De Koning van het Noorden Komt Aan Zijn Eind

 

De profeet Daniël was geen passieve profetieschrijver. Toen hij als jongeman, gedurende de tijd dat Gods oordeel begon, in Jeruzalem woonde, werd Daniël, samen met andere prinsen en edelen van de Judese regerende klasse, gevangen genomen in de eerste golf van Nebukadnezars, door God bevolen, militaire campagne tegen de heilige stad. Daniël was uit de eerste hand getuige van de vervulling van talrijke profetieën die door Jesaja, Jeremia en anderen waren geschreven.

Het is zeer waarschijnlijk dat de jonge Daniël vóór zijn ballingschap persoonlijk had gehoord hoe de rol van Jeremia werd voorgelezen, bij de gelegenheid dat hij werd voorgelezen voor alle prinsen van het Judese koninkrijk. De profetie voorzei: "De koning van Babylon zal zonder mankeren komen en zal stellig dit land verderven en mens en dier eruit doen verdwijnen"? (Zie Jeremia 36:9-23)

Als Daniël, om wat voor reden dan ook, het voorlezen van Jehovah's veroordeling van Jeruzalem niet persoonlijk had gehoord, dan had hij zonder twijfel gehoord van de gebeurtenis waarbij koning Jojakim de rol van Jeremia uitdagend aan stukken sneed en in het kolenvuur wierp - en daarmee zowel zijn eigen ondergang als die van het koninkrijk bezegelde.

Terwijl ze in ballingschap in Babylon waren, moet het voor de enkele getrouwe aanbidders van Jehovah veel pijn hebben gedaan de heilige schatten en gebruiksvoorwerpen uit het huis van Jehovah als slechts trofeeën te zien worden uitgestald in het huis van Nebukadnezars god - Mardoek. Het zou er voor toeschouwers op lijken alsof Mardoek en alle andere goden van Babylon superieur aan Jehovah waren. Maar Daniël wist beter.

Zonder twijfel wist Daniël dat de reden dat de Chaldeeën zo'n machtig rijk werden niet lag aan Jehovah's onmacht zijn volk te beschermen tegen de aan Mardoek opgedragen legers; integendeel zelfs. De reden dat het Nebukadnezar werd toegestaan een dergelijk uitgebreid koninkrijk te hebben was om als Gods middel tot straf te dienen. Onze bijbel getuigt van het feit dat Jehovah ruim van tevoren door middel van zijn profeten aankondigde dat hij Babylon zou gebruiken om de joden te straffen voor hun zonden en opstandigheid.

Later, na Babylons val, bekende Daniël in een gebed tot God nederig de zonden van het volk: "O Jehovah, mogen, naar al uw daden van rechtvaardigheid, uw toorn en uw woede zich alstublieft afwenden van uw stad Jeruzalem, uw heilige berg; want wegens onze zonden en wegens de dwalingen van onze voorvaders zijn Jeruzalem en uw volk een voorwerp van smaad voor allen rondom ons. Nu dan, o onze God, luister naar het gebed van uw knecht en naar zijn smekingen, en doe uw aangezicht lichten over uw heiligdom, dat woest en verlaten ligt, ter wille van Jehovah. Neig uw oor, o mijn God, en hoor. Open toch uw ogen en zie onze desolate toestanden en de stad die naar uw naam genoemd is; want niet op grond van onze rechtvaardige daden laten wij onze smekingen voor u neervallen, maar op grond van uw vele barmhartigheden. O Jehovah, hoor toch. O Jehovah, vergeef toch. O Jehovah, schenk toch aandacht en handel. Stel niet uit, ter wille van uzelf, o mijn God, want uw eigen naam is over uw stad en over uw volk uitgeroepen." - Daniël 9:16-19

Door de zich in de tijd ver uitstrekkende profetieën die aan Daniël werden gegeven is het duidelijk dat de vernietiging van Jeruzalem door de Babyloniërs geen unieke, éénmalige gebeurtenis zou worden. In plaats daarvan is het een voorbeeld van Gods toekomstige bemoeienis met zijn volk gedurende het besluit van het samenstel. Daniëls belijdenis van Juda's zonden en zijn eigen wroeging dienen als een voorteken hoe Jehovah's Getuigen uiteindelijk openlijk de zonden van de enige organisatie op aarde, die de naam van Jehovah draagt, zullen belijden.

"Ook Zal Hij Werkelijk Het Sieraadland Binnentrekken"

In Daniël 11:40 worden we erover ingelicht dat de koning van het noorden zijn ultieme alles-of-niets poging tot werelddominantie lanceert tijdens "de tijd van het einde." Daarom lezen we: "En in de tijd van het einde zal de koning van het zuiden met hem in botsing komen, en de koning van het noorden zal op hem aanstormen met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal stellig de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken."

Voorafgaande aan de publicatie van Schenk Aandacht aan Daniëls Profetie interpreteerde het Wachttorengenootschap het bovenstaande vers als exclusief van toepassing op de "botsing" van de Koude Oorlog tussen Oost en West en de uitbreiding van de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Het meest recente commentaar van het Genootschap beweert echter, in hun voortdurende poging de onhoudbare leerstelling dat de tijd van het einde in 1914 begon te ondersteunen, dat de feitelijke "botsing" eigenlijk begon aan het einde van de Eerste Wereldoorlog met het tekenen van het Verdrag van Versailles! En de Nazistische Stormtroepen worden ook verondersteld de profetie te vervullen doordat zij Europa overstroomden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tijd van het einde ligt echter, zoals in Deel IV is besproken, nog in toekomst.

Hoewel de bewering zou kunnen worden gedaan dat de voorzegde "botsing" reeds is begonnen, bewezen door de bijna dagelijkse, door de oligarchie geregisseerde terroristische bomaanslagen over de hele wereld; bedoeld om Rusland te destabiliseren en ten val te brengen en de Verenigde Staten te dwingen de Derde Wereldoorlog te beginnen, is het echter waarschijnlijker dat het niet duidelijk zal zijn dat de tijd van het einde is aangebroken tot de tijd dat de koning van het noorden daadwerkelijk zijn alles-of-niets poging doet.

Dat zou, heel ontnuchterend, kunnen betekenen dat het denkbaar is dat Jezus' verborgen aankomst, als een dief in de nacht, voor een korte tijd onopgemerkt zal zijn, zodat de Heer zijn verrassingsinspectie gedurende de "botsing" zou kunnen uitvoeren - voordat de wereld uiteindelijk losbarst in een totale oorlogvoering - wat blijkt doordat natie tegen natie zal opstaan, wat het feitelijke bewijs van Jezus' tegenwoordigheid is en het begin van het besluit van het samenstel.

Wat mogen we mogelijkerwijs verwachten als de koning van het noorden het volgende vervult: "Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken, en vele landen zullen tot struikelen worden gebracht"? Daniël 11:41a.

We zouden echter eerst de vraag kunnen stellen: Wat is het Sieraadland eigenlijk? Oorspronkelijk was de term van toepassing op het land Kanaän. In Ezechiël 20:6 beschrijft Jehovah het als: "vloeiend van melk en honing. Het was het sieraad van alle landen."

Het Wachttorengenootschap identificeert het tegenwoordig, met onderscheidingsvermogen, als de "geestelijke staat" van Gods volk. In het bijzonder is het Sieraadland het geestelijke Israël - Christus' gemeente. En inderdaad was de christelijke gemeente die Jezus oorspronkelijk stichtte een prachtig iets - net als het Beloofde Land eens een sieraadland van extreme schoonheid was. Maar hoe zal Jezus het geestelijke sieraadland aantreffen wanneer hij terugkeert voor de definitieve inspectie?

Vreemd genoeg beperkt het Genootschap haar commentaar op Daniël 11:40a in het Schenk Aandacht-boek tot een zuinig zinnetje, waar staat: "Hij (de Sovjet-koning van het noorden) vervolgde ware christenen, waardoor hun activiteit werd beperkt - maar beslist niet stil kwam te liggen."

Het is waar dat de Sovjet-Unie Jehovah's Getuigen heeft vervolgd maar dat is niet de vervulling van de profetie. Als we het doel nastreven de bijbel zichzelf te laten verklaren dan is het nodig dat we de opstapeling van misverstanden over deze zaak uit onze geest loswrikken.

Volgens het 28ste hoofdstuk van Jesaja is het Sieraadland voorbestemd te worden overstroomd gedurende de oordeelsdag, wanneer Christus aankomt. Het eindresultaat is dat alleen een gezuiverd overblijfsel het zal vermijden te worden weggevaagd door de vloed van Jehovah's veroordeling.

"Wee de eminente kroon van de dronkaards van Efraïm, en de verwelkende bloesem van zijn luisterrijke sieraad, dat rust op het hoofd van het vruchtbare dal van hen die door de wijn zijn overmand! Zie! Jehovah heeft iemand die sterk en krachtig is. Als een onweersbui van hagel, een vernielende storm, als een onweersbui van geweldige, overstromende wateren zal hij stellig met kracht ter aarde werpen. Met voeten zullen de eminente kronen van de dronkaards van Efraïm worden vertreden. En de verwelkende bloem van zijn luisterrijke sieraad dat op het hoofd van het vruchtbare dal rust, moet worden als de vroege vijg vóór de zomer, die wanneer iemand ze ziet, terwijl ze nog in zijn handpalm is, door hem wordt opgeslokt."

Het land Israël wordt beschreven als een verwelkte sierbloem - eens een prachtig iets - maar nu een verlepte bloesem van haar voormalige heerlijkheid. Maar hoe weten we of het 28ste hoofdstuk van Jesaja op de gemeente van Jehovah's volk in de tijd van Christus' wederkomst van toepassing is? Omdat we een paar verzen verder lezen:

"Ziet, ik leg als fundament in Sion een steen, een beproefde steen, de kostbare hoek van een vast fundament. Niemand die geloof oefent, zal in paniek geraken. En ik wil gerechtigheid tot het meetsnoer maken en rechtvaardigheid tot het waterpasinstrument; en de hagel moet de leugentoevlucht wegvagen, en de wateren, die zullen zelfs de schuilplaats wegspoelen."

Vanzelfsprekend is Jezus de hoeksteen in Sion. Daarom doet het overstromen van het verwelkte Sieraadland, in overeenstemming met alle andere profetieën, zich voor gedurende de tijd van het einde. En tegengesteld aan wat het Wachttorengenootschap leert, dat de profetie op de een of andere manier van toepassing is op de christenheid, zijn degenen die worden gered als de vloed van vervolging de "leugentoevlucht" wegvaagt, zij die werkelijk geloof stellen in Christus in de tijd van zijn aankomst. Zij zijn het getrouwe overblijfsel van Gods eigen volk. Dat blijkt duidelijk uit Jesaja 28:5: "Op die dag zal Jehovah der legerscharen worden als een sierkroon en als een luisterrijke krans voor degenen die overblijven van zijn volk, en als een geest der gerechtigheid voor degene die ten gericht gezeten is, en als kracht voor hen die de strijd afwenden van de poort." (Zie het essay: "Een Te Kort Rustbed En Een Te Smal Laken")

Vanzelfsprekend past het Wachttorengenootschap Jesaja's veroordelende profetie op de christenheid toe. Als dat echter waar zou zijn, waarom worden degenen die worden gered dan "degenen die overblijven van zijn volk" genoemd?

Zelfs als Jehovah's veroordeling op de christenheid wordt toegepast, veroordeelt het Wachttorengenootschap onbewust zichzelf. Hoe dat zo? Bij het vaststellen van de oorspronkelijke achtergrond van de profetie verklaart het Jesaja-boek van het Wachttorengenootschap:

"Het kan zijn dat sommigen in het noordelijke koninkrijk hun vertrouwen niet alleen in nieuwe politieke bondgenoten stellen maar ook verwachten dat Jehovah hen beschermt - ondanks het feit dat zij gouden kalveren bij de aanbidding blijven gebruiken. Juda is er eveneens van overtuigd dat het op Jehovah's bescherming kan rekenen. Staat Jehovah's tempel immers niet in Jeruzalem, hun hoofdstad? Maar voor beide naties liggen onverwachte gebeurtenissen in het verschiet. Jehovah inspireert Jesaja tot het voorspellen van ontwikkelingen die zijn eigenzinnige volk ronduit vreemd zullen toeschijnen. En zijn woorden bevatten belangrijke lessen voor iedereen in deze tijd."

Het Wachttorengenootschap blijft in gebreke te erkennen dat Jehovah Israël en Juda oordeelde omdat zij zijn volk waren en omdat zij de naam van Jehovah vertegenwoordigden. Op verscheidene plaatsen in de profetieën maakte Jehovah bekend dat hij een afrekening met de stad, waarop zijn naam rustte, zou houden. Net als de joden uit de oudheid dragen Jehovah's Getuigen ook de naam van Jehovah - wat verantwoordelijkheid tegenover de Drager van die naam met zich mee brengt.

Het Wachttorengenootschap veroordeelt dan wel hypocriet de christenheid omdat ze, net als Juda, politieke verbintenissen aangaat; toch heeft het Wachttorengenootschap gedurende tien jaar de Verenigde Naties als NGO gediend. Ondanks hun leugenachtige ontkenning staan NGO's, volgens de door de VN uitgevaardigde criteria, onvermijdelijk in een politieke verbintenis met de Verenigde Naties.

Het Wachttorengenootschap veroordeelt ook hypocriet de christenheid voor het bevorderen van verschillende vormen van afgoderij; toch is het Wachttorengenootschap, vanuit het standpunt van Jehovah, zelf niets anders dan een gouden kalf geworden. Dat blijkt uit het feit dat het Wachttorengenootschap heilig wordt geacht - onberispelijk - verheven boven kritiek of zelfs klachten van haar onderdanen.

Iedere Jehovah's Getuige die, door het door God geschonken redenatievermogen, niet onvoorwaardelijk accepteert wat een bewezen valse leerstelling is, wordt als consequentie meteen uitgesloten omdat hij of zij geen heerlijkheid aan het Genootschap geeft als zijnde de alwetende woordvoerder van God. Omdat het Wachttorengenootschap als onaantastbaar wordt beschouwd, is het alsof een armzalig beeld van de organisatie boven de waarheid is geplaatst, terwijl Jehovah's heerlijkheid daarmee tekort wordt gedaan. Maar vanuit Jehovah's standpunt is alles wat tussen hemzelf en de aanbidding, die door zijn volk aan hem gericht wordt, komt, afgoderij. (Zie het essay: "Mijn Eigen Afgod Heeft Ze Gedaan")

Net als de Joden met hun heilige tempel, veronderstelt de leiding van Jehovah's Getuigen ook dat ze Jehovah's onvoorwaardelijke zegen heeft. Hun houding is exact gelijk aan wat in het 3de hoofdstuk van Micha wordt beschreven, waar Jehovah zegt: "Toch blijven zij op Jehovah steunen en zeggen: "Is Jehovah niet in ons midden? Ons zal geen rampspoed overkomen"."

Maar het is duidelijk dat er wel degelijk rampspoed over de Joden en hun tempel kwam - net als Jezus aangaf dat er tijdens de verdrukking rampspoed over de heilige plaats zou worden gebracht. Toen hij wees naar de komende verwoesting van de heilige plaats drong Jezus er bij de lezer met onderscheidingsvermogen op aan het boek Daniël te raadplegen. En inderdaad voorzegt Daniël dat "heerlegers" van de koning van het noorden uitgaan en ze "zullen werkelijk het heiligdom, de vesting, ontwijden en het bestendige kenmerk verwijderen…En men zal stellig het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, plaatsen."

De ontheiliging van de heilige plaats en de verwijdering van het bestendige kenmerk vinden plaats wanneer de koning van het noorden het Sieraadland overstroomt. Maar kennelijk resulteert dat niet onmiddellijk in de volledige verwoesting van Gods aardse stad. De inval in het Sieraadland vindt plaats wanneer het walgelijke ding, dat later een volledige verwoesting van dat wat heilig is voor God veroorzaakt, in Gods domein wordt geplaatst.

Tegengesteld aan de wijdverbreide, onschriftuurlijke verwachting van het Wachttorengenootschap wordt het vals religieuze systeem van de christenheid niet als eerste vernietigd terwijl Jehovah's Getuigen als passieve toeschouwers toekijken. De christenheid is niet de heilige plaats die voor de verwoesting bestemd is. In plaats daarvan blijkt het exact tegenovergestelde in het verschiet te liggen: Het Wachttorengenootschap en Jehovah's Getuigen zijn, als straf van God voor onze overtredingen, bestemd te vallen voor onze religieuze vijanden. (Zie het essay: Babylon de Grote: "Wanneer Valt Ze?")

Dat Jehovah's volk als eerste ten onder zal gaan terwijl de christenheid overleeft, wordt aangegeven in hetzelfde vers dat de val van het Sieraadland voorzegt. Het hele vers luidt: "Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken, en vele landen zullen tot struikelen worden gebracht. Maar deze zijn het die aan zijn hand zullen ontkomen: Edom en Moab en het voornaamste deel van de zonen van Ammon."

De betekenis van Edom, Moab en Ammon in deze profetie is dat deze drie naties de christenheid symboliseren. (Zie de Postzak van 25 april 2004) Hun ontsnapping aan de koning van het noorden op dat tijdstip staat in schril contrast met de inval van de koning in het Sieraadland.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de koning van het noorden zich in Christus' gemeente manifesteren als de mens der wetteloosheid. Dat mogen we afleiden uit het feit dat Daniël 11:36 over de koning van het noorden zegt: "En de koning zal werkelijk doen naar zijn eigen wil, en hij zal zich verheffen en zich grootmaken boven elke god; en tegen de God der goden zal hij verwonderlijke dingen spreken. En hij zal stellig succesvol blijken te zijn totdat de openlijke veroordeling tot een eind zal zijn gekomen; want dat waartoe besloten is, moet geschieden."

De apostel Paulus beschrijft de mens der wetteloosheid in vrijwel dezelfde woorden, als hij over hem zegt: "Hij verzet zich en verheft zich boven een ieder die "god" of een voorwerp van verering wordt genoemd, zodat hij in de tempel van De God gaat zitten en zich in het openbaar vertoont als een god."

De logica schrijft voor dat er maar één god kan zijn die zich boven alle anderen, inclusief Jehovah, verheft. Daarom moeten de koning van het noorden en de mens der wetteloosheid één en dezelfde zijn. (Zie het essay: "Het Mysterie van de Antichrist")

"Maar Er Zullen Berichten Zijn Die Hem Zullen Ontstellen"

"Maar er zullen berichten zijn die hem zullen ontstellen, van de opgang der zon en uit het noorden, en hij zal stellig uitgaan in grote woede ten einde te verdelgen en velen aan de vernietiging prijs te geven."

Wat kunnen de berichten zijn die de koning van het noorden ontstellen en tot een genocidale razernij drijven? Het Wachttorengenootschap zegt dat ze het niet weet - behalve dan het feit dat de berichten van Jehovah afkomstig zijn. Maar laten we de profetie eens nader beschouwen.

Tegengesteld aan de huidige opvatting hebben Jehovah's Getuigen Babylon de Grote niet verlaten. Dat is omdat we nog niet eens in ballingschap zijn gegaan! Babylon de Grote moet Jehovah's volk nog overwinnen. Dat zal voortkomen uit het binnentrekken in het Sieraadland door de koning van het noorden.

Net als toen de legers van Nebukadnezar Jeruzalems heilige tempel plunderden en de Joden in ballingschap sleepten, zal het lijken alsof Jehovah God inferieur is aan de goden van de natiën, die de achtste koning steunen, wat de koning van het noorden gedurende de tijd van het einde uiteindelijk zal worden.

De slecht begrepen profetie van Micha voorzegt dat Jehovah's volk voor de hoer zal vallen. Micha 7:8 zegt: "Verheug u niet over mij, o gij, mijn vijandin. Al ben ik gevallen, ik zal stellig opstaan; al woon ik in de duisternis, Jehovah zal mij een licht zijn. Jehovah's woede zal ik dragen - want ik heb tegen hem gezondigd - totdat hij mijn rechtsgeding voert en mij werkelijk recht verschaft. Hij zal mij uitleiden tot het licht; ik zal zijn rechtvaardigheid aanschouwen. En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken die tot mij zei: "Waar is hij, Jehovah, uw God?" Mijn eigen ogen zullen op haar neerzien. Nu zal zij een plaats van vertrapping worden, als het slijk der straten."

Nadat Jehovah zijn volk vernederd heeft zal de grotere Cyrus - Jezus Christus - zijn gelouterde loyalen weer verzamelen en ze bevrijden van de slavernij aan de Nieuwe Wereldorde, die op dat moment geïnstalleerd is. Dit is in goede harmonie met Christus' eigen profetie over de volgorde van gebeurtenissen gedurende het besluit: Aanvankelijk worden de uitverkorenen van God verstrooid wanneer het walgelijke ding verwoesting over de heilige plaats brengt. Nadien vindt een grootse bijeenvergadering van de uitverkorenen plaats. "En hij zal zijn engelen uitzenden met een luid trompetgeschal, en zij zullen zijn uitverkorenen bijeenvergaderen van de vier windstreken, van het ene uiteinde der hemelen tot het andere uiteinde daarvan." -Mattheüs 24: 31

De bevrijding van Jehovah's Getuigen zal vergezeld gaan van de meest fenomenale uitstorting van Gods heilige geest ooit. Vele profetieën, te veel om hier aan te halen, geven aan dat er zich een groots uitgieten van geest zal voordoen nadat God zijn organisatie kastijdt en gedurende de verdrukking die trouwelozen en verdorvenen uitzift. Jesaja 30:26 voorzegt bijvoorbeeld een zevenvoudige toename in licht van Jehovah als een geneesmiddel voor de ineenstorting die God zijn volk laat overkomen. Dat vers zegt: "En het licht van de volle maan moet worden als het licht van de gloeiende zon; en ook het licht van de gloeiende zon zal zevenmaal sterker worden, als het licht van zeven dagen, op de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en zelfs de zware wonde die het gevolg is van de door hem toegebrachte slag geneest."

Maatgevend voor de blindheid die het Wachttorengenootschap tegenwoordig in zijn greep houdt; past zij het bovenstaande vers op Jehovah's Getuigen toe zonder ook maar één woord van verklaring te wijden aan wat de ineenstorting en het ernstige verwonden zou kunnen betekenen, wat door Jehovah's corrigerende slag wordt toegebracht.

Net zo wijst Jesaja 32:14-15 naar een uitstorting van heilige geest nadat Gods heilige stad is verwoest en haar wachttoren is verlaten. Vandaar dat we lezen: "Want zelfs de woontoren is verlaten, zelfs het tumult van de stad is uitgestorven; ja, Ofel en de wachttoren zijn kale velden geworden, voor onbepaalde tijd de uitbundige vreugde van zebra's, de weide van kudden; totdat over ons de geest wordt uitgestort van omhoog, en de wildernis een boomgaard geworden zal zijn en de boomgaard zelf een waar woud wordt geacht." (Ofel is een referentie aan de heuvel of berg van Jeruzalem.)

En natuurlijk voorzegt het 2de hoofdstuk van Joël een uitgieten en bijeen vergadering tijdens de donkere dagen van de verdrukking. "En ik wil wondertekenen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zelf zal in duisternis worden veranderd en de maan in bloed, vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah. En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen; want op de berg Sion en in Jeruzalem zullen de ontkomenen blijken te zijn, juist zoals Jehovah heeft gezegd, en onder de overlevenden, die Jehovah roept."

Het is interessant dat Joël onderscheid maakt tussen zonen en dochters enerzijds en dienstknechten en dienstmeisjes anderzijds. De zonen en dochters zijn de gezalfden, terwijl de dienstknechten en dienstmeisjes de niet gezalfde grote schare zijn, die zich tijdens de verdrukking vormt. Wat betreft de zonen en dochters komt de uitstorting niet als een zalving zoals het geval was in de 1ste eeuw toen Petrus de profetie van Joël toepaste op het Pinksterfenomeen. Aangezien zij, zoals het vers aangeeft, ten tijde van de uitstorting reeds zonen en dochters zijn, is het meer dan waarschijnlijk dat de profetie van Joël uiteindelijk tijdens de definitieve verzegeling plaats vindt.

De verzegeling wordt tot stand gebracht in het "openbaar maken van de zonen Gods."

Klaarblijkelijk zal het openbaar worden van de zonen Gods een miraculeuze manifestatie worden waarbij Jehovah op iedere verzegelde zoon van het koninkrijk een of ander zichtbaar teken zal plaatsen. Zei Jezus niet dat meteen na het wieden van de verdorven zonen uit het koninkrijk dat: "in die tijd de rechtvaardigen zo helder zullen schijnen als de zon in het koninkrijk van hun Vader."

Zonder twijfel dient ten aanzien hiervan de dood van Stefanus ook als een teken omdat zijn gezicht scheen als het gelaat van een engel toen hij in een visioen de glorierijke zoon des mensen in de hemel zag.

Paulus roerde dit ook terloops aan toen hij zei: "Maar wanneer men zich tot Jehovah keert, wordt de sluier weggenomen. Jehovah nu is de Geest, en waar de geest van Jehovah is, daar is vrijheid. En wij allen worden, terwijl wij met ongesluierde aangezichten de heerlijkheid van Jehovah gelijk spiegels weerkaatsen, van heerlijkheid tot heerlijkheid in hetzelfde beeld veranderd, precies zoals het door Jehovah, de Geest, wordt gedaan."

De verzegeling van de zonen van God tijdens de verdrukking zal aangeven dat Jehovah hen zijn definitieve, onomkeerbare goedkeuring heeft gegeven; op welk punt zij koningen van Gods koninkrijk worden - zelfs als zij op dat moment nog in het vlees zijn.

Merk alstublieft op dat Daniël 7:21-22 aangeeft dat de laatste koning oorlog voert tegen Gods heiligen en hen zal overweldigen tot de tijd dat Jehovah tussenbeide komt om de belegerde zonen van God het koninkrijk te geven. Dit lezen we: "Ik bleef aanschouwen toen diezelfde horen oorlog voerde tegen de heiligen, en hij overweldigde hen, totdat de Oude van Dagen kwam en het oordeel zelf werd geveld ten gunste van de heiligen van het Opperwezen, en de bestemde tijd aanbrak dat de heiligen het kóninkrijk in bezit namen."

De oprichting van Jehovah's koninkrijk is geen onbelangrijke gebeurtenis. Het vindt plaats met grote kracht en heerlijkheid. De toediening van de volle maat van Jehovah's geest op zijn volk zal dan een onbevreesde gemeente van dienaren voortbrengen die Jehovah op de wereld zal loslaten als een leeuw onder de lammeren. De profetie van Micha voorzegt: "En de overgeblevenen van Jakob moeten onder de natiën, te midden van vele volken, als een leeuw onder de dieren van een woud worden, als een manen dragende jonge leeuw onder schaapskudden, die, wanneer hij werkelijk doortrekt, stellig zowel vertrapt als verscheurt; en er is geen bevrijder." - Micha 5:8

Het 10de hoofdstuk van Openbaring is een visioen over de terugkeer van Christus in heerlijkheid, als de rechtmatige koning van de wereld. Het doet erg denken aan het visioen wat Daniël had in het 10de hoofdstuk van Daniël, waar een glorierijke engelenvorst zichzelf aan Daniël openbaarde en hem sterkte om het beslissende visioen over de koning van het noorden te ontvangen.

Het visioen in Openbaring doet zich voor in een tijd wanneer het heilige geheim van God tot een besluit wordt gebracht. Zoals we lezen: "Er zal geen uitstel meer zijn; maar in de dagen waarin de zevende engel zich laat horen, wanneer hij op het punt staat op zijn trompet te blazen, wordt het heilige geheim van God overeenkomstig het goede nieuws dat hij aan zijn eigen slaven, de profeten, heeft bekendgemaakt, inderdaad tot een einde gebracht."

Het Wachttorengenootschap veronderstelt dat het heilige geheim van God in 1914 tot een einde is gekomen. Maar hoe kun je in oprechtheid zeggen dat er "geen uitstel meer" is geweest in het volvoeren van Gods doel als het visioen al 90 jaar geleden is vervuld? Aangezien het Jehovah's bekend gemaakte voornemen is om 144.000 zielen van de aarde te verzamelen om met Christus te dienen als koningen en priesters (wat bekend staat als het heilige geheim), wordt redelijkerwijs het goede nieuws "inderdaad tot een einde gebracht" wanneer de laatste zoon van God is goedgekeurd en met Gods instemming is verzegeld. Het openbaar maken van de zonen Gods is wanneer het heilige geheim van God tot een einde is gebracht. Het zal daarna niet langer nodig zijn het goede nieuws van het koninkrijk te prediken, tenminste voor zover het er op is gericht de gezalfden te vergaderen en te voeden. Het Wachttorengenootschap vergist zich zeer in haar lering dat het goede nieuws dit voorbestemde doel in 1914 al bereikt heeft. Droevig genoeg zijn Jehovah's Getuigen subtiel geconditioneerd om dit soort irrationele nonsens te geloven.

Het visioen van Openbaring geeft echter aan dat er verder gepredikt wordt nadat het goede nieuws haar voorbestemde doel in verband met het heilige geheim van God heeft bereikt. Daarom lezen we in Openbaring 10:8-11: "En de stem die ik uit de hemel hoorde, spreekt wederom met mij en zegt: "Ga, neem de geopende boekrol welke zich in de hand bevindt van de engel die op de zee en op de aarde staat." En ik ging naar de engel toe en zei hem de kleine boekrol aan mij te geven. En hij zei tot mij: "Neem ze en eet ze op, en ze zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal ze zoet zijn als honing." En ik nam de kleine boekrol uit de hand van de engel en at ze op, en in mijn mond was ze zoet als honing; maar toen ik ze opgegeten had, werd mijn buik bitter. En zij zeggen tot mij: "Gij moet wederom profeteren met betrekking tot volken en natiën en talen en vele koningen."

De kleine boekrol die Johannes opeet stelt zonder twijfel het totaal aan profetische oordelen voor die in de Schrift vervat zijn en tot hier toe verzegeld en onbegrepen zijn gebleven. Dat omvat ook het boek Daniël, dat is verzegeld tot de tijd van het einde. Het verbreken van de zegels van de profeten valt samen met de verzegeling van de gezalfden. Daarom lezen we in Daniël: "En zij die inzicht hebben, zullen stralen als de glans van het uitspansel; en degenen die de velen tot rechtvaardigheid brengen, als de sterren tot onbepaalde tijd, ja, voor eeuwig."

Dus het profeteren tot de mensen en natiën en vele koningen geeft aan dat er een hard aankomende boodschap van veroordeling door de verzegelde zonen en hun ondersteuners zal worden gebracht.

Zei Jezus zelf niet dat de uitverkorenen tijdens de verdrukking voor regeerders en koningen zouden worden gesleept, om ze een door de geest geïnspireerd getuigenis te geven?

Net zoals Jezus op de dag van zijn executie een onbevreesd getuigenis voor de vertegenwoordiger van de koning van het noorden gaf, zo zal het lichaam van Christus een soortgelijk doel dienen voor hun vertrek. Zonder twijfel zullen de berichten uit het noorden en van de opgang der zon, die de koning van het noorden zo ontzettend onstellen, berichten zijn over Jezus' feitelijke aanwezigheid in koninkrijksmacht en de wonderbaarlijke verzegeling van de zonen Gods. "De koningen van de opgang der zon" zijn de verzegelde zonen Gods. Zij zijn de bron van de ontstellende berichten "van de opgang der zon."

Tijdens het donkerste uur van de wereld zullen de gekroonde koningen op aarde, in samenwerking met Christus en de opgestane hemelse koningen, opstijgen als de ochtendzon om de schitterende dageraad van Jehovah Gods grootse Nieuwe Wereld Orde aan te kondigen.

"En Hij Zal Volledig Aan Zijn Eind Moeten Komen"

Er hoeft hier niets meer geschreven te worden over de grote wereldomvattende genocide waartoe de 8ste koning, als resultaat van de ontstellende berichten die hem tot grote razernij opzwepen, is bestemd over de niets vermoedende wereld los te laten. (Zie het essay: De Ultieme "Eindoplossing")

Wat is echter de betekenis van het laatste vers van het 11de hoofdstuk van Daniël? Er staat: "En hij zal zijn paleistenten planten tussen de grote zee en de heilige Sieraadberg; en hij zal volledig aan zijn eind moeten komen, en er zal geen helper voor hem zijn."

We kunnen ons vanzelfsprekend afvragen hoe de koning van het noorden tijdens de tijd van het einde twee keer het Sieraadland kan binnenvallen. Is dat niet overbodig?

Er moet worden opgemerkt dat de tweede inval verdergaand is dan de eerste inbreuk. In het eerste geval zegt de profetie dat de koning van het noorden alleen maar "het Sieraadland zal binnentrekken." In het tweede geval zal de koning van het noorden zijn hoofdkwartier "tussen de grote zee en de heilige Sieraadberg" opzetten. Wat betekent dat?

Wel, het is interessant dat de schrift een onderscheid maakt tussen wat wordt genoemd "het Sieraadland" en de "heilige Sieraadberg." Dit subtiele verschil is erg belangrijk. "Het Sieraadland" symboliseert Christus' gemeente in haar onreine staat - de staat waarin Jezus haar aantreft wanneer hij aankomt om als geheime inspecteur zowel goede als slechte slaven te vinden, die in Gods huisgezin aanwezig zijn. Na het huisgezin aan een zuivering en reiniging te hebben onderworpen en nadat de slechte slaaf is buitengeworpen om in de duisternis te wenen en te knarsetanden, stelt de meester de gekastijde, getrouwe slaaf aan over al zijn bezittingen. Dat betekent dat het koninkrijk op dat moment feitelijk aan de getrouwe slaven wordt gegeven.

Merk alstublieft de volgorde van ontwikkelingen op die in de profeten wordt uiteengezet. Het 3de en 4de hoofdstuk van Micha, bijvoorbeeld, onthullen dat Jeruzalem als slechts een veld wordt omgeploegd vanwege de corruptie van de leiders. Naderhand zal echter, "in het laatst der dagen…de berg van het huis van Jehovah stevig bevestigd worden boven de top der bergen."

Het Wachttorengenootschap legt deze profetie precies andersom uit. Zij veronderstelt dat de berg van het huis van Jehovah reeds stevig is bevestigd vóórdat Jeruzalem (de christenheid in haar interpretatie) met de grond gelijk wordt gemaakt.

De context maakt echter duidelijk dat de bevestiging van het op een berg gelijkende koninkrijk van God plaats vindt nadat Jehovah's volk kreupel is gemaakt door zijn corrigerende slag.

Er staat in Micha 4:6-8: "Op die dag", is de uitspraak van Jehovah, "wil ik haar vergaderen die kreupel ging; en haar die verdreven was, wil ik bijeenbrengen, ja, haar die ik slecht behandeld heb. En ik zal haar die kreupel ging, stellig tot een overblijfsel maken, en haar die ver verwijderd was, tot een machtige natie; en Jehovah zal werkelijk als koning over hen regeren op de berg Sion, van nu aan en tot onbepaalde tijd. En wat u aangaat, o toren der kudde, de wal van de dochter van Sion, tot u zal ze komen, ja, de eerste heerschappij zal stellig komen, het koninkrijk dat de dochter van Jeruzalem toebehoort."

De eerste overstromende invasie in Gods eigendom door de koning van het noorden heeft als doel zijn volk te vernederen. Nadien vergeeft Jehovah op een grootse manier en reinigt zijn volk van de "uitwerpselen" van haar onreinheid. Het hele 4de hoofdstuk van Jesaja bevestigt dezelfde volgorde van gebeurtenissen; waarbij eerst de veroordeling komt, onmiddellijk gevolgd door het herstel en oprichting van Gods koninkrijk.

"Op die dag zal wat Jehovah doet uitspruiten, tot sieraad en tot heerlijkheid worden, en de vrucht van het land zal iets zijn om trots op te zijn en iets luisterrijks voor degenen van Israël die zijn ontkomen. En het moet geschieden dat er van degenen die overblijven in Sion en van degenen die worden overgelaten in Jeruzalem, gezegd zal worden dat zij heilig voor hem zijn, een ieder die ten leven is opgeschreven in Jeruzalem. Wanneer Jehovah de uitwerpselen van de dochters van Sion zal hebben weggewassen en hij zelfs het bloedvergieten van Jeruzalem uit haar midden zal wegspoelen door de geest van gericht en door de geest van verbranding, dan zal Jehovah stellig over elke vaste plaats van de berg Sion en over haar plaats van samenkomst een wolk bij dag en een rook scheppen, en het schijnsel van een vlammend vuur bij nacht; want over alle heerlijkheid zal een beschutting zijn. En er zal een hut komen tot schaduw des daags tegen de droge hitte, en tot een toevlucht en tot een schuilplaats tegen de slagregen en tegen de neerslag."

Merk alsjeblieft op dat God het Sieraadland herstelt en verder verfraait met zijn heerlijkheid. Dus de eerste invasie door de koning van het noorden is door God verordend en dient zijn gerechtelijk doel. De tweede schending van het heilige land doet zich echter voor nadat God zijn volk bijeen heeft gebracht en zijn koninkrijk over hen heeft gevestigd. De tweede bestorming door de koning van het noorden komt als een ongerechtvaardigde aanval op Gods koninkrijk, wat dan wordt gesymboliseerd door "de heilige Sieraadberg."

Het planten van "de paleistenten" van de koning van het noorden in het heilige domein van Gods koninkrijk betekent dat het land volledig door zijn rechtmatige inwoners zal worden verlaten. In andere woorden: de aardse koningen die Gods hemelse Jeruzalem vertegenwoordigen zullen ter dood worden gebracht.

Daniël 8:9-10 voorzegd dat de koning met bars gelaat hetzelfde zal doen tegen het Sieraadland en de vorsten van de opgang der zon: "En uit een van die kwam nog een horen voort, een kleine, en hij bleef in aanzienlijke mate groter worden naar het zuiden en naar de opgang der zon en naar het Sieraad. En hij bleef groter worden, totdat hij zelfs tot aan het heerleger van de hemel reikte, zodat hij er van het heerleger en van de sterren ter aarde deed vallen en ze vervolgens vertrapte."

Aangezien de reeds opgestane zonen van het koninkrijk buiten het bereik van de aan de aarde gebonden koning met bars gelaat (i.e. de koning van het noorden) zijn, kan hij alleen het aardse overblijfsel aanvallen; vandaar duidt het door hem veroorzaakte "ter aarde vallen van sommige van het heerleger en van de sterren" op het martelaarschap ná hun verzegeling. (Zie het essay: "Zal het Christendom het Einde van de Wereld Overleven?") Wanneer de zonen van God niet langer op aarde zijn, is Satans bedrieglijke nieuwe wereldorde volledig gevestigd. Het zal lijken alsof de laatste koning God heeft verslagen.

Tijdens de afwezigheid van de heiligen op aarde zal, zoals Jezus voorzei, de heilige plaats volledig verwoest worden door het walgelijke ding. De koning van het noorden wordt dan ogenschijnlijk een bezetter van Gods heilige plaats doordat de zichtbare vertegenwoordigers van Christus' koninkrijk de genadeslag hebben ontvangen.

Zoals al eerder is uitgelegd wordt hun martelaarschap als een directe aanval op het koninkrijk van God uitgelegd omdat ze als verzegelde zonen van het koninkrijk, terwijl ze nog op aarde zijn, feitelijk als koningen van het hemelse koninkrijk zullen regeren. Het is een oorlogsdaad die God niet kan negeren! Het is de ultieme provocatie die Michaël er toe brengt ten strijde op te staan. Op dat punt zal de koning van het noorden "volledig aan zijn eind moeten komen, en er zal geen helper voor hem zijn."


Gepubliceerd op: 17 Oktober 2004