeen Paulus schreef in het 15de hoofdstuk
van 1 Korinthiërs, zal Jezus over de mensheid regeren
en elke vijand van God vernietigen en de "laatste vijand,
de dood," tevens laten verdwijnen. Dat betekent dat
de mensheid, tegen het einde van Jezus' 1000-jarige regering,
nadat de doden gedurende de 1000 jaar zijn opgewekt, uit
de huidige sterfelijke toestand opgeheven worden. In die
zin zullen alle dan levende mensen volledig "tot leven
komen" - het leven dat Adam en Eva oorspronkelijk bezaten.
|
|
| 9. Quote uit het
voorwoord van Kingdom Interlinear Translation verwijderd)
De NWV vertaalt Joh. 14:14 met: "Indien
gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen." Als de
NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is
van de Bijbel, waarom laat het dan het woord "mij" na
de zinsnede "indien gij" compleet weg, ondanks dat het
woord "mij" in het oorspronkelijke Grieks staat? Zie Kingdom
Interlinear Translation (KIT). Als de NWV Joh. 14:14 correct
uit het oorspronkelijke Grieks had vertaald, hoe zou het
vers dan luiden? Hoe kan een persoon Jezus iets "vragen"
zonder tot hem te bidden? Hoe kan de NWV "de waarheid
van zijn geïnspireerde Woord zo nauwkeurig" mogelijk overbrengen,
en hoe kan het een "zo letterlijk mogelijke vertaling"
zijn wanneer de "vertalers" opzettelijk dit woord ("mij")
weglaten, zodat dit vers de leerstelling van het WTG niet
tegenspreekt?
|
|
|
| Ten eerste bestaat er niet zoiets als
een "woord-voor-woord vertaling." Geen enkele moderne vertaling
is een woord-voor-woord vertaling. Verder heeft het Wachttorengenootschap
nooit beweerd dat de NWV zelf een woord-voor-woord vertaling
is. Wat het dichtste bij een woord-voor-woord vertaling
komt is een transliteratie. Hier is een
link naar een online Interlineare transliteratie.
Het vertalen van begrippen uit een oude taal naar een
moderne taal vereist meer dan enkel een 'dit-woord-betekent-dit,
dat-woord-betekent-dat' benadering.
Wat betreft het vers in kwestie, de vragensteller heeft
het vers enkel gedeeltelijk aangehaald, het als zodanig
isolerend van de context. Johannes 14:13, 14 luidt: "En
wat gij ook vraagt in mijn naam, dat zal ik doen, opdat
de Vader in verband met de Zoon verheerlijkt moge worden.
Indien gij iets vraagt in mijn naam, ik zal het doen."
Volgens de letterlijke vertaling in de Interlinear,
luidt het 14de vers: "Wanneer iets gij zoudt vragen
mij in de naam van mij dit ik zal doen."
Gezond verstand zegt ons dat een letterlijke woord-voor-woord
weergave zeer onbeholpen is. Natuurlijk wil een bevooroordeelde
Trinitariër ons laten geloven dat het vers zo vertaald
moet worden dat de onschriftuurlijk leerstelling dat Jezus
God was omhoog wordt gehouden. De context wijst echter
op iets anders.
De NIV geeft het vers ietwat onhandig weer, door te
zeggen: "Gij moogt mij alles vragen in mijn naam en
ik zal het doen."
Het moge duidelijk zijn dat wanneer de apostelen begrepen
dat Jezus zei dat ze rechtstreeks tot hem moesten bidden,
alsof ze dit feitelijk tot God deden, het nogal overbodig
lijkt dat Jezus hen zei tot hem te bidden in zijn naam.
In plaats daarvan maakt de context duidelijk dat Jezus
de rol van bemiddelaar en helper innam tussen zijn dicipelen
en Jehovah. Christus presenteerde zich in werkelijkheid
als de middelaar met betrekking tot hun gemeenschappelijke
God en Vader.
Andere vertalingen geven het vers vergelijkbaar met
de NWV weer. De Lutherse Vertaling geeft het bijvoorbeeld
als volgt weer: "Zo gij iets bidden zult in mijnen
naam, ik zal het doen."
De Leidsche vertaling geeft het vers weer met: "
Zo gij iets vraagt mijn naam anroepend, zal ik het doen.
Young's Literal Translation verwoordt het als volgt:
"Indien gij iets vraagt in mijn naam zal ik het doen."
|
|
| 10. Als de hedendaagse
aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden, waarom zegt
Zefanja 1:2, 3 dan: "Ik zal zonder mankeren een eind maken
aan alles wat zich op de oppervlakte van de aardbodem bevindt",
is de uitspraak van Jehovah. "Ik zal een eind maken aan
aardse mens en dier… en ik wil de mensen van de oppervlakte
van de aardbodem afsnijden," is de uitspraak van Jehovah?"
Het Hebreeuwse woord dat hier in de NWV vertaald is met
"een eind maken aan" is "cuwph" (Strong's #05486) wat volgens
Strong's Hebrew Dictionary "ophouden; tot een eind komen"
betekent. Hoe kan dit wanneer het WTG het juist heeft en
getrouwe Getuigen Armageddon zullen overleven en voor eeuwig
in een paradijs op de hedendaagse aarde zullen leven? En
daarbij zegt Jesaja 65:17: "Want ziet, ik SCHEP nieuwe hemelen
en een nieuwe AARDE; en de vroegere dingen zullen niet in
de geest worden teruggeroepen…" Als de huidige aarde nooit
vernietigd zal worden, waarom zal God dan een "nieuwe" aarde
"scheppen"? (Rest van de vraag verwijderd) |
|
|
| Wederom moeten we erop wijzen dat de vragensteller
eenvoudig ongeletterd is wat betreft het geestelijke dialect
van de Schriften. Om deze manier van ondervraging verder
te beantwoorden, verwijzen we de lezer naar Genesis 11:1,
waar staat: "De gehele aarde nu had nog
steeds één taal en één woordenschat."
We stellen nu de volgende vraag aan degenen die de Schrift
volledig letterlijk lezen: Welke taal spreekt de
aarde? Zegt het bovenstaande vers dat onze terra firma
in "tongen" of zoiets spreekt?
Of zou het redelijker zijn te concluderen dat het woord
"aarde," zoals het wordt gebruikt in de Bijbel, niet altijd
slaat op de letterlijk aardbol? Genesis 11:1 verwijst
duidelijk naar de mensenwereld als zijnde "de gehele
aarde." De profeten gebruikten "aarde" ook op figuurlijke
wijze. Wanneer we de context in Jesaja lezen, wordt het
duidelijk dat God een nieuwe hemel en aarde schiep door
de natie Israël opnieuw te vestigen. Petrus gebruikte
dezelfde uitdrukkingen "nieuwe hemelen en nieuwe aarde"
om de verandering die onder Gods regering zal plaatsvinden
te symboliseren; wanneer de "oude" demonische "hemelen"
en de daaraan verbonden regerende instellingen die over
de mensheid heersen, vervangen worden door Gods hemelse
koninkrijksregering. De oude aarde is de huidige slechte
beschaving, die vervangen zal worden door een nieuwe wereldorde
die volledig bestaat uit mensen die Jehovah dienen. Zo'n
radicale verandering van het huidige samenstel wordt het
beste omschreven als een nieuwe hemel en aarde.
Terwijl Zefanja verder zegt dat Jehovah "een eind
zal maken" aan mens en dier, zegt God in Genesis 8:21b
na de Vloed het volgende tot Noach: "En nooit meer
zal ik al wat leeft een slag toedienen, juist zoals ik
heb gedaan." In het licht van de ogenschijnlijke tegenstelling
in deze twee beweringen, wordt het duidelijk dat Zefanja
niet letterlijk moet worden opgevat, daar het oorspronkelijk
sprak over de volledigheid van Gods oordelen tegen de
natiën die in de 5de Eeuw v.G.T. onder zijn veroordeling
vielen.
|
|
| 11. Het WTG beweert
dat Jeruzalem in 607 v.G.T. vernietigd werd en gebruikt
Dan. 4:23-25, Openb. 12:6, 14, Num. 14:34 en Ezech. 4:6
om te komen tot 1914 G.T. als het jaar waarin Jezus begon
te regeren in de hemel, wat 2520 jaar later is. Als de bewering
van het WTG, dat Jeruzalem in 607 v.G.T. verwoest werd,
correct is, waarom zeggen alle naslagwerken dan dat het
in 586 v.G.T. vernietigd is? (Zie Encyclopedia Brittanica,
Microsoft Encarta, The World Book Encyclopedia, Encyclopedia
Americana, Compton's Encyclopedia, Academic American Encyclopedia,
Cambridge Ancient History - Vol. III, The Oxford Dictionary
of World History, enz. Enz.) Als het WTG gelijk heeft in
dat Christus' regering 2520 jaar na de vernietiging van
Jeruzalem begonnen is, moet deze gebeurtenis dan niet hebben
plaatsgevonden in 1935 in plaats van 1914? Moeten we de
overweldigende mening van vrijwel elke historicus die experts
zijn op het gebied van oude geschiedenis of het WTG als
onbetrouwbaar bezien? |
|
|
| De kwestie met betrekking tot 1914 wordt
elders op deze website besproken en er bestaat geen reden
het hier meer ruimte in beslag te laten nemen. |
|
| 12. Volgens Strong's
Greek Dictionary, betekent het Griekse woord "heos" (Strong's
#2193) "tot, totdat." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling is van de Bijbel, waarom wordt het Griekse woord
"heos" in Mattheüs 5:18 dan verkeerd vertaald met "eerder
zouden" in plaats van "totdat," waardoor de betekenis van
het vers compleet verandert? Als het Griekse woord "heos"
in dit vers juist was vertaald met "totdat," wat zou het
vers dan zeggen over de toekomst van de huidige aarde? Waarom
is dit Griekse woord vertaald met "totdat" in de KIT, maar
in de NWV weergegeven met "eerder zouden." Waarom deze inconsistentie
in de vertaling? Zie Zefanja 3:13 en Jesaja 28:15. |
|
|
| Er bestaat in essentie geen verschil tussen
de twee termen in dat specifieke gebruik ervan. De moeilijkheid
ontstaat als gevolg van een bepaalde gedachtegang die geïsoleerde
teksten letterlijk leest om zodoende te trachten onbijbelse
leerstellingen te ondersteunen. Jezus zei niet dat de hemel
en aarde letterlijk bestemd waren om voorbij te gaan. In
tegendeel, hij illustreerde hoe Gods Woord zelfs duurzamer
is dan het fysieke universum. The Contemporary English Version
(CEV) van de Bijbel vertaalt het als volgt: "Hemel en
aarde zouden kunnen verdwijnen. Maar ik beloof u
dat niet eens een punt of komma ooit zal verdwijnen uit
de Wet."
Maar, noch de hemel, noch de aarde zal letterlijk voorbij
gaan. Noch Gods Woord. Enkele verzen voor het vers dat
je aanhaalde, zei Jezus dat de zachtmoedigen de aarde
zouden beërven. Dus, waarom houdt je vol dat de aarde
vernietigd zal worden? Ongeacht de details van vertalingen,
is het in plaats daarvan niet zo dat de vragensteller
niet begrijpt wat Jezus bedoelde in Mattheüs 5:18?
|
|
| 13. Als de Heilige
Geest Gods onpersoonlijke "werkzame kracht" is, waarom kan
hij dan rechtstreeks spreken en naar zichzelf verwijzen
als "Ik" en "mij" in Handelingen 13:2? Als de Heilige Geest
Gods onpersoonlijke "werkzame kracht" is, hoe kan hij dan:
"hij" en "hem" worden genoemd in Joh. 16:7, 8 en Joh. 16:13,
14; getuigenis afleggen (Joh. 15:26, Hand. 20:23); zich
gegriefd voelen (Jes. 63:10); gelasterd worden (Mark. 3:29,
Luk. 12:10); dingen zeggen (Ezech. 3:24; Hand. 8:29, 10:19
en Hebr. 10:15-17); iemand verbieden iets te zeggen (Hand.
16:6); verlangen (Gal. 5:17); woedend zijn (Hebr. 10:29);
zoeken (1 Kor. 2:10); troosten (Hand. 9:31); geliefd worden
(Rom. 15:30); voorgelogen worden en God zijn (Hand. 5:3,
4)? Wat zegt de Bijbel over personen die tegen de heilige
geest spreken? Zie Matth. 12:32 en Lukas 12:10. |
|
|
| Wanneer we Gods Woord met intelligentie
benaderen, moeten we erkennen dat niet alle dingen letterlijk
genomen moeten worden. Deuteronomium 32:5 geeft God bijvoorbeeld
de titel "De Rots." Moeten we dan concluderen dat
God een inerte mineraal is? Of, wat te denken van Hebreeën
12:29 waar wordt gezegd dat "onze God ook een verterend
vuur is," moeten we ons dan indenken dat God een soort
van superheet plasma is? Nadenkende personen erkennen dat
de Schriften tot ons spreken in vergelijkingen. We kunnen
dus het begrip bevatten dat God als een rots is,
of op bepaalde manieren als een verterend vuur is.
Om die reden maakt de Bijbel ook gebruik van een algemeen
literair middel dat bekend staat als personificatie.
Dat betekent dat dingen en zelfs ongrijpbare begrippen
soms worden voorgesteld als personen. Hier volgen een
paar voorbeelden: Toen Jehovah Kaïn probeerde te waarschuwen
voor de ernstige morele gevaren die hij liep, personifiëerde
God zonde door te zeggen dat het op de loer lag bij de
ingang, alsof het ernaar hunkerde zich plotseling op Kaïn
te storten. Of, een ander voorbeeld: de Spreuken zeggen
dat luiheid in de hand zal werken dat armoede over ons
komt als een gewapend man. Nog één voorbeeld: Paulus
verwees naar dood als regerend als koning over
de mensheid. Dit zijn bijbelse voorbeelden van personificatie.
God leeft in de hemel, toch is hij in staat om door
zijn dynamische werkzame kracht zijn controle over de
uithoeken van het universum alsook onze kleine aarde uit
te spreiden. Omdat de heilige geest van God afkomstig
is en zorgt dat zijn Wil wordt gedaan, in overeenkomst
is met Gods eigen karakter, altijd tot zijn dienst is
en zelfs voor hem spreekt, is het volledig passend dat
Gods werkzame kracht soms gepersonifiëerd wordt.
Er zijn echter andere gevallen waarbij er met een "het"
wordt verwezen naar Gods geest. 1 Korinthiërs 12:11 zegt
bijvoorbeeld: "Maar al deze werkingen worden door een
en dezelfde geest tot stand gebracht, die aan een ieder
respectievelijk uitdeelt zoals hij het wil." (In het
Engels staat in deze tekst het woordje 'it' ('het')
in plaats van "hij." Wegens Nederlandse grammatica
is het in het Nederlands echter nodig "hij" te schrijven.
Het griekse woord voor "geest" (pneuma) wat hier wordt
gebruikt, is echter onzijdig - vertalers) Als de
heilige geest een persoon zou zijn, zou het ongepast zijn
naar hem te verwijzen als een "het." Naar Jehovah
en Jezus wordt nooit op die wijze verwezen, maar naar
de geest wel. Verreweg de meeste verwijzingen in de Bijbel
naar de heilige geest zijn onpersoonlijk.
Voor meer over wat de heilige geest is, klik
hier.
|
|
| 14. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel,
waarom verandert het het geschreven woord van God dan door
in Mark. 1:4 de woorden "[als een symbool]" toe te voegen,
ondanks dat deze woorden niet in het Grieks verschijnen?
Zie Grieks-Engelse Interlinear. Hoe zou Mark. 1:4 luiden
wanneer de woorden "[als een symbool]" niet waren toegevoegd?
In Handelingen 2:38 zegt Petrus: "…Hebt berouw, en laat
een ieder van u worden gedoopt in de naam van Jezus Christus
TOT VERGEVING VAN UW ZONDEN…" en in Handelingen 22:16 zegt
Ananias het volgende tegen Paulus: "…Sta op, laat u dopen
en WAS UW ZONDEN WEG doordat gij zijn naam aanroept." Als
de doop enkel een symbolische uiting is van geloof in God
en geen invloed heeft op de vergeving van zonden, waarom
zegt Petrus de mensen in Jeruzalem dan zich te laten dopen
"tot vergeving van uw zonden" en waarom zegt Ananias tegen
Paulus dat hij gedoopt moet worden om zijn "zonden weg te
wassen"? |
|
|
| De zinsnede "als een symbool van berouw"
lijkt ietwat overbodig te zijn. Het zou duidelijk moeten
zijn dat de doop van Johannes enkel een symbolisch ritueel
was, zodat mensen voorbereid werden op het aannemen van
Christus. The New Living Translation (NLT) verwoordt Markus
1:4 als volgt: "Deze boodschapper was Johannes de Doper.
Hij leefde in de wildernis en predikte dat mensen gedoopt
zouden moeten worden om te laten zien dat ze zich
afgekeerd hadden van hun zonden en zich tot God hadden gewend
voor vergeving."
De doop van Johannes was trouwens niet de werkelijk
doop. Personen die wellicht gedoopt waren door Johannes,
maar die om wat voor reden dat ook afwezig waren in de
Bovenkamer op Pinksteren, toen de oorspronkelijke zalving
plaatsvond, moesten opnieuw gedoopt worden in Jezus' naam
voordat ze gezalfd konden worden met Gods geest. Dat wordt
duidelijk uit het 19de hoofdstuk van Handelingen. Als
de doop van Johannes letterlijk hun zonden wegwaste en
meer was dan een uiterlijk symbool van het innerlijke
berouw van de Joden, waarom was het dan noodzakelijk dat
ze opnieuw gedoopt moesten worden in de naam van Jezus?
En, als de doop van Johannes enkel een religieus ritueel
was, waarom zouden we dan moeten veronderstellen dat de
doop in Jezus' naam iets meer is dan een symbolische openbare
bekendmaking van geloof?
Het wegwassen van onze zonden is het gevolg van ons
geloof in het vergoten bloed van Christus. En de doop
is een daad van geloof in de dood en opstanding
van Christus.
|
|
| 15. Het WTG beweert
dat Ezechiëls profetie over de Joden die terugkeren naar
hun land in vervulling gaat in hun organisatie. Ezechiël
36:24, 28 zegt: "En ik wil u uit de natiën halen en u bijeenbrengen
uit alle landen en u brengen op uw grond" en "Gij zult stellig
wonen in het land dat ik aan uw voorvaders heb gegeven,
en gij moet mijn volk worden en ikzelf zal uw God worden."
Als dit in de Wachttorenorganisatie in vervulling gaat,
hoe keren zij dan terug naar het land KANAÄN zoals beloofd
aan de voorvaders? Psalm 105:8-11. |
|
|
| De menselijke geest werkt op zo'n manier
dat het complexe en abstracte ideeën het beste kan bevatten
wanneer ze een patroon heeft om het vanaf te leiden. Zonder
in de ingewikkeldheden van de profetieën zelf te duiken,
kan er worden gesteld dat de profetieën die gericht zijn
aan het oude Israël voorbeelden en patronen stellen
voor de Christelijke organisatie van het geestelijk Israël
gedurende de tijd van Gods definitieve oordeel. Paulus verwees
naar dat principe toen hij het volgende aan Christenen schreef:
"Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden
en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons,
tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen
zijn."
Paulus werd ook geïnspireerd om uit te leggen hoe alle
aspecten van de oorspronkelijke tabernakel-aanbidding
en de tempelregeling enkel "een voorafbeelding en een
schaduw van de hemelse dingen" was.
Het 36ste hoofdstuk van Ezechiël is één van de vele
profetieën die spreken over de verzameling en het herstel
van de Joodse natie. Israël stond in een verbondsverhouding
met Jehovah en die verhouding werd bijna verbroken door
de afgoderij en immoraliteit van de Joden. Jehovah strafte
hen door hen uit het land te werpen dat hij hen gegeven
had; maar later nam hij hen weer aan als zijn volk.
Volgens Paulus is de gezalfde Christelijke gemeente
het werkelijke zaad van Abraham. En wanneer we
het patroon van de profetieën gericht aan de tegenhanger
uit de oudheid volgen, wordt het hedendaagse Israël evenzo
getuchtigd door God; verstrooid gedurende een tijd van
verdrukking. Maar, zoals Jezus zei, zullen Gods uitverkorenen
uiteindelijk verzameld worden vanuit de vier uithoeken
van de aarde.
Evenzo, in plaats van de beërving van een letterlijk
land Kanaän, gebruikte Jesaja de uitdrukking "nieuwe
hemelen" en "nieuwe aarde" om het herstelde
Joodse thuisland te beschrijven. Bijbelstudenten merken
natuurlijk direct op dat de apostelen Petrus en Johannes
ook specifiek verwezen naar een nieuwe hemel en nieuwe
aarde, welke door getrouwe Christenen beërfd zal worden
aan het eind van deze huidige oude hemelen en het oude
aardse samenstel van dingen.
|
|
| 16. Beschouw ook
wat er gezegd wordt over degenen die de profetie vervullen.
Ezechiël 36:22 zegt: "Daarom, zeg tot het huis van Israël:
'Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: "Niet ter
wille van u doe ik het, o huis van Israël, maar voor mijn
heilige naam, die gij ONTHEILIGD hebt onder de natiën waar
gij zijt gekomen."'" Daar het WTG beweert dat het het geestelijk
Israël is en deze profetieën in Ezechiël vervult, hoe geloven
Jehovah's Getuigen dan dat ze Gods naam onder natiën hebben
ontheiligd? |
|
|
| Je oorspronkelijke vragen werden enkele
jaren geleden gepubliceerd. Sinds die tijd zijn er
echter diverse schandalen aan het licht gekomen en zijn
wijds gepubliceerd. In het bijzonder hebben Jehovah's Getuigen
Gods naam in de ogen van de mensen ontheiligd door het bedekken
van pedofilie in onze gemeenten. Toch moeten we niet verwachten
dat Jehovah's Getuigen gemakkelijk de verantwoordelijkheid
accepteren voor het brengen van smaad over de naam van Jehovah.
Als we de profeten als patroon mogen nemen, moet God eerst
zijn volk veroordelen met gebruik van vrij strenge maatregelen
voordat ze nederig zullen toegeven Gods naam te hebben
ontheiligd. Daar de Oordeelsdag nog steeds in de toekomst
ligt, heeft de dag van onze afrekening nog niet plaatsgevonden. |
|
| 17. De NWV voegt
het woord "[de]" toe aan de zinsnede "van onze God en redder
Jezus Christus" in 2 Petr. 1:1. In 2 Petr. 1:11, 2:20 en
3:18, welke exact dezelfde zinsnede bevatten in het Grieks,
behalve dat deze verzen het woord "heer" (kyrios) weergeven
in plaats van het woord "God" (Theos), wordt het woord "[de]"
niet toegevoegd. Zie Grieks-Engelse Interlinear. Wat is
de reden voor deze grove inconsistentie in de vertaling
van deze zinsneden? Hoe zou 2 Petr. 1:1 luiden wanneer die
hetzelfde vertaald zou zijn als 2 Petr. 1:11, 2:20 en 3:18
en het woord "[de]" niet was toegevoegd? Wat zegt de Schrift
over het toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spr. 30:5,
6. |
|
|
| Alle Bijbelvertalingen hebben woorden
toegevoegd die niet in de oorspronkelijke tekst verschijnen.
Daar is niets sinisters aan. Het wordt gedaan wanneer de
vertaler oordeelt dat het de tekst verduidelijkt.
De reden waarom de vragensteller moeite heeft met de
invoeging van [de] in de tekst van 2 Petrus 1:1 is duidelijk
vanwege de wensaanname van de zijde van geïndoctrineerde
Trinitariërs dat de tekst zegt dat Jezus God is.
Het vers luidt: "Simon Petrus, een slaaf en apostel
van Jezus Christus, aan hen die een geloof hebben verkregen
dat als een even groot voorrecht wordt beschouwd als het
onze, door de rechtvaardigheid van onze God en [de] Redder
Jezus Christus."
Of het bepalend lidwoord nu wel of niet wordt ingevoegd,
de tekst zegt in geen geval dat God Jezus Christus is.
Het zegt enkel "onze God en Redder Jezus Christus."
In het direct daarop volgende vers worden God en Jezus
weer genoemd. De NBG luidt hier: "Genade en vrede worde
u vermenigvuldigd door de kennis van God en van
Jezus onze Here."
Dit zegt het woordenboek over het woordje "en": gebruikt
als een functiewoord om verbinding of toevoeging
aan te duiden, vooral van onderdelen binnen dezelfde groep
of soort."
Geen enkel eerlijk, redenerend persoon zou concluderen
dat omdat God en Jezus in één zin worden genoemd,
ze daarom automatisch één persoon zijn. God en Christus
zijn Vader en Zoon. Ze zijn twee onderscheiden entiteiten.
We kunnen stellen dat deze manier van ondervraging, die
Jehovah's Getuigen zogenoemd moet overdonderen, in plaats
daarvan een aanwijzing is van de wijze waarop de Trinitarische
indoctrinatie het gezonde verstand van iemand kan vertroebelen.
|
|
| 18. Zacharia 2:10-12
zegt: "Roep luidkeels en verheug u, o dochter van Sion;
want zie, IK KOM, en ik wil IN UW MIDDEN VERBLIJVEN verblijven",
is de uitspraak van Jehovah...En gij zult moeten weten dat
Jehovah der legerscharen zelf mij tot u heeft gezonden.
En Jehovah zal stellig Juda als zijn deel op de heilige
grond in bezit nemen, en hij moet alsnog Jeruzalem uitkiezen."
Als Jezus en Jehovah niet één en dezelfde God zijn, hoe
verklaar je dan het feit dat Christus degene ie die "komt"
en "in uw midden zal verblijven," maar Jehovah in deze passage
beweert dat hij degene is die komt en in hun midden zal
verblijven? Hoe verklaar je dat "Jehovah der legerscharen"
hem (Jehovah) zendt om in hun midden te verblijven? |
|
|
| De onredelijkheid van dit soort vragen
is bijna slaapverwekkend. Moeten we soms veronderstellen
dat God zichzelf opdrachten geeft en ze uitvoert?
Is dat wat de vragensteller gelooft?
Ter herhaling, het vers dat je citeerde luidt: "En
gij zult moeten weten dat Jehovah der legerscharen zelf
mij tot u heeft gezonden.
Alleen al in het boek Johannes zegt Jezus bijna 50 keer
dat zijn Vader hem in de wereld gezonden heeft
als zijn vertegenwoordiger. Dat is niet zo moeilijk te
begrijpen, toch? Jezus zei de ongelovige Joden vele malen
dat hij niet uit zichzelf was neergedaald uit de
hemel. God gaf zijn Zoon een opdracht en Jezus gehoorzaamde
zijn Vaders geboden. Zo eenvoudig is het. En omdat Jezus
de nauwkeurige weerspiegeling van Jehovah is, kan er terecht
worden gezegd dat Jehovah in ons midden was toen Christus
op aarde was.
Verder zei Jezus ronduit: "Een slaaf is niet groter
dan zijn meester, noch is iemand die wordt uitgezonden,
groter dan degene die hem heeft gezonden." Daar het
niet te betwisten valt dat Jezus instructies van Jehovah
God aannam toen hij door zijn Vader werd gezonden, waarom
doen Trinitariërs dan de godslasterlijke bewering dat
God zichzelf instructies geeft?
|
|
| 19. Is het waar dat
het WTG eens leerde dat: De tweede tegenwoordigheid van
Christus begon in 1874 (WT, 1/11/'22, blz. 332-337; Prophecy,
1929, blz. 65-66); Vaccinaties nooit een mensenleven heeft
gered, pokken niet voorkomt en afgekeurd worden (Gouden
Tijdperk, 4 Febr. 1931, blz. 293, 294); De grote pyramide
van Egypte een getuigenis van de Heer is (WT, 15/5/'25,
blz. 148-149); God het universum bestuurd vanaf een ster
genaamd Alcyone (Thy Kingdom Come, 1903 Ed, blz. 327); Leviathan
uit de Bijbel een stoomlocomotief is (The Fynished Mystery,
blz. 84-86); Tonsillectomie afgekeurd wordt; het beter is
zelfmoord te plegen dan het hebben van een tonsillectomie
(GT, 7/4/'27, blz. 26, 29); Het zwarte ras ontstond bij
Noach's vloek over Kanaän (GT, 24/7/'29, blz. 702); Joden
niet langer belangrijk zijn voor God (Vindication, Deel
II, blz. 257-258); God kleding draagt (GT, 19/5/'26, blz.
534); Het WTG achter de principes van Nazi Duitsland staat
(Jaarboek 1934, blz. 134-137); Aspirine de veroorzaker van
hartziekten is (GT, 27/2/'35, blz. 343, 344); geen gebruik
maken van röntgen (GT, 23/9/'36, blz. 828); mensen in 1938
niet zouden moeten trouwen (Face the Facts, blz. 46-50);
orgaantransplantaties afgekeurd werden als zijnde kanibalisme
(WT, 15/11/'67, blz. 702-704)? Het WTG leert dat het de
spreekbuis van Jehovah en Gods enige communicatiekanaal
op de wereld is. Daar God geen leugens vertelt of zijn gedachten
verandert (Num. 23:19, Ps. 89:34, Hebr. 6:18), en daar het
duidelijk is dat het WTG met geen mogelijkheid voor God
gesproken kan hebben toen ze deze dingen beweerden, hoe
weten we dan dat het WTG nu voor God spreekt? Zie Zef. 3:13
en Jes. 28:15. Om vele rechtstreekse citaten van het WTG
te zien, klik: WTS Quotes. |
|
|
| Om de zaken weer enigzins in perspectief
te zien: De officiële leerstelling van de Katholieke Kerk
was dat de aarde het centrum van het universum was. Het
Vaticaan dwong Galileo zelfs zijn wetenschappelijke waarnemingen
die het tegenovergestelde beweerden, in te trekken. Wanneer
het beleid dat de Katholieke Kerk in de Middeleeuwen hanteerde
nog steeds zou bestaan, zouden we op een brandstapel verbrand
worden voor het bediscussiëren van de Bijbel buiten hun
goedgekeurde liturgische grenzen. Het lijkt dus heel passend
te zijn om te wijzen op de uitgesproken hypocrisie van onze
Katholieke vragensteller. En niet alleen dat, zijn
redenatie is sluw en oneerlijk. Beweringen die uit hun historische
en contextuele setting worden genomen, zijn bedoeld om de
lezer ertoe aan te zetten zich dezelfde bevooroordeelde
mening te vormen die jij wilt dat zij hebben.
