|
Zwermende
insecten kunnen één van de meest verwoestende
natuurlijke krachten op aarde zijn. Een vliegend leger van
sprinkhanen, zo dik als een donderwolk, kan de hemel verduisteren
en ze kunnen neerstrijken op een gerijpt veld en het binnen
enkele minuten degraderen tot een veld met enkel stronkjes.
In oude tijden, een zelfs heden ten dage, is de sprinkhanenplaag
één van de meest gevreesde fenomenen voor
landbouwers.
Het Bijbelboek Joël voorzegt niet alleen een sprinkhanenplaag,
maar ook een aanval van een mengelmoes van pestilentie-achtige
indringers, inclusief de vraatzuchtige, kruipende rups,
de ongevleugelde sprinkhaan en de walgelijke kakkerlak.
Wat echter nog verontrustender is, is dat dit niet slechts
normale zwermende insecten zijn, maar een afbeelding van
een machtige groep strijders die te vergelijken zijn met
de wreedheid van leeuwen. Joëls profetie voorzegt dat
deze onweerstaanbare militaire kracht zich over de gehele
aardbol zal verspreiden en verwoesting zal brengen over
de gehele aarde. De angst inboezemende en niet te stoppen
insectachtige aanval leidt het begin van het einde van de
wereld in en is een voorbode van de grote en vreesinboezemende
dag van Jehovah. Wat symboliseert deze insectenaanval dan?
En wie worden er aangevallen? Deze vragen zullen nu worden
beschouwd.
Sinds de tijd dat Joseph Rutherford presideerde als de
2de president van het Genootschap, heeft de Wachttoren ons
geleerd dat de insectachtige indringers uit Joël een
afbeelding vormen van Jehovah's Getuigen. De Wachttoren
beredeneert dit door het van toepassing te brengen op ons
predikingswerk dat aan Jehovah's dag vooraf gaat - zoals
in de profetie wordt geschetst. En ook doordat we, net als
een naderend leger van insecten, niet te stoppen zijn wanneer
we, naar we veronderstellen, verwoesting brengen over de
vruchtbare "velden" van de Christenheid door hun
ware geestelijke toestand te ontmaskeren.
Ironisch genoeg zullen veel van de mensen die we in onze
"veld" dienst ontmoeten, ons als weinig meer dan
irritante insecten beschouwen. Dit wetende, waarom zou God
dan zijn eigen volk met niets minder dan kruiperige insecten
vergelijken wanneer ze hun eervolle bediening volbrengen?
Het is waar dat Openbaring de gezalfde broeders van Christus
als sprinkhanen afbeeldt die zijn losgelaten op een onberouwvolle
wereld met een stekende ondergangsboodschap, maar dat lijkt
een toekomstige vervulling te krijgen tijdens de eigenlijk
oordeelsdag. Maar kunnen we in alle eerlijk zeggen dat de
Christenheid werkelijk volledig verwoest is als gevolg van
ons predikingswerk? Zo'n mening is op zijn zachtst gezegd
twijfelachtig. Alleen al door het feit dat de Christenheid
nog even levensvatbaar is als toen Rechter Rutherford tientallen
jaren geleden de geestelijkheid hoonde en woedend maakte,
is bewezen dat onze prediking de Christenheid niet op één
of andere manier heeft verminderd tot een onvruchtbaar veld.
Als gevolg van onze verkeerde interpretatie van het boek
Joël, is de bedoelde boodschap van deze uitzonderlijke
profetie voor ons verborgen gebleven - verborgen en niet
ontcijferd vanaf de tijd dat het geschreven werd tot het
heden. Gezien het late uur waarin we ons bevinden, lijkt
het voor Jehovah's Getuigen tijd te worden de onredelijke
interpretatie die we hebben meegekregen, los te laten zodat
we eindelijk de essentiële boodschap van de profetie
van Joël begrijpen.
Zelfs een vluchtige blik in het boek Joël moet de
lezer doen beseffen dat God een unieke en beangstigende
catastrofe over de wereld aankondigt en vooral welke invloed
deze calamiteit op degenen die Gods volk zijn zal hebben.
Aan het begin van Joël laat God dus duidelijk uitkomen
dat de sprinkhaneninvasie een ramp is voor zijn volk
en zijn land. Daarom richt God zich in de openingsverzen
tot de oudere mannen en al de inwoners van het land. Joël
1:6, 7 zegt vervolgens: "Want er is een natie die
is opgekomen over mijn land, machtig en zonder tal. Haar
tanden zijn leeuwetanden en ze heeft de kaken van een leeuw.
Ze heeft mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting
gemaakt en mijn vijgeboom tot een stomp. Ze heeft
hem beslist ontschorst en weggeworpen. De ranken ervan zijn
wit geworden."
Zoals eerder opgemerkt is het absurd te veronderstellen
dat dit een beschrijving zou kunnen zijn van het effect
van ons predikingswerk op de Christenheid. Trouwens, God
zegt dat het doelwit van de sprinkhanenaanval zijn eigen
natie, zijn eigen wijnstok en vijgeboom is. Zijn
we zo onredelijk te geloven dat God hier de Christenheid
als zijn eigen bezit aanduidt?
Wat wellicht wel de grootste inconsistentie in onze huidige
interpretatie van Joël is, is dat God belooft dat hij
vergoeding zal geven voor de schade die door de binnendringende
krachten is aangericht. Joël 2:25 zegt: "En
ik wil u de jaren vergoeden die de sprinkhaan, de kruipende,
ongevleugelde sprinkhaan en de kakkerlak en de rups hebben
opgegeten, mijn grote krijgsmacht die ik onder u heb gezonden."
Als Jehovah nu tussenbeide komt en de schade die is aangebracht
door de verslindende militaire kracht ongedaan zal maken,
is het duidelijk dat de binnendringende legers vijanden
van God en zijn volk zijn en niet, zoals we nu geloven,
Gods dienaren symboliseren. Het boek Maleachi is een boodschap
van Jehovah die zijn volk oproept tot het tonen van berouw
gedurende de tijd van Zijn oordeel. Het is interessant dat
Jehovah in Maleachi 3:11 het volgende zegt: "En
ik wil voor u de verslinder bestraffen, en die zal
u de vrucht van de bodem niet verderven..." De
voetnoot in de Studiebijbel met Voetnoten zegt dat de verslinder
letterlijk "de opeter" betekent, waarmee
wordt verwezen naar een insect. Maleachi's profetie ondersteunt
dus dat het niet Gods dienaren zijn die verslinden; in plaats
daarvan worden zij juist slachtoffer van een wrede verslinder.
Verder wordt de spinkhanen aanval in het hele 1ste hoofdstuk
van Joël afgeschilderd als zijnde een nationale gebeurtenis.
Neem bijvoorbeeld het 8ste vers waar wordt gezegd: "Weeklaag,
zoals een met een zak omgorde maagd weeklaagt om de eigenaar
van haar jeugd." De lezer moet zich nu afvragen:
'Hoe waarschijnlijk is het dat God de hoererende instellingen
van de Christenheid afschildert als een in de steek gelaten
maagdelijke bruid?' De enigen die terecht zo kunnen worden
afgebeeld, zijn degenen die elders in de Schrift worden
beschreven als de maagdelijke leden van de bruid van Christus.
Er dient ook te worden opgemerkt dat in de Openbaring wordt
voorzegd dat twee symbolische getuigen van Jehovah, die
wij herkennen als vertegenwoordiging van het gezalfde overblijfsel
op aarde, een paar jaar gehuld in zakken zullen profeteren.
Joël 2:25, welke eerder werd geciteerd, beweerde dat
de vergoeding zou worden gegeven voor de jaren dat
de sprinkhanen verwoesting hebben veroorzaakt. Er zijn dus
vele onderlinge verbanden te vinden in profetieën welke
we simpelweg nooit hebben bestudeerd.
In werkelijkheid laat Joël 1:9 er geen misverstand
over bestaan; degenen die worden geplunderd zijn de eigen
priesters en dienaren van Jehovah God. Merk op wat het vers
zegt: "Graanoffer en drankoffer zijn afgesneden
van het huis van Jehovah; de priesters, de dienaren van
Jehovah, hebben getreurd." Volgens de boeken van
Paulus is het huis van God de organisatie die wordt gevormd
door gezalfde Christenen. Deze priesters, die de dienaren
van Jehovah worden genoemd, die volgens Joël treuren,
moeten de individuele leden van de gezalfden op aarde zijn.
Joël 1:11 luidt: "Landbouwers hebben zich
beschaamd gevoeld; wijngaardeniers hebben gejammerd, vanwege
de tarwe en vanwege de gerst; want de oogst van het veld
is vergaan." Wie kunnen deze landbouwers
en wijngaardeniers vertegenwoordigen? Jesaja 61:5
spreekt over landbouwers en wijngaardeniers in relatie tot
de herstelde gezalfde priesters van Jehovah en noemt hen
buitenlanders in relatie tot geestelijk Israël.
Daarom moet het zo zijn dat de landbouwers en wijngaardeniers
uit Joël, in relatie tot de priesters van het altaar,
de niet-gezalfde andere schapen van Christus vertegenwoordigen.
Wat betekent het dan dat de oogst van het veld is vergaan?
Klaarblijkelijk beschrijft de profetie van Joël een
catastrofale wereldwijde ramp die het plotselinge en onverwachte
einde van het predikingswerk van Jehovah's Getuigen zal
kenmerken! Maar, waarschuwde Christus Jezus ons niet dat
de verdrukking ontstellend plotseling zou beginnen, waarbij
mensen verlamd van angst zullen raken wanneer het de gehele
bewoonde aarde zal treffen? Joël 1:12 voorzegd dat
de verwoesting de gehele mensheid zal treffen door in het
laatste deel van dat vers te zeggen: "Want de uitbundige
vreugde is beschaamd van de mensenzonen heengegaan."
"De
Waterkanalen
Zijn Opgedroogd"
Indien u één van Jehovah's Getuigen bent,
hebt u over het volgende wellicht nooit zo goed nagedacht,
maar vraag uzelf eens af: 'Wat is het slechtste dat de organisatie
mogelijkerwijs kan overkomen?' Het slechtst denkbare scenario
is dat de Wachttoren buiten bedrijf wordt gesteld en er
zodoende verhinderd wordt dat ze Jehovah's Getuigen hun
gewoonlijke portie geestelijk voedsel terechter tijd kunnen
geven, vooral wanneer dit gebeurt in een tijd van wereldwijde
crisis. Denk hier eens over na: De Wachttoren is
sinds 1879 continue verschenen. In al die jaren is er geen
uitgave overgeslagen. Zelfs gedurende de moeilijkheden en
beproevingen van de Eerste Wereldoorlog en de onterechte
gevangenzetting van de leidende figuren van het Genootschap
in 1918 is de Wachttoren iedere uitgave te perse gegaan.
De Wachttoren is gedrukt gedurende de schaarste van
de Grote Recessie en de vervolgingen van de Tweede Wereldoorlog.
Het Wachttoren- Bijbel- & Traktaatgenootschap is een
sterk gegrondveste uitgevers instelling waarop alle Jehovah's
Getuigen zijn gaan vertrouwen en welke ze als vanzelfsprekend
zijn gaan beschouwen. En omdat alle Jehovah's Getuigen zijn
gaan vertrouwen op de lectuur van de Wachttoren, welke de
ruggengraat van onze predikingsactiviteit is, zou het een
ongeëvenaarde ramp zijn voor de organisatie wanneer
de persen van Bethel zouden stoppen met draaien. En wat
nog verontrustender is: niemand schijnt te denken dat zoiets
waarschijnlijk of zelfs überhaupt maar mogelijk is.
En toch is dat klaarblijkelijk precies wat de profeten hebben
voorzien.
Geen wonder dat Jehovah's profeet vervolgt door te zeggen:
"O hoe heeft het huisdier gezucht! Hoe hebben de
kudden runderen in verwarring rondgedoold! Want er is geen
weide voor ze. Ook zijn het de kudden schapen geweest die
schuld hebben moeten dragen." We moeten niet veronderstellen
dat letterlijke kudden en letterlijke schapen zullen ronddolen
als gevolg van de plundering van de Almachtige. Op veel
plaatsen in de Schrift wordt Gods vergaderde volk vergeleken
met een kudde van schapen of runderen. Wat is er de oorzaak
van dat Gods volk in verwarring zullen ronddolen? Zoals
Joël 1:16 voorzegt is dit het gevolg van de afsnijding
van voedsel voor het huis van God - geestelijk voedsel.
En daar alle Jehovah's Getuigen in onze prediking de verkeerde
interpretatie van de Wachttoren hebben verkondigd, namelijk
dat de Christenheid en alle valse religie als eerste zal
worden vernietigd, zullen we ook de schande moeten dragen
wanneer dat niet zo gebeurt. De kudde van Jehovah's andere
schapen zullen degenen zijn die schuld hebben moeten
dragen.
Het zal zeker een vurige geloofstest voor ons zijn, in
een mate waarin niemand van ons dat reeds heeft meegemaakt.
En het feit dat de Wachttoren klaarblijkelijk niet in staat
zal zijn de verwarring in de geest van degenen die op het
onderricht van de 'getrouwe slaaf' wachten snel recht te
zetten, is juist dát hetgeen de situatie zo verwarrend
zal maken voor Jehovah's geliefde schapen. De gewoonlijk
gestage stroom van geestelijk water die Jehovah's schapen
wereldwijd heeft verkwikt, moet binnenkort als het ware
opdrogen. Gebruiken wij niet de uitdrukking dat de Wachttoren
"Jehovah's kanaal" is om in water van waarheid
te voorzien? Wat moet het 20ste vers daarom anders voor
ons voorzeggen? "Ook de dieren van het veld blijven
naar u smachten, want de waterkanalen zijn opgedroogd..."
Geen wonder dat het 19de vers zegt: "Tot u,
o Jehovah, zal ik roepen."
Maar, we moeten nog steeds bepalen wat er nu door de insectenplaag
wordt afgebeeld en welke soort ramp zij teweeg kunnen brengen.
Jehovah
Schudt de
Hemelen en de Aarde
Op veel plaatsen in de profetische Schriften vinden we
zogenoemde apocalyptische terminologie die wijst op angstaanjagende
hemelse en aardse verschijnselen. Joël is hierop geen
uitzondering. Op drie verschillende plaatsen in Joël
voorzegt Jehovah ontzagwekkende en voorspellende hemelse
verschijnselen in relatie tot de dag van de sprinkhanen
aanval. Er wordt ons verteld dat het voortstuwende spinkhanen
leger dat steden zal verwoesten en elk huis als een dief
door het raam zal binnendringen, vergezeld zal gaan van
het schudden van de hemelen zelf. Joël 2:10 zegt: "Voor
hen uit is het land in beroering geraakt, de hemel heeft
geschud. De zon en de maan zelf zijn verduisterd geworden
en zelfs de sterren hebben hun glans ingetrokken."
Deze symboliek wordt in de Schrift gebruikt om een tijd
van ongeëvenaarde verdrukking aan te duiden. Volgens
de wijze waarop Jezus zulke termen gebruikte, zal de verduistering
van de symbolische hemelen een uitwerking van de verdrukking
zijn. Mattheüs 24:29 luidt: "Onmiddellijk na
de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd,
en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen
van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden
geschokt."
De hemelse lichtbronnen die plotseling zullen verduisteren,
symboliseren dat de huidige politieke regeringen en aanverwante
instellingen een catastrofale opschudding en ineenstorting
zullen meemaken, waarbij ze niet langer als bakens van licht,
hoop en veiligheid zullen dienen voor de mensheid en aldus
een nieuwe Middeleeuwen inleiden.
Het openen van het 6de zegel uit de Openbaring beschrijft
hetzelfde en voorzegt dat de gehele mensheid aan de bergen
zal vragen op hen te vallen om hen te beschermen tegen Gods
gramschap. De dag van de spinkhanen aanval heeft klaarblijkelijk
dus te maken met de uiteenvalling en omverwerping van het
huidige samenstel. Andere profetieën wijzen erop dat
de natiën zich, als voorbode van de oorlog van Armageddon,
zullen overgeven aan een wereldomvattende, onbeperkte, totalitaire
dictatuur die een wereldwijde genodice-achtige "definitieve
oplossing" zal uitvoeren. Maar goddeloze mensen verkiezen
elke menselijke regering boven Gods koninkrijk om
over hen te regeren. Op die manier zal Jehovah de mensheid
dus dwingen om hun voorkeur uit te spreken en daarmee brengt
hij de heftige strijdvraag met betrekking tot Zijn soevereiniteit
tot een bruisend hoogtepunt.
Bedenk ook dat de medogenloze Assyrische en Baylonische
rijken als het ware waren aangesteld om Jehovah's oordelen
ten uitvoer te brengen. Habakkuk is bijvoorbeeld een visioen
dat geschreven is voor de bestemde tijd van het oordeel
die in onze toekomst ligt. Habakkuk 1:12 zegt het volgende
over de Chaldeeën: "O Jehovah, tot een
oordeel hebt gij haar gesteld; en, o Rots, tot een
terechtwijzing hebt gij haar gegrondvest." De volgende
verzen laten uitkomen dat Jehovah's beul de natiën
verzwelgt alsof ze ongelukkige vissen zijn die in een net
zijn gevangen.
Het is interessant dat Gods woord beide van zijn imperialistische
werktuigen uit oudheid vergelijkt met sprinkhanen. Jeremia
46:23 zegt over de Chaldeeën bijvoorbeeld het volgende:
"Want zij zijn talrijker geworden dan de sprinkhaan,
en zij zijn zonder tal." Evenzo spreekt Nahum als
volgt over de Assyriërs: "Maak u zo talrijk
als de sprinkhanesoort; maak u zo talrijk als de
sprinkhaan... Uw wachters zijn als de sprinkhaan,
en uw werfbeambten als de sprinkhanenzwerm."
Het is daarom duidelijk dat de sprinkhanen uit Joël
een afbeelding zijn van hedendaagse imperialistische machten.
Joël 2:17 bevestigt dat de sprinkhanen inderdaad plunderende
natiën zijn. Er staat: "Dat tussen de voorhal
en het altaar de priesters, de dienaren van Jehovah, wenen
en zeggen: 'Gevoel toch deernis, o Jehovah, met uw
volk, en maak uw erfdeel niet tot een smaad, zodat natiën
over hen heersen. Waarom zou men onder de volken zeggen:
"Waar is hun God?"'"
Het goede nieuws is dat God tussenbeide zal komen om zijn
volk te redden door de op insecten gelijkende zwermen indringers
te vernietigen. Joël 2:20 luidt: "En de noorderling
zal ik ver van u verwijderen, en ik zal hem werkelijk verdrijven
naar een waterloos land en een verlaten woestenij, met zijn
gezicht naar de oostelijke zee en zijn achtergedeelte naar
de westelijke zee. En de stank van hem zal stellig opstijgen
en de kwalijk riekende geur van hem zal blijven opstijgen;
want Hij zal werkelijk iets groots verrichten in hetgeen
Hij doet."
Merk op dat Jehovah uit intense liefde voor zijn volk de
noordeling op de vlucht drijft. Daarom lezen we in het 18de
vers: "En Jehovah zal voor zijn land ijveren en
zal zijn volk mededogen betonen." De "noorderling"
is een interessante uitdrukking waarin de sleutel ligt tot
het juist identificeren van de militaire macht van Joël.
Wat we moeten opmerken in de Schrift is dat alle grote
profeten van God; namelijk Jesaja, Jeremia, Ezechiël
alsook Daniël, over een wrekende, imperialistische
tiran spreken die vanuit het symbolische noorden over de
wereld, alsook over Gods volk komt.
Net zoals de oude natiën Assyrië en Babylon degenen
waren die in de hand van de Almachtige fungeerden als straffende
werktuigen toen ze zich vanuit het letterlijke noorden stortten
op Israël en de omringende natiën, is er ook een
hedendaagse tiran die door Jehovah losgelaten zal worden
op de argeloze wereld.
De gemeenschappelijke dreiging die we als een rode draad
door alle profetieën terugzien, is dat Gods tiran die
de wereld zal verwoesten altijd uit symbolische noorden
komt. Over Nebukadnezar wordt bijvoorbeeld dikwijls gezegd
dat hij uit het noorden kwam. Jeremia 4:6 zegt bijvoorbeeld:
"Heft een signaal op in de richting van Sion. Treft
voorzieningen om uin veiligheid te stellen. Blijft niet
staan. Want een rampspoed breng ik aan uit het
noorden, ja, een grote ineenstorting." Evenzo
wordt van de beruchte Gog van Magog gezegd dat ze "uit
de meest afgelegen streken van het noorden"
komt. En het is duidelijk dat ook de koning van het
noorden, die handelt als een squatter in Gods heilige Sierraadland,
verbonden is aan het noorden.
Het is een vaststaand feit dat veel van Gods oude profeten
precies dezelfde gebeurtenis hebben voorzegd welke tijdens
de finale moet plaatsvinden; namelijk, dat Jehovah's organisatie
verwoest zal worden door een coalitie van natiën waarvan
wordt gezegd dat ze uit het noorden komt. In Christus' veelzijdige
profetie aangaande het besluit van het samenstel van dingen,
voorzei hij dat een walgelijk ding Gods heilige plaats zou
verwoesten. In de 1ste eeuw was dit walgelijke ding het
Romeinse Rijk, welke toentertijd de koning van het noorden
was. De hedendaagse parallel zal waarschijnlijk plaatsvinden
wanneer de Verenigde Naties de rol van de
8ste koning gaat vervullen en daarmee de uiteindelijke
manifestatie van de koning van het noorden wordt, wanneer
het verwoesting brengt over Gods heilige plaats.
Joël is in harmonie met andere profeten, daar Joël
ook spreekt over een ongeëvenaarde aanval vanuit het
symbolische noorden welke Gods heilige plaats zal verwoesten.
Mocht er nog enige twijfel over bestaan, Joël 3:17
wijst erop dat Jehovah's organisatie het slachtoffer wordt
van de sprinkhanen aanval en niet andersom. Er staat: "En
gijlieden zult moeten weten dat ik Jehovah, uw God, ben,
die verblijf houdt op Sion, mijn heilige berg. En Jeruzalem
moet een heilige plaats worden; en wat vreemden betreft,
zij zullen er niet meer doortrekken." De symbolische
insectachtige indringers zijn de "vreemden"
die de heiligheid van Gods heilige verblijfplaats onteren,
wat duidt op de geestelijke tempel van Gods heiligen.
Hoe zal zo'n wereldschokkende situatie zoals die in de
Schrift wordt voorgesteld precies plaatsvinden? Dat wordt
ons niet exact verteld. Het doet er ook niet toe. Ondanks
dat het huidige samenstel van dingen de indruk geeft stabiel
en duurzaam te zijn, is dat slecht uiterlijke schijn. Wanneer
we terugblikken op de ramp van 11 September, zouden we enig
idee moeten krijgen van de kwestbaarheid van het samenstel.
Mochten terroristen bijvoorbeeld maar een kleine nucleaire
bom gebruiken; het effect zal absoluut verschrikkelijk zijn
- erger dan we ons kunnen voorstellen. De mensheid zal onder
die omstandigheden ongetwijfeld letterlijk verbleken van
angst, zoals de Heer Jezus ook voorzegd heeft. Het valt
sterk te betwijfelen of het huidige politieke en financiële
systeem de schokgolf als gevolg van het gebruik van massavernietigingswapens
tijdens de daarop volgende paniek, angst en wraak zal kunnen
weerstaan.
Terwijl de profetie van Joël een onheilspellende en
voorspellende profetie is, schenkt het ook hoop aan alle
mensen van geloof. Jehovah's Getuigen zijn er dankbaar voor
dat de Wachttoren ons bekend heeft gemaakt met Jehovah en
zijn Zoon en dat we zoveel schitterende dingen hebben geleerd
over Gods koninkrijk en zijn voornemen. Maar, op een bepaald
moment staan we allen alleen voor God. Ons geloof zal uiteindelijk
in Jehovah moeten zijn, wat er tijdens de komende periode
van tumult ook gebeurd met het Wachttoren- Bijbel- en Traktaatgenootschap.
Daarom schenkt Joël 2:32 ook deze volgende aanmoediging:
"En het moet geschieden dat een ieder die de naam
van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen."
|