In
de openingspagina's van de Bijbel (Genesis 3:15) maken
we kennis met een mysterieuze vrouw die het leven zal
schenken aan het slangvermorzelende messiaanse zaad van
God. Zoals later in profetie wordt onthuld, wordt de vrouw
afgebeeld als Jehovah's symbolische vrouw. In het laatste
boek van de Bijbel wordt onthuld dat Gods hemelse "vrouw"
uiteindelijk het leven zal schenken aan een mannelijk
kind dat de heerser over de wereld zal worden. Vanzelfsprekend
willen we de identiteit van deze speciale vrouw, die een
centraal figuur is in de ontvouwing van het heilige geheim
van God, achterhalen.
Het Wachttorengenootschap heeft lang geleerd dat de
"vrouw" een afbeelding is van Gods hemelse organisatie
van engelen - onderworpen en loyaal aan Jehovah als een
getrouwe vrouw. Jehovah's Getuigen geloven dat Gods op
een vrouw gelijkende organisatie van engelen het leven
schonk aan Christus toen hij van onder de engelen naar
de aarde kwam als het zogenaamde primaire zaad
van de vrouw.
De Wachttoren van 15 maart 1985 zegt op blz.
14 bijvoorbeeld het volgende: "Ten
einde het primaire "zaad" van de Grotere Abraham te worden,
was de eniggeboren Zoon van
God te voorschijn gekomen uit Jehovah's met een echtgenote
te vergelijken hemelse organisatie. Aldus werd zij voor
Gods Zoon als het ware een "moeder"."
Er zijn echter enkele moeilijkheden verbonden aan die
zienswijze. Het grootste probleem is dat de Bijbel duidelijk
zegt dat de "vrouw" een afbeelding is van een verbond.
Toen Paulus in het 4de hoofdstuk van Galaten bijvoorbeeld
het Joodse en Christelijke stelsel van aanbidding met
elkaar contrasteerde, vergeleek hij het wetsverