Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

10 Juli 2004

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


Een Verder Onderzoek van de Eindtijd Exegese
van het Wachttorengenootschap

 

Zogenaamde Eindtijd eschatologie is in recente jaren steeds populairder geworden, vooral onder de fundamentalistische denominaties. Zoals de meeste lezers ongetwijfeld weten, hebben Jehovah's Getuigen zo hun eigen kijk op deze zaken: Miljoenen Jehovah's Getuigen zijn er stellig van overtuigd dat Jezus Christus reeds in 1914 is teruggekeerd! Dat is het jaar waarin Christus zogenaamd de heerschappij over de wereld gegeven werd - waarmee zijn onzichtbare tegenwoordigheid in dat jaar begon - wat zichtbaar bewezen werd door de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, alsmede vele andere opeenvolgende gebeurtenissen. Ja, er zijn een hele reeks profetieën die het Wachttorengenootschap op ingewikkelde wijze verbonden heeft aan 1914 en andere recente data.

Er staan diverse uitdrukkingen in de Bijbel die verwijzen naar de zogenaamde "eindtijd." De Nieuwe Wereldvertaling gebruikt uitdrukkingen als "de laatste dagen", "de tijd van het einde", het besluit van het samenstel van dingen", alsook de uitdrukking die we hier bespreken: "Het laatst der dagen." In de boeken van de profeten komt de uitdrukking "in het laatst der dagen" negen maal voor. We zullen ze hier allemaal kort bespreken.

Voor het grootste deel lijken deze uitdrukkingen onderling verwisselbaar te zijn. De NWV geeft Daniël 10:13, 14 bijvoorbeeld als volgt weer: "Maar de vorst van het koninklijke gebied van Perzië bood mij eenentwintig dagen lang tegenstand, en zie! Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen; en ik, van mijn kant, bleef daar bij de koningen van Perzië. En ik ben gekomen om u te doen onderscheiden wat uw volk in het laatst der dagen zal overkomen, want het is een visioen nog voor de toekomende dagen."

De bovenstaande verzen zijn de inleidende opmerkingen van de engel die Daniël voorbereidde op de ontvangst van de uitgebreide profetie over de koning van het noorden en de koning van het zuiden. Verderop in de context van de profetie gebruikt de engel echter de uitdrukking "tijd van het einde" - in plaats van "het laatst der dagen." Dit lijkt erop te wijzen dat de tijdsperiodes hetzelfde zijn.

In Daniël 8:19 gebruikt de NWV een soortgelijke uitdrukking door te verwijzen naar "het laatst van de openlijke veroordeling," welke in de schriftplaats gelijk wordt gesteld aan "de tijd van het einde." Dat vers luidt: En hij zei verder: "Zie, ik doe u weten wat er op het laatst van de openlijke veroordeling zal geschieden, want het is voor de bestemde tijd van het einde." De "bestemde tijd van het einde" is dus de periode waarin Jehovah zijn rechterlijke veroordelingen over het gehele samenstel zal uitvaardigen - waarbij hij echter eerst begint bij zijn eigen huis.

Zoals reeds op een andere plaats op deze site besproken werd, zijn "de tijd van het einde" en het besluit één en dezelfde tijdsperiode, waarnaar Jezus verwees als de definitieve oogst. Er kan beredeneerd worden dat de besluitende oogst nog niet begonnen is. Daarom lijkt het zo te zijn dat de wereld ook nog niet het laatst der dagen is binnengegaan.

Die waarheid komt nergens sterker naar voren als in het tweede hoofdstuk van Daniël. Daar werd Daniël voor koning Nebukadnezar gebracht om de droom over het reusachtige beeld en de koninkrijkssteen te verklaren. Dit is wat Daniël tot de koning zei met betrekking tot zijn droom: "Nochtans bestaat er een God in de hemel die een Onthuller van geheimen is, en hij heeft koning Nebukadnezar bekendgemaakt wat er in het laatst der dagen zal geschieden." (vers 28)

Wat zal er precies geschieden in het laatst der dagen? De meeste Jehovah's Getuigen kunnen Daniël 2:44 uit het hoofd citeren, dus is er geen reden het hier te doen. Ook lijkt het onnodig te zijn te wijzen op het duidelijke feit dat Gods koninkrijk alle koninkrijken der aarde ook nog niet heeft verbrijzeld en er nog geen einde aan heeft gemaakt; wat precies datgene is wat Daniël onder inspiratie voorzei als gebeurtenissen in het laatst der dagen.

Volgens het boek Daniël lijkt "het laatst der dagen" de tumultueuze tijdsperiode te zijn waarin menselijke heerschappij overgaat in Gods heerschappij.

De profetische 2de Psalm voorzegt evenzo dat de natiën in een grote opschudding geworpen zullen worden en dat ze, in antwoord op die wereldschokkende beroering, eensgezind op zullen staan tegen Gods gezalfde Koning. Jehovah's Getuigen hebben zich lang ingedacht dat de Eerste Wereldoorlog het begin was van de opschudding die in Psalm wordt voorzegd. De verzen 4-7 lijken er echter op te wijzen dat de periode van opschudding nog niet begonnen is, omdat Jehovah de natiën als een direct en rechtstreeks antwoord op hun samenspanning tegen hem vernietigt. In vers vijf lezen we bijvoorbeeld: "In die tijd zal hij tot hen spreken in zijn toorn, en in zijn brandend misnoegen zal hij hen met ontsteltenis slaan, Zeggend: "Ik, ja ik, heb mijn koning geïnstalleerd op Sion, mijn heilige berg.""

Het Wachttorengenootschap leert dat de samenspanning van de natiën zichtbaar is sinds de stichting van de Volkerenbond in 1919. De Psalm zegt echter dat Jehovah "in die tijd" - wat wijst op de tijd waarop ze samenspannen tegen Gods koninkrijk - "tot hen [zal] spreken in zijn toorn." Daar er reeds vele decennia verstreken zijn sinds de opschudding van WOI en de oprichting van de reeds lang verdwenen Volkerenbond en Jehovah de natiën nog steeds niet met ontsteltenis heeft geslagen, kunnen we enkel concluderen dat dat komt omdat Jehovah zijn hemelse koning nog niet geïnstalleerd heeft.

Jesaja 2:2-4 en de parallel in Micha zijn vaakgeciteerde profetieën die volgens Jehovah's Getuigen ook op dit moment in vervulling gaan. Ook daar vinden we de uitdrukking "in het laatst der dagen" terug. Die verzen luiden als volgt: "En het moet geschieden in het laatst der dagen dat de berg van het huis van Jehovah stevig bevestigd zal worden boven de top der bergen, en hij zal stellig verheven worden boven de heuvels; en daarheen moeten alle natiën stromen. En vele volken zullen stellig heengaan en zeggen: "Komt, en laten wij opgaan naar de berg van Jehovah, naar het huis van de God van Jakob; en hij zal ons onderrichten omtrent zijn wegen, en wij willen zijn paden bewandelen." Want uit Sion zal de wet uitgaan, en het woord van Jehovah uit Jeruzalem. En hij zal stellig rechtspreken onder de natiën en de zaken rechtzetten met betrekking tot vele volken. En zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen moeten smeden en hun speren tot snoeimessen. Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren."

Het Wachttorengenootschap houdt vol dat de hedendaagse religieuze beweging van Jehovah's Getuigen de profetie vervult door "ware aanbidding" boven alle andere vormen van wereldse religie te verheffen. Er wordt verondersteld dat het Bijbelse onderwijzingwerk dat wordt bevorderd door het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap, als het middel waardoor God ons omtrent zijn weg onderricht, een specifieke vervulling is van Jesaja's profetie.

Verder denken Jehovah's Getuigen dat onze weigering van militaire dienst het rechtstreekse resultaat is van God die de natiën omtrent zijn antigewelddadige weg onderricht. Maar laten we eens redeneren over de feiten.

We zouden de volgende vragen kunnen stellen: Op welke manier is de aanbidding van Jehovah God verheven boven alle andere vormen van religie? Wil enkel het bestaan van een religieus genootschap dat opgedragen is aan Jehovah automatisch zeggen dat de manier van aanbidding die wij omarmen voor de wereld bekend staat als de ware aanbidding?

Het Wachttorengenootschap haalt regelmatig de veronderstelde snelle groei van Jehovah's Getuigen aan als bewijs van de vervulling van de profetie die voorzegt dat mensen uit de natiën naar het huis van Jehovah zullen "stromen." (Klik hier voor de statistieken van 2003) Echter, van 1990-2000 staan Jehovah's Getuigen in de Verenigde Staten niet eens in de top tien van Christelijke religies wat betreft het groeipercentage. (Klik hier. Helaas is de tabel ietwat moeilijk leesbaar.)

Ja, de snelst groeiende vorm van aanbidding in de Verenigde Staten is Wicca - heidendom! En niet alleen dat, maar mensen der natiën "stromen" klaarblijkelijk in veel grotere getale richting het huis van Allah dan naar Jehovah's huis. Wereldwijd bezien is de Islam de snelst groeiende religie. Als het huis van Jehovah reeds verheven is boven alle rivaliserende vormen van aanbidding, waarom worden Jehovah's Getuigen in verschillende landen waar de Islam overheerst dan met succes verboden en onderdrukt?

Op welke wijze veronderstellen wij dat Babylon tot haar schande gevallen is en de aanbidding van Jehovah verheven is boven alle andere? Deze vragen dienen niet voort te komen uit een gebrek aan geloof van onze zijde, maar juist door erkenning van niet te ontkennen realiteiten.

Jesaja's profetie voorzegt ook dat God "stellig recht [zal] spreken onder de natiën en de zaken rechtzetten met betrekking tot vele volken." Maar als Christus in 1914 over de wereld is gaan regeren en Jehovah's recht heeft gesproken onder de natiën en de zaken heeft rechtgezet, waarom verkeren de natiën en volken op dit moment dan in een nog grotere rotzooi als vóór 1914? Is Christus' heerschappij zo machteloos dat we na 90 jaar onder zijn heerschappij nog steeds een wereldreddende messias nodig hebben om de zaken recht te zetten?

Natuurlijk is het de interpretatie van het Wachttorengenootschap dat God de zaken al heeft rechtgezet onder de mensen der natiën die Jehovah's Getuigen zijn geworden. Maar, wanneer God de zaken onder Jehovah's Getuigen reeds heeft rechtgezet, waarom zijn er dan nog steeds zoveel geloofsvernietigende struikelblokken en kwaden in ons midden? Het is ironisch dat juist de gedachte dat God de zaken al heeft rechtgezet één van de vele onjuiste leerstellingen is die erom vraagt rechtgezet te worden!

Het openingshoofdstuk van Jesaja geeft aan dat er ernstige problemen bestaan tussen Jehovah en zijn volk; dat zijn eigen volk degenen zijn die rechtgezet moeten worden. In Jesaja 1:18 lezen we: "Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons", zegt Jehovah. "Al zouden uw zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw; al zouden ze rood zijn als karmozijnen stof, ze zullen zelfs als wol worden."

Het is echter opmerkenswaardig dat het commentaar van het Wachttorengenootschap op Jesaja geen enkel commentaar geeft op de wijze waarop dat vers op ons van toepassing zou kunnen zijn - zelfs niet in 1918-1919 toen Christus vermeend de zaken recht heeft gezet in het huis van God - en dat terwijl we als Jehovah's Getuigen denken dat we de volledige mate van Gods vergeving genieten. De concludering is dat we als organisatie rein zijn als sneeuw en Jehovah God geen reden zou kunnen hebben "de zaken recht [te] zetten tussen ons."

Verder heeft Jesaja's profetie waarin God de zaken rechtzet te maken met het onderrichten van zijn volk in de weg van vrede zodat er een einde komt aan oorlogen. En ondanks dat het waar is dat Jehovah's Getuigen in zekere mate Christus' vredige leerstellingen in ons leven hebben toegepast, heeft onze symbolische smeding van onze zwaarden in ploegscharen weinig invloed op de wereld. Toch zegt de profetie: "Natie zal tegen natie geen zwaard opheffen, ook zullen zij de oorlog niet meer leren."

Het is Jehovah's bedoeling en voornemen vrede te brengen op deze door oorlog verscheurde planeet. Maar, wat maakt het uit wanneer een klein percentage van de wereldbevolking weigert de oorlog meer te leren, wanneer het overgrote deel van de mensheid meer dan bereid is hun broeder te vermoorden? Is het redelijk dat Jehovah als de grote Vredestichter verheerlijkt wordt door eenvoudig een handjevol mensen te onderrichten in de weg der vrede, terwijl vele natiën Gods koninkrijk mogen negeren en voortgaan met oorlog voeren tegen elkaar?

Ondanks dat er geen twijfel over bestaat dat Jehovah's Getuigen ten voordele onderricht zijn door Jehovah door toedoen van het Wachttorengenootschap, wijzen de profetieën er ook op dat onze Grootse Onderwijzer zichzelf verborgen heeft voor ons en heeft toegestaan dat we afdwalen. Het 30ste hoofdstuk van Jesaja moedigt Gods volk aan uit te blijven zien naar de uiteindelijke openbaring van Jehovah's onderwijzingen. Gedurende een nederig makende periode van tegenspoed en verdrukking zal Jehovah zichzelf uiteindelijk openbaren als onze Grootse Onderwijzer.

Jesaja 30:18-21 voorzegt: "En daarom zal Jehovah er vol verwachting naar blijven uitzien u gunst te betonen, en daarom zal hij opstaan om u barmhartigheid te betonen. Want Jehovah is een God des gerichts. Gelukkig zijn allen die hem blijven verwachten. Wanneer zelfs het volk in Sion in Jeruzalem zal wonen, zult gij geenszins wenen. Hij zal u zonder mankeren gunst betonen op het geluid van uw geroep; zodra hij het hoort, zal hij u werkelijk antwoorden. En Jehovah zal ulieden stellig brood in de vorm van benauwdheid geven en water in de vorm van onderdrukking; toch zal uw Grootse Onderwijzer zich niet langer verbergen, en uw ogen moeten ogen worden die uw Grootse Onderwijzer zien. En uw eigen oren zullen een woord achter u horen, dat luidt: "Dit is de weg. Wandelt daarop", ingeval gijlieden rechts of ingeval gij links zoudt gaan."

Op het Wandel Met God Districtscongres van 2004 oppert het Wachttorengenootschap het absurde idee dat wij individueel Gods corrigerende stem als van achter ons horen, wanneer we ook maar gewoon de Bijbel lezen; daar de Bijbel lang geleden geschreven is en het is alsof God vanuit het verleden tot ons spreekt. Zoals elke begrijpende lezer voor zichzelf echter kan bepalen, spreekt Jehovah als vanachter tot zijn volk gedurende een tijd van ineenstorting, tegenspoed en vervolging.

Het is duidelijk waarom het Wachttorengenootschap de toevlucht neemt tot een dergelijke schaamteloze verdraaiing van Gods Woord; de juiste betekenis van de profetie onderwijzen vereist namelijk dat we erkennen dat een woord van God dat als vanachter zijn volk klinkt, betekent dat we vanuit Jehovah's standpunt bezien de verkeerde kant opgaan!

Volgens Jesaja en Micha is het laatst der dagen echter de tijd waarop God zijn eigen soevereiniteit bevestigt, door zijn koninkrijk ver boven alle andere op bergen gelijkende instellingen te verheffen. Dan wordt Jehovah de Grootse Onderwijzer, wat zal resulteren in het, eens en voor altijd, wereldwijd eindigen van oorlog.

De uitdrukking "in het laatst der dagen" komt driemaal voor in het boek Jeremia, waarbij er twee in vrijwel identiek verwoorde passages staan.

Jeremia 23:19, 20 luidt als volgt: "Ziet! De storm van Jehovah, louter woede, zal stellig losbarsten, ja, een wervelstorm. Op het hoofd van de goddelozen zal hij neerwervelen. De toorn van Jehovah zal zich niet afwenden, totdat hij volvoerd en totdat hij verwezenlijkt zal hebben de denkbeelden van zijn hart. In het laatst der dagen zult gij met verstand daarop letten."

De context van het 23ste hoofdstuk van Jeremia heeft te maken met God die zijn herders, priesters en dwalende profeten ter verantwoording roept voor het misleiden van zijn schapen. Het hoofdstuk begint bijvoorbeeld met de volgende woorden: "Wee de herders die de schapen van mijn weide ombrengen en verstrooien!" is de uitspraak van Jehovah. Daarom, dit heeft Jehovah, de God van Israël, gezegd tegen de herders die mijn volk weiden: "Gij zijt het die mijn schapen hebt verstrooid, en gij bleeft ze uiteendrijven en gij hebt uw aandacht niet op hen gericht. Ziet, ik richt mijn aandacht op u, wegens de slechtheid van uw handelingen", is de uitspraak van Jehovah."

In overeenstemming met alle andere profetieën onthult Jeremia dat de bron van geestelijke opstand tegen God ontstaat vanuit de aardse hoofdzetel van Gods organisatie. Jeremia 23:15 luidt: "Want van de profeten van Jeruzalem is afvalligheid uitgegaan over het gehele land."

Jehovah's genezing van de organisatiebrede afval is een vernietigende slag toe te dienen en vervolgens een getuchtigd overblijfsel opnieuw te verzamelen. Het 5de vers zegt verder dat Jehovah een rechtvaardige nakomeling van David zal installeren om zijn verstrooide kudde schapen te weiden. Dat betekent dat het 23ste hoofdstuk van Jeremia in werkelijkheid een messiaanse profetie is die van toepassing is op Christenen die leven in de tijd van Christus' aankomst.

Dit gedeelte van Jeremia wijst erop dat God de geestelijke herders van zijn volk oordeelt gedurende "het laatst der dagen."

Het 30ste hoofdstuk van Jeremia voorzegt evenzo dat Jehovah een rechtvaardig koninkrijk zal oprichten onder "David." Het 30ste hoofdstuk van Jeremia richt zich echter niet op de verkeerd handelende herders, maar op het geestelijke herstel dat tot Gods teruggewonnen gemeente komt. In het laatst der dagen wordt Gods volk zowel getroffen als teruggewonnen, zoals Jeremia 30:17 aangeeft: "Want ik zal voor u herstel teweegbrengen, en van uw slagen zal ik u genezen", is de uitspraak van Jehovah. "Want een weggejaagde vrouw heeft men u genoemd: 'Dat is Sion, naar wie niemand zoekt.'"

De andere verwijzing in Jeremia naar het laatst der dagen wordt teruggevonden in Jeremia 48:46, 47 waar staat: "'Wee u, o Moab! Het volk van Kamos is te gronde gegaan. Want uw zonen zijn weggehaald als gevangenen en uw dochters als gevangenen. En ik wil de gevangenen van Moab vergaderen in het laatst der dagen', is de uitspraak van Jehovah. 'Tot zover het oordeel over Moab.'"

Het is interessant dat Moab als natie ophield te bestaan. Er was geen herverzameling van de gevangenen van Moab. Moab heeft echter profetische relevantie, zoals blijkt uit het feit dat Moab wordt genoemd als één van de natiën die de koning van het noorden weet te ontvluchten in de tijd van het einde. In Jeremia's profetie zou Moab heel goed niet-gezalfde personen kunnen afbeelden die, gedurende het laatst der dagen, acht slaan op het gebod "gaat uit van haar, mijn volk".

Ezechiël 38:16 is nog een schriftplaats waar we de uitdrukking "in het laatst der dagen" terugvinden. Daar lezen we: "En gij zult zeer zeker optrekken tegen mijn volk Israël, gelijk wolken om het land te bedekken. In het laatst der dagen zal het geschieden, en ik zal u stellig tegen mijn land brengen, opdat de natiën mij kennen wanneer ik mij voor hun ogen in u heilig, o Gog."

De aanval van Gog in het laatst der dagen is een onmiddellijke voorbode van de oorlog van Armageddon. Het hoeft geen betoog dat een dergelijke gebeurtenis nog niet heeft plaatsgevonden. Wat er wederom op wijst dat het laatst der dagen nog in de toekomst ligt.

Als laatste vinden we de uitdrukking in Hosea 3:5, waar we lezen: "Daarna zullen de zonen van Israël terugkeren en stellig Jehovah, hun God, en David, hun koning, zoeken; en zij zullen stellig sidderend tot Jehovah en tot zijn goedheid komen, in het laatst der dagen."

Hosea's profetie bevestigt hetgeen we over "David" lezen in Jeremia, wat natuurlijk een verwijzing is naar Jezus Christus bij zijn aankomst.

Tot slot: Het laatst der dagen is een besluitende tijdsperiode, precies zoals de uitdrukking impliceert, waarin Jehovah zijn volk tuchtigt en zuivert en waarna hij de wereld onder zijn oordeel brengt. In tegenstelling tot de leerstelling van het Wachttorengenootschap is de wereldeindigende finale die bekend staat als het laatst der dagen nog niet begonnen.


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman