Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

23 Juli 2004

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

In de openingspagina's van de Bijbel (Genesis 3:15) maken we kennis met een mysterieuze vrouw die het leven zal schenken aan het slangvermorzelende messiaanse zaad van God. Zoals later in profetie wordt onthuld, wordt de vrouw afgebeeld als Jehovah's symbolische vrouw. In het laatste boek van de Bijbel wordt onthuld dat Gods hemelse "vrouw" uiteindelijk het leven zal schenken aan een mannelijk kind dat de heerser over de wereld zal worden. Vanzelfsprekend willen we de identiteit van deze speciale vrouw, die een centraal figuur is in de ontvouwing van het heilige geheim van God, achterhalen.

Het Wachttorengenootschap heeft lang geleerd dat de "vrouw" een afbeelding is van Gods hemelse organisatie van engelen - onderworpen en loyaal aan Jehovah als een getrouwe vrouw. Jehovah's Getuigen geloven dat Gods op een vrouw gelijkende organisatie van engelen het leven schonk aan Christus toen hij van onder de engelen naar de aarde kwam als het zogenaamde primaire zaad van de vrouw.

De Wachttoren van 15 maart 1985 zegt op blz. 14 bijvoorbeeld het volgende: "Ten einde het primaire "zaad" van de Grotere Abraham te worden, was de eniggeboren Zoon van God te voorschijn gekomen uit Jehovah's met een echtgenote te vergelijken hemelse organisatie. Aldus werd zij voor Gods Zoon als het ware een "moeder"."

Er zijn echter enkele moeilijkheden verbonden aan die zienswijze. Het grootste probleem is dat de Bijbel duidelijk zegt dat de "vrouw" een afbeelding is van een verbond. Toen Paulus in het 4de hoofdstuk van Galaten bijvoorbeeld het Joodse en Christelijke stelsel van aanbidding met elkaar contrasteerde, vergeleek hij het wetsverbond met Hagar en het nieuwe verbond met Sara, door te zeggen: "want deze vrouwen betekenen twee verbonden." Bij de leerstelling van het Wachttorengenootschap zouden we de volgende vraag moeten stellen: Op welke wijze zijn de engelen een afbeelding van een verbond?

En dat is niet alles. Een ander zichtbaar gebrek in de huidige leerstelling van het Wachttorengenootschap is dat de "vrouw" het leven schenkt aan diverse andere zonen en dochters, naast Jezus Christus. In hetzelfde 4de hoofdstuk van Galaten schreef de geïnspireerde apostel Paulus: Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is onze moeder. Want er staat geschreven: "Wees vrolijk, gij onvruchtbare vrouw, die niet baart; breek uit en roep luid, gij vrouw die geen barensweeën hebt, want de kinderen van de eenzame vrouw zijn talrijker dan die van haar die de man heeft." Wij nu, broeders, zijn kinderen die tot de belofte behoren, evenals Isaäk."

Ondanks dat het begrijpelijk is dat we zijn gaan geloven dat Jezus "te voorschijn gekomen is uit Jehovah's met een echtgenoot te vergelijken hemelse organisatie," daar Jezus een voormenselijk bestaan kende als een geesteszoon; hoe kunnen we echter rationaliseren dat de engelen zogenaamd de individuele leden van de Christelijke gemeente "gebaard" hebben? Ja, hoe konden de engelen "moeder" worden van de gezalfden daar zij in geen enkele betekenis "te voorschijn zijn gekomen" uit de hemel - zoals Christus? Het Wachttorengenootschap blijkt geen redelijk antwoord te hebben op die vraag.

Een ander aspect van de leerstelling van het Wachttorengenootschap dat zeer strijdig lijkt met de bijbelse beschrijving van Gods vrouw is dat de organisatorische vrouw uit profetie zich kortstondig Gods afkeuring op de hals haalt. Ja, de profetieën wijzen erop dat Jehovah verontwaardigd wordt op de vrouw voor haar ontrouwheid.

Beschouw het 54ste hoofdstuk van Jesaja eens, waaruit de apostel Paulus rechtstreeks citeerde toen hij sprak over de "moeder" van de zonen van God. De volgende verzen, Jesaja 54:5-8, luiden als volgt: "Want uw Grote Maker is uw echtgenoot-eigenaar, Jehovah der legerscharen is zijn naam; en de Heilige Israëls is uw Terugkoper. De God van de gehele aarde zal hij worden genoemd. Want Jehovah heeft u geroepen alsof gij een vrouw waart die geheel verlaten en bedroefd van geest was, en als een vrouw uit de jeugdtijd die toen verworpen werd", heeft uw God gezegd. "Voor een klein ogenblik heb ik u geheel verlaten, maar met grote barmhartigheden zal ik u bijeenbrengen. In een vloed van verontwaardiging heb ik mijn aangezicht slechts een ogenblik voor u verborgen, maar met liefderijke goedheid tot onbepaalde tijd wil ik u barmhartig zijn", heeft uw Terugkoper, Jehovah, gezegd.

Hier volgen enkele vragen die nadenkende Bijbelonderzoekers zouden moeten stellen: Wanneer heeft Jehovah ooit zijn hemelse engelen verlaten - zelfs maar "voor een klein ogenblik" - zoals de profetie zegt? Ten tweede, waarom zou Jehovah zijn aangezicht "in een vloed van verontwaardiging" verbergen voor een dergelijke getrouwe organisatie, daar Gods engelen altijd getrouw aan hem zijn geweest? En ook, waarom zou Jehovah hun Terugkoper moeten worden terwijl de engelenzonen altijd getrouw aan zijn zijde hebben gestaan?

Natuurlijk verklaart het Wachttorengenootschap dat God niet echt verontwaardigd werd op de "vrouw," maar hij eenvoudig boos wordt op de aardse zonen van de vrouw, wat volgens ons in 1918 plaats heeft gevonden. Maar, dat is niet precies de wijze waarop het in profetie beschreven staat.

Er zitten duidelijk enkele onbevredigende kanten aan de huidige leerstelling van het Wachttorengenootschap met betrekking tot de identiteit van de "vrouw".

Daar de symbolische vrouw een integraal onderdeel is van profetie en "geen profetie der Schrift door enige eigen uitlegging ontstaat", zoals de apostel Petrus onder inspiratie schreef, is het logisch dat geen mens (of lichaam van mensen) zelf profetie kan interpreteren. Profetie kan enkel geïnterpreteerd worden door God zelf. Of anders gezegd: Gods Woord interpreteert zichzelf en de enige manier waarop Gods dienaren de ware betekenis ervan kunnen begrijpen is door de eigen zelfinterpreterende innerlijke harmonie van de Bijbel te ontdekken.

Met die essentiële waarheid in gedachte: Als de "vrouw" uit profetie Gods organisatie van engelen is, dan moet er toch zeker enig bewijs voor te vinden zijn in de Schrift - anders zwichten we voor een "eigen uitlegging" die enkel op vermoedens is gebaseerd.

Dus, spreekt de Bijbel waar maar ook over het lichaam van engelen als zijnde Jehovah's samengestelde organisatorische vrouw? Het antwoord is nee. In de 114 plaatsen in de Bijbel waar het woord "engelen" (meervoud) gebruikt wordt en de 219 plaatsen waar het woord "engel" (enkelvoud) verschijnt, bestaat er geen precedent waarbij de engelen worden afgebeeld als Jehovah's zogenaamde op een vrouw gelijkende organisatie. Daarom bestaat er geen schriftuurlijke rechtvaardiging voor onze interpretatie.

Maar, als de hemelse "vrouw" geen afbeelding is van de engelenfamilie, wat symboliseert ze dan?

Wanneer we terugkeren naar Galaten 4:24-26 vinden we de geïnspireerde Bijbelse interpretatie van zijn eigen symbolisme. Paulus schreef met betrekking tot Hagar en Sara het volgende: "Deze dingen vormen een symbolisch drama, want deze vrouwen betekenen twee verbonden: het ene, afkomstig van de berg Sinaï, brengt kinderen ter slavernij voort, en dat is Hagar. Deze Hagar nu betekent Sinaï, een berg in Arabië, en zij komt overeen met het tegenwoordige Jeruzalem, want zij is met haar kinderen in slavernij. Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is onze moeder."

De Wachttoren van 15 maart 1985 zegt het volgende over het hierboven geciteerde vers: "Volgens Paulus' brief aan de Galáten beeldde die figuurlijke "vrouw" iets af, maar hij zegt niet dat zij een verbond of verdrag afbeeldt. Een verbond zou niet getroost kunnen worden. In plaats daarvan laat Paulus zien dat de tegenbeeldige "vrouw" iets levends is, als een "moeder", net als de "echtgenoot-eigenaar", Jehovah, een levende Persoon is die met verstand begaafd is en vertroosting kan geven."

Vreemd genoeg lijkt het Wachttorenartikel in rechtstreekse tegenspraak te zijn met de Bijbel. De Wachttoren zegt dat Paulus "niet zegt dat zij een verbond afbeeldt," terwijl de apostel Paulus uitdrukkelijk zegt: "deze twee vrouwen betekenen twee verbonden."

De redenatie in de Wachttoren is echter juist. Een verbond kan niet getroost of vertroost worden - alleen iets levends kan verstroost worden. En zoals Paulus verder zei beelden Hagar en Sara niet alleen "twee verbonden" af, maar "komen ze overeen" met twee steden - of organisaties. De symbolische "vrije" vrouw is daarom een organisatie die voortkomt uit het verbond.

De twee verbonden die door Hagar en Sara afgebeeld worden, zijn respectievelijk het Wetsverbond en het Abrahamitische verbond. Het Wetsverbond bracht de vleselijke natie Israël voort met haar hoofdstad Jeruzalem, alsook de mens Jezus, die krachtens zijn menselijke moeder onder de Joodse Wet kwam te staan. Het Abrahamitische verbond echter, wat volgens Paulus voorafging aan het Wetsverbond, bracht Jezus Christus voort - de wedergeboren Zoon van God. Als het kind van een belofte, zoals ook Sara's zoon Isaäk was, werd Jezus Christus uit God geboren toen hij gezalfd werd met heilige geest. Dit vond plaats buiten de grenzen van het Wetsverbond.

Dientengevolge werd Jezus wedergeboren als een door de geest verwekte zoon van God zodat het verbond dat God met Abraham gesloten had, vervuld werd. Daarom werd hij bij zijn doop het zaad van de vrouw - niet bij zijn menselijke geboorte. Het is daarom duidelijk dat de engelen niet de vrouw zijn die het zaad voortbrengt.

Toegegeven, bij Jezus' menselijke geboorte plaatste God het leven van zijn eerstgeboren hemelse zoon over naar de schoot van Maria, hem aldus wegnemend van onder zijn familie van engelenzonen. Maar Jezus' wedergeboorte bij zijn zalving kan slechts indirect worden toegeschreven aan het feit dat hij eens van onder de engelen afkomstig was. Daar het verbond dat God met Abraham sloot erin resulteerde dat Jezus de Messias werd, kan er worden gezegd dat het verbond zélf de moeder van Christus is - de vrouw derhalve.

Maar waarom verwees Paulus naar de moeder van alle gezalfde Christenen als het "Jeruzalem dat boven is"? Zoals reeds eerder beredeneerd, komen gezalfde Christenen in geen enkele betekenis "voort uit" de hemelse engelenorganisatie.

Het Jeruzalem dat boven is wordt de moeder van de gezalfde Christenen genoemd, omdat God vanaf het begin de bedoeling had een nieuwe schepping in de hemelen te creëren. Jezus, als de eerste nieuwe schepping, was na zijn zalving gerechtigd in de hemel te leven. Dat is de betekenis van door de geest verwekt of gezalfd worden. Verder is het verbond dat Christus voortbracht een regeling van God om een onsterfelijke, op een stad gelijkende, hemelse organisatie te scheppen met gebruikmaking van sterfelijke aardse personen. Net zoals het Wetsverbond een natie voortbracht - waarmee het een "moeder" werd voor vele besneden Joden, zo brengt ook het nieuwe verbond een geestelijke natie voort die gevormd wordt door gezalfde volgelingen van Christus.

Bij hun zalving wordt elke wedergeboren zoon van God een "genaturaliseerde" inwoner van het Jeruzalem dat boven is - ondanks dat ze zich fysiek nog op de aarde bevinden. In Filippenzen 3:20 schreef Paulus: "Wat ons betreft, ons burgerschap bestaat in de hemelen." Daarom worden gezalfde Christenen terwijl ze nog in het vlees zijn ook beschreven als "inwonende vreemdelingen", omdat ze vanuit Gods perspectief bezien feitelijk inwoners van de hemel zijn die enkel vertoeven in een vreemd land (aarde).

In Hebreeën 12:22-24 beschrijft de apostel de gezalfde gemeente als "ingeschreven in de hemelen": "Maar gij zijt genaderd tot een berg Sion en een stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en myriaden engelen, in algemene vergadering, en de gemeente van de eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en God, de Rechter van allen, en de geestelijke levens van rechtvaardigen die tot volmaaktheid zijn gebracht, en Jezus, de middelaar van een nieuw verbond."

Merk alsjeblieft op dat Hebreeën niet zegt dat de Berg Sion en het hemelse Jeruzalem een organisatie is die bestaat uit engelen van God. De engelen zijn enkel aanwezig. De Berg Sion en de stad van de levende God is het hemelse Jeruzalem dat Jehovah geschapen heeft om een nieuwe schepping voort te brengen.

Zoals dat het geval was bij het vleselijke Israël: Jehovah's verbond met de Joden stichtte een nationale instelling - een organisatie - die in profetie de symbolische moeder van alle individuele zonen van de natie wordt genoemd. Zo ook met de geestelijke Joden: Alle wedergeboren individuele personen maken onderdeel uit van een hemelse organisatie, wat het collectief van alle zonen symboliseert die eruit geboren worden terwijl ze op aarde zijn.

Hiermee verband houdende vragen aangaande het terugkopen van Gods "vrouw" zullen besproken worden in volgende artikelen.


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman