|
Een ieder die maar iets afweet van Jehovah's Getuigen, is zich
ongetwijfeld bewust van het feit dat de leerstellingen van het
Wachttorengenootschap zich rondom de centrale leerstelling dat
Jezus Christus in het bestemde jaar 1914 is begonnen te regeren
in zijn hemelse koninkrijk bewegen. Jehovah's Getuigen geloven
stellig dat dit ook het jaar was waarin Satan en zijn demonen
uit de hemel geworpen werden en sindsdien al hun wraakzuchtige
woede op de wereld geconcentreerd hebben. De bediening van Jehovah's
Getuigen wordt aangemoedigd door dat geloof.
De ondertitel van het tijdschrift De Wachttoren, "Aankondiger
van Jehovah's Koninkrijk," is een verwijzing naar de aankondiging
dat het koninkrijk in 1914 opgericht is. 1914 wordt duidelijk
bezien als een uiterst belangrijke leerstelling in ons
geloof. Zelfs in zoverre dat pas bekeerden die de leerstelling
omtrent 1914 niet van harte aanvaarden, ontmoedigd of er zelfs
van weerhouden worden zich te laten dopen, en elke gedoopte getuige
die 1914 verwerpt uitsluiting uit de gemeente boven het hoofd
hangt wegens afvalligheid. Het is jammerlijk dat er zoveel nadruk
wordt gelegd op een twijfelachtige interpretatie van profetie,
daar de niet-profetische leerstelling van Jehovah's Getuigen schriftuurlijk
correct zijn.
Maar, wat heeft meer dan zes miljoen Jehovah's Getuigen ervan
overtuigd dat Christus' koninkrijk in 1914 is begonnen te regeren?
Een online
brochure van het Wachttorengenootschap zegt: "Gedurende
zo'n 35 jaar voorafgaande aan 1914 had De Wachttoren (thans het
religieuze tijdschrift met de grootste verspreiding over de gehele
aarde) de aandacht gevestigd op 1914 als een door bijbelse profetieën
gekenmerkt jaar. Die profetieën begonnen in 1914 op een opmerkelijke
wijze in vervulling te gaan. Een ervan was de profetie die Jezus
zelf 1900 jaar geleden had uitgesproken betreffende "het teken"
dat aan het einde van het samenstel van dingen zou verschijnen
en waardoor bewezen zou worden dat hij, bekleed met koninklijke
macht, onzichtbaar tegenwoordig was. In antwoord op de vraag van
zijn discipelen naar dit "teken" zei hij: "Natie zal tegen natie
opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen in de ene
plaats na de andere voedseltekorten en aardbevingen zijn. Al deze
dingen zijn een begin van weeën der benauwdheid" (Matthéüs 24:3,
7, 8). Als een treffende vervulling hiervan begon in 1914 de Eerste
Wereldoorlog, die een zevenmaal zo grote vernietiging teweegbracht
als alle 900 oorlogen van de voorafgaande 2500 jaren! Sedertdien
zijn er onophoudelijk weeën der benauwdheid geweest. Hebt u de
door de oorlog aangerichte verwoesting, de voedseltekorten of
een van de grote aardbevingen meegemaakt die de aarde sinds 1914
hebben geteisterd? Zo ja, dan bent u ooggetuige geweest van "het
teken" van "de tijd van het einde" van dit samenstel van dingen."
Het artikel wijst op de zogenoemde zeven tijden profetie uit
het 4de hoofdstuk van Daniël. In 1878 begon het Wachttorengenootschap,
zich baserend op chronologische berekeningen, voor het eerst vooruit
te wijzen naar het jaar 1914. Oorspronkelijk geloofden de Bijbelonderzoekers
echter dat 1914 het begin van de oorlog van Armageddon zou zijn.
Ondanks de toenmalige teleurstelling, heeft het Wachttorengenootschap
tot op de dag van vandaag de zeven tijden van Daniël geïnterpreteerd
als van toepassing op Jezus' verwijzing naar "de bestemde tijden
der natiën," waarvan Jehovah's Getuigen nog steeds geloven
dat deze eindigden in 1914.
Er bestaat echter geen schriftuurlijke basis om de vernietiging
van Jeruzalem door de Babyloniërs te verbinden aan de bestemde
tijden waarnaar Jezus verwees. (Zie het essay: "Was
1914 het Einde van de Tijden der Heidenen?")
In plaats van ons te richten op interpretaties van cryptische
chronologie, is het doel van deze serie artikelen het bewijs
te beschouwen of 1914 wel of niet het jaar was waarin Jehovah's
koninkrijk is beginnen te regeren.
Het primaire aspect van het profetische teken is heel eenvoudig.
Jezus zei: "Want natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk
tegen koninkrijk, en er zullen in de ene plaats na de andere voedseltekorten
en aardbevingen zijn. Al deze dingen zijn een begin van weeën
der benauwdheid."
Er bestaat geen twijfel over dat de Eerste Wereldoorlog één
van de meest vernietigende oorlogen uit de geschiedenis was -
tot dan toe in ieder geval. De "Zie!" brochure die hierboven
geciteerd werd, bevat de verbazingwekkende bewering dat de Grote
Oorlog zeven keer zo vernietigend was dan alle oorlogen in de
voorgaande twee en een halve millennia!
Daar het echter van belang is waakzaam te blijven, zou
het niet onze belangstelling moeten hebben of de oorlog van 1914
de meest vernietigende tot dan toe was, maar of het de vervulling
was van Jezus' profetie op een manier die geen enkele andere oorlog
kan of zal zijn.
Anders gezegd: Zou er in de toekomst wellicht een andere
oorlog kunnen plaatsvinden die vernietigender is dan de
twee Wereldoorlogen uit de 20ste eeuw en die kan dienen als het
werkelijke teken van Christus' tegenwoordigheid?
Feitelijk beantwoordt het Wachttorengenootschap deze vraag met
'nee.'
Omdat verschillende natiën nu nucleaire wapens bezitten, alsook
diverse andere massavernietigingswapens, beredeneert het Wachttorengenootschap
dat elke toekomstige oorlog zo vernietigend zal zijn dat
het menselijke ras niet zou kunnen overleven. En daar de Bijbel
ons ervan verzekert dat de aarde niet vernietigd zal worden en
dat mensen voor eeuwig op de aarde zullen leven, kan er geen sprake
zijn van een nucleaire oorlog. Maar is de redenering van het Wachttorengenootschap
juist? Nee, dat is ze niet.
Zou de wereld mogelijkerwijs nog een wereldwijde oorlog kunnen
meemaken, zelfs een oorlog met gebruik van nucleaire wapens, zonder
het punt te bereiken waarop de aarde onbewoonbaar wordt?
Ja, natuurlijk kan dat.
Er is niets dat natiën ervan weerhoudt de strijd aan te binden
in nog een wereldoorlog - zelfs één die vele malen vernietigender
is dat de vorige oorlogen. Een dergelijke oorlog is niet alleen
mogelijk, de waarschijnlijkheid ervan wordt met de dag groter!
Trouwens, zei Jezus niet dat de dagen van de verdrukking verkort
zouden moeten worden omdat er anders niemand zou overleven? In
tegenstelling tot de redenering van het Wachttorengenootschap,
voorzegt de Bijbel dus dat de wereld op het randje van de afgrond
komt te staan voordat Jehovah ingrijpt.
Beschouw eens de ontnuchterende feiten: In de nasleep van 9-11
is de Verenigde Staten een permanente oorlog begonnen tegen Islamitisch
Jihadisme en terrorisme. Is de wereld daarna veiliger geworden?
Nauwelijks.
En niet alleen dat, maar de Anglo-Amerikaanse-Israëlische machten
zijn er volledig van overtuigd toekomstige oorlogen te voeren
tegen de immer uitbreidende As
van het Kwaad. Ondersteund door rechtse evangelische "christenen,"
die zich indenken dat ze Sion terugwinnen ter voorbereiding op
de terugkeer van Christus en Armageddon, neemt de recente herverkiezing
van president Bush de laatste politieke obstakels weg voor een
uitdijende
oorlog in het Midden Oosten. De meest onheilspellende ontwikkelingen
als voorteken van een dreigende nucleaire oorlog zijn misschien
wel de Anglo-Amerikaanse provocaties tegen Rusland - zoals wordt
gemeld door EIR.
De regering Bush heeft reeds een nieuwe
generatie mini-nukes ontwikkeld die bedoeld zijn voor onmiddellijk
gebruik tegen niet-nucleaire natiën. De Verenigde Staten heeft
ook een reeds tientallen jaren van kracht zijnde toezegging teruggedraaid
om zulke wapens alleen als verdediging te gebruiken; en tot ontzetting
van velen heeft de VS nu een first-strike policy van preventieve
nucleaire oorlogvoering aangenomen! Volgens
sommige waarnemers is een dergelijk beleid het recept van
zeker onheil.
Welk redelijk persoon kan ontkennen dat wereldoorlog dreigender
is dan ooit tevoren?
In het licht van zulke dreigende gebeurtenissen aan de horizon,
is de bewering van het Wachttorengenootschap dat Jezus' profetie
over "vreselijke schouwspelen" en "grote tekenen"
van de hemel in de 20ste eeuw reeds vervuld is eenvoudig absurd.
Kunnen de papieren vliegtuigjes uit het tijdperk van 1914 zelfs
maar vergeleken worden met het hedendaagse wapenarsenaal? Eén
enkel modern oorlogsvliegtuig draagt heden ten dage meer vuurkracht
bij zich dan alle wapens en munitie dat gebruikt is in
beide wereldoorlogen samen!
Als het Wachttorengenootschap nederig zou zijn, zou ze toegeven
dat ze geen verzekering kan geven dat het teken van Christus'
tegenwoordigheid zichzelf niet overtuigender zal aandienen in
de toekomst. Het is voor onze organisatorische profeten zeker
niet wijs dogmatisch te blijven volhouden dat er geen derde wereldoorlog
zal komen. (Zie het essay: "Zal
Er een Derde Wereldoorlog Komen?")
Nadenkende christenen moeten serieus het feit onder ogen zien
dat de woorden van Christus, waarin hij voorzei dat mensen "mat
van vrees" zullen worden, nog niet in vervulling zijn gegaan.
Het potentieel is zeker aanwezig, waarbij een dergelijke situatie
tot stand gebracht kan worden door een eenvoudige druk op de knop.
"Dit
Geslacht Zal Geenszins
Voorbij Gaan"
Eén van de opvallendste onvolkomenheden in de leerstelling van
het Wachttorengenootschap over 1914, is het duidelijke feit dat
het nu 90 jaar later is dan 1914, en dat vrijwel iedereen
die ooggetuige zijn geweest van de gebeurtenissen rondom de Grote
Oorlog sinds lange tijd gestorven zijn.
Tot 1995 voedde het Wachttorengenootschap het geloof onder Jehovah's
Getuigen dat enkelen van het geslacht van 1914 nog in leven zouden
zijn en het einde zouden meemaken. In 1993 zei het Wachttorengenootschap
nog het volgende: "Alle
kenmerken van de laatste dagen moeten dus binnen de levensduur
van één geslacht, het geslacht van 1914, plaatsvinden. Sommige
mensen die in 1914 leefden, zullen dus nog steeds in leven zijn
wanneer dit samenstel eindigt. Die generatie is nu vergevorderd
in jaren, waardoor te kennen wordt gegeven dat het niet lang meer
zal duren voordat God een eind maakt aan dit huidige samenstel
van dingen."
(Brochure "Wat is het doel van het leven?" Online
beschikbaar in het Nederlands.)
Daar Jezus de term "geslacht" in relatie tot de goddeloze ontrouwheid
van de meerderheid van de Joden gebruikte, heeft De Wachttoren
van 1 november 1995 getracht 'een generatie' te herdefiniëren
om de leerstelling over 1914 in stand te kunnen houden. Jehovah's
Getuigen geloven nu dat de term "geslacht" geen verwijzing is
naar de levensduur van een groep mensen die in een specifieke
tijd leeft.
Het lijkt echter alsof de "aanpassing" in ons begrip meer vragen
oplevert dan antwoorden. Waarom geloofden Jehovah's Getuigen bijvoorbeeld
zo lang dat het geslacht dat niet voorbij zou gaan een betrouwbaar
middel was om te bepalen waar we ons in de tijd bevonden?
En, waarom volgt de 20ste eeuwse vervulling niet hetzelfde patroon
als die in de 1ste eeuw?
Neem in beschouwing dat toen Jezus zijn oordeel uitsprak over
de ontrouwe Joodse generatie hij in Mattheüs 23:36 zei: "Voorwaar,
ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht."
In de 1ste eeuw ging het geslacht dat Jezus' aankondiging van
veroordeling had gehoord niet voorbij voordat de vernietiging
over Jeruzalem kwam.
De apostelen waren geen deel van het goddeloze en overspelige
geslacht, maar de meeste van hen leefden ook om persoonlijk "al
deze dingen" te zien, inclusief de vernietiging van Jeruzalem.
Daarom gaf Jezus hen een illustratie om dat punt te benadrukken
en zei: "Leert nu van de vijgeboom als illustratie het volgende:
Zodra zijn jonge tak zacht wordt en in het blad schiet, weet gij
dat de zomer nabij is. Zo ook gij, wanneer gij al deze
dingen ziet, weet dan dat hij nabij is, voor de deur. Voorwaar,
ik zeg u dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan voordat
al deze dingen geschieden."
De woorden "gij" en "u" komen samen viermaal voor in het geciteerde
vers. Oorspronkelijk waren ze van toepassing op de apostelen,
die op dat moment Jezus' directe toehoorders waren. En met betrekking
tot de vernietiging van de tempel en het Joodse stelsel, enkelen
van hen leefden en zagen "al deze dingen" gebeuren.
Maar, bent u in de grotere vervulling persoonlijk ooggetuige
geweest van de gebeurtenissen die plaatsvonden in 1914 - het zogenoemde
"begin van de weeën der benauwdheid"? Is er iemand
ooggetuige geweest van "al deze dingen" die Jezus voorzei?
Trouwens, wie van ons kan heden ten dage zeggen dat ze persoonlijk
ooggetuigen zijn geweest van welk van de voorzegde dingen
maar ook? Zo niet, moeten we dan maar veronderstellen dat Jezus
enkel bedoelde dat zijn discipelen het teken van zijn tegenwoordigheid
zouden "zien" door geschiedenisboeken te lezen of door het beschouwen
van geschreven of mondelinge verslagen van toenmalige ooggetuigen
die nu sinds lange tijd gestorven zijn?
Of zien we het teken van Christus' tegenwoordigheid door middel
van de bladzijden van De Wachttoren?
Jehovah's Getuigen erkennen dat veel aspecten van het teken
van Jezus' tegenwoordigheid nog niet tot ontwikkeling zijn gekomen.
Dat betekent dat het nu voor ieder individu onmogelijk is "al
deze dingen" te zien, daar degenen die de gebeurtenissen in
1914 persoonlijk hebben meegemaakt niet langer in leven zijn om
de finale mee te maken.
Volgens de "Zie!" brochure die in het begin werd geciteerd,
beweert het Wachttorengenootschap echter dat veel mensen het teken
van Jezus' tegenwoordigheid hebben gezien. Het Wachttorengenootschap
vraagt: "Hebt u
de door de oorlog aangerichte verwoesting, de voedseltekorten
of een van de grote aardbevingen meegemaakt die de aarde sinds
1914 hebben geteisterd? Zo ja, dan bent u ooggetuige geweest van
"het teken" van "de tijd van het einde" van dit samenstel van
dingen."
In alle eerlijkheid echter, hoeveel mensen die nu leven hebben
het teken van Christus' tegenwoordigheid "meegemaakt." Persoonlijk
ben ik al meer dan een halve eeuw in leven en ben ik nooit "ooggetuige
geweest" van oorlog, voedseltekorten, pestilentiën of
aardbevingen van substantiële kracht. De meeste mensen die ik
ken in de Verenigde Staten hebben zulke dingen ook niet meegemaakt.
Het is waar dat mijn generatie de Vietnam Oorlog heeft meegemaakt
en ik ken enkele mannen die naar het verre Vietnam zijn geweest
om de communisten te bestrijden, maar dichterbij het zijn van
"een ooggetuige" van elk van deze dingen die Jezus voorzei ben
ik niet geweest.
Volgens het Wachttorengenootschap zijn de maatschappelijke plagen
in de vorm van hartaandoeningen, AIDS en kanker ook een
vervulling van het teken. Daarom zegt het Wachttorengenootschap:
"Na de Eerste Wereldoorlog
kostte alleen al de Spaanse griep ongeveer 20.000.000 mensen het
leven - volgens sommige schattingen 30.000.000 of meer. AIDS heeft
honderdduizenden mensenlevens geëist en kan in de nabije toekomst
voor nog miljoenen meer de dood betekenen. Elk jaar sterven miljoenen
mensen aan hartziekten, kanker en andere kwalen. Miljoenen anderen
sterven een langzame hongerdood. Er bestaat geen twijfel over
dat de 'ruiters van de Apocalyps', met hun oorlogen, voedseltekorten
en epidemieën, sinds 1914 grote aantallen van de menselijke familie
hebben geveld."
("Bekommert
God Zich Om Ons?")
Wanneer de vier ruiters van de Apocalyps hun dodelijk galop
echter in 1914 begonnen zijn, daarbij een spectrum van oorlog,
voedseltekort en pestilentie met zich brengend, is het dan redelijk
dat de wereldbevolking gelijktijdig daarmee gestaag groeit? Zouden
we juist niet verwachten dat de bevolking drastisch gereduceerd
zal worden wanneer de profetische ruiters hun dodelijke oogst
gaan binnenhalen?
In de tijd dat de Zwarte
Dood het continent Europa teisterde, werd de bevolking bijvoorbeeld
gereduceerd met zoveel als 50%! Hele steden werden volledig uitgeroeid
door de dodelijke plaag. Veel mensen geloofden toentertijd dat
de Zwarte
Dood het einde van de wereld was. Maar, vormen de gedegenereerde
ziekten van de Westelijke Beschaving, zoals kanker en hartstoornissen,
dezelfde bedreiging als de pestepidemie uit afgelopen eeuwen?
Duidelijk niet.
Is het tevens logisch dat Jehovah's Getuigen prediken dat de
wereld achtervolgd wordt door epidemieën van apocalyptische proporties,
terwijl één van de grote bedreigingen van de hedendaagse beschavingen,
zelfs volgens het Wachttorengenootschap, explosief
groeiende steden en overbevolking is?
Is het verder redelijk dat de hedendaagse voedseltekorten zo
hevig zijn dat ze een vervulling zijn van de profetie, wanneer
het Wachttorengenootschap toegeeft dat zwaarlijvigheid een
mondiale epidemie wordt?
Volgens Openbaring zal een kwart van de wereldbevolking bezwijken
aan de gecombineerde verwoesting van de drie ruiters. De Apocalyps
zegt: "En ik zag, en zie! een vaal paard; en die erop zat,
droeg de naam Dood. En Hades volgde dicht achter hem. En hun werd
autoriteit gegeven over het vierde deel van de aarde, om
te doden met een lang zwaard en met voedseltekorten en met dodelijke
plagen en door de wilde beesten van de aarde." (Openbaring
6:8)
Wat betekent het dat "het vierde deel van de aarde" overgegeven
wordt aan de autoriteit van Dood? Als woorden ook maar iets betekenen,
vooral Gods woorden, moet het vierde deel er klaarblijkelijk op
duiden dat ongeveer 25%, of ongeveer een kwart van de wereld,
ten slachtoffer zal vallen aan de apocalyptische ruiters. Benadert
het aantal gevallen doden die toegeschreven worden aan de oorlogen,
voedseltekorten en pestilentiën uit de 20ste eeuw een kwart van
de wereldbevolking? Laten we eens zien.
In 1900 leefden er ongeveer 1,5
miljard mensen op aarde. (Waarschijnlijk meer in 1914) Er
werden ongeveer 8
tot 9 miljoen mensen vermoord gedurende WOI en nog eens 20
tot 40 miljoen ongelukkige zielen vielen ten slachtoffer aan
de Spaanse Griep in 1918. Zover bekend waren er geen grootschalige
voedseltekorten in diezelfde periode. Laten we de hoogste schatting
doden van de Spaanse Griep nemen en het aantal doden uit WOI afronden
naar 10 miljoen, zodat we een totaal aantal krijgen van 50 miljoen.
Hoeveel procent is 50 miljoen van 1,5 miljard?
Ongeveer 3%.
Dat is bij lange na niet een vierde van de wereldbevolking in
1914-1919.
Maar, als we nu eens alle doden van oorlogen, voedseltekorten
en pestilentiën in de gehele 20ste eeuw in beschouwing
nemen, zoals het Wachttorengenootschap doet?
Het Wachttorengenootschap beweert bijvoorbeeld vaak dat de vele
oorlogen uit de afgelopen eeuw meer dan 100 miljoen levens geëist
hebben.
Zoals eerder gezegd is het probleem echter dat de wereldbevolking
ondanks de vreselijke dodelijke tol van oorlog, voedseltekort
en pestilentie groeit, nu zelfs exponentieel.
Wanneer we daarom het aantal van 100 miljoen nemen en daar nog
eens 150 miljoen bij optellen voor allerlei soorten van vroegtijdige
doden, vertegenwoordigt deze hypothetische kwart miljard doden
nog steeds maar grofweg 4% van de huidige wereldbevolking, die
nu hoger is dan 6.000.000.000 mensen.
Overdrijft Gods woord wanneer er wordt gezegd dat de vier ruiters
autoriteit wordt gegeven "over het vierde deel van de aarde"?
Of is het redelijker te concluderen dat het teken van Christus'
tegenwoordigheid nog niet verschenen is?
Net zoals het Wachttorengenootschap ons niet kan verzekeren
dat er geen volgende wereldoorlog zal komen, kan ze ook
redelijkerwijs de mogelijkheid niet aan de kant schuiven dat voedseltekorten
en pestilentiën in de toekomst op een schaal zouden kunnen voorkomen
die nog niet eerder is meegemaakt.
In het geval van een grootschalige oorlog of wellicht een terroristische
aanslag met gebruikmaking van massavernietigingswapens, zullen
het reeds wankelende financiële stelsel en de wereldeconomie zonder
twijfel ineenstorten. Voedselproductie en distributie zullen waarschijnlijk
ontregeld worden - waardoor voedseltekorten ontstaan. Vaccinaties
en andere medische hulp zullen wellicht niet beschikbaar zijn
- waardoor pandemieën zich over de aarde kunnen zwiepen. En het
is helemaal niet ondenkbaar dat toekomstige pestilentiën het gevolg
zouden kunnen zijn van door mensen gemaakt biologische wapens.
Een dergelijk grauw scenario zal de ineenstorting van beschaving
bewerkstelligen tot wat een nieuw
donker tijdperk wordt genoemd.
Jezus' eigen woorden aangaande het teken van zijn tegenwoordigheid
dat zich zal manifesteren in een verduisterde zon en een bloedrode
maan en de sterren die uit de hemel vallen, lijken voortekenen
te zijn van een nieuw donker tijdperk.
Het is echter ironisch dat de leerstelling over 1914 van het
Wachttorengenootschap een prominent element zal zijn in de ontvouwing
van het teken van Christus' tegenwoordigheid. Hoe dat zo? Dat
en andere aspecten van het teken van Christus' tegenwoordigheid
zullen in deel twee besproken worden.
Vervolg van Deel I:
In verder antwoord op de vraag van de apostelen over een teken
van zijn tegenwoordigheid, voorzegt Jezus: "Dan zal men u overleveren
aan verdrukking en u doden, en gij zult ter wille van mijn naam
voorwerpen van haat zijn voor alle natiën. Dan zullen ook velen
tot struikelen worden gebracht en elkaar verraden en elkaar haten.
En vele valse profeten zullen opstaan en velen misleiden; en wegens
het toenemen der wetteloosheid zal de liefde van de meesten verkoelen.
Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden. En
dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde
aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en
dan zal het einde komen." (Mattheüs 24:9-14)
Als de Eerste Wereldoorlog het "begin van de weeën der benauwdheid"
was welke door Jezus voorzegt werd, dan zouden we verwachten ook
alle andere aspecten van het teken van Christus' tegenwoordigheid
te zien. Maar, hebben we die gezien? Laten we elk aspect eens
afzonderlijk onder de loep nemen.
Er bestaat geen twijfel over dat Jehovah's Getuigen in de afgelopen
100 jaar één van de meest gehate en belasterde groep mensen in
de wereld is geweest. De vervolging
van Jehovah's Getuigen door de Nazi's is welbekend. Gedurende
de 30'er en 40'er jaren werden Jehovah's Getuigen in de Verenigde
Staten onderworpen aan intense kwellingen en aanvallen
door het gepeupel. Gedurende de 70'er jaren sanctioneerde
de regering van Malawi de wrede vervolging van Jehovah's Getuigen,
waardoor duizenden grof werden bejegend of werden gedood. Jehovah's
Getuigen worden op dit moment vervolgd in diverse voormalige Sovjet
landen (zie jw-media.org).
Maar, kunnen we met zekerheid zeggen dat deze vervolgingen,
uit het verleden en in het heden, het teken van het besluit van
het samenstel van dingen vormen? Of is het mogelijk dat alle vervolgingen
tot op dit moment enkel een voorbode zijn van wat er komen
gaat?
Beschouw eens nauwkeurig het parallelle verslag van Christus'
profetie zoals dat in Markus staat: "Ziet gij echter toe op
uzelf; men zal u aan plaatselijke rechtbanken overleveren, en
gij zult in synagogen worden geslagen en voor bestuurders en koningen
terechtstaan ter wille van mij, tot een getuigenis voor hen. Ook
moet eerst in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt. Wanneer
men u echter wegvoert om u over te leveren, maakt u dan niet tevoren
bezorgd over wat gij zult spreken, maar spreekt datgene wat u
in dat uur gegeven wordt, want niet gij zijt het die spreekt,
maar de heilige geest. Voorts zal de ene broer de andere ter dood
overleveren, en een vader een kind, en kinderen zullen tegen de
ouders opstaan en hen ter dood laten brengen; en gij zult ter
wille van mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen.
Maar wie tot het einde heeft volhard, die zal gered worden."
(Markus 13:9-13)
Hebben Jehovah's Getuigen terecht gestaan voor bestuurders en
koningen van de wereld "tot een getuigen voor hen"? Het
is waar dat enkele zaken betreffende onrechtvaardige vervolging
en het verbieden van Jehovah's Getuigen de aandacht hebben gehad
van nationale en zelfs internationale prominenten. De recente
verbodsbepaling
voor Jehovah's Getuigen in Moskou is één zo'n voorbeeld. Maar
vervullen zulke zaken werkelijk de vereisten voor Christus'
profetische teken? Bedenk dat het Wachttorengenootschap het teken
van Christus' tegenwoordigheid vergeleken heeft met een unieke
vingerafdruk. De vraag is: zijn de gebeurtenissen in de 20ste
eeuw een exact evenbeeld van datgene wat volgens Christus
zou gebeuren?
Beschouw één aspect eens nader: Toen Jezus zijn volgelingen
instrueerde zich niet bezorgd te maken over hun wettelijke verdediging
zei hij: "Neemt u daarom in uw hart voor niet van tevoren te
repeteren hoe gij uw verdediging zult voeren," (Lukas 21:14-16)
betekent dat dan niet dat er geen advocaten aan te pas zullen
komen? Is het tenslotte niet zo dat vertegenwoordigd worden door
een advocaat tot doel heeft een verdediging te voeren? Geven hedendaagse
rechtszaken in verband met het Wachttorengenootschap Jehovah's
Getuigen verder werkelijk de mogelijkheid een getuigenis te geven
over Gods koninkrijk voor regeringsfunctionarissen? Of is het
in werkelijkheid enkel een wettelijke strijd tussen regeringen
en Wachttorenadvocaten? Welke advocaat zou het, in tegenstelling
tot Christus' raad, in zijn hoofd halen de rechtszaal binnen te
gaan zonder op voorhand nauwkeurig zijn verdediging voor zijn
cliënt te oefenen? Moeten we aannemen dat de heilige geest tot
de regeerders spreekt door middel van wettelijke petities die
door Wachttorenadvocaten worden ingediend? Het patroon in de Heilige
Schrift geeft iets anders te kennen.
