|
Dit artikel is geschreven vooruitlopend op de vraag die veel
lezers die goed bekend zijn met Jehovah's Getuigen waarschijnlijk
zullen stellen: Waarom één van Jehovah's Getuigen
een website zou starten die gewijd is het bediscussiëren
van Bijbelse profetieën? Het is ten slotte zo dat het Wachttorengenootschap de gemeenten heeft geïnstrueerd dat Getuigen het
internet niet moeten gebruiken om de Bijbel te bediscussiëren,
dat het Wachttorengenootschap zijn eigen website heeft, en dat geen enkele
getrouwe broeder het daarom op zich zou moeten nemen op eigen
houtje zaken te presenteren op het Internet.
Verder wordt er onder alle leden van de Christelijke gemeente
algemeen geaccepteerd dat het Wachttorengenootschap, voor alle Jehovah's Getuigen
wereldwijd, het enige kanaal is voor geestelijke instructies.
Als gevolg hiervan zou op elk concurrerend geluid geen acht geslagen
moeten worden uit loyaliteit voor de geaccepteerde regeling. En
ter ondersteuning waarschuwt de Schrift zelf: "er zijn
vele valse profeten tot de wereld uitgegaan." (1 Johannes
4:1) Dus, waarom zou een gewoonlijk getrouwe, langdurige Christen
de leiding van het Wachttorengenootschap in deze trotseren? Hopelijk zal het
antwoord op die vraag in dit en volgende artikelen duidelijk worden
voor de lezer.
In Bijbelse tijden van ommuurde steden hadden wachters een vitale
functie als personen waaraan de toewijzing was gegeven op de uitkijk
te blijven voor enig teken van naderende legers, bendes plunderaars,
de terugkeer van hun eigen heerser en zijn mannen vanaf een slagveld,
of soortgelijke gebeurtenissen. Aan de positie van wachters werd
in verband met de levens van medeburgers zo'n belangrijke verantwoordelijkheid
toegekend, dat iemand ter dood kon worden gebracht wanneer hij
nalatig werd bevonden in de uitoefening van zijn taken. Diezelfde
analogie voortzettend heeft Jehovah geestelijke wachters aangesteld
die van Hem de opdracht hebben gekregen zijn komende veroordelingen
aan te kondigen.
Jesaja schreef bijvoorbeeld: "Want dit heeft Jehovah
tot mij gezegd: "Ga, stel een uitkijkpost op, opdat hij moge
melden wat hij precies ziet." En hij zag een strijdwagen
met een span rijpaarden, een strijdwagen met ezels, een strijdwagen
met kamelen. En hij schonk nauwlettend aandacht, met grote opmerkzaamheid.
Voorts riep hij uit als een leeuw: "Op de wachttoren, o Jehovah,
sta ik onafgebroken bij dag, en op mijn wachtpost heb ik mij gesteld
alle nachten..."" (Jesaja 21:6-8)
Habakkuk, een andere profetische wachter uit oude tijden, legt
zijn taak als volgt uit: "Op mijn wachtpost wil ik blijven
staan, en ik wil geposteerd blijven op het bolwerk; en ik zal
wacht houden, om te zien wat hij door mij zal spreken en wat ik
op mijn terechtwijzing zal antwoorden." (Habakkuk 2:1)
Belangrijk is dat de wachter uitroept wat hij ziet, niet
enkel wat hij verwacht te zien, en zeker niet wat hem door anderen
is verteld wat hij zal zien. Een getrouwe wachter kan anderen
niet enkel vertellen wat ze willen horen. De ware wachter moet
de moed bezitten de brenger van slecht nieuws te zijn wanneer
zijn taak dat vereist.
Aan de andere kant beschrijft Jehovah de nalatige wachter met
de volgende woorden: "Zijn wachters zijn blind. Geen van
hen heeft nota genomen. Zij allen zijn stomme honden; zij kunnen
niet blaffen, zij hijgen, liggen neer, hebben het sluimeren lief."
(Jesaja 56:10)
Stelt u zich eens een waakhond voor die niet kan blaffen wanneer
dieven komen inbreken! Dat is hoe Jehovah degenen beziet die in
een verantwoordelijke positie zijn als wachters, maar uiteindelijk
hun verantwoordelijkheden niet juist behartigen. Als gevolg van
onze minder-dan-volmaakte menselijke conditie en het feit dat
de wereld bestuurd wordt door machtige, slechte demonen die als
doel hebben ons te misleiden, is geestelijke blindheid iets waar
we bijna overweldigend gevoelig voor zijn. Het meest verontrustende
is dat een persoon die blind is meestal de laatste is die dat
doorheeft. Het foutloze Bijbelse verslag laat zien dat Gods volk
uit de oudheid, zowel de Joden als de Christenen, zichzelf vaak
inbeelden dat ze volledig geestelijk verlicht waren; toch waren
ze vanuit Jehovah's standpunt bezien blind.
In Jezus' brief aan de gemeente te Laodicea, welke in werkelijkheid
gericht is tot de gezalfden die leven gedurende een veel latere
periode, "de dag des Heren" genaamd, verwijt hij hen
dat ze geestelijk blind zijn. Openbaring 3:17 zegt: "Omdat
gij zegt: "Ik ben rijk en heb rijkdom verworven en heb in
het geheel niets nodig", maar gij niet weet dat gij ellendig
en beklagenswaardig en arm en blind en naakt zijt."
Daar Jezus al zijn gezalfde volgelingen opdroeg op de uitkijk
te blijven voor de terugkeer van de meester, wist hij klaarblijkelijk
dat sommige gezalfde Christenen langzamerhand geestelijk in een
diepe slaap gesust zouden worden en zouden falen in het op wacht
blijven staan. Velen zouden blijkbaar voldaan met zichzelf zijn,
omdat ze zich in zouden gaan beelden dat ze volledig verlicht
waren en (verder) niets van Jehovah nodig hadden.
Treurig genoeg lijkt die houding karakteristiek te zijn geworden
voor het gehele Wachttorengenootschap, in ieder geval op bepaalde
gebieden. We denken onszelf in dat we leven in een geestelijk
paradijs en we beroemen ons op het beoefenen van ware aanbidding
en op het spreken van een zuivere taal van zuivere waarheid. We
denken onszelf in dat God zijn huis tientallen jaren geleden geoordeeld
heeft en nu voldaan is met alles wat we doen en zeggen, omdat
we zijn "zuivere volk" zijn. Zeggen we hiermee niet
tegen Christus: 'We zijn geestelijk rijk en hebben niets meer
nodig'?
In het 12de hoofdstuk van Lukas spreekt Jezus uitgebreid over
de noodzaak voor zijn kudde op wacht te blijven staan. Christus
vermaande hen door te zeggen: "Houdt uw lendenen omgord
en uw lampen brandend, en weest als mensen die op hun meester
wachten wanneer hij van de bruiloft terugkeert, om hem, als hij
aankomt en klopt, terstond te kunnen opendoen."
Christus legt vervolgens uit dat zijn aankomst stilletjes zou
zijn, als een dief in de nacht die op een uur komt waarop zijn
discipelen "het niet waarschijnlijk achtten". Degenen
echter die hij daadwerkelijk klaar en wachtend vindt, beloont
Jezus, nadat hij hen heeft gestraft voor hun tekortkomingen, met
de aanstelling over al zijn bezittingen.
Maar wat werkelijk een tekortkoming is als gevolg van het ontbreken
van waar onderscheidingsvermogen, is dat Jezus nog niet
is gekomen als een dief in de nacht. Als gevolg daarvan heeft
hij ook zijn huisgezin van gezalfde dienaren nog niet geoordeeld
en degenen weggezonden die hij oordeelt als ontrouw. Wat is anders
het nut van op wacht blijven staan?
Ironisch genoeg is één belemmering voor onze eigen
waakzaamheid de gevestigde leerstelling van het Wachttorengenootschap dat
Jezus al aangekomen is in zijn tegenwoordigheid en zijn dienaren
reeds heeft beloond. De leerstelling van het Wachttorengenootschap verbindt
Christus' tegenwoordigheid en oordeel van zijn huisgezin aan de
periode van 1914-1919. Zodoende zijn grote gedeelten van Jehovah's
oordelen en rechterlijke beslissingen ontkracht doordat ze zijn
toegepast op het verleden, terwijl ze ongetwijfeld hun vervulling
krijgen in de nabije toekomst.
In Lukas 12:37 zegt Jezus bijvoorbeeld: "Gelukkig zijn
de slaven die de meester bij zijn aankomst wakend vindt! Voorwaar,
ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hen aan tafel doen aanliggen
en zal langskomen en hen bedienen." Van speciaal belang
is de uitdrukking waar Jezus zegt dat hij "zal langskomen
en hen bedienen".
Het Griekse woord parousia, dat terecht wordt vertaald
met "tegenwoordigheid," betekent letterlijk "naast
komen". Nogmaals, is Jezus gekomen als een dief in de nacht?
Nee, dat is hij niet. Daar dit zo is, kan hij ook nog niet "naast"
zijn getrouwe gezalfden "gekomen" zijn. Dat betekent
dat Jezus' tegenwoordigheid naast zijn uitverkorenen niet begonnen
is in de herfst van 1914, noch sinds enige tijd sindsdien, omdat
onze lange waakzaamheid dan geëindigd zou zijn (Zie het essay:
Was 1914 het Einde van de
Tijden der Heidenen?)
Dit betekent uiteindelijk dat de interpretatie van de profetie
door de getrouwe slaaf dat Christus' tegenwoordigheid reeds
plaats heeft gevonden in 1914 voor ons als strik kan werken.
Terwijl het Wachttorengenootschap Jehovah's Getuigen aan de ene
kant een rijk geestelijk erfgoed heeft gegeven en een stevig leerstellig
fundament voor ons heeft gelegd, heeft het ons ook opgezadeld
met diverse onpraktische interpretaties van profetieën.
En terwijl het Wachttorengenootschap zijn best heeft gedaan ons
geestelijk alert te houden en vol verwachting te blijven, lijkt
het steeds duidelijker te worden dat wanneer Christus uiteindelijk
komt, dit waarschijnlijk zal vereisen dat we een aardig gedeelte
van wat we tegenwoordig als absolute waarheid bezien, terzijde
zullen moeten schuiven. Maar is dit ook niet precies wat de apostelen
genoodzaakt waren te doen toen Jezus, in tegenstelling tot hun
verwachting, werd vermoord en terugkeerde naar zijn Vader in de
hemel?
De ware zalving komt ten slotte niet door middel van een menselijke
organisatie of instantie. Christus is niet verplicht enig aardse
organisatie te gebruiken om zijn plotselinge aankomst en tegenwoordigheid,
welke gelijk een dief zal zijn, aan te kondigen.
Wat dus in het verschiet ligt is de onverwachte aankomst van
Christus, wanneer hij komt om Gods huis van gezalfden te inspecteren.
Wat een geloofstest wacht alle Jehovah's Getuigen! Geen wonder
dat Petrus, wanneer hij voorzegt dat het oordeel bij het huis
van God begint, verder zegt: "Als het nu eerst bij ons
begint, wat zal dan het einde zijn van hen die het goede nieuws
van God niet gehoorzaam zijn? En indien de rechtvaardige met moeite
wordt gered, waar zal dan de goddeloze en de zondaar verschijnen?"
De lezer zal zich waarschijnlijk afvragen: 'Maar wat dan te zeggen
over de tekenen van Christus' tegenwoordigheid en de chronologie
van de tijden der Heidenen en meer van dat?' Dat zijn onderwerpen
die zullen worden besproken. Maar vooruitlopend daarop, in het
licht van de situatie waarin de wereld na 9-11 verkeert, is het
niet uitgesloten dat "natie tegen natie zal opstaan"
op een schaal die beide wereldoorlogen zal doen verbleken.
Daarom, beste lezer, als gevolg van het duidelijke gevaar wat
de wereld te wachten staat - een ongelooflijk gevaar dat uiteindelijk
kan uitmonden in een nachtmerrie-scenario door het op grote schaal
gebruiken van massavernietigingswapens - en in het licht van het
geestelijke gevaar waarin we onszelf gebracht hebben door in de
fictie te geloven dat Christus' tegenwoordigheid al begonnen is,
wordt het hopenlijk duidelijk dat er een behoefte bestaat aan
als het ware een stem in de wildernis; een wachter wiens stem
buiten het instituut van het Wachttorengenootschap bestaat.
|