|
De
uitdrukking de tijd van het einde vinden we op vijf
verschillende plaatsen terug in het boek Daniël. Toen
Gabriël aan Daniël verscheen, legde de engel hem
uit dat hij was "gekomen om u te doen onderscheiden
wat uw volk in het laatst der dagen zal overkomen, want
het is een visioen nog voor de toekomende dagen." De
Wachttoren heeft sinds lange tijd geleerd dat de wereld
deze laatste dagen en de tijd van het einde in 1914 is ingegaan.
Is dat echter zo? En verder, is er een manier om het één
of het ander met zekerheid vast te stellen? Wanneer de
tijd van het einde nog moet beginnen, lopen Jehovah's
Getuigen het risico verzwakt te raken wanneer onverwachte
gebeurtenissen zich ontvouwen. Daar veel profetieën
draaien om de tijd van het einde - waarbij deze periode
als teken der tijd dient - is het van het grootste belang
dat we onszelf kunnen plaatsen met betrekking tot die periode.
Eén inconsistentie in de interpretatie van de Wachttoren
van de profetie van Daniël, heeft te maken met datgene
wat we lezen in Daniël 11:35, waar staat: "En
enigen van hen die inzicht hebben, zullen tot struikelen
worden gebracht, opdat er wegens hen een louteringswerk
wordt verricht en om hen te reinigen en wit te maken, tot
de tijd van het einde toe; want het is nog voor de
bestemde tijd." Volgens het commentaar van het
Genootschap op dit vers in het Schenk Aandacht aan Daniëls
Profetie-boek, hebben degenen met inzicht die tot struikelen
worden gebracht door de koning van het noorden, te maken
met Russische agenten die de organisatie infiltreerden door
zich voor te doen als Jehovah's Getuigen. Op bladzijde 275
wordt "de tijd van het einde" uit het bovenstaande
vers als volgt omschreven: "[Het] moet betrekking
hebben op het einde van de periode die nodig is om Gods
volk te louteren terwijl zij de aanval van de koning van
het noorden verduren. Het struikelen eindigde kennelijk
op de door Jehovah bestemde tijd."
Hieruit blijkt dat de Wachttoren de uitdrukking "de
tijd van het einde" eigenmachtig heeft geïnterpreteerd,
zodat het in onze eigen interpretatie past. We hebben dit
specifieke teken der tijd verkeerd gebruikt. Wanneer we
bijvoorbeeld geloven dat de tijd van het einde in 1914 begonnen
is, en we leggen uit dat Daniël 11:35 betrekking heeft
op een periode gedurende de Koude Oorlog, hoe kan het dan
dat de Schrift zegt dat de tijd van het einde nog voor de
bestemde tijd is? Het is duidelijk dat de Wachttoren de
betekenis van de profetie verduisterd heeft door een totaal
andere betekenis aan de eenvoudige uitdrukking de tijd
van het einde te verbinden. Klaarblijkelijk zijn degenen
met inzicht die tot struikelen worden gebracht niet onze
broeders in Rusland. Het zijn degenen waarvan aangenomen
wordt dat ze Jehovah's Getuigen deze belangrijke profetieën
uitleggen, maar die hun toevlucht nemen tot slim verzonnen,
kunstmatige interpretaties welke uiteindelijk het geloof
van alle Jehovah's Getuigen, die voor geestelijke leiding
opzien naar de Wachttoren, zal beproeven.
De profetie van Daniël geeft ons belangrijke informatie
over wat wel en wat niet zal gebeuren tijdens de kritieke
tijd van het einde. Wanneer we daarom de gebeurtenissen
die als tekenen van het begin van de tijd van het einde
worden beschreven kunnen onderscheiden, zouden we in staat
moeten zijn onszelf in de stroom des tijds te plaatsen.
Het probleem is echter dat deze gebeurtenissen zich nog
niet hebben voorgedaan. Daniël 11:40 vertelt wat er
tijdens die periode zal gebeuren: "En in de tijd
van het einde zal de koning van het zuiden met hem in botsing
komen, en de koning van het noorden zal op hem aanstormen
met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal
stellig de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken.
"
De Wachttoren heeft dit gedeelte van de profetie van toepassing
gebracht op de USSR en de VS, gedurende de periode waarin
deze twee vijandige blokken van natiën deelnamen aan
de Koude Oorlog. Wat we ons echter moeten afvragen is waarom
de profetie de tijd van het einde pas noemt in relatie tot
gebeurtenissen waarvan wordt aangenomen dat ze in 1950-1980
plaatsvonden, terwijl de tijd van het einde in werkelijkheid
al begon in 1914? Waarom wordt het begin van de tijd van
het einde pas in vers 40 genoemd? Er is ons geleerd dat
het struikelen en louteren uit vers 35 gedurende de periode
van de Koude Oorlog heeft plaatsgevonden, en toch zegt de
profetie zelf duidelijk dat deze ontwikkelingen vóór
de tijd van het einde zouden plaatsvinden. De vraag is dus:
Waarom passen we de eerste verwijzing naar de tijd van het
einde (een paar verzen later én in dezelfde context)
toe op dezelfde periode als waarin het testen en louteren
plaatsvond, waarvan de Schrift zegt dat ze plaats zullen
vinden vóór de tijd van het einde?
Dit zijn verwarrende zaken. De vraag is echter of ze kunnen
worden opgelost? Het antwoord is ja: we kunnen deze vraag
oplossen en bepalen wat de tijd van het einde is door gebruik
te maken van ons redeneringsvermogen. Daar Paulus schreef
dat alle schatten van wijsheid en kennis zorgvuldig zijn
verborgen in Christus, is het raadzaam de woorden van de
Meester-leraar zelf te raadplegen om te zien of hij wellicht
in staat is enig licht te werpen op dit dilemma. In een
reeks illustraties in het 13de hoofdstuk van Mattheüs
legde Jezus uit dat de oogsttijd die hij in zijn illustratie
gebruikte feitelijk de periode van het besluit van dit goddeloze
samenstel van dingen was.
In de illustratie van de tarwe en het onkruid zegt Mattheüs
13:39-42 het volgende: "De oogst is een besluit
van een samenstel van dingen, en de oogsters zijn engelen.
Zoals daarom het onkruid wordt verzameld en met vuur wordt
verbrand, zo zal het ook gaan in het besluit van het
samenstel van dingen. De Zoon des mensen zal zijn engelen
uitzenden en zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen
geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk
verzamelen, en zij zullen hen in de vuuroven werpen."
En in de illustratie van het sleepnet zei Jezus het volgende
in Mattheüs 13:49: "Zo zal het gaan in het
besluit van het samenstel van dingen: de engelen zullen
uitgaan en de goddelozen uit het midden der rechtvaardigen
afscheiden en hen in de vuuroven werpen. "
De vraag die rijst is: Heeft Christus reeds zijn engelen
reeds uitgezonden om de goddeloze van de rechtvaardigen
te scheiden? Nee, duidelijk niet. Mattheüs 24:40 plaatst
de scheiding gedurende de tijd van Christus' aankomst als
een dief in de nacht. Daarom dringt hij er in het 42ste
vers bij ons op aan: "Waakt daarom voortdurend,
want gij weet niet op welke dag uw Heer komt." Het
feit dat Jehovah een organisatie heeft die afgescheiden
en onderscheiden is van de sekten van de Christenheid, betekent
op zichzelf niet dat Christus reeds de aanzet heeft gegeven
tot de uiteindelijk scheiding.
Het feit dat Jehovah's Getuigen te maken hebben met al
dezelfde slechtheden dan elke andere religie, moet een sterke
weerlegging zijn op de interpretatie van de Wachttoren van
Chistus' illustraties die betrekking hebben op het besluit.
Het feit dat er elk jaar tienduizenden Jehovah's Getuigen
worden uitgesloten voor diverse vormen van wetteloosheid
logenstraft elke tegengestelde bewering. Er zijn ook diverse
dingen die aanleiding tot struikelen geven binnen
de organisatie, zoveel dat het niet nodig is ze hier op
te noemen. Redelijke personen kunnen zeker de eenvoudige
waarheid begrijpen dat Christus zijn engelen nog niet heeft
uitgezonden om de struikelblokken en wetteloze personen
uit ons midden te verwijderen. Iets anders beweren, is de
realiteit uit het oog verliezen.
Maar, wat heeft dit alles nu te maken met "de tijd
van het einde"?
Het Griekse woord dat in de Christelijke Griekse Geschriften
is vertaald met "besluit," is syntelia.
In de Septuaginta, wat de eerste vertaling van het Hebreeuwse
Oude Testament in het Grieks was, werd syntelia gebruikt.
Later werd dit in het Nederlands vertaald met "de
tijd van het einde." Dus, het besluit van het samenstel
van dingen is hetzelfde als de tijd van het einde. Daar
we ons, zoals hierboven is besproken, nog niet in de oogsttijd,
of het besluit van het samenstel van dingen bevinden,
bevinden we ons ook niet in de tijd van het einde.
De gevolgen hiervan zullen worden besproken in het essay
getiteld: Een Koning
met Bars Gelaat.
|