Jezus Christus stond zonder advocaat voor de Joodse Hogepriester,
Koning Herodus en de Romeinse stadhouder Pilatus. Zijn verdediging
was heel eenvoudig. Petrus, Jakobus en Johannes gaven ook een
getuigenis voor het Joodse hooggerechtshof zonder dat er een advocaat
in juridisch jargon uit die tijd voor hen sprak. Paulus verscheen
zelfs voor Caesar in Rome om een getuigenis te geven aangaande
Christus' koninkrijk.
Maar, is de gewone Jehovah's Getuige ooit verschenen
voor hoge functionarissen zonder dat hij of zij werd bijgestaan
door advocaten en ze van tevoren hun verdediging hadden bepaald?
Terwijl Jehovah's Getuigen in de veronderstelling zouden
kunnen zijn dat de onderliggende koninkrijkskwestie het voornaamst
is in het geval dat Wachttorenadvocaten op wettelijke wijze verbodsbepalingen
en vervolgingen ongedaan willen maken, zouden we het krachtige
getuigenis van Christus en de apostelen niet tekort moeten doen
met het maken van zulke vergelijkingen.
Toen Daniël ontboden werd op Belsazars feest om voor de ten
ondergang gedoemde monarch het handschrift op de muur te ontcijferen,
stelde hij zonder twijfel een patroon en voorbode van de dingen
die komen gaan gedurende de tijd van het einde. Zonder twijfel
zullen de uitverkorenen en aanhang dan "zo helder schijnen
als de zon in het koninkrijk van hun Vader" terwijl ze Jehovah's
laatste aankondiging bekend maken aan de regeerders van deze ten
ondergang gedoemde wereld.
Verder lijken de vervolgingen van Jehovah's Getuigen tot op
de dag van vandaag niet de schaal of intensiteit te benaderen
die Christus beschreef toen hij voorzei: "Voorts zal de ene
broer de andere ter dood overleveren, en een vader een kind, en
kinderen zullen tegen de ouders opstaan en hen ter dood laten
brengen."
Het verraad binnen families van christenen is een belangrijk
aspect van het teken van het besluit van het samenstel. Als de
tijd van het einde in 1914 begonnen is, zou deze karakteristiek
van Christus' profetie dan niet even prominent aanwezig moeten
zijn als de oorlogen, voedseltekorten en pestilentiën? Wellicht
zullen er gedurende de Holocaust in het Nazi Duitsland voorvallen
zijn geweest waarbij één van Jehovah's Getuigen verraden werd
door een familielid, maar mocht dat al zo zijn dan waren die gevallen
zeer zeldzaam.
De Hebreeuwse profetieën wijzen echter vooruit naar een tijd
waarin de christelijke gemeenschap uiteen zal vallen en geestelijke
broeders in grote getalen tegen elkaar in opstand komen en elkaar
ter dood laten brengen. Het gehele 7de hoofdstuk van Micha spreekt
bijvoorbeeld over de val en het daarop volgende herstel van Jehovah's
volk gedurende het besluit. Micha 7:2 zegt: "De loyale is van
de aarde vergaan, en onder de mensen is er geen oprechte. Zij
allen, op bloedvergieten loeren zij. Zij jagen, een ieder op
zijn eigen broeder, met een sleepnet."
Micha zegt verder: "Stelt uw geloof niet in een metgezel.
Stelt uw vertrouwen niet in een vertrouwd vriend. Bewaak tegenover
haar die aan uw boezem ligt, de openingen van uw mond. Want een
zoon veracht een vader; een dochter staat op tegen haar moeder,
een schoondochter tegen haar schoonmoeder; 's mensen vijanden
zijn zijn huisgenoten."
Het kan voor Jehovah's Getuigen moeilijk zijn zich voor te stellen
dat de organisatie ooit implodeert, waarbij broeders en zusters
tegen elkaar opstaan in daden van ontrouw en verraad; voor de
meeste mensen is het echter even moeilijk zich voor te stellen
dat het huidige samenstel op gewelddadige wijze ineenstort. Toch
verzekeren de profeten ons ervan dat Jehovah deze wereld op haar
grondvesten zal laten schudden.
Beschouw eens een toekomstig scenario:
Een kleine politieke groepering met als bijnaam neoconservatieven,
welke op dit moment controle heeft over de laatst overgebleven
supermacht, heeft de wens de Verenigde Staten in een nieuw Romeins
Rijk te veranderen, met wereldonderwerping in het vooruitzicht.
Nuchtere waarnemers van politieke ontwikkelingen hebben reeds
enige tijd de alarmbellen laten rinkelen over het sluipende gevaar
dat de Verenigde Staten onder controle van fascistisch dictatorschap
komt te staan. Eén politieke wetenschapper, geciteerd op The
Project for the Old American Century website, noemt 14 kenmerken
van een fascistisch regime die nu ten volle zichtbaar zijn binnen
de huidige Amerikaanse regering. En niet alleen dat, als Patriot
Act II als wet wordt aangenomen, komt dit overeen met de herroeping
van de Grondwet van de Verenigde Staten. Onder bepaalde omstandigheden
is het zelfs denkbaar dat Jehovah's Getuigen als 'vijanden van
de staat' worden bezien. Vlak na de recente (2004) verkiezingen
lijkt het erop dat een door
fundamentalisten bestuurd fascistisch regime stevig op zijn
plaats staat en de grip op de macht consolideert; enkel wachtend
op de uitbraak van een nieuwe crisis als voorwendsel om de laatste
sporen van vrijheid, welke we nu in de zogenaamde vrije wereld
genieten, te elimineren.
Laat niemand eraan twijfelen dat de onafwendbare verandering
van de regering van de Verenigde Staten in een tiranniek regime
afgrijselijke consequenties zal hebben voor alle natiën ter wereld
- en vooral voor Jehovah's Getuigen. (Zie het essay: "Ondergang
van de Anglo-Amerikaanse Diade")
Wat betreft de geestelijke toestand van de organisatie, er is
reeds een waarneembare geest van desillusie en afnemende ijver
onder een groeiend aantal Jehovah's Getuigen. Intussen groeit
het aantal buitenstaanders en ex-getuigen die het Wachttorengenootschap
als een gevaarlijke hersenspoelende sekte bezien. De vervolging
van Jehovah's Getuigen in het verleden bewijzen hoe snel publiek
sentiment aangewakkerd kan worden, vooral gedurende de hysterie
in een oorlog.
Hoewel het grootste deel van Jehovah's Getuigen er op het moment
tevreden mee is het Wachttorengenootschap onvoorwaardelijk te
volgen, wat zal er gebeuren wanneer de profetische verwachtingen
van het Genootschap onweerlegbaar onjuist blijken te zijn door
onvoorziene ontwikkelingen in de wereld? Wat dan?
Het Wachttorengenootschap heeft bijvoorbeeld herhaaldelijk beweerd
dat de grote verdrukking begint wanneer de Verenigde Naties Babylon
de Grote vernietigt - inclusief de gehele christenheid. De Schrift
ondersteunt de speculatieve interpretaties van het Wachttorengenootschap
echter niet. (Zie het essay: "Babylon
de Grote - Wanneer Valt Ze?")
Erger nog, er is Jehovah's Getuigen laten geloven dat we min
of meer passieve
toeschouwers zullen zijn bij Gods oordelen. In plaats daarvan
laten de profetieën duidelijk zien dat het oordeel begint bij
het huis van God. (Zie het essay: "Het
Wachttorengenootschap - Een Unieke Rampspoed")
De vraag is dus: Wat zal er gebeuren wanneer Bethel tot zwijgen
wordt gebracht op een kritiek moment wanneer Jehovah's Getuigen
naar hen opzien voor leiding? - zoals ook Hosea voorzegt: "En
ik wil uw moeder tot zwijgen brengen. Mijn volk zal stellig tot
zwijgen worden gebracht, omdat er geen kennis is."
In de onvermijdelijke verwarring en krankzinnige omstandigheden
van oorlog, voedseltekorten, pestilentiën, financiële ineenstorting
en de uiteindelijke vernedering en verwoesting van het Wachttorengenootschap,
mogen we verwachten dat de huidige sudderende haat en angst voor
Jehovah's Getuigen tot een uitbarsting zal komen op een niet eerder
geziene schaal. Jehovah's Getuigen die het Wachttorengenootschap
blind volgen zonder werkelijke verknochtheid aan Jehovah, zullen
waarschijnlijk volledig verbijsterd en ontsteld zijn. Ja, in de
context van Micha's profetie aangaande broeders die door broeders
verraden worden, zegt de profeet: "De dag van uw wachters,
waarop er aandacht aan u wordt geschonken, moet komen. Nu zal
hun ontsteltenis komen."
Het vergt niet veel van ons verbeeldingsvermogen om te voorzien
dat de ongelovigen onder ons, onder de toestand van een politiestaat,
kunnen bezwijken onder de druk en hun voormalige broeders en familieleden
overleveren aan de dood, zoals Christus ook voorzei toen hij zei:
"Dan zullen ook velen tot struikelen worden gebracht en elkaar
verraden en elkaar haten. En vele valse profeten zullen opstaan
en velen misleiden…"
Het is tragisch dat het Wachttorengenootschap geen inzicht heeft
in deze essentiële zaken. Ze wil ons laten geloven dat de "velen"
die "tot struikelen worden gebracht" en "elkaar verraden"
geen christenen zijn. Zo vaak als het Wachttorengenootschap het
24ste hoofdstuk van Mattheüs geciteerd heeft, zo weinig commentaar
heeft ze gegeven op de hierboven geciteerde verzen. Moeten we
veronderstellen dat dit een onbelangrijk aspect van het teken
van Christus' tegenwoordigheid is?
Het is ironisch dat de leerstelling omtrent 1914 als een enorm
struikelblok kan dienen voor alle Jehovah's Getuigen wanneer de
feitelijke tegenwoordigheid van Christus begint! Op dat moment
zal de 1914-leerstelling volledig gedegenereerd worden tot een
valse profetie en zullen degenen die eraan blijven vasthouden
Christus op dat kritieke uur niet aanvaarden.
Nog een deel van het teken van Christus' tegenwoordigheid is
een "toename van wetteloosheid." Maar, wat voorzei Jezus
precies toen hij zei: "wegens het toenemen der wetteloosheid
zal de liefde van de meesten verkoelen"? Het Wachttorengenootschap
heeft altijd volgehouden dat de "toename van wetteloosheid"
te maken heeft met een toename van allerlei soorten misdaad. Er
bestaan echter enkele problemen met die interpretatie.
Misdaad
statistieken voor de Verenigde Staten tonen aan dat misdaad
in het laatste decennium is gedaald - niet gestegen. Er
bestaat geen twijfel over dat er vanaf de 60'er jaren tot begin
90'er jaren een toename van allerlei soorten misdaad heeft plaatsgevonden,
maar het valt niet te ontkennen dat die trend zich heeft omgekeerd
- in ieder geval in de Verenigde Staten, wat één van de meest
gewelddadige en wetteloze natiën ter wereld is.
Het woord "wetteloosheid," zoals het in de Schrift wordt gebruikt,
wijst echter op religieuze huichelarij en rebellie tegen God.
Jezus gebruikte het woord bij drie verschillende gelegenheden.
Tijdens de Bergrede vertelde Jezus bijvoorbeeld wat hij zou zeggen
tegen de huichelaars die pretenderen hem te dienen: "En toch
zal ik hun dan openlijk verklaren: Ik heb u nooit gekend! Gaat
weg van mij, gij werkers der wetteloosheid."
In verband met het oordeel over de op onkruid gelijkende christenen
zei Jezus: "De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en
zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en
degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk
verzamelen, en zij zullen hen in de vuuroven werpen."
In zijn veroordeling van de huichelachtige Farizeeën zei Jezus:
"Zo schijnt ook gij, van buiten weliswaar, rechtvaardig voor
de mensen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en wetteloosheid."
In elk van de bovenstaande teksten werd "wetteloosheid" gebruikt
in verband met geestelijke verdorvenheid onder degenen die beweerden
God te dienen. Het is daarom duidelijk dat Jezus, als één aspect
van het teken van zijn tegenwoordigheid, een toename van huichelarij
en afval voorzei in zijn gemeente - geen toename van criminele
activiteiten. Zonder twijfel is de aanwezigheid van de afvalpromotende
"mens der wetteloosheid" de reden voor het "toenemen
van wetteloosheid" in de "tempel van de God," als voorbode
van de uiteindelijke manifestatie van Christus' tegenwoordigheid.
(Zie het essay: "Het
Mysterie van de Antichrist")
Wat valt er te zeggen over het wereldwijde predikingwerk van
Jehovah's Getuigen?
In het Bijbelboek Markus voorzei Jezus: "Ook moet eerst
in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt." We zouden
ons de vraag kunnen stellen: Eerst? Eerder dan wat? Op
dit moment begrijpen we Jezus woorden als eerst - voor
het einde van het samenstel. Dat komt omdat Jezus het volgende
zei in het vaak geciteerde 24ste hoofdstuk van Mattheüs: "En
dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde
aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en
dan zal het einde komen."
We staan dus voor een raadsel - een paradox. Aan de ene kant
zegt Jezus in het evangelie van Mattheüs dat het goede nieuw voor
het einde gepredikt zal worden, maar in Markus zegt hij dat het
eerst gepredikt moet worden - voor de vervolging en ogenschijnlijk
voordat "natie tegen natie opstaat en koninkrijk tegen koninkrijk."
Dat wordt zelfs nog duidelijker in het 21ste hoofdstuk van Lukas,
waar Jezus zei: "Maar vóór al deze dingen zullen de
mensen de hand aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren
aan de synagogen en gevangenissen." "Voor al deze dingen"
heeft betrekking op de oorlogen, voedseltekorten en angstwekkende
tekenen aan de hemel welke Jezus in het voorgaande vers voorzei.
Kan het zijn dat het wereldwijde predikingwerk dat reeds door
Jehovah's Getuigen gedaan is en de vervolgingen die tot op dit
moment geleden zijn voorafgaan aan de feitelijke verschijning
van het teken van Christus' tegenwoordigheid, maar dat er gedurende
Christus' tegenwoordigheid een groots laatste getuigenis gegeven
zal worden - "en dan het einde zal komen"? Er zijn diverse
redenen om dat te geloven.
Beschouw wederom het 1ste eeuwse patroon: Kort nadat Jezus zijn
bediening begonnen was, onderwees hij ook 70 discipelen om het
koninkrijk van God te prediken en zond hij hen uit. Het is echter
opmerkenswaardig dat de apostelen en discipelen op dat moment
enkel maar een elementair begrip hadden van wat Gods koninkrijk
nu werkelijk inhield. Samen met nog andere zaken, verkeerden ze
in de valse waan dat Jezus de aardse troon van David zou herstellen
en vanuit Jeruzalem zou regeren. Ze hadden er op dat moment geen
idee van dat Christus' koninkrijk een hemels koninkrijk
zou zijn en dat Jezus en zijn mederegeerders onsterfelijke, hemelse
wezens zouden worden. De apostelen dachten ook dat het koninkrijk
onmiddellijk zou gaan regeren. In Lukas 19:11 wordt ons
gezegd dat Jezus hen een illustratie gaf omdat "zij meenden
dat het koninkrijk Gods zich ogenblikkelijk ging vertonen."
Het is opmerkelijk dat Jezus hen, ondanks hun onwetendheid, toch
uitzond om te prediken.
Na Jezus' opstanding werden de geesten van de apostelen en discipelen
echter volledig geopend voor de echte waarheid over Gods
koninkrijk. Het 24ste hoofdstuk van Lukas verslaat: "Toen zei
hij tot hen: "O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle
dingen te geloven die de profeten hebben gesproken! Moest de Christus
deze dingen niet lijden en in zijn heerlijkheid binnengaan?" En
beginnend bij Mozes en al de Profeten legde hij hun uit wat in
al de Schriften op hem betrekking had." Nadat de zalvende
geest uitgegoten was, werden de vroege christenen een onbedwingbare
geestelijke kracht die de evangelisatie in de gehele Mediterrane
wereld op zich nam.
Jezus' betrekkingen met zijn 1ste eeuwse gemeente is als een
patroon voor ons. We bevinden ons in dezelfde positie ten opzichte
van Christus' komst als de apostelen voordat Christus gestorven
was. Net als de 70 discipelen die uitgezonden werden om te verkondigen
dat Gods koninkrijk nabij was gekomen, hebben Jehovah's Getuigen
essentiële zaken over Gods koninkrijk bekend gemaakt. Maar, net
als de 70 die uitgezonden werden, hebben Jehovah's Getuigen ook
te maken met diverse verkeerde veronderstellingen. Wij hebben
ook voorbarige verwachtingen gehad, "menend dat het koninkrijk
Gods zich ogenblikkelijk ging vertonen."
Volgens vrijwel elk profetisch boek in de Bijbel zal Christus'
aankomst resulteren in een massale zifting en loutering van alle
christenen. Nadien zal er een uitstorting plaatsvinden van geest
en waarheid welke de getrouwen ertoe zal aanzetten een intensieve
predikingveldtocht op te zetten om de wereld te laten weten dat
het koninkrijk eindelijk gekomen is… "en dan zal het einde
komen."
|