|
De
meeste mensen houden wel van een goed wie-heeft-het-gedaan
raadsel. Er bestaat echter een levensecht raadsel dat het
leven van een ieder die leeft zal gaan beïnvloeden
- vooral dat van Jehovah's Getuigen. Dit raadsel bestaat
uit het identificeren van de zogenoemde "antichrist"
en "de mens der wetteloosheid". De nu volgende
informatie wordt gegeven in de hoop dat een ieder die waarheid
liefheeft zal worden geholpen hun geloof in de waarheid
te versterken.
Het overkoepelende thema van elke Hebreeuwse
profeet, met uitzondering van Jona, is de verderving, ontvolking
en het daarop volgende herstel van Israël. Voor alle
hedendaagse Jehovah's Getuigen moet het interessant zijn
dat een nauwkeurigere bestudering van de profetieën
die te maken hebben met het oude Israël, zal onthullen
dat veel aspecten van Gods rechterlijke beslissingen feitelijk
van toepassing zijn op de Christelijke organisatie. Vanaf
de tijd dat het Israël Gods werd opgericht in 33 GT,
heeft Jehovah zijn geestelijke natie niet geoordeeld. We
hebben echter voldoende reden te geloven dat Gods oordeel
over zijn volk en het gehele samenstel van dingen binnenkort
zal beginnen.
Volgens de grootste profeet, Jezus, zullen
Jehovah's oordelen gestalte krijgen tijdens een periode
die het "besluit van het samenstel van dingen"
wordt genoemd, wanneer "engelen zullen uitgaan
en de goddelozen uit het midden der rechtvaardigen [zullen]
afscheiden." Daar zo'n scheiding nog niet heeft
plaatsgevonden, is het duidelijk dat het besluit van het
samenstel van dingen nog niet is begonnen. Dit is belangrijk
in verband met het oplossen van het mysterie van de antichrist,
omdat de antichrist en mens der wetteloosheid zullen verschijnen
tijdens het oordeel; tijdens het laatste uur en tegenwoordigheid
van Christus. Laten we daarom eerst eens een frisse blik
werpen op het teken van Christus' tegenwoordigheid.
Toen Jezus door zijn apostelen werd ondervraagd
over wanneer zijn tegenwoordigheid zou beginnen en wat het
teken zou zijn waarnaar ze moesten uitkijken, gaf hij een
korte beschrijving van gebeurtenissen die bekend zijn aan
alle Jehovah's Getuigen. Jezus zei: "Natie zal tegen
natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk; en er zullen
grote aardbevingen zijn, en in de ene plaats na de andere
pestilenties en voedseltekorten; en er zullen vreselijke
schouwspelen en van de hemel grote tekenen zijn." (Lukas
21:10, 11)
Lukas 21:9 zegt dat "deze dingen
eerst moeten geschieden, maar dat het einde nog niet
onmiddellijk komt." In het verslag van Mattheüs
van Jezus' woorden, voegt hij er echter aan toe: "Onmiddellijk
na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd,
en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen
van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden
geschokt." De uitdrukking "onmiddellijk
na de verdrukking van die dagen" doet de lezer
geloven dat de gebeurtenissen die Jezus beschreef als een
"begin van de weeën der benauwdheid,"
de oorlogen, aardbevingen, voedseltekorten en pestilentieën,
onmiddellijk gevolgd zullen worden door de ineenstorting
van het samenstel van dingen, wat gekenmerkt wordt door
de verduistering van de zon en andere beangstigende hemelse
verschijnselen die wijzen op rampzalige gebeurtenissen.
Vervolgens komt enige tijd later het definitieve einde.
Openbaring bevestigt dat deze opeenvolging
van gebeurtenissen zich in snel tempo zullen voltrekken
wanneer de zeven zegels zullen worden verbroken. Nu is er
echter bijna 90 jaar voorbij gegaan sinds, naar men veronderstelt,
de Eerste Wereldoorlog het begin van de weeën der benauwdheid
over dit samenstel markeerde, en zijn de dingen waarvan
Jezus zei dat ze onmiddellijk na de eerste verdrukking
zouden volgen, nog steeds niet gebeurt. Dus, hoe moeten
we de uitdrukking "onmiddellijk na" begrijpen?
Een ander probleem dat rijst door het
aanwijzen van 1914 als het jaar waarin de weeën der
benauwdheid zijn begonnen, is dat Jezus hierna het volgende
zei: "wanneer gij al deze dingen ziet, weet dan
dat hij nabij is, voor de deur." "Al deze
dingen" omvat ook de hemelse verschijnselen en
de diverse andere dingen die, zoals al eerder vermeld, nog
niet gebeurd zijn. Jezus zegt in het volgende vers ook nog
"dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan voordat
al deze dingen geschieden." Het is duidelijk dat
Jezus een geslacht gebruikte om een tijdskader aan te geven.
Willen Jezus' woorden "wanneer gij al deze dingen
ziet" enige relevantie hebben, dan moet het zo
zijn dat individuele personen alle voorzegde gebeurtenissen
kunnen aanschouwen wanneer ze zich ontvouwen.
De huidige generatie heeft echter geen
directe herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. De gebeurtenissen
in 1914-1919 hebben op degenen die toen leefden zeker een
grote invloed gehad, maar voor nu levende personen heeft
het weinig relevantie. Feit is dat het grootste gedeelte
van de generatie die geleden heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog
niet meer in leven is en dat de huidige generatie nog steeds
niet "al deze dingen" heeft meegemaakt
die Jezus heeft voorzegd. Niet om de gebeurtenissen van
toen te onderschatten, maar het is simpelweg niet redelijk
dat het besluit van het samenstel van dingen bijna een eeuw
geleden is begonnen.
Nog een aspect van het teken van Jezus'
tegenwoordigheid staat beschreven in Mattheüs 24:10-13,
waar staat: "Dan zullen ook velen tot struikelen
worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten. En vele
valse profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens
het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten
verkoelen. Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal
gered worden."
Is dit gedeelte van Jezus' profetie reeds
in vervulling gegaan? De Wachttoren heeft de voorzegde "toename
van wetteloosheid" toegepast op het toenemende
geweld en criminele activiteit in de wereld in de laatste
decennia. De context geeft echter te kennen dat de toename
van wetteloosheid binnen de Christelijke organisatie plaatsvindt.
Wetteloosheid wordt in de Schriften verder ook verbonden
aan religieuze hypocrisie en afvalligheid. In het 7de hoofdstuk
van Mattheüs worden bijvoorbeeld degenen die Jezus
enkel pretenderen te volgen, geoordeeld als zijnde "werkers
der wetteloosheid." We hebben geen reden te geloven
dat degenen die beweren dat ze hebben geprofeteerd en krachtige
werken hebben verricht in de naam van de Heer, veroordeeld
worden omdat ze enkel onbeduidende misdadigers zijn.
