|
Het
is zelfs voor godvrezende mensen nooit gemakkelijk geweest
geloof te stellen in een God die ze niet kunnen zien. Het
is veel gemakkelijker naar mensen te kijken dan naar God.
En keer op keer vielen de Joden voor de strik van afgoderij,
door te denken dat ze een zichtbare vertegenwoordiging van
God konden aanbidden. Het was niet zo dat God volledig buiten
werd gesloten, maar dat hij verkeerd werd vertegenwoordigd.
Toen Aäron een gouden kalf vormde, introduceerde hij
dit aan de Hebreeën, die toen uitriepen: "Dit
is uw God, o Israël, die u uit het land Egypte heeft
opgevoerd."
De neiging van alle religieuze mensen is toe te staan dat
hun aanbidding degenereert tot aanbidding van de religie
zelf in plaats van aanbidding van God door middel van religie.
We zien dat dit patroon zich keer op keer herhaalt. De Joden
in de tijd van Jeremia hadden bijvoorbeeld zo veel ontzag
voor Salomo's grootse tempel, dat ze simpelweg niet konden
geloven dat Jehovah ooit toe zou kunnen staan dat zo'n gebouw
verwoest zou worden. Dit is klaarblijkelijk de reden waarom
God Jeremia beval in de poort te gaan staan en het volgende
tegen hen te zeggen: "Stelt uw vertrouwen niet in
bedrieglijke woorden, doordat gij zegt: 'De tempel van Jehovah,
de tempel van Jehovah, de tempel van Jehovah zijn zij!'"
(Jeremia 7:4)
De Joodse apostelen waren klaarblijkelijk even verzot op
de herbouwde tempel in Jeruzalem en waren geschokt toen
Jezus hen vertelde dat "er geen steen op de andere
gelaten zou worden." Zelfs jaren later in het Christelijke
tijdperk voelde Paulus de noodzaak de Hebreeuwse Christenen,
waarvan velen vochten tegen de neiging terug te keren naar
het eerdere Judaïsme, aan het volgende te herinneren:
"Wij hebben hier geen blijvende stad."
Het patroon van het gericht zijn op het fysieke, aardse,
materiële aspect van de aanbidding van Jehovah, heeft
zich heden ten dage vastgeworteld onder Jehovah's Getuigen.
Het valt niet te ontkennen dat de Wachttoren het centrum
van de organisatie is. Vele video's, tijdschriften, brochures
en boeken zijn gepubliceerd, waarin keer op keer wordt benadrukt
dat het Wachttorengenootschap Gods "zichtbare organisatie"
is. Elk jaar ontvangen we een jaarboek waarin wordt geschreven
over de bouw van nieuwe bijkantoren, kringhallen en andere
indrukwekkende faciliteiten verbonden aan "Jehovahs's
zichtbare organisatie."
Jehovah's Getuigen zijn zozeer gaan geloven in de blijvendheid
van het Wachttoren instituut, dat velen aannemen dat de
fysieke infrastructuur van het Genootschap zelfs na de grote
oorlog van Armageddon zal blijven bestaan. Onze aangestelde
profeten hebben Jesaja's verwijzing naar de "binnenkamers"
zelfs toegepast op onze vele koninkrijkszalen, alsof dit
de plaatsen van toevlucht zullen zijn in de komende holocaust.
De geïnspireerde Psalmist voorzegt echter dat onze
koninkrijkszalen wellicht iets heel anders staat te wachten.
Psalm 74:8 laat zien wat onze vijanden zullen zeggen: "Alle
samenkomstplaatsen van God moeten in het land worden verbrand."
Geen wonder dat de Schriften verwijzen naar de "de
schuilplaats van de Allerhoogste" als zijnde de
enige plaats van veiligheid wanneer God dit samenstel zal
oordelen. Koninkrijkszalen kunnen zeker niet beschreven
worden als een schuilplaats! Het is in die zin een schuilplaats
dat enkel degenen met waar geloof als het ware zullen worden
binnengelaten, wanneer de tijd is gekomen dat Jehovah deze
wereld op haar grondvesten zal doen schudden.
Om een voorbeeld te geven van hoe ons geloof in God subtiel
vervangen is door geloof in mensen, beschouw eens de simpele
vraag die werd gesteld in De Wachttoren van 1 augustus 2002.
De laatste vraag van het 1ste studie-artikel luidde: "Hoe
heeft een overzicht van het verslag van Korach uw geloof
in Jehovah's zichtbare organisatie versterkt?"
In tegenstelling tot wat de apostel Paulus leerde, is ons
laten geloven dat we hier op aarde wel degelijk een blijvende
stad hebben. Maar, de ontnuchterende vraag die we onszelf
moeten stellen is: Als ons geloof gesteld is in de personen
die naar wij aannemen Jehovah's zichtbare organisatie vertegenwoordigen,
wat zal er dan gebeuren met ons geloof wanneer Gods zichtbare
organisatie afdwaalt, zoals dat is gebeurd en ook zal gebeuren?
En nog beangstigender: Waar zal ons geloof zijn wanneer
Gods zogenaamde zichtbare organisatie vertreden zal worden
zoals de profeten dat voorzegd hebben?
Dat brengt ons wederom bij het 28ste hoofdstuk van Jesaja,
waar Jehovah de volgende woorden spreekt: "Wij hebben
een verbond gesloten met de Dood, en met Sjeool hebben wij
een visioen tot stand gebracht; de overstromende stortvloed,
ingeval die doortrekt, zal ons niet bereiken, want wij hebben
leugen tot onze toevlucht gemaakt en in bedrog hebben wij
ons verborgen"
Is dit oordeel van God gericht tot de Christenheid? Klaarblijkelijk
niet, daar in vers 12 wordt gesproken over Gods wil voor
zijn zogenoemde zichtbare organisatie: ""Dit
is de rustplaats. Geeft de vermoeide rust. En dit is de
plaats van verademing", maar die niet wilden horen."
Zijn we bereid te geloven dat God de Christenheid beschreef
als een plaats van geestelijke toevlucht voor de vermoeiden?
Zo niet, dan moeten we onder ogen zien dat God de gemeente
niet aan zijn maatstaven vindt voldoen. Klaarblijkelijk
zijn de gemeenten in Jehovah's ogen plaatsen van verdrukking
geworden, in plaats van plaatsen van ware geestelijke opbouwing.
In plaats dat we geloof stellen in de indrukwekkende, materiële
infrastructuur van het Wachttorengenootschap of zelfs in
het leiderschap van de getrouwe slaaf, zouden we in werkelijkheid
niet alleen in Christus Jezus moeten geloven? Is Christus
niet het absolute onwrikbare fundament van Jehovah's onzichtbare
organisatie? Geloof stellen in de organisatie, in plaats
van de Organisator, is de waarheid uit het oog verliezen.
Een vraag die Paulus heden ten dage aan Jehovah's Getuigen
zou kunnen stellen is: Wandelen we werkelijk in geloof
in plaats van waarneming?
We hebben onze toevlucht genomen tot een leugen en verstoppen
onszelf achter onwaarheid, wanneer we denken dat onze redding
komt door enkel onze omgang met het Wachttoren, Bijbel en
Traktaatgenootschap. Ongetwijfeld hebben we een idee gevormd
van de toekomst welke elke disciplinaire actie door God
tegen zijn eigen organisatie uitsluit. De leerstellige basis
die de oorzaak is van het toevlucht nemen tot een leugen,
is de mythe dat Gods koninkrijk is begonnen te regeren in
1914; dat sindsdien het koninkrijk werkt door middel van
de Wachttoren. Op een andere plaats spreekt de apostel over
God die een mate van dwaling toestaat onder zijn volk, zodat
degene die feitelijk geen liefde voor de waarheid heeft,
geoordeeld kan worden. De waarheid is dat Jehovah's glorierijke
Messias niet in 1914 het koninkrijk der wereld gegeven is.
Dat is zo'n mate van dwaling waarmee we binnenkort sterk
geconfronteerd zullen worden, wanneer Christus Jezus uiteindelijk
arriveert in zijn koninkrijk om de aanzet te geven tot het
oordeel over Jehovah's huis.
Daar spreekt Jehovah over in Jesaja 28:16 waar hij zegt:
"Daarom heeft de Soevereine Heer Jehovah dit gezegd:
"Ziet, ik leg als fundament in Sion een steen, een
beproefde steen, de kostbare hoek van een vast fundament.
Niemand die geloof oefent, zal in paniek geraken.""
Als Jehovah's koninkrijk tientallen jaren geleden is begonnen
te regeren, waarom voorzegt Jesaja dan dat God zijn messiaanse
hoeksteen zal leggen gedurende de tijd van oordeel? En ook
het feit dat degenen die geloof oefenen "niet in
paniek zullen raken," geeft aan dat het een tijd
voor paniek is, maar dat degenen met geloof in Christus
niet bezwijken onder de vloed van tirannie en onderdrukking
die in die tijd zal worden losgelaten. Bedenk dat Satan
en zijn demonen naar alle waarschijnlijkheid nog niet naar
beneden geslingerd zijn. Daar dit klaarblijkelijk het geval
is, verklaart het zeker waarom Gods tijd van oordeel een
periode van paniek op gang zal brengen, wanneer mensen zwak
van angst zullen worden, wanneer ze te maken krijgen met
een woedend leger van demonen.
Jehovah's wegvagen van leugens en het verbreken van ons
verbond met de dood is verbonden aan het feit dat Gods aardse
plaats van aanbidding een plaats van vertreding zal worden.
Jesaja 28:18 zegt hierover: "En uw verbond met de
Dood zal stellig ontbonden worden, en dat visioen van u
met Sjeool zal geen stand houden. De overstromende stortvloed,
wanneer die doortrekt - dan moet gij er een plaats van vertreding
voor worden." Dit oordeel is in harmonie met het
feit dat Jesaja en de profeten, inclusief Jezus, hebben
voorzegd dat Gods heilige plaats vertreden zal worden
door de natiën als inleiding tot Armageddon.
De 118de Psalm is bruikbaar in verband met Jesaja, omdat
het verifiëerd dat Christus niet geïnstalleerd
wordt als koning tot gedurende de tijd van verdrukking.
Psalm 118:18 voorzegt de straf die God binnenkort zal toedienen.
Het vers luidt: "Jah heeft mij streng gecorrigeerd,
Maar aan de dood heeft hij mij niet overgegeven.
Opent voor mij de poorten der rechtvaardigheid. Ik zal erdoor
binnengaan; ik zal Jah prijzen." In verband met
Gods strenge terechtwijzing van zijn volk, zegt vers 22,
23: "De steen die de bouwlieden hebben verworpen,
Is het hoofd van de hoek geworden. Vanwege Jehovah
is dit geschied; Het is wonderbaar in onze ogen."
De hedendaagse "bouwers" kunnen niemand anders
dan het Wachttorengenootschap zijn. Maar, waar zullen we
zijn wanneer Jehovah ervoor zorgt dat het werk van de bouwers
vertreden zal worden? Wat een strenge tuchtiging gaat Jah
zijn eigen "bouwlieden" toedienen! Degenen met
waar geloof in God zullen de correctie accepteren en zullen
de grotere geestelijke realiteit die Jehovah dan zal onthullen,
erkennen. Klaarblijkelijk zal de Wachttoren dan zijn doel
hebben gediend en Jehovah zal het opzij schuiven. Degenen
die enkel geloof hadden in de Wachttoren zullen Christus,
als zijnde de ware hoeksteen, uiteindelijk verwerpen en
zullen zodoende hun redding verliezen, redding waarvan ze
hoopten die te kunnen verdienen door middel van Gods zichtbare
organisatie.
Psalm 118:25-27 lijkt symbolisch te zijn voor de activiteiten
van de grote schare uit Openbaring, wanneer Jehovah hen
samenbrengt voor redding tijdens de verdrukking. Met betrekking
tot de palmtakken waarmee zij voor hun Redder zwaaien, zegt
vers 27: "Jehovah is de Goddelijke, En hij geeft
ons licht. Bindt de feestoptocht met grote takken, Tot
aan de hoornen van het altaar."
Wat ook opgemerkt moet worden, is dat Jehovah beschreven
wordt als licht gevend in die tijd. In overeenstemming hiermee,
voorzegt Jesaja 30:26 dat Jehovah een zevenvoudige toename
van "licht op de dag van de grote slachting, wanneer
de torens vallen" zal geven. De Wachttoren heeft
onderwezen dat de toename van licht in het paradijs zal
zijn. Maar, volgens Jesaja, is de tijd voor het geven van
een toename van geestelijke verlichting voor zijn volk "op
de dag dat Jehovah de breuk van zijn volk verbindt en zelfs
de zware wonde die het gevolg is van de door hem toegebrachte
slag geneest." Hoe het ook zij, Jehovah is voornemens
ons sterk te tuchtigen en te testen gedurende de komende
verdrukking, en pas daarna zullen we worden gezegend met
zijn goddelijke licht.
Ongetwijfeld zullen veel Jehovah's Getuigen het moeilijk
vinden te geloven dat God voornemens is zijn volk streng
te tuchtigen en terecht te wijzen en dat de Wachttoren zelf
weggevaagd zou kunnen worden. Daarom verwijst Jehovah in
Jesaja 28:21 naar zijn voornemen als vreemd en ongewoon.
Het vers zegt gedeeltelijk: "om zijn daad te verrichten
- zijn daad is vreemd - en om zijn werk te doen - zijn werk
is ongewoon." Jesaja waarschuwt ons hierna specifiek
voor het bespotten van Jehovah's vreemde en ongewone werk:
"En nu, betoont u geen spotters, opdat uw banden
niet sterk worden, want van een verdelging, ja, iets waartoe
besloten is, heb ik gehoord van de Soevereine Heer, Jehovah
der legerscharen, voor het gehele land."
Jesaja geeft een illustratie over hoe een landbouwer bepaalde
passende technieken gebruikt om het gewenste resultaat te
bereiken voor elk gewas. Vers 27 zegt bijvoorbeeld: "Want
niet met een dorswerktuig wordt zwarte komijn getreden;
en over komijn wordt geen wagenwiel gewenteld. Want met
een stok wordt zwarte komijn gewoonlijk uitgeklopt, en komijn
met een staf."
Wat was het doel van deze illustratie? Zoals vers 26 aangeeft,
heeft het te maken met hoe God zijn eigen volk zal terechtwijzen.
Hij zal ons niet volkomen vernietigen, maar ons in de juiste
mate treffen met als doel ons te beleren. Jeremia 46:28
zegt ons dit: "Nochtans zal ik u in de juiste mate
moeten tuchtigen, en ik zal u absoluut niet ongestraft laten."
Nu, we moeten onszelf ernstig afvragen hoe deze wonderbaarlijke
profetie in Jesaja ooit op de Christenheid van toepassing
kan zijn. De waarheid is dat dat niet kan. Anders zou God
hen niet terecht hoeven te wijzen en hun leraar te worden
gedurende de tijd van verdrukking. Hoe redelijk is dat?
Daar de Schriften aangeven dat Jehovah zijn volk sterk terecht
zal wijzen door zijn strenge berisping, kan de profetie
in Jesaja enkel op ons van toepassing zijn.
Jehovah gaat het frauduleuse verbond van de Wachttoren
met Dood en Sjeool wegvagen. Maar degenen die Gods correctie
aanvaarden, en die volledig geloof en vertrouwen in God
hebben, zullen worden gezegend met het voorrecht Christus
Jezus te verwelkomen, wanneer hij komt om zijn Vaders geestelijke
tempel te inspecteren en te reinigen en zijn glorieuze koninkrijksregering
op zal nemen.
|