|
Op het Geef God Heerlijkheid Districts-congres van Jehovah's
Getuigen van dit jaar, werd speciaal de aandacht gericht op de
profetie in het boek Amos. Een driedelig symposium van een uur,
getiteld Amos - De Boodschap voor Onze Tijd, paste de meeste
van Gods profetische veroordelingen zoals gewoonlijk toe op de
Christenheid. In de geest van de apostolische raad om niet elke
ogenschijnlijk geïnspireerde uiting te geloven, lijkt het
echter gepast te zijn de waarheid van die uitingen te testen om
te bezien of ze werkelijk van God afkomstig zijn.
Allereerst kunnen enkele sceptische lezers zichzelf afvragen
waarom het boek van Amos, of ieder andere Hebreeuwse profetie,
überhaupt een moderne vervulling moet hebben. Waarom kunnen
we niet gewoon aannemen dat Amos eenvoudigweg lang geleden in
vervulling is gegaan en de zaken verder met rust laten?
Ten eerste zijn alle profetische boeken verstrengeld door overlappende
thema's, en veel van hen voorzeggen rechtstreeks zaken die te
maken hebben met de uiteindelijke komst van Gods koninkrijk en
het einde van dit huidige samenstel. Als één van
hen daarom hedendaagse toepassingen heeft - hebben ze die allemaal.
Het is Jehovah's voorkeursmiddel voor communicatie om patronen
vast te leggen die later in andere settings en omstandigheden
worden herhaald. In essentie beschrijven de profetieën de
vooraf opgetekende rechterlijke beslissingen van de Oordeelsdag
voor Gods volk; alsook de ongelovige wereld.
Ter voorbeeld: in Handelingen 15:16, 17 citeerden Jakobus en
de apostelen rechtstreeks uit het boek Amos en paste het toe op
de 1ste eeuwse Christelijke gemeente. Die verzen luiden: "Na
deze dingen zal ik terugkeren en de hut van David, die vervallen
is, herbouwen, en ik zal haar puinhopen herbouwen en haar weer
oprichten, opdat zij die overblijven van de mensen, Jehovah ernstig
mogen zoeken, te zamen met mensen uit alle natiën, mensen
die naar mijn naam zijn genoemd, zegt Jehovah, die deze dingen
doet, die vanouds bekend zijn."
Eén punt dat het waard is direct te worden opgemerkt,
is dat Jehovah als "vanouds bekend" was in de
1ste eeuw; terwijl Jezus een relatieve nieuwkomer was in die tijd.
Elke latere vervulling zou evenzo betrekking hebben op een volk
dat naar de naam van Jehovah genoemd is. We weten in ieder
geval dat de "hut van David" betrekking heeft
op Christus' koninkrijk. Het huis van David viel in de 6de eeuw
v.G.T. in handen van de Babyloniërs, maar Jezus, als zijnde
een zoon van David en erfgenaam van Davids koninkrijk, richtte
het weer op toen hij de messiaanse profetieën vervulde en
als koning over het geestelijk Israël begon te regeren. Het
is daarom duidelijk dat de zogenoemde kleine profetie van Amos
van betekenis was voor de volgelingen van Christus in de 1ste
eeuw - ver na de tijd dat de profetie oorspronkelijk in vervulling
ging.
Maar de profetie leent zich ook voor een definitieve vervulling
gedurende de uiteindelijke openbaring van Christus' koninkrijk.
Hoe kunnen we dat zeker weten? De feitelijke profetie van Amos,
waaruit de apostelen citeerden, zegt verder over de opnieuw herbouwde
"hut van David": "'Opdat zij in bezit
mogen nemen wat er van Edom overgebleven is, en alle natiën
waarover mijn naam is uitgeroepen', is de uitspraak van Jehovah,
die dit doet..." Tegen de tijd van de 1ste eeuw bestond
de natie Edom echter niet meer; er was niets "van Edom
overgebleven" - het was volledig vernietigd, zoals andere
profeten ook hadden voorzegd.
Profetiestudenten erkennen echter dat Edom, samen met Ammon en
Moab, profetische betekenis hebben. Dat wordt duidelijk
uit het boek Daniël, waarin Edom, Ammon en Moab worden genoemd
in verband met de invallen van de koning van het noorden gedurende
de tijd van het einde.
Daniël 11:41 zegt over de daden van de koning van het noorden
het volgende: "Ook zal hij werkelijk het Sieraadland binnentrekken,
en vele landen zullen tot struikelen worden gebracht. Maar deze
zijn het die aan zijn hand zullen ontkomen: Edom en Moab
en het voornaamste deel van de zonen van Ammon."
Daar de profetie in Daniël 11:41 geen kleinere vervulling
heeft gehad in oude tijden, maar specifiek de gebeurtenissen voorzegt
die gedurende "de tijd van het einde" zullen
plaatsvinden, lang nadat Edom, Ammon en Moab ophielden te bestaan,
is het duidelijk dat Edom, Moab en Ammon betekenis
hebben met betrekking tot het geestelijk
Israël - "het Sieraadland."
De profetie van Amos veroordeelt Edom voor het doden van zijn
broeders, door te zeggen: "Vanwege drie daden van opstandigheid
van Edom, en vanwege vier, zal ik het niet afwenden, omdat hij
zijn eigen broeder met het zwaard heeft achtervolgd en hij zijn
eigen hoedanigheden van barmhartigheid heeft verdorven, en zijn
toorn voor eeuwig blijft verscheuren; en zijn verbolgenheid hij
heeft ze voor altoos bewaard."
De Wachttoren wijst er terecht op
dat Edom, Ammon en Moab nauw verwant waren aan de Hebreeën.
De Edomieten waren de afstammelingen van Esau---de tweelingbroer
van Jakob. Ammon en Moab waren de twee zonen die Lot bij zijn
dochters had toen zij na de verwoesting van Sodom tot een soort
holbewonersbestaan waren gedegradeerd.
De drie volken die afstamden van Esau, Moab en Ammon hadden overeenkomstige
gebruiken en talen en waren geografische buren van de zonen van
Jakob. Wat is daar de betekenis van
zoals het van toepassing is op het profetische Edom, Ammon en
Moab? De Wachttoren verschaft geen interpretatie - waarvoor de
redenen duidelijk zullen worden. Maar het moge duidelijk zijn
dat de Christenheid passend gesymboliseerd wordt door die drie
natiën, doordat alle hedendaagse sekten van de Christenheid
voortgekomen zijn uit de drie hoofdstromingen van Katholicisme,
Orthodoxie en Protestantisme. En,
net zoals Edom de meest dominante natie van de drie was en in
verband met Jakob het meest wordt genoemd in profetieën,
lijkt het specifiek een afbeelding te zijn van de Katholieke Kerk.
Met betrekking tot het geestelijk Israël, heeft de Christenheid
overeenkomstige gebruiken en spreekt een vergelijkbare taal der
schriften, om het zo maar eens uit te drukken, in dat ze de Bijbel
erkennen en gebruiken en verkondigen dat Jezus hun geestelijke
vader is - net zoals het oude Edom, Moab en Ammon Abraham als
hun vader bezagen. (Ondanks dat Abraham Lots oom was, hadden ze
een vader-zoon relatie) Daar Jehovah's Getuigen een gemeenschappelijke
erfenis hebben met Christenen van alle denominaties, zijn bijbelse
verhalen en beginselen over het algemeen geen onbekende begrippen
voor de hedendaagse geestelijke Edomieten en Moabieten.
Het is cruciaal de relatie tussen het oude Israël en Edom,
Moab en Ammon te kennen, omdat het betekenis heeft voor de volgorde
van gebeurtenissen in het komende oordeel. Hoe dat zo?
Volgens de vastgestelde volgorde in de Bijbel, begint Gods oordeel
als eerste bij zijn volk. Jeremia 25:29 zegt bijvoorbeeld:
"Want ziet! over de stad waarover mijn naam is uitgeroepen,
begin ik rampspoed te brengen, en zoudt gíj ook
maar in enig opzicht ongestraft blijven?" Dat het oordeel
wat staat opgetekent in Jeremia veel verder reikt dan de vernietiging
van het oude Jeruzalem door de Babyloniërs wordt enkele verzen
later duidelijk, waar Jeremia zegt: "Ziet! Een rampspoed
gaat uit van natie tot natie, en een zware storm zelf zal verwekt
worden van de meest afgelegen streken der aarde. En zij die door
Jehovah zijn neergeveld, zullen op die dag stellig van het ene
einde der aarde helemaal tot het andere einde der aarde komen
te liggen...Tot mest op de oppervlakte van de aardbodem zullen
zij worden."
Jeremia's profetie voorzegt in werkelijkheid het wereldwijde
karakter van de oorlog van Armageddon. Het punt is echter dat
het oordeel begint bij degenen die geassociëerd worden met
de heilige naam van God. De "stad" die heden ten dage
exclusief geassociëerd wordt aan de onderscheidende naam
van Jehovah is natuurlijk het Wachttorengenootschap van Jehovah's
Getuigen; en specifiek het Bethel hoofdkantoor van de organisatie.
Ezechiël 9:6 bevestigt dezelfde volgorde van gebeurtenissen
door te zeggen: "Grijsaard, jongeling en maagd en klein
kind en vrouwen dient gij te doden ten verderve. Maar
nadert geen enkele man op wie het kenteken is, en bij mijn heiligdom
dient gij te beginnen. Dus begonnen zij bij de oude mannen
die vóór het huis waren."
Terwijl die profetie oorspronkelijk van toepassing was op de
vernietiging van Salomo's tempel, bestaat er een moderne tegenhanger
in de geestelijk tempel, welke in de Schrift beschreven wordt.
Openbaring 11:2 verwijst bijvoorbeeld naar het tempelheiligdom
verbonden aan het Christendom welke vertreden moet worden door
de natiën. Jezus zelf profeteerde ook aangaande een heilige
plaats die bestemd is om gedurende het besluit van het samenstel
van dingen vertreden te worden door een walgelijk ding. Volgens
de profetie van Maleachi, welke geschreven werd nadat Salomo's
tempel was vernietigd, zal de boodschapper van Gods nieuwe verbond,
Christus, ook komen om Gods geestelijke tempel te inspecteren
en te reinigen. Maleachi 3:1 luidt: "Ziet! Ik zend mijn
boodschapper, en hij moet een weg voor mijn aangezicht banen.
En plotseling zal tot Zijn tempel komen de ware Heer, die
gijlieden zoekt, en de boodschapper van het verbond, in wie gij
behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig komen"
Opdat er geen onduidelijkheid bestaat over wat de komst van
de boodschapper van het verbond inhoudt, zegt Maleachi 3:5: ""En
ik wil tot ulieden naderen voor het oordeel, en ik wil een snelle
getuige worden tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en
tegen degenen die vals zweren, en tegen degenen die bedrieglijk
handelen met het loon van een loonarbeider, met de weduwe en met
de vaderloze jongen, en degenen die de inwonende vreemdeling afwijzen,
terwijl zij mij niet hebben gevreesd", heeft Jehovah der
legerscharen gezegd."
Daar Jehovah's Getuigen worden geplaagd door alle zaken die Jehovah
in zijn voornemen weg zal nemen van onder zijn volk, heeft er,
in tegenstelling tot het dogma van de Wachttoren omtrent Gods
oordelen die naar men verondersteld in 1919 hebben plaatsgevonden,
geen "snel" oordeel plaatsgehad onder Jehovah's volk
- nog niet. We mogen daarom, onder andere, concluderen dat de
oude mannen in Ezechiëls visioen, degenen die in Gods heiligdom
worden gedood, de boze slaven zijn die heden ten dage geriefelijk
verblijf houden binnen Gods gezalfde huisgezin en tempel.
Het punt is echter dat de Hebreeuwse profetieën bevestigen
wat de Christelijke apostel Petrus voorzegd heeft over Gods oordeel
wat als eerste bij zijn eigen huis begint. Om ons geheugen nog
even op te frissen: de apostel Petrus schreef in 1 Petrus 4:17:
"Want het is de bestemde tijd dat het oordeel begint
bij het huis van God. Als het nu eerst bij ons begint,
wat zal dan het einde zijn van hen die het goede nieuws van God
niet gehoorzaam zijn?"
Onze apostel Paulus bevestigt ons in het 2de hoofdstuk van Romeinen
evenzo dat het oordeel eerst begint bij de (geestelijke)
Jood en vervolgens de Griek (niet-gezalfde).
Wanneer we dus zo duidelijk zien dat de Schriften verklaren dat
het oordeel bij Gods huisgezin begint, hoe kan de Wachttoren dan
zo dogmatisch volhouden dat de verdrukking begint wanneer de Christenheid
en geheel Babylon de Grote wordt vernietigd door de 8ste koning?
Deze schrijver daagt opnieuw elke Getuige van Jehovah met kennis
of vertegenwoordiger van de Wachttoren uit schriftuurlijk bewijsmateriaal
te overleggen voor het vaak-herhaalde en veel-gepubliceerde idee
dat de vernietiging van valse religie de aanzet geeft tot de wereldwijde
verdrukking, waarover de profeten hebben gesproken.
Dat brengt ons terug naar de relatie tussen Edom en Israël,
en de basis voor Gods oordeel tegen valse religie.
"Mijn
Volk op de Dag
van hun Ongeluk"
Amos verder nog even loslatend, voor nu; de korte profetie van
Obadja, welke volgt op het boek Amos, bevat ook Gods oordeel tegen
Edom. De profeet herhaalt dat de reden dat God Edom vernietigt,
is omdat hij zich verheugde toen ongeluk over Israël kwam.
Vers 10 zegt: "Vanwege de gewelddaad tegenover uw broeder
Jakob zal schaamte u bedekken, en gij zult tot onbepaalde tijd
afgesneden moeten worden." Het 13de vers zegt verder:
"Gij hadt niet in de poort van mijn volk mogen komen op
de dag van hun ongeluk. Gij, ja gij, hadt niet naar zijn rampspoed
mogen turen op de dag van zijn ongeluk; en gij hadt geen hand
mogen uitsteken naar zijn vermogen op de dag van zijn ongeluk."
De Israëlieten waren in zowel goede als slechte tijden Gods
volk. Zelfs toen Jehovah ongeluk over hen bracht voor hun vele
zonden en overtredingen, waren ze nog steeds zijn volk.
Daarom noemt Jehovah hen ook "mijn volk." Ondanks
dat God de Joden voor hun zonden strafte, strafte hij dienovereenkomstig
ook anderen die zich verheugden en genoten van hun ongeluk.
Eén interessant detail in Obadja is de relatie die Edom
had met de plunderaar. Obadja 6-8 zegt: ""O de mate
waarin degenen van Esau zijn doorzocht! Hoe zijn zijn verborgen
schatten opgespoord! Tot aan de grens hebben zij u gezonden. Juist
de mannen die in een verbond met u staan, hebben u allen bedrogen.
De mannen in vrede met u hebben u overweldigd. Degenen die voedsel
met u eten, zullen een net onder u plaatsen als onder iemand in
wie geen onderscheidingsvermogen is. Zal het niet op die dag zijn?"
is de uitspraak van Jehovah."
Edom werd door de profeten beschreven als wonende op een verheven,
versterkte rots... waar vandaan ze neergehaald werden door de
Chaldeeën en haar grote rijkdom geplunderd werd. Edom voelde
zich klaarblijkelijk veilig door haar goede relaties met de Babyloniërs.
Ze hadden echter niet onderscheiden dat Jehovah de Chaldeeën
had aangesteld als het aardse, imperialistische uitvoerder van
goddelijke oordelen.
In een soortgelijk patroon geniet het Vaticaan enorme rijkdommen
en heeft het heden ten dage een veilige speciale positie met betrekking
tot de politieke leiders. Van alle religies in de wereld, geniet
alleen het Vaticaan wat 'bijzondere
waarnemer status' wordt genoemd in de Verenigde Naties. Met
andere woorden, zoals Obadja beschrijft, hebben ze een "verbond
van vrede" met juist die instantie welke bestemd is om
uiteindelijk de 8ste koning uit Bijbelse profetieën te worden
en welke, zoals Openbaring voorzegt, valse religie volledig zal
vernietigen.
Maar, wederom, waarom zijn we gerechtvaardigd in het maken van
zulke moderne toepassingen van zulke oude profetieën? Net
als Amos voorzegt Obadja dingen die eenvoudigweg niet passen in
de oorspronkelijke vervulling. Obadja 18 zegt bijvoorbeeld "het
huis van Jakob moet een vuur worden, en het huis van Esau als
stoppels; en zij moeten hen in brand steken en hen verteren."
In werkelijkheid werd Edom vernietigd door Babylon. De Joden wreekten
zich niet direct op Edom zoals de
profetie doet vermoeden. Hoe zou dat kunnen? Ze waren ten slotte
in gevangenschap in Babylon toen Edom werd vernietigd.
Verder eindigt de profetie van Obadja met te zeggen: "En redders
zullen stellig de berg Sion bestijgen, om het bergland van Esau
te oordelen; en het koningschap moet van Jehovah worden."
Het meervoud van redders en rechters die verbonden zijn aan Jehovah
die zijn eigen koningschap opneemt, kunnen niemand anders zijn
dan de 144.000 ware zonen van God, zoals ze in Openbaring
worden beschreven, die staan op de top van de hemelse Berg Sion
om te starten met de regering van Christus' koninkrijk over de
wereld. Hun oordeel over Edom staat in verband met Christus en
zijn 144.000 die zich wreken op Babylon de Grote voor het vergieten
van het bloed van Gods dienstknechten, van vele eeuwen geleden
tot het moment dat de laatste van de heiligen ter dood is gebracht.
Openbaring 6:11 wijst erop dat Gods oordeel van het huidige samenstel
tegengehouden wordt totdat het volledige aantal van de broeders
van Christus, die op het punt staan ter dood gebracht te worden,
gedood zijn. Waarschijnlijk is dat het moment waarop de
zonden van Babylon de Grote zich tot de hemelen hebben opgestapeld
en God haar herinnert aan haar vele onrechtvaardige daden.
De reden dat de Wachttoren over het algemeen niet erkent dat
Edom, Moab en Ammon de Christenheid symboliseren is omdat, als
ze dat zou doen, het noodzakelijk zou maken te erkennen dat Israël
in profetië geen afbeelding van de afvallige Christenheid
is. En wanneer de profetieën correct worden geïnterpreteerd, is
het, in plaats van de Christenheid die als eerste wordt geoordeeld
in de komende verdrukking, juist het geestelijk Israël en degenen
die verbonden zijn met de ware Christelijke gemeente die te gronde
gericht worden met de hulp en goedkeuring van de Christenheid.
Daarom beschrijft Daniël kennelijk dat Edom, Moab en Ammon de
eerste steken van de koning van het noorden ontlopen, terwijl
het Sieraadland onderworpen wordt aan de tirannieke koning. De
Christenheid wordt pas daarna, gedurende de periode van verdrukking,
door God geoordeeld voor het goedkeuren van de gruwelijkheden
die op dit moment nog tegen Jehovah's volk gepleegd moeten worden.
Op dit moment kunnen we ons enkel de schok en vernedering proberen
in te denken, welke alle Jehovah's Getuigen zal treffen wanneer
de Wachttoren omvergehaald wordt, terwijl de kerken van de Christenheid
spottend toekijken. Hoe kunnen we er echter zeker van zijn dat
dát hetgeen is wat in het verschiet ligt? Dat brengt ons terug
bij het boek van Amos.
"Geen
Honger Naar Brood,
en Geen Dorst Naar Water"
Eén van de door de Wachttoren vaakst geciteerde verzen uit Amos
is Amos 8:11, waar staat: "'Zie! Er komen dagen,' is de uitspraak
van de Soevereine Heer Jehovah, 'en ik zal stellig een hongersnood
in het land zenden, geen honger naar brood, en geen dorst naar
water, maar naar het horen van de woorden van Jehovah.'"
De Wachttoren past dat vers altijd toe op de vermeende, geestelijk
uitgehongerde toestand van de Christenheid. Maar laten we die
"geïnspreerde uiting" van interpretatie eens testen
om te bezien of het werkelijk van de God van waarheid afkomstig
is. Daarvoor hoeven we ons slechts de volgende vraag te stellen:
Op welke wijze vervullen de kerken van de Christenheid de profetie
die een geestelijke hongersnood over het land afroept?
In plaats van een geestelijke hongersnood, lijkt precies het
tegenovergestelde het geval te zijn; daar het duidelijk is dat
veel denominaties van de Christenheid een soort opleving lijken
mee te maken. Beschouw eens enkele relevante feiten: In vergelijking
met de middeleeuwen, toen de Katholieke Kerk een wurggreep op
de Bijbel had en het verbood dat ze gepredikt of vertaald werd
in algemene Europese talen, hebben hedendaagse kerkgangers een
veel grotere toegang tot Gods Woord. Ondanks dat de Katholieke
Kerk het vertalen van de Bijbel heeft tegengestaan, zijn er meer
recentelijk vele
Katholieke Bijbelvertalingen en commentaren voor het publiek
toegankelijk. Ondanks dat ze in vergelijking met de toenemende
bevolking in aantal afnemen, waar is het bewijs voor een hedendaagse
geestelijke hongersnood in de Katholieke organisatie?
Evangelische en fundamentalistische denominaties bieden grondige
Bijbelstudies aan en hun aantal groeit snel als gevolg daarvan.
Degenen die een Bijbelse boodschap willen horen, hoeven daarvoor
niet eens meer naar de kerk te gaan. Op diverse radiofrequenties
zijn Bijbelleraren van allerlei stromingen te horen en televangelisten
zijn ook heel algemeen geworden. Het Internet bevat letterlijk
duizenden Christelijke websites en online Bijbelstudie programma's.
De snelle groei van de hedendaagse evangelische beweging, vooral
in Latijns Amerika, is beschreven als niets minder dan een modern
fenomeen. Er bestaat zeker geen bewijs voor een geestelijke
hongersnood onder veel van de evangelische denominaties.
Wat betreft de Orthodoxe stroming van de Christenheid, de Russische
Orthodoxe Kerk is klaarblijkelijk uit de dood opgestaan, nadat
het tientallen jaren lang is onderdrukt door de USSR. Er bestaat
ook geen bewijs voor een geestelijke hongersnood in het land van
de voormalige Sovjet Republiek.
In het verleden heeft de Wachttoren, als vervulling van de profetie
aangaande de zogenoemde "wateren" van Babylon die opdrogen
als voorbode van hun totale vernietiging, gewezen op de schrinkende
aantallen kerkgangers. De waarheid is dat vele religieuze denominaties
heden ten dage veel levendiger zijn dan in het verleden. Terwijl
de Christenheid nooit de juiste leerstellingen van de Bijbel
heeft onderwezen, is het eenvoudigweg niet realistisch te beweren
dat de Christenheid nu geestelijk armer is dan voorheen. In zekere
zin heeft de Wachttoren dezelfde fout gemaakt als de communisten,
doordat we voortijdig de dood van de Christenheid hebben aangekondigd.
Hier zijn nog
enkele relevante feiten aangaande de groei van de hoofdreligies
van de wereld in de afgelopen tientallen jaren.
Aan de andere kant is de snelle groei onder Jehovah's Getuigen,
waarop we ons als bewijs van Jehovah's zegen beroemden, in veel
landen gestagneerd. Er zou vorig jaar waarschijnlijk voor het
eerst een statistische afname van actieve Jehovah's Getuigen in
de Verenigde Staten gedurende het dienstjaar 2002 zijn geweest,
ware het niet dat de Wachttoren 15-minuten-per-maand-verkondigers
is begonnen mee te tellen.
Met betrekking tot de geestelijke hongersnood waarover de Bijbel
in Amos spreekt, hebben andere profeten evenzo een catastrofale
geestelijke hongersnood voorzegd, welke uiteindelijk het volk
van God zal verteren. (Zie de essays: Dag
van de Sprinkhanen Aanval en De
Komende Ineenstorting van de Wachttoren) Daar de profetie
vooral een hongersnood beschrijft aangaande "het horen
van de woorden van Jehovah," en daar de Wachttoren
onlosmakelijk verbonden is aan de onderscheidende naam van Jehovah
en het woord van Jehovah zeker tot ons gesproken heeft, en daar
dit het enige kanaal is waarvan Jehovah's Getuigen erkennen dat
het waar geestelijk voedsel verstrekt, moet de geestelijke hongersnood
die in Gods woord wordt voorzegd te maken hebben met de komende
ineenstorting van het Wachttorengenootschap.
Vrijwel elke profetie en vele Psalmen voorzeggen dat het komende
oordeel over het huis van God zal resulteren in verwoesting voor
de ware zonen van het koninkrijk, zodat zij hun aardse getuigenis
in zakken gehuld voleindigen, terwijl hun vijanden zich verheugen
over hun ondergang. Amos vormt hierop geen uitzondering. En er
moet worden opgemerkt dat de geestelijke hongersnood die beschreven
wordt in Amos, niet het resultaat is van langslepende gebeurtenissen,
zoals we wellicht veronderstellen. Het voorgaande vers maakt het
overduidelijk dat de hongersnood veroorzaakt wordt door een plotselinge
rampspoed die Jehovah over zijn volk brengt. Amos 8:9-10 zegt:
"'En het moet op die dag geschieden,' is de uitspraak
van de Soevereine Heer Jehovah, 'dat ik de zon wil laten ondergaan
op de volle middag, en ik zal stellig duisternis voor het land
teweegbrengen op klaarlichte dag. En ik wil uw feesten in rouw
veranderen en al uw liederen in een klaaglied, en ik wil op alle
heupen een zak doen komen en op elk hoofd kaalheid; en ik wil
de situatie maken als de rouw om een enige zoon, en het eindresultaat
ervan als een bittere dag.'"
Maar de vraag rijst echter waarom Jehovah een hedendaagse
geestelijke hongersnood over zijn volk zal veroorzaken? De profetie
van Amos werpt enig licht op die vraag.
Volgens Amos 3:2 hield God de afgedreven Joden meer verantwoordelijk
dan alle andere mensen, vanwege de speciale relatie die Jehovah
met de natie had. Van alle volken en nationale groepen die voor
de tijd van Christus bestonden, is Israël de enige natie
waar Jehovah rechtstreeks mee te maken had. Daarom zei Jehovah
door middel van Amos het volgende: "Ulieden alleen
heb ik gekend uit alle families van de aardbodem. Daarom zal ik
u rekenschap vragen van al uw dwalingen."
Als Jehovah's Getuigen geloven we dat we het enige ware Christelijke
geloof beoefenen. Zonder enige twijfel zijn er onder ons die ware
gezalfde zonen van God zijn, die bewijzen dat ze in een verbondsverhouding
met Jehovah God staan. Verder is het duidelijk dat de Christenheid
volledig doortrokken is van het oude Babylon en dat haar menigte
van wauwelende sektes met geen mogelijkheid Gods erkenning kunnen
hebben. Wanneer we echter Jehovah's volk zijn, zoals we verkondigen,
en in het licht van de wijze waarop Jehovah met zijn oude natie
van Hebreeuwse getuigen handelde, zijn wij dan niet evenzo meer
verantwoordelijk voor God dan ieder ander volk?
Laten we eens nauwkeurig naar onszelf kijken wanneer we dieper
in de profetie van Amos duiken, niet als vinders van fouten en
ongeestelijke en misnoegde personen, maar als volk van God en
met ware Christelijke nederigheid. Daarom is de profetie opgetekend
en daarom lezen we in Amos 3:13: "'Hoort en geeft getuigenis
in het huis van Jakob', is de uitspraak van de Soevereine Heer
Jehovah, de God der legerscharen."
Jehovah droeg zijn profeet zelfs op de verdorven geestelijke
conditie van zijn volk aan de omliggende natiën bekend te
maken. In Amos 3:9 wordt gezegd: "Verkondigt het op de
woontorens in Asdod en op de woontorens in het land Egypte, en
zegt: "Verzamelt u tegen de bergen van Samária, en
ziet de vele ongeregeldheden in haar midden en de gevallen van
afzetterij in haar. En zij hebben dat wat recht is niet weten
te doen.""
"Gij
Die Gerechtigheid in Niets
Dan Alsem Verandert"
Volgens het 5de hoofdstuk van Amos brengt Jehovah veroordeling
over zijn volk, omdat zij onrechtvaardig werden en immoreel en
ongelovig hebben gehandeld. Amos 5:7 zegt: "O gij
die gerechtigheid in niets dan alsem verandert, en degenen die
rechtváárdigheid ter aarde hebben geworpen."
De Schriften onthullen Jehovah God als een liefhebber van rechtvaardigheid
en gerechtigheid. Hij heeft diepe zorg voor degenen die gekweld
en benadeeld zijn en hij verwacht, ja, hij eist, dat zijn
volk, en vooral hun leiders, zijn wetten en beginselen
volgen en er altijd naar streven God te eren door te doen wat
juist is. Daar de naam en reputatie van Jehovah verbonden was
aan het oude Israël, bracht het enorme schande over Gods
naam toen de Joden onrechtvaardig en verdorven werden.
Evenzo zijn de opzieners en het Besturend Lichaam van Jehovah's
Getuigen er voor Jehovah in het bijzonder verantwoordelijk voor
er zeker van te zijn dat de naam van God, die wij dragen, niet
op soortgelijke wijze in diskrediet wordt gebracht. Dit is vooral
het geval wanneer we beschouwen dat Christus Jezus er specifiek
op wees dat zijn getrouwe slaaf, volgens het beginsel dat we vinden
in Lukas 12:48, een zwaarder oordeel zou ontvangen. Daar
staat: "Ja, van een ieder aan wie veel werd gegeven, zal
veel worden geëist; en van hem aan wie men het toezicht over
veel heeft gegeven, zal men meer dan gebruikelijk is eisen."
Maar, helaas hebben Jehovah's Getuigen grote schande over de
naam van Jehovah gebracht. En onze leiders zijn vooral verantwoordelijk.
Hoe dat zo?
Eén aspect van onze ontrouwheid is gebleken uit de recentelijk
wijds gepubliceerde verslagen die openlijk de aandacht hebben
gevestigd op talrijke zaken van verleiding, verkrachting en kindermisbruik
binnen Jehovah's Getuigen. Maar dat is niet waar het werkelijke
verhaal om ging. Hoe walgelijk kindermisbruik zelf al is, de onderliggende
kwestie heeft te maken met de schandalige manier waarop het Wachttorengenootschap
de afgelopen jaren met het probleem is omgegaan.
Volgens de officiële
woordvoerder van de Wachttoren bestaan er geen werkelijke
problemen in de manier waarop kindermisbruik in de organisatie
is behandeld. De mening van Broeder Brown is dat de plaag van
kindermisbruik onder Jehovah's Getuigen niet erger is dan in andere
organisaties in de wereld die worstelen met het probleem. Het
is ironisch dat onze critici altijd al hebben gezegd dat Jehovah's
Getuigen niet verschillen van andere religies. Maar moeten we
werkelijk trots zijn op het feit dat ons vermeende "geestelijk
paradijs" niet erger is dan de wereld, die we zo vaak karakteriseren
als Sodom en Gomorra? Het verslag in Genesis dat spreekt over
Gomorra, onthult dat jongens verdorven werden door sexuele perversiteiten,
net zoals onze kinderen door perverse personen in onze gemeenten
van hun onschuld zijn bestolen. Hoe passend zijn Jesaja's woorden
voor onze hedendaagse leidende mannen, die er zelfvoldaan genoegen
mee nemen dat kindermisbruik onder Jehovah's Getuigen niet erger
is dan in andere organisaties: "Hoort het woord van Jehovah,
gij dictators van Sodom. Leent het oor aan de wet van onze God,
gij volk van Gomorra."
De Wachttoren houdt vol dat er een effectief op de Bijbel gebaseerd
beleid
bestaat met betrekking tot kindermisbruik en dat de slachtoffers
de hoogste prioriteit krijgen. Daar we echter als organisatie
en als individuele personen verantwoording moeten afleggen aan
God voor de manier waarop we zijn omgegaan met de gekwelden onder
ons, moeten we de beweringen van de Wachttoren dan niet nader
beschouwen? Als Jehovah zijn volk feitelijk zal oordelen, is het
dan niet onze verantwoordelijkheid onze positie voor God eerlijk
te evalueren? In Amos 5:6 redeneert Jehovah ten slotte met zijn
volk om berouw te hebben van hun slechtheid en te blijven leven.
Maar, hoe is dat mogelijk, tenzij we onszelf eens goed onder de
loep nemen?
Amos 5:6 luidt: "Zoekt Jehovah, en blijft in leven, opdat
hij niet werkzaam wordt net als een vuur, o huis van Jozef, en
het vuur niet werkelijk verslindt, en Bethel niet wordt zonder
iemand die het uitblust, o gij die gerechtigheid in niets dan
alsem verandert…" Degenen die Jehovah vrezen, kunnen zulke
goddelijke waarschuwingen niet wegwuiven alsof ze van toepassing
zijn op die ander - de Christenheid. Ons zoeken van Jehovah betekent
dat we moeten trachten zijn visie op belangrijke kwesties te vinden
en dat we zijn maatstaven als de onze moeten aannemen. Dat vereist
dat we ons denkvermogen gebruiken teneinde op een eerlijke wijze
over zaken te redeneren en de juiste conclusies trekken.
Neem de kwestie in het beleid van de Wachttoren aangaande twee
getuigen: Volgens de Wet van Mozes in Deuteronomium 19:15, "Dient
eén enkele getuige niet tegen een man op te treden ter zake van
enige dwaling of enige zonde… Op de verklaring van twee getuigen
of op de verklaring van drie getuigen dient de zaak vast te staan."
Ondanks dat de Wachttoren er gewoonlijk snel op wijst
dat Christenen niet gebonden zijn aan de wet die God exclusief
aan de Hebreeuwse natie gaf, zij het in andere gevallen, zijn
we vreemd genoeg dit "twee getuigen" aspect uit de Joodse wet
als meer dan enkel een beginsel gaan bezien---maar als een bindende
wet voor ons. Wanneer we in Deuteronomium 19:16-19 echter verder
lezen in de Wet, zien we dat God hen een wet aangaande twee getuigen
gaf, zodat het zou dienen als een bescherming, die moest voorkomen
dat slechte personen een ander valselijk beschuldigden. Daarom
zegt de wet verder: "Ingeval een getuige die gewelddaad beraamt,
tegen een man optreedt om een beschuldiging van opstand tegen
hem in te brengen, dan moeten de twee mannen die het geschil hebben,
zich vóór Jehovah plaatsen, vóór de priesters en de rechters die
in die dagen dienst zullen doen. En de rechters moeten een grondig
onderzoek instellen, en indien de getuige een valse getuige
is en hij een valse beschuldiging tegen zijn broeder heeft ingebracht,
dan moet gij hem doen net zoals hij beraamd had zijn broeder te
doen..."
Terwijl we het bovenstaande vers analyseren, merk alsjeblieft
op dat wanneer er geen twee of drie gevolmachtigde getuigen waren
die de beschuldiging konden bevestigen, de rechter en priesters
de verplichting hadden "grondig onderzoek" te doen en een
beslissing te nemen. Hoe konden de rechters weten of de beschuldiger
een complot tegen zijn broeder smeedde? Ze moesten een grondig
onderzoek instellen zodat ze de waarheid achterhaalden. Ze moesten
de zaak niet eenvoudigweg laten vallen wanneer er geen andere
getuigen waren. Degenen die als rechters aangesteld waren, moesten
de schuld of onschuld van de beschuldigde vaststellen; en daarmee
samenhangend ook de schuld of onschuld van de beschuldiger. Dus,
wanneer we beweren de Joodse wet te volgen in de behandeling van
onze Christelijke aangelegenheden, zijn we dan niet verplicht
de gehele wet te volgen, zoals Paulus schreef in Galaten
5:3?
Natuurlijk herhaalde Jezus Christus het twee-getuigen beginsel
die in de Wet van Mozes was opgenomen, toen hij zijn volgelingen
instrueerde hoe zij problemen binnen de Christelijke broederschap
moesten oplossen. In Mattheüs 18:15-18 zegt de Heer Jezus: "Wanneer
voorts uw broeder een zonde begaat, ga zijn fout dan blootleggen
tussen u en hem alleen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw
broeder gewonnen. Luistert hij echter niet, neem dan nog één of
twee met u, opdat uit de mond van twee of drie getuigen elke zaak
bevestigd wordt. Indien hij naar hen niet luistert, spreek dan
tot de gemeente. Indien hij zelfs naar de gemeente niet luistert,
dan zij hij u net als een mens uit de natiën en als een belastinginner."
Jezus beschreef een proces dat uit drie stappen bestond en wat
bedoeld was om vrede tussen Christelijke broeders te bewerkstelligen.
Het is echter duidelijk dat het gerechtelijke proces niet is bedoeld
om de schuld van de beschuldigde te bewijzen. Het is reeds
een gegeven dat er een zonde is begaan, zoals Jezus zei: "Wanneer
voorts uw broeder een zonde begaat, ga zijn fout dan blootleggen"
De bedoeling van het onderzoek is de beschuldigde partij van zijn
schuld te overtuigen; door zijn zonde bloot te leggen om
hem tot berouw te bewegen. Jezus zei niet dat de één of twee andere
getuigen die meegebracht worden, getuigen moesten zijn geweest
van de specifieke daad die aanstoot gaf. De beschuldiger brengt
één of twee getuigen mee die getuige zijn van het onderzoeksproces,
en getuige zijn van de juistheid van de beschuldiging, en aanvullende
terechtwijzing te geven voor de verkeerdheid van de zonde die
is begaan. Er dient te worden opgemerkt dat de derde stap in het
proces ook niet de schuld vaststelt. Het is de plicht van de beschuldigde
te luisteren naar de terechtwijzing van de gemeente of uitsluiting
onder ogen te zien. Wanneer de beschuldigde, in wélke fase
van het proces maar ook, de beschuldigingen toegeeft en gepaste
stappen tot berouw onderneemt, herwint de beschuldigde zijn verloren
gegane relatie met zijn broeder. Wanneer de beschuldigde weigert
schuld of verantwoordelijkheid te aanvaarden, kan de gemeente
hun handreiking van vriendschap terugtrekken.
De Wachttoren beweert dit wettelijke voorschrift van Christus
te volgen en daarom eisen ze dat er bij het uitblijven van een
bekentenis tenminste twee getuigen van de feitelijke misdaad van
kindermisbruik moeten zijn, zodat de bewering van het misbruikte
individu, die de beschuldiging doet, hard wordt gemaakt. Verder
mag er, zonder een tweede getuige of bekentenis van de beschuldigde,
geen gerechtelijke actie worden ondernomen tegen de beschuldigde
misbruiker. Men laat de zaak vallen en, zoals de Wachttoren zo
graag zegt, het slachtoffer wordt gezegd in stilte te lijden en
"te wachten op Jehovah" om de dingen recht te zetten. Dit blijkt
een flagrant verkeerde toepassing en verdraaiïng van Christus'
wet aan de gemeente te zijn.
Volgens Jezus moet de beschuldigde, als hij ook de terechtwijzing
van de gemeente weigert te erkennen, bezien worden als
schuldig aan hetgeen waarvan hij beschuldigd is. Ze mochten de
zaak niet eenvoudigweg laten vallen, wanneer de pleger van de
zonde weigerde verantwoordelijkheid voor zijn overtreding te nemen
of omdat er niet meerdere getuigen waren.
Ouderlingen in de gemeente moeten hun eigen oordeel en de macht
van hun aanstelling gebruiken om de kudde, waarover zij zijn aangesteld,
te beschermen. Hoe naïef is het wanneer we veronderstellen dat
een sluw, sexueel beestachtig persoon eenvoudigweg zijn misdaden
zal bekennen wanneer hij ter verantwoording wordt geroepen. Toegegeven,
enkelen bekennen, maar de meesten klaarblijkelijk niet.
Hoe passend is Paulus' rhetorische vraag aan de gezalfde Korinthische
ouderlingen: "Ik spreek om u tot schaamte te bewegen. Is het
waar dat er onder u niet één wijs man is die tussen zijn broeders
zal kunnen oordelen…?"
De Wachttoren heeft publiekelijk beweerd dat Jehovah's Getuigen
gruwelen van kindermisbruik verfoeien, maar onze daden spreken
die bewering tegen. In plaats van toe te staan dat gemeenteouderlingen
hun eigen grondige onderzoek instellen naar deze gruwelmisdaden,
zoals dat in de Joodse wet werd uiteengezet, heeft de wettelijke
afdeling van de Wachttoren Gods eigen wet gebruikt om de gemeenteouderlingen
aan handen en voeten te binden en heeft zodoende gerechtigheid
ontzegd aan duizenden slachtoffers van sexueel misbruik, en heeft
als gevolg daarvan andere onschuldige kinderen aan de verwoesting
van kindermisbruikers in ons midden blootgesteld.
In enkele gevallen die door de organisatie Silentlambs
wordt gemeld, vond de rechtbank de misdaden van sommige zogenaamde
Jehovah's Getuigen zo weerzinwekkend, dat ze veroordeeld zijn
tot lange
gevangenisstraffen. Ondanks dat, behouden enkele van deze
daders echter hun "goede naam" als Jehovah's Getuigen, terwijl
ze op dit moment als veroordeelde pedofielen tijd uitzitten achter
de tralies. Kennelijk hebben sommige ouderlingen en andere Jehovah's
Getuigen ten gunste van veroordeelde pedofielen gedurende de veroordelingsfase
zelfs als getuige in de getuigebank gestaan. Wat een schande!
Terwijl de Wachttoren weigert veroordeelde pedofielen uit te
sluiten wanneer er geen twee getuigen van hun afschuwelijke misdaad
zijn, wat enkel omschreven kan worden als een schandaal en een
vreselijke verdraaiïng van gerechtigheid, zijn enkele slachtoffers
en hun advocaten uitgesloten, omdat ze weigerden in stilte
te lijden, zoals de Wachttoren van hen verlangt! De Wachttoren
heeft werkelijk de gerechtigheid van Jehovah in de bitterheid
van alsem veranderd!
"In
de Poort Heeft Men Iemand
Die Terechtwijst Gehaat"
Wanneer Jehovah voornemens is zijn volk te oordelen en hen ter
verantwoording te roepen voor hun koppige weigering recht te doen,
kunnen we natuurlijk niet verwachten hier iets over te lezen in
de Wachttoren. Toch moeten we in staat zijn de noodzaak
voor Gods drastische maatregelen, die in de profetieën worden
uiteengezet, te erkennen, wanneer we eenmaal op de hoogte zijn
van bepaalde omstandigheden binnen de organisatie.
Volgens de wet van Christus die hierboven is besproken, moet
de gekwetste partij de fout tussen hem en zijn broeder onder vier
ogen blootleggen. Wanneer dat geen succes heeft, is de broeder
verplicht één of twee anderen op te roepen die als getuigen tegen
de zondaar dienen. Ironisch genoeg is de Wachttoren door
vele personen, die geleden hebben als gevolg van het slechte beleid
ten aanzien van kindermisbruik, onder vier ogen ter verantwoording
geroepen. De Wachttoren heeft tot dus ver echter geweigerd te
luisteren.
In september 2002 verschenen meer dan honderd slachtoffers van
misbruik en hun advocaten letterlijk aan
de poorten van het hoofdkantoor Bethel van Jehovah's Getuigen
in Brooklyn, om te getuigen tegen de Wachttoren van het onrecht
in deze zaken. Wederom weigerde de Wachttoren te luisteren. In
plaats van degenen die terechte klachten hebben nederig te ontvangen,
sloot de Wachttoren de poorten van Bethel en weigerde ze de beschuldigers
zelfs maar te woord te staan, dit in tegenstelling tot wat Christus
ons onderwezen heeft.
Door middel van Amos beschrijft Jehovah volmaakt de huidige
situatie. Amos 5:10 luidt: "In de poort heeft men iemand die
terechtwijst gehaat, en iemand die volmaakte dingen spreekt, verfoeit
men." Wie kan ontkennen dat een ieder die de Wachttoren tracht
te corrigeren, door het leiderschap wordt veracht?
Een paar verzen verder doet Amos 5:12, 13 verslag van de aanvullende
woorden van onze God: "Want ik heb geweten hoe talrijk uw daden
van opstandigheid zijn en hoe machtig uw zonden zijn, o gij die
van vijandschap blijk geeft tegenover de rechtvaardige, gij die
zwijggeld neemt, en degenen die arme mensen zelfs in de poort
terzijde hebben gedrongen. Daarom zal juist hij die inzicht heeft,
in die tijd het stilzwijgen bewaren, want het zal een rampspoedige
tijd zijn."
Jehovah's doordringende blik kent geen grenzen. Tijd is voor
hem ook geen obstakel, daar hij door de eeuwen van de tijd vooruit
kan kijken om omstandigheden, lang voordat ze zich zelfs maar
ontwikkelen, te zien en er aandacht aan te besteden. Jehovah's
op een laser gelijkende gezichtsvermogen kan door elke facade
of uiterlijke schijn, welke door mensen wordt opgetrokken, heenkijken.
We kunnen er daarom van overtuigd zijn dat Jehovah ziet wat er
zich heden ten dage onder zijn volk afspeelt. Dientengevolge is
Jehovah volledig op de hoogte van het feit dat de Wachttoren niet
alleen de klagende roep van de arme, misbruikte personen in ons
midden heeft vermorzeld en arrogant elke kritiek op hun onrechtvaardigheid
heeft bespot, maar ook dat ze volgens de profetie "zwijggeld
neemt". Hoe dat zo?
Naarmate de klaagzang tegen het Wachttorengenootschap luider
en luider wordt, en de stapel rechtszaken groeit, heeft de organisatie
de hulp van de advocaten van Jehovah's Getuigen, alsook niet-JG
advocaten, ingeroepen om de financiële belangen te verdedigen.
Zoals een ieder die bekend is met de werking van het wettelijke
systeem weet, is het eerste belang van verdedigende advocaten
te voorkomen dat een rechtsgeding überhaupt voor de rechter komt;
waar een veel grotere mogelijkheid bestaat dat een jury of rechter
een grote som geld aan de eisende partij toewijst.
Doorsnee advocaten interesseert het in alle gevallen niets wat
het goede, rechtvaardige of ethisch juiste ding is om te doen.
Het gaat allemaal om winnen. En om te winnen, zullen advocaten
alle voordeeltjes zoeken en alles proberen om hun tegenstander
in diskrediet te brengen, alsook alle getuigen die aan de kant
van de tegenstander staan. Dat is nu eenmaal hoe het spel wordt
gespeeld. Wanneer het lijkt dat de eisende partij een sterke zaak
heeft, zullen advocaten over het algemeen natuurlijk proberen
hun verlies zo klein mogelijk te houden en een soort van regeling
buiten de rechtszaal om treffen. Heeft de Wachttoren dat gedaan?
Ja, dat hebben ze inderdaad.
Terwijl Amos zei dat Gods volk zwijggeld heeft aangenomen, hebben
bronnen die betrokken waren bij juridische geschillen met de Wachttoren,
onthuld dat de Wachttoren buitengerechtelijke overeenkomsten sluit
met slachtoffers van misbruik, ten einde een te voeren geding
te voorkomen. (vergelijk bijvoorbeeld wat deze
bron hierover in de Vicki Boer-casus in Canada te zeggen heeft.
Vicki Boer zegt hier zelf het
volgende over). Bij zo'n buitengerechtelijke overeenkomst
is het meestal zo dat, indien de eisende partij daarmee instemt,
hij of zij door de verwerende partij zwijgplicht ("gag order")
opgelegd krijgt. De eisende partij mag dan de inhoud en strekking
van de gesloten overeenkomst niet openbaar maken, op straffe van
in de overeenkomst opgenomen gerechtelijke sancties. Het betekent
feitelijk dat de Wachttoren slachtoffers van misbruik heeft afgekocht
met zwijggeld om een openbare vertoning en de mogelijkheid dat
er veel meer moet worden betaald wanneer de zaak voor de rechter
komt, te voorkomen. In werkelijkheid betaalt de Wachttoren niet
alleen zwijggeld, maar ontvangt het ook; buitengerechtelijke overeenkomsten
besparen de Wachttoren geld en verschaffen een juridische basis
voor het geheimhouden van zulke zaken. Al die tijd worden de meesten
onder ons onwetend gehouden en laat men hen geloven dat alle beschuldigingen
tegen de Wachttoren niets anders dan medialeugens zijn.
Het juiste en eerbare zou zijn dat er in het openbaar erkenning
wordt gegeven aan de immense pijn en het leed dat zovelen Jehovah's
Getuigen in onze gemeenten in handen van misbruikers hebben verduurd,
en vanwege onze nalatigheid een soort van openlijke, eerlijke
vergoeding te geven aan de slachtoffers. Maar, in plaats van Jehovah's
schapen op betekenisvolle wijze te verzorgen, door eerst verontschuldigingen
aan te bieden voor de manier waarop misbruikte kinderen behandeld
zijn, is de Wachttoren er nu op gericht hun geloof volledig te
vernietigen; door slachtoffers opnieuw te misbruiken door hun
horde advocaten op hen los te laten, die hun reputatie aanvallen
en de beweringen van alle eisers, die voor hun smart wettelijke
hulp durfven te zoeken, in diskrediet brengen.
Jehovah's profeet lijkt die situatie precies te beschrijven door
in Amos 8:4 te zeggen: "Hoort dit, gij die begerig naar
de arme grijpt, ja, om de zachtmoedigen der aarde te laten verdwijnen..."
Het is passend dat Jehovah door middel van Amos ook zegt dat
zijn oordeel als eerste tegen de leiders van zijn volk zal komen:
"omdat zij een rechtvaardige voor niets dan zilver hebben
verkocht en een arme voor de prijs van een paar sandalen. Zij
snakken naar het stof van de aarde op het hoofd der geringen;
en de weg der zachtmoedigen buigen zij; en een man en diens eigen
vader zijn naar hetzelfde meisje gegaan, met het doel mijn heilige
naam te ontheiligen."
Hoeveel zachtmoedige zoekers van God zijn reeds gestruikeld of
zullen struikelen door deze slechte daden?
Verder is het nu algemeen bekend dat de Wachttoren zelfs bekende
kindermisbruikers toelaat dat ze in het openbaar van deur-tot-deur
gaan; met als enige voorwaarde dat ze samen moeten werken met
een andere prediker, alsof het idee dat slechts één
van de predikers die op hun stoep verschijnt en hen een gratis
huisbijbelstudie aanbiedt een pedofiel is, de huisbewoner op zijn
gemak zal stellen. Maar, is onze samenwerking met een pedofiele
"prediker" geen geval van deelgenoot worden van andermans
zonden?
Terwijl enkele verantwoordelijke regeringen en buurten stappen
ondernemen om de namen en verblijfplaatsen van seksuele roofdieren
bekend
te maken aan het publiek zodat er een soort van bescherming
voor de lokale bevolking is, stuurt de Wachttoren bekende seksuele
roofdieren er zelfs in argeloze buurten op uit om het Goede Nieuws
te prediken! Terwijl onze pioniers geïnstrueerd worden alternatieve
manieren te gebruiken om in contact te komen met mensen die niet
thuis zijn, door middel van het schrijven van brieven en telefoongetuigenis
enz., houdt de Wachttoren vol dat pedofiele bedienaren het recht
hebben van deur-tot-deur te gaan en het Wachttorengenootschap
te vertegenwoordigen. Hoe onverantwoord van het Wachttorengenootschap,
daar ouders vaak hun kleintjes naar de deur sturen om open te
doen. De heilige naam van God die verbonden is aan onze bediening
is zeker ontheiligd. Hoeveel zachtmoedige mensen en toekomstige
dicipelen hebben zich als gevolg van zulke slechtheid afgekeerd,
zoals de profetie beschrijft?
In het hierboven geciteerde vers legt Jehovah een verband tussen
de immoraliteit van prostitutie, waarbij vader en zoon hulde brengen
aan dezelfde tempelprostituee, en het verkopen van armen voor
enkel geld. In plaats van tempelprostitutie tussen vermoedelijk
beide instemmende volwassenen, is Jehovah's naam onder hedendaagse
Jehovah's Getuigen onheiligd door de moreel bezien nog weerzinwekkender
verkrachting en misbruik van kinderen. Evenals Jehovah's veroordeling
van het Israël uit oude tijden, is Jehovah's terechtwijzing
op ons van toepassing doordat we misbruikers hebben getolereerd
en vertroeteld en hun slachtoffers en advocaten hebben vervolgd;
de slachtoffers verradend om de koninkrijksfondsen te beschermen.
Het lijkt erop dat het geestelijke welzijn van degenen wiens
geloof verbrijzeld is niet de grootste zorg van de Wachttoren
is, maar enkel het in stand houden van de status quo. Het financiële
welzijn van de omvangrijke Wachttoren instelling lijkt heden ten
dage, boven alle andere zaken, de primaire overweging van Bethel
te zijn. Het lijkt daarom dat deze woorden van Amos gericht zijn
aan degenen die ten nadele van anderen als prinsen van Bethel
veilig weggekropen zitten in de organisatie: "Die daar
neerliggen op ivoren rustbedden en zich uitstrekken op hun divans,
en de rammen uit een kudde eten en de jonge stieren uit het midden
van de mestkalveren." En wederom bevestigt de profeet
dat het oordeel bij Gods huis begint, daar Amos zegt: "Daarom
zullen zij nu in ballingschap gaan aan de spits van degenen die
in ballingschap gaan, en de brasserij van degenen die zich uitstrekken,
moet verdwijnen." (Amos 6:4-7)
Ondanks aanhoudende seksuele immoraliteit, het toenemend aantal
echtscheidingen, bedriegelijke zaken, kleine tirannieën en
allerlei soorten geroddel onder de broeders, alsook pedofilie
binnen onze gemeenten, en leidende mannen die liegen en bedriegen,
pocht de Wachttoren er nog steeds onbescheiden over dat we "Jehovah's
reine volk" zijn en een "geestelijk paradijs."
Op het jaarlijkse districtscongres van dit jaar, hielden sprekers
van het Besturende Lichaam zo als gewoonlijk krachtig vol dat
Christus in 1914 gekomen is en dat Jehovah's Getuigen zich heden
ten dage koesteren in dat "geestelijk paradijs" en bestemd
zijn voor zelfs nog grotere heerlijkheid. In plaats van
nederig Gods gunst te zoeken in het licht van onze dwalingen,
creëerde de Wachttoren het hypocriete voorwendsel God heerlijkheid
te geven. De grootste ironie was dat de Wachttoren zich de schertsvertoning
op de hals haalde de interpretatie van de profetie van Amos te
bespreken. Hoe ironisch dat Jehovah's veroordeling in Amos 5:21
onze eigen bijeenkomsten lijkt te beschrijven, wanneer er wordt
gezegd: "Ik heb gehaat, ik heb verworpen uw feesten, en
ik zal mij niet verheugen in de geur van uw plechtige vergaderingen."
In het licht van onze zelfzuchtige Bijbelinterpretaties en de
zelfrechtvaardiging die over de gehele oranisatie ligt, is het
geen wonder dat Amos 6:8 zegt: "'De Soevereine Heer Jehovah
heeft gezworen bij zijn eigen ziel', is de uitspraak van Jehovah,
de God der legerscharen: 'Ik verfoei de trots van Jakob, en zijn
woontorens heb ik gehaat, en ik wil de stad en dat wat haar vult,
overleveren.'"
Vanuit Jehovah's standpunt bezien zijn we zoveel van de Wachttoren
gaan houden dat het ons organisatorische gouden kalf is geworden.
We kijken niet langer naar Jehovah op, maar in plaats daarvan
is onze toewijding gericht op de "getrouwe en beleidvolle
slaaf" en "het Genootschap." Net zoals de Israëlitische
steden Bethel en Gilgal het centrum van kalverenaanbidding werden,
moeten deze woorden van God in de nabije toekomst uiteindelijk
werkelijk betekenis krijgen voor Jehovah's Getuigen: "Want
dit heeft Jehovah gezegd tot het huis van Israël: 'Zoekt
mij, en blijft in leven. En zoekt niet Bethel, en naar Gilgal
moogt gij niet komen en...wat Bethel betreft, het zal iets magisch
worden. Zoekt Jehovah, en blijft in leven, opdat hij niet werkzaam
wordt net als een vuur...'"
Het lijkt erop dat de woorden in Amos 3:15 van toepassing zijn
op datgene wat heden ten dage "Jehovah's organisatie"
wordt genoemd. Het vers luidt: "Ik wil ook de altaren
van Bethel om rekenschap vragen...En ik wil het winterhuis neerslaan
alsmede het zomerhuis. En de ivoren huizen zullen moeten vergaan,
en veel huizen zullen tot een eind moeten komen, is de uitspraak
van Jehovah."
De tijd zal leren of dit gedeelte van Jehovah's veroordeling
specifiek van toepassing is op de verspreid liggende spreekwoordelijke
"ivoren torens" van het hoofdkantoor van Bethel en het
luxueuze Patterson complex, alsmede de grote aantallen congreshallen
en bijkantoor-"huizen" over de gehele wereld. Het is
interessant dat een in Houston, Texas, recent gebouwde, zeer kostbare
congreshal, compleet met gigantische inklapbare big-screen televisieschermen,
zo buitensporig was dat enkele broeders het spottend de "Taj
Ma-hall" noemden. Werkelijke ivoren huizen!
De Wachttoren past Amos 3:7 vaak op zichzelf
toe, waar staat: "Want de Soevereine Heer Jehovah zal
niets doen tenzij hij zijn vertrouwelijke aangelegenheid heeft
geopenbaard aan zijn knechten, de profeten." Het is echter
duidelijk dat Jehovah's "vertrouwelijke aangelegenheid"
te maken had met het onder het oordeel brengen van zijn dwalende
natie . En zoals het Bijbelse verslag bevestigt, lichtte Jehovah
inderdaad talrijke Hebreeuwse profeten in met betrekking tot zijn
bedoelingen. Het volk en haar instellingen accepteerden de boodschap
van Jehovah's profeten echter niet. Daarom zei Jehovah door middel
van Amos: "Maar gij bleeft de nazireeërs wijn te
drinken geven, en de profeten hebt gij een gebod opgelegd, door
te zeggen: "Gij moogt niet profeteren.""
Amos werd persoonlijk geconfronteerd met een woedende priester
die hem beval te stoppen met profeteren over de komende ineenstorting
van de stad Bethel. Amos werd gezegd: "O visionair, ga, maak
dat gij wegkomt naar het land Juda, en eet daar brood, en daar
moogt gij profeteren. Maar te Bethel moogt gij voortaan niet meer
profeteren, want het is het heiligdom van een koning en het is
het huis van een koninkrijk."
Op soortgelijke manier is de Wachttoren zelfs trots op het feit
dat ze in de organisatie geen plaats toestaat aan personen, die,
vanuit Jehovah's standpunt bezien, feitelijk een soortgelijke
functie vervullen als de bijbelse profeten uit de oudheid. Degenen
die Jehovah kan zalven om te dienen als speciale hedendaagse Nazireeërs,
die Gods vertrouwelijke aangelegenheid duidelijker trachten te
stellen voor de broeders, zullen worden berispt en als onbeduidend
aan de kant worden geschoven door de "priesters" van de organisatie.
Net als in de dagen van Amos beschouwt de hedendaagse instelling
Bethel zichzelf als "het heiligdom van een koning en … het
huis van een koninkrijk" Geen enkele buitenstaander van Bethel
wordt toegestaan Jehovah's profetische woord binnen de gemeente
te bespreken, behalve op de manier waarop het nauwkeurig omschreven
is door de priesters van Bethel. Als gevolg daarvan is de boodschap
van de Wachttoren volledig ontdaan van Gods terechtwijzing en
profetische oordelen tegen zijn volk.
Helaas wordt de heersende gedachtengang onder Jehovah's Getuigen
volmaakt beschreven in Amos 9:10, als degenen die zeggen: "De
rampspoed zal niet naderbij komen noch tot aan ons reiken."
(Diezelfde houding wordt beschreven door de profeet Jesaja en
wordt besproken in het essay getiteld: "We
Hebben een Verbond Gesloten met de Dood")
"De
Hut Van David Die Vervallen Is"
Het volgende vers in Amos zegt: "Op die dag zal ik de hut
van David, die vervallen is, oprichten..." Zoals reeds eerder
besproken, is de "hut van David" een verwijzing naar Christus'
koninkrijk. De profetie verbindt het herstel van Gods koninkrijk
dus aan een tijd waarin er rampspoed over Gods volk komt. Ondanks
dat de geïnspireerde boodschapper rechtstreeks uit de profetie
citeerde en het van toepassing bracht op de 1ste eeuwse instelling
van Christus' koninkrijk over de gemeente, is het duidelijk dat
bepaalde aspecten van de profetie een veel grootsere vervulling
hebben. Dat komt omdat de rampspoed die God oorspronkelijk over
Juda en het Davidische koninkrijk bracht, in de tijd dat Davids
koninkrijk in de persoon van Christus hersteld werd, reeds eeuwen
in het verleden lag. Toch zegt de profetie "op die dag,"
wat betekent op de dag dat Jehovah rampspoed brengt over degenen
die zeggen dat 'de rampspoed niet tot ons zal reiken.'
De rampspoed waarnaar Jehovah verwijst, dient als middel om
degenen die Gods volk zijn te ziften. Amos 9:9 luidt: "Ziet!
Ik geef bevel, en ik wil het huis van Israël onder alle natiën
schudden, net zoals men de zeef schudt, zodat er geen steentje
ter aarde valt." Geen enkel redelijk persoon zou beweren dat
de moeilijkheden van de Bijbelstudenten gedurende de Eerste Wereldoorlog
de profetie vervuld heeft, die spreekt over een uiteindelijk,
beslissende rampspoed welke Gods huisgezin zal schudden.
De profetie in Haggaï 2:6, 7 zegt dat Jehovah de hemelen, aarde
en alle natiën zal schudden, zodat "de begeerlijke dingen,"
wat goddelijke personen betekent, binnenkomen om Gods herstelde
huis te verheerlijken. Paulus citeerde Haggaï in Hebreeën 12:27
en legde uit dat de profetie verband houdt met instellingen van
het samenstel van dingen die tot vernietiging geschud zullen worden.
Wellicht overbodig om te zeggen, maar WOI is niet de ondergang
van dit samenstel gebleken. Het grote schudden is op komst.
Daarom heeft het "schudden" om Gods volk te ziften ook nog niet
plaatsgevonden. Maar ook dit is op komst.
De komende ineenstorting van de "hut van David" loopt
klaarblijkelijk parallel aan de vele andere profetieën die voorzeggen
dat de feitelijke komst van Christus in zijn koninkrijk om over
de aarde te regeren, eerst resulteert in de verwoesting
van het geestelijke huis van zijn uitverkorenen. In verband met
de koning met
bars gelaat zegt Daniël 8:11 bijvoorbeeld dat de arrogante
koning in een rechtstreekse confrontatie tegenover de vorst van
Gods koninkrijk komt te staan, zodat hem "het bestendige kenmerk
ontnomen werd, en de vaste plaats van zijn heiligdom werd omvergehaald."
Het volgende vers zegt dat de reden dat God de koning met bars
gelaat toestaat succes te boeken tegen Christus' belangen op aarde,
"wegens overtreding" is. De Wachttoren past deze overtreding
verkeerd toe op de koning met bars gelaat. De overtreding is echter
duidelijk de overtreding van de zonen van het koninkrijk, die
terechtgewezen moeten worden en moeten boeten voor het schande
brengen over de naam van Jehovah.
De herbouw van de hut van David heeft dus te maken met de grootse
redding, de geestelijke genezing en het herstel dat plaats zal
vinden gedurende de periode van verdrukking.
Op veel plaatsen in de Bijbel verheerlijkt Jehovah zijn grote
naam en uit hij zijn verontwaardiging doordat zijn onbeduidende
dienaren hem niet het respect en de heerlijkheid hebben gegeven
die hij terecht verdient en in plaats daarvan hun eigen God tot
schande hebben gemaakt. Amos vormt hierop geen uitzondering.
In het licht van de schande die Jehovah's Getuigen over de naam
van Jehovah hebben gebracht, zouden vrezers van Jehovah de bloedstollende
verklaring van God in Amos 4:12 ter harte moeten nemen: "Daarom
zal ik dàt met u doen, o Israël. Maak u, ten gevolge van het feit
dat ik u juist dit zal doen, gereed om uw God te ontmoeten, o
Israël. Want zie! de Formeerder van de bergen en de Schepper van
de wind, en Hij die de aardse mens vertelt waar de intense belangstelling
van zijn geest naar uitgaat, die de dageraad in donkerte verandert
en die op de hoge plaatsen van de aarde treedt, Jehovah, de God
der legerscharen, is zijn naam."
|