Nog een aspect van de profetie dat we
moeten beschouwen is wanneer Jezus zegt: "En vele
valse profeten zullen opstaan en velen misleiden."
Elders in de schriften, namelijk in 2 Petrus, Judas en Openbaring,
worden valse profeten beschreven als bepaalde mannen
die stilletjes binnen de gemeenten opereren. Ja, Jezus waarschuwde
zijn dicipelen verder heel specifiek dat valse profeten
en valse christussen tijdens de verdrukking een groot geestelijk
gevaar zouden vormen, zelfs voor de gekozenen. Maar, willen
zulke misleidende personen enige invloed hebben op Jehovah's
gekozenen, dan is het noodzakelijk dat zij zich binnen de
organisatie bevinden door zich voor te doen als leraren
en leiders.
De vele zaken van kindermisbruik en doofpotaffaires
die in recente jaren zijn voorgekomen, zijn symptomen van
de voorzegde toename van wetteloosheid binnen de organisatie.
Voor een ander voorbeeld van wetteloosheid en bedrog van
de kant van het Wachttorengenootschap kunnen we wijzen op
het geheime NGO-verbond dat de Wachttoren had met de Verenigde
Naties. Ondanks dat er klaarblijkelijk velen zijn gestruikeld
over deze hypocriete en wetteloze daden, kunnen we toch
niet zeggen dat de ijver van de meesten verkoeld is. Daar
Christus' tegenwoordigheid klaarblijkelijk nog in de toekomst
ligt, lijkt het erop dat de organisatie een complete morele
en geestelijke ineenstorting zal ondergaan tijdens het besluit
van het samenstel van dingen welke door profetieën
is voorzegd. Degenen die uiteindelijk gered worden, moeten
op zeker moment met succes het hoofd bieden aan de uitdagingen
die ze krijgen toegeworpen door de valse profeten. Ze moeten
over struikelblokken heenstappen en de daden van bedrog
van hun broeders overleven. Ze moeten de hypocrisie en verwarring
die in een toekomende tijd over de organisatie moeten komen,
verduren.
"Het
Komt Niet Tenzij
Eerst de Afval Komt"
Evenals hedendaagse Jehovah's Getuigen, keken ook de 1ste
eeuwse Christenen met voortdurende verwachting uit naar
Christus' wederkomst. Ongeveer 20 jaar later in het Christelijke
tijdperk, zond Paulus echter een waarschuwend woord naar
de broeders. In 2 Thessalonicenzen 2:1, 2 schreef hij: "Broeders,
met betrekking tot de tegenwoordigheid van onze Heer Jezus
Christus en ons vergaderd worden tot hem, verzoeken wij
u echter uw denken niet vlug in de war te laten brengen,
noch opgewonden te raken, hetzij door middel van een geïnspireerde
uiting of door middel van een mondelinge boodschap of door
middel van een brief die van ons afkomstig zou zijn, hierop
neerkomend, dat de dag van Jehovah reeds is aangebroken."
De apostel zei verder: "Laat niemand u op enigerlei
wijze misleiden, want die dag komt niet tenzij eerst de
afval komt en de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard,
de zoon der vernietiging."
Volgens de openbaring van de apostel zou de tegenwoordigheid
van Christus en zijn uiteindelijke manifestatie aan de wereld
worden voorafgegaan door een afval onder Christenen. Volgens
de Wachttoren is de mens der wetteloosheid een afbeelding
van de klasse van geestelijken die zich, als gevolg van
het langzaam afdrijven van het Christendom in afvalligheid,
honderden jaren geleden begon te ontwikkelen. Terwijl er
geen twijfel over bestaat dat de opeenhoping van sekten
en denominaties die bekend staat als de Christenheid een
afvallige en frauduleuse vorm van het Christendom is, willen
wij antwoord op de volgende vraag krijgen: Is de mens de
wetteloosheid werkelijk de klasse der geestelijken?
Indien dat werkelijk zo is, geeft de profetie van Paulus
niet veel behulpzame informatie over wanneer de tegenwoordigheid
zou kunnen beginnen, omdat de afval al vele eeuwen geleden
begon. Aan de andere kant geeft de profetie zeker de indruk
dat de afval zich als een directe inleiding voor Jezus'
tegenwoordigheid zal voordoen en dat het een groeiende verontrusting
is onder Gods volk tot het moment dat Christus ingrijpt.
Beschouw eens het volgende.
De profetie zegt dat de mens der wetteloosheid "in
de tempel van De God gaat zitten en zich in het openbaar
vertoont als een god." (2 Thessalonicenzen 2:4)
We erkennen dat Gods tempel altijd het gehele lichaam van
gezalfde gelovigen is. Paulus schreef bijvoorbeeld in 1
Korinthiërs 3:16 het volgende: "Weet gij niet
dat gijlieden Gods tempel zijt en dat de geest van God in
u woont?"
En wederom in 2 Korinthiërs 6:16: "Want wij
zijn een tempel van een levende God."
En ook in Efeziërs 2:20-22: "En gij zijt opgebouwd
op het fundament ... terwijl Christus Jezus zelf de fundament-hoeksteen
is. In eendracht met hem groeit het gehele gebouw, harmonisch
samengevoegd, uit tot een heilige tempel voor Jehovah. In
eendracht met hem wordt ook gij mede opgebouwd tot een plaats
waarin God door geest woont."
De mens der wetteloosheid gaat dus zitten binnen Jehovah's
organisatie, binnen de intieme groep van gezalfde zonen
van God en hij verheft zich arrogant boven iedereen, inclusief
Christus zelf. Dat we hebben geconcludeerd dat de geestelijken
een samengestelde mens der wetteloosheid vormen, is begrijpelijk.
Vooral door de manier waarop de Paus uit Rome zichzelf in
zo'n verheven positie heeft geplaatst en eeuwen lang zo
goed als aanbeden werd door Katholieken. De Katholieke Paus
maakt aanspraak op autoriteit over de tempel van God, omdat
wordt verondersteld dat die positie is geërft van de
apostel Petrus. Deze leerstelling wordt de apostolische
successie genoemd. Al in de jaren 1850 werd erkend dat de
Paus overeen leek te komen met het profiel van de mens der
wetteloosheid. [LINK]
Maar kan er werkelijk worden gezegd dat de geestelijken
nu in de tempel van God zitten? Hoe kan het dat er wordt
gezegd dat wanneer Jezus de mens de wetteloosheid openbaart
hij in de tempel van God zit, terwijl de geestelijken enkel
presideren over het afvallige Christendom? Merk op dat de
profetie niet zegt dat hij enkel beweert in de tempel
van God te zitten, zoals de geestelijken enkel beweren
God te vertegenwoordigen; er wordt gezegd dat hij werkelijk
in Jehovah's tempel zit.
Een ander probleem met de huidige interpretatie van de
Wachttoren is dat de mens der wetteloosheid, volgens de
profetie, alleen geopenbaard wordt tijdens Jezus' tegenwoordigheid.
Maar, zoals reeds hierboven en in diverse andere essays
is besproken, zijn er vele facetten van Christus' tegenwoordigheid
die simpelweg nog niet zichtbaar zijn. Daarbij komt dat
schriftuurlijk kan worden bewezen dat 1914 niet het einde
van de Tijden der Heidenen was, noch het begin van de zogenoemde
tijd van het einde of besluit van het samenstel van dingen.
(Zie de essays: Was 1914 het Einde
van de Tijden der Heidenen? en ook,
Wat en Wanneer is de Tijd van het Einde?) Dat
betekent dat de ontmaskering van de geestelijken die gedurende
de jaren door de Wachttoren is ondersteund, niet het resultaat
is van Christus' tegenwoordigheid.
We hebben niet begrepen dat de tegenwoordigheid van Christus
het einde is van ons geloof. De parousia is geen
langgerekte periode die diverse generaties overbrugt waarin
we constant moeten volharden en op wacht moeten blijven
staan zelfs tijdens Christus' tegenwoordigheid. De brief
van Jakobus zegt bijvoorbeeld: "Oefent daarom geduld,
broeders, tot de tegenwoordigheid van de Heer. Ziet!
De boer wacht de kostbare vrucht van de aarde af en oefent
ten aanzien ervan geduld totdat hij de vroege regen en de
late regen krijgt. Oefent ook gij geduld; maakt uw hart
standvastig, want de tegenwoordigheid van de Heer is nabij
gekomen." (Jakobus 5:7)
Waarom moeten we tientallen jaren geduld blijven oefenen,
zelfs na de tijd waarvan we veronderstellen dat toen de
langverwachte tegenwoordigheid begon, wanneer we geduld
moeten blijven oefenen "tot de tegenwoordigheid"
van de Heer? We hebben niet echt acht geslagen op Paulus'
raad om "ons denken niet vlug in de war te laten
brengen, noch opgewonden te raken, hetzij door middel van
een mondelinge boodschap of door middel van een brief die
van ons afkomstig zou zijn." In
feite heeft de Wachttoren ons mondelinge boodschappen en
apostolisch-achtige brieven gegeven die veroorzaakt hebben
dat ons denken in de war is gebracht, zodat we niet op een
juiste wijze over deze zaken hebben geredeneerd. We zijn
vele jaren geprikkeld zodat we opgewonden zijn geworden
over het feit dat Jehovah's dag aanstaande was. We zijn
misleid doordat we datgene geloven waartegen Paulus juist
waarschuwde toen hij zei: "Laat niemand u op enigerlei
wijze misleiden."
Jehovah's Getuigen moeten op een
gegeven moment, waarschijnlijk gedurende de feitelijk parousia,
begrijpen dat Christus' tegenwoordigheid niet begon in 1914
zoals we dachten. Dat zal ongetwijfeld voor velen een heel
verwarrende en traumatische ervaring zijn om te moeten ondergaan.
Maar het feit dat Christus' tegenwoordigheid nog niet is
begonnen, betekent ook dat de mens der wetteloosheid nog
niet is geopenbaard en dit vormt een nog groter potentiëel
geestelijk gevaar. En daar de mens der wetteloosheid in
de tempel van God zit tegen de tijd dat Jezus hem openbaart
tijdens zijn parousia, kan de geestelijkheid onmogelijk
een samengestelde mens der wetteloosheid zijn die neerzit
te midden van Christus' broeders. Dit komt omdat het nu
onmogelijk is voor de geestelijken om zo'n soort autoriteit
uit te oefenen over Jehovah's Getuigen, omdat ze simpelweg
niet de geloofwaardigheid hebben om ons te beïnvloeden.
Dit zo beredenerend wordt het duidelijk
dat de mens der wetteloosheid in de toekomst zal oprijzen
binnen de groep van Jehovah's gezalfden; dit betekent dat
hij dan vanuit de hoogste gelederen van het Wachttorengenootschap
zal komen. De afval waarover Paulus sprak die eerst
moest komen, is niet de afval van het Christendom die eeuwen
geleden begon en uiteindelijk de vorm van de Christenheid
heeft bepaald. De afval die onmiddellijk aan Christus' tegenwoordigheid
vooraf gaat, vindt plaats onder Jehovah's Getuigen en wordt
voorgezeten door de mens der wetteloosheid! Dat verklaart
ook waarom er een "toename van wetteloosheid"
in de Christelijke gemeente is, en verder nog zal zijn,
wanneer we inzien dat we vatbaar zijn voor de verradelijke
invloed van de mens der wetteloosheid.
"De
Zoon der
Vernietiging"
Eén essentiële aanwijzing die ons dichter bij
de ontknoping van het mysterie aangaande de identiteit van
de mens der wetteloosheid kan brengen, is dat Paulus hem
"de zoon der vernietiging" noemt. Het
is veelzeggend dat deze uitdrukking op de enige andere plaats
waar hij in de Schrift voorkomt van toepassing wordt gebracht
op Judas. In Johannes 17:12 zegt Jezus in gebed: "Toen
ik bij hen was, waakte ik steeds over hen ter wille van
uw naam, die gij mij hebt gegeven; en ik heb hen bewaard,
en niet één van hen is vernietigd, behalve
de zoon der vernietiging, opdat de schriftplaats
vervuld zou worden."
Eén schriftplaats die in Judas zijn vervulling vond,
is Psalm 41:9 waar staat: "Ook de man die in vrede
met mij leefde, op wie ik vertrouwde, Die mijn brood at,
heeft zijn hiel grootgemaakt tegen mij."
Ook het 109de hoofdstuk van Psalm spreekt profetisch over
de zoon der vernietiging. Het luidt: "Laten zijn
dagen weinige blijken te zijn; Iemand anders neme zijn ambt
van opzicht."
Om iemands vertrouwen te kunnen schaden, is het noodzakelijk
eerst zijn/haar vertrouwen te winnen. Dus, net zoals de
oorspronkelijke zoon der vernietiging een vertrouwde metgezel
van Christus was en samen met de 11 andere apostelen een
opziener was, moet evenzo de mens der wetteloosheid afkomstig
zijn uit degenen die zich in een vertrouwde positie van
opzicht binnen de getrouwe slaaf en Besturend Lichaam van
Jehovah's Getuigen bevinden. Net als Judas delen zij, samen
met Christus' broeders, in het eten van het brood tijdens
de Avondmaaltijd van de Heer. Als gerespecteerde opzieners
zijn zij in de positie onjuist te handelen ten opzichte
van hun broeders en uiteindelijk zelfs regelrechte verraders
te worden. Het is interessant dat sommige apecten uit Psalm
109 niet passen bij de man Judas. Het 16de vers zegt bijvoorbeeld:
"Maar de ellendige en arme bleef vervolgen, En de
moedeloze van hart, om hem ter dood te brengen." Deze
Psalmen kunnen de toekomstige activiteiten van de mens der
wetteloosheid beschrijven.
Tijdens de uitbarsting van de verontrustende tijd die voor
ons ligt, wanneer Jehovah's organisatie neergeveld zal worden,
zullen verwarring en ontmoediging zich ongetwijfeld wijd
verspreiden. Psalm 10:9, 10 spreekt over de ellendige en
ontmoedigde personen die ten prooi vallen aan degenen die
in een hinderlaag liggen. Het luidt: "Hij blijft
op de loer liggen in de verborgen plaats als een leeuw in
zijn schuilhoek van kreupelhout. Hij blijft op de loer liggen
om de een of andere ellendige met geweld weg te voeren.
Hij voert de ellendige met geweld weg wanneer hij zijn net
dichttrekt. Hij wordt verbrijzeld, hij buigt zich, En het
leger van neerslachtigen moet in zijn sterke klauwen vallen."
De Christelijke schrijvers voorzeiden dat beestachtige
mannen Christus' kudde zouden infiltreren gedurende de laatste
dagen. Judas vergeleek hen met onder water verborgen klippen
die potentiële struikelblokken voor onschuldige Christenen
zouden vormen. Jezus zei in verband hiermee dat,
tijdens zijn tegenwoordigheid, familieleden zelfs hun eigen
bloedverwanten zouden overleveren om ter dood gebracht te
worden en dat velen elkaar zouden haten en elkaar zouden
bedriegen. Gedurende de tijd van verdrukking zullen ongetwijfeld
velen zwichten onder de invloed van de Duivel en de mens
der wetteloosheid door hun broeders te bedriegen.
Net zoals de apostelen zich niet bewust waren van het afdrijven
van Judas, zelfs nadat Christus hem
de bete gaf die hem als verrader aanduidde, zo moet ook
degene die beschreven wordt als leeuw in zijn verborgen
plaats de mens der wetteloosheid zijn die tot nu toe verborgen
is binnen het Genootschap. Klaarblijkelijk zal hij
daar ook blijven tot de tijd wanneer Christus hem uiteindelijk
openbaart en vernietigt. Tijdens Christus' tegenwoordigheid
zal het net zich dus om Jehovah's argeloze volk sluiten,
wanneer de voorzegde toename van afval en wetteloosheid
zal bewerkstelligen dat de liefde van de meesten binnen
de organisatie zal verkoelen. Met andere woorden, wanneer
de dingen niet zo gaan als we verwachten, zullen velen neerslachtig
worden en dit maakt hen kwetsbaar om ten prooi te vallen
aan de roofzuchtige zoon der vernietiging die zich in ons
midden verborgen houdt.
Terugkerend naar Psalm 109, vers 20, wordt in het meervoud
over de verraders van Christus gesproken, als degenen die
Christus weerstaan en kwaad tegen hem spreken. Evenzo
voorzegt het 29ste vers Jehovah's vervloeking over degenen
die Christus weerstaan. Het Hebreeuwse woord voor
"iemand die weerstaat" of "tegenstander"
is satan. Satan's naam betekent letterlijk de
Tegenstrever. Deze uitdrukking wordt ook in verband
gebracht met de mens der wetteloosheid, toen Paulus het
volgende over hem zei: "Hij verzet zich." Met
andere woorden, hij is een tegenstander.
"Neem
U Nog Het Gerei
Van Een Onnutte Herder"
Een andere profetie die zijn vervulling
had in Judas, de oorspronkelijke zoon der vernietiging,
was Zacharia 11:12, 13. Daar werd voorzegd dat het loon
van Jehovah's onnutte herder 30 zilverstukken zou zijn,
welke in Jehovah's schatkist zouden worden geworpen. Mattheüs
27:3-5 geeft verslag van de eigenlijke vervulling van die
profetie. Er staat: "Toen nu Judas, die hem had
verraden, zag dat hij veroordeeld was, kreeg hij wroeging
en bracht de dertig zilverstukken bij de overpriesters en
oudere mannen terug en zei: "Ik heb gezondigd toen
ik rechtvaardig bloed verried." Zij zeiden: "Wat
gaat ons dat aan? Dat is uw zaak!" Toen gooide hij
de zilverstukken in de tempel en trok zich terug, en hij
ging heen en hing zich op."
Jehovah heeft de profetieën zo gemaakt
dat enkele kleine aspecten lang voor de veel grotere vervulling
plaatsvinden. De oude vervulling verschaft dus enkel een
patroon voor wat later zal komen. Net zoals Christus aan
het einde van zijn drie-en-een-half jaar durende bediening
werd verraden, kunnen we verwachten dat de aardse bediening
van het lichaam van Christus door een zelfde soort ervaring,
die afkomstig zal zijn van hun verraders, zal eindigen.
Er zijn inderdaad diverse Psalmen die hierover spreken.
Dus terwijl het waar is dat Zacharia aangaande
de herder Christus voorzei dat hij geslagen zou worden zodat
de schapen verstrooid zouden worden, verschaft het 11de
hoofdstuk van Zacharia teveel details om ze simpelweg op
de 1ste eeuwse kudde van toepassing te kunnen brengen.
Zacharia 11:4, 5 zegt bijvoorbeeld: "Dit
heeft Jehovah, mijn God, gezegd: 'Weid de kudde bestemd
ter doding, want de kopers van de schapen gaan ertoe over
ze te doden, ofschoon zij niet schuldig worden gehouden.
En zij die ze verkopen, zeggen: "Jehovah zij gezegend,
terwijl ik rijkdom zal verwerven." En hun eigen herders
tonen in het geheel geen mededogen met hen.'"
Net zoals Judas de Zoon des mensen voor
30 zilverstukken verraadde door middel van een kus, loven
deze slechte herders die hun schapen bedriegen om zichzelf
te verrijken evenzo hypocriet Jehovah. Dat betekent dat
ze zichzelf voordoen als Jehovah's Getuigen met als doel
autoriteit over Jehovah's vertrouwende schapen te bemachtigen.
Blijkbaar is de mens der wetteloosheid samengesteld uit
de slechte herders die de schapen overgeven aan de slacht.
Jehovah moet de mens der wetteloosheid klaarblijkelijk een
korte tijd toestaan volledige controle over zijn organisatie
te hebben, wil hij "neerzitten in de tempel van
de God."
Zacharia 11:15, 16 lijkt dit te voorzeggen
wanneer daar het volgende staat: En Jehovah zei voorts
tot mij: (aangaande de boze slaaf of herder) "Neem
u nog het gerei van een onnutte herder. Want zie, ik laat
een herder opstaan in het land. Aan de schapen die verdelgd
worden, zal hij geen aandacht schenken. Het jonge zal hij
niet zoeken, en het gebroken schaap zal hij niet helen.
Het nog overeind staande zal hij niet van voedsel voorzien,
en het vlees van het vette zal hij eten, en de hoeven van
de schapen zal hij afrukken."
Wie kunnen de "kopers" zijn
aan wie de onnutte herders Jehovah's schapen verkopen? Zacharia
11:6 geeft antwoord: "Daarom, zie, ik laat de mensen
een ieder in de hand van zijn metgezel en in de hand van
zijn koning geraken; en zij zullen stellig het land verbrijzelen,
en ik zal geen bevrijding uit hun hand bewerkstelligen."
Dit vers geeft aan dat het oordeel over
Gods organisatie samenhangt met een tijd van verdrukking
voor de gehele mensheid. De lezer moet hierbij in gedachte
houden dat het boek Zacharia geschreven is nadat
Jeruzalem werd woestgelegd door de Babyloniërs. De
koning waarover de profeet spreekt kan dus niet Nebukadnezar
zijn. En daar dit gedeelte van de profetie geen duidelijke
toepassing heeft op de eerste eeuw, moet het een oordeel
zijn dat voor later tijdstip is bewaard.
Volgens Daniëls profetie zal de koning
met bars gelaat, ook wel bekend als de koning van het noorden,
de mensheid tiranniseren en al de heiligen in het verderf
storten terwijl hij in de heilige plaats van God staat.
Zacharia 11:6 is in harmonie met vele andere profeten die
hebben onthuld dat niets minder dan een wereldwijde, broedermoordende
holocaust zal dienen als het laatste oordeel voor deze wereld.
Ook hier lijkt het verraden van Jezus
door Judas het patroon te vormen voor wat komen gaat. In
Christus' tijd was het Romeinse Rijk de koning van het noorden.
De Joodse priesters en Farizeeën waren, samen met Herodus,
vast van plan Christus te vernietigen en daarom verbonden
ze zich met de Romeinen door middel van Pilatus. Judas verraadde
daarop de Zoon des Mensen aan de Romeinse soldaten die de
koning van het noorden dienden.
De apostelen pasten de 2de Psalm onder
inspiratie toe op die situatie. In Handelingen 4:25-28 lezen
we: "Waarom zijn natiën in tumult geraakt en
hebben volken op ijdele dingen gezonnen? De koningen der
aarde hebben zich opgesteld en de regeerders hebben zich
als één blok aaneengesloten tegen Jehovah
en tegen zijn gezalfde.' Zo ook waren in deze stad zowel
Herodes als Pontius Pilatus, te zamen met mensen der natiën
en met volken van Israël, in werkelijkheid vergaderd
tegen uw heilige knecht Jezus, die gij hebt gezalfd, om
alles te doen wat uw hand en raad van tevoren had bepaald
dat zou geschieden."
De 2de Psalm heeft echter een veel grotere
vervulling die zijn hoogtepunt zal bereiken wanneer Jezus
de natiën zal breken als met een ijzeren scepter. Daar
het 11de hoofdstuk van Zacharia ook slechts een gedeeltelijke
vervulling had in de eerste eeuw, moeten de onnutte herders
die de schapen zullen bedriegen en overleveren in de hand
van een koning op één of andere manier betrekking
hebben op de mens der wetteloosheid die Jehovah's schapen
verkopen aan de Verenigde Naties, wanneer deze over de wereld
zal beginnen te heersen als de uiteindelijke manifestatie
van de koning van het noorden. Wanneer de Wachttoren tijdens
die verdrukking geconfronteerd wordt met zijn eigen ineenstorting
en faillisement is het mogelijk dat ze op verradelijke wijze
één of ander verbond met de Verenigde Naties
sluit om het schip drijvende te houden. We zullen zien.
Paulus schreef in 2 Thessalonicensen 2:7:
"Het mysterie van deze wetteloosheid is reeds aan
het werk." Ja, vele Jehovah's Getuigen waren verbijsterd
toen ze hoorden over het lidmaatschap van de Wachttoren
als NGO bij de Verenigde Naties. Anderen zijn diep verontrust
geraakt over de onbevredigende manier waarop het Genootschap
is omgegaan met kindermisbruik en op andere terreinen compromissen
heeft gesloten. Door deze zaken vragen wij ons af hoe de
Wachttoren zo hypocriet kan zijn. Het enige bevredigende
antwoord is dat we er getuige van zijn dat "het
mysterie van deze wetteloosheid reeds aan het werk is"
"Gij
Hebt Gehoord
Dat Antichrist Komt"
In de brief 1 Johannes schrijft de apostel:
"Jonge kinderen, het is het laatste uur, en zoals
gij gehoord hebt dat antichrist komt, zo zijn er ook nu
vele antichristen opgestaan; uit welk feit wij te weten
komen dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn van ons
uitgegaan, maar zij waren niet van ons slag; want indien
zij van ons slag waren geweest, zouden zij bij ons zijn
gebleven. Doch zij zijn weggegaan opdat duidelijk aan het
licht zou treden dat niet allen van ons slag zijn. En gij
hebt een zalving van de heilige; gij allen hebt kennis."
(1 Johannes 2:18-20)
Deze passage is nuttig omdat het verifiëert
dat de antichrist tevoorschijn zal komen binnen de groep
van gezalfde Christenen. Johannes laat zien dat er vele
antichristen zijn geweest die "van ons zijn uitgegaan,"
net zoals Judas uitging van onder de apostelen. In overeenstemming
met deze schriftplaats zijn er vele Jehovah's Getuigen die
verklaarden een hemelse hoop te hebben, afgevallen van de
waarheid en uit de organisatie gestapt. In recente jaren
was één zo'n persoon zelfs een lid van het
Besturend Lichaam. Dus, ondanks dat er vele gezalfden zijn
geweest die antichrist zijn geworden, zal er een enkelvoudige,
uiteindelijke antichrist opstaan tijdens het laatste uur.
Dat betekent dat hij nu nog niet van ons is uitgegaan.
Het is interessant dat Christus de Efeziërs
gedurende de dag des Heren prijst. In Openbaring 2:2 zegt
hij namelijk: "Gij kunt slechte mensen niet verdragen,
en dat gij hen die zeggen dat zij apostelen zijn maar het
niet zijn, op de proef stelt en hen leugenaars hebt bevonden."
Het is niet redelijk te veronderstellen dat degenen
die beweren apostelen te zijn buiten de Christelijke
organisatie opereren. Er zou voor niemand een reden bestaan
hen op de proef te stellen, daar er door ware Christenen
dan sowieso geen geloof gehecht zal worden aan hun bedriegelijke
beweringen. Dit ondersteunt de gedachte dat de komende antichrist
en mens der wetteloosheid zich leiderschap en controle over
Jehovah's organisatie zal aanmatigen; ongeveer zoals de
satanische personen in de eerste eeuw die door Paulus "de
superfijne apostelen" werden genoemd. Alleen degenen
die Jehovah en Christus kennen en die van de waarheid houden,
zullen kunnen bewijzen dat zij leugenaars zijn.
Veel Bijbelboeken en geïnspreerde
brieven zijn, ondanks dat ze eeuwen geleden geschreven zijn,
een soort van tijd-capsules. Ze spreken namelijk in de tegenwoordige
tijd over een toekomende tijd. Wanneer Johannes dus zegt:
"Jonge kinderen, het is het laatste uur" en
dit gedeeltelijk van toepassing brengt op het einde van
het apostolische tijdperk in de eerste eeuw, is het in werkelijkheid
zo dat degenen die tijdens het laatste uur in leven zijn
de gezalfde Christenen zijn die leven tijdens het besluit
van het samenstel van dingen. Daar Openbaring 17:12 spreekt
over alle koningen der aarde die de 8ste koning gedurende
een symbolische "één uur"
zullen dienen en waarin ze eensgezind zullen strijden tegen
Jehovah en zijn gezalfden, moet dat ene uur hetzelfde zijn
als het laatste uur waarover Johannes sprak dat gekenmerkt
zou worden door het verschijnen van de antichrist. Daarom
kunnen we de activiteiten van de 8ste koning niet scheiden
van die van de antichrist. Ja, de profetieën lijken
elkaar in dit opzicht te overlappen.
Beschouw eens wat Daniël 11:36 zegt
in verband met de koning van het noorden: " En de
koning zal werkelijk doen naar zijn eigen wil, en hij zal
zich verheffen en zich grootmaken boven elke god; en tegen
de God der goden zal hij verwonderlijke dingen spreken.
En hij zal stellig succesvol blijken te zijn totdat de openlijke
veroordeling tot een eind zal zijn gekomen; want dat waartoe
besloten is, moet geschieden."
Nu, vergelijk dit eens met de beschrijving
van de mens der wetteloosheid in 2 Thessalonicenzen 2:4,
waar staat: "Hij verzet zich en verheft zich boven
een ieder die "god" of een voorwerp van verering
wordt genoemd, zodat hij in de tempel van De God gaat zitten
en zich in het openbaar vertoont als een god."
Nu moeten we ons redeneringsvermogen gebruiken
om het mysterie van de komende antichrist te ontrafelen.
Daar beide profetieën te maken hebben met de ontwikkelingen
die zich zullen voordoen tijdens het oordel, of zoals Daniël
het verwoordt: de veroordeling; hoeveel wezens die zich
verheffen boven elke andere god of voorwerp van verering
kunnen er mogelijkerwijs zijn? In alle redelijkheid kan
er slechts één zijn die zichzelf succesvol
boven alle anderen zal verheffen. Daarom kunnen we concluderen
dat Jehovah's organisatie gedurende de tijd van het einde,
wanneer de koning van het noorden alle landen zal overstromen,
inclusief het Sieraadland, en zelfs zijn paleistenten op
Jehovah's heilige berg zal planten, zal worden bestuurd
door de koning van het noorden.
En net zoals Judas een verbond sloot met
de koning van het noorden om Christus te verraden en te
vernietigen, zo moet ook de mens der wetteloosheid uiteindelijk
ontmaskerd worden als zijnde een vertegenwoordiger en woordvoerder
van de 8ste koning.
De mens der wetteloosheid staat symbool
voor satanische personen, valse apostelen en antichristen
die nu als mollen en saboteurs binnen het Genootschap bestaan.
Net als Judas staan zij klaar, voorbestemd door Gods woord,
om Gods zonen gedurende het laatste uur te bedriegen en
over te leveren in de hand van Satans keizerlijke tyran.
Gedurende de tijd van de veroordeling zal de antichrist
gekomen zijn om te trachten de organisatie te misleiden
naar vernietiging.
Nu zijn we in de positie geraakt waarin
we de betekenis van 2 Thessalonicenze 2:9-12 kunnen vatten,
omdat het de basis van Jehovah's oordeel op zijn volk beschrijft:
"Maar de tegenwoordigheid van de wetteloze is overeenkomstig
de werking van Satan met elk krachtig werk en leugenachtige
tekenen en wonderen en met elk onrechtvaardig bedrog voor
degenen die vergaan, als een vergelding omdat zij de liefde
voor de waarheid niet hebben aanvaard, opdat zij gered zouden
worden. Daarom laat God dus een werking van dwaling tot
hen gaan, zodat zij geloof gaan hechten aan de leugen, opdat
zij allen geoordeeld worden omdat zij de waarheid niet hebben
geloofd maar behagen hebben geschept in onrechtvaardigheid."
De Schriftplaats laat uitkomen dat een
persoon een liefde voor waarheid moet tentoonspreiden
wil hij gered worden van een ongunstig oordeel. Redelijkerwijs
moet een persoon eerst de waarheid kennen voordat
hij het lief kan hebben. Jehovah's Getuigen kennen de waarheid.
In ieder geval hebben we een leerstellig fundament dat ons
de mogelijkheid geeft oprecht geloof in Jehovah en Christus
te hebben. De werking van dwaling die God toelaat, moet
dus te midden van zijn volk plaatshebben en niet binnen
de Christenheid, zoals we dat nu veronderstellen. Daar het
vers zegt "dat zij allen geoordeeld worden"
en Gods oordeelsdag nog niet begonnen is, kunnen we niet
zeggen welke vorm deze werking van dwaling precies zal hebben.
"Ziet!
Ik Heb U Van
Tevoren Gewaarschuwd"
We kunnen er in ieder geval zeker van
zijn dat het iets is waarmee we nu nog niet geconfronteerd
zijn. Jezus vaardigde een zelfde waarschuwing uit toen hij
ons zei: "Wanneer dan iemand tot u zegt: 'Ziet!
Hier is de Christus', of: 'Daar!' gelooft het niet. Want
er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, die
grote tekenen en wonderen zullen doen ten einde, indien
mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden. Ziet! Ik
heb u van tevoren gewaarschuwd." (Mattheüs
24:23-25)
Jezus verwees met het woordje "dan"
naar de tijd gedurende de parousia. Jezus had net
voorzegd dat Gods heilige plaats verwoest zou worden en
dat de verdrukking verkort zou worden, en "dan"
zullen de valse Christussen en valse profeten verschijnen.
Merk ook op dat de valse Christussen grote tekenen en wonderen
zullen verrichten, zodat zelfs de uitverkorenen, indien
ze geen acht slaan op Jezus waarschuwing, beïnvloed
kunnen worden door de misleiding. Dat is precies wat Paulus
ook voorzei; namelijk, dat de mens der wetteloosheid "elk
krachtig werk en leugenachtige tekenen en wonderen"
zal verrichten.
Hoewel Satan de Duivel altijd heeft getracht
de mensheid te misleiden en van Jehovah weg te trekken,
wat hem in meer of mindere mate is gelukt, heeft hij zijn
krachtigste misleidende daden bewaard voor het einde van
de wereld. Dat komt omdat hij reeds de schijnideologie en
een religieus en politiek stelsel in stelling heeft gebracht
teneinde de hele wereld tijdens de kritieke fase van Christus'
aankomst als dief in de nacht, grondig te misleiden. En
ja, hij heeft de middelen tot zijn beschikking om zelfs
Jehovah's uitverkorenen te misleiden als dat mogelijk zou
zijn. De mens der wetteloosheid zal verschijnen om zijn
onheil over Jehovah's Getuigen te brengen doordat hij de
aandacht van Christus en zijn feitelijke parousia zal afleiden.
Jezus' specifieke waarschuwing aan zijn
dicipelen om zich niet te laten misleiden door enige sensationele
bewering die te maken hebben met Christus die in de "wildernis"
of in "de binnenkamers" zou zijn, hoe
overtuigend die ook mochten zijn, geven aan dat er zulke
krachtige en misleidende beweringen zúllen zijn.
Het is interessant op te merken dat, hoewel er de laatste
decennia enkele personen zijn geweest die beweerden de messias
te zijn, de gemeenschap van diverse sekten en denominaties
allen ijverige promotors zijn van de zogenoemde Nieuwe Wereld
Orde.
Naast de religieuze hoofdstroming van
Katholieken en protestanten [LINK]
die reeds vele tientallen jaren oecumene en wereldregering
hebben gepropageerd, hebben ook vele andere afwijkende sekten,
denominaties en NGO's messiaanse verwachtingen verbonden
aan wereldregering.
Het Bahai geloof [LINK]
promoot bijvoorbeeld sterk de Verenigde Naties als zijnde
een messiaanse regering.
The Unification Church of Reverend Sun
Moon, de zogenoemde Moonies, [LINK]
zijn krachtige vertegenwoordigers van het einde van het
systeem dat uit verschillende natien bestaat en een wereldwijd
rijk onder bestuur van de VN.
De pantheïstische, zogenoemde New
Age beweging, [LINK]
is ook behulpzaam geweest bij het scheppen van een verwachting
in de geest van mensen, dat de komst van een wereldwijde
regering het kosmische antwoord is op de problemen van de
mensheid. Er bestaat zelfs een zorgvuldig gekunstelde verwachting
dat de messias zich onder ons bevindt, wellicht om in de
toekomst geopenbaard te worden in de "binnenkamers"
van de Verenigde Naties. Zo wordt de persoon Benjamin Crème
door velen als voorloper van de messias of misschien de
messias zelf beschouwd. [LINK][LINK]
Binnen de hoofdstroming van Amerikaanse
politiek bevindt zich het bizarre, politieke verbond tussen
de conservatieve Evangelische beweging en het Zionisme.
[LINK][werkt
niet meer]
Conservatieve
fundamentalisten in het christendom, samen met ultra-orthodoxe
Joodse Zionisten worden uitgespeeld tegen Islamitische extremisten.
Dit is kennelijk de voornaamste drijvende kracht achter
het overijlde, ondoordachte streven om de Botsing der Beschavingen,
zoals die door de Anglo-Amerikaanse beleidsmakers aan de
wereld wordt voorgesteld, vorm te geven.[LINK]
Oorlog tussen de Islam en de Christenheid
in het Midden-Oosten heeft het potentiëel om aanvankelijk
Armageddon zelf te lijken, waardoor Fundamentalisten, die
ongetwijfeld op een bepaald moment zullen aankondigen dat
Christus is gekomen, geloofwaardigheid zal worden geschonken.
Fundamentalistische leiders denken klaarblijkelijk dat het
hun Christelijke plicht is Christus' wederkomst te bespoedigen
door Armageddon uit te lokken. [LINK]
Evangelische leerstellingen hebben miljoenen
mensen gehersenspoeld en hun geest juist datgene te laten
geloven waarvan Christus tegen zijn dicipelen zei het niet
te geloven. Volgens Christus zal zijn tegenwoordigheid zijn
als de bliksem die zich over de gehele hemel verspreid,
zodat het voor Christus' ware dicipelen niet nodig is zich
op een specifieke locatie te bevinden om zijn koninklijke
aanwezigheid te herkennen. Maar, volgens de fundamentalistische
leerstelling zal Jezus fysiek wederkomen en zelfs neerstrijken
op dezelfde kleine Olijfberg als vanwaar hij opsteeg. Hoe
lachwekkend dat ook moge klinken, waneer er plotseling een
grootschalige oorlog uitbreekt in dat gebied, misschien
zelfs met behulp van massavernietigingswapens, zal het voor
deze misleide personen lijken alsof Christus op het punt
staat te arriveren in de "wildernis" van het Midden
Oosten, overeenkomstig de vooraf geconditioneerde verwachting
van velen.
In de leegte die zal ontstaan, wanneer
onze eigen verkeerde interpretatie omtrent Christus' tegenwoordigheid,
die lang geleden in 1914 zou zijn begonnen, zal bezwijken
onder invloed van de realiteit, lijkt het zeker niet onwaarschijnlijk
dat de mens der wetteloosheid, in een atmosfeer van door
oorlog veroorzaakte verwarring en hysterie, zich zal aansluiten
bij degenen die de aankomst van de messias verkondigen.
We mogen verwachten dat het wonderbaarlijke
herstel van het beest, samen met de plotselinge en beangstigende
ineenstorting van het huidige Anglo-Amerikaanse stelsel,
vergezeld zal gaan door de "grote tekenen"
van de valse profeet. Openbaring 13:13, 14 zegt: "En
het verricht grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de
hemel doet neerdalen naar de aarde ten aanschouwen van de
mensen. En het misleidt degenen die op de aarde wonen wegens
de tekenen die hem gegeven waren te verrichten voor de ogen
van het wilde beest, terwijl het tot hen die op de aarde
wonen, zegt dat zij een beeld moeten maken voor het wilde
beest dat de zwaardslag had en toch weer opgeleefd was."
Met het oprichten van een instelling vlak
na een beangstigende calamiteit wordt het historische patroon
gevolgd dat is neergezet na de twee wereldoorlogen, toen
politieke organisaties werden opgericht die zogenaamd toekomstige
oorlogen moesten voorkomen. Na de Eerste Wereldoorlog werd
natuurlijk de Volkerenbond opgericht. En na de Tweede Wereldoorlog
was het de beurt aan de Verenigde Naties. Ongetwijfeld zal
de volgende wereldoorlog, samen met de onontkoombare financiële
ineenstorting en anarchie, als voorwendsel worden gebruikt
om een wereldwijd Sovjet-achtig systeem te introduceren
als zijnde de redder van de wereld.
Daar het wilde beest de zwaardslag nog
niet ontvangen heeft [ESSAY]
en daarna wonderbaarlijk is opgeleefd, kunnen we niet beweren
dat de profetie waarin het gemaakte beeld van het wilde
beest tot leven komt reeds zijn vervulling heeft gehad.
Ondanks dat de bureaucratische infrastructuur klaar is om
een wereldregering in te voeren, is dit nog niet de realiteit.
De onafhankelijke natien oefenen nog steeds een aanzienlijke
mate van soevereiniteit uit. Daarom kunnen we verwachten
dat het toekomstige teken van Christus' tegenwoordigheid,
dat 'natie tegen natie zal opstaan,' in werkelijkheid de
Derde Wereldoorlog zal zijn. Het kan zelfs zo zijn dat we
nu getuige zijn van de inleidende fase daartoe, namelijk
de "berichten van oorlogen" die Christus
heeft voorzegd. [LINK]
Als gevolg van de nu dreigende, vooraf
beschikte catastrofe, zullen de huidige regeringshemelen
volledig worden verduisterd, gevolgd door een ogenschijnlijk
wonderbaarlijk herstel van het systeem, alleen dan in een
geheel andere vorm. Wanneer het scharlakengekleurde wilde
beest echter zal opstijgen vanuit de afgrond van de dood
met de hoer op zijn rug, is het duidelijk dat diverse vals
religieuze instellingen, die samen Babylon de Grote vormen,
nog steeds zullen bestaan en een aanzienlijke mate
van invloed en controle zullen uitoefenen.
Doordat zoveel religies van deze wereld
gebruikt zijn om de geest van het volk te conditioneren
en propaganda te maken voor wereldregering, is het ondenkbaar
dat zo'n complot niet door demonen geïnspireerd zou
zijn met als doel de mensheid tijdens het kritieke laatste
uur der beproeving te verlokken.
"Nu
Zal Hun
Ontsteltenis Komen"
In tegenstelling tot de huidige interpretatie
van de Wachttoren, is het duidelijk dat de valse religie
niet aan het begin van de verdrukking zal worden
vernietigd om de simpele reden dat valse Christussen en
valse profeten tijdens de verdrukking werkzaam zijn.
Indien valse religie aan het begin weggedaan zou worden,
wat zou dan de bron zijn van de grote tekenen en wonderen
die de massa zullen verlokken tot het aannemen van valse
Christussen? Eens dat de valse religie haar doel voor het
wereldrijk echter heeft gediend, nadat wereldregering realiteit
is geworden, kunnen we verwachten dat het beestachtige politieke
systeem georganiseerde religie zal vernietigen.
Omdat de Wachttoren echter dogmatisch
en aanhoudend heeft beweerd dat de Christenheid en alle
andere religies aan het begin van de verdrukking
plotseling zullen worden vernietigd en dat de Wachttoren
als enige zal overleven als gevolg van Jehovah's bescherming,
zullen Jehovah's Getuigen ook kwetsbaar zijn voor verwarring
en verbijstering wanneer dingen niet lopen zoals we verwacht
hadden.
De profeet Micha spreekt hier specifiek
over wanneer hij in het 7de hoofdstuk van het boek dat zijn
naam draagt het volgende zegt: "De dag van uw wachters,
waarop er aandacht aan u wordt geschonken, moet komen. Nu
zal hun ontsteltenis komen. Stelt uw geloof niet in een
metgezel. Stelt uw vertrouwen niet in een vertrouwd vriend.
Bewaak tegenover haar die aan uw boezem ligt, de openingen
van uw mond." (Micha 7:4, 5)
In overeenstemming met Micha's waarschuwing
te waken voor onze eigen broeders, voorzei Christus dat
velen elkaar zouden haten en verraden gedurende een periode
van toenemende wetteloosheid. Als dat u onwaarschijnlijk
lijkt, denkt u zich dan eens de verwarring in die onder
Jehovah's Getuigen zal plaatshebben wanneer, in plaats van
de babylonische meesteres in toverijen, de Wachttoren zélf
zal vallen tijdens de verdrukking. Wat een vernedering voor
ons! Wat een schande voor onze getrouwe slaaf! En het allerergste,
wat een schande zullen we over Jehovah God brengen! En toch
is dat precies wat ons te wachten staat.
Daarom laat Micha 7:7-10 de benauwheid
van Jehovah's loyalen gedurende die tijd weerklinken. Er
staat: "Maar wat mij aangaat, naar Jehovah zal ik
blijven uitzien. Ik wil van een wachtende houding jegens
de God van mijn redding blijk geven. Mijn God zal mij horen."
Vervolgens zegt Micha, alsof hij spreekt tegen de hoer
van Babylon: "Verheug u niet over mij, o gij, mijn
vijandin. Al ben ik gevallen, ik zal stellig opstaan; al
woon ik in de duisternis, Jehovah zal mij een licht zijn.
Jehovah's woede zal ik dragen - want ik heb tegen hem gezondigd
- totdat hij mijn rechtsgeding voert en mij werkelijk recht
verschaft. Hij zal mij uitleiden tot het licht; ik zal zijn
rechtvaardigheid aanschouwen. En mijn vijandin zal het zien,
en schaamte zal haar bedekken die tot mij zei: "Waar
is hij, Jehovah, uw God?" Mijn eigen ogen zullen op
haar neerzien. Nu zal zij een plaats van vertrapping worden,
als het slijk der straten."
Het toneel is in allerlei opzichten dus
werkelijk in gereedheid gebracht. Vanuit een wereldwijd
strategisch oogpunt bezien, heeft de toekomst van de wereld
er nimmer onheilspellender en bedreigender uitgezien. Een
scenario voor het laatste Oordeel is zeker in de maak. Het
wereldwijde financiële systeem is in de laatste fase
van faillisement. Het is bewezen dat terrorisme, met verbluffende
effectiviteit, de capaciteiten bezit overal op de planeet
voort te gaan met onregelmatige oorlogvoering. De Anglo-Amerikaanse
dualistische wereldmacht lijkt vastbesloten te zijn voortdurend
oorlog uit te lokken met natien die de nieuwe As van het
Kwaad worden genoemd. Het is denkbaar dat diverse gloeiende
brandhaarden in het Midden Oosten, Kashmir, op het Koreaanse
schiereiland, China en Taiwan tegelijkertijd kunnen uitbarsten
in uitgebreide, wereldwijde oorlogvoering. Het spookbeeld
van wijd verspreide voedseltekorten, gekoppeld aan het uitbreken
van door mensen gemaakte en natuurlijke pestilentieën,
heeft het potentiëel om op een unieke manier de tekenen
van Christus' tegenwoordigheid en het besluit van het samenstel
van dingen te vervullen.
Op het religieuze vlak lijken diverse
nep-Christussen hun plaats in te nemen om hun volgelingen
te misleiden in Satans laatste valstrik. Onder Jehovah's
Getuigen bestaat een tastbaar gevoel van apathie en een
groeiende ontmoediging onder veel broeders en zusters. De
leiding lijkt zich niet bewust te zijn van het groeiende
misnoegen binnen de organisatie en lijkt zich vooral bezorgd
te maken om het handhaven van de status quo. En loerend
van net onder de oppervlakte, geduldig afwachtend, is daar
de roofzuchtige antichrist - de mens der wetteloosheid.
Zonder twijfel is de tijd gekomen dat
de volgende schriftplaats in vervulling zal gaan: "De
dag van uw wachters, waarop er aandacht aan u wordt geschonken,
moet komen. Nu zal hun ontsteltenis komen."
|