Bijvoorbeeld: de bewering dat vaccinaties nog nooit
een mensenleven hadden gered werd in 1931 gedaan. Vaccinaties
stonden toen nog in hun kinderschoenen, dus het is nogal
waarschijnlijk dat er geen echt bewijs voor was dat vaccinaties
effectief waren. Het is duidelijk dat het de bedoeling
van de vragensteller is te laten zien hoe dom zo'n bewering
nu is, maar toen was het in het geheel geen
ongepaste bewering. Verder onthult de vragensteller zijn
eigen onwetendheid over deze kwestie. Dat komt omdat vaccinaties
toen omstreden waren en dat ze nu nog steeds omstreden
zijn - zo niet nog meer omstreden. Ongetwijfeld leek de
bewering in het Gouden Tijdperk in 1931 in het
geheel niet onredelijk. Vele personen in 2003 vermoeden
dat immunisering
aan de verzwakking van het natuurlijke afweersysteem van
het lichaam heeft bijgedragen en één van onderliggende
oorzaken is van nieuwe ziekten aan het afweersysteem,
ziekten die in voorgaande generaties niet bestonden. Ondanks
dat er geen twijfel over bestaat dat vaccinaties
vele levens hebben gered, is immunisering een voortgaand
experiment waarbij de gevolgen op lange termijn nog steeds
onbekend zijn.
Hetzelfde geldt voor andere gezondheidskwesties. Tonsillectomies
worden nu als routine-ingrepen beschouwd; maar sommige
dokters denken nu dat het onnodig verwijderen van de amandelen
in het latere leven tot ernstige gezondheidsproblemen
kan leiden. Evenzo is het Wachttorengenootschap bekritiseerd
omdat ze beweerd heeft dat aluminium kookgerei gevaarlijk
is. Maar, heden ten dage, zo'n 70 jaar later, zijn er
personen die vermoeden dat aluminium
een factor kan zijn bij de ziekte van Alzheimer. Het lijkt
erop dat het Wachttorengenootschap op dit gebied de zaken
ver vooruit was.
Hetzelfde geldt voor de aspirine-kwestie. Terwijl de
gigantische farmaceutische bedrijven mensen ervan hebben
overtuigd dat het nemen van aspirines hartproblemen voorkomt,
zijn anderen nu van mening dat aspirines schadelijk voor
de gezondheid zijn. Dus, met betrekking tot deze triviale
kwesties moeten we conluderen dat de vragensteller eenvoudig
inspeelt op algemene vooringenomenheid en onwetendheid.
Dit wil niet zeggen dat het Wachttorengenootschap niet
heel wat domme beweringen heeft gedaan, maar veel van
de hierboven aangehaalde zaken hebben niets te maken met
de Bijbel. Het waren slechts meningen van bepaalde mannen.
Trouwens, de apostelen hadden ook heel wat verkeerde ideeën.
Jezus corrigeerde hen zelfs keer op keer en toch bezag
Jezus hen als de fundamenten van zijn gemeente. De Schriften
staan echter toe dat de kinderen van God door de lastige
fase van adolescentie gaan, voordat ze geestelijke volwassenheid
bereiken. Ter illustratie van de groei van de gemeente
van God tot de tijd van Christus' wederkomst, zei Paulus
het volgende over zichzelf: "Want wij hebben gedeeltelijke
kennis en wij profeteren gedeeltelijk; wanneer echter
het volledige gekomen is, zal dat wat gedeeltelijk is,
worden weggedaan. Toen ik een klein kind was, placht ik
als een klein kind te spreken, als een klein kind te denken,
als een klein kind te overleggen; nu ik echter een man
ben geworden, heb ik de trekken van een klein kind weggedaan.
Want op het ogenblik zien wij door middel van een metalen
spiegel vage omtrekken, maar dan van aangezicht tot aangezicht.
Op het ogenblik ken ik gedeeltelijk, maar dan zal ik nauwkeurig
kennen, evenals ik nauwkeurig gekend word."
Jezus zei: "Wijsheid wordt gerechtvaardigd door haar
werken." Wat betekent dat? Het betekent dat je het
eindresultaat beoordeelt. Het eindresultaat van de toenmalige
leerstellingen van het Wachttorengenootschap was dat er
een volk werd voortgebracht dat hetzelfde krachtige geloof
tentoonspreidde als de oorspronkelijke Christenen. Gedurende
WOII bijvoorbeeld, namen Katholieken, Lutheranen en Protestantse
Trinitariërs allen deel aan het afslachten van elkaar
op een schaal die alle voorgaande oorlogen overtrof. Aan
de andere kant belandden duizenden Jehovah's Getuigen
in Duitsland en in de Engelssprekende wereld in gevangenissen
en concentratiekampen, omdat ze vastbesloten waren
de leerstellingen van Christus te volgen, ongeacht de
persoonlijke prijs die daarvoor betaald moest worden.
Wanneer het Wachttorengenootschap zo dwaas was als onze
tegenstanders ons willen laten geloven, hoe verklaar je
dan het feit dat de toenmalige Jehovah's Getuigen aan
de wereld toonden dat ze een onoverwinnelijk geloof hadden
dat in kwaliteit verre superieur was aan wat de Christenheid
ook voortbracht?
|
|
| 20. De NWV vertaalt
het Griekse woord "esti" in vrijwel alle voorkomende gevallen
met "is" in het Nieuwe Testament (Zie Matth 26:18, 38, Mark.
14:44, Luk. 22:38, enz), behalve in Matth. 26:26-28; Mark.
14:22-24 en Luk. 22:19 waar het wordt vertaald met "betekent,"
ook al wordt het woord met "is" vertaald in de KIT. Waarom
deze inconsistentie in de vertaling van het woord "esti"
in deze verzen. Als de NWV consistent was geweest en het
Griekse woord "esti" met "is" had vertaald in deze verzen,
wat zouden deze verzen dan zeggen? |
|
|
| Deze vraag komt voort uit de ongelooflijk
bizarre Katholieke leerstelling van de transsubstantiatie
die beweert dat de wijn en het brood dat Christus' vlees
en bloed vertegenwoordigt, op wonderbaarlijke wijze verandert
in Jezus' letterlijke vlees en bloed eens dat het geconsumeerd
is.
Enkele van Christus' dicipelen veronderstelden ook dat
Jezus zo'n kanibalisme voorstond toen hij hen zei dat
ze zijn vlees moesten eten en zijn bloed moesten drinken,
wat de reden was dat ze geshockeerd waren en weigerden
hem verder te volgen. Maar, in het direct daarop volgende
vers in het verslag van Johannes 6:63 legt Jezus uit dat
hij het niet letterlijk bedoelde. Er staat: "Het is
de geest die levengevend is; het vlees is volstrekt
van geen nut. De woorden die ik tot u heb gesproken, zijn
geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen onder
u, die niet geloven."
Als het vlees van geen waarde is met betrekking tot
redding, zoals Jezus zei, waarom houden Katholieken dan
vol dat ze letterlijk Jezus' vlees moeten eten door middel
van de magie van transsubstantiatie? Door Jezus' woorden
letterlijk op te vatten, verraden Katholieken hun eigen
gebrek aan geestelijk onderscheidingsvermogen. In plaats
van te erkennen dat de gezegden van Christus geestelijk
zijn en niet fysiek, hebben Katholieken dezelfde dwaasheid
aangenomen welke degenen die niet geloven kenmerkt.
Als je beweert dat het brood Christus' feitelijke vlees
is, omdat Jezus zei "dit is mijn lichaam," wat
valt er dan te zeggen over het volgende vers waar Jezus
zegt: "dit is mijn bloed van het verbond." Moeten
we dan aannemen dat de wijn op magische wijze getranssubstantiëerd
wordt in een nieuw verbond in de magen van onze Katholieke
vrienden? Dat wordt er gezegd, "deze beker is
het nieuwe verbond."
De Katholieke leerstelling van transsubstantiatie is
niet alleen moeilijk om uit te spreken, hij ligt zeker
ook zwaar op de maag.
|
|
| 21. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel,
waarom verandert het het geschreven woord van God dan door
in Matth. 5:19 tweemaal de woorden "met betrekking tot"
toe te voegen, wanneer deze niet in het Grieks voorkomen?
Zie Grieks-Engelse Interlinear. Hoe zou dit vers luiden
wanneer de zinsnede "met betrekking tot" er niet aan toegevoegd
zou zijn geworden en wat zou dit zeggen over wie het koninkrijk
der hemelen binnen zouden kunnen gaan? Wanneer enkel 144.000
personen naar de hemel gaan, waarom zegt de schrift in dit
vers dan dat "EEN IEDER die ze doet (de geboden) en ze leert..."
groot genoemd zal worden "in het koninkrijk der hemelen"?
Wat betekent volgens jou "wie ze doet?" |
|
|
| Om een eerder aangehaald punt te benadrukken:
er bestaat niet zoiets als een woord-voor-woord vertaling
van de Bijbel. Het Wachttorengenootschap heeft nooit de
bewering gedaan dat de NWV dat zou zijn. De verplichting
van een vertaler is zoveel mogelijk de bedoelde betekenis
in de tekst te leggen. Dat is wat de NWV heeft nagestreefd.
In antwoord op de vraag hoe het vers zou luiden wanneer
de woorden "met betrekking tot" niet waren toegevoegd,
de GNB luidt als volgt: "Wie dus een van deze
geboden afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert
hetzelfde te doen, zal de kleinste genoemd worden in het
hemelse koninkrijk. Maar wie zich aan de geboden houdt
en anderen leert hetzelfde te doen, die zal een grote
naam hebben in het hemelse koninkrijk."
Kennelijk neemt de vertaler aan dat de uitdrukking "in
het hemelse koninkrijk" betekent dat degene die de
geboden houdt een hemelse beloning ontvangt. Dat is echter
niet wat Jezus zei. Dit wordt duidelijk uit het feit dat
hij zei zegt dat degene die de geboden overtreedt
de "kleinste in het hemelse koninkrijk" genoemd
zal worden. Moeten we ons indenken dat degenen die Gods
geboden overtreden en anderen ertoe misleiden hetzelfde
te doen, toch naar de hemel zullen gaan, maar dat
ze enkel een lagere plaats hebben dan degenen die Gods
wetten gehoorzamen? Volgens de onlogica van de vragensteller
is dat de conclusie die we zouden moeten trekken. Er wordt
ten slotte gezegd dat zij gering zullen zijn "in het
koninkrijk der hemelen" - dus moeten ze in
de hemel zijn, toch?
Dat zou betekenen dat Paulus niet wist waarover hij
het had toen hij de Korinthiërs zei dat overspelers en
hoereerders het koninkrijk niet zouden beërven.
Zo'n verdraaide redenatie lijkt op zichzelf te rechtvaardigen
waarom de NWV "met betrekking tot" heeft toegevoegd
om die specifieke tekst te verduidelijken.
|
|
| 22. Als de aarde
nooit vernietigd of ontvolkt zal worden, hoe kan het dan
dat God in Jesaja 51:6 zegt: "...en als een kleed zal de
aarde zelf verslijten, en haar bewoners zelf zullen sterven
als louter een mug...", en dat Johannes in Openbaring 21:1
zegt dat hij "... een nieuwe hemel en een NIEUWE aarde [zag];
want de vroegere hemel en de VROEGERE aarde WAREN VOORBIJGEGAAN,
en de zee is NIET MEER"? Evenzo, wanneer de leerstelling
van het WTG dat de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal
worden juist is, waarom zegt de Bijbel dan dat "de aarde
zelf...zal vergaan" (Ps. 102:25, 26, Hebr. 1:10, 11), en
waarom zegt Jezus zelf dat "hemel en AARDE VOORBIJ zullen
gaan..." (Matth. 24:35, Mark. 13:31, Luk. 21:33)? Aan de
andere kant zegt Salomo in Pred. 1:4: "Een geslacht gaat,
en een geslacht komt; maar de aarde staat zelfs tot onbepaalde
tijd." Maar, schreef Salomo deze schriftplaats niet op een
moment in zijn leven waarop hij was gestopt met het dienen
van de Heer en daarom enkel zijn eigen gedachten uit een
zeer menselijk standpunt opschreef? In Pred. 1:2 zget hij:
"Alles is ijdelheid!" en in vers 8 zegt hij: "Alle dingen
zijn afmattend." Daar het duidelijk moge zijn dat niet "alles"
ijdelheid is en niet "alle dingen" afmattend zijn voor een
ware Christen, laat dit dan niet zien dat Salomo voor zichzelf
sprak en laat deze hele passage niet de nietigheid van de
mens zonder God zien? |
|
|
| De niet onderwezen personen denken zich
in dat elke verwijzing naar "aarde" letterlijk is. Nadenkende
mensen begrijpen echter dat de Bijbel gebruik maakt van
diverse soorten van symbolisme en hyperbolen.
Uit de context, in het 15de vers van het 51ste hoofdstuk
van Jesaja, wordt duidelijk dat Jehovah spreekt in termen
van symbolische hemelen en aarde. Het vers luidt:
"Maar ik, Jehovah, ben uw God, die de zee opzweept,
opdat haar golven onstuimig worden. Jehovah der legerscharen
is zijn naam. En ik zal mijn woorden in uw mond leggen,
en met de schaduw van mijn hand zal ik u stellig bedekken,
om de hemel te planten en de aarde te grondvesten en tot
Sion te zeggen: 'Gij zijt mijn volk.'"
Volgens het 15de vers zijn de nieuwe hemelen en de nieuwe
aarde in werkelijkheid de mensen die God zegent. Het vers
beschrijft in symbolische termen hoe Jehovah zijn volk
uit hun vertreden toestand zal redden en hen in zijn gunst
zal herstellen. Wanneer de nieuwe hemelen en nieuwe aarde
mensen zijn, spreekt het voor zich dat de oude
hemelen en aarde die voorbijgaan het vroegere samenstel
van regering en maatschappij vertegenwoordigt.
Met betrekking tot de opmerking dat Salomo Prediker
schreef nadat hij een afvallige was geworden, dat is in
rechtstreekse tegenspraak met de geïnspireerde uiting
van de apostel Paulus dat "de gehele Schrift door God
is geïnspireerd." Salomo sprak over de nietigheid
van menselijke inspanningen. In contrast met in ijdelheid
de wind najagen, besloot Salomo zijn boek door te zeggen
dat het vrezen van God de gehele verplichting van de mens
is.
|
|
| 23. De NWV vertaald
het Griekse woord "Theos" in Johannes 1:1c als "een god"...
(verwijderd ter verkorting)
Als "Theon" was vertaald met "God" in
Johannes 10:33, hoe zou dit vers dan luiden en wat zou
dit zeggen over de natuur van Christus? Wat zei Jezus
in deze passage dat maakte dat de Joden hem wilden doden?
Zie Johannes 10:30, 31. De zinsnede "Zoon van God" is
in theologische taal een Semitische term wat betekent
"dezelfde natuur als God hebben," of God zijn, net zoals
de term "Zoon des mensen" "dezelfde natuur als mensen
hebben," betekent, of een mens zijn. Daar godslastering
één van de weinige overtredingen in de Joodse wet was
waarvoor een persoon ter dood gestenigd kon worden, zou
deze bewering van Christus, dat hij de Zoon van God is,
voor de Joden een godslasterlijke bewering zijn en was
dit niet de reden dat ze hem wilden vermoorden door hem
dood te stenigen (Joh. 10:#1, 36-39)?
|
|
|
| Johannes 1:1 is zonder twijfel het meest
besproken vers in de Bijbel. Wanneer de lezer beide kanten
van het verhaal wil bestuderen, zijn er voldoende bronnen
op het Internet te vinden. Hier zijn enkele links. Deze
site
bevat een hoop informatie over de controverse omtrent Johannes
1:1. (Zie ook
hier voor een Nederlandse link) Hier is een
link naar een website met uitgebreid naslagwerk naar
diverse vertalingen van Johannes 1:1.
Wat betreft Johannes 10:33, het is opmerkenswaardig
dat Trinitariërs geneigd zijn de Farizeeën en Christus-hatende
Joden aan te halen, alsof zei de waarheid spraken. Jezus
had hen in het 8ste hoofdstuk reeds gezegd dat zij noch
hem, noch zijn Vader die hem gezonden had, kenden, maar
dat zij leugenaars waren en zonen van de Duivel. De waarheid
is dat de Joden logen toen ze zeiden dat Jezus zichzelf
tot God maakte. Dat deed hij namelijk niet. In dezelfde
context, in vers 29, zei Jezus enkel: "Wat mijn Vader
mij heeft gegeven, is groter dan al het andere, en niemand
kan ze uit de hand van de Vader rukken. Ik en de Vader
zijn één."
Terwijl Trinitariërs vlug aannemen dat uitdrukkingen
als "Ik en de Vader zijn één" hetzelfde is als
zeggen 'Ik ben God,' duiden de Schriften op iets
anders. In het 17de hoofdstuk van Johannes erkende Jezus
bijvoorbeeld zijn eenheid met God en vroeg zijn Vaders
zegen over zijn dicipelen dat zij één mochten zijn
met hem. Geen enkel redelijk persoon zou concluderen dat
Jezus trachtte te zeggen dat alle Christenen God zijn
of deel uitmaken van een soort van meervoudige Godheid.
Jezus liet de leugen van de Joden in werkelijkheid niet
zomaar voorbij gaan. In het 36ste vers corrigeerde hij
hen door te herhalen dat hij Gods Zoon was en dat
hij gezonden was door zijn Vader.
En toch, volgens de Trinitarische redenatie is het woord
"zoon" synoniem aan "vader." Kennelijk hebben woorden
dan geen echte betekenis, dus zwart is eigenlijk wit,
boven is onder, dood is leven, enzovoorts, enzovoorts.
|
|
| 24. Op blz. 66, 69,
211, 423, 560, 648 en 719 van Jehovah's Getuigen - Verkondigers
van Gods Koninkrijk, wordt verwezen naar The Finished Mystery,
wat het 7de deel van de serie Studies in the Scriptures
was dat in 1917 door het WTG werd uitgegeven (blz. 66, 719),
en in die tijd een belangrijke publicatie was van het WTG.
Op blz. 88, 648 en 651 verschijnt een afbeelding van het
boek, compleet met het gevleugelde schijf-symbool van de
zonnegod Ra op de voorkant. (Gedeelte verwijderd ter verkorting)...
Denk je werkelijk dat Christus een organisatie uitgekozen
zou hebben die zoveel dingen onderwees die naar "huidige"
WTG leerstellingen verkeerd waren en niet langer worden
geleerd als "de waarheid"? Daar God niet liegt of van gedachten
verandert (Num. 23:19, Ps. 89:34, Hebr. 6:18), en het duidelijk
is dat het WTG met geen mogelijkheid voor God gesproken
kan hebben toen ze deze dingen leerde, in ieder geval niet
in vergelijking met de huidige WTG leerstellingen, hoe weet
je dan dat het WTG nu voor God spreekt? |
|
|
|
Jezus' oorspronkelijke apostelen en dicipelen hadden
heel wat verkeerde begrippen die pas opgehelderd werden
nadat Jezus was opgestaan. Daarom zei Christus in Lukas
24:25 tot hen: "O onverstandigen, die traag van
hart zijt om alle dingen te geloven die de profeten hebben
gesproken!" Ondanks dat Christus zijn geliefde
apostelen beschreef als onverstandig en traag van hart
om Gods woord te geloven, had hij hen even tevoren toch
de verantwoordelijkheid toevertrouwd hem te vertegenwoordigen
wanneer ze door het land trokken om te prediken dat het
koninkrijk Gods nabij was gekomen. Dat is buitengewoon
wanneer we beschouwen dat de apostelen in de tijd dat
ze erop uit werden gezonden niet eens wisten dat het koninkrijk
in de hemel zou zijn.
Jehovah's Getuigen staan in dezelfde positie ten opzichte
van Christus' aankomst, als dat de apostelen stonden voor
Christus' dood en opstanding. Maleachi 3:1,2 voorzegt
dat de aankomst van Gods Messiaanse boodschapper zal resulteren
in een loutering en reiniging van Gods dienstknechten.
Er staat: "Ziet! Ik zend mijn boodschapper, en
hij moet een weg voor mijn aangezicht banen. En plotseling
zal tot Zijn tempel komen de ware Heer, die gijlieden
zoekt, en de boodschapper van het verbond, in wie gij
behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig komen", heeft
Jehovah der legerscharen gezegd. "Doch wie zal de
dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer
hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van een
louteraar en als het loog van de wassers."
Wanneer er een definitieve afrekening en loutering zal
plaatsvinden voor het ware volk van God, zoals de Schriften
zeggen, is het logisch dat er onreine leerstellingen en
standpunten bestaan die verwijderd moeten worden. De fouten
van Jehovah's Getuigen, in het verleden en heden, diskwalificeren
ons daarom op zichzelf niet van vertegenwoordiging van
Gods koninkrijk, net zoals de apostelen niet ongeschikt
waren in hun geestelijk onverlichte toestand. De kwalificerende
factor is onze welwillendheid om onszelf te laten tuchtigen
en onderwijzen door Christus.
|
|
| 25. Jes. 42:8 zegt:
"Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders
zal ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID geven..." Evenzo zegt Jes.
48:11: "...En aan geen ander zal ik mijn EIGEN HEERLIJKHEID
geven." Als Christus niet God is, hoe kan hij in Joh. 17:5
dan zeggen: "En nu, Vader, verheerlijk mij naast uzelf met
de HEERLIJKHEID die ik NAAST U HAD voordat de wereld was"?
Daar God beweerde dat niemand anders de heerlijkheid had
die alleen aan God behoorde, hoe kon Christus dan dezelfde
"heerlijkheid" hebben als God, tenzij Christus God is in
het vlees? |
|
|
| Daar Christus duidelijk zei dat hij eens
Gods heerlijkheid bezat en hij aan God vroeg hem opnieuw
te verheerlijken, had de vraag als volgt moeten luiden:
Waarom zegt God dat hij zijn heerlijkheid niet zal delen
met iemand anders, terwijl hij die in werkelijkheid deelt
met Christus? Het probleem is dat de vragensteller geïsoleerde
beweringen neemt en ze absoluut maakt. |
|
| 26. Fil. 2:6-8 zegt
dat Christus "in GODS GEDAANTE bestond" voordat hij een
mens werd en "ZICH" vrijwillig "ontledigde" (vernederde)
om een mens te worden en "ZICH vernederd" heeft om zich
zo te onderwerpen aan de Vader. De Schrift zegt ook dat
Christus geboren was onder de wet (Gal. 4:4), niet om zijn
eigen wil te doen, maar de wil van zijn Vader (Joh. 5:30,
6:37). Betekent dit niet dat Christus, voordat hij "zich"
vernederde, niet onderworpen was aan de Vader en daarom
gelijk was aan de Vader in autoriteit en heerlijkheid? Zie
ook Joh. 17:5. |
|
|
| Nee, natuurlijk niet. Toen Jezus op aarde
was, zei hij dat hij altijd dingen deed om zijn Vader
te behagen. Dat betekent dat hetgeen hij deed God behaagde
toen hij in de hemel leefde. Hij zei ook dat hij niet uit
eigen beweging was gekomen, maar dat de Vader hem gezonden
had. Het moge duidelijk zijn dat wanneer Jehovah zijn Zoon
uit de hemel naar de aarde zond, de Zoon onderworpen moet
zijn geweest aan de Vader voordat hij naar de aarde
kwam. De verdraaide redenering van de vragensteller is symptomatisch
voor degenen die opzettelijk verblind zijn voor de waarheid
als gevolg van de leerstelling van de Drieëenheid. |
|
| 27. De NWV vertaalt
de Griekse woorden "ego eimi" elke keer wanneer het voorkomt
met "ik ben" (Joh. 6:35, 6:41, 8:24, 13:19, 15:5, enz.),
behalve in Johannes 8:58 waar het is vertaald met "was ik".
Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling
van de Bijbel is, wat is dan de reden voor deze inconsistentie
in deze vertaling? Als "ego eimi" in Johannes 8:58 op dezelfde
wijze vertaald was als in elk ander vers waar het voorkomt,
hoe zou Johannes 8:58 dan luiden? Zie Exodus 3:14 in elke
vertaling van de Bijbel, behalve de NWV. Waarom is deze
zinsnede "ego eimi" vertaald met "ik ben" in de KIT, maar
met "was ik" in de NWV? Daar "ik ben" tegenwoordige tijd
is en "was ik" verleden tijd is, welke tijd is dan juist?
Wanneer de "vertalers" van de NWV geletterd waren in het
Grieks, zouden ze dan niet moeten weten welke tijd "ego
eimi" is? |
|
|
| Als "ego eimi" in Johannes 8:58 in de
NWV vertaald zou zijn met een titel, "Ik Ben," zoals vele
vertalingen dat doen, zou het zich ook schuldig maken aan
het weergeven van een grammaticaal verdraaide en onlogische
passage. De vraag die Jehovah's Getuigen jou stellen is:
Waarom zijn andere vertalingen inconsistent geweest
in de vertaling van "ego eimi"? Eén van de bewijsteksten
die je aanhaalde, luidt in de NIV bijvoorbeeld als volgt:
"Ik ben het brood des levens. Wie tot mij komt, zal geen
honger meer krijgen, en wie geloof oefent in mij, zal nooit
meer dorst krijgen."
In dat vers wordt "ego eimi" enkel vertaald als een
voornaamwoord en werkwoord. Welke rechtvaardiging bestaat
er daarom voor de vertaler om dezelfde zinsnede te vertalen
alsof het synoniem is aan de naam van Jehovah, zoals ze
hebben gedaan in Johannes 8:58? Er bestaat geen
rechtvaardiging, alleen duidelijk bevooroordeeldheid om
de onschriftuurlijk leerstelling van de Drieëenheid te
ondersteunen.
Als Jezus bedoeld had de titel "Ik Ben" aan te
nemen, had hij zoiets als het volgende gezegd: 'Voordat
Abraham leefde, was ik de Ik Ben.' Zoals het er
nu voor staat, door het omvormen van "zijn" tot een eigennaam
blijft de zin verstoken van een werkwoord voor het voornaamwoord.
Daarom is Johannes 8:58 in de meeste vertalingen regelrechte
brabbeltaal, tenzij je denkt dat Jezus plotseling begon
te spreken in een soort Ebonics.
Wanneer de verzonnen titel "Ik Ben" in Johannes 8:58 eenvoudigweg
een andere naam van God is, moeten we in staat zijn het
woord met God of Jehovah te verwisselen en dezelfde betekenis
behouden. Dus, lees het vers in kwestie eens terwijl je
"Ik Ben" vervangt door God en hoe klinkt het dan? De NIV
zou luiden: "Voordat Abraham geboren was, God.
Je hoeft geen Griekse taalkundige te zijn om in te zien
dat de vertaling van ego eimi met "Ik Ben" een
banale en onhandige poging van Trinitariërs is om een
manke leerstelling op te houden die op zichzelf niet blijft
staan. De waarheid is dat de uitdrukking in kwestie een
actie in het verleden aanduidt en volgens de context werd
Jezus ook gevraagd naar zijn verleden. De NWV is niet
de enige vertaling die dit beseft. De New Living Translation
geeft het mooi weer door te zeggen: "De mensen zeiden,
"Gij zijt nog geeneens vijftig jaar oud. Hoe kunt gij
zeggen dat gij Abraham hebt gezien?" Jezus antwoordde,
"De waarheid is, ik bestond voordat Abraham
zelfs maar geboren was!""
Het Wachttorengenootschap
is volledig gerechtvaardigd om ego eimi met "was
ik" te vertalen.
|
|
| 28. In vrijwel alle
gevallen waarin het Griekse woord "ginosko" (Strong's #1097)
wordt gebruikt in het Nieuwe Testament, vertaalt de NVW
het met "kennen" of "gekend" (bijv. 1 Kor. 8:3, Gal 4:9,
Joh. 10:14, Joh. 10:27, enz.). In Johannes 17:3 wordt ditzelfde
Griekse woord echter weergegeven met "kennis in zich opnemen
van." Wat is de reden voor deze inconsistentie in de vertaling
van dit woord in Joh. 17:3 door de NWV? Wanneer de NWV consistent
was geweest en dit woord in Joh. 17:3 hetzelfde vertaald
zou hebben als in andere verzen waarin het voorkomt, hoe
zou dit vers dan luiden? Als toevoeging, de Kingdom Interlinear
vertaalt dit woord met "zouden zij kunnen KENNEN" in plaats
van "kennis in zich opnemen" zoals het is vertaald in de
NWV. Vanwaar de inconsistentie in vertaling tussen de KIT
en de NWV? Wanneer dit dit woord in dit vers vertaald zou
zijn als in andere verzen waarin het voorkomt, hoe zou dit
vers dan luiden/ Hoe kan een persoon Jezus Christus leren
"kennen," tenzij ze een relatie met hem aangaan? Hoe kan
een persoon een relatie met Christus hebben, tenzij ze met
Jezus communiseren door middel van gebed? |
|
|
|
Voor de lezers die geen toegang hebben tot oudere publicaties
van het Wachttorengenootschap, volgt hier een citaat dat
rechtstreeks uit de Wachttoren van 1 Maart 1992
is genomen, waarin deze vraag wordt besproken. Het lijkt
passend te zijn om het Wachttorengenootschap eenvoudig
zelf de vraag te laten beantwoorden.
|
„DIT
betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend
kennis in zich opnemen van u, de enige ware
God, en van hem die gij hebt uitgezonden,
Jezus Christus” (Johannes 17:3). Dat zei
Jezus in gebed tot zijn hemelse Vader, en
op die manier maakte hij een essentieel
vereiste duidelijk voor het verwerven van
eeuwig leven. Maar waarom geeft de Nieuwe-Wereldvertaling
dit vers weer als ’voortdurend kennis in
zich opnemen van God’ in plaats van ’God
kennen’, zoals de meeste andere vertalingen
van de bijbel het onder woorden brengen?
— Zie ook de voetnoot bij Johannes 17:3.
Het
Griekse woord dat hier vertaald is met „kennis
in zich opnemen” of „kennen” is een vorm
van het werkwoord gi·no´sko. En de
weergave in de Nieuwe-Wereldvertaling
is bedoeld om de betekenis van dat woord
zo volledig mogelijk te laten uitkomen.
De grondbetekenis van gi·no´sko is
„kennen”, maar het Griekse woord heeft verschillende
betekenisnuances. Schenk eens aandacht aan
de volgende definities:
„GINOSKO
(...) betekent voortdurend kennis in zich
opnemen, te weten komen, leren kennen, erkennen,
begrijpen of volledig begrijpen” (Expository
Dictionary of New Testament
Words, W. E. Vine). Het weergeven
van gi·no´sko met „kennis in zich
opnemen” is derhalve niet ’de bijbel veranderen’,
zoals critici van de Nieuwe-Wereldvertaling
hebben beweerd. In een bespreking van de
verschillende betekenisnuances die het woord
kan omvatten, verklaart de beroemde lexicograaf
James Hope Moulton: „De infinitivus presens,
..... , is duratief, ’voortdurend kennis
in zich opnemen’.” — A Grammar
of New Testament Greek.
In
A Grammatical Analysis
of the Greek New
Testament wordt gi·no´sko,
zoals dat in Johannes 17:3 voorkomt, uitgelegd
als „een voortdurend proces inhoudend”.
Een nadere toelichting op dit Griekse woord
staat in Word Studies in
the New Testament,
door Marvin R. Vincent. Daarin wordt
gezegd: „Eeuwig leven is gebaseerd op kennis,
of beter gezegd op het najagen van
kennis, aangezien de tegenwoordige tijd
een voortdurende handeling,
een gestaag groeiend
inzicht aanduidt.” (Schrijver cursiveert.)
A. T. Robertson raadt in zijn Word
Pictures in the New
Testament aan het woord te vertalen
met „moeten blijven kennen”.
In
het oorspronkelijke Grieks duiden Jezus’
woorden in Johannes 17:3 derhalve op een
voortdurende inspanning om de ware God en
zijn Zoon, Jezus Christus, te leren kennen,
en dat wordt in de weergave van de Nieuwe-Wereldvertaling
duidelijk naar voren gebracht. Wij verkrijgen
deze kennis door Gods Woord ijverig te bestuderen
en door ons leven gehoorzaam in overeenstemming
te brengen met de daarin opgetekende maatstaven.
(Vergelijk Hosea 4:1, 2; 8:2; 2 Timotheüs
3:16, 17.) Welke schitterende beloning
wacht degenen die zich vertrouwd maken met
Gods persoonlijkheid en met die van zijn
Zoon en er vervolgens naar streven hen na
te volgen? Eeuwig leven!
(Copyright
© 1992, Watchtower Bible and Tract Society)
|
|
|
|
| 29. Als de ziel het
lichaam is, waarom maakt Jezus dan een onderscheid tussen
het lichaam en de ziel in Matth. 10:28? Evenzo, wanneer
de ziel het lichaam is, waarom maakt Paulus dan onderscheid
tussen de "geest en ziel en lichaam van u" in 1 Thess. 5:23?
Als toevoeging, de NWV geeft 2 Tim. 4:22 weer met: "De Heer
[zij] met de geest die gij [aan de dag legt]..." ondanks
dat de KIT de Griekse zinsnede "ziel pneuma" als "de geest
van u" vertaalt. Waarom bestaat er een verschil tussen de
weergave van de KIT en die van de NWV van dit vers? Waarom
voegt de NWV de woorden "[aan de dag legt]" toe, wanneer
dit niet voorkomt in het Grieks? Zou de weergave van de
KIT niet een veel eenvoudiger en rechtstreekser weergave
van dit vers zijn? Als de KIT weergave wordt gebruikt, wat
zegt dit vers dan over de "geest" van een persoon? |
|
|
| Je hebt het fout. Jehovah's Getuigen geloven
niet dat het lichaam en de ziel hetzelfde zijn. "Ziel
heeft diverse verschillende betekenissen. Het wordt in de
Bijbel gebruikt om naar de persoon of het leven dat een
persoon bezit te verwijzen. Bij een persoon komt meer kijken
dan enkel een lichaam. Het Wachttorengenootschap
heeft veel informatie gepubliceerd om mensen deze eenvoudige,
doch fundamentele Bijbelse leerstellingen te laten begrijpen.
|
|
| 30. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel
is, waarom verandert het het woord van God dan door het
woord "[Zoon]" toe te voegen in Handelingen 20:28, terwijl
dit woord niet voorkomt in het Grieks? Zie Grieks-Engelse
Interlinear. |
|
|
| De Statenvertaling geeft het vers als
volgt weer: "Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele
kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld
heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen
heeft door Zijn eigen bloed.
De Groot Nieuws Bijbel (GNB) is het echter eens met
de NWV, want daarin staat: "Pas nu goed op uzelf en
op de hele kudde die de heilige Geest aan uw leiding heeft
toevertrouwd. Hoed de gemeenschap, die God zich verworven
heeft door het bloed van zijn eigen Zoon."
Welke vertaling is juist? De NWV en de GNB zijn juist.
Het oorspronkelijke Grieks ondersteunt de zogenoemde "algemene"
weergave niet. Noch ondersteunen de Schriften de bewering
dat God zijn eigen leven als offer gaf. De Bijbel zegt
op vele plaatsen dat God zijn zoon gaf, niet zichzelf.
De Kingdom Interlinear transcribeert het specifieke
vers zodat het zegt dat God de gemeente verwierf "met
het bloed van zijn eigen." Dat wil niet zeggen dat
het Gods eigen bloed was, maar het bloed van degene
die aan God toebehoorde - namelijk het bloed van zijn
Zoon. De NWV is volledig gerechtvaardigd om dat duidelijk
te maken.
|
|
| 31. In Fil. 2:9 voegt
de NWV het woord "andere" in, terwijl het niet voorkomt
in het oorspronkelijke Grieks (zie Grieks-Engelse Interlinear).
Waarom is dit woord ingevoegd? Is het woord "Jehovah" een
naam? Zie Exodus 6:3, Psalm 83:18 en Jesaja 42:8. Hoe zou
het vers luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd?
Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de
Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. Als Christenen worden vervolgd
ter wille van Jehovah's naam, waarom zei Christus de eerste
Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van
zijn (Jezus') naam, in plaats van die van Jehovah? Als de
naam "Jehovah" zo belangrijk is, waarom zegt Handelingen
4:12 dan: "Bovendien is er in niemand anders redding, want
er is onder de hemel geen andere naam [vers 10 Jezus Christus]
die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten
worden?" Als deze leerstellingen van het WTG juist zijn,
zou dit dan geen logische plaats zijn geweest voor God om
de naam "YHWH" of "Jehovah" te gebruiken? |
|
|
| De NWV heeft de Schrift niet veranderd.
Elke vertaling voegt woorden in wanneer het de betekenis
van de tekst ten goede komt. Suggereren dat de NWV zich
schuldig maakt aan iets duisters is eenvoudig niet eerlijk.
Maar, in plaats van dit doolhof aan vragen trachten te verhelderen,
zal de lezer meer hebben aan een eenvoudige redenatie over
het vers in kwestie. Filippenzen 2:9 luidt: "Juist daarom
heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en
hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere]
naam is, zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen
van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de
grond zijn, en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus
Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader."
De context van Filippenzen onthult dat Jezus een nederige
en gewillige dienstknecht van God is, die vrijwillig zijn
bevoorrechte plaats in de hemel verliet en naar de aarde
kwam en een verschrikkelijke dood stierf aan een martelpaal.
Daarom zei Paulus "juist daarom heeft God hem verhoogd."
Het maakt niet uit welke vertaling iemand verkiest te
lezen, de waarheid is nog steeds duidelijk voor degenen
die niet gevormd zijn door misleiding: God verhoogde Christus
en gaf hem een naam boven alle anderen. Wat betekent
het woord "gaf" volgens jou? Het betekent dat God Jezus
de meest verhoogde plaats in het universum gaf als beloning
voor zijn getrouwheid. Dat is de eenvoudige waarheid.
Christus Jezus verhoogde niet zijn eigen naam. Dat deed
Jehovah. Alles wat die kostbare waarheid verdraait, is
antichristelijk en van de Duivel.
|
|
| 32. De NWV vertaalt
Matth. 25:46 met: "En dezen zullen heengaan in de eeuwige
afsnijding..." Het Griekse woord dat is vertaald met "afsnijding"
is "kolasis" (Strong's #2851). Volgens Strong's Greek Dictionary
kan dit woord enkel "correctie, straf of bestraffing" betekenen,
maar wordt er niet verwezen naar "afsnijden." Wanneer het
woord "kolasis" juist was vertaald met "correctie, straf
of bestraffing," zoals dat zou moeten volgens Strong's Greek
Dictionary, hoe zou dit vers dan luiden? |
|
|
| Ongeacht welk woord er wordt gebruikt,
Mattheüs 25:46 contrasteert eeuwig leven en eeuwige straf.
De NBG51 luidt: "En dezen zullen heengaan naar de eeuwige
straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven."
Wanneer degenen die gestraft worden gemarteld worden in
een hels vuur, zoals je ongetwijfeld aanneemt, zouden zij
ook eeuwig moeten leven om de eeuwigdurende marteling te
doorstaan. Eeuwig leven is echter niet ons geboorterecht.
Het is een gave van God. De eeuwigdurende straf is eeuwigdurende
dood - of permanent afgesneden zijn van leven.
Ergens anders maakt de Schrift duidelijk dat het definitieve
oordeel over de symbolische bokken uit Christus' illustratie
eeuwige vernietiging is - niet eeuwigdurende marteling
in de hel. 2 Thessalonicenzen 1:9, 10 luidt in de GNB
bijvoorbeeld: "Hun straf zal de eeuwige ondergang
zijn, ze zullen verwijderd worden uit de tegenwoordigheid
van de Heer, ver van zijn machtige heerlijkheid. Hetzal
gebeuren op die grote dag, wanneer hij komt om de hulde
in ontvangst te nemen van wie hem toebehoren, de eerbewijzen
van allen die het geloof hebben aanvaard."
Wat betekent het woord "ondergang" volgens jou?
|
|
| 33. Volgens de schrift
is Jezus "de eerste en de laatste" (Openb. 1:17, 18), de
"eerste en de laatste" is "de Alfa en de Omega" (Openb.
22:13), en "de Alfa en de Omega" is God (Openb. 1:8). Met
andere woorden, Jezus = "de eerste en de laatste" = "de
Alfa en de Omega" = God. Hoe kan dit wanneer Jezus niet
God is? |
|
|
|
Jehovah en Jezus delen titels, ondanks dat er subtiele
verschillen bestaan in de plaats die elk van hen inneemt.
Alfa en Omega, het Griekse equivalent van het
Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende titel
die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende
redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat
hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft
gehad. En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid
en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven,
maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn
eerstgeboren en eniggeboren Zoon.
Als zijnde de eerstegeborene Zoon van heel de Schepping
is Jezus uniek onder al Gods zonen, in dat hij het eerste
en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen
door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door
bemiddeling van de Zoon. Dat is ook de reden waarom
Jezus de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd. Jezus
is ook het eerste schepsel dat een opstanding uit de dood
heeft gekregen tot onsterfelijkheid. Daarom noemt de Bijbel
hem de "eerstgeborene uit de doden." In Kolossenzen
1:18 zegt Paulus het volgende over Christus: "Hij is
het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in
alle dingen de eerste zou worden." Het volgende
vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in alle
dingen de eerste te maken.
Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie
overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook.
Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.
|
|
| 34.
Daar het WTG het gebruik van bloedtransfusies verbiedt,
waarom staat het dan de infusie van albumine, stollingsfactoren
en gammaglobulinen toe, welke allemaal afkomstig zijn uit
menselijk bloed? Daar Handelingen 15:29 duidelijk verwijst
naar de oude Joodse wet van het niet ETEN van bloed (Gen.
9:4, Lev. 3:17, Deut. 12:16), en daar het WTG haar leerstellingen
zo vaak heeft gewijzigd op belangrijke gebieden zoals orgaantransplantaties,
de definitie van "geslacht," het jaar van Armageddon, enz.,
enz., en deze veranderingen eenvoudigweg "Nieuw Licht" noemt,
hoe kan je er dan zeker van zijn dat ze op een dag hun leerstelling
omtrent bloedtransfusies niet zullen wijzigen en ook daarnaar
verwijzen als "Nieuw Licht." |
|
|
| Het zou heel goed kunnen dat het Wachttorengenootschap
het verbod op het nemen van bloedtransfusies op een dag
zal verlaten. Het is niet waarschijnlijk, maar het is ook
niet geheel uitgesloten. Het maakt in werkelijkheid echter
niet uit of ze het wel of niet doen. Jehovah's Getuigen
weten wat de Bijbel leert over dat onderwerp en elk van
ons die geestelijk volwassen is, weet dat we uiteindelijk
voor het oordeel voor Jehovah komen te staan. |
|
| 35. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel
is, waarom verandert het Gods woord dan door de woorden
"zelf" en "[ware]" toe te voegen aan Prediker 12:7 wanneer
deze woorden niet in het Hebreeuws voorkomen? Hoe zou dit
vers luiden zonder de toevoeging van deze woorden? Wat zegt
de Schrift over het toevoegen van woorden aan de Bijbel?
Zie Spr. 30:5, 6. Wanneer datgene wat het WTG leert over
de geest van de mens juist is, hoe kan de "geest" van een
mens dan terugkeren naar God nadat het lichaam gestorven
is en naar de aarde terugkeert? |
|
|
| De NWV heeft het Woord van God niet veranderd.
Het woord 'zelf' is onbetekenend en verandert niets. Wat
betreft de uitdrukking [ware] God: De Nieuwe Wereldvertaling
legt in de appendix uit dat er honderden plaatsen in de
Schrift zijn waar het Hebreeuwse woord voor God, Elohim,
vooraf wordt gegaan door het bepalend lidwoord. Wanneer
dat in verwijzing naar Jehovah gebeurt, gebruikt de NWV
altijd de uitdrukking de "[ware] God" om het onderscheid
duidelijk te maken. Letterlijk zou de uitdrukking "de
God" zijn, maar dat is een vreemde uitdrukking in het
Nederlands. De vertalers hebben dus een woord gebruikt dat
de uitdrukking "de God" onderscheidt van het gebruik van
Elohim zonder het bepalend lidwoord. Wat betreft de geest
die terugkeert naar de ware God die ze gegeven heeft, dat
betekent eenvoudig dat de toekomstige levensvooruitzichten
van de overleden persoon bij God liggen. In de NBG51 luidt
Prediker 12:7: "en het stof wederkeert tot de aarde,
zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die
hem geschonken heeft." De GNB luidt: "Je lichaam
vergaat tot stof, keert terug in de aarde, waaruit het kwam;
en je levensadem keert terug naar God, die hem gegeven heeft."
De NWV luidt: "Dan keert het stof terug tot de aarde,
net zoals het geweest is, en de geest zelf keert terug
tot de [ware] God, die hem gegeven heeft."
Zoals elke lezer kan zien is er niets veranderd aan
de tekst. Er bestaat enkel een variatie in de vertalingen.
De tekstuele variaties zijn echter onbeduidend en veranderen
niet de betekenis. De Bijbel zegt eenvoudig dat
we bij de dood vergaan tot stof en de levengevende geest
tot God terugkeert.
|
|
| 36. Het WTG boek
U Kunt Voor Eeuwig in een Paradijs op Aarde Leven zegt op
blz. 47: "De Bijbelse bewijzen tonen aan dat Christus in
het jaar 1914 G.T. op de door God bestemde tijd wedergekomen
is en begon te regeren." Er wordt ook gezegd: "Evenzo betekent
Christus' wederkomst niet dat hij letterlijk naar deze aarde
terugkomt. Er wordt veeleer mee bedoeld dat hij met betrekking
tot deze aarde Koninkrijksmacht aanvaardt en zijn aandacht
op de aarde richt." In 1 Kor. 11:26 schrijft Paulus: "...want
zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt,
blijft gij de dood des Heren verkondigen, totdat hij gekomen
is." Als Christus in 1914 gekomen is, waarom blijven Jehovah's
Getuigen dan nemen van het brood en de wijn? Zouden ze daar
in 1914 niet mee gestopt moeten zijn? |
|
|
| Niet noodzakelijkerwijs. Of Jezus' parousia
nu begon in 1914 of in een toekomende tijd zal beginnen,
de uitdrukking "totdat hij gekomen is," zoals het
in verband staat met de gerechtigde deelnemers aan het brood
en de wijn, heeft te maken met Jezus die aankomt om zijn
op zijn bruid gelijkende gemeente tot zichzelf aan te nemen.
Jezus zei dat de definitieve verzameling van zijn uitverkorenen
gedurende zijn tegenwoordigheid zou plaatsvinden;
gedurende een tijd van ongekende wereldwijde verdrukking.
Wanneer het laatste overlevende lid van de bruid van Christus
gestorven is en de bruiloft van het Lam in de hemel plaatsvindt,
zal er niet langer een ceremoniëel eten van de symbolen
van Christus' dood plaatsvinden. Hij zal in die tijd volledig
gekomen zijn. |
|
| 37. In Handelingen
2:26, 27 citeert Petrus, in verwijzing naar de tijd die
de dode Jezus in het graf doorbracht, David die aan Christus
refereert: "Daarom werd mijn hart vrolijk en verheugde mijn
tong zich zeer. Bovendien zal zelfs MIJN VLEES IN HOOP VERBLIJVEN,
want gij zult mijn ziel in Hades niet verlaten…" Als Jezus'
lichaam vernietigd was terwijl hij in het graf was, waarom
zegt hij dan zijn zijn "vlees in hoop zal verblijven"? Voor
welke "hoop" verbleef zijn "vlees"? Wanneer er geen bewustzijn
is na de dood, hoe kan hij dan überhaupt "hopen." |
|
|
| Petrus citeerde uit de 16de Psalm. In
die Psalm uitte David zijn vertrouwen in de opstanding.
David zei het volgende terwijl hij in leven was: "Ook
zal mijn eigen vlees in zekerheid verblijven." David
zei niet dat zijn vlees in zekerheid verbleef na
zijn dood. We kunnen terecht aannemen dat Davids lichaam
in het graf verging. Petrus gaf dit feitelijk aan toen hij
in het 29ste vers verder zei: "Mannen, broeders, het
is toegestaan met vrijmoedigheid van spreken betreffende
het familiehoofd David tot u te zeggen dat hij zowel overleden
als begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag."
Davids vlees verbleef in zekerheid terwijl hij in leven
was, vanwege de hoop op de opstanding.
Nu van toepassing op Jezus, Jezus had ook de hoop op
een opstanding. Hij was zeker in de wetenschap dat Jehovah
hem een opstanding zou geven en hem niet zou verlaten
om slechts weg te rotten in het graf. Daarom was hij bereid
te sterven, omdat hij hoop had. Hebreeën 12:2 zegt
hetzelfde: "Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde
vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend,
en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan
zitten."
|
|
| 38. In de Nieuwe
Wereldvertaling wordt het woord "proskuneo" wanneer het
wordt gebruikt in verwijzing naar God elke keer vertaald
met "aanbidden" (Openbaring 5:14; 7:1; 11:16; 19:4; Johannes
4:20; enz.). Elke keer wanneer "proskuneo" wordt gebruikt
in verwijzing naar Jezus, wordt het vertaald met "hulde
brengen" (Mattheüs 14:33; 28:9; 28:17; Lukas 24:52; Hebreeën
1:6; enz.), terwijl het in het Grieks hetzelfde woord is
(zie Grieks-Engelse Interlinear). Vergelijk vooral het Griekse
woord "prosekunhsan" wanneer het gebruikt wordt in verwijzing
naar God in Openbaring 5:14, 7:11, 11:16 en 19:4 en in verwijzing
naar Christus in Mattheüs 14:33, 28:9 en 28:17. Wat is de
reden van deze inconsistentie? Wanneer de NWV consistent
zou zijn in de vertaling van "proskuneo" met "aanbidden,"
hoe zouden bovenstaande verzen die naar Christus verwijzen
dan luiden? |
|
|
| De vragensteller denkt zich in dat woorden
geen variatie in betekenis kunnen hebben afhankelijk van
de context waarin ze gebruikt worden. Volgens Strong's lexicon
heeft "proskuneo" echter diverse betekenisnuances en wordt
het gebruikt om een daad van respect te uiten voor een menselijke
regeerder of hoogwaardigheidsbekleder. Het wordt niet altijd
gebruikt om wat wij een daad van aanbidding noemen te beschrijven.
De NWV is volledig gerechtvaardigd een onderscheid te maken
tussen het Oosterse gebruik of hulde brengen aan een menselijke
superieur en het doen van een daad van aanbidding voor God.
De vraag die personen met onderscheidingsvermogen zich
zouden moeten stellen is deze: Wanneer het buigen van
de apostelen voor Jezus aangeeft dat ze dachten dat Jezus
God was, voor wie boog Jezus zich dan neer in het Hof
van Gethsémané toen hij zich neerknielde? Moeten we ons
soms indenken dat één derde van de drieëenheid de andere
66% van de godheid aanbidt?
|
|
| 39. Jezus Christus
wordt in Jesaja 9:6 "Sterke God" genoemd ("Want een kind
is ons geboren, een zoon is ons gegeven...En zijn naam zal
worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God..."). Jehovah
wordt in Jesaja 10:20, 21 "Sterke God" genoemd. Hoe kan
dat wanneer er slechts ÉÉN God is? Jezus wordt in Jesaja
9:6 ook de "Eeuwige Vader" genoemd, dat is zonder begin
en zonder einde, hoe kan dit wanneer Christus niet God is,
maar "geschapen" is door God? Als "Sterke God" en "Eeuwige
Vader" allen titels zijn die aan Christus gegeven worden,
waarom zou hem dan enige "titel" gegeven worden in de schrift
die niet nauwkeurig op hem van toepassing is? |
|
|
| In de GNB luidt de specifieke schriftplaats
als volgt: "Er is een kind geboren, we hebben weer een
koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men
zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige
Vader, Vredevorst."
Nauwkeurige lezers zullen opmerken dat de profetie in
Jesaja zegt dat de Messias bij namen als Sterke God, Eeuwige
Vader genoemd "zal" worden. Als dat een verwijzing
naar Jehovah was geweest, had hij reeds als zodanig
bekend gestaan op het moment dat de profetie geschreven
werd. Ten tweede staan Trinitariërs voor de taak de duidelijke
absurditeit uit te leggen dat de Zoon van God ook zijn
eigen Vader is. Dat is een onoverkomelijk obstakel in
het licht van het feit dat zelfs de meest vurige Trinitariër
zal toegeven dat er een onderscheid bestaat tussen de
Vader en de Zoon van hun vermeende drieënige godheid.
Ten derde, een vorst is een zoon van een koning. Jehovah
is de Koning, niet een vorst.
Jezus is een Sterke God omdat Jehovah hem aanstelt tot
die hoge positie. Dat is in feite wat de profetie voorzegt,
namelijk dat de Messias de troon van David zal erven en
Gods koninkrijk zal regeren in plaats van God. Jezus wordt
de Eeuwige Vader van de mensheid, omdat hij de doden terug
tot leven brengt en hen eeuwig leven schenkt. De Bijbel
legt uit hoe onze oorspronkelijke vader, Adam, dood bracht
over het gehele ras. Jezus wordt de Laatste Adam
genoemd, omdat hij Adam vervangt als vader van de mensheid.
Hij zal onze Eeuwige Vader worden, wanneer hij de dood
vernietigt en eeuwig leven aan Adams nageslacht schenkt.
|
|
| 40. In Handelingen
17:31 zegt Paulus: "Want hij heeft een dag vastgesteld waarop
hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid
te oordelen door een MAN die hij heeft aangesteld, en hij
heeft alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem
uit de doden heeft opgewekt." Geloofde Paulus dat de toekomstige
rechter van de wereld, Jezus Christus, een onsterfelijke
MAN of een onzichtbaar geestelijk schepsel zou zijn? Evenzo
schrijft Paulus na Jezus' dood in 1 Tim. 2:5: "Want er is
één God en één middelaar tussen God en mensen, een MENS,
Christus Jezus." Geloofde Paulus, toen hij in de tegenwoordige
tijd sprak, dat Jezus een onzichtbare geest was of een "mens"? |
|
|
| Paulus kende Christus persoonlijk als
een onzichtbare machtige geest. Hij heeft Jezus nooit als
mens ontmoet. Hij onderscheidt zich ook doordat hij de enige
mens is die Jezus in zijn verheerlijkte toestand na zijn
opstijging naar de hemel heeft gezien. Paulus zal toch zeker
de waarheid kennen over deze kwestie. Toen hij de opstanding
van Christus in het 15de hoofdstuk van 1 Korinthiërs besprak,
zei Paulus: "Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen,
daarna aan alle apostelen; doch het laatst van allen is
hij ook aan mij verschenen als aan een te vroeg geborene."
Waarom zei Paulus dat zijn persoonlijke ontmoeting met
Jezus op de weg naar Damaskus als een te vroeg geborene
was? De reden is dat alle anderen die Christus na zijn
opstanding zagen, Christus zagen terwijl hij in één of
andere menselijke vorm verscheen. Paulus zag Christus
echter zoals hij nu is, in zijn verheerlijkte geestelijke
toestand. Het was alsof Paulus te vroeg geboren was, in
dat de anderen van de 144.000 niet het voorrecht zullen
hebben Jezus in de geest te zien voordat ze als geestelijke
zonen in de hemel geboren zijn. Daarom vergeleek Paulus
zijn ervaring met te vroeg geboren worden. Echter, hij
verwees naar Jezus als een mens omdat Jezus, zoals duidelijk
moge zijn, eens een mens was, en als gevolg van
zijn getrouwheid als een mens beloonde God hem
door hem tot hemelse koning te maken. Anders gezegd: ondanks
dat Jezus niet nog steeds een mens is, kwalificeerde
zijn loopbaan als mens hem als oordeler van de
mensheid, in die zin is het dus passend om over hem als
een mens te spreken.
|
|
| 41. Kol. 1:16 zegt
het volgende over Jezus: "...ALLE andere dingen zijn door
tussenkomst van hem en VOOR HEM geschapen." Als Jezus ten
tijde van de schepping Michael de Aartsengel was, zou een
engel alle dingen voor zichzelf gemaakt hebben? In Jes.
43:7 zegt God dat hij een "ieder...tot zijn EIGEN heerlijkheid"
geschapen heeft. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling van de Bijbel is, waarom verandert het Gods woord
dan door het woord "[andere]" toe te voegen, terwijl dit
niet in het oorspronkelijke Grieks voorkomt? Zie Grieks-Engelse
Interlinear. Hoe zou dit vers luiden wanneer het woord "[andere]"
niet was toegevoegd? Wat betekent het woord "alle" volgens
jou? |
|
|
| Wederom, Jehovah's Getuigen hebben geen
probleem met begrijpend lezen. We begrijpen wat woorden
als "alle" betekenen.
De context van het specifieke vers wijst er duidelijk
op dat Jezus zelf een schepsel van God is. Kolossenzen
1:15, 16 luidt: "Hij is het beeld van de onzichtbare
God, de eerstgeborene van heel de schepping; want
door bemiddeling van hem werden alle [andere] dingen in
de hemelen en op de aarde geschapen, de zichtbare en de
onzichtbare, of het nu tronen of heerschappijen of regeringen
of autoriteiten zijn."
Daar Jezus naar het beeld van God is, hetzelfde als
dat Adam oorspronkelijk was, is het duidelijk dat Jezus
niet de Schepper is. Het is zelfs volkomen onzinnig te
menen dat Paulus Christenen leerde dat God een beeld van
zichzelf is. Toch is dat precies het soort nonsens dat
Trinitariërs ons willen laten geloven. Tevens hebben verdedigers
van de Drieëenheid de belachelijke bewering proberen op
te werpen dat "eerstgeborene" niet eerstgeborene betekent,
maar eenvoudig de meest belangrijke betekent. Als dat
zo is, laten we het aan Trinitariërs over om uit te leggen
waarom God zich bedient van zo'n ingewikkelde manier om
zijn eigen onbetwiste positie van superioriteit te illustreren.
Iedereen die bekend is met de verbijsterende redenaties
van Trinitariërs kan waarderen waarom het Wachttorengenootschap
de noodzaak voelde om enige duidelijkheid te scheppen
in zulke dikwijls verdraaide passages als Kolossenzen
1:15.
|
|
| 42. Hebreeën 1:3
zegt, terwijl er wordt gesproken over Christus: "…en hij
houdt alle dingen in stand door het woord van zijn kracht…."
Wat betekent het woord "alle" volgens jou? Hoe kan Christus
"alle dingen in stand houden" tenzij hij almachtig is? Daar
alleen God almachtig is, wat zegt dit vers over Christus? |
|
|
| "Alle" betekent alles. Zonder enige twijfel
begrijpen alle lezers de betekenis van zulke eenvoudige
woorden. De eenvoudige leerstelling uit de Bijbel is dat
Jehovah God is en Jezus zijn zoon is. Jehovah schiep Jezus
voor alle anderen en gaf zijn eerstgeboren zoon daarna de
macht om al het andere te scheppen en te dienen als zijn
vertegenwoordiger en spreekbuis. Toen Jezus op aarde was,
zei hij dat zijn Vader hem alle dingen had gegeven.
Wat betekent het woord "gegeven" volgens jou? Als
zijn macht en positie door God aan Christus gegeven
is, is het duidelijk dat Jezus niet God is. Dus, Jezus is
daarom almachtig doordat hij volledige toegang heeft tot
Jehovah's macht. Het verschil is dat Jehovah van nature
almachtig is, terwijl Jezus is wat hij is als gevolg van
Jehovah's vrijgevigheid. |
|
| 43. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling is van de Bijbel,
waarom verandert het Gods woord dan door in Hand. 10:36
het woord "[anderen]" toe te voegen terwijl dit woord niet
in het Grieks voorkomt? Zie Grieks-Engelse Interlinear.
Hoe zou dit vers luiden wanneer het woord "[anderen]" niet
was toegevoegd? Wat betekent het woord "alle" volgens jou? |
|
|
| Nogmaals, de meeste lezers hebben geen
problemen met begrijpen wat eenvoudige woorden als "alle"
betekenen. Het vers in kwestie luidt: "Hij heeft het
woord tot de zonen van Israël gezonden om hun het goede
nieuws van vrede door bemiddeling van Jezus Christus bekend
te maken: Deze is Heer van alle [anderen]."
Feitelijk bediscussiëerde Paulus trouwens wat het woord
"alle" betekent wanneer het van toepassing is op Jezus'
heerschappij. De vragensteller zou wellicht verbaasd kunnen
zijn dat "alle" niet altijd alles en iedereen
betekent. In 1 Korinthiërs 15:27, 28 schreef de geïnspireerde
apostel: "Want God "heeft alle dingen onder
zijn voeten onderworpen". Maar wanneer hij zegt dat 'alle
dingen onderworpen zijn', is het duidelijk dat dit met
uitzondering is van degene die alle dingen aan
hem onderwierp. Wanneer echter alle dingen aan
hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook de Zoon zelf
zich onderwerpen aan Degene die alle dingen aan
hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen."
Paulus onthult dat de Vader, Jehovah God, inderdaad
alle dingen onderworpen heeft aan de regering van
zijn zoon, Jezus. Er is echter één uitzondering.
Paulus merkt zelfs op dat de uitzondering duidelijk
is. God zelf is de uitzondering. Wat betekent het woord
"uitzondering" volgens jou?
|
|
| 44. Rechtvaardigt
Spreuken 4:18 werkelijk een organisatie die leerstellingen
en gefaalde profetieën vervangt met nieuwe leerstellingen
en profetieën, of contrasteert het enkel het voordeel van
de "rechtvaardige" voor het gehoorzamen van een wijze vader
(Spreuken 4:10-19)? Verkeerde leerstellingen kunnen "leugenwoorden"
worden genoemd en Spreuken 13:5 zegt: "Een leugenwoord is
iets dat de rechtvaardige haat..." Als het WTG een leerstelling
verandert naar iets wat totaal anders is, is het dan als
een licht dat helder en helderder wordt of meer als een
leugenlicht (woord) dat volledig uitgedaan wordt en een
compleet nieuw licht wat aangeknipt wordt? Denk je dat het
WTG kritiek zou hebben op andere organisaties die haar leerstellingen
zo vaak op zoveel gebieden verandert als het WTG de laatste
100 jaar heeft gedaan? Verder, Judas 3 zegt: "…onvermoeid
te strijden voor het geloof dat EENS VOOR ALTIJD aan de
heiligen WERD OVERGELEVERD." Daar het geloof gevestigd was
en "eens voor altijd werd overgeleverd" aan de eerste eeuwse
Christenen en daar de Bijbel niet verandert en God nooit
liegt of van gedachten verandert (Num. 23:19, Ps. 89:34,
Hebr. 6:18) waarom is er dan de noodzaak voor constant "nieuw
licht" en de altijd veranderende leerstellingen van het
WTG, waarvan vele rechtstreeks in tegenspraak zijn met eerdere
WTG leerstellingen? |
|
|
| We hebben kritiek op andere religies die
hun verkeerde leerstellingen niet veranderen! Het
probleem is dat we tweeduizend jaar verwijderd zijn van
de tijd van Christus en de apostelen. In de tussenliggende
eeuwen is de waarheid begraven onder een virtuele berg aan
religieuze leugens. De vroegere Bijbelonderzoekers, zoals
Jehovah's Getuigen oorspronkelijk werden genoemd, sloegen
een weg in om de waarheid te ontdekken en te onthullen en
de grote berg aan zaken die de kerken tegen de Bijbelse
waarheid hadden opgetrokken, omver te werpen. Het omverwerpen
van de babylonische leerstellingen van de drieëenheid, de
onsterfelijke ziel en de hel was het gemakkelijke deel.
Het ontrafelen van profetieën is een werk dat nog
steeds voortgang heeft. Er moeten nog veel veranderingen
worden gemaakt, maar Jezus heeft ons verzekerd dat de geest
van de waarheid ons uiteindelijk zal leiden in de gehele
waarheid. Op dat moment zal er geen enkel soort nieuw
licht meer nodig zijn. |
|
| 45. Volgens Strong's
Greek Dictionary wordt het Griekse woord "theotes" (Strong's
#2320), wat slechts éénmaal voorkomt in de Bijbel in Kol.
2:9, vertaald met "de toestand van het God zijn, Godheid".
Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling
van de Bijbel is, waarom vertaalt het dit Griekse woord
"theotes" in Kol. 2:9 dan verkeerd met "goddelijke hoedanigheid"
in plaats van "Godheid"? |
|
|
| De NWV verschilt niet substantiëel van
andere vertalingen. Hier volgt de weergave van de NWV van
Kolossenzen 2:9, 10: "Want in hem woont de gehele volheid
van de goddelijke hoedanigheid lichamelijk. En derhalve
bezit gij een volheid door bemiddeling van hem."
Hier volgt de weergave uit de NBG51: "Want in Hem
woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt
de volheid verkregen in Hem."
Vanzelfsprekend zal de Trinitariër de overhaaste conclusie
trekken dat Jezus God is, omdat hij is vervuld met dezelfde
goddelijke hoedanigheid welke ook God bezit. Het vers
zegt echter ook dat Christenen een volheid bezitten of
"volheid hebben verkregen" door Christus. Gebruik makend
van dezelfde onlogische redenatie zouden Trinitariërs
zich moeten indenken dat gezalfde Christenen ook God zijn,
daar zij ook vervuld zijn met dezelfde hoedanigheid -
of persoon, afhankelijk van hoe letterlijk je de uitdrukking
wilt nemen.
Voor lezers met onderscheidingdvermogen zou het echter
duidelijk moeten zijn dat het vers enkel zegt dat Jehovah
indirect leeft door middel van Christus, daardat
Christus Gods persoonlijkheid en eigenschappen volmaakt
weerspiegelde. Dat is in harmonie met vele andere verzen
die Jezus beschrijvan als gemaakt naar Gods beeld en als
zijnde zijn nauwkeurige afdruk en weerspiegeling.
|
|
| 46. In het WTG boek
U Kunt Voor Eeuwig op een Paradijs op Aarde Leven wordt
op blz. 147 gezegd: "De bijbelse bewijzen tonen aan dat
Christus in het jaar 1914 G.T. op de door God bestemde tijd
wedergekomen is en begon te regeren." Er wordt ook gezegd:
"Evenzo betekent Christus' wederkomst niet dat hij letterlijk
naar deze aarde terugkomt. Er wordt veeleer mee bedoeld
dat hij met betrekking tot deze aarde Koninkrijksmacht aanvaardt
en zijn aandacht op de aarde richt." Deze gebeurtenis wordt
beschreven in Zacharia 14:4, waar staat: "En zijn VOETEN
ZULLEN OP DIE DAG WERKELIJK STAAN op de berg der olijfbomen,
die tegenover Jeruzalem ligt, aan de oostkant…" Als Jezus
geen lichaam heeft en niet letterlijk terug zal komen op
aarde, zoals alleen het WTG leert, hoe verklaar je dit vers
dan? Wat betekent de zinsnede "zijn voeten zullen op die
dag werkelijk staan" volgens jou? Als toevoeging, Zacharia
14:3 zegt dat het Jehovah's voeten zullen zijn die op de
berg der olijfbomen zal staan. Daar Jezus de enige is die
komt, hoe kan dit dan tenzij Jezus en Jehovah dezelfde zijn?
Evenzo, als Christus geen zichtbare terugkeer op aarde zal
hebben, maar in 1914 onzichtbaar is wedergekomen, hoe werd
hij dan gezien door "ALLE stammen der aarde" (Matth. 24:30)
en door "ELK oog" (Openb. 1:7) toen hij terugkeerde? Wat
betekenen de woorden "alle" en "elk" volgens jou? Hoe kan
Christus een tweede maal "VERSCHIJNEN" (Hebr. 9:28) wanneer
hij geen zichtbare "terugkeer" op aarde heeft? |
|
|
| Voor personen die apocalyptische profetie
letterlijk trachten te interpreteren, is het een onoverkomelijke
moeilijkheid dat de Bijbel heel eenvoudig zegt dat geen
mens ooit God heeft gezien. En niet alleen dat, Jehovah
zei Mozes dat geen enkel mens God kan zien en nochtans leven.
Het is eenvoudig uitgesloten dat nietige mensen ooit een
nauwe, persoonlijke ontmoeting met God hebben. We kunnen
niet eens meer dan een paar seconden recht in de zon kijken
zonder permanente schade toe te brengen aan onze ogen. Hoe
zouden we volgens jou kunnen kijken naar de Schepper van
miljarden en miljarden zonnen, zonder in een oogwenk te
verdampen?
Jehovah heeft ons gemaakt met de intentie dat we een
geestelijke relatie met hem hebben. Om ons een
voorstelling van hem te laten maken, heeft God zich bekend
gemaakt in menselijke termen. Jehovah vergelijkt zichzelf
antropomorf
met mensen. We lezen in Genesis dat Jehovah wandelde in
de Tuin van Eden op het winderige gedeelte van de dag.
Daar we reeds weten dat Adam God niet letterlijk kon zien
en overleven, is het duidelijk dat de uitdrukking bedoeld
is om ons de intieme geestelijke eenheid te laten waarderen
die Adam had met God, voordat hij in opstand kwam. In
diezelfde betekenis kunnen we er daarom zeker van zijn
dat Jehovah niet letterlijk zal neerdalen om op de Olijfberg
te staan.
|
|
| 47. Volgens Strong's
Greek Dictionary betekent het Griekse woord "klao" (Strong's
#2806) "breken; in het NT gebruikt voor het breken van brood
of communie" en het Griekse woord "artos" (Strong's #740)
betekent "voedsel gemaakt met meel vermengt met water en
gebakken" of "brood." Jezus zelf gebruikte dezelfde woorden
"klao" en "artos" in Lukas 22:19 bij het Laatste Avondmaal
en Paulus gebruikte de woorden in 1 Kor. 11:23, 24. In deze
verzen vertaalt de NWV deze woorden nauwkeurig met "breken"
en "brood." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling van de Bijbel is, waarom vertaalt het de Griekse
zinsnede "klao artos" in Hand. 2:46 en Hand. 20:7 dan met
"nuttigden hun maaltijden" en "maaltijd gebruiken" in plaats
van met het meer nauwkeurigere "breken van brood"? Zie Grieks-Engelse
Interlinear. Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling van de Bijbel is, wat is dan de reden voor deze
inconsistentie in de vertaling van deze woorden tussen Luk.
22:19 en Hand. 2:46, 20:7? In Hand. 2:46, hoe vaak kwamen
de vroege Christenen bijeen voor het breken van brood? |
|
|
| Vertalers converteren niet enkel woorden
in andere woorden. Zij moeten trachten gedachten en ideeën
over te brengen zoals die oorspronkelijk werden begrepen.
Met betrekking tot het vers in kwestie: Brood was het belangrijkste
voor vroegere mensen. Daarom werd het in sommige gevallen
representatief voor alle voedsel. Toen Jezus zijn
dicipelen bijvoorbeeld het modelgebed leerde bidden, zei
hij dat ze tot zijn Vader moesten bidden en aan Jehovah
moesten vragen om hen hun dagelijks brood te geven. Moeten
we hieruit begrijpen dat Jezus' woorden betekenen dat we
uitsluitend op letterlijk brood moeten leven of dat brood
het enige voedsel is wat God ons zal geven?
Voor personen met onderscheidingsvermogen moet het duidelijk
zijn dat het nemen van brood of het samen breken van brood
eenvoudig samen de maaltijd genieten betekent. De GNB
geeft Hand. 2:46 als volgt weer: "Trouw waren ze ook
iedere dag in de tempel, eensgezind; ze braken het brood
bij elkaar aan huis en gebruikten de maaltijden
met vreugde en in eenvoud van hart."
|
|
| 48. Hand. 1:11 zegt:
"Deze Jezus, die van u (apostelen) werd opgenomen in de
lucht, zal aldus OP DEZELFDE WIJZE komen als gij hem in
de lucht hebt zien gaan." Wat betekent de zinsnede "op dezelfde
wijze" volgens jou? Steeg Jezus letterlijk, fysiek en voor
alle ogen zichtbaar naar de hemel op (zie Hand. 1:9)? Wat
betekent de zinsnede "werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven"
uit Hand. 1:9 volgens jou? Als Jezus fysiek en ten aanschouwen
van een ieder naar de hemel opsteeg, hoe kan Jezus dan een
"onzichtbare" terugkeer naar de aarde hebben wanneer zijn
wederkomst "op dezelfde wijze" als zijn opstijging zal zijn? |
|
|
| Een heilig geheim dat zo ondoorgrondelijk
en diepgaand is als de wijze van Christus' wederkomst, kan
nooit worden begrepen door degenen die een één-dimensionale,
dit-vers-legt-het-allemaal-uit benadering hebben bij interpretatie.
In plaats daarvan zijn één-vers leerstellingen kenmerkend
voor degenen die gericht zijn op misleiding.
Het antwoord op je vraag is dat Jezus sowieso niet
fysiek naar de hemel opsteeg en daarom ook niet op die
wijze zal terugkeren. We kunnen er, gebaseerd op Jezus'
opmerkingen aan Nikodémus, zeker van zijn dat Jezus nooit
meer menselijk zal worden. In het 3de hoofdstuk van Johannes
legde hij uit: "wat uit het vlees is geboren, is vlees,
en wat uit de geest is geboren, is geest." Dat betekent
dat degenen die wedergeboren worden, zoals Christus dat
was, hun menselijke vlees achter zich laten en geesten
worden. Paulus schreef volgens de Statenvertaling in 2
Korinthiërs 5:16 het volgende: "Zo dan, wij kennen
van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus
naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem
nu niet meer naar het vlees." Wanneer gezalfde Christenen
Christus nooit meer naar het vlees zullen kennen, is het
uitgesloten dat Jezus in het vlees zal terugkeren - zoals
zovelen onterecht denken.
Dus, wat bedoelden de engelen dan toen ze zeiden dat
Jezus op dezelfde wijze zou terugkeren? Wel, op welke
wijze vertrok hij? Beschouw eens nauwkeurig de gebeurtenissen
die vooraf gingen aan de proclamatie van de engelen in
Handelingen 1:9-11: "En nadat hij deze dingen had gezegd,
werd hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven, en een
wolk onttrok hem aan hun gezicht. En toen zij met gespannen
aandacht in de lucht keken, terwijl hij heenging, zie!
daar stonden twee mannen in witte klederen naast hen,
en zij zeiden: "Mannen van Galiléa, waarom staat gij in
de lucht te kijken? Deze Jezus, die van u werd opgenomen
in de lucht, zal aldus op dezelfde wijze komen als gij
hem in de lucht hebt zien gaan.""
Bijbelonderzoekers zouden moeten opmerken dat Jezus
reeds uit hun zicht verdwenen was op het moment dat de
engelen tot de dicipelen spraken. De dicipelen stonden
daar maar, ongetwijfeld met onzag vervuld door de aanblik
van Jezus opstijging, zelfs lang nadat Jezus verdwenen
was in een wolk. Op dat moment vroegen de engelen
waarom ze nog steeds naar de hemel staarden, alsof
ze hoopten nog een glimps op te vangen van Jezus. Daar
Jezus niet zichtbaar was op het moment dat de engelen
spraken en de engelen zeiden dat Jezus op dezelfde
wijze zou terugkeren, zou daarom betekenen dat verwachtingsvol
naar de hemel staren voor Christus' terugkeer zo nutteloos
zou zijn als de wake die de apostelen en andere dicipelen
hielden op het moment dat de engelen tussenbeide kwamen.
Met andere woorden, Christus was onzichtbaar op het moment
dat de engelen zeiden dat hij op dezelfde wijze zou terugkeren.
Het feit dat Jezus reeds was opgenomen in een wolk is
in harmonie met de profetie in Daniël 7:13, waar staat:
"Ik bleef aanschouwen in de nachtvisioenen, en ziedaar!
met de wolken des hemels bleek iemand gelijk een mensenzoon
te komen; en tot de Oude van Dagen verkreeg hij toegang,
en men bracht hem dicht bij, ja vóór Deze."
Het visoen in Daniël beschrijft de Mensenzoon die
met de wolken des hemels komt en Jehovah God in zijn
hemelse verblijfplaats nadert. Moeten we ons indenken
dat er in Jehovah's hemel letterlijk uit vocht bestaande
regenwolken ronddrijven? Natuurlijk niet. Het Wachttorengenootschap
heeft er met inzicht vele malen op gewezen dat wolken
in werkelijkheid een symbool zijn van onzichtbaarheid
- zoals duidelijk is in die tekst. Wolken kunnen bijvoorbeeld
letterlijk de zon, maan en sterren verduisteren. Wanneer
er daarom wordt gezegd dat de Zoon des mensen komt op
de wolken des hemels, erkennen onderzoekers van Gods Woord
die onderscheidingsvermogen bezitten dat de profetieën
ons niet leren dat Christus fysiek zal terugkeren, maar
juist het tegenovergestelde - dat Jezus onzichtbaar zal
terugkeren.
|
|
| 49. Volgens Strong's
Hebrew Dictionary betekent het Hebreeuwse woord "ruwach"
(Strong's #07307) dat in Genesis 1:2 wordt gebruikt "geest."
Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling
van de Bijbel is, waarom vertaald het dit woord dan foutief
met "werkzame kracht"? Evenzo, in 1 Joh. 4:1 vertaalt de
NWV het Griekse woord "pneuma" met "geïnspireerde uitingen,"
ondanks dat ditzelfde Griekse woord in 1 Joh. 3:24; 4:2,
3, 6 met "geest" wordt vertaald. Vanwaar deze inconsistentie
in de vertaling van dit woord? Wil Johannes hier niet verduidelijken
dat, ondanks dat de aanwezigheid van de Geest in ons ons
verzekert van Gods liefde, we niet elke "geest" die beweert
van God afkomstig te zijn moeten geloven, maar we ze moeten
beproeven met behulp van de leringen die hun profeten aannemen,
"omdat er vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld"?
Verbergt de NWV dit punt om de suggestie te vermijden dat
Gods "geest" een persoon is in plaats van een kracht (net
zoals de demonische "geesten" personen zijn en geen onpersoonlijke
krachten)? Als toevoeging, in 1 Tim. 4:1 vertaalt de NWV
het eenvoudige Griekse woord "pneuma" met "geïnspireerde
uiting" in plaats van "geest." Wat is de reden voor deze
inconsistentie in de vertaling van het woord "pneuma"? Is
het omdat een rechtstreeks "de geest zegt" te duidelijk
zou wijzen op de persoonlijkheid van de Heilige Geest? |
|
|
| De vragensteller denkt zich in dat woorden
niet meerdere betekenissen kunnen hebben of dat er geen
subtiele nuances aan woorden kunnen zitten. In deze heeft
hij het volledig bij het verkeerde eind. Volgens Jason BeDuhn
is het probleem dat moderne vertalers op onjuiste wijze
vele bijbelse verwijzingen naar de geest verenigd hebben
met het simplistische begrip van de heilige geest (In zijn
boek Truth
in Translation).
Het Hebreeuwse woord "ruach" is afkomstig van
een woord dat ademen betekent. Het kan ook wind
of de essentiële kracht die ervoor zorgt dat we ademen
betekenen. Afhankelijk van de context wordt ruach
vaak vertaald met wind. Het Griekse equivalent is "pneuma,"
waar de woorden pneumatisch en pneumonie
vandaan komen - welke natuurlijk ook te maken hebben met
lucht of ademen. Het is interessant dat vele vertalingen
pneuma in Hebreeën 1:7 met winden vertalen in plaats
van geesten: "En van de engelen zegt Hij: Die zijn
engelen maakt tot winden en zijn dienaars tot een
vuurvlam." (NBG51)
De oorspronkelijke talen gebruikten die uitdrukkingen
dus eenvoudig om aan te geven dat geest een onzichtbare
kracht is, net als adem of wind. De term "werkzame kracht"
is een letterlijkere vertaling van het karakter van de
Hebreeuwse en Griekse woorden in Genesis 1:2.
Wat betreft 1 Joh. 4:1, de NWV luidt: "Geliefden,
gelooft niet elke geïnspireerde uiting, maar beproeft
de geïnspireerde uitingen om te zien of ze uit God voortspruiten,
want er zijn vele valse profeten tot de wereld uitgegaan."
Vertalers van de Bijbel erkennen dat hetzelfde woord verschillende
betekenissen kan hebben afhankelijk van het gebruik. Daarom
is de benaming 'woord-voor-woord vertaling' misleidend.
Het is waar dat het woord dat over het algemeen wordt
vertaald met "geest" in deze tekst wordt gebruikt. Vertalen
van de Bijbel vereist echter dat de vertalers de oorspronkelijke
gedachte beschikbaar stellen aan de lezer - niet
enkel het overeenkomstige woord in een andere taal. In
die context draagt het Hebreeuwse woord dat over het algemeen
vertaald wordt met geest de gedachte in zich van geademd
worden door een geest in de zin van geïnspireerd
zijn. Het Nederlandse woord "inspiratie," evenals het
woord "respiratie," heeft de betekenis van de oorspronkelijke
taal in zich, doordat degene die geïnspireerd wordt erkent
dat hij aangeraakt of beïnvloed wordt door een uitwendige
bron. In de Bijbel betekent inspiratie letterlijk dat
God ademde op degene die geïnspireerd werd. Openbaring
wijst erop dat de demonen ook op mensen kunnen ademen
en hen kunnen inspireren tot het vertellen van leugens.
Dat is dus de betekenis van 1 Johannes 4:1: Geïnspireerde
uitingen zijn het eindresultaat van de geest die op die
personen ademt.
The New Living Bible (NLB) geeft 1 John 4:1 op soortgelijke
wijze weer: "Geliefde broeders, geloof niet iedereen
die beweert door de Geest te spreken. Gij moet
ze beproeven om te zien of de geest die ze hebben van
God afkomstig is. Want er zijn vele valse profeten in
de wereld." In het origineel was er geen woord dat
overeenkwam met het Nederlandse woord "spreken," de vertalers
van de NLB erkenden echter dat het noodzakelijk was erop
te wijzen dat het vers niet verwees naar de geesten zelf,
maar in plaats daarvan naar de uitingen die door
de geest geïnspireerd werden, zodat de lezer de werkelijke
betekenis van de oorspronkelijke uitdrukking werd gegeven.
|
|
| 50. Waarnaar verwees
Jezus met de uitdrukking "deze tempel" in Johannes 2:18,
19? In Johannes 2:21 zegt Johannes duidelijk dat wanneer
Jezus de uitdrukking "deze tempel" gebruikte, hij naar zijn
lichaam verwees. Als datgene wat het WTG leert over Jezus'
lichaam na zijn dood correct is, hoe leg je deze verzen
dan uit? |
|
|
| Jezus sprak in geestelijke termen,
welke de Joden en zelfs zijn eigen apostelen eerst niet
begrepen. De meeste mensen denken bij een tempel
aan een fysiek gebouw waar een vorm van formele aanbidding
of offergave wordt uitgevoerd. In Jezus' dagen was de tempel
van God het uit stenen en mortel bestaande gebouw in Jeruzalem.
Jezus sprak die woorden oorspronkelijk tot de Joden om hen
opnieuw te laten beschouwen hoe God vanaf dat moment aanbeden
wilde worden. Jezus voorzei dat de Joodse tempel met de
grond gelijk zou worden gemaakt, waarbij geen steen op de
andere zou worden gelaten. De Christelijke gemeente zou
de Joodse natie als Gods organisatie vervangen. Maar, in
plaats van een fysieke tempel, vormen Christus en zijn gezalfde
volgelingen een geestelijke tempel voor God om in
geest te wonen, en wordt Jezus, als hoofd van die organisatie,
de fundament-hoeksteen van dat "gebouw" genoemd. Verder
zou Jezus' vleselijke lichaam aan God geofferd worden, als
op een tempelaltaar. En na zijn opstanding werd Jezus de
hogepriester, dienst verrichtend op grond van zijn eigen
offer. Daarom verwees Jezus naar de tempel van zijn lichaam.
Hier volgen enkele relevante verzen die wijzen op de geestelijke
natuur van Gods tempel. 1 Korinthiërs 3:16, 17: "Weet
gij niet dat gijlieden Gods tempel zijt en dat de
geest van God in u woont? Indien iemand de tempel
van God vernietigt, zal God hem vernietigen; want de tempel
van God is heilig, welke tempel gijlieden zijt."
1 Korinthiërs 6:19: "Wat! Weet gij niet dat ulieder
lichaam de tempel is van de heilige geest die in
u is, die gij van God hebt?"
2 Korinthiërs 6:16: "Want wij zijn een tempel
van een levende God, zoals God heeft gezegd: "Ik zal onder
hen verblijven en onder hen wandelen, en ik zal hun God
zijn en zij zullen mijn volk zijn.""
Efeziërs 2:20-22: "Terwijl Christus Jezus zelf de
fundament-hoeksteen is. In eendracht met hem groeit het
gehele gebouw, harmonisch samengevoegd, uit tot een heilige
tempel voor Jehovah. In eendracht met hem wordt ook gij
mede opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont."
|
|
| 51. Als de NWV de
meest nauwkeurige woord-voor-woord vertaling van de Bijbel
is, waarom vertaalt het de zeer eenvoudige Griekse uitdrukking
"en autos" in Kol. 2:7, Kol. 2:9, Matth. 14:2, Mark. 6:14,
Luk. 23:22, Joh. 4:14, Hand. 20:10, 1 Kor. 2:11, Efez. 1:10,
Kol. 1:19, Hebr. 10:38, 1 Joh. 2:15, 3:5, 3:15, enz. dan
met "in hem," maar vertaalt het dezelfde Griekse uitdrukking
in 2 Kor. 1:20, 5:21 en Kol. 2:10 met "door tussenkomst
van," in Kol. 2:11 met "in gemeenschap met hem," in 2 Kor.
1:19, 1 Joh. 2:8, 10 met "in zijn geval" en in Joh. 14:11,
2 Kor. 13:5, Efez. 1:4, Fil. 3:9, Kol. 2:6, 2 Thess. 1:12,
1 Joh. 1:5, 2:5, 2:27, 2:28, 3:6, 4:13, 4:15 en 4:16 met
"in eendracht met hem"? Zie Grieks-Engelse Interlinear.
Wat is de reden voor de toevoeging van woorden aan deze
verzen en voor de inconsistentie in de vertaling van de
zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos"? Als de NWV
deze zeer eenvoudige Griekse uitdrukking "en autos" in alle
bovenstaande verzen had vertaald met "in hem," hoe zouden
ze dan luiden? Tracht het WTG het punt van de auteur te
verbergen, dat het Christelijke leven bestaat uit een bovennatuurlijke
relatie met Christus? |
|
|
| Er zijn ettelijke Bijbelvertalingen, al
was het alleen maar om het eenvoudige feit dat er meer dan
één manier is om hetzelfde te zeggen. Vertalers zijn niet
gebonden aan een één of andere universele wet die voorschrijft
dat elk woord wanneer het voorkomt altijd op dezelfde manier
vertaald moet worden. Geen enkele vertaling doet dat. Woorden
hebben een betekenis in overeenstemming met hun gebruik
in elke context.
Wat betreft de "bovennatuurlijke relatie" die volgens
jou door het Wachttorengenootschap wordt verborgen, het
is waarschijnlijker dat de vragensteller zich indenkt
dat de Bijbel zijn idee over een soort van metafysische,
mystieke Christus zou moeten ondersteunen. We laten het
aan de vragensteller over hier opheldering over te geven.
|
|
| 52. Joh. 1:3 zegt
dat Jezus "ALLE dingen" geschapen heeft. Wat betekent het
woord "alle" volgens jou? In Jesaja 44:24 zegt God dat hij
"GEHEEL ALLEEN" de hemelen en de aarde geschapen heeft en
stelt de vraag: "Wie was bij mij?" toen hij de hemelen en
de aarde schiep. Wanneer datgene wat het WTG leert over
de natuur van Christus juist is, hoe kon God dan "geheel
alleen" zijn geweest toen de hemelen en aarde geschapen
werden wanneer Christus daarvoor was geschapen? Als Jezus
geschapen is door God, zou hij dan niet bij God zijn geweest
wanneer al het andere werd geschapen? Evenzo, als Christus
een schepsel is, zou Jezus zichzelf hebben moeten scheppen
volgens Joh 1:3. Hoe zou dat mogelijk kunnen zijn? |
|
|
| Terwijl de vragensteller kennelijk een
diepgaand begrip heeft van fundamentele woorden als "alle,"
geeft hij blijk van een groot gebrek aan geestelijk
bevattingsvermogen.
De context van Jesaja heeft te maken met Jehovah die
zijn superioriteit over afgoden verklaart. Op een andere
plaats wordt echter duidelijk dat er iemand bij Jehovah
was in het begin. Het is in feite Johannes 1:1 waar onthuld
wordt dat een entiteit genaamd "het Woord" bij
God was in het begin. En natuurlijk zijn geïnformeerde
lezers bekend met de uitnodiging die God deed aan een-toen-anoniem
persoon, toen hij zei: "Laten wij de mens maken naar
ons beeld, overeenkomstig onze gelijkenis."
Wat betekenen de woorden "ons" en "onze" volgens jou?
Het moge duidelijk zijn dat Jehovah God niet in zichzelf
aan het mompelen was. Er was iemand dicht bij
Jehovah gedurende de schepping. Het waren echter niet
de onmachtige valse goden en afgoden die Jehovah in Jesaja
aan de kaak stelde. De Schrift onthult dat degene naar
wie God verwees als zijnde in zijn eigen gelijkenis niemand
anders is dan Christus.
|
|
| 53. Als Christus
geschapen is door God en de wijsheid van God was (Spr. 8:1-4,
12, 22-31), dan had God het voordat Jezus geschapen was
zonder wijsheid moeten stellen. Hoe is het mogelijk dat
God ooit zonder wijsheid zou zijn? In Spr. 8:2 wordt de
vrouwelijke vorm van het Hebreeuwse werkwoord "natsab" gebruikt.
Dit kan alleen worden vertaald met "ZE heeft post gevat."
Evenzo wordt in Spr. 8:3 de vrouwelijke vorm van het Hebreeuwse
werkwoord "ranan" gebruikt. Dit kan alleen worden vertaald
met "ZE blijft luidkeels roepen." Als de NWV de meest nauwkeurige
woord-voor-woord vertaling van de Bijbel is, waarom gebruikt
het in deze verzen dan het onzijdige voornaamwoord "het"
('it" in het Engels - vertalers) gebruikt, wanneer
het vrouwelijke voornaamwoord "ze" wordt vereist? (Opmerking
van de vertalers: In het Nederlands is deze vraag niet van
toepassing, daar de Nederlandse grammatica vereist dat het
woord "ze" wordt gebruikt. Dit is in de Nederlandse NWV
dan ook het geval.) Hoe kan Christus de wijsheid van
God zijn in Spr. 8, wanneer de vrouwelijke vorm van de werkwoorden
wordt gebruikt? Als toevoeging, waarom gebruikt de NWV het
onzijdige voornaamwoord "het" ("it" in het Engels - vertalers),
wanneer wijsheid in Spr. 7:4 "zuster" wordt genoemd en "ze"
in Spr. 9:4? |
|
|
| Jezus zei eens dat "de wijsheid gerechtvaardigd
wordt door haar werken." Met andere woorden, wijsheid
wordt beoordeeld op wat ze voortbrengt. Wanneer we redeneren
over dat beginsel zou het duidelijk moeten zijn dat er,
voordat God begonnen was met enig scheppingswerk, niets
was waaraan Gods wijsheid gemeten kon worden. En niet alleen
dat, maar voor de schepping waren er geen intelligente geesten
die de werken van God maar konden zien of beoordelen - in
die zin bestond wijsheid dus niet, omdat er niemand was
die de wijsheid die God bezat kon bewonderen en op waarde
kon schatten. Als de Eerstgeborene van heel de schepping
werd Jezus de personificatie van Gods inherente wijsheid.
Paulus schreef in Kolossenzen 2:3 dat alle schatten van
Gods wijsheid en kennis door God zorgvuldig verborgen zijn
in Christus.
Wat betreft de vrouwelijke en onzijdige voornaamwoorden,
wijsheid is een eigenschap, geen feitelijk persoon, daarom
is wijsheid, ook al wordt het gepersonifiëerd als een
persoon, nog steeds een ding en is het dus passend om
ernaar te verwijzen als "het" ("it" in het Engels - vertalers).
|
|
| 54. De Bijbel zegt
dat: De hemelen het werk van Gods handen zijn (Ps. 102:25),
de hemelen het werk van Jezus' handen zijn (Hebr. 1:10);
God de aarde gegrondvest heeft (Jes. 48:13), Jezus de aarde
gegrondvest heeft (Hebr. 1:10); God onze rechter is (Ps.
50:6, Pred. 12:14, 1 Kron. 16:33), Jezus onze rechter is
(2 Tim. 4:1, Openb. 20:12); God de tempel van het Nieuwe
Jeruzalem is (Openb. 21:22), Jezus (het Lam) de tempel van
het Nieuwe Jeruzalem is (Openb. 21:22); God de alfa en omega
is (Openb. 1:8), Jezus de alfa en omega is (Openb. 22:13);
God de eerste en laatste is (Jes. 44:6, 48:12), Jezus de
eerste en laatste is (Openb. 22:13); God het begin en het
einde is (Openb. 21:6), Jezus het begin en het einde is
(Openb. 22:13); Alleen God zonden kan vergeven (Luk. 5:21),
Jezus zonden vergeeft (Luk. 5:20); God onze hoop is (Ps.
71:5), Jezus onze hoop is (1 Tim. 1:1); God voor onbepaalde
tijd is (Deut. 33:27), Jezus voor onbepaalde tijd is (Jes.
9:6, Hebr. 1:10, 11); God zal komen met alle heiligen (Zach.
14:5), Jezus zal komen met alle heiligen (1 Thess. 3:13);
Alleen God onze redder is (Jes. 43:11), Jezus onze redder
is (Tit. 2:13, 2 Petr. 1:1); God de schepper van het universum
is (Jes. 44:24, Jer. 27:5), Jezus de schepper van het universum
is (Joh. 1:3); Elke knie zich voor God zal buigen en elke
tong bij God zal zweren (Jes. 45:22, 23), elke knie zich
voor Jezus zal buigen en elke tong bij hem zal zweren (Fil.
2:10, 11); God dezelfde is en zijn jaren niet voltooid zullen
worden (Ps. 102:27), Jezus dezelfde is en zijn jaren niet
voltooid zullen worden (Hebr. 1:12); God niet verandert
(Mal. 3:6), Jezus niet verandert (Hebr. 13:8); God boven
allen is (Ps. 97:9), Jezus boven allen is (Joh. 3:31); de
geest van God in ons woont (Rom. 8:9), de geest van Jezus
in ons woont (Gal. 4:6); God een steen is waaraan men zich
stoot en een rots waarover men struikelt (Jes. 8:14), Jezus
een steen der struikeling en een rots des aanstoots is (1
Petr. 2:8); God op 30 zilverstukken geschat is (Zach. 11:12,
13), Jezus op 30 zilverstukken geschat werd (Matth. 26:14-16);
God onze herder is (Ps. 23:1), Jezus onze herder is (Joh.
10:11, 1 Petr. 5:4, Hebr. 13:20); God een Sterke God is
(Jes. 10:21), Jezus een Sterke God is (Jes. 9:6); God de
Heer der Heren is (Deut. 10:17, Ps. 136:3), Jezus de Heer
der Heren is (Openb. 17:14); God onze enige Rots is (Jes.
44:8, Ps. 18:2, 94:22), Jezus onze rots is (1 Kor. 10:4);
God onze eigenaar is (Jes. 54:5), Jezus onze enige eigenaar
is (Judas 4); Niemand ons uit de hand van God kan rukken
(Deut. 32:39), niemand ons uit de hand van Jezus kan rukken
(Joh. 10:28); God de horen van redding is (2 Sam. 22:3),
Jezus de horen van redding is (Luk. 1:68, 69); God vergeldt
naar onze werken (Ps. 62:12), Jezus vergeldt naar onze werken
(Matth. 16:27, Openb. 22:12); God liefheeft en terechtwijst
(Spr. 3:12), Jezus liefheeft en terechtwijst (Openb. 3:19);
Gods woord tot onbepaalde tijd zal blijven (Jes. 40:8),
Jezus' woorden tot onbepaalde tijd zullen blijven (Matth.
24:35); God een voor onbepaalde tijd durend licht is (Jes.
60:19), Jezus het eeuwige licht is (Joh. 8:12, Openb. 21:23);
God de zoekgeraakten zal zoeken (Ezech. 34:16), Jezus zoekt
naar de verdwaalde (Luk. 19:10); Paulus een slaaf van God
is (Tit. 1:1), Paulus een slaaf van Jezus is (Rom. 1:1)
ondanks dat niemand twee meesters als slaaf kan dienen (Matth.
6:24); God Jezus uit de doden opwekte (Gal. 1:1), Jezus
zichzelf uit de doden opwekte (Joh. 2:19-21); God onze gids
is (Ps. 48:14), Jezus onze gids is (Luk. 1:79); God onze
verlosser is (Ps. 70:5, 2 Sam. 22:2), Jezus onze verlosser
is (Rom 11:26); God God wordt genoemd (Jes. 44:8), Jezus
God wordt genoemd (Jes. 9:6, Joh. 20:28), God de Koning
van Israël is (Jes. 44:6), Jezus de Koning van Israël is
(Matth. 27:42, Joh. 1:49). Daar de Bijbel zichzelf niet
tegenspreekt, hoe kunnen al deze dingen dan zo zijn wanneer
Jezus niet God is? |
|
|
| Lange in elkaar gedraaide vragen die de
intentie lijken te hebben de lezer te overweldigen, kunnen
het beste op eenvoudige wijze beantwoord worden.
De eenvoudige leerstelling uit de Bijbel is dat Jezus
Jehovah's Zoon is. Als de eerstgeborene van heel de schepping,
gaf God Jezus goedgunstig het voorrecht het universum te
scheppen en stelde hij zijn zoon tevens aan om hem in alle
dingen te vertegenwoordigen. Het is geen ingewikkeld concept.
Menselijke vaders trokken hun eerstgeboren zonen vaak voor,
vooral gedurende de dagen van de grote patriarchen. Onder
de Joodse Wet ontvingen de eerstgeboren zonen een dubbele
erfenis. Waarom zou het ongepast lijken dat Jehovah zijn
eerstgeboren zoon alle voorrechten van God schenkt? Of moeten
we ons soms indenken dat de eerstgeborene van Jehovah zijn
iets volkomen normaals is? |
|
| 55. In Kol. 2:8 veroordeelt
Paulus de "overlevering van mensen" en in Matth. 15:6 veroordeelt
Jezus de "overleveringen" van de Farizeeërs die het "woord
van God krachteloos" maken, daar hun overleveringen het
gebod "Eer uw vader en moeder" krachteloos maakten (Matth.
15:4). In 2 Thess. 2:15 gebiedt de Bijbel ons echter "vast
te staan en vast te houden aan de OVERLEVERINGEN die u werden
geleerd," en in 1 Thess. 3:6 wordt ons gezegd te wandelen
overeenkomstig de "OVERLEVERING" die gij van ons hebt ontvangen,"
en in 1 Kor. 11:2 wordt gezegd dat de Korinthiërs "vasthouden
aan de OVERLEVERINGEN zoals ik [ze] aan u heb doorgegeven."
De definitie van het woord "overlevering" wijst op de ongeschreven
leringen die via woorden of de mond van de ene generatie
op de volgende generatie werden doorgeven. Zie ook 2 Tim.
2:2, 1 Kor. 11:2, 1 Thess. 2:13, 1 Kor. 11:23, 1 Kor. 15:3
en 1 Tim. 6:20, 21. Daar het WTG beweert dat de Bijbel hun
"opperste autoriteit" is, aan welke "overleveringen" houden
Getuigen zich dan in overeenstemming met de bijbelse geboden? |
|
|
| Paulus moedigde de vroegere Christenen
aan zich aan de overleveringen te houden die rechtstreeks
tot hen kwamen van de apostelen van Christus. Naarmate de
tijd vorderde werden de mondelinge overleveringen van de
apostelen echter opgeschreven in wat wij nu kennen als de
Christelijke Griekse Geschriften. Jehovah's Getuigen erkennen
geen mondelinge overleveringen die belangrijker zouden zijn
als de geschreven Woord van God. |
|
| 56. Maakt het WTG
aanspraak op "apostolische successie?? Zo ja, kunnen ze
hun wortels dan helemaal tot aan Christus nagaan (Matth.
16:18)? Wie was het die "de fakkel van Gods Geest doorgaf"
aan C.T. Russell toen hij de organisatie stichtte? Wat was
de naam van deze persoon of personen? Evenzo, daar er beweert
wordt dat de gezalfde gelovigen als een organisatie Gods
collectieve "getrouwe en beleidvolle slaaf" vormen die als
enige mensen in hun begrip van de Schriften leidt, en daar
deze organisatie niet eerder tot bestaan kwam dan de eind
19de eeuw, betekent dit dan dat God vele, vele eeuwen lang
geen ware vertegenwoordigers op aarde had? Zo niet, wie
waren zij dan? Wat waren hun namen? Kun je één Jehovah's
Getuige benoemen die voor 1800 leefde? |
|
|
|
Het Wachttorengenootschap maakt geen aanspraak op zo'n
geschenk van autoriteit als gevolg van apostolische successie.
Dat is een Katholieke leerstelling, en wel een onschriftuurlijke.
De apostelen onderwezen dat ze geen opvolger zouden
hebben. Paulus zei in Handelingen 20:29, 30: "Ik
weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven
bij u zullen binnendringen, die de kudde niet teder zullen
behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan
die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen
achter zich aan te trekken."
Paulus werd ook geïnspireerd om te onthullen wat
enkelen van die verdraaide leerstellingen zouden inhouden.
In 1 Timotheüs 4:1-3 schreef de apostel: "De
geïnspireerde uitspraak zegt echter uitdrukkelijk
dat in latere tijdsperiodes sommigen zullen afvallen van
het geloof, omdat zij aandacht schenken aan misleidende
geïnspireerde uitspraken en leringen van demonen,
door de huichelarij van mensen die leugens spreken, die
in hun geweten gebrandmerkt zijn, die verbieden te trouwen
en gebieden zich te onthouden van spijzen die God heeft
geschapen om met dankzegging te worden gebruikt door hen
die geloof hebben en de waarheid nauwkeurig kennen."
Deze profetie wijst rechtstreeks met een beschuldigende
vinger naar het Vaticaan, die fundamentele doch door demonen-geïnspireerde
leerstellingen houdt als het priesterlijk celibaat en
diverse voedselvoorschriften, zoals de straf tegen het
eten van vlees op Vrijdag, en andere restricties die verbonden
zijn aan Vasten.
In plaats van autoriteit te ontvangen door middel van
apostolische successie, ontlenen Jehovah's Getuigen hun
autoriteit rechtstreeks aan Christus als gevolg van het
feit dat het hart van de organisatie bestaat uit gezalfde
Christenen die door middel van Christus in een verbondsverhouding
staan met Jehovah, net zoals de oorspronkelijke apostelen
en eerste Eeuwse Christenen. Ook voorzei Christus dat
hij enkele van zijn slaven rechtstreeks zou aanstellen
over zijn huisgezin van dienaren en dat ze uiteindelijk
als verantwoordelijke mannen geoordeeld zullen worden.
|
|
| 57. De NWV vertaalt
Joh. 1:1 met "…en het Woord was MET God, en het woord was
een god." Hoe kan het Woord (Jezus) "een god" zijn, wanneer
Deut. 32:39 zegt: "Ziet nu dat ik - ik het ben en er zijn
GEEN goden naast mij."? Evenzo, het Griekse woord "Theos"
heeft geen lidwoord in Joh. 1:1c en de NWV voegt het onbepaald
lidwoord "een" toe, waardoor het luidt: "en het Woord was
een god." Als de NWV de meest nauwkeurige woord-voor-woord
vertaling van de Bijbel is, waarom voegt de NWV dan het
onbepaald lidwoord "een" niet in andere verzen waar het
Griekse woord "Theos" ook geen lidwoord heeft in (bijv.
Joh. 1:6, 12, 13, 18, enz.)? Wat is de reden voor deze inconsistentie
in vertaling? Als toevoeging, hoe kan Jezus "een god" zijn
daar Jezus zegt dat hij kwam tegen degenen die door de profeet
"goden" werden genoemd (Joh. 10:35)? Bestaat er zoiets als
een "ware" god? Wanneer het WTG dit leert, maakt hen dit
dan niet tot polytheïsten? |
|
|
| De Griekse taal kende geen onbepaald lidwoord
- "een." Om onderscheid te maken tussen een algemeen iets
en een specifiek iets gebruikte de Griekse taal het bepaald
lidwoord om iets specifieks aan te duiden. In het vers in
kwestie wordt het bepaald lidwoord in de oorspronkelijke
taal gebruikt voor één God, maar niet voor de god die in
Joh. 1:1 het Woord wordt genoemd. Er staat dus letterlijk
dat het Woord met de God was en het woord
was God. Nederlandse vertalingen gebruiken het bepaald lidwoord
niet voor God - zodat er de God zou staan. Maar,
om het juiste begrip van de tekst in de vertaling uit te
laten komen, is het voor de vertaler noodzakelijk iets te
doen om de lezer te laten weten dat de oorspronkelijke taal
een essentiëel onderscheid maakt tussen de twee goden die
in deze context worden genoemd. De meeste vertalingen doen
dat niet, echter niet allen. Hier is een
link naar een artikel waarin diverse vertalingen worden
geciteerd die Johannes 1:1 anders weergeven dan de algemene
door Trinitariërs gepubliceerde Bijbels.
Suggereren dat de NWV op één of andere wijze met de
Bijbel gerotzooid heeft door het onbepaald lidwoord "een"
in te voegen, is misleidend. Alle vertalingen voegen
het onbepaald lidwoord vrijelijk toe in diverse teksten
ondanks dat het niet voorkomt in de oorspronkelijke Griekse
tekst. Dit doen ze om een onderscheid te maken tussen
Jehovah God en andere goden - net zoals de NWV dat doet
in Johannes 1:1. Handelingen 28:6 luidt in de GNB bijvoorbeeld:
"De bewoners verwachtten dat hij zou opzwellen of plotseling
dood zou neervallen. Maar toen ze na lang wachten zagen
dat er niets bijzonders met hem gebeurde, veranderden
ze van mening en zeiden: 'Hij is een god!'"
In het bovenstaande vers hebben de vertalers het onbepaald
lidwoord "een" ingevoegd, ondanks dat het niet in het
Grieks voorkomt. Wanneer ze dit niet hadden gedaan, was
er bij de lezer de indruk gewekt dat de Maltezers dachten
dat Paulus de Almachtige God was. Dat is natuurlijk in
het geheel niet wat zij dachten. Het punt is echter dat
de vertalers gerechtvaardigd waren het kleine woordje
"een" in te voegen om de tekst in overeenstemming met
de betekenis in het Grieks te brengen.
Feit is dat Johannes duidelijk verwijst naar twee aparte
entiteiten, daar het hele punt van het vers is aan te
tonen dat het Woord met God was; de eerlijke vertalers
zijn verplicht de lezer bekend te maken met het onderscheid
dat bestaat in de Griekse taal. Dat heeft de NWV gedaan.
Maar, in plaats van te redetwisten over kleine woordjes,
zouden waarheidszoekers er goed aan doen te redeneren
over Johannes 1:18, waar volgens de NBG51 staat: "Niemand
heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de
boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen."
Jezus is geen rivaliserende valse god zoals de goden der
natiën. Jezus is een god die in volledige harmonie is
met Jehovah. Volgens Johannes 1:18 is Jezus een god als
gevolg van het feit dat Jehovah God, de Vader, hem voortgebracht
of verwekt heeft. Is dat ten slotte niet datgene wat een
vader doet? Het feit dat niemand op aarde ooit God heeft
gezien, sluit uit dat Jezus God is, daar Jezus
onmiskenbaar gezien is door mensen.
Het is opmerkelijk dat, wat het handenzwaaiende en bijbelbladerende
dogmatisme van de Trinitariërs aangaat, Jezus nooit
heeft beweerd dat hij God was, niet één
keer. In plaats daarvan zei hij altijd dat hij Gods Zoon
was. En Johannes 1:1 is in overeenstemming met de gehele
Schrift; dat Jezus met God was sinds het begin - dat is
zijn begin - het begin van de schepping.
|
|
| 58. Het WTG leert
dat de 144.000 uit Openb. 7:4 en Openb. 14:3 letterlijk
opgevat moet worden. Als de passages in de schrift letterlijk
opgevat moeten worden, dan zijn de 144.000 allemaal letterlijk
mannelijk (Openb. 14:4), Joods (Openb. 7:4-8), maagden (Openb.
14:4). Was Charles Taze Russell een Joodse maagd? Kunnen
vrouwen geen deel uitmaken van deze groep? Is iemand van
de andere 144.000 personen opgenomen in dit aantal Joodse
maagden? Zo niet, hoe kan deze passage, inclusief het aantal
van 144.000, dan letterlijk worden opgevat? Welke rechtvaardiging
is er voor het wijzigen van interpretatie van letterlijk,
in het geval van Openb. 7:4 en 14:3, naar figuurlijk in
de direct daarop volgende verzen? |
|
|
| Lezers van de Bijbel die onderscheidingsvermogen
bezitten erkennen dat de Schriften niet altijd in strikt
letterlijke termen spreken; noch dat ze altijd als symbolisch
of allegorisch moeten worden begrepen. De onredelijke
geest houdt echter vol dat wanneer de 144.000 letterlijk
zijn, dat dan alle profetie in Openbaring letterlijk
moet worden genomen. Het is echter dwaas om de Bijbel op
zo'n wijze te benaderen. Het is geen kwestie van wijzigen
van interpretatie. Het is een kwestie van op intelligente
wijze Gods Woord ontcijferen, wat Jehovah's Getuigen in
dit geval hebben gedaan.
De 144.000 zijn de geestelijke organisatie die gebouwd
is op de 12 apostelen. Zijn de 12 apostelen symbolisch?
Wat te denken van de 12 stammen die afstammen van de 12
zonen van Israël? De miljoenen kerkgangers die zijn geïndoctrineerd
met het idee dat het hun geboorterecht is om naar de hemel
te gaan, hebben weinig begrip van wat Gods koninkrijk
nu precies is. Volgens Openbaring zijn de 144.000 Christenen
die gekocht zijn uit alle stammen en nationaliteiten en
zullen ze koningen en priesters zijn en 1000 jaar met
Christus regeren. Dat is het koninkrijk van God.
|
|
| 59. Jezus gebruikt
meer dan 50 maal de zinsnede "Voorwaar ik zeg u" in de Bijbel.
In de NWV wordt de komma elke keer achter het woord "u"
geplaatst, behalve in Lukas 23:43, waar de komma achter
het woord "heden" staat. Waarom is de komma in dit vers
achter "heden" geplaatst in plaats van achter "u"? Volgens
Strong's Greek Dictionary verwijst het woord "paradijs"
(Gr. paradeisos - Strong's #3857) naar "het gedeelte
van Hades wat volgens de latere Joden werd bezien als de
verblijfplaats van de zielen van de godvruchtigen tot de
opstanding," waar Jezus zou gaan om na zijn dood te kunnen
prediken (1 Petr. 3:18-20, 1 Petr. 4:5, 6). Liet Lukas,
door dit woord te gebruiken in plaats van het Griekse woord
voor "hemel," niet zien dat Jezus niet verwees naar de hemel
toen hij deze bewering deed? Wanneer de vertaling van deze
zinsnede in Lukas 23:43 consistent was geweest met deze
zinsnede in alle andere verzen waarin het verschijnt (zie
concordantie) en de komma achter het woord "u" was geplaatst,
hoe zou het vers dan luiden? |
|
|
| Jezus mag dan dikwijls de uitdrukking
"voorwaar ik zeg u" hebben gebruikt, maar hij gebruikte
slechts éénmaal de uitdrukking "voorwaar ik zeg u heden."
De Vragensteller impliceert dat de NWV inconsistent is in
de punctuatie van die zinsnede, terwijl de waarheid is dat
Jezus die exacte zinsnede slechts bij één gelegenheid gebruikte.
De vragensteller lijkt of onwetend te zijn met betrekking
tot dit onderwerp of opzettelijk misleidend.
Met betrekking tot de kwestie van de komma: Er bestond
geen punctuatie in het origineel, dus is het aan de vertaler
om te bepalen hoe het het meest logisch is. Daar het te
maken heeft met de leerstellige zaken omtrent de natuur
van de ziel en de opstanding, hebben de NWV vertalers
de komma achter heden geplaatst, zodat er staat: "Voorwaar,
ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn."
Andere vertalingen plaatsen de komma echter achter "u,"
wat veroorzaakt dat de zin lijkt te zeggen dat Christus
de aan de paal gehangen kwaaddoener beloofde dat hij diezelfde
dag in het paradijs zou zijn. Welke vertaling is juist?
De NWV is correct omdat Christus simpelweg niet in het
paradijs kon zijn die dag, noch de dag erna, noch de dag
daar weer na. Jezus stierf die dag. En net zoals Jona
drie dagen lang in de buik van de grote vis was, was Jezus
evenzo gedeelten van drie dagen begraven in de aarde.
Sommige vertalingen zeggen zelfs dat Jezus in de hel was.
De meeste redelijke mensen zullen het waarschijnlijk met
elkaar eens zijn dat er een groot verschil bestaat tussen
paradijs en hel.
Daar Jezus de eerstegeborene uit de doden is, is het
onmogelijk dat de aan de paal gehangen kwaaddoener een
opstanding kreeg tot het paradijs voordat Christus weer
tot leven kwam. Jezus zei tevens dat "indien iemand
niet uit water en geest wordt geboren, kan hij het koninkrijk
Gods niet binnengaan." Dat betekent dat een persoon
gedoopt moet worden, niet alleen in water, maar in de
zalving van de heilige geest. De zalvende geest was echter
pas beschikbaar nadat Christus tot de hemel was
teruggekeerd. De waarheid is: de kwaaddoener is nog steeds
dood, wachtend op de stem van de Zoon des mensen die hem
tot leven zal roepen in het paradijs, net zoals Jezus
hem die dag beloofde.
Met betrekking tot de definitie in Strong's: Joodse
misvattingen aangaande het paradijs hebben geen invloed
op de wijze waarop de Bijbel de term gebruikt. In het
12de hoofdstuk van 2 Korinthiërs verwees Paulus bijvoorbeeld
naar het weggerukt worden naar hetgeen hij noemde de "derde
hemel" en "paradijs." In plaats van het paradijs in verband
te brengen met de hel, associëerde Paulus paradijs met
de hemel. De Joden konden het niet meer bij het verkeerde
eind hebben. Maar, ondanks dat steeg Christus op de dag
van zijn dood niet op naar enige derde hemel of geestelijk
paradijs.
|
|
| 60. Wat zijn de namen
van de mannen van het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité
die het oorspronkelijke Hebreeuws en Grieks hebben vertaald
in het Engels voor de NWV? Wat zijn hun geloofsbrieven die
hen zouden kwalificeren voor het maken van een Bijbelvertaling?
Waarom houdt het WTG de namen van deze personen achter zodat
niemand kan nagaan wat hun geloofsbrieven zijn? |
|
|
| Het Nieuwe Wereldvertaling Vertaal Comité
heeft de wens anoniem te blijven. Dat heeft niets te maken
met enig gebrek aan wetenschappelijke geloofsbrieven. Het
is eenvoudig de manier waarop het Wachttorengenootschap
werkt. En het is niet alleen de Nieuwe Wereldvertaling;
geen enkel recentelijk boek of tijdschriftenartikel bevat
de naam of namen van de auteurs ervan, behalve in het geval
van biografische artikelen. Trouwens, ook al zouden de vertalers
ongeletterde mensen zijn, een groot deel van de Bijbel is
geschreven door mannen die door God-hatende intellectuelen
uit die tijd werden bespot als ongeschoolde en gewone mannen.
Maar, wanneer de moderne vertaling van de Bijbel volledig
was toevertrouwd aan de vermeend geleerde mannen, was het
heilige woord van God zonder twijfel reeds lang geleden
gedegradeerd tot een supermarkt krantje. Vanuit Jehovah's
standpunt bezien is liefde voor de waarheid de voornaamste
kwalificatie voor het schrijven, vertalen of interpreteren
van zijn Woord. |
|
| 61. Openbaring 20:10
zegt: "En de Duivel...het wilde beest als de valse
profeet [reeds waren]; en zij zullen dag en nacht GEPIJNIGD
worden TOT IN ALLE EEUWIGHEID." Deze gebeurtenis zal
plaatsvinden na de 1000-jarige regering van Christus (Openb.
20:7). Waar zullen de Duivel, het wilde beest en de valse
profeet zijn om "dag en nacht gepijnigd te worden tot
in alle eeuwigheid?" Wat betekent het woord "gepijnigd"
volgens jou? Op soortgelijke wijze zegt Openbaring 14:9-11:
"...Indien IEMAND het wilde beest aanbidt...hij zal
GEPIJNIGD worden met vuur en zwavel...En de rook van hun
pijniging stijgt op TOT IN ALLE EEUWIGHEID..." Waar
kan "iemand" "tot in alle eeuwigheid gepijnigd
worden?" |
|
|
|
De lezer die tot op dit punt gekomen is, zou het patroon
moeten kunnen herkennen dat is ontstaan, waarbij de vragensteller
geneigd is om Bijbels symbolisme en beeldspraak letterlijk
te nemen.
Openbaring staat vol met symbolische vertegenwoordigingen
van zowel hemelse als aardse zaken. Als de vragensteller
veronderstelt dat het meer van vuur een letterlijk brandend
meer is, dan is het wilde beest dat samen met de Duivel
in het meer van vuur geworpen wordt ook letterlijk. Die
redenering verder volgend, moeten we dan verwachten dat
de Duivel op een gegeven moment als geheim wapen een gigantisch
zevenkoppig monster zal loslaten om de wereld te terroriseren;
een soort van amfibisch meerkoppige Godzilla? Zo ja, wellicht
wordt "Daniël" uit de Katholieke Apocrieve boeken dan
wel uit de mythologie geroepen om redding te brengen,
door wederom een van het vet druipende haarbal te voeren
aan het beest, zoals hij deed in het boeiende verhaal
over Bel
en de Draak!
Het sarcasme even verlatend, het vergt voor niemand
erg veel mentale kracht om te interpreteren wat het meer
van vuur symboliseert. De verlichtende engel die Johannes
de Openbaring gaf, interpreteerde zijn voorstelling ook,
door in Openbaring 20:14 te zeggen: "Dit betekent
de tweede dood: het meer van vuur." Of, als dat je
voorkeur heeft: "Dit is de tweede dood, het
meer van vuur."
Willen we begrijpen wat de tweede dood is, moeten we
eerst begrijpen wat de eerste dood is. De eerste
dood is de dood die we ondergaan als gevolg van overgeërfde
zonde. Door middel van Jezus' offer, heeft Jehovah echter
de basis verschaft om de angel van de dood weg te doen,
door middel van de opstanding. De Bijbel belooft dat de
zogenoemde Adamitische dood vernietigd zal worden, feitelijk
wordt de dood ook in het meer van vuur geworpen. Maar,
nadat de Adamitische zonde vernietigd is zullen sommige
personen die een opstanding in het paradijs hebben gekregen,
uiteindelijk een opstanding des oordeels ontvangen, zoals
Jezus het in Johannes 5:29 noemde. Dat betekent dat ze
als onwaardig zullen worden geoordeeld om verder
op aarde te leven. Zij zullen wederom sterven;
voor hen zal het letterlijk een tweede dood zijn.
Anders dan de eerste dood is de tweede niet het gevolg
van overgeërfde zonde, maar van opzettelijke rebellie
tegen God. De tweede dood is definitief. Dus, dat is wat
het meer van vuur betekent - eeuwige vernietiging.
Voor de Duivel en anderen is hun eerste dood
ook hun tweede dood; wat wederom definitieve vernietiging
betekent. In dat opzicht is Jehovah's oordeel over Satan
een eeuwigdurende straf. In die betekenis worden Satan
en zijn samenstel gemarteld, omdat ze van tevoren weten
dat ze voor altijd in volledige oneer herinnerd zullen
worden door God en alle overlevende schepselen.
Klik
hier voor de waarheid over de hel en het meer van
vuur.
|
|
| 62.
Daar het WTG op dit moment de meeste leerstellingen van
haar stichter, Charles Taze Russell (die van 1879-1916 president
van de organisatie was) heeft verworpen, en daar ze ook
"rechter" Joseph Franklin Rutherford verworpen
hebben, die Russell opvolgde als president van 1916-1942,
hoe kan je er dan zeker van zijn dat het WTG over 25 jaar
niet de huidige president, Milton Henschel (1992-nu) verwerpt,
zoals ze bij Russell en Rutherford hebben gedaan? Welk vertrouwen
kun je hebben in een organisatie die de stichter en eerste
twee presidenten uit de 63 eerste jaren van haar bestaan
verwerpt - meer dan 50% van de tijd dat ze bestaat? |
|
|
| Je hebt het volledig bij het verkeerde
eind. Russell heeft een solide leerstellig fundament gelegd,
wat tot op de dag van vandaag op zijn plaats ligt. |
|
| 63. In Johannes 20:28
verwijst Johannes in het Grieks naar Christus als "Ho kyrios
moy kai ho theos moy". Dit wordt letterlijk vertaald als
"de Heer van mij en DE God van mij". Waarom bevestigt Jezus
Thomas in Johannes 20:29 voor het komen tot dit besef? Als
Jezus in werkelijkheid niet de Heer en DE God van Thomas
was, waarom verbeterde Jezus hem dan niet voor óf het maken
van een verkeerde veronderstelling óf voor het uiten van
een godslasterlijke bewering? |
|
|
|
De reden dat Jezus Thomas niet verbeterde, is ongetwijfeld
omdat Jezus uit Thomas bewering niet begreep wat jij denkt
dat hij bedoelde. Een paar verzen verder wordt gezegd:
"Maar deze zijn opgetekend opdat gij moogt geloven
dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat
gij door te geloven leven moogt hebben door middel van
zijn naam."
Toen Johannes het verslag jaren later optekende, was
hij kennelijk ook niet in verwarring. De apostelen erkenden
Jezus als de Zoon van God. Ze stonden toen niet onder
Trinitarische misleiding. Veel hedendaagse lezers zien
echter de uitdrukking "Zoon van God," en hun
jaren lang door Trinitarische theologie geconditioneerde
geest zet die uitdrukking onwillekeurig om in "God
de Zoon."
Het is interessant dat Jezus dezelfde Griekse uitdrukking
gebruikte als Thomas toen hij met zijn laatste adem voor
zijn dood uitbracht: "De God van mij, de God van
mij, met wat laat gij mij achter"? (Vertaald:
"Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?)
De vraag is: Wanneer Thomas naar Jezus verwees toen hij
zei "De God van mij," naar wie verwees
Jezus dan als zijn God? De Trinitariër zal je waarschijnlijk
het onzinnige antwoord geven dat "God de Zoon,"
éénderde van de triade, sprak tegen de andere
tweederde van de zogenaamde Drieënige Godheid.
De meer redelijke uitleg is dat Thomas, overweldigd door
zijn verbazing over de realiteit van Christus' opstanding,
welke hij daarvoor ontkend had, bewogen werd een uiting
te doen om te bevestigen dat hij Jezus als zijn Heer erkende
en als vergetenwoordiger van Jehovah God.
|
|
| 64.
Daar het WTG "nieuw licht" heeft ontvangen aangaande
het geslacht van 1914 en hun zienswijze hierover volledig
veranderd heeft, betekent dit dat alle voormalige Getuigen
die jaren geleden uitgesloten zijn voor het hebben van dezelfde
gedachten die de organisatie nu zelf leert, automatisch
weer opgenomen worden in de broederschap? Werden deze ex-Getuigen
in feite uitgesloten voor wat nu als "de Waarheid"
wordt onderwezen? |
|
|
|
Ik heb nog nooit gehoord van iemand die voor zo'n onbeduidend
iets is uitgesloten - alhoewel het mogelijk is dat enkelen
uitgesloten zijn op grond van gerelateerde kwesties.
Naarmate de laatste jaren van het afgelopen millenium
naderden, werd er aangenomen dat het geslacht dat niet
voorbij zou gaan niet de in de Bijbel opgetekende 80 jaar
zou overschrijden, welke in de Bijbel als de dagen van
onze jaren beschreven wordt en past in de huidige gemiddelde
75-jarige levensduur. 1994 was het einde van de 80 jaar
vanaf 1914, dus werd het Wachttorengenootschap er door
omstandigheden toe gedwongen met een verklaring te komen.
Voordat die 80 jaar voorbij waren gegaan, kon niemand
met zekerheid zeggen dat het geslacht niet betekende wat
het Genootschap aannam dat het betekende.
Natuurlijk moet het laatste hoofdstuk hier nog over geschreven
worden.
|
|
| 65.
Als er 144.000 met geest gezalfde mensen zijn die een hemelse
hoop hebben en een grote schare van mensen die een andere
hoop hebben van eeuwig leven op een paradijs aarde, waarom
zegt Paulus dan dat er slechts ÉÉN hoop is
(Efeziërs 4:4), in plaats van twee? Evenzo, wanneer
er slechts één lichaam van mensen is dat naar
de hemel zal gaan en een ander compleet verschillend lichaam
van mensen voor eeuwig in het paradijs op aarde zullen leven,
waarom zegt Paulus dan dat een ieder die gedoopt wordt,
gedoopt wordt in "EEN lichaam" (1 Kor. 12:13)?
Wat betekenen de woorden "allen" en "één"
volgens jou? |
|
|
|
Paulus sprak specifiek over het lichaam van Christus,
wat de 144.000 is. Het volledige vers luidt: "Eén
lichaam is er en één geest, zoals gij ook
werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen;
één Heer, één geloof, één
doop; één God en Vader van allen, die boven
allen en door allen en in allen is."
In Efeziërs 1:10 verwijst Paulus echter naar God
die alle dingen op de aarde alsook de dingen in de hemel
weer bijeen vergadert en beide groepen onderwerpt aan
Christus. Daar wordt gesproken over degenen die geen deel
uitmaken van het lichaam van Christus, maar de hoop hebben
op eeuwig leven op aarde.
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent het
feit dat enkelen van de mensheid een hemelse hoop hebben
en anderen de hoop op het voor eeuwig leven in een paradijs
op aarde.
|
|
| 66. Openbaring 7:11
zegt dat "voor de troon" in de hemel is waar "alle engelen
stonden". Openbaring 14:2, 3 zegt: "En ik hoorde een geluid
uit de hemel…En zij zingen als het ware een nieuw lied vóór
de troon…" Openbaring 7:9 zegt: "…zie! een grote schare…STAANDE
VOOR DE TROON…" Openbaring 7:14, 15 zegt: "…Dezen zijn het
die uit de grote verdrukking komen…Daarom zijn zij VOOR
DE TROON van God…" Daarom, als "voor de troon" in de hemel
betekent (Openb. 7:11, 14:2, 3) en de "grote schare" "voor
de troon" is (Openb. 7:9, 7:14, 15), waar bevindt de grote
schare zich dan? Waar zegt Openb. 19:1 dat de grote schare
zal zijn? |
|
|
| Voor God of voor de troon zijn, betekent
niet altijd in de hemel te zijn. In Lukas 21:36 moedigde
Jezus zijn volgelingen bijvoorbeeld aan God te smeken "dat
gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die
stellig gaan geschieden, en te staan voor het aangezicht
van de Zoon des mensen." In die context betekent "staan
voor de Zoon des mensen" eenvoudig het ontvangen van
een gunstig oordeel.
Een ander voorbeeld kan worden gevonden in Exodus 16:9,
waar staat: "Voorts zei Mozes tot Aäron: "Zeg tot de
gehele vergadering van de zonen van Israël: 'Nadert voor
Jehovah, want hij heeft uw murmureringen gehoord.'""
Het is natuurlijk duidelijk dat het gehele Israëlische
kamp niet naar de hemel werd opgeheven om "voor Jehovah
te naderen."
In Numeri 5:30 zegt de wet dat een vrouw die beschuldigd
werd van ontrouw "voor het aangezicht van Jehovah"
moest staan, zodat God haar als schuldig of onschuldig
kon oordelen.
De Hebreeën drukten zichzelf uit in letterlijke termen,
net zoals vele vroegere personen. En veel van die uitdrukkingen
staan in de Bijbel. Maar dat betekent niet dat we een
letterlijke uitdrukking ook altijd letterlijk moeten opvatten.
Dat de grote schare voor de troon staat betekent eenvoudig
dat zij een gunstig oordeel van Gods troon van Oordeel
ontvangen.
Openbaring 19:1 luidt: "Na deze dingen hoorde ik
iets dat was als een luide stem van een grote schare
in de hemel. Zij zeiden: "Looft Jah! De redding en de
heerlijkheid en de kracht behoren aan onze God, want zijn
oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.""
De uitdrukking "grote schare," of grote menigte
zoals sommige vertalingen het verwoorden, verwijst niet
altijd naar de specifieke "grote schare" die in Openb.
7:9 wordt genoemd. Het evangelieverslag zegt bijvoorbeeld
dat er bij één gelegenheid een grote schare van
mensen Jezus volgde. In dezelfde gedachtegang is de grote
schare uit Openbaring 19:1 kennelijk een menigte engelen
en niet dezelfde grote schare die als komend uit de grote
verdrukking wordt beschreven.
Het is interessant dat bij de gelegenheid van Jezus'
geboorte een grote schare engelen aan de herders verscheen
en God lof toezong terwijl ze in het midden van de hemel
zweefden. De Groot Nieuws Bijbel verwoordt dat verslag
als volgt: "En ineens was er bij de engel een hele
menigte andere engelen uit de hemel, die allemaal
God loofden." En de Leidsche Vertaling luidt: "En
plotseling was bij den engel een schare van het
hemelse heirleger, die God prees." (Lukas 2:13). Het
is dus niet zonder precedent dat Openbaring 19:1 naar
een grote menigte van engelen verwijst die God loven.
Wanneer we hierover verder redeneren, de grote schare
van 19:1 wordt in het 3de vers beschreven waarbij ze "Hallelujah"
roepen. Letterlijk betekent die uitdrukking: "Looft
Jah, gij volk!" Wanneer de gehele mensheid
uiteindelijk tot de hemel wordt opgewekt, zoals velen
verkeerd veronderstellen, waarom geeft de grote schare
in de hemel het volk dan het gebod Jah te loven?
Verder, als de aarde onbevolkt zou zijn na Gods oordeel,
waarom zegt Openbaring 20:7-9 dan dat Satan aan het eind
van Christus' duizendjarige regering vrijgelaten wordt
uit de afgrond om een aanval op de heiligen te doen die
aan de vier hoeken van de aarde zijn? Wie leven
er dan op aarde wanneer iedereen in de hemel zou zijn?
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Gods
voornemen om een grote schare het einde van de wereld
te laten overleven en letterlijk de aarde te beërven.
Voor meer, klik
hier.
|
|
| 67. Als de hel niet
bestaat, wat is dan het "eeuwige vuur" (Matth.
18:8, Matth. 25:41 en Judas 7) waarin mensen geworpen kunnen
worden? Als vuur een symbool van vernietiging is, wat is
dan het schriftuurlijke bewijs om dit te ondersteunen? Evenzo,
Jezus spreekt over de "vuuroven" en zegt "Daar
zullen [zij] wenen en knarsetanden" Matth. 13:42, 13:50).
Als de hel niet bestaat, waar is dan de "vuuroven"
waar zij zullen "wenen en knarsetanden"? Als de
"vuuroven" slechts symbool staat voor volledige
vernietiging waarin een persoon compleet niet meer bestaat
en geen bewustzijn meer heeft, hoe kunnen ze dan wenen en
knarsetanden? |
|
|
| De Bijbel zegt niet dat de hel een plaats
van eeuwig vuur is. Elk geïnformeerd persoon weet dat "hel"
in dat specifieke vers een verkeerde vertaling is van het
Griekse woord Gehenna. Gehenna is niet hetzelfde
als hades of Sjeool. Gehenna
was een vuilnishoop die zich buiten de muren van Jeruzalem
bevond. Ze hielden het vuur brandend met gebruik van zwavel
zodat het afval zou verbranden. Soms werden de overblijfselen
van criminelen, waarvan men vond dat ze geen fatsoenlijke
begrafenis verdienden, op de hoop gegooid. Jezus gebruikte
die toen welbekende plek als een symbool voor Gods
oordeel van eeuwige dood. Daarom zei Jezus dat de made en
het vuur niet zouden sterven. In Openbaring heeft het meer
van vuur dezelfde betekenis als Gehenna.
Wat betreft het schriftuurlijke bewijs dat vuur een
symbool is van vernietiging, Hebreeën 12:29 zegt: "Want
onze God is ook een verterend vuur." Personen met
redeneringsvermogen kunnen begrijpen dat Paulus bedoelde
dat God een vernietiger is van degenen die hij veroordeelt.
2 Thessalonicenzen 1:7 zegt tevens duidelijk dat Christus'
oordeel komt als een vuur met als doel degenen die tegenwerken
eeuwig te vernietigen. Daar wordt niet gezinspeeld op
eeuwig leven in pijniging voor degenen die veroordeeld
zijn. "Verlichting te zamen met ons bij de openbaring
van de Heer Jezus vanuit de hemel met zijn krachtige engelen,
in een vlammend vuur, wanneer hij wraak oefent
over hen die God niet kennen en over hen die het goede
nieuws omtrent onze Heer Jezus niet gehoorzamen. Dezen
zullen de gerechtelijke straf van eeuwige vernietiging
ondergaan, ver van het aangezicht van de Heer en van de
heerlijkheid van zijn sterkte."
Wat betreft de uitdrukking "daar zullen zij wenen
en knarsetanden," oplettende lezers zullen opmerken
dat de vuuroven gebruikt wordt in de context van een illustratie
met betrekking tot het verbranden van op onkruid gelijkende
nep-Christenen. Dus, wat is verbranden? Het onkruid wordt
verbrand. Het is een illustratie! Jezus gebruikte
de uitdrukking "wenen en knarsetanden" ongeveer
zes maal. Op andere plaatsen dan in de context van de
illustratie van het tarwe en het onkruid, verbond Jezus
wenen en knarsetanden aan buiten Jehovah's organisatie
geplaatst worden. In Mattheüs 25:30 zei Jezus bijvoorbeeld:
"En werpt de onnutte slaaf in de duisternis buiten.
Daar zal hij wenen en knarsetanden."
In plaats van in een ondoofbaar onderaardse inferno
te worden geworpen, zoals de niet onderwezenen zich indenken,
geeft bovenstaande tekst aan dat het wenen en knarsetanden
plaatsvind in het mensenrijk als gevolg van Christus'
oordeel.
|
|
| 68. Het WTG beweert:
"Net als de eerste christelijke gemeenschap - In de
religieuze publikatie "Interpretation" werd in
juli 1956 gezegd: "In hun organisatie en getuigeniswerk
benaderen zij [Jehovah's Getuigen] de eerste christelijke
gemeenschap dichter dan welke groep maar ook..." -
Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, blz.
234. En op blz. 677 van hetzelfde boek verschijnt een onderkopje
getiteld "Als de vroege christenen". Bidden Jehovah's
Getuigen het "Onze Vader" (Matth. 6:9-13), breken
ze dikwijls samen brood (Eucharistieviering) (Hand. 2:42,
1 Kor. 10:16, 17, 1 Kor. 11:26-27), komen ze Zondags samen
om brood te breken (Hand. 20:7), bevestigen ze de Heilige
Geest door handen op te leggen (Hand. 8:15-17, 19:5, 6,
Hebr. 6:2, 2 Tim. 1:6), ordineren (aanstellen) ze priesters
(ouderlingen) door middel van het opleggen van handen Hand.
6:5-6, 13:2-3), bidden ze tot Jezus (Matth. 11:28, Hand.
7:59-60, 1 Kor. 16:22-23, Openb. 22:20), zalven ze de zieken
met olie (Mark. 6:12-13, Jak. 5:14), knielen ze neer om
te bidden (Hand. 9:40, 20:36, 21:5, Luk. 22:41), beschouwen
ze zichzelf als getuigen van Christus (Hand. 1:8, 10:39,
13:31), hebben ze diaken (1 Tim. 3:8, 10, 12), gebruiken
ze altaren (1 Kor. 10:18-21, Hebr. 13:10), vasten ze (Matth.
6:16-18), geloven ze dat er redding is in niemand anders
dan Jezus Christus (Hand. 4:10-12), vieren ze Pinksteren
(Hand. 2:1, 20:16, 1 Kor. 16:8), hebben ze speciale personen
die zorgen voor weduwen en wezen (Hand. 6:1-4, Jak. 1:27),
drinken ze bij gelegenheid wijn (1 Tim. 5:23)? Zo niet,
hoe kunnen Jehovah's Getuigen zichzelf dan beschouwen als
de vroegere Christelijke gemeente? Daar het woord "Jehovah"
niet voorkomt in het oorspronkelijke Nieuwe Testament en
niet verscheen tot aan het eind van de 12de eeuw (Zie Hulp
tot Begrip van de Bijbel, blz. 884, 885), waardoor duidelijk
wordt dat de eerste eeuwse Christelijke gemeenschap niet
naar zichzelf verwezen kunnen hebben met die naam, hoe kan
het WTG dan als de vroegere Christelijke gemeenschap zijn
wanneer ze zichzelf "Jehovah's Getuigen" noemen? |
|
|
| Als kort antwoord op deze nogal vreemde
en uitgebreide vraag: Met betrekking tot het zogenoemde
"Onze Vader Gebed," in het voorgaande vers zei Jezus ons
specifiek niet elke keer dezelfde woorden te zeggen
in gebed. Maar, is dat niet precies wat Katholieken wordt
geleerd? Jezus herhaalde echter geen gebeden aan God en
Jehovah's Getuigen ook niet.
Sommige van de gebruiken en praktijken van de vroegere
Christenen waren slechts cultureel; het opleggen van handen
en het gebruik van zalvende olie was toen heel gebruikelijk.
Andere zaken echter, zoals het drinken van wijn of een
speciale houding aannemen wanneer men bidt, zijn persoonlijke
zaken. En ja, Jehovah's Getuigen hebben "diaken", die
we dienaren in de bediening noemen. We eten jaarlijks
het Avondmaal des Heren op de dag van Jezus' dood. En
wanneer er behoeftige weduwen en wezen in onze gemeenten
aanwezig zijn, worden er regelingen getroffen om voor
hen te zorgen.
Met betrekking tot de naam Jehovah's Getuigen: die aanduiding
is genomen uit een profetie in het 43ste hoofdstuk van
Jesaja, waar staat: "Ikzelf heb het aangekondigd en
heb gered en heb het doen horen, toen er geen vreemde
god onder u was. Daarom zijt gij mijn getuigen," is de
uitspraak van Jehovah, "en ik ben God. Ook ben ik altijd
Dezelfde; en er is niemand die bevrijding uit míjn hand
bewerkt. Ik zal handelen, en wie kan ze afwenden?"
Zoals wordt gezegd heeft de profetie relevantie voor
de tijd waarin Jehovah God zal "handelen" en voor
bevrijding voor zijn dienstknechten zal zorgen. Dus, ondanks
dat de 1ste Eeuwse Christenen slechts in naam als Jehovah's
getuigen dienden, was de profetie niet van toepassing
op Jehovah's dienstknechten uit die tijd.
|
|
| 69. Als de naam Jehovah
zo belangrijk is, waarom wordt hij dan nooit gebruikt in
het hele Nieuwe Testament en waarom komt hij niet voor in
de oudste Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament
of in de eerste Bijbel, de 5de eeuwse Latijnse Vulgaat?
Als mensen de persoonlijke naam van God, "YHWH,"
geschrapt hebben toen ze het Nieuwe Testament overschreven,
zoals enkel het WTG beweert, aldus het geschreven woord
van God veranderend, hoe kunnen we dan vertrouwen hebben
in IETS van het Nieuwe Testament? Moeten we het Nieuwe Testament
of het WTG als onbetrouwbaar verwerpen? Daar Jezus de Vader
nooit met "Jehovah" aansprak en daar hij leerde
dat we God als "Vader" kunnen aanspreken (Matth.
6:8-18, Mark. 14:36, enz.), betekent dit dan niet dat de
term "Jehovah" niet de enige uitdrukking is waarmee
we God kunnen aanspreken? Waarom volgen Getuigen het voorbeeld
van Jezus niet en spreken ze God aan met "Vader"
in plaats van "Jehovah"? Daar het woord "Jehovah"
niet verscheen tot zeker de 12de eeuw, waarbij het dus onmogelijk
is dat de eerste eeuwse Christenen deze term voor God gebruikte,
waarom blijven Jehovah's Getuigen dan stug die naam gebruiken?
Daar deze naam afkomstig is van een verkeerde afleiding
van het tetragrammaton "YHWH", zou "Yahweh",
dat door veel Christenen wordt gebruikt en ook in enkele
Bijbels, niet een veel nauwkeurigere naam zijn om te gebruiken? |
|
|
| De naam van Jehovah komt niet voor in
het NT omdat hij kennelijk verwijderd is door latere afschrijvers.
Dat wordt duidelijk uit het feit dat Jezus en de apostelen
dikwijls citeerden uit de Hebreeuwse tekst waar het YHWH
in voorkwam. Toen Jezus bijvoorbeeld driemaal door de Duivel
werd verzocht, citeerde Jezus in elk antwoord de Joodse
Wet waarin het YHWH voorkwam. Het zou niet te begrijpen
zijn dat Jezus, terwijl hij deze teksten waarin het YHWH
stond citeerde, nooit de naam van zijn Vader zou hebben
uitgesproken.
Dat Jehovah-haters altijd getracht hebben de heilige
Naam van God uit te wissen of te verbergen, ondermijnt
niet ons vertrouwen in Gods Woord. We weten dat de Joodse
schriftgeleerden een bijgeloof ontwikkelden dat hen verbood
de Naam uit te spreken. Evenzo hebben moderne vertalers
toegegeven aan hun bevooroordeeldheid door het YHWH
uit de Hebreeuwse tekst te vervangen met HEER.
Het moet geen verrassing zijn dat de vroegere NT afschrijvers
evenzo bedrogen zijn door de Duivel en beïnvloed zijn
om Gods naam te verwijderen en hem te vervangen door HEER.
Wat betreft de naam Yahweh, de Nederlandse taal
bestond niet in Bijbelse tijden. Daarom werden woorden
als Jeremia en Jezus niet op dezelfde wijze
gespeld of uitgesproken als nu in het Nederlands. Maar,
we spreken en lezen wel Nederlands.
In ieder geval kunnen we er vrijwel zeker van zijn dat
het YHWH oorspronkelijk in drie lettergrepen werd
uitgesproken. Yah-weh heeft slechts twee lettergrepen
en is geen ware weerspiegeling van het oorspronkelijke
Hebreeuwse woord. Het is een gevolg van het feit dat Hebreeuws
alleen met gebruik van medeklinkers en zonder klinkers
geschreven werd, ongeveer gelijk aan onze hedendaagse
manier van afkorten, waarbij de Hebreeuwse lezer de juiste
klinkers zelf aanvulde om het woord te completeren. Al
het Hebreeuws werd zo geschreven en niet slechts het zogenoemde
Tetragrammaton - YHWH. Klaarblijkelijk bestaat
er echter geen controverse over de correcte spelling en
uitspraak van honderden Hebreeuwse eigennamen in de Bijbel.
Veel Hebreeuwse namen bevatten een gedeelte van Gods persoonlijke
naam als een voorvoegsel of achtervoegsel. Een paar voorbeelden
van hoe de eerste twee lettergrepen van de Goddelijke
naam als voorvoegsel worden gebruikt zijn: Je-ho-ram,
Je-ho-as, Je-ho-sua, Je-ho-nadhav,
Je-ho-iakim, Je-ho-jarib, Je-ho-jada,
Je-ho-jaqim, Je-ho-chanan, Je-ho-sjafat,
Je-ho-nathan and Je-ho-ahaz.
Gezien het feit dat de Hebreeuwse "Y" in het Nederlands
met "J" wordt vertaald, suggereert het algemeen voorkomende
"Je-ho" als voorvoegsel sterk dat YHWH normaliter
werd uitgesproken in drie lettergrepen en dat de middelste
klinker, verbonden aan de "H," een "O" was, waardoor de
"H" een ho klank kreeg - zoals in Je-ho-vah. Of,
wanneer de Hebreeuwse vorm je voorkeur heeft: Ye-ho-wah.
Terwijl we voor de precieze uitspraak wellicht op een
toekomstige onthulling vanuit de hemel moeten wachten,
is het Wachttorengenootschap volledig gerechtvaardigd
in haar gebruik van de algemeen geaccepteerde naam van
Jehovah. Voor meer over het gebruik van de naam
van Jehovah, klik
hier.
|
|
| 70. Als Jezus terechtgesteld
is aan een martelpaal, met beide handen bij elkaar boven
zijn hoofd, zoals alleen het WTG leert, waarom zegt Johannes
20:25 dan: "
als ik niet in zijn handen het teken
van de spijkerS zie
," daar dit aangeeft dat er
meer dan één spijker is gebruikt voor zijn
handen? Zouden er geen twee spijkers gebruikt zijn wanneer
Christus werd gekruisigd, terwijl er slechts één
spijker gebruikt zou zijn wanneer hij terechtgesteld zou
zijn aan een rechtop staande paal? |
|
|
| De oorspronkelijke Griekse woorden die
in de Bijbel worden gebruikt, stauros en xylon,
betekenen respectievelijk paal en boom. Er
bestaat geen enkele twijfel over hun betekenis. Griekse
lexicons geven als primaire betekenis van stauros
paal, niet kruis. Verder is de Nieuwe Wereldvertaling niet
de enige Bijbel die boom gebruikt in plaats van kruis.
De King James en zelfs de populaire N[ew] I[nternational]
V[ersion] vertalen xylon in Handelingen 5:30 met
het woord boom.
Er zijn ook oude platen en beelden gevonden die laten
zien dat mannen aan rechtop staande palen hangen die in
de grond staan zonder dwarsbalken Er bestaan geen
bewijzen dat kruizen werden gebruikt als middel tot executie.
Het gebruik van het kruis als een heidens
religieus symbool is echter vele eeuwen ouder dan
het Christendom en werd pas later door de Katholieke Kerk
aangenomen als een symbool van het Christendom. Ons gebruik
van het woord martelpaal om het middel waarmee
Christus werd terechtgesteld te beschrijven, is niet gebaseerd
op het aantal spijkers die wellicht gebruikt zijn om hem
eraan vast te nagelen. Trouwens, voor Pinksteren deden
de apostelen veel beweringen die enkel als ongeïnspireerd
kunnen worden beschreven.
|
|
| 71. Kunnen Jehovah's
Getuigen openlijk meningen die verschillen van de orthodoxe
WTG leerstellingen hebben en bediscussiëren met andere
Getuigen? Zo nee, waarom niet? Moedigt het WTG mensen die
geen Getuigen zijn aan hun eigen religie te onderzoeken?
Zo ja, waarom ontmoedigt het Getuigen dan om in alle eerlijkheid
de leerstellingen van het WTG te onderzoeken? Als het WTG
werkelijk "de Waarheid" onderwijst, wat hebben
ze dan te vrezen van een eerlijk onderzoek? |
|
|
|
Nee. Maar, Jehovah's Getuigen zijn nauwelijks uniek in
dat opzicht. De meeste religies staan niet veel ruimte
toe voor een andere mening. Dat deden de apostelen trouwens
ook niet. Paulus schreef aan Timotheüs om "zekere personen
[te] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht
te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters,
die ten slotte nergens op uitlopen, maar die eerder vragen
ter navorsing verschaffen dan dat er iets door God wordt
uitgedeeld in verband met geloof."
Paulus was nog stelliger bij het schrijven aan Titus,
door te zeggen: "Het is noodzakelijk hun de mond
te snoeren, daar juist deze personen voortdurend hele
huisgezinnen ondersteboven keren door ter wille van oneerlijke
winst dingen te onderwijzen die zij niet behoren te onderwijzen."
|
|
| 72.
In Openbaring 22:12, 13 zegt Jezus Christus, degene die
"vlug komt," van zichzelf: "Ik ben de Alfa en de Ómega,
de eerste en de laatste, het begin en het einde." In Openbaring
1:17, 18 verwijst Jezus, degene die "een dode [werd], maar
zie! ik leef tot in alle eeuwigheid," naar zichzelf als
de eerste en de laatste. Openbaring 21:6 zegt het volgende
sprekend over God: "…Ik ben de Alfa en de Ómega, het begin
en het einde." In Jesaja 44:6 en Jesaja 48:12 wordt ook
naar God verwezen als de "eerste" en de "laatste." Hoe kan
dit, daar er volgens de definitie van die woorden slechts
één eerste en één laatste kan zijn? |
|
|
|
Zoals in eerdere antwoorden werd aangetoond, delen Jehovah
en Jezus bepaalde titels, ondanks dat er subtiele verschillen
bestaan. Alfa en Omega, het Griekse equivalent
van het Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende
titel die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende
redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat
hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft
gehad. En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid
en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven,
maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn
eerstgeboren en eniggeboren Zoon.
Als zijnde de eerstgeborene Zoon van heel de Schepping
is Jezus uniek onder al Gods zonen, doordat hij het eerste
en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen
door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door
bemiddeling van de Zoon. Dat is ook de reden waarom
Jezus de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd. Jezus
is ook het eerste schepsel dat een opstanding uit de dood
heeft gekregen tot onsterfelijkheid. Daarom noemt de Bijbel
hem de "eerstgeborene uit de doden." In Kolossenzen
1:18 zegt Paulus het volgende over Christus: "Hij is
het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in
alle dingen de eerste zou worden." Het volgende
vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in alle
dingen de eerste te maken.
Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie
overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook.
Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.
|
|
| 73.
Als het WTG beweert dat ze niet "geïnspireerd" zijn, maar
wel naar zichzelf verwijst als "Gods door de geest geleide
Profeet," wat is dan het verschil? Bestaat er zoiets als
een ongeïnspireerde profeet? Waarom zou iemand deel willen
uitmaken van een religieuze organisatie die beweert dat
hun leerstellingen NIET geïnspireerd zijn? |
|
|
|
We moeten aannemen dat de vragensteller niet de nuances
begrijpt aangaande wat het betekent door Gods geest geleid
te worden - in tegenstelling met door de geest geïnspireerd
te worden om te profeteren. Ter illustratie: 1 Petrus
3:18 zegt dat Jezus stierf "om u tot God te leiden."
Betekent het volgen van Christus' leiding echter dat zijn
volgelingen geïnspireerd zijn om zonder fouten Gods boodschap
te spreken, zoals de Bijbelschrijvers dat waren? Geen
enkel redelijk persoon zou zo'n conclusie trekken.
In Openbaring 19:10 wordt ons door een engel gezegd
dat "het getuigenis afleggen omtrent Jezus tot profeteren
inspireert." Maar, betekent dit dat Christelijke evangelisten
geïnspireerd zijn in de zin dat ze de mogelijkheid bezitten
profetische uitspraken te doen zoals Jeremia of Jesaja,
of één van de andere profeten? Nee, dat is in het geheel
niet wat het betekent. Het betekent dat wanneer we over
Christus spreken, we van nature de vele profetieën van
de Bijbel aanhalen omtrent Christus. Jehovah's Getuigen
leggen getuigenis af omtrent Christus door Jehovah's koninkrijk
aan te kondigen. En onze Christelijke getuigenis is onlosmakelijk
verbonden met Bijbelse profetieën. Daar we de Bijbelse
patronen en profetieën vervullen en in de voetstappen
van de oorspronkelijke Christenen treden, dienen we in
dat opzicht als profeten. Maar, we worden niet geïnspireerd
om aankondigingen te doen die verschillen van hetgeen
reeds opgetekend staat in de geïnspireerde Schriften.
|
|
| 74.
Als de grote schare eeuwig leven op een paradijsAARDE zal
krijgen, waarom zegt 1 Thess. 4:17 dan: "…wij, de levenden,
die overblijven, te zamen met hen in wolken worden weggerukt,
DE HEER TEGEMOET IN DE LUCHT; en aldus zullen wij altijd
met de Heer zijn"? |
|
|
|
Het voorgaande vers zegt: "zij die dood zijn in
eendracht met Christus zullen eerst opstaan."
De uitdrukking "in eendracht met Christus" verwijst
specifiek naar degenen die wedergeboren zonen van God
zijn; oftewel geestelijke broeders van Christus. Zij ontvangen
datgene wat de Bijbel de eerste opstanding noemt.
Het spreekt voor zich dat wanneer er een eerste opstanding
is, er daarna ook een tweede opstanding moet zijn. En,
inderdaad zei Jezus dat een ieder in de herinneringsgraven
uiteindelijk zijn stem zullen horen en terug zullen keren
tot het land der levenden. Daar Paulus in eendracht met
Christus was, bedoelde hij toen hij zei: "wij, de
levenden," niet eenvoudig iedereen die toen in leven
was, maar in plaats daarvan specifiek degenen die in eendracht
met Christus zijn.
|
|
| 75.
Naar wie verwijst Mattheüs in Mattheüs 1:23 die de naam
heeft gekregen die betekent "Met Ons is God"? |
|
|
|
En moeten we nu veronderstellen dat dat betekent dat
Jezus God was? Hoe kunnen we dan het feit verklaren dat
de Bijbel eenvoudig zegt dat niemand God ooit heeft gezien?
De Lutherse vertaling zegt: "Niemand heeft ooit God
gezien: de eengeboren Zoon, die in des Vaders schoot is,
die heeft hem ons verkondigd."
De uitdrukking "met ons is God" zou ons niet in verwarring
moeten brengen. Het is feitelijk een heel algemeen iets
om iemand Gods zegen te wensen door zoiets te zeggen als
'Moge God met je zijn.' Het Spaanse woord om gedag te
zeggen, "adios," betekent letterlijk 'ga met God.'
Geen enkel helder persoon verwart zo iemand met God zelf.
Er kon van Jehovah worden gezegd dat hij in de persoon
van Jezus met de Joden was, omdat alles wat Jezus deed
in vertegenwoordiging van zijn Vader was. Hebreeën 1:3
zegt zelfs dat Jezus de "nauwkeurige afdruk" van
de Vader was. Een afdruk is niet hetzelfde als het origineel,
maar een nauwkeurige afdruk is zo goed als
het origineel. Daarom zei Jezus dat "wie mij heeft
gezien, heeft ook de Vader gezien," omdat hij in alle
opzichten net als Jehovah was - 'een aardje naar zijn
vaartje' - zoals de uitdrukking zegt.
|
|
| 76.
Met betrekking tot Jesaja 14:9-17: wanneer er geen bewustzijn
is na de dood, hoe kan Sjeool dan "…in beroering komen ten
einde u bij uw aankomst tegemoet te gaan…" (vers 9), hoe
kunnen de zielen in Sjeool "…aanheffen en tot u zeggen…"
(vers 10, 11), hoe kunnen de zielen in Sjeool "die u zien,
zullen u zelfs aanstaren; zij zullen u zelfs goed bekijken
[en zeggen:] 'Is dit de man'…" (vers 16, 17) en hoe zou
je je er bewust van kunnen zijn dat dit gebeurt? |
|
|
|
De vragensteller verkeert in de luxe positie om vragen
te stellen zonder te hoeven antwoorden.
Maar, hier is een vraag voor jou: Als het meer van vuur
een letterlijke plaats van helse, eeuwige marteling is,
zoals je aanneemt, hoe kan het dan dat de onderaardse
verblijfplaats van de dode koningen van de aarde vergeleken
wordt met een rustbed van maden en wormen? Worden de koningen
gepijnigd in onblusbare vlammen of rotten ze weg in wormenland,
wat is het? Verder, wanneer je de beeldspraak van lijken
die de koning van Baylon welkom heten letterlijk neemt,
moet je ook het 13de vers letterlijk nemen waar wordt
beschreven dat de hoogmoedige koning zichzelf boven de
sterren van God zelf verheft. Kun je uitleggen hoe de
vroegere koning van Babylon het klaarblijkelijk voor elkaar
kreeg interstellair te reizen?
|
|
| 77. Hebreeën
3:1 verwijst naar "heilige broeders, deelgenoten van de
hemelse roeping." In Markus 3:35 zegt Jezus: "Al wie de
wil van God doet, die is mijn broer…" Volgens de Bijbel
is daarom een ieder die de wil van God doet een broeder
van Christus en een deelnemer aan de hemelse roeping. Hoe
kan dit daar het Wachttorengenootschap leert dat enkel 144.000
personen naar de hemel gaan? |
|
|
| Volgens de gehele Bijbel, en niet
slechts een geïsoleerde zinsnede, zijn de broeders van Christus
tevens zonen van God en medeërfgenamen met Christus
voor een koninkrijk. De Bijbel noemt de broeders van Christus
de heiligen. Daniël onthult dat het Jehovah's voornemen
is de heiligen een aandeel te geven in de hemelse koninkrijksregering
van de Messias. Openbaring wijst erop dat er slechts 144.000
uitverkoren zijn om met Christus te regeren. Maar, anderen
die Christus aannemen, zullen uiteindelijk ook als kinderen
van God worden aangenomen. Zij zullen voor altijd op de
aarde leven. |
|
| 78. Hebreeën
11:16 spreekt over enkele getrouwe personen in het Oude
Testament (Abel, Noach, Abraham, enz.) en zegt: "Maar nu
trachten zij een betere [plaats] te verkrijgen, namelijk
een die tot de hemel behoort…" en "…hun God te worden aangeroepen,
want hij heeft een stad voor hen gereedgemaakt." De voetnoot
bij het woord "stad" verwijst naar het HEMELSE Jeruzalem
uit Hebreeën 12:22 en Openbaring 21:2. Hoe kan dit daar
het Wachttorengenootschap leert dat de enige personen die
naar de hemel gaan de 144.00 met de geest gezalfden zijn
die geleefd hebben nadat Christus gestorven is? |
|
|
| Het antwoord is: Gods symbolische hemelse
stad daalt neer tot hen - zij stijgen er niet
naar op. Daarom bestaat één van de laatste beschrijvingen
in de Bijbel uit een afschildering van de geweldige stad
van het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt
tot de aarde. "Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe
Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, toebereid
als een bruid die zich voor haar man versierd heeft."
(Openbaring 21:2) |
|
| 79. In Lukas 24:36-39
en Johannes 20:26, 27 liet Jezus zijn dicipelen de wonden
in zijn lichaam zien als bewijs van zijn opstanding. Als
Jezus' lichaam door God was vernietigd na zijn dood, hoe
kon Jezus zijn dicipelen dan zijn eigen lichaam met de wonden
in zijn handen, voeten en zij laten zien? In Lukas 24:39
zegt Jezus: "Ziet MIJN handen en MIJN voeten, dat IK
HET ZELF ben; betast mij en ziet, want een GEEST HEEFT GEEN
VLEES EN BEENDEREN, zoals gij aanschouwt dat ik heb."
Als Jezus werkelijk zonder lichaam was opgewekt in de geest,
zoals het WTG leert, waarom zou hij dan trachten zijn dicipelen
te misleiden door ze te laten denken dat hij was opgewekt
in zijn echte lichaam met "vlees en beenderen"?
Betekent "levend worden gemaakt IN de geest" (1
Petrus 3:18) werkelijk hetzelfde als "opgewekt worden
ALS een geest"? Zie Rom. 8:11. |
|
|
| De Bijbel zegt duidelijk dat Jezus in
het vlees ter dood is gebracht, maar levend gemaakt is in
de geest. Sommige vertalingen vertalen dat vers helaas verkeerd
door te zeggen dat Jezus levend gemaakt werd "door
de geest" in plaats van "in de geest." Door de context
zou duidelijk moeten zijn dat Petrus Jezus' vleselijke bestaan
contrasteerde met zijn geestelijke bestaan na zijn opstanding.
Het vers zegt verder dat Jezus in die staat (in de
geest) "is heengegaan en heeft gepredikt tot de geesten
in de gevangenis." Ongeacht wat jij denkt dat die geesten
in de gevangenis vertegenwoordigen, het moet duidelijk
zijn dat Jezus geest moest zijn om een boodschap aan die
geesten af te leveren.
De apostelen konden toen echter niet de hemelse, geestelijke
natuur van Gods koninkrijk begrijpen. Ze dachten in fysieke
termen - net als vele zogenaamde hedendaagse interpreteerders
van de Bijbel.
De apostelen zouden nooit begrepen hebben dat Jezus
naar de hemel was gegaan, tenzij hij zich eerst voor hen
materialiseerde, zichzelf ommantelend met vlees om hen
ervan te overtuigen dat hij leefde en daarna in hun zicht
op te stijgen naar de hemel. Lang nadat Jezus teruggekeerd
was naar de hemel verscheen hij echter aan Paulus. In
die ontmoeting was Jezus absoluut niet menselijk. Hij
was een geest, glansrijker als de zon. Paulus was zelfs
drie dagen blind als gevolg van de ontmoeting die hij
met Christus had op de weg naar Damaskus.
Jezus verscheen na zijn opstanding bij vele gelegenheden
aan zijn dicipelen. Elke keer verscheen hij in een ander
lichaam, dat niet werd herkend door de dicipelen. Elke
keer moesten de dicipelen Christus herkennen door het
hetgeen hij zei in plaats van zijn aangezicht. Jehovah
dwong hen in geestelijke termen te denken in plaats van
vleselijke. De enige uitzondering was toen Jezus verscheen
waarbij hij de wonden van zijn executie droeg, wat specifiek
werd gedaan om Thomas te confronteren, die daarvoor had
gezegd dat hij het bewijs van Christus' opstanding nooit
zou geloven, tenzij hij persoonlijk zijn wonden had gevoeld.
|
|
| 80. Hoe kunnen Abraham,
Isaak en Jakob in Lukas 20:37, 38 "allen voor hem (God)
leven," daar zij allemaal honderden jaren voordat Jezus
dit zei gestorven zijn? Als de WTG leerstelling dat een
onsterfelijke ziel niet voortleeft na de dood van het lichaam
correct is en er geen bewustzijn is na de dood, hoe kunnen
Mozes en Elia dan niet enkel verschijnen aan Petrus, Jakobus
en Johannes, maar ook werkelijk met Jezus spreken (Matth.
17:3)? Evenzo zegt Jezus in Joh. 8:56: "Abraham, uw
vader, verheugde zich zeer over het vooruitzicht mijn dag
te zien, en HIJ HEEFT HEM GEZIEN EN ZICH VERHEUGD."
Daar Abraham honderden jaren voordat Jezus dit zei stierf,
hoe kon Jezus dan zeggen dat Abraham "hem gezien heeft
en zich verheugd heeft," wanneer er geen bewustzijn
bestaat na de dood? |
|
|
| Lukas 20:37-38 zegt niet dat Abraham,
Isaäk en Jakob in leven zijn. Jezus zei dat de doden "voor
hem allen leven." Jezus zei dat om te wijzen op de zekerheid
van de opstanding, dat die mannen voor Jehovah zo goed als
levend zijn, omdat ze leven in Gods herinnering ondanks
dat ze in werkelijkheid dood zijn. Maar, wanneer de tijd
gekomen is voor Christus om de opstanding uit te voeren,
zal het zijn alsof ze nooit gestorven zijn. In die zin "leven
zij allen voor hem."
Wat betreft je verkeerde aanname dat Mozes en Elia echt
waren toen ze in de transfiguratie verschenen aan Christus,
dat waren ze niet. Het was een visioen. Hoe weten
we dat het een visioen was? Dat zei Jezus. In Mattheüs
17:9 lezen we: "En onder het afdalen van de berg gebood
Jezus hun en zei: "Vertelt het visioen aan niemand
voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt.""
Wat betekent het woord "visioen" volgens jou?
Wat betreft Abraham die Christus' dag "zag": Abraham
"zag" Christus' dag doordat hij de vervulling van Gods
belofte om een zoon voort te brengen meemaakte. Zoals
je weet beloofde Jehovah aan Abraham dat Sara een zoon
zou baren, ondanks dat ze de leeftijd waarop ze kinderen
zou kunnen krijgen reeds lang gepasseerd was. Maar, God
hield zijn woord en gaf hem op wonderbaarlijke wijze Isaäk.
Jezus' geboorte was evenzo een wonder van God. Het was
daarom dezelfde wonderbaarlijk werkende God die Jezus
voortbracht, die eerst de geboorte van Isaäk veroorzaakte.
In die betekenis zag Abraham Christus' dag in dat hij
verheuging had in de wonderbaarlijke geboorte van de erfgenaam
van Christus.
En niet alleen dat, maar Abraham "zag" Christus' dag
door te trachten zijn eniggeboren zoon van Sara te offeren.
In dat opzicht zei Paulus dat Abraham een profetisch drama
opvoerde, wat een duidelijke voorafschaduwing was van
Jehovah die zijn eniggeboren Zoon offerde.
|
|
| 81.
Als de ziel sterft wanneer het lichaam sterft, hoe kunnen
de "zielen" uit Openbaring 6:9-11, die "geslacht"
waren (m.a.w.: gedood), dan "met een luide stem"
uitroepen: 'Tot wanneer, Soevereine Heer
"? |
|
|
|
Dit zijn vragen die ontstaan in een geest die metaforen
niet kan begrijpen. Hoe moeten we Genesis 4:10 begrijpen,
waar God tot Kaïn zei nadat hij zijn broer had vermoord:
"Luister! Het bloed van uw broer roept luid tot mij
van de aardbodem." Moeten we veronderstellen dat de
rode bloedcellen capaciteiten bezitten waar we niet vanaf
weten of dat bloed in stilte met God kan communiceren?
Is het redelijkerwijs niet een eenvoudige beschrijvende
manier om te zeggen dat Abels vergoten bloed vereiste
dat God recht sprak ik zijn zaak door zijn moord te wreken?
Daar dat duidelijk het geval is, Openbaring 6:9 gebruikt
zo'n zelfde soort zinspeling om te symboliseren hoe Jehovah
uiteindelijk de dood van zijn gezalfde zonen in de oorlog
van Armageddon zal wreken.
|
|
| 82. In Mattheüs
28:19 zegt Jezus zijn dicipelen om "mensen uit alle
natiën
in de naam van de Vader en van de Zoon
en van de heilige geest" te dopen. Waarom zouden de
dicipelen geïnstrueerd worden te dopen in de naam van
iemand of iets dat geen God is? Volgen Jehovah's Getuigen
het gebod van Jezus en dopen ze "in de naam van de
Vader en van de Zoon en van de heilige geest"? |
|
|
| Enkelen van Jezus' vroegere volgelingen
werden gedoopt in de doop van Johannes. Betekent dit dat
Johannes de Doper de Vader, Zoon en geest aan elkaar gelijk
stelt? Natuurlijk zien degenen die verzonken zijn in het
dogma van de Drieëenheid de woorden Vader, Zoon en geest
in dezelfde zin en denken ze in een reflex "Drieëenheid."
Personen met onderscheidingsvermogen realiseren zich echter
dat enkel het feit dat die woorden in hetzelfde vers voorkomen
de één geenzins gelijk stelt aan de ander.
Jehovah's Getuigen dopen "in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de heilige geest" door onder autoriteit
en opzicht van Jehovah, Jezus en de heilige geest te handelen.
|
|
| 83. Als de menselijke
ziel de persoon IS, hoe kan de ziel dan uitgaan uit iemands
lichaam (Gen. 35:18) of terugkeren in iemands lichaam (1
Koningen 17:21)? Evenzo, wat zou er in Lukas 12:4-5 overblijven
van een gedood persoon dat in Gehenna geworpen zou kunnen
worden? |
|
|
| "Ziel" betekent niet altijd de individuele
persoon. Afhankelijk van de context kan het ook het leven
dat een persoon bezit betekenen. Wanneer de ziel van een
persoon dus "uitgaat," sterven ze. Wanneer het terugkeert
in hen, is dit een andere manier om te zeggen dat de persoon
herleefde na bijna dood te zijn geweest. Strong's
Lexicon, waarnaar de vragensteller graag verwijst, somt
diverse betekenissen op voor het woord dat over het algemeen
wordt vertaald met ziel. Één van de hoofdbetekenissen
van het Hebreeuwse woord nephesh is een "ademer."
Wanneer een persoon dus stopt met ademen, gaat zijn ziel
van hem uit. |
|
| 84. Efez. 4:4 zegt
dat er EEN geest is. 1 Kor. 3:16 zegt over het volk van
Gods tempel dat Gods geest in hen woont en Rom. 8:9 zegt
dat degenen die in overeenstemming zijn met de geest, de
geest van God in zich hebben wonen. Wanneer dit allemaal
waar is en er slechts EEN geest is, wie of wat is dan de
geest van Christus (Fil. 1:19, Gal. 4:6, Rom. 8:9)? In Gal.
4:6, hoe is het mogelijk dat de geest van Christus in ons
hart kan komen? Hoe is het mogelijk dat de geest van CHRISTUS
in iemand kan wonen? Hoe kan een persoon Gods geest in zich
hebben wonen (Rom. 8:9), maar ook Christus' geest hebben
(Rom. 8:9), wanneer er slechts EEN geest is, tenzij God
en Jezus één en dezelfde zijn? |
|
|
| Wederom denkt de vragensteller zich kennelijk
in dat algemene woorden niet meerdere betekenisnuances kunnen
hebben. Terwijl de Schrift zegt dat er slechts "één geest"
is, betekent dit dat er één enkele verenigende kracht is
die onder gelovigen werkt. Het hebben van Christus' geest
betekent dat elke gelovige het gedrag en de persoonlijkheid
van Christus weerspiegelt. Natuurlijk werkt Jezus Jehovah's
heilige geest die werkt door middel van de gemeenten van
God niet tegen. In dat opzicht is er slechts één geest aan
het werk. |
|
| 85. In Johannes 6:51
zegt Jezus dat een persoon "van dit brood" moet eten om
"eeuwig te leven," en "het brood dat ik zal geven IS mijn
vlees." Als Jezus enkel symbolisch sprak, waarom ageerden
de Joden dan tegen deze leerstelling (Joh. 6:52), en waarom
legde Jezus hen niet uit dat hij enkel symbolisch sprak,
in plaats van zichzelf VIJF maal te herhalen door elke keer
vrijwel hetzelfde te zeggen (Joh. 6:53, 54, 56, 57, 58)?
Als Jezus hier enkel symbolisch sprak, waarom gebruikt Johannes
in vers 54, 56, 57 en 58 dan het Griekse woord "trogo" (Strong's
#5176) wat "eten, nuttigen" betekent? Kan "eten of nuttigen"
symbolisch genomen worden? Als Jezus enkel symbolisch sprak
in deze passage en nadat zijn eigen dicipelen bezwaar hadden
op deze leerstellingen (Joh. 6:60), waarom stond hij dan
toe dat "vele dicipelen" weggingen (Joh. 6:66) in plaats
van hen terug te roepen en alles duidelijk te maken, zoals
hij bij andere gelegenheden met andere moeilijke kwesties
had gedaan (zie Joh. 3:1-15, Matth. 16:5-12, 19:23-26)?
Tot slot, als Jezus enkel symbolisch sprak in deze passage
(Joh. 6:51-58) en in werkelijkheid bedoelde dat ze enkel
hoefden te geloven, waarom verlieten zovelen dicipelen hem
dan als gevolg van deze leerstelling, terwijl hen reeds
gezegd was dat ze moesten "geloven" (Joh. 5:24) en we geen
dicipel zien die hem verliet nadat Jezus dit zei? Eet jij
het vlees van Christus, zoals Jezus opdroeg, om zodoende
leven in jezelf te hebben (Joh. 6:54) en om voor eeuwig
te leven (Joh. 6:58)? Zie Lukas 22:19. |
|
|
| De vragensteller heeft het volledig bij
het verkeerde eind. Jezus zei heel duidelijk dat
hij in symbolische, geestelijke termen sprak. In het 63ste
vers legde Jezus uit: "De woorden die ik tot u heb gesproken,
zijn geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen
onder u, die niet geloven."
Jezus stond het zijn dicipelen toe weg te gaan, omdat
ze niet zijn ware dicipelen waren en dat bewezen ze door
hun struikeling over zijn leerstellingen. De Bijbel is
op zo'n manier geschreven dat het vrijwel onmogelijk is
hem te begrijpen, tenzij God het wil.
|
|
| 86. Als Jezus niet
God is, waarom zou hij de Joden dan misleid hebben door
zichzelf "gelijk aan God" te maken in Joh. 5:17-18? |
|
|
| Wederom heeft de vragensteller het volledig
bij het verkeerde eind. Jezus heeft nooit beweerd gelijk
te zijn aan God. Dat was een beschuldiging die de moord-ademende
Joden inbrachten tegen Christus. Jezus had hen reeds gezegd
dat ze leugenaars waren en dat ze de wil van hun geestelijke
vader - de Duivel - deden. Het zei hen ook dat ze noch hem
noch de Vader kenden. Jezus corrigeerde hen door hen te
zeggen dat hij Gods Zoon was - niet Gods gelijke.
Het is opmerkenswaardig dat Trinitariërs dezelfde redenaties
als de Joden gebruiken om Jezus tot Jehovah te maken.
Zou dat zo zijn omdat de waarheids-verdraaiende invloed
van de Duivel nog even aanwezig is als in Jezus' dagen?
|
|
| 87. Als enkel 144.000
met de geest gezalfde personen "wedergeboren" zijn, waarom
zegt de Bijbel in 1 Joh. 5:1 dan: "EEN IEDER die gelooft
dat Jezus de Christus is, IS UIT GOD GEBOREN"? Wat betekenen
de woorden "een ieder" volgens jou? In tegenstelling daarmee,
waar in de Bijbel wordt er gezegd dat slechts 144.000 personen
"wedergeboren" zullen worden? Evenzo, als enkel 144.000
met de geest gezalfde personen "uit God geboren" zijn, waarom
zegt de Bijbel dan dat "EEN IEDER die liefheeft UIT GOD
GEBOREN is" (1 Joh. 4:7)? Geloven niet alle Christenen dat
Jezus de Christus is en hebben zij niet allen lief? Nogmaals,
wat betekenen de woorden "een ieder" volgens jou? Evenzo,
als slechts 144.000 met de geest gezalfde personen "verzegeld
worden met de heilige geest," waarom zegt de Bijbel in Efez.
1:13 dan dat een Christen nadat hij heeft "geloofd" "met
de beloofde heilige geest verzegeld" werd? Moet dit niet
van toepassing zijn op alle Christenen daar alle Christenen
"geloven" dat Jezus de Christus is? Als toevoeging, Rom.
8:14 zegt: "ALLEN die door Gods geest worden geleid, zijn
Gods zonen." Geloven Jehovah's Getuigen dat ze worden geleid
door Gods geest? Zo ja, zijn zij dan niet evenzo "Gods zonen"
volgens Rom. 8:14? |
|
|
| Hier is een definitie uit een
woordenboek van het woord ieder zoals gebruikt
in "een ieder": Omvat zonder uitzondering elke
en alle leden van een groep.
Een ieder betekent in de context van 1 Johannes
5:1 alle wedergeboren zonen van God, zonder uitzondering.
Het voorgaande vers maakt duidelijk dat een ieder
die enkel beweert God te dienen, maar zijn broeder haat
een leugenaar is. Het moge dus duidelijk zijn dat een
ieder niet altijd een ieder betekent. In Mattheüs
7:21 zegt Jezus: "Niet een ieder die tot mij
zegt: 'Heer, Heer', zal het koninkrijk der hemelen binnengaan."
Wat betekent de uitdrukking "niet een ieder"
volgens jou?
|
|
| 88. In Joh. 5:39-40
zegt Jezus: "Gij ONDERZOEKT DE SCHRIFTEN, omdat gij
denkt dat gij door middel daarvan eeuwig leven zult hebben
... En toch wilt gij niet TOT MIJ KOMEN opdat gij leven
moogt hebben." Jehovah's Getuigen "onderzoeken"
ook voortdurend "de schriften," maar komen zij
rechtstreeks tot Jezus zoals dat zou moeten (Matth. 11:28,
Joh. 5:40)? "Komen" Getuigen tot Jezus door rechtstreeks
tot hem te bidden? Zo niet, zijn de Getuigen dan niet precies
hetzelfde als de personen waarover Jezus sprak in Joh. 5:39-40? |
|
|
| Dat is een zeer zwakke redenatie. Jezus
zei dat niemand tot hem kan komen tenzij de Vader, die hem
gezonden heeft, hen trekt. Het moge duidelijk zijn dat Jehovah
niemand tot zijn Zoon zal trekken die zo blind is dat de
persoon Jezus met Jehovah verwart. Aan de andere kant zijn
degenen die de waarheid over Jehovah en Jezus onderwijzen
degenen die tot Christus gekomen zijn en door hem omtrent
zijn Vader onderwezen zijn. |
|
| 89. In Matth. 4:10
heeft Jezus klaarblijkelijk de autoriteit om Satan te bestraffen
en dat doet hij dan ook. Judas 9 zegt: "Toen de aartsengel
Michaël echter een geschil had met de Duivel ... durfde
hij niet een oordeel tegen hem uit te brengen, maar zei:
"Jehovah bestraffe u."" Als Jezus de Aartsengel
Michaël is, waarom weigerde Michaël Satan dan
te bestraffen in Judas 9, terwijl hij dit wel deed in Matth.
4:10? |
|
|
| We zouden kunnen vermoeden dat de vragensteller
hier opzettelijk misleidend is. Door Judas 9 slechts gedeeltelijk
te citeren, zou de lezer tot de verkeerde conclusie geleid
kunnen worden dat Michaël de Duivel bij die gelegenheid
niet bestrafte. Dat is echter niet het geval. Het vers zegt
dat Michaël "niet in beschimpende bewoordingen
een oordeel tegen hem [durfde] uit te brengen." Michaël
bestrafte de Duivel wel degelijk door te zeggen: "Jehovah
bestraffe u." Het punt is dat Michaël de Duivel niet
bijtend beschuldigde uit respect voor Jehovah. Niet alleen
de NWV vertaalt Judas 9 op die wijze. De NBG zegt: "Maar
Michael, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in
twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk
oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe
u!" |
|
| 90. In Luk. 4:12
vertaalt de NWV het Griekse woord "kyrios" (Gr.
"heer") met "Jehovah," waardoor het
vers luidt: "Gij moogt Jehovah, uw God, niet op de
proef stellen." Zie Grieks-Engelse Interlinear. Waarom
is "kyrios" in dit vers met "Jehovah"
vertaald? Beproefde de duivel Jehovah of Jezus in Luk. 4:9-11?
Evenzo wordt in Matth. 3:3, Mark. 1:3 en Joh. 1:23 het Griekse
woord "kyrios" met "Jehovah" vertaald.
Bereidde Johannes de Doper de weg voor Jehovah of voor Jezus
(vergelijk Jes. 40:3)? Zie Joh. 1:25-31. Daar het Griekse
woord "kyrios" (Strong's #2962) in deze verzen
duidelijk verwijzen naar Jezus en wanneer dit woord in deze
verzen juist vertaald zou zijn met "heer," wat
zouden deze verzen dan zeggen over de natuur van Christus? |
|
|
| Jezus Christus citeerde uit Deuteronomium
6:16 waar in de Canisiusvertaling staat: "Stelt Jahweh,
uw God, niet op de proef, zoals gij Hem te Massa op de proef
hebt gesteld." Zoals bekend hebben hedendaagse vertalingen
de Goddelijke naam verwijderd en die vervangen door het
algemene "HEER" in plaats van
Gods onderscheidende, persoonlijke naam te gebruiken. Het
is echter ondenkbaar dat Jezus niet de persoonlijke naam
van zijn Vader heeft gebruikt toen hij rechtstreeks citeerde
uit de Hebreeuwse tekst waarin hij stond. De NWV gebruikt
de Goddelijke naam dus waar dat passend is.
De vragensteller begrijpt het vers in kwestie kennelijk
niet eens. Jezus zei niet dat de Duivel God beproefde.
De Duivel trachtte Jezus te verlokken om God op
de proef te stellen. De Duivel wist dat Jezus niet God
was. Hij zei tot hem: "Indien gij een zoon van God
zijt, werp u dan van hier naar beneden." De Duivel
citeerde verder de Psalm die zegt dat God zijn engelen
zou zenden om hem te redden. Jezus zei dus dat hij onder
de Wet stond die de Joden verbood om Jehovah te beproeven.
In plaats dat dit de leugen ondersteunt dat Jezus God
is, bewijst de tekst feitelijk dat Jezus een God-vrezend
man was die zijn God - Jehovah - niet wilde mishagen.
|
|
| 91. Joh. 5:23 luidt:
"opdat allen de Zoon zouden eren EVENALS zij de Vader
eren..." Als Jezus niet God is, waarom vereist de Bijbel
dan dat alle mensen de Zoon evenals de Vader moeten eren? |
|
|
| Het eenvoudige antwoord is: Omdat het
Jehovah's Wil is dat de gehele schepping zijn Zoon eert.
In de voorgaande verzen zei Jezus dat hij niet één ding
uit zichzelf kon doen, maar dat hij deed wat hij deed
in navolging van zijn Vader. Dat betekent dat Jezus limitaties
heeft, doordat hij door zijn liefde voor Jehovah begrensd
wordt om altijd de Wil van zijn Vader te doen en niet
zijn eigen wil. In het 20ste vers zei Jezus dat de Vader
genegenheid voor de Zoon heeft en hem alle dingen laat
zien die hij doet. Hij zei verder dat de Vader hem in
de toekomst zelfs nog grotere dingen zal laten zien. Wederom
laat dit zien dat Jezus afhankelijk is van God om hem
te verlichten.
Het zou duidelijk moeten zijn, in ieder geval voor de
redenerende geest, dat Jehovah de onderwijzer is en dat
Jezus de leerling is. Jezus is een unieke zoon van God
doordat Jehovah "hem alle dingen [laat] zien
die hijzelf doet." Daarom kon Jezus een volmaakte
vertegenwoordiger van God zijn.
Naast dat ze godlasterend is, maakt de Drieëenheid de
speciale vader/zoon relatie die bestaat tussen Jehovah
en Jezus tot een aanfluiting. Volgens de Bijbel heeft
Jehovah Jezus lief en heeft Jezus Jehovah lief. Volgens
de Drieëenheid houdt God enkel van zichzelf en zegent
hij zichzelf op allerlei manieren. Wat een volslagen nonsens!
|
|
| 92. Als Jezus en
Jehovah niet één God zijn, waarom is volgens
de NWV "Jehovah" dan de naam die redding brengt
(Hand. 2:21), maar zegt Hand. 4:10-12 dat ALLEEN de naam
van Jezus redding brengt ("...want er is onder de hemel
GEEN ANDERE NAAM die onder de mensen is gegeven waardoor
wij gered moeten worden.")? |
|
|
| Jehovah heeft geen andere naam
dan Jezus gegeven. De naam Jezus betekent letterlijk "Jehovah
is redding." Jezus' eigen naam vergroot in werkelijkheid
dus Gods eigen naam. Jezus zei dat "God de wereld zozeer
heeft liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven."
Met andere woorden, Jehovah heeft de voorziening tot redding
getroffen door Jezus te offeren. Dat is de wijze waarop
Jehovah ons de naam van Jezus gegeven heeft. |
|
| 93. Als de ziel het
lichaam is, waarom maakt Johannes in 3 Joh. 2 dan een onderscheid
tussen de "voorspoed" van Gajus' lichaam vanwege
een goede gezondheid en de "voorspoed" van zijn
ziel en waarom maakt Paulus in Hand. 20:10 onderscheid tussen
een persoon en hun ziel door te zeggen: "Houdt ermee
op misbaar te maken, want zijn ziel is IN hem." |
|
|
| Jehovah's Getuigen leren niet dat het
lichaam de ziel is. De ziel is de persoon. Ook wordt ziel
in de Bijbel gebruikt in verwijzing naar het leven dat een
persoon heeft als een ziel. Toen Paulus dus zei dat
de ziel in hem was, bedoelde hij dat de persoon leefde.
|
|
| 94. Het WTG leert
dat Jezus de eerste en grootste schepping van God is. Als
Jezus de Aartsengel Michaël was voordat hij mens werd,
waarom verwijst Daniël 10:13 dan naar Michaël
als "EEN van de voornaamste vorsten," daarmee
suggererend dat hij gelijk was aan andere engelen? Als Christus
de Aartsengel Michaël was voor zijn incarnatie, vervolgens
Jezus werd, vervolgens na zijn dood weer veranderde in de
Aartsengel Michaël, waarom zegt Hebr 13:8 dan dat "Jezus
Christus gisteren en heden en in eeuwigheid DEZELFDE is"?
Hoe kan Jezus "dezelfde" zijn wanneer hij veranderde
van Michaël in Jezus en vervolgens weer terug in Michaël? |
|
|
| Dit is een in elkaar geknutseld dilemma.
Ter illustratie: de vragensteller zou de vraag moeten herformuleren
tot: Hoe kan Jezus dezelfde zijn wanneer hij veranderde
van God-de-God in God-de-mens en vervolgens weer terug in
God-de-God, daar dat de suggestie is die wordt gewekt door
zulke alsmaar herhaalde vragen die op één of andere manier
zouden moeten "bewijzen" dat Jezus God is.
De Bijbel zegt dat Christus bestond in Gods gedaante,
volgens Jezus is God een geest. Jezus ledigde zichzelf
van zijn hemelse heerlijkheid en geestelijke gedaante
toen hij een mens werd. Voordat Christus terugkeerde naar
de hemel vroeg Jezus Jehovah om hem de heerlijkheid die
hij voorheen had terug te geven. We laten het aan de vragensteller
over om te achterhalen hoe Jezus gisteren en vandaag dezelfde
is, terwijl hij duidelijk enkele radicale veranderingen
in natuur heeft doorgemaakt.
Wat betreft de vraag waarom Michaël een van de voornaamste
vorsten wordt genoemd: Jezus is de Zoon van Jehovah. Jehovah
heeft vele andere hemelse zonen. Een vorst is een zoon
van een koning. Jezus is enkel één van de vele vorstelijke
zonen van Jehovah. Michaël kan terecht één van de voornaamste
vorsten worden genoemd voordat hij naar de aarde
kwam, omdat het op dat moment eenvoudig niet Gods tijd
was zijn speciale zoon en vorst bekend te maken.
|
|
| 95. Rom. 10:12 zegt:
"...want over allen is een en dezelfde Heer (Jezus
- vers 9), die rijk is jegens allen die hem AANROEPEN."
Wanneer er niet tot Jezus gebeden mag worden, waarom zegt
Paulus dan dat degenen die "hem aanroepen" rijk
zullen zijn? Evenzo zegt Paulus in 1 Kor. 1:2: "...samen
met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus,
hun Heer en de onze, AANROEPEN" en in 2 Tim. 2:22 zegt
hij: "...maar streef naar rechtvaardigheid, geloof,
liefde, vrede, samen met hen die DE HEER AANROEPEN uit een
rein hart." Als Christenen niet tot Jezus zouden moeten
bidden, waarom "riepen" de vroegere Christenen
hem dan "aan"? Hoe kan een persoon Jezus aanroepen
zonder tot hem te bidden? |
|
|
| Het antwoord ligt in het beantwoorden
van de volgende vraag: Tot wie bad Jezus?
De Trinitariër kan enkel met het nonsens antwoord op
de proppen komen dat Jezus tot zichzelf bad. De Bijbel
zegt echter dat Jezus Jehovah aanriep. Het echte probleem
heeft te maken met de sluwe wijze waarop de aanbidding
van God subtiel veranderd en vervangen is door de aanbidding
van heiligen, engelen, de moeder van Jezus en Jezus zelf.
Dit is de centrale kwestie: Christenen dienen het leven
en voorbeeld van Jezus Christus te volgen. De vraag is:
Wie aanbad Jezus? Wanneer we die vraag juist kunnen beantwoorden,
zijn we bekend met hetgeen Paulus het grootse heilige
geheim aangaande Godvruchtige toewijding noemde. Was Christus
echter toegewijd aan zichzelf? Aanbad hij zichzelf? Was
hij zijn eigen God? Indien dat het geval is, zouden we
door zijn voorbeeld te volgen egocentrische narcisten
worden. Toch? Het is passend zulke vragen te stellen,
omdat de leerstelling van de Drieëenheid de religie die
Jezus predikte tot een complete aanfluiting heeft gemaakt.
Ja, dat klopt, Jezus had een religie. Hij aanbad Degene
die hij specifiek "mijn God" noemde.
Wat was Jezus' religie?
Het zou niet onbekend moeten zijn voor ons welke religie
Jezus praktiseerde. Hij was een Jood. En als een getrouwe
Jood aanbad hij Jehovah God. Jezus zei zoiets tegen de
Samaritaanse vrouw bij de bron, toen hij haar in het 4de
hoofdstuk van Johannes het volgende zei: "Gijlieden
aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij
kennen, want redding is uit de joden." Toen Jezus
het voornaamwoord "wij" gebruikte door te zeggen "wij
aanbidden wat wij kennen," rekende Jezus zichzelf
ook tot een aanbidder van Jehovah.
Jezus citeerde tevens de Joodse Wet toen hij op de proef
werd gesteld door de Duivel om een daad van valse aanbidding
te verrichten en hij zei tot Satan: "Jehovah, uw God,
moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten."
Als een volmaakte man onder het Wetsverbond gehoorzaamde
Jezus die wet van Israëls God en verrichtte hij onberispelijk
dienst voor Jehovah.
De Bijbel meldt ons zelfs dat Jezus zichzelf neerwierp
voor Degene die hij "de enige ware God" noemde,
zijn God en zijn Vader. In het verslag van
de Hof van Gethsémané wordt over Jezus gezegd: "En
nadat hij een eindje verder was gegaan, viel hij op
zijn aangezicht, terwijl hij bad en zei: "Mijn Vader,
indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan.
Doch niet zoals ik wil, maar zoals gij wilt.""
De daad van het op zijn aangezicht vallen is de Hebreeuwse
manier om te zeggen dat een persoon zichzelf neerwerpt
in een daad van aanbiddende hulde. Alleen iemand die erop
uit is zichzelf te misleiden, zal beweren dat Jezus geen
daad van aanbidding deed voor de Levende God Jehovah.
In het 5de hoofdstuk van Hebreeën zei Paulus zelfs dat
Jezus God vreesde en daarom luisterde God naar
zijn beden en smekingen. The Contemporary English Version
zegt in Hebreeën 5:7 het volgende over Christus: "Hij
aanbad God werkelijk, en God luisterde naar zijn
gebeden."
De Schrift is duidelijk: Jezus aanbad Jehovah.
Elke lering die het tegengestelde beweert is een duivelse
leugen. In erkenning van de onvergankelijke toewijding
van zijn zoon voor hem, heeft Jehovah echter uitgevaardigd
dat alle schepselen in hemel en op aarde moeten buigen
voor Jezus en hem moeten eren zoals zij de Vader eren.
Daarom geeft de profetische Psalm de volgende raad: "Dient
Jehovah met vrees en weest blij met beving. Kust de
zoon, opdat Hij niet vertoornd wordt."
Onze aanbidding van de Zoon is echter niet tot uitzondering
van Jehovah God. Daarom maakt de NWV het subtiele onderscheid
tussen aanbidding en hulde brengen. Jezus zelf zou nooit
zijn goedkeuring geven aan het ontvangen van aanbidding
ten koste van Jehovah. De Schrift zegt zelfs dat Christus'
rol als Koning uiteindelijk zal ophouden en dat alle eer
die aan hem gegeven is uiteindelijk zal terugkeren naar
God. Dat is hetgeen Paulus voorzei in 1 Korinthiërs 15:27-28,
waar staat: "Want God "heeft alle dingen onder zijn
voeten onderworpen". Maar wanneer hij zegt dat 'alle dingen
onderworpen zijn', is het duidelijk dat dit met uitzondering
is van degene die alle dingen aan hem onderwierp. Wanneer
echter alle dingen aan hem onderworpen zullen zijn, dan
zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die alle
dingen aan hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen."
Als de verheerlijkte Christus Jezus, tot wie elke knie
in hemel en op aarde zich uiteindelijk in onderworpenheid
zal buigen, zelf als het ware zijn knie buigt,
door zich te onderwerpen aan God, is het niet alleen duidelijk
dat Jezus God aanbidt, maar ook dat de aanbidding die
aan Christus gegeven wordt niet absoluut is.
Jehovah's Getuigen eren de Vader en de Zoon, niet door
hen samen te voegen in dezelfde persoonlijkheid van een
onbegrijpelijke, mystieke, drieënige godheid, maar door
Christus te eren en zijn voorbeeld te volgen, eren we
de God die Jezus verwekte en hem als onze Koning en Redder
aanstelde.
|
|
| 96. Als de hel niet
bestaat, maar eenvoudig een complete vernietiging van de
persoon is waar geen bewustzijn is, waarom zegt Jezus in
Mark. 14:21 dan dat het voor Judas beter zou zijn geweest
als hij nooit geboren was? |
|
|
| Jezus verwees naar Judas als de "zoon
der vernietiging." Wat betekent het woord "vernietiging"
volgens jou? Het zou beter zijn geweest voor Judas om nooit
geboren te zijn, omdat hij voor altijd bekend zal staan
als de goddeloze dwaas die de Zoon van God verraadde. Hoeveel
ouders hebben hun kind tenslotte Judas genoemd? |
|
| 97. Amos 4:11 zegt:
"Ik heb een omkering onder ulieden teweeggebracht,
als Gods omkering van Sodom en Gomorra. En gij werdt toen
als een uit [de] brand gerukt houtblok; maar gij zijt niet
tot mij teruggekeerd', is de uitspraak van Jehovah."
Als de Drieëenheid niet bestaat, hoe kan Jehovah, die
aan het woord is in dit vers, dan verwijzen naar een andere
persoon dan God ("...als GODS omkering van Sodom...")? |
|
|
| Jehovah verwijst eenvoudigweg naar zichzelf
in wat bekend staat als de derde persoon. Dat moet je niet
verwarren met de ingebeelde derde persoon van de Drieëenheid.
|
|
| 98. Als Jezus Christus
de Aartsengel Michaël is, hoe kan Matth. 25:31 dan
zeggen: "Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn
in zijn heerlijkheid, en ALLE engelen met hem,..."
Daar de Aartsengel Michaël zeker bij "alle engelen"
inbegrepen zou zijn, is het mogelijk dat Jezus terug kan
komen met zichzelf? Evenzo, als Jezus voor zijn geboorte
de Aartsengel Michaël was, hoe leg je dan Hebr. 1:13
uit waar staat: "Maar met betrekking tot wie van de
ENGELEN heeft hij OOIT GEZEGD: "Zit aan mijn rechterhand,
totdat ik uw vijanden tot een voetbank voor uw voeten stel"?"
Als toevoeging, als Jezus bij zijn opstanding de Aartsengel
Michaël werd, waarom verwijst dan geen enkele schrijver
van het Nieuwe Testament met de naam "Michaël"
naar de opgestane Christus? Kun je één vers
aanwijzen, ééntje maar, waar wordt gezegd
dat Jezus en Michaël dezelfde zijn? |
|
|
| In antwoord op de eerste vraag, de uitdrukking
"aartsengel" betekent hoofdengel. Het 12de hoofdstuk van
Openbaring beschrijft dat de Aartsengel Michaël al Gods
hemelse zonen, engelen, in oorlog tegen de Duivel en zijn
engelen leidt. Een vraag die redenerende personen zich uiteraard
stellen is: Waar bevindt Christus zich in dat plaatje?
Op een andere plaats in de schrift wordt Michaël, of een
niet bij name genoemde engel, beschreven waarbij hij handelingen
verricht die het exclusieve voorrecht van Christus zijn.
Een serie visioenen in Daniël geeft bijvoorbeeld de opeenvolging
van wereldmachten weer die leidt tot de oprichting van Jehovah's
hemelse koninkrijk. Daniël 2:44 voorzegt dat Gods koninkrijk
de menselijke koninkrijken zal overwinnen. Het 7de hoofdstuk
van Daniël onthult dat het koninkrijk wordt gegeven aan
iemand die de Mensenzoon wordt genoemd en aan de heiligen.
In het 8ste hoofdstuk wordt het koninkrijk gegeven aan iemand
die de Vorst der vorsten wordt genoemd en aan de heiligen.
In het laatste hoofdstuk wordt de koning van het noorden
verslagen door Michaël die opstaat om Gods volk te verdedigen.
Door deze parallelle profetieën is het duidelijk dat de
mensenzoon, de Vorst der vorsten en Michaël één en dezelfde
zijn - Jezus Christus.
Wat betreft Hebreeën 1:13, het punt dat Paulus duidelijk
wilde maken is dat Jehovah het koninkrijk niet aan enige
engel gegeven heeft. Hij gaf het aan een mens. Het tijdstip
waarop die profetie in vervulling ging, was toen Jezus
gedoopt werd, waarbij Jehovah Christus als zijn zoon aannam.
|
|
| 99. Als Jezus pas
de Christus werd toen hij werd gedoopt op ongeveer 30 jaar
na zijn geboorte, waarom zegt Luk. 2:11 dan: "Want
heden is u in Davids stad een Redder geboren, die Christus
[de] Heer IS." Wat betekent het woord "is"
volgens jou? |
|
|
| In plaats van domme vragen te beantwoorden
zoals 'wat betekent "is"?', levert de volgende vraag veel
meer op: Wat betekent het woord "Christus"? Volgens de definitie
uit het woordenboek betekent Christus "gezalfde".
De vraag is: Wanneer werd Jezus gezalfd? Bij zijn geboorte?
Nee, hij werd door Gods heilige geest gezalfd bij zijn doop,
toen hij 30 jaar oud was. Toen werd hij de Messias, of Christus.
Jezus maakte zelfs openlijk bekend dat hij de Christus was
geworden. Kort na zijn doop stond Jezus in de synagoge op
en las uit de boekrol van Jesaja de volgende passage voor:
"Jehovah's geest is op mij, omdat hij mij heeft gezalfd
om de armen goed nieuws bekend te maken..."
Maar, waarom zei de engel dat het kind de Christus was?
Het heeft te maken met het feit dat Jehovah de dingen
benoemd alsof ze al zo zijn. Dat wordt duidelijk uit alle
profetie. In de Hebreeuwse profetieën spreekt God bijvoorbeeld
met grote zekerheid over Jezus' dood, opstanding en zijn
regering van het hemelse koninkrijk, nog lang voordat
Christus zelfs maar naar de aarde kwam. Ondanks dat Jezus
een eigen vrije wil had en ervoor had kunnen kiezen Gods
Wil voor hem niet te doen, uitte Jehovah zijn opperste
vertrouwen dat zijn wil gedaan zou worden en dat zijn
zoon hem nooit zou verraden.
Het is interessant dat Satan Jehovah tot een leugenaar
trachtte te maken door te proberen Jezus in zijn wieg
ter dood te laten brengen. Dat God het kind Jezus dus
de Christus noemde, is eenvoudig Gods manier om zijn voornemen
op voorhand te verkondigen dat Jezus zou opgroeien en
de Christus zou worden en dat de vijanden van de waarheid
machteloos zijn wanneer zij trachten Jehovah's Woord ervan
te weerhouden een realiteit te worden.
|
|
| 100. In Kol. 1:26,
27, 2:2 en 4:3 wordt het Griekse woord "musterion"
(Strongs #3466) vertaald met "heilig geheim,"
maar in de Kingdom Interlinear wordt ditzelfde woord correct
vertaald met "mysterie". Waarom deze discrepantie
in vertaling tussen de KIT en de NWV? Zou het niet eenvoudiger
zijn geweest dit woord in de NWV juist te vertalen met "mysterie"?
Als dit woord in de NWV juist was vertaald met "mysterie,"
hoe zouden de bovenstaande verzen dan luiden en wat zouden
ze zeggen over het feit dat sommige dingen over God onmogelijk
volledig begrepen kunnen worden? |
|
|
| De vragensteller heeft de hele bedoeling
van de schriftplaats niet begrepen. Kolossenzen 1:26 zegt:
"Deze boodschap betreft het geheim dat door alle eeuwen
heen voor alle generaties verborgen is gebleven, maar dat
nu geopenbaard is aan wie God toebehoren." (GNB)
Het vers zegt niet dat het onmogelijk is het geheim
van God te kennen. Het zegt juist precies het tegenovergestelde!
Er wordt duidelijk gezegd dat hetgeen vóór Christus een
mysterie of geheim was, onthuld of geopenbaard is aan
Christenen. Er bestaat geen probleem met de Nieuwe
Wereldvertaling in dit vers. Het is duidelijk dat
het probleem is dat de vragensteller er de voorkeur aan
geeft onwetend te zijn aangaande kennis van God en zijn
onwetendheid wenst voor anderen.
|
|
| 101. Elke ware Christen
zal beamen dat we de geboden van God dienen op te volgen.
In Markus 9:7 gebiedt God de Vader dat we luisteren naar
Jezus. Volg je dit gebod en luister je naar Jezus? Jezus
stierf ten slotte voor je persoonlijke zonden (1 Johannes
2:2, 1 Petrus 2:24). Jezus zegt ons rechtstreeks tot hem
te komen (Mattheüs 11:28-30), en de Vader gebood ons
naar Jezus te luisteren. Waarom? Omdat JEZUS ons eeuwig
leven geeft (Johannes 10:28), en zodat JEZUS in ons huis
zal komen en ons het recht zal geven op zijn troon te zitten
(Openbaring 3:20, 21). Bid je tot Jezus zoals Paulus en
de vroegere Christenen deden (1 Korinthiërs 1:2)? Neem
je deel aan het vlees van Christus, zoals Jezus gebood (Johannes
6:51)? Zo niet, volg je dan het gebod van de Vader op die
zei: "Luister naar hem"? |
|
|
| Wat is een "ware Christen" precies? Hoe
kunnen we weten wie waar is en wie vals? Jezus vroeg de
Joden eens: "Waarom dan noemt gij mij 'Heer! Heer!' maar
doet niet de dingen die ik zeg?" Jezus' vraag is voor
hedendaagse Christenen nog even relevant als voor de toenmalige
Joden. Een ware Christen is daarom iemand die Jezus als
Heer gehoorzaamt - niet enkel iemand die zegt "Jezus
is Heer."
Ten eerste gebood Jezus zijn volgelingen om onze geestelijke
broeders en onze naasten lief te hebben als onszelf. Toch,
hoeveel Christenen gehoorzamen Jezus werkelijk in dit
opzicht? Helaas zeer weinig. Ja, de geschiedenis legt
er getuigenis van af dat de meeste belijdende Christenen
geneigd zijn tot haat in plaats van liefde. En we zijn
in het geheel niet onaardig of leugenachtig wanneer we
beweren dat Trinitariërs de grootste oorlogverspreidende
en moordzuchtige godsdienstijveraars zijn die ooit op
deze aarde gewandeld hebben.
'Maar, oorlog is anders,' zeg je. 'Jezus zei dat we
Caesar het verschuldigde moeten geven. Dus, wanneer Caesar
ons zegt dat we in oorlog moeten gaan en onze naaste moeten
vermoorden, dan is dat wat we moeten doen.'
En door dit te doen hebben de Christen uit de Christenheid
het Christendom tot een aanfluiting gemaakt.
Waarom zijn Trinitariërs toch geneigd om te discussiëren
over elke letter en komma in de Bijbel en hebben ze toch
geen enkel probleem met het aantrekken van een oorlogsuniform
en het vermoorden van hun naasten? Wat betekent het woord
"liefde" volgens jou?
Als een voorbeeld van grove religieuze hypocrisie: in
1994 explodeerde het overheersend Katholieke Rwanda in
een tribale genocide. Ooggetuigeverslagen melden dat vele
Hutu priesters en nonnen rechtstreeks deelnamen aan de
slachting van hun mede-Katholieken van de Tutsi stam.
De nauwkeurigste schattingen melden dat een half-miljoen
zielen afgeslacht zijn en veel schuld is toegeschreven
aan de Katholieke Kerk. De Zevende Dag Adventisten en
Anglicaanse Kerk zijn ook in bepaalde mate beschuldigd
van laakbaarheid in de genocide.
Ongetwijfeld waren de Katholieke moordenaars van hun
medegelovigen even gepassioneerd over de Drieëenheid en
andere kerkdogma's als onze vragensteller van de 101 vragen.
En ongetwijfeld vochten die Afrikaanse Katholieken ook
met alle macht tegen Jehovah's Getuigen en bekritiseerden
zij de NWV voor het zogenaamd "veranderen van de Bijbel"
door het toevoegen van woorden tussen haken en het beruchte
woordje "een" in Johannes 1:1. De apostel Johannes zette
de zaken echter in het juiste perspectief toen hij schreef
dat iedereen die zegt God lief te hebben en toch zijn
broeder haat een leugenaar is.
Terwijl sommigen wellicht van mening zijn dat het oneerlijk
is om alle Katholieken de schuld te geven van de recentelijke
genocide in het verre Afrika, is het de waarheid dat de
recente slachtpartij nogal karakteristiek is. Het valt
niet te ontkennen dat oorlog eenvoudig een integraal deel
van de Katholieke en Protestantse instellingen is. Vooral
de Katholieke Kerk is door de eeuwen heen rechtstreeks
verantwoordelijk geweest voor de slachting en marteling
van honderdduizenden, wellicht zelfs miljoenen mensen.
De vele Kruistochten, de afgrijselijke Inquisities, de
Honderd Jarige Oorlog, de Dertig Jarige Oorlog, de Eerste
en Tweede Wereldoorlog; de feiten uit de geschiedenis
tonen aan dat wanneer er een moordpartij is, de Katholieken
zich altijd in de nabijheid ervan bevinden.
Protestanten zijn geen haar beter. Terwijl alle religies
vredesdienst verrichten met hun lippen, lijkt er geen
oorlog te zijn waaraan ze niet vrijwillig hebben deelgenomen.
Het meest recentelijk, sinds 9-11, was het voorspelbaar
dat oorlog-ademende evangelische Trinitariërs zich in
de voorste linies zouden bevinden door aan te zetten tot
anti-Islamitische haat en zich onbesuisd te storten in
de "geprofeteerde" Botsing der Beschavingen.
In tegenstelling tot de algemene aanname dat Jehovah's
Getuigen valse Christenen zijn, geeft de Bijbel een heel
eenvoudige formule om ware Christenen te onderscheiden
van de valse. Het heeft niets te maken met wie de meest
nauwkeurige woord-voor-woord vertaling heeft van de Bijbel
of iets soortgelijks. 1 Johannes 3:10 zegt: "Hieraan
zijn de kinderen van God en de kinderen van de Duivel
kenbaar: Een ieder die geen rechtvaardigheid betracht,
spruit niet uit God voort, evenmin als hij die zijn broeder
niet liefheeft."
Natuurlijk zal geen enkele Christen ooit toegeven een
kind van de Duivel te zijn, toch staat het onomstotelijk
vast dat Trinitarische godsdienstijveraars weinig gewetensbezwaren
hebben als het gaat om het vermoorden van hun medemensen.
Voor degenen die de waarheid accepteren zijn de feiten
duidelijk: Het stelsel van aanbidding dat bekend staat
als de Christenheid heeft zijn oorsprong niet bij God,
maar spruit voort uit de Duivel.
Ondanks dat veel Trinitarische gelovigen heden ten dage
duidelijk niet verwikkeld zijn in het vermoorden van hun
naaste en zo'n suggestie zelfs kwetsend zullen vinden,
is dit enkel het geval omdat de huidige omstandigheden
er niet naar zijn. Maar in een oorlogssetting, een anarchistische
atmosfeer of een moord-of-wordt-vermoord scenario is er,
gezien het historische patroon, geen enkele redenen om
niet aan te nemen dat de meest vurige Jezus-is-God
gelovigen hun broeder onder extreme omstandigheden zullen
vermoorden.
Waarom hebben de Trinitarische religies van de Christenheid
zo'n verachtelijke geschiedenis van oorlogvoering en haat?
Hoe komt het dat ze niet in staat lijken te zijn Christus'
voorbeeld van liefde te volgen? Het moge duidelijk zijn
dat er iets fundamenteels mis moet zijn met hun
theologie. Er bestaat geen ander bevredigend antwoord.
De eenvoudige doch krachtige boodschap van de Bijbel
is dat God de wereld zozeer heeft liefgehad dat hij zijn
eniggeboren zoon heeft geofferd. En Jezus had zoveel liefde
voor zijn Vader dat hij bereid was Gods Wil te doen, ongeacht
de persoonlijke prijs die hij daarvoor moest betalen.
De theologie van de Drieëenheid verdoezelt de liefde en
toewijding tussen God en Jezus echter volledig. Hoe kunnen
Christenen iets dat ze niet begrijpen navolgen en waarderen?
Of, hoe is het mogelijk een God lief te hebben die volgens
jou ongelukkige zielen voor eeuwig in een vurige hel martelt?
Het is duidelijk dat dat niet mogelijk is.
Maar, net zoals de bloederige geschiedenis van de Christenheid
welbekend is, is het tevens algemeen bekend dat Jehovah's
Getuigen nooit in oorlog zijn gegaan. We hebben
nooit onze naaste in welke oorlogvoering maar ook
vermoord. We hebben nooit deelgenomen aan tribale
en etnische zuiveringen. Terwijl Katholieken elkaar in
de Rwandese holocaust in stukken hakten met kapmessen,
riskeerden Jehovah's Getuigen uit de Hutu en Tutsi stammen
hun leven om elkaar te beschermen. Gedurende de afgelopen
decennia sinds Jehovah's Getuigen op het toneel zijn verschenen,
hebben we de beestachtige aanvallen en smerige trucks
van Katholieke, Orthodoxe en Baptistische Trinitariërs
te verduren gehad. Onze enige misdaad is het prediken
van de waarheid - zoals Jezus ons heeft opgedragen.
Dus, aan de ene kant hebben we de grote meerderheid
van belijdende Christenen uit honderden rivaliserende
sekten die allen beweren de officiële Bijbel te hebben
en het ware geloof te praktiseren, maar die behoren tot
instellingen die voortdurend Christus ontkennen
door hun onjuiste leerstellingen en bloedvergietende oorlogen.
Aan de andere kant zijn Jehovah's Getuigen verreweg de
meest gehaatte en tegengesproken groep van Christenen
in de wereld - zoals Jezus ook zei over zijn ware volgelingen.
We worden vervolgd en bespot omdat we geen deel van de
wereld zijn - zoals Jezus zei over ware Christenen. We
worden beschimpt en uitgemaakt voor gehersenspoelde sektariërs
en valse profeten - zoals Jezus zei over ware Christenen.
We worden gehekeld omdat we naar men verondersteld het
heilige Woord van God herschreven hebben, wat een pure
leugen is. Jehovah's Getuigen hebben in plaats daarvan
Christus gehoorzaamd door over zijn koninkrijk te prediken.
We streven ernaar onze naaste even lief te hebben als
onszelf; toch worden we vervolgd door de Christenheid
omdat we geen deel hebben aan de vijandige wegen van deze
wereld.
Jehovah's Getuigen en ons Wachttorengenootschap zijn
niet volmaakt - verre van dat. Maar, ondanks al onze tekortkomingen
trachten de meesten onder ons tenminste Christus
te gehoorzamen en het juiste te doen. Geen andere religie
kan zich hier ook maar in de verste verte aan meten.
|
|