Ontrouw
binnen het huwelijk is een zeer algemeen voorkomend sociaal
probleem - zelfs onder Jehovah's Getuigen. Overspel is
het onderwerp van vele nummers over stukgelopen liefdes,
smakeloze romannetjes en films. Met uitzondering van de
feitelijke dood van een geliefde, bestaat er emotioneel
bezien waarschijnlijk niets verwoestender voor een onschuldige
partner en familie dan ontrouwheid en bedrog binnen het
huwelijk.
We zouden kunnen veronderstellen dat de hartenpijn die
voortkomt uit de ontrouwheid van een partner beperkt is
tot menselijke gevoelens. Door middel van de profeet Hosea
maakt God echter zijn eigen innerlijke gevoelens in zulke
herkenbare menselijke termen aan ons kenbaar, dat we inzien
dat Jehovah ook de intense pijn van een gebroken hart
kent die wordt veroorzaakt door de ontrouwheid van iemand
die hij zeer liefheeft.
Maar, wie kan er mogelijkerwijs Jehovah's hart breken?
En hoe heeft God zich voorgenomen de kwellende situatie
op te lossen? Kan er verzoening plaatsvinden bij dit soort
vervreemding? En wat heeft u te maken met deze uitzonderlijke
zaak van ontrouwheid? Deze vragen zullen aan de hand van
het boek Hosea beschouwd worden.
Het is ironisch dat het Wachttorengenootschap het boek
Hosea in een symposium besprak op het "Wandel Met God"
Districtcongres 2004 van Jehovah's Getuigen. Terwijl ze
waardevolle historische inzichten verschafte, verdraaide
de uitleg van het Wachttorengenootschap van de profetische
betekenis van Hosea helaas de essentiële boodschap die
in de profetie ligt opgesloten, en verborg die uiteindelijk
zelfs geheel.
Jehovah heeft dus alle reden om in het laatste vers
van Hosea de volgende retorische vraag te stellen: "Wie
is wijs, dat hij deze dingen begrijpt? Beleidvol, dat
hij ze weet?"
In het openingsvers van Hosea gebiedt Jehovah zijn profeet
door het volgende tot hem te zeggen: "Ga, neem u een
vrouw van hoererij en kinderen van hoererij, want door
hoererij keert het land zich er beslist van af Jehovah
te volgen."
De Grote Communicator, Jehovah, illustreert de toestand
van zijn eigen relatie met zijn volk, zodat we zijn gevoelens
gemakkelijker kunnen begrijpen. Door de natie Israël te
vergelijken met een overspelige vrouw en zichzelf met
een gekwetste minnaar begrijpen we wat er bedoeld wordt.
Om de kwestie verder te verduidelijken gebiedt Jehovah
Hosea nogmaals: "Ga nogmaals, bemin een vrouw die door
een metgezel wordt bemind en overspel pleegt, zoals in
het geval van Jehovah's liefde voor de zonen van Israël
terwijl zij zich tot andere goden wenden en liefhebbers
zijn van rozijnenkoeken."
Jehovah verklaart zijn liefde voor de "zonen van
Israël," maar zij zijn degenen die, als een overspelige
vrouw, zijn liefde bedriegen door andere goden te aanbidden
en liefhebbers te zijn van rozijnenkoeken die in offers
aan hun valse goden aangeboden worden. Daarom zegt Jehovah:
"Verheug u niet, o Israël. Handel niet blij gelijk
de volken. Want door hoererij hebt gij de zijde van uw
God verlaten."
Jehovah's Getuigen weten heel goed dat God de natie
Israël in alle profeten niet bepaald vleiend vergelijkt
met een overspelige vrouw, daar ze consequent diverse
vormen van afgoderij beoefende en hun ontrouwe verbonden
met de omringende natiën. Het Wachttorengenootschap past
zulke vergelijkingen echter steevast toe op de
hedendaagse christenheid.
Is dat echter werkelijk de manier waarop de profetie
begrepen moet worden? Waarom verklaart Jehovah herhaaldelijk
zijn liefde voor de natie en noemt hij hen "mijn volk"
en spoort hij hen aan tot hem terug te keren? Heeft Jehovah
de christenheid ooit liefgehad?
Het doel van dit artikel is, zowel schriftuurlijk als
met gezond verstand, te bewijzen dat het in werkelijkheid
Jehovah's Getuigen en de instelling van het Wachttorengenootschap
zijn die Jehovah's hart hebben gebroken door onze eigen
daden van geestelijke prostitutie en ontrouwheid. Wanneer
je een nederige liefhebber van Jehovah bent, zul je op
zijn minst de mogelijkheid beschouwen dat Jehovah een
paar geschillen zou kunnen hebben met het volk dat zijn
naam voor de wereld draagt.
Maar, hoe kunnen we de vorm van religie die heden ten
dage wordt beoefend door Jehovah's Getuigen mogelijkerwijs
vergelijken met de primitieve vorm van afgoderij en baälaanbidding
die door de oude Israëlieten beoefend werd?
Afgoderij doet zich in vele vormen voor. Nadat de apostel
Johannes bijvoorbeeld de vreesinboezemende Apocalyps ontvangen
had, viel hij tot tweemaal toe ten slachtoffer aan afgoderij
toen hij zich neerwierp voor een engel. In Openbaring
22:8, 9 lezen we: Nu dan, ik, Johannes, was het die
deze dingen hoorde en zag. En toen ik gehoord en gezien
had, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de
engel die mij deze dingen had getoond. Maar hij zegt tot
mij: "Pas op! Doe dat niet! Ik ben slechts een
medeslaaf van u en van uw broeders die profeten zijn en
van hen die de woorden van deze boekrol onderhouden. Aanbid
God."
Afgoderij kan echter subtielere vormen dan dat aannemen.
Beschouw eerst eens de definitie van Afgoderij zoals
die wordt gegeven in het boek Inzicht in de Schriften:
"Een afgod
is een beeld of een afbeelding of voorstelling van iets,
of een symbool dat een voorwerp
van hartstochtelijke verering is en hetzij werkelijk
of slechts in de verbeelding bestaat. Over het algemeen
gesproken is afgoderij het vereren, liefhebben, aanbidden
of adoreren van een afgod. Afgoderij
wordt gewoonlijk beoefend jegens een werkelijke of vermeende
hogere macht, of men nu gelooft dat zo'n macht
bezield is (zoals een mens, een dier of
een organisatie) of onbezield (zoals een natuurkracht
of een levenloos voorwerp in de natuur). Afgoderij
gaat over het algemeen met enkele gebruiken, ceremoniën
of riten gepaard."
Volgens het Wachttorengenootschap staat het maken van
een organisatie tot een "voorwerp van hartstochtelijke
verering" gelijk aan afgoderij. Omvat dat ook niet
wat over het algemeen "Jehovah's zichtbare organisatie"
wordt genoemd? Johannes werd tenslotte gewaarschuwd tegen
het neervallen voor de verheerlijkte engel die Gods heilige
geheim aan hem onthulde. Was de engel echter geen deel
van Gods loyale hemelse organisatie? Het is duidelijk
dat wanneer iemand behoort tot Gods organisatie van hemelse
zonen, dit hem niet waardig maakt aanbidding te ontvangen.
Het Wachttorengenootschap neemt ten opzichte van Jehovah's
Getuigen echter een soortgelijke plaats in als de engel,
doordat het Wachttorengenootschap over het algemeen bezien
wordt als Gods "enige communicatiekanaal" met zijn volk
- net zoals de engel Gods kanaal was naar Johannes toe.
Wat het Wachttorengenootschap uitgeeft heeft zeer veel
waarde voor Jehovah's Getuigen. Ja, het Wachttorengenootschap
is behulpzaam geweest bij het geestelijk verlichten van
Jehovah's Getuigen met betrekking tot vele lang verborgen,
essentiële bijbelse waarheden. Maar, hoe kan een eerlijke
waarnemer juist daarom zeggen dat het Wachttorengenootschap
niet geliefd is bij Jehovah's Getuigen en vereerd wordt
en zelfs een "vermeende hogere macht" toegeschreven
krijgt die het eenvoudig niet bezit?
|
|
" Wanneer Efraïm sprak, was er beving; hijzelf
stond in hoog aanzien in Israël. Maar hij werd
voorts schuldig…"
Hosea 13:1-2
|
Natuurlijk betekent verafgoding niet noodzakelijkerwijs
dat de persoon die verafgoodt Jehovah niet langer aanbidt.
Het betekent enkel dat een mate van eer en toegenegenheid
die de Schepper toekomt op verkeerde wijze tot iets of
iemand anders gericht wordt. Daarom, wie kan ontkennen
dat Jehovah's Getuigen verder gaan dan enkel respect en
achting te hebben voor de Wachttorenorganisatie en iets
aanbieden dat gelijk staat aan ongepaste eerbied en hulde,
iets wat altijd ten nadele van Jehovah is?
Als dat niet het geval is, hoe komt het dan dat Jehovah's
Getuigen in al die vele uitgaven van het Wachttorengenootschap
nooit, zelfs niet eenmaal gewaarschuwd zijn
tegen te sterk de nadruk leggen op belangrijkheid van
het Wachttorengenootschap? Het Wachttorengenootschap is
toch zeker niet groter dan de engel die de apostel Johannes
waarschuwde hem niet te aanbidden? Waarom heeft het Wachttorengenootschap
dan nooit dezelfde nederigheid voor God getoond? Daar
de menselijke neiging tot verafgoding bekend is, is het
dan niet de verantwoordelijkheid van het Wachttorengenootschap
zeker te stellen dat het geen eer ontvangt die rechtmatig
aan God toebehoort - net zoals de engel Johannes' aanbidding
niet wilde hebben?
Bij verschillende gelegenheden voorkwamen de apostelen
dat mensen goddelijke eer aan hen gaven. Waarom heeft
het Wachttorengenootschap Jehovah's Getuigen niet ontmoedigd
teveel eer te schenken aan "Het Genootschap"?
Het
Afgodskalf van Beth-Aven
Nadat Jehovah het koninkrijk van Israël in het noordelijke
10-stammenrijk van Efraïm (Israël) en het zuidelijk koninkrijk
van Juda verdeeld had, richtte Jerobeam van het noordelijke
koninkrijk twee gouden kalveren op te Bethel en Gilgal
zodat de Israëlieten zich niet weer verenigden in aanbidding
in Jeruzalem.
De afgoden waren enkel een zaak van gemak, zodat de
Israëlitische aanbidders niet helemaal terug hoefden te
reizen naar de tempel in Jeruzalem om Jehovah te aanbidden.
Daar Bethel het centrum van valse aanbidding werd, hernoemde
Jehovah de stad passend tot Beth-Aven, wat "Huis
van schadelijkheid" betekent.
Daarom lezen we in Hosea 10:5: "Om het afgodskalf
van Beth-Aven zullen de inwoners van Samária bevreesd
worden; want daarover zal zijn volk stellig treuren, evenals
zijn priesters van buitenlandse goden, die er blij om
plachten te zijn wegens zijn heerlijkheid, want die zal
van hem weg in ballingschap zijn gegaan."
Ironisch genoeg is het hoofdkantoor van het Wachttorengenootschap
evenzo "Bethel" genoemd (Wat "Huis van God" betekent).
En ondanks dat Jehovah's Getuigen het ten zeerste zullen
bestrijden, is Brooklyn Bethel het hedendaagse Beth-Aven
in Gods ogen. In de afgelopen jaren is het Wachttorengenootschap,
als het centrum van Jehovah's "zichtbare organisatie,"
getransformeerd in een ontwikkelde versie van een afgodskalf.
|
|
"En Efraïm blijft zeggen: 'Inderdaad, ik ben
rijk geworden; ik heb waardevolle dingen voor
mij gevonden. Wat al mijn moeizame arbeid betreft,
zij zullen, van mijn kant, geen dwaling vinden
die zonde is"
Hosea 12:8
|
Vanuit de nederige huiskamer Bijbelstudies en gehuurde
vergaderplaatsen boven winkels, is het Wachttoren Bijbel
en Traktaatgenootschap uitgegroeid tot een zeer succesvolle
internationale corporatie. Het is één van de grootste
uitgeversmaatschappijen ter wereld. In de recente tijd
van snelle groei werd het Wachttorengenootschap ook beschouwd
als één van de grootste bouwbedrijven in de wereld. Het
wordt zelfs genoemd als de 37ste meest
winstgevende corporaties in New York - waarbij in
2001 bijna 1 miljard dollar werd binnengehaald! Dat is
nogal wat wanneer we in aanmerking nemen dat New York
de thuisbasis is voor veel van de rijkste corporaties
in de wereld.
Kennelijk steunt het Wachttorengenootschap zelfs een
autoverhuur programma zodat auto's die eerder gebruikt
werden door kring- en districtsopzieners op voordelige
wijze van de hand kunnen worden gedaan. Er bestaat geen
twijfel over dat het Wachttorengenootschap enorme bezittingen
heeft in vastgoed, geld, aandelen en obligaties - allemaal
valstrikken bij een succesvolle wereldwijde corporatie.
Het Besturend Lichaam en andere functionarissen van
het Wachttorengenootschap leven vrij comfortabel en worden
door Jehovah's Getuigen behandeld als vorsten en koningen
en krijgen op al hun reizen ruime giften. De fysieke
faciliteiten van het Wachttorengenootschap over de
gehele wereld, vooral Brooklyn
Bethel, de buitensporige Stanley
congreshal en meer recentelijk Patterson, zijn gelijk
heilige tempels en Mekka's die de getrouwen verleiden
tot het maken van hun offerandelijke bedevaartstochten
- over het algemeen Bethel
tours genaamd.
|
|
"Zij hebben vorsten aangesteld, maar ik wist
het niet. Met hun zilver en hun goud hebben zij
zich afgoden gemaakt…"
Hosea 8:4
|
Beschouw, als voorbeeld van de wijze waarop de organisatie
zo'n prominente plaats heeft ingenomen in de geestelijke
levens van Jehovah's Getuigen, eens enkele van de volgende
opmerkingen die gemaakt werden in De Wachttoren
van 1 september 1967 in een artikel met de titel: "Ga
Vooruit Met Jehovah's Organisatie." In de 12de paragraaf
lezen we:
"Misschien
beschouwen wij studie als zwaar werk, als iets dat ernstig
onderzoek met zich brengt. In Jehovah's
organisatie is het echter niet nodig een massa tijd en
energie aan speurwerk te besteden, want er zijn
broeders in de organisatie die er juist voor zijn aangewezen
om dat te doen, ten einde u
die niet zoveel tijd hebt, te helpen, en zij bereiden
het goede materiaal voor De Wachttoren en andere publikaties
van het Genootschap voor. Studeert u echter niet voldoende?
Aanvaard dan de volgende suggestie: U
studeert vaak het beste en met de meeste resultaten als
u een nieuwe Wachttoren of Ontwaakt! of een nieuw boek
leest en daarbij de vreugde smaakt die het gevolg
is van het feit dat u zich de nieuwe waarheden eigen maakt
en een frisse kijk krijgt."
Het bestuderen van Gods Woord maakt onderdeel uit van
onze aanbidding. God spreekt individueel tot ons via zijn
Woord, toch? Maar in plaats van de gelegen tijd voor onszelf
uit te kopen, zoals de apostel christenen aanmoedigde,
en onze eigen mentale energie en door God gegeven
redenatievermogen te gebruiken bij het bestuderen van
de diepere dingen uit Gods Woord, heeft het Wachttorengenootschap
gemakkelijk alles voor ons gedaan - of dat wil
ze ons in ieder geval laten geloven. We hoeven niet langer
persoonlijk de Bijbel voor onszelf te bestuderen.
"Het Genootschap" geeft zelf toe dit alles al voor ons
gedaan te hebben.
Bedenk alsjeblieft dat het afgodskalf van Beth-Aven
bedoeld was om de aanbidding van de Jehovah gemakkelijker
te maken.
|
|
"Bij hun houten afgod blijft mijn eigen volk
navraag doen en hun eigen staf blijft hen inlichten…"
Hosea 4:12a
|
Het Wachttorengenootschap heeft de autoriteit van Jehovah's
eigen waardevolle Bijbel in de harten en geesten van Jehovah's
eigen getuigen op bedriegelijke wijze teniet gedaan, zodat
we enkel maar de Wachttoren en Ontwaakt
en andere publicaties van "Het Genootschap" hoeven te
bestuderen om Jehovah's goedkeuring te ontvangen. Jehovah
en zijn Bijbel zijn op effectieve wijze naar de achtergrond
gedrongen, terwijl het Wachttorengenootschap verheven
is tot de meest prominente plaats in onze aanbidding.
Laten de gezalfde priesters van Bethel die Jehovah werkelijk
vrezen op het puntje van hun stoel gaan zitten wanneer
ze de belangrijkheid van de ongemakkelijk retorische vraag
van de Apostel overdenken: "Of zijn wij Jehovah tot
jaloezie aan het prikkelen? Zijn wij soms sterker dan
hij?"
Volgens het eerder geciteerde Inzicht-boek gaat
"afgoderij over het algemeen met
enkele gebruiken, ceremoniën of riten gepaard." Geldt
dat ook voor onze aanbidding?
Wat wij de "theocratische regeling" noemen is ontegenzeggelijk
enkel maar verworden tot gebruiken en riten. Neem nu eens
de wekelijks Wachttorenstudie als voorbeeld. Al
meer dan een halve eeuw hebben Jehovah's Getuigen de zeer
strak vormgegeven rite van het bespreken van een Wachttorenartikel
gevolgd. Het Wachttorengenootschap is er zelfs trots op
dat alle gemeenten in de wereld hetzelfde materiaal simultaan
bestuderen - alles in naam van organisatorische uniformiteit.
Als onderdeel van de rite wordt er van iedereen verwacht
de Wachttoren "te bestuderen" voordat men naar
de vergadering komt en de meeste Jehovah's Getuigen onderstrepen
de antwoorden van tevoren, vaak met een
gele markeerstift. Tijdens de vergadering worden
de paragrafen per één of twee gelezen en worden er vervolgens
voorgedrukte vragen gesteld. Van het publiek wordt verwacht
dat ze de vragen kort beantwoorden vanuit het materiaal
in de paragraaf. Andere vergaderingen volgen eenzelfde
patroon.
Het is waar dat de Schrift besproken wordt en dat er
als onderdeel van de Wachttorenstudie en andere
vergaderingen uit de Bijbel gelezen wordt, maar verreweg
de meeste aandacht gaat naar de publicaties van het Wachttorengenootschap
- niet de Bijbel. Het wordt tenslotte "de Wachttorenstudie"
genoemd - niet "de Bijbelstudie."
|
|
"Zij hebben nagelaten aandacht te schenken
aan Jehovah zelf."
Hosea 4:10b
|
De vroegere christelijke gemeenten zaten zeker niet opgezadeld
met de geestverstikkende formulaire aanbidding die het
Wachttorengenootschap aan Jehovah's Getuigen heeft opgelegd.
Paulus' enige raad aan de Korinthische gemeente over hun
vergadering was dat ze niet allemaal tegelijk moesten
spreken en er waren personen die konden interpreteren
wanneer er iemand in tongen sprak. Elke gemeente functioneerde
grotendeels autonoom, ondanks dat Christus het hoofd van
elke aparte gemeente was. Er bestaat geen schriftuurlijke
basis voor de voorgeschreven en starre "theocratische
regeling" die op de vergaderingen van Jehovah's Getuigen
wordt gebruikt.
Het is niet ongewoon dat broeders commentaren geven
en gebeden opzenden waarin diepe waardering wordt uitgesproken
voor de getrouwe slaaf en het Wachttorengenootschap voor
de overvloed van zogenaamd "geestelijk voedsel." Het komt
echter zelden voor dat iemand Jehovah bedankt voor het
verschaffen van de Bijbel. En, zoals reeds eerder vermeld,
heeft niemand de broeders aan durven te moedigen niet
teveel eer uit te storten over de getrouwe slaaf
of het Wachttorengenootschap. Evenzo zul je een broeder
nooit in een openbaar gebed horen vragen of Jehovah het
Wachttorengenootschap wil vergeven voor hun zonden. Dat
zou worden beschouwd als stuitende blasfemie. Dat is de
zonde van de kalfaanbidding van Beth-Aven!
|
|
"Mijn eigen heerlijkheid hebben zij verruild
voor louter oneer. De zonde van mijn volk blijven
zij verslinden, en naar hun dwaling blijven zij
hun ziel opheffen."
Hosea 4:7-8
|
Maar, dienen Jehovah's Getuigen werkelijk het
Wachttorengenootschap? Volgens het eerder aangehaalde
Wachttorenartikel over het voorwaarts gaan met Jehovah's
organisatie is het antwoord nee. De 9de paragraaf zegt:
"Voorwaarts
gaan is dus niet iets koel berekenends. Het is een zaak
van dichter tot Jehovah komen; het betreft het vervolmaken
van gehoorzaamheid, het vragen om en ontvangen van Jehovah's
geest. Wij zijn aan hem opgedragen,
niet aan een organisatie."
Dat artikel werd echter in 1967 geschreven. Is er sindsdien
iets veranderd? Ja, er is iets veranderd, in ieder
geval in de relatie die nieuw-gedoopte Jehovah's Getuigen
hebben met het Wachttorengenootschap. In 1985 veranderde
het Wachttorengenootschap de doopgeloften in het volgende:
"Begrijp
je dat je opdracht en doop je identificeren als een van
Jehovah's Getuigen, verbonden
met Gods door de geest geleide organisatie?"
Voor 1985 werd nieuw te dopen getuigen eenvoudig gevraagd
of ze berouw hadden van hun zonden en Christus aanvaardden
als hun Loskoper en zich onvoorwaardelijk hadden opgedragen
om Jehovah's wil te doen. Sinds 1985 heeft het Wachttorengenootschap
zichzelf echter bedrieglijk in de plechtige doopgeloften
opgenomen die alle nieuwe Jehovah's Getuigen in het openbaar
moeten afleggen!
Wat geeft het Wachttorengenootschap het recht zichzelf
op een plaats te stellen die in de Schrift exclusief voorbehouden
is aan Jehovah, Jezus Christus en de heilige geest? Is
het voor de hemel een onbeduidende zaak dat er van personen
die het verlangen hebben zich aan Jehovah en Jezus op
te dragen vereist wordt dat ze in het openbaar verklaren
bij de Wachttorenorganisatie te behoren? Elke lezer kan
die vraag voor zichzelf beantwoorden.
|
|
"Daartegen zeggen zij: 'Laten
de offeraars die mensen zijn, louter kalveren kussen.'"
Hosea 13:2
|
Laat er opgemerkt worden dat zelfs de apostel Paulus,
die zonder twijfel de meest prominente getuige van Jehovah
is geweest in het gehele christelijke tijdperk, zichzelf
niet op aanmatigende wijze zulke hoge eer toekende als
het Wachttorengenootschap heeft gedaan.
Kennelijk bestond dezelfde neiging tot organisatorische
afgoderij ook in de Korinthische gemeente. Sommige discipelen
zeiden dat ze bij Paulus hoorden; anderen beweerden dat
ze bij Cefas en Apollos hoorden. Daarom maakte Paulus
een statement in de Korinthische gemeente waarin hij iedere
aanspraak op hun toewijding verwierp, door te zeggen:
"De Christus bestaat verdeeld. Paulus werd toch niet
voor u aan een paal gehangen? Of werdt gij in de naam
van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar dat ik niemand
van u heb gedoopt behalve Crispus en Gajus, zodat niemand
kan zeggen dat gij in mijn naam werdt gedoopt."
Daar de Apostel uiting gaf aan zijn opluchting dat geen
van de Korinthiërs "in de naam van Paulus gedoopt"
was, waarom verplicht het Wachttorengenootschap Jehovah's
Getuigen dan gedoopt te worden "verbonden met Gods
door de geest geleide organisatie"? Werd de 1ste eeuwse
gemeente ook niet "door de geest geleid"? Waarom gaven
Jezus en Paulus niet het gebod aan die christenen te erkennen
dat hun doop hen als zodanig zou identificeren? Moeten
we soms aannemen dat de geest de organisatie er in 1985
toe leidde zichzelf op te nemen in de christelijke heilige
geloften, ondanks dat de Schrift daar geen rechtvaardiging
voor geeft?
De apostel Paulus beschreef dat Satan in staat is zich
te transformeren in een engel des lichts. Met andere woorden,
Satan kan ons ervan overtuigen dat kwaad goed is. Daarom
gaf Paulus uiting aan zijn diepe bezorgdheid dat sommige
Korinthiërs misleid zouden kunnen worden door Satans bedrog.
Paulus wist heel goed dat Satan een krachtige invloed
uitoefende in de gemeente door middel van de superfijne
apostelen, die zichzelf, net als Satan, veranderden in
dienaren der rechtvaardigheid. Zonder twijfel werd de
neiging tot het volgen van mensen ook door de demonen
aangemoedigd.
Terwijl Satan de Duivel ontwijfelbaar de onzichtbare
geest was die de aanstichter was van de Beth-Aven kalverenaanbidding,
waren het juist de koning van Israël en de priesters van
God, de leiders van de natie, die werktuigen waren in
het misleiden van Jehovah's volk in de valstrik van afgoderij.
Daarom zei God tot hen: "Hoort dit, o priesters, en
schenkt aandacht, o huis van Israël, en gij, o huis van
de koning, leent het oor, want ulieden gaat het oordeel
aan; want een valstrik zijt gij geworden voor Mizpa en
als een net uitgespreid over de Tabor. En in slachtwerk
zijn de afvalligen diep verzonken, en ik was een vermaning
voor hen allen." - Hosea 5:1, 2
We zouden ons niet moeten indenken dat de Duivel in
deze tijd tégen de verafgoding van "Het Genootschap"
zou zijn. Dat komt omdat de demonen alles propageren
dat afleidt van Jehovah's glorie - inclusief de verdorven,
subtiele aanbidding van Jehovah's "zichtbare organisatie"!
Satan de Duivel is ongetwijfeld de meest vurige promotor
van "Het Genootschap"; waarbij hij zulke organisatorische
afgoderij slim vermomd als ware aanbidding! Ja, werkelijk
een engel des lichts! En een potentiële valstrik voor
alle Jehovah's Getuigen gedurende het oordeel - zoals
beschreven in Hosea 5:1, 2.
Laat elke christelijke getuige van Jehovah de belangrijkheid
van Hosea 4:15 met behulp van Jehovah's geest onderscheiden,
waar we Gods strenge waarschuwing lezen aan de getrouwen
om niet evenzo de naam van Jehovah te verbinden aan het
gouden kalf van Beth-Aven: "Al bedrijft gij ook hoererij,
o Israël, moge Juda niet schuldig worden, en komt niet
naar Gilgal, gaat ook niet op naar Beth-Aven, noch zweert
'Zo waar Jehovah leeft!'"
Maar, hoe weten we zeker dat de profetie van Hosea in
onze tijd van toepassing is op Jehovah's Getuigen en het
Wachttorengenootschap?
Terwijl de profetie van Hosea in een oude setting staat,
zijn de relevante kwesties tussen Jehovah en zijn volk
niet veranderd. Jehovah's hedendaagse volk staat tegenover
dezelfde geloofsuitdagingen dan de Israëlieten. Daarom
is de boodschap van Hosea en andere profeten heden ten
dage even essentieel als toen ze voor het eerst werd opgeschreven.
Het boek Hosea verbindt de primitieve aanbidding die
werd uitgeoefend door Israël zelfs naadloos aan de tijd
van Christus' aankomst. Daarom lezen we in Hosea 3:4,
5: "Het is omdat de zonen van Israël vele dagen zonder
koning en zonder vorst en zonder slachtoffer en zonder
zuil en zonder efod en terafim zullen wonen. Daarna zullen
de zonen van Israël terugkeren en stellig Jehovah, hun
God, en David, hun koning, zoeken; en zij zullen stellig
sidderend tot Jehovah en tot zijn goedheid komen, in het
laatst der dagen."
"Het laatst der dagen" houdt verband met een
specifieke tijdsperiode waarin God zijn oordeel begint
- als eerste beginnend bij zijn eigen huis (Zie
1 Petrus 4:17, 18). In tegenstelling tot de leerstelling
van het Wachttorengenootschap, is "het laatst der dagen"
nog niet begonnen. (Zie het essay: "Het
Laatst der Dagen") Daarom zijn "de zonen van
Israël" in werkelijkheid geestelijke Israëlieten en
is "David, hun koning" natuurlijk Jezus Christus.
Dat de profetie voorzegt dat "de zonen van Israël terugkeren
en stellig Jehovah zoeken," wijst erop dat het geestelijk
Israël op dit moment van Jehovah vervreemd is - alleen
beseffen ze dit eenvoudig nog niet.
Door middel van Hosea verklaart Jehovah dat de woorden
van de profeten dienen ter correctie en berisping van
zijn volk. In Hosea 6:5-7 zegt God: "Daarom zal ik
hen moeten neerhouwen door de profeten; ik zal hen moeten
doden door de woorden van mijn mond. En de oordelen over
u zullen zijn als het licht dat te voorschijn komt. Want
in liefderijke goedheid heb ik behagen geschept, en niet
in slachtoffer; en in de kennis van God meer dan in volledige
brandoffers. Maar zijzelf hebben, gelijk de aardse mens,
het verbond overtreden. Daar hebben zij trouweloos jegens
mij gehandeld."
De woorden van God door middel van de Hebreeuwse profeten
zijn bedoeld om Gods volk te vormen en te kneden en om
door middel van oordeel de neiging tegen hem in opstand
te komen de kop in te drukken. Geen ander volk dan de
Israëlieten en hun priesters kon Gods verbond overtreden,
om het eenvoudige feit dat geen enkel ander volk zich
in een verbond met Jehovah bevond. Vandaag de dag geldt
hetzelfde. De woorden van de profeten zijn evenzo gericht
aan de gemeente van gezalfde christenen, die, net als
de vroegere Israëlieten, in een verbond met God staan.
Jezus zei bijvoorbeeld ook dat hij ten strijde zal trekken
in een oorlog van woorden tegen gezalfde christenen die
geen berouw hebben van hun afgoderij, door in Openbaring
2:16 te zeggen: "Heb daarom berouw. Zo niet, dan kom
ik vlug tot u, en ik zal oorlog tegen hen voeren met het
lange zwaard van mijn mond."
Moeten we veronderstellen dat Jezus de christenheid
vraagt om berouw te tonen?
Of zou het zo kunnen zijn dat de slachtoffers en "volledige
brandoffers" uit Hosea 6:5 betrekking hebben op de
riteachtige aanbidding van Jehovah's Getuigen? Zou het
zo kunnen zijn dat God niet zo content is met het roemen
over de miljoenen uren die Jehovah's Getuigen in de prediking
doorbrengen, omdat we belangrijker zaken negeren?
Om "het verbond te overtreden" moet een volk
duidelijk eerst in een verbond met Jehovah staan.
Alleen gezalfde christenen (geestelijk Israël) staan in
een verbondsverhouding met God door middel van hun Middelaar
- Jezus Christus. Dat betekent dat degenen die "trouweloos
hebben gehandeld" tegen Jehovah, Jehovah's Getuigen
zijn. Op welke manier hebben Jehovah's Getuigen echter
trouweloos gehandeld jegens Jehovah door zijn verbond
met hen te overtreden? Hosea belicht twee specifieke aspecten.
"Zoals
In De Dagen Van Gibea"
Hosea 9:9 luidt: "Zij zijn diep verzonken in het brengen
van verderf, zoals in de dagen van Gibea. Hij zal hun
dwaling gedenken; hij zal aandacht schenken aan hun zonden."
"De dagen van Gibea" heeft betrekking op een
grove zonde die plaatsvond gedurende de tijd van de rechters.
Het verslag in het 19de hoofdstuk van Rechters geeft weer
hoe sommige "nietswaardige" seksueel perverse personen
een man wilden verkrachten die als gast in Gibea verbleef.
In plaats daarvan kwam het erop uit dat de groep zijn
bijvrouw tot de dood toe verkrachtte.
Verbolgen door de gruweldaad sneed de man het dode lichaam
van de vrouw in 12 stukken en zond elk van de 12 stammen
een deel. (Bedenk alsjeblieft dat dit lang voor de opkomst
van elektronische media was; toenmalige personen zouden
naar hedendaagse maatstaven ongewone en bizarre dingen
gedaan kunnen hebben om nieuwswaardige gebeurtenissen
bekend te maken.) Het resultaat was dat alle stammen van
Israël geshockeerd waren door de misdaad en tegen de stam
Benjamin optrokken en eisten dat de schuldige mannen van
Gibea aan het overgeleverd werden, zodat ze in overeenstemming
met de Wet ter dood gebracht konden worden.
Rechters 20:13 verslaat: Bijgevolg zonden de stammen
van Israël mannen naar alle leden van de stam Benjamin
om te zeggen: "Wat is dit voor een slechte zaak die zich
onder u heeft afgespeeld? Nu dan, levert die mannen, die
nietswaardige mannen, die te Gibea zijn, uit, opdat wij
hen ter dood brengen, en laten wij het kwaad uit Israël
wegdoen."
Het vers zegt echter verder: "En de zonen van Benjamin
wilden niet naar de stem van hun broeders, de zonen
van Israël, luisteren."
Als gevolg van de dwaze weigering van Benjamin om recht
te doen brak er een oorlog uit, met als resultaat dat
de stad Gibea tot de grond toe werd afgebrand en de stam
Benjamin bijna geheel weggevaagd werd. Er moet tevens
worden opgemerkt dat Jehovah de oorlog tegen Benjamin
verordende.
Onder hedendaagse Jehovah's Getuigen heeft iets soortgelijks
als de gruwelijke seksuele misdaad van Gibea plaatsgevonden
- alleen op een veel grotere schaal. Het is schokkend
dat er in recente jaren duizenden zaken van kindermisbruik
aan het licht zijn gekomen van binnen de organisatie.
Net zoals dat het geval was bij het vroegere zedenmisdrijf
in Gibea, is ook het schandelijke probleem met betrekking
tot pedofiele binnen de Wachttorenorganisatie wijds gepubliceerd.
Om te beginnen moet er echter op gewezen worden dat
het zedenmisdrijf van Gibea niet de reden was voor de
burgeroorlog - noch was dit de reden dat Jehovah tientallen
jaren later de aandacht vestigde op Gibea. Als Benjamin
de schuldige mannen gewoon had overgeleverd om ter dood
gebracht te worden, zoals de Wet voorschreef, had het
zedenmisdrijf, hoe schokkend het ook moge zijn, wellicht
niet eens in de Bijbel gestaan. De werkelijke zonde
van Gibea was de koppige weigering van de kant van Benjamin
om recht te doen.
Evenzo zijn het Wachttorengenootschap en Jehovah's Getuigen
"diep verzonken in het brengen van verderf" over
de organisatie door hun koppige weigering recht te doen
in de ogen van God ten behoeve van de vele duizenden kinderen
van Jehovah's Getuigen die misbruikt zijn door pedofielen
en verkrachters in onze gemeenten.
Hoe "diep verzonken" is het Wachttorengenootschap
geraakt in het brengen van verderf? Beschouw eens een
paar feiten:
Volgens Bill Bowen en Silentlambs
hebben bronnen van binnen het Bethel hoofdkantoor onthuld
dat het Wachttorengenootschap een geheime database heeft
van meer dan 23.000
bekende kindermisbruikers! En klaarblijkelijk zijn
dat enkel de bekende misbruikers in Noord-Amerika en Europa.
En niet alleen dat, maar meer dan 5000 slachtoffers van
misbruik zijn in recente maanden opgestaan als gevolg
van de inspanning van Silentlambs om publiciteit te geven
aan het probleem. Veel van hun persoonlijke
verhalen over misbruik en doofpotaffaires staan op
de Silentlambs webiste gearchiveerd.
De ouderlingen en het Wachttorengenootschap willen ons
laten geloven dat alles op het Internet een web van leugens
is opgezet door tegenstanders. Gezond verstand zegt ons
echter dat slachtoffers van misbruik in werkelijkheid
terughoudend zijn in het praten over hun ervaringen en
dit alleen doen ter ondersteuning en aanmoediging van
anderen. Zonder twijfel zijn er nog veel meer slachtoffers
die in stilte lijden - waar de uitdrukking "silent lambs"
("stille lammeren") ook op doelt.
Het beleid van het Wachttorengenootschap, wat wordt
ondersteund door vele ervaringen, is dat gemeentes en
vaak zelfs de familieleden er niet eens voor gewaarschuwd
worden dat een bekende pedofiel in hun midden is.
Als gevolg daarvan is het Wachttorengenootschap rechtstreeks
verantwoordelijk voor het verschaffen van een veilige
haven voor misbruikers om hun walgelijke zonde op Jehovah's
onschuldige lammeren uit oefenen.
In aanmerking genomen dat de zonde van Gibea betrekking
had op een relatief kleine groep nietswaardige perverse
mannen en slechts één slachtoffer, kunnen we ons
een kleine inschatting maken van Jehovah's ongenoegen
over de verdwaasde inspanningen van het Wachttorengenootschap
geen recht te doen aan de vele duizenden slachtoffers
van kindermisbruik.
Terwijl het Wachttorengenootschap volhoudt dat ze alles
op een juiste manier heeft aangepakt, spreekt het feit
dat het Genootschap de uitsluiting
verordende van getrouwe Jehovah's Getuigen, zoals
Bill Bowen en Barbara
en Joe Anderson, die de leiding hebben genomen in
het opkomen voor bescherming van kinderen, boekdelen over
de geneigdheid van het Wachttorengenootschap. Het is alsof
Bethel de reputaties van verdedigers van slachtoffers
heeft vermoord; en hun goede naam en het recht samen te
komen met hun gemeentes en families heeft ontnomen. Het
Wachttorengenootschap heeft een ieder die het gewaagd
heeft de stilte te verbreken en het juiste te doen gestraft.
|
|
"Het uitspreken van vervloekingen
en beoefenen van bedrog en moorden en stelen en
overspel plegen, dàt is losgebroken, en daden van
bloedvergieting hebben aan andere daden van bloedvergieting
geraakt."
Hosea 4:2
|
Eén van de woordvoeders
van het Wachttorengenootschap, J.R. Brown, zegt dat
het Wachttorengenootschap veel informatie heeft gepubliceerd
om ouders te helpen hun kinderen te beschermen tegen pedofielen.
Het is waar dat de website van het Genootschap enkele
Ontwaakt
artikelen bevat die handelen over het voorkomen van
kindermisbruik. De meeste artikelen handelen echter niet
over het probleem met pedofilie binnen Jehovah's Getuigen;
noch worden ouders specifiek gewaarschuwd voor de gevaren
van binnenuit de gemeentes. Het Wachttorenartikel
getiteld "Laten
wij een afschuw hebben van wat goddeloos is" handelt
specifiek over gevallen waarbij één van Jehovah's Getuigen
een daad van kindermisbruik begaat, maar het artikel erkent
niet duidelijk dat het slachtoffer heel goed een kind
in de gemeente zou kunnen zijn. De afdeling Public Relations
en de Wettelijke afdeling van het Wachttorengenootschap
hebben duidelijk de bedoeling de misleidende indruk te
laten bestaan dat de plegers van kindermisbruik óf geen
Jehovah's Getuige zijn, óf wanneer ze dat wel zijn, dat
hun slachtoffer het niet is.
De Ontwaakt! van 8 april 1999 bevatte bijvoorbeeld
een artikel met de titel: "Wie Zal Onze Kinderen Beschermen?"
Op bladzijde elf zegt het artikel het volgende: "Denk
aan het hartenleed van ouders die, te laat, ontdekten
dat hun kinderen waren misbruikt door vertrouwde geestelijken,
onderwijzers of zelfs naaste familieleden. Het zou goed
zijn als u als ouder u zou afvragen: 'Wordt kindermisbruik
in mijn kerk getolereerd of in de doofpot gestopt? Wordt
in mijn religie krachtig vastgehouden aan hoge morele
beginselen?' De antwoorden op zulke vragen zullen u kunnen
helpen verstandige keuzes te doen ter bescherming van
uw kinderen."
De huichelarij van het Wachttorengenootschap is in dit
opzicht werkelijk verbluffend. In beschouwing genomen
dat de Ontwaakt! vooral voor Jehovah's Getuigen
geschreven is, is het zeer onwaarschijnlijk dat de kinderen
van Jehovah's Getuigen ooit seksueel misbruikt worden
door "vertrouwde geestelijken." Zoals het Wachttorengenootschap
heel goed weet, zijn vele duizenden van onze kinderen
echter reeds misbruikt door mannen die zichzelf Jehovah's
Getuigen noemen; en ja, sommigen van de daders waren vertrouwde
ouderlingen en dienaren in de bediening of anderszins
gerespecteerde broeders in de gemeente.
|
|
"Bij Gilead heeft iets magisch,
ook onwaarheid, plaatsgevonden."
Hosea 12:11
|
Als het Besturende Lichaam werkelijk geïnteresseerd
is Jehovah's Getuigen ouders te helpen hun kinderen te
beschermen tegen pedofiele roofdieren, waarom waarschuwt
de Ontwaakt! ouders dan niet voorzichtig te zijn
met het achterlaten van hun kind bij broeders in de gemeente?
Zou dat niet het meest eerlijke en verantwoordelijke
zijn om te doen - daar het Genootschap zich er heel wel
bewust van is dat duizenden pedofielen binnen de gemeentes
van Jehovah's Getuigen op de loer liggen? En waarom stelt
de Ontwaakt! niet relevantere vragen als "Wordt
kindermisbruik in mijn koninkrijkszaal in de doofpot
gestopt?" in plaats van de vraag te stellen "Wordt kindermisbruik
in mijn kerk getolereerd of in de doofpot gestopt?" Ja,
het Wachttorengenootschap is werkelijk "diep verzonken
in het brengen van verderf" over zichzelf.
Jehovah doorziet natuurlijk alle voorwendsels - Jehovah
kan onze harten doorzien. Daarom lezen we in Hosea 10:2
"Hun hart is huichelachtig geworden; nu zullen zij
schuldig bevonden worden."
Het is interessant dat de Groot Nieuws Bijbel Hosea
10:4 als volgt vertaalt: "Zij hebben de mond vol van
mooie beloften, zij zweren valse eden en sluiten heilloze
verdragen. En de rechtspraak is als een gifplant
die opschiet in de voren van een akker."
Terwijl de onder ede staande advocaten en mannen van
de public relations afdeling van het Wachttorengenootschap
vertrouwende ouders beloven dat het Genootschap altijd
al het mogelijke gedaan heeft onze kinderen te beschermen
tegen pedofielen, houden verschillende slachtoffers van
misbruik er een andere mening op na. En onheilspellend
genoeg geldt dit ook voor Jehovah God.
In overeenstemming met de profetie van Hosea schieten
diverse rechtszaken tegen de gemeentes van Jehovah's Getuigen
en het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap op als
onkruid in een geploegde akker als gevolg van de koppige
weigering van Beth-Aven recht te doen.
Hoe toepasselijk daarom dat Jehovah zijn organisatie
vergelijkt met een domme, onhandelbare koe, door in Hosea
4:16 te zeggen: "Want gelijk een onhandelbare koe is
Israël onhandelbaar geworden." En wederom in Hosea
9:15: "Wegens de boosheid van hun handelingen zal ik
hen uit mijn eigen huis verdrijven. Ik wil hen niet langer
liefhebben. Al hun vorsten handelen eigenzinnig."
Als meest
recente voorbeeld van een dergelijke boosaardige onhandelbaarheid
bepleiten de advocaten van het Wachttorengenootschap op
dit moment voor het Hooggerechtshof van New Hampshire
dat onze herders geen gemeenschappelijke of gemeentelijke
verantwoordelijkheid dragen om vermoedelijke misbruikers
aan de autoriteiten aan te geven, zelfs wanneer de wet
hen daartoe verplicht.
|
|
"Te Gibea haalde de oorlog
tegen de zonen der onrechtvaardigheid hen niet in.
Wanneer het mijn hevige verlangen is, zal ik
hen ook streng onderrichten."
Hosea 10:9
|
Toegegeven, in het universele samenstel van dingen zijn
de voortdurende rechtszaken waarin het Genootschap verwikkeld
is een relatief triviaal iets. Welke verdediging zullen
de advocaten van Bethel echter aanvoeren in het hooggerechtshof
van de hemel wanneer ze ter verantwoording wordt geroepen
voor de duizenden kinderen die verkracht zijn tijdens
hun wake? Hosea antwoordt: "Aldus zal men ulieden
stellig doen, o Bethel, wegens uw uitermate grote slechtheid.
In de dageraad zal de koning van Israël beslist tot
zwijgen gebracht moeten worden." - Hosea 10:15.
We kunnen er zeker van zijn dat Bethel's institutionele
profeten en onze zogenaamde organisatorische moeder, samen
met al diegenen die Jehovah nu als zijn volk erkent, tot
zwijgen gebracht zullen worden gedurende het komende oordeel,
zoals Hosea ook voorzegt: "En gij zult stellig struikelen
bij dag, en zelfs een profeet moet met u struikelen, als
bij nacht. En ik wil uw moeder tot zwijgen brengen.
Mijn volk zal stellig tot zwijgen worden gebracht…"
- Hosea 4:5, 6
Organisatorische afgoderij en onrechtvaardigheid is
echter niet de enige zonde van Beth-Aven. Het wordt nog
erger.
"Naar
Assyrië Zijn Zij Gegaan"
Jehovah had zijn natie bij diverse gelegenheden gered
uit handen van machtige vijandige natiën. Uiteindelijk
had Israël echter niet langer vertrouwen in de bescherming
van God en sloten ze in hun dwaasheid politieke verbonden
met zijn vijanden - zich indenkend dat dat hen
veiligheid zou schenken. Wat een jammerlijk gebrek aan
geloof werd er gedemonstreerd door de koningen van Israël
toen ze verbonden sloten met het opkomende Assyrische
Rijk en ze gunst zochten bij Egypte.
Er is veel bewijs dat Jehovah het werk van Jehovah's
Getuigen in het verleden gezegend heeft en ons bevrijd
heeft van onze vele machtige vijanden - net zoals hij
bij Israël deed. De aangrijpende verslagen van Jehovah's
Getuigen in het Nazi Duitsland en Rusland
zijn bijvoorbeeld zeer aanmoedigend. De Jaarboeken van
Jehovah's Getuigen bevatten letterlijke honderden ervaringen
die aantonen dat Jehovah ons in kleine en grote zaken
gezegend heeft.
|
|
"En Efraïm blijkt als een onnozele
duif zonder hart te zijn. Naar Egypte hebben zij
geroepen; naar Assyrië zijn zij gegaan."
Hosea 7:11
|
Helaas zien we echter hetzelfde patroon van ontrouwheid
en aanmatigende ongehoorzaamheid bij het hedendaagse leiderschap
van het Wachttorengenootschap. Hoe dat zo?
Ondanks alles wat God voor ons heeft gedaan, tekende
het Wachttorengenootschap in 1992 een politiek verbond
met de Verenigde Naties en werd ze een NGO (Non Gouvernementele
Organisatie). Door een NGO te worden, stemde het Wachttorengenootschap
ermee in hun middelen (die geheel opgedragen zijn aan
het aankondigen van Jehovah's koninkrijk) te gebruiken
om een informatiecampagne op te zetten ten gunste van
de Verenigde Naties. In Jehovah's ogen komt dat neer op
geestelijke prostitutie. (Zie de essays: "De
Diepte van de Prostitutie van het Wachttorengenootschap
Doorgronden" & "Het
Wachttorengenootschap Als een NGO" & "Commentaar
Op de NGO-Verklaring van het Wachttorengenootschap")
Wederom doet de huichelarij van het Wachttorengenootschap
de mond openvallen van verbazing. Zoals alle Jehovah's
Getuigen weten heeft het Wachttorengenootschap de Verenigde
Naties jarenlang geïdentificeerd als een duivelse vervalsing
van Gods koninkrijk. En we geloven dat de Verenigde Naties,
net als Assyrië en Babylon door Jehovah gebruikt werden
om goddelijke oordelen tegen de natiën te voltrekken,
evenzo uiteindelijk de 8ste koning uit Bijbelse profetieën
zal worden en de woorden van God over de vernietiging
van Babylon de Grote, die opgetekend staan in Openbaring,
uit zal voeren.
Het Wachttorengenootschap weet heel goed dat Christus'
koninkrijk geen deel van deze wereld is en dat wanneer
een christen een vriend van deze wereld wil zijn, hij
zich onvermijdelijk tot een overspelige vijand van God
maakt. Daarom vermijden Jehovah's Getuigen het gewetensvol
betrokken te raken bij politiek en zijn ze zelfs bereid
te sterven in plaats van onze christelijke integriteit
te compromitteren en het verbond van Christus te overtreden
dat van ons verlangt dat we geen deel zijn van het politieke
samenstel van de Duivel.
Ondanks die kennis, tekende het Besturend Lichaam van
Jehovah's Getuigen, als vertegenwoordigers van het wereldwijde
geestelijk Israël, desondanks een overeenkomst met de
hedendaagse tegenhanger van de koning van Assyrië. Een
dergelijke overeenkomst, of pact, komt overeen met wat
in de Bijbel een verbond
wordt genoemd. Het Wachttorengenootschap was gebonden
aan de voorwaarden van hun verbond met de VN en zou als
NGO ontheven worden wanneer ze daar niet aan had voldaan.
Volgens de Verenigde Naties heeft het Wachttorengenootschap
zich tien jaar lang getrouw gehouden aan alle vereisten
van hun contractgebonden afspraak.
|
|
"Efraïm voedt zich met wind
en jaagt de gehele dag de oostenwind na. Leugen
en gewelddadige plundering vermenigvuldigt hij.
En een verbond met Assyrië sluiten zij, en
olie wordt er naar Egypte gebracht."
Hosea 12:1
|
En niet alleen dat, maar alle Jehovah's Getuigen
hebben onbewust meegedaan aan Bethel's goddeloze programma;
doordat we allen Wachttorens en Ontwaakts
hebben verspreid in onze bediening, waarin vele artikelen
specifiek geschreven zijn om VN propaganda te verspreiden,
zijn we allemaal schuldig geworden in de ogen van
God. (Klik
hier voor een voorbeeld van een artikel dat het Wachttorengenootschap
aan de VN heeft aangeboden zodat ze konden blijven dienen
als een NGO.)
Volgens de officiële
verklaring van het Wachttorengenootschap aan bepaalde
bijkantoren was er niets ongepasts aan de NGO verbintenis.
Zogenaamd had de NGO verbintenis van het Wachttorengenootschap
enkel tot doel dat onderzoekers van Bethel toegang konden
krijgen tot de Dag Hammarskjöld Library faciliteiten op
het VN hoofdkantoor. De VN bibliotheek heeft echter gezegd
dat het niet nodig was een NGO te worden om de
bibliotheek te kunnen gebruiken en de officiële
verklaring van de Verenigde Naties bevestigt dat het
Wachttorengenootschap gewillig heeft voldaan aan
de eisen die de VN stelt aan NGO's.
De enige conclusie die getrokken kan worden is dat Bethel
liegt.
Het Wachttorengenootschap is zo brutaal geweest te suggereren
dat hun NGO verbintenis geen geheim was; dit ondanks het
feit dat de grote meerderheid van Jehovah's Getuigen er
nog steeds geen weet van heeft en het Wachttorengenootschap
het nooit in één van hun publicaties bekend heeft gemaakt.
Bethel's brief aan de bijkantoren zegt: "Vanwege de
gepubliceerde beschuldigingen door tegenstanders dat we
geheime verbintenissen hebben met de Verenigde Naties
hebben diverse bijkantoren om inlichtingen gevraagd over
deze kwestie en hebben we die beantwoord."
Laat Bethel eens antwoorden op de volgende vragen: Als
de NGO verbintenis van het Wachttorengenootschap met de
Verenigde Naties niet geheim was, waarom hebben
de bijkantoren dan überhaupt moeten informeren naar de
kwestie? Als het niet geheim was, hadden dan op zijn minst
de 100 Bethel bijkantoorcomité's wereldwijd er niet vanaf
moeten weten?
|
|
"Met leugen heeft Efraïm mij
omringd, en met bedrog het huis van Israël."
Hosea 11:12a
|
Ondanks dat er geen twijfel over bestaat dat veel tegenstanders
van Jehovah's Getuigen opgetogen zijn over het feit dat
het Wachttorengenootschap op dit moment in verval is door
diverse schandalen, begrijpen ze eenvoudig Jehovah's voornemen
niet.
Aan de andere kant kan de leugenachtige vasthoudendheid
van het Wachttorengenootschap dat ze niets verkeerds heeft
gedaan Jehovah ook onmogelijk behagen.
Als mensen met geloof zou het ons verlangen moeten zijn
te weten hoe God denkt over deze zaken. Als het Wachttorengenootschap
zo verdorven is als in dit essay is gepresenteerd, betekent
dat dan dat we toch niet de ware religie zijn? Wat kunnen
we van Jehovah's hand verwachten in de toekomst? Ja, welke
realistische hoop is er? Deze vragen zullen in het tweede
deel van de beschouwing van de profetie van Hosea besproken
worden.