Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

11 Oktober 2002

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

Als u terug in de tijd zou kunnen reizen, zoals het thema van veel populaire boeken en films is, en u zou op een onbekende plaats terecht komen, kan het in eerste instantie moeilijk zijn te ontdekken waar u zich precies bevindt. Laten we bijvoorbeeld eens zeggen dat u 4000 jaar terug in de tijd zou reizen naar een plaats dat het Land van Kanaän wordt genoemd. U zou waarschijnlijk diep onder de indruk zijn van de wonderschone natuur van het land; een land dat door God zelf beschreven werd als vloeiende van melk en honing. 'Schoonheid zo ver als het oog reikt en een vruchtbaar en bloeiend gebied vergelijkbaar met de Tuin van God,' zou één omschrijving kunnen zijn. Gelegen in het weelderige, groene dal van weiden, olijftuinen, boomgaarden en wijngaarden die uitpuilen van het fruit, is een grappig klein stadje. Al mijmerend denkt u: 'Dit moet het paradijs zijn.' Op het moment dat u het stadje binnengaat, op zoek naar onderdak, wordt u plotseling omringd door een bende van lastige en verdorven mannen! Tot uw ontzetting realiseert u zich dat u net de stad Sodom bent binnengewandeld!

Dat illustreert in zekere mate de toestand waarin Jehovah's Getuigen zich nu bevinden. We zijn in zekere zin tijdreizigers, doordat we door middel van de Bijbel terug zijn gegaan in de tijd om te bepalen waar we ons heden ten dage bevinden in relatie tot lang geleden opgetekende profetieën. Leven we heden ten dage in het geestelijk paradijs dat door de profeet Jesaja werd beschreven, of zijn we wellicht evenzo gedesoriënteerd als gevolg van de ontwapende schoonheid van wat in feite de landstreek van Sodom en Gomorra blijkt te zijn?

Eeuwen nadat de Israëlieten zich gevestigd hadden in het Land van Kanaän, sprak Jehovah door middel van zijn profeten Ezechiël en Jesaja en vergeleek de geestelijk verdorven toestand van zijn natie met de verdorven steden Sodom en Gomorra. In het eerste hoofdstuk van Jesaja richt Jehovah zich tot de Joden en hun leiders, wanneer hij zegt: "Hoort het woord van Jehovah, gij dictators van Sodom. Leent het oor aan de wet van onze God, gij volk van Gomorra."

Ondanks deze onaangename en weinig complimenteuze beschrijving, eerde Jehovah zijn volk door bereidwillig met hen te redeneren. Het 18de vers zegt verder: "Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons", zegt Jehovah. "Al zouden uw zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw; al zouden ze rood zijn als karmozijnen stof, ze zullen zelfs als wol worden."

Jehovah's oplossing voor de kwaal die zijn volk parten speelde, was de Babyloniërs toe te staan het mooie land compleet van de Joden weg te nemen en vervolgens een gelouterd en gereinigd overblijfsel toestemming te geven het opnieuw te bewonen. Terwijl Jehovah's correctie voor zijn vroegere, eigenzinnige volk ongetwijfeld traumatisch en erg pijnlijk moet zijn geweest, was het eindresultaat het allemaal waard. Gods onvergankelijke liefde voor zijn volk bracht hem ertoe drastische maatregelen te nemen teneinde hen te genezen van hun walgelijke geestelijke ziekte.

Eén van de meest vertroostende en schitterende profetieën uit de Bijbel staat opgetekend in het 35ste hoofdstuk van Jesaja, waar God aan zijn volk belooft dat ze terug zullen keren naar hun thuisland. Jehovah voorzegt in Jesaja 35:8, 9 dat hij een weg zal maken voor zijn volk zodat ze hun Babylonische gevangennemers konden ontvluchten. "En daar zal stellig een hoofdweg komen, ja, een weg, en de Weg der Heiligheid zal die worden genoemd. De onreine zal er niet langs trekken. En hij zal zijn voor degene die op de weg wandelt, en geen dwazen zullen erop ronddolen. Geen leeuw zal daar blijken te zijn, en het roofdierachtige wild gedierte zal er niet op komen. Niet één zal er aangetroffen worden; en de teruggekochten moeten daarop wandelen."

Het is nogal een contrast wat Jehovah zo levendig via deze profetie beschrijft. Aan het begin van Jesaja wordt Gods volk vergeleken met Sodom en Gomorra en later opent Jehovah voor hen een speciale hoofdweg, de Weg der Heiligheid genaamd, en worden de reizigers op die weg de teruggekochten van Jehovah genoemd die zich voor altijd verheugen.

De Wachttoren past deze profetie als volgt toe op het geestelijke Sion: Jehovah's hedendaagse volk werd in 1919 uit ballingschap van Babylon de Grote bevrijd en zette toen voet op de voorzegde Weg der Heiligheid welke tot het geestelijk paradijs leidt. We geloven dat deze hoofdweg kort na de moeilijke gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog werd geopend, toen enkele functionarissen van de Wachttoren uit de federale gevangenis werden vrijgelaten en het werk van de Bijbelstudenten met hernieuwde kracht werd voortgezet.

Maar, komt de huidige realiteit werkelijk overeen met de profetische beschrijving die Jehovah van het geestelijk paradijs gaf? In Handelingen 17:10 worden de Bereeërs geprezen, niet alleen omdat ze het woord bereidwillig aannamen, maar ook omdat ze dagelijks zorgvuldig de Schriften onderzochten zodat ze konden achterhalen of dat wat ze hoorden werkelijk de waarheid was. Moeten wij ook niet hetzelfde doen?

Merk ten eerste op dat de profetie geestelijk is en niet letterlijk, wat wordt bewezen door het feit dat Jehovah eerst blinde ogen moet openen en dove oren moet ontsluiten voordat de Joden de "hoofdweg" kunnen nemen. Dat betekent dat God ervoor zal zorgen dat zijn volk essentiële waarheden zal horen en zien, waarvoor ze voordien blind en doof waren geweest. Is het mogelijk dat wij blind en doof zijn voor bepaalde aspecten van Gods Woord?

Wel, beschouw eens de volgende zin uit de profetie: "De onreine zal er niet langs trekken." En beschouw vervolgens eens de realiteit van onze huidige situatie waarin elk jaar tienduizenden Jehovah's Getuigen worden uitgesloten uit de Christelijke gemeente voor diverse vormen van morele onreinheid. Maar Gods woord zegt ons dat zulke personen niet op die weg zullen reizen, zodat het uitsluiten van die personen niet eens nodig zou moeten zijn - dat wil zeggen, als we ons werkelijk op de voorzegde Weg der Heiligheid bevinden.

Of wat te denken van het feit dat het 9de vers zegt dat er daar niet één van het roofdierachtig wild gedierte aangetroffen zal worden? Het 11de hoofdstuk van Jesaja voorzegt dat mannen die een geestelijk en moreel gevaar vormen voor hun broeders, alsof ze roofzuchtige dieren zijn, een radicale verandering van karakter zullen ondergaan zodat ze onschadelijk worden. Dus zijn we dan aanmatigend wanneer we Gods Woord als van buitengewone waarde achten? Wanneer Gods belofte zegt dat er niet één roofzuchtig, beestachtig, onrein of dwaas persoon op zijn heilige hoofdweg gevonden zal worden, moeten we aannemen wat daar staat; namelijk dat zulke mensen zich niet onder heel Gods heilige volk zullen bevinden. Toch is onze realiteit helaas nogal anders dan de idyllische omstandigheden die ons door de profetie worden voorgespiegeld.

Dus eerlijk en recht door zee: Wanneer we in een geestelijk paradijs leven, zullen er zich dan beestachtige sexuele roofdieren binnen onze gemeenten bevinden die onze jonge mannen en vrouwen, ja, zelfs kinderen, zullen besluipen? Zullen er zich dan trouweloze afvalligen onder ons bevinden die op de loer liggen om hun struikelblokken op onze weg te leggen? Zou zelfs één geval van kindermisbruik of overspel niet aanduiden dat we ons niet op een Weg der Heiligheid bevinden? Het is toch zeker niet te veel verwacht dat onze christelijke broeders in dat opzicht te vertrouwen zijn? Kunnen we in het toekomstige letterlijke paradijs na de oorlog van Armageddon, wanneer de zachtmoedigen de aarde beërven, verwachten dat zich zo nu en dan zaken van kindermisbruik en bedrieging door menselijke roofdieren zullen voordoen? Zo niet, waarom beelden we ons dan in dat dat op Gods Weg der Heiligheid anders zal zijn?

Om dit te beredeneren, moeten we onszelf enkele belangrijke vragen stellen, zoals: Wat bedoelen we eigenlijk met geestelijk paradijs? Heeft er ooit een zogenoemd geestelijk paradijs op aarde bestaan?

"Hij Werd Weggerukt Tot In
Het Paradijs en Hoorde
Onuitsprekelijke Woorden"

In het bovenstaande vers sprak Paulus in de derde persoon over een bovennatuurlijk visioen dat hij had gekregen. Klaarblijkelijk had hij het voorrecht een glimp op te vangen van het geestelijk paradijs dat Jehovah eerder door middel van Jesaja had beschreven. Bestond er onder deze met geest gezalfde Christenen in de eerste eeuw zo'n geestelijk paradijs? Nee, anders had Paulus geen visioen van een paradijs hoeven krijgen. En het wordt ook bewezen doordat de eerste eeuwse Christenen net als wij te maken hadden met allerlei morele en geestelijke problemen. Ze hadden problemen met seksuele immoraliteit, sektevorming en afvalligheid; er was verdeeldheid en twist over wat de juiste leerstelling was, enzovoort. Sommige gemeenten hadden te maken met kleingeestige jalouzie, haat en geroddel. Er waren verraderlijke, beestachtige mannen die aasten op de onschuldigen en kwetsbaren. Paulus sprak over het geestelijke gevaar van valse broeders waar hij mee te maken had en over de satanische charlatans in Korinthe die hij sarcastisch de superfijne apostelen noemde. Dit kunnen we niet bepaald de omstandigheden van een geestelijk paradijs noemen.

Ondanks dat die vroegere gemeenten als lichtdragers in een verduisterde wereld fungeerden, omdat zij de waarheid bezaten, worden zij nergens beschreven alsof ze zich in een geestelijk paradijs bevonden. Dus, enkel het kennen van essentiële waarheden en ernaar leven, maakt nog geen geestelijk paradijs. Het hebben van organisatorische eenheid en regelmaat maakt ook nog geen geestelijk paradijs. Wat een geestelijk paradijs kenmerkt, is de absolute afwezigheid van welk verderfelijke invloed of struikelblok maar ook. Zulke omstandigheden waren er niet binnen de eerste eeuwse gemeente, en ze bestaan heden ten dage ook niet.

De enige periode dat er een geestelijk paradijs op aarde bestond, was die korte tijd in het Hof van Eden, voordat de Duivel de mensheid tot opstand misleidde. Sindsdien heeft zo'n paradijs niet bestaan.

Volgens Jehovah's grootse belofte zal er echter zelfs te midden van de huidige ontaarde wereld opnieuw een geestelijk paradijs tot bestaan komen. Het zal niet ontstaan door enkel menselijke inspanningen om Christus te volgen, maar door Gods kracht en onweerstaanbare oordeel. Jezus gaf in het 13de hoofdstuk van Mattheüs enkele illustraties die uitleggen hoe een geestelijk paradijs tot stand zal komen. Hij zei uitdrukkelijk dat hij tijdens het besluit van het samenstel van dingen zijn machtige engelen zou uitzenden die "alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk [zullen] verzamelen." Merk alstublieft op dat Christus' oordeel definitief en absoluut is. Er wordt gezegd dat alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en alle personen die wetteloosheid bedrijven zullen worden verwijderd.

Daar er op dit moment ontegenzeggelijk struikelblokken en personen die wetteloosheid bedrijven in ons midden zijn, is het duidelijk dat Jezus zijn engelen nog niet heeft uitgezonden om dat onderdeel van Jehovah's voornemen uit te voeren. Dat betekent ook dat we ons nog niet in de oogsttijd bevinden, of zoals Jezus het noemde: het besluit van het samenstel van dingen. Maar dat is een geheel ander onderwerp.

In de profetie van Maleachi wordt van de boodschapper van het verbond gezegd dat hij zal komen om Gods volk te oordelen en te louteren. Maleachi 3:2 zegt: "Doch wie zal de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van een louteraar en als het loog van de wassers."

We moeten ons niet inbeelden dat Jezus Christus zijn volk al gelouterd en gereinigd heeft. Christus' eigen woorden in Lukas 21:35, 36 maken dat duidelijk, waar hij spak over de tijd van verdrukking die "over allen die op de gehele aardoppervlakte wonen" zal komen en waar hij waarschuwingen en instructies gaf zodat we kunnen blijven "staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen." Daar deze verdrukking nog niet over geheel de aarde is gekomen, zoals Jezus voorzei, zal ook ons staan voor de Zoon des mensen in de toekomst plaatsvinden. Daarom is Maleachi's vraag nog steeds van kracht: "Wie zal standhouden wanneer hij verschijnt?"

Dat betekent dat Christus zijn gemeente nog van de goddeloze moet ontdoen en de overgeblevenen nog moet louteren en reinigen. Maleachi 3:5 zegt: "En ik wil tot ulieden naderen voor het oordeel, en ik wil een snelle getuige worden tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen die vals zweren, en tegen degenen die bedrieglijk handelen met het loon van een loonarbeider, met de weduwe en met de vaderloze jongen, en degenen die de inwonende vreemdeling afwijzen, terwijl zij mij niet hebben gevreesd", heeft Jehovah der legerscharen gezegd."

We moeten nederig en eerlijk de waarheid aanvaarden. De waarheid is dat we als Jehovah's Getuigen niet in een geestelijk paradijs leven, ondanks alle schitterende geestelijke zegeningen die we genieten. We moeten toegeven dat we onder al dezelfde geestelijke kwalen lijden als waarmee elke andere religie van de Christenheid te kampen heeft. Waarom zou het anders nodig zijn voor Christus ons van zulke praktijken te reinigen, zoals Maleachi voorzegd heeft? Eens zullen we gedwongen worden te erkennen dat Jehovah's woorden aan de "dictators van Sodom en gij volk van Gomorra" in werkelijkheid woorden zijn die tegen ons gesproken worden. Pas nadat we luisteren naar Gods vernietigende berisping en die ook accepteren, zal hij het geestelijk paradijs van onuitspreekbare schoonheid en vrede, zoals het door de profeten is voorgesteld, voor ons openen.

Maar, hoe zal God tot ons spreken zodat we het begrijpen? En ook, daar de beloofde Weg der Heiligheid pas geopend wordt nadat Jehovah zijn gelouterden uit ballingschap heeft bevrijd en daar het duidelijk moet zijn dat we ons nu niet kunnen verheugen in zo'n geestelijk paradijs, kunnen we dan verwachten dat we in een soort van ballingschap zullen gaan in de toekomst? Deze vragen zullen in komende essays worden beantwoord.


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman