Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

15 Oktober 2002

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

Zwermende insecten kunnen één van de meest verwoestende natuurlijke krachten op aarde zijn. Een vliegend leger van sprinkhanen, zo dik als een donderwolk, kan de hemel verduisteren en ze kunnen neerstrijken op een gerijpt veld en het binnen enkele minuten degraderen tot een veld met enkel stronkjes. In oude tijden, een zelfs heden ten dage, is de sprinkhanenplaag één van de meest gevreesde fenomenen voor landbouwers.

Het Bijbelboek Joël voorzegt niet alleen een sprinkhanenplaag, maar ook een aanval van een mengelmoes van pestilentie-achtige indringers, inclusief de vraatzuchtige, kruipende rups, de ongevleugelde sprinkhaan en de walgelijke kakkerlak. Wat echter nog verontrustender is, is dat dit niet slechts normale zwermende insecten zijn, maar een afbeelding van een machtige groep strijders die te vergelijken zijn met de wreedheid van leeuwen. Joëls profetie voorzegt dat deze onweerstaanbare militaire kracht zich over de gehele aardbol zal verspreiden en verwoesting zal brengen over de gehele aarde. De angst inboezemende en niet te stoppen insectachtige aanval leidt het begin van het einde van de wereld in en is een voorbode van de grote en vreesinboezemende dag van Jehovah. Wat symboliseert deze insectenaanval dan? En wie worden er aangevallen? Deze vragen zullen nu worden beschouwd.

Sinds de tijd dat Joseph Rutherford presideerde als de 2de president van het Genootschap, heeft de Wachttoren ons geleerd dat de insectachtige indringers uit Joël een afbeelding vormen van Jehovah's Getuigen. De Wachttoren beredeneert dit door het van toepassing te brengen op ons predikingswerk dat aan Jehovah's dag vooraf gaat - zoals in de profetie wordt geschetst. En ook doordat we, net als een naderend leger van insecten, niet te stoppen zijn wanneer we, naar we veronderstellen, verwoesting brengen over de vruchtbare "velden" van de Christenheid door hun ware geestelijke toestand te ontmaskeren.

Ironisch genoeg zullen veel van de mensen die we in onze "veld" dienst ontmoeten, ons als weinig meer dan irritante insecten beschouwen. Dit wetende, waarom zou God dan zijn eigen volk met niets minder dan kruiperige insecten vergelijken wanneer ze hun eervolle bediening volbrengen?

Het is waar dat Openbaring de gezalfde broeders van Christus als sprinkhanen afbeeldt die zijn losgelaten op een onberouwvolle wereld met een stekende ondergangsboodschap, maar dat lijkt een toekomstige vervulling te krijgen tijdens de eigenlijk oordeelsdag. Maar kunnen we in alle eerlijk zeggen dat de Christenheid werkelijk volledig verwoest is als gevolg van ons predikingswerk? Zo'n mening is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Alleen al door het feit dat de Christenheid nog even levensvatbaar is als toen Rechter Rutherford tientallen jaren geleden de geestelijkheid hoonde en woedend maakte, is bewezen dat onze prediking de Christenheid niet op één of andere manier heeft verminderd tot een onvruchtbaar veld.

Als gevolg van onze verkeerde interpretatie van het boek Joël, is de bedoelde boodschap van deze uitzonderlijke profetie voor ons verborgen gebleven - verborgen en niet ontcijferd vanaf de tijd dat het geschreven werd tot het heden. Gezien het late uur waarin we ons bevinden, lijkt het voor Jehovah's Getuigen tijd te worden de onredelijke interpretatie die we hebben meegekregen, los te laten zodat we eindelijk de essentiële boodschap van de profetie van Joël begrijpen.

Zelfs een vluchtige blik in het boek Joël moet de lezer doen beseffen dat God een unieke en beangstigende catastrofe over de wereld aankondigt en vooral welke invloed deze calamiteit op degenen die Gods volk zijn zal hebben. Aan het begin van Joël laat God dus duidelijk uitkomen dat de sprinkhaneninvasie een ramp is voor zijn volk en zijn land. Daarom richt God zich in de openingsverzen tot de oudere mannen en al de inwoners van het land. Joël 1:6, 7 zegt vervolgens: "Want er is een natie die is opgekomen over mijn land, machtig en zonder tal. Haar tanden zijn leeuwetanden en ze heeft de kaken van een leeuw. Ze heeft mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting gemaakt en mijn vijgeboom tot een stomp. Ze heeft hem beslist ontschorst en weggeworpen. De ranken ervan zijn wit geworden."

Zoals eerder opgemerkt is het absurd te veronderstellen dat dit een beschrijving zou kunnen zijn van het effect van ons predikingswerk op de Christenheid. Trouwens, God zegt dat het doelwit van de sprinkhanenaanval zijn eigen natie, zijn eigen wijnstok en vijgeboom is. Zijn we zo onredelijk te geloven dat God hier de Christenheid als zijn eigen bezit aanduidt?

Wat wellicht wel de grootste inconsistentie in onze huidige interpretatie van Joël is, is dat God belooft dat hij vergoeding zal geven voor de schade die door de binnendringende krachten is aangericht. Joël 2:25 zegt: "En ik wil u de jaren vergoeden die de sprinkhaan, de kruipende, ongevleugelde sprinkhaan en de kakkerlak en de rups hebben opgegeten, mijn grote krijgsmacht die ik onder u heb gezonden."

Als Jehovah nu tussenbeide komt en de schade die is aangebracht door de verslindende militaire kracht ongedaan zal maken, is het duidelijk dat de binnendringende legers vijanden van God en zijn volk zijn en niet, zoals we nu geloven, Gods dienaren symboliseren. Het boek Maleachi is een boodschap van Jehovah die zijn volk oproept tot het tonen van berouw gedurende de tijd van Zijn oordeel. Het is interessant dat Jehovah in Maleachi 3:11 het volgende zegt: "En ik wil voor u de verslinder bestraffen, en die zal u de vrucht van de bodem niet verderven..." De voetnoot in de Studiebijbel met Voetnoten zegt dat de verslinder letterlijk "de opeter" betekent, waarmee wordt verwezen naar een insect. Maleachi's profetie ondersteunt dus dat het niet Gods dienaren zijn die verslinden; in plaats daarvan worden zij juist slachtoffer van een wrede verslinder.

Verder wordt de spinkhanen aanval in het hele 1ste hoofdstuk van Joël afgeschilderd als zijnde een nationale gebeurtenis. Neem bijvoorbeeld het 8ste vers waar wordt gezegd: "Weeklaag, zoals een met een zak omgorde maagd weeklaagt om de eigenaar van haar jeugd." De lezer moet zich nu afvragen: 'Hoe waarschijnlijk is het dat God de hoererende instellingen van de Christenheid afschildert als een in de steek gelaten maagdelijke bruid?' De enigen die terecht zo kunnen worden afgebeeld, zijn degenen die elders in de Schrift worden beschreven als de maagdelijke leden van de bruid van Christus. Er dient ook te worden opgemerkt dat in de Openbaring wordt voorzegd dat twee symbolische getuigen van Jehovah, die wij herkennen als vertegenwoordiging van het gezalfde overblijfsel op aarde, een paar jaar gehuld in zakken zullen profeteren. Joël 2:25, welke eerder werd geciteerd, beweerde dat de vergoeding zou worden gegeven voor de jaren dat de sprinkhanen verwoesting hebben veroorzaakt. Er zijn dus vele onderlinge verbanden te vinden in profetieën welke we simpelweg nooit hebben bestudeerd.

In werkelijkheid laat Joël 1:9 er geen misverstand over bestaan; degenen die worden geplunderd zijn de eigen priesters en dienaren van Jehovah God. Merk op wat het vers zegt: "Graanoffer en drankoffer zijn afgesneden van het huis van Jehovah; de priesters, de dienaren van Jehovah, hebben getreurd." Volgens de boeken van Paulus is het huis van God de organisatie die wordt gevormd door gezalfde Christenen. Deze priesters, die de dienaren van Jehovah worden genoemd, die volgens Joël treuren, moeten de individuele leden van de gezalfden op aarde zijn.

Joël 1:11 luidt: "Landbouwers hebben zich beschaamd gevoeld; wijngaardeniers hebben gejammerd, vanwege de tarwe en vanwege de gerst; want de oogst van het veld is vergaan." Wie kunnen deze landbouwers en wijngaardeniers vertegenwoordigen? Jesaja 61:5 spreekt over landbouwers en wijngaardeniers in relatie tot de herstelde gezalfde priesters van Jehovah en noemt hen buitenlanders in relatie tot geestelijk Israël. Daarom moet het zo zijn dat de landbouwers en wijngaardeniers uit Joël, in relatie tot de priesters van het altaar, de niet-gezalfde andere schapen van Christus vertegenwoordigen.

Wat betekent het dan dat de oogst van het veld is vergaan? Klaarblijkelijk beschrijft de profetie van Joël een catastrofale wereldwijde ramp die het plotselinge en onverwachte einde van het predikingswerk van Jehovah's Getuigen zal kenmerken! Maar, waarschuwde Christus Jezus ons niet dat de verdrukking ontstellend plotseling zou beginnen, waarbij mensen verlamd van angst zullen raken wanneer het de gehele bewoonde aarde zal treffen? Joël 1:12 voorzegd dat de verwoesting de gehele mensheid zal treffen door in het laatste deel van dat vers te zeggen: "Want de uitbundige vreugde is beschaamd van de mensenzonen heengegaan."

"De Waterkanalen
Zijn Opgedroogd"

Indien u één van Jehovah's Getuigen bent, hebt u over het volgende wellicht nooit zo goed nagedacht, maar vraag uzelf eens af: 'Wat is het slechtste dat de organisatie mogelijkerwijs kan overkomen?' Het slechtst denkbare scenario is dat de Wachttoren buiten bedrijf wordt gesteld en er zodoende verhinderd wordt dat ze Jehovah's Getuigen hun gewoonlijke portie geestelijk voedsel terechter tijd kunnen geven, vooral wanneer dit gebeurt in een tijd van wereldwijde crisis. Denk hier eens over na: De Wachttoren is sinds 1879 continue verschenen. In al die jaren is er geen uitgave overgeslagen. Zelfs gedurende de moeilijkheden en beproevingen van de Eerste Wereldoorlog en de onterechte gevangenzetting van de leidende figuren van het Genootschap in 1918 is de Wachttoren iedere uitgave te perse gegaan. De Wachttoren is gedrukt gedurende de schaarste van de Grote Recessie en de vervolgingen van de Tweede Wereldoorlog. Het Wachttoren- Bijbel- & Traktaatgenootschap is een sterk gegrondveste uitgevers instelling waarop alle Jehovah's Getuigen zijn gaan vertrouwen en welke ze als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. En omdat alle Jehovah's Getuigen zijn gaan vertrouwen op de lectuur van de Wachttoren, welke de ruggengraat van onze predikingsactiviteit is, zou het een ongeëvenaarde ramp zijn voor de organisatie wanneer de persen van Bethel zouden stoppen met draaien. En wat nog verontrustender is: niemand schijnt te denken dat zoiets waarschijnlijk of zelfs überhaupt maar mogelijk is. En toch is dat klaarblijkelijk precies wat de profeten hebben voorzien.

Geen wonder dat Jehovah's profeet vervolgt door te zeggen: "O hoe heeft het huisdier gezucht! Hoe hebben de kudden runderen in verwarring rondgedoold! Want er is geen weide voor ze. Ook zijn het de kudden schapen geweest die schuld hebben moeten dragen." We moeten niet veronderstellen dat letterlijke kudden en letterlijke schapen zullen ronddolen als gevolg van de plundering van de Almachtige. Op veel plaatsen in de Schrift wordt Gods vergaderde volk vergeleken met een kudde van schapen of runderen. Wat is er de oorzaak van dat Gods volk in verwarring zullen ronddolen? Zoals Joël 1:16 voorzegt is dit het gevolg van de afsnijding van voedsel voor het huis van God - geestelijk voedsel.

En daar alle Jehovah's Getuigen in onze prediking de verkeerde interpretatie van de Wachttoren hebben verkondigd, namelijk dat de Christenheid en alle valse religie als eerste zal worden vernietigd, zullen we ook de schande moeten dragen wanneer dat niet zo gebeurt. De kudde van Jehovah's andere schapen zullen degenen zijn die schuld hebben moeten dragen.

Het zal zeker een vurige geloofstest voor ons zijn, in een mate waarin niemand van ons dat reeds heeft meegemaakt. En het feit dat de Wachttoren klaarblijkelijk niet in staat zal zijn de verwarring in de geest van degenen die op het onderricht van de 'getrouwe slaaf' wachten snel recht te zetten, is juist dát hetgeen de situatie zo verwarrend zal maken voor Jehovah's geliefde schapen. De gewoonlijk gestage stroom van geestelijk water die Jehovah's schapen wereldwijd heeft verkwikt, moet binnenkort als het ware opdrogen. Gebruiken wij niet de uitdrukking dat de Wachttoren "Jehovah's kanaal" is om in water van waarheid te voorzien? Wat moet het 20ste vers daarom anders voor ons voorzeggen? "Ook de dieren van het veld blijven naar u smachten, want de waterkanalen zijn opgedroogd..." Geen wonder dat het 19de vers zegt: "Tot u, o Jehovah, zal ik roepen."

Maar, we moeten nog steeds bepalen wat er nu door de insectenplaag wordt afgebeeld en welke soort ramp zij teweeg kunnen brengen.

Jehovah Schudt de
Hemelen en de Aarde

Op veel plaatsen in de profetische Schriften vinden we zogenoemde apocalyptische terminologie die wijst op angstaanjagende hemelse en aardse verschijnselen. Joël is hierop geen uitzondering. Op drie verschillende plaatsen in Joël voorzegt Jehovah ontzagwekkende en voorspellende hemelse verschijnselen in relatie tot de dag van de sprinkhanen aanval. Er wordt ons verteld dat het voortstuwende spinkhanen leger dat steden zal verwoesten en elk huis als een dief door het raam zal binnendringen, vergezeld zal gaan van het schudden van de hemelen zelf. Joël 2:10 zegt: "Voor hen uit is het land in beroering geraakt, de hemel heeft geschud. De zon en de maan zelf zijn verduisterd geworden en zelfs de sterren hebben hun glans ingetrokken." Deze symboliek wordt in de Schrift gebruikt om een tijd van ongeëvenaarde verdrukking aan te duiden. Volgens de wijze waarop Jezus zulke termen gebruikte, zal de verduistering van de symbolische hemelen een uitwerking van de verdrukking zijn. Mattheüs 24:29 luidt: "Onmiddellijk na de verdrukking van die dagen zal de zon worden verduisterd, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen worden geschokt."

De hemelse lichtbronnen die plotseling zullen verduisteren, symboliseren dat de huidige politieke regeringen en aanverwante instellingen een catastrofale opschudding en ineenstorting zullen meemaken, waarbij ze niet langer als bakens van licht, hoop en veiligheid zullen dienen voor de mensheid en aldus een nieuwe Middeleeuwen inleiden.

Het openen van het 6de zegel uit de Openbaring beschrijft hetzelfde en voorzegt dat de gehele mensheid aan de bergen zal vragen op hen te vallen om hen te beschermen tegen Gods gramschap. De dag van de spinkhanen aanval heeft klaarblijkelijk dus te maken met de uiteenvalling en omverwerping van het huidige samenstel. Andere profetieën wijzen erop dat de natiën zich, als voorbode van de oorlog van Armageddon, zullen overgeven aan een wereldomvattende, onbeperkte, totalitaire dictatuur die een wereldwijde genodice-achtige "definitieve oplossing" zal uitvoeren. Maar goddeloze mensen verkiezen elke menselijke regering boven Gods koninkrijk om over hen te regeren. Op die manier zal Jehovah de mensheid dus dwingen om hun voorkeur uit te spreken en daarmee brengt hij de heftige strijdvraag met betrekking tot Zijn soevereiniteit tot een bruisend hoogtepunt.

Bedenk ook dat de medogenloze Assyrische en Baylonische rijken als het ware waren aangesteld om Jehovah's oordelen ten uitvoer te brengen. Habakkuk is bijvoorbeeld een visioen dat geschreven is voor de bestemde tijd van het oordeel die in onze toekomst ligt. Habakkuk 1:12 zegt het volgende over de Chaldeeën: "O Jehovah, tot een oordeel hebt gij haar gesteld; en, o Rots, tot een terechtwijzing hebt gij haar gegrondvest." De volgende verzen laten uitkomen dat Jehovah's beul de natiën verzwelgt alsof ze ongelukkige vissen zijn die in een net zijn gevangen.

Het is interessant dat Gods woord beide van zijn imperialistische werktuigen uit oudheid vergelijkt met sprinkhanen. Jeremia 46:23 zegt over de Chaldeeën bijvoorbeeld het volgende: "Want zij zijn talrijker geworden dan de sprinkhaan, en zij zijn zonder tal." Evenzo spreekt Nahum als volgt over de Assyriërs: "Maak u zo talrijk als de sprinkhanesoort; maak u zo talrijk als de sprinkhaan... Uw wachters zijn als de sprinkhaan, en uw werfbeambten als de sprinkhanenzwerm."

Het is daarom duidelijk dat de sprinkhanen uit Joël een afbeelding zijn van hedendaagse imperialistische machten. Joël 2:17 bevestigt dat de sprinkhanen inderdaad plunderende natiën zijn. Er staat: "Dat tussen de voorhal en het altaar de priesters, de dienaren van Jehovah, wenen en zeggen: 'Gevoel toch deernis, o Jehovah, met uw volk, en maak uw erfdeel niet tot een smaad, zodat natiën over hen heersen. Waarom zou men onder de volken zeggen: "Waar is hun God?"'"

Het goede nieuws is dat God tussenbeide zal komen om zijn volk te redden door de op insecten gelijkende zwermen indringers te vernietigen. Joël 2:20 luidt: "En de noorderling zal ik ver van u verwijderen, en ik zal hem werkelijk verdrijven naar een waterloos land en een verlaten woestenij, met zijn gezicht naar de oostelijke zee en zijn achtergedeelte naar de westelijke zee. En de stank van hem zal stellig opstijgen en de kwalijk riekende geur van hem zal blijven opstijgen; want Hij zal werkelijk iets groots verrichten in hetgeen Hij doet."

Merk op dat Jehovah uit intense liefde voor zijn volk de noordeling op de vlucht drijft. Daarom lezen we in het 18de vers: "En Jehovah zal voor zijn land ijveren en zal zijn volk mededogen betonen." De "noorderling" is een interessante uitdrukking waarin de sleutel ligt tot het juist identificeren van de militaire macht van Joël.

Wat we moeten opmerken in de Schrift is dat alle grote profeten van God; namelijk Jesaja, Jeremia, Ezechiël alsook Daniël, over een wrekende, imperialistische tiran spreken die vanuit het symbolische noorden over de wereld, alsook over Gods volk komt.

Net zoals de oude natiën Assyrië en Babylon degenen waren die in de hand van de Almachtige fungeerden als straffende werktuigen toen ze zich vanuit het letterlijke noorden stortten op Israël en de omringende natiën, is er ook een hedendaagse tiran die door Jehovah losgelaten zal worden op de argeloze wereld.

De gemeenschappelijke dreiging die we als een rode draad door alle profetieën terugzien, is dat Gods tiran die de wereld zal verwoesten altijd uit symbolische noorden komt. Over Nebukadnezar wordt bijvoorbeeld dikwijls gezegd dat hij uit het noorden kwam. Jeremia 4:6 zegt bijvoorbeeld: "Heft een signaal op in de richting van Sion. Treft voorzieningen om uin veiligheid te stellen. Blijft niet staan.” Want een rampspoed breng ik aan uit het noorden, ja, een grote ineenstorting." Evenzo wordt van de beruchte Gog van Magog gezegd dat ze "uit de meest afgelegen streken van het noorden" komt. En het is duidelijk dat ook de koning van het noorden, die handelt als een squatter in Gods heilige Sierraadland, verbonden is aan het noorden.

Het is een vaststaand feit dat veel van Gods oude profeten precies dezelfde gebeurtenis hebben voorzegd welke tijdens de finale moet plaatsvinden; namelijk, dat Jehovah's organisatie verwoest zal worden door een coalitie van natiën waarvan wordt gezegd dat ze uit het noorden komt. In Christus' veelzijdige profetie aangaande het besluit van het samenstel van dingen, voorzei hij dat een walgelijk ding Gods heilige plaats zou verwoesten. In de 1ste eeuw was dit walgelijke ding het Romeinse Rijk, welke toentertijd de koning van het noorden was. De hedendaagse parallel zal waarschijnlijk plaatsvinden wanneer de Verenigde Naties de rol van de 8ste koning gaat vervullen en daarmee de uiteindelijke manifestatie van de koning van het noorden wordt, wanneer het verwoesting brengt over Gods heilige plaats.

Joël is in harmonie met andere profeten, daar Joël ook spreekt over een ongeëvenaarde aanval vanuit het symbolische noorden welke Gods heilige plaats zal verwoesten. Mocht er nog enige twijfel over bestaan, Joël 3:17 wijst erop dat Jehovah's organisatie het slachtoffer wordt van de sprinkhanen aanval en niet andersom. Er staat: "En gijlieden zult moeten weten dat ik Jehovah, uw God, ben, die verblijf houdt op Sion, mijn heilige berg. En Jeruzalem moet een heilige plaats worden; en wat vreemden betreft, zij zullen er niet meer doortrekken." De symbolische insectachtige indringers zijn de "vreemden" die de heiligheid van Gods heilige verblijfplaats onteren, wat duidt op de geestelijke tempel van Gods heiligen.

Hoe zal zo'n wereldschokkende situatie zoals die in de Schrift wordt voorgesteld precies plaatsvinden? Dat wordt ons niet exact verteld. Het doet er ook niet toe. Ondanks dat het huidige samenstel van dingen de indruk geeft stabiel en duurzaam te zijn, is dat slecht uiterlijke schijn. Wanneer we terugblikken op de ramp van 11 September, zouden we enig idee moeten krijgen van de kwestbaarheid van het samenstel. Mochten terroristen bijvoorbeeld maar een kleine nucleaire bom gebruiken; het effect zal absoluut verschrikkelijk zijn - erger dan we ons kunnen voorstellen. De mensheid zal onder die omstandigheden ongetwijfeld letterlijk verbleken van angst, zoals de Heer Jezus ook voorzegd heeft. Het valt sterk te betwijfelen of het huidige politieke en financiële systeem de schokgolf als gevolg van het gebruik van massavernietigingswapens tijdens de daarop volgende paniek, angst en wraak zal kunnen weerstaan.

Terwijl de profetie van Joël een onheilspellende en voorspellende profetie is, schenkt het ook hoop aan alle mensen van geloof. Jehovah's Getuigen zijn er dankbaar voor dat de Wachttoren ons bekend heeft gemaakt met Jehovah en zijn Zoon en dat we zoveel schitterende dingen hebben geleerd over Gods koninkrijk en zijn voornemen. Maar, op een bepaald moment staan we allen alleen voor God. Ons geloof zal uiteindelijk in Jehovah moeten zijn, wat er tijdens de komende periode van tumult ook gebeurd met het Wachttoren- Bijbel- en Traktaatgenootschap. Daarom schenkt Joël 2:32 ook deze volgende aanmoediging: "En het moet geschieden dat een ieder die de naam van Jehovah aanroept, veilig zal ontkomen."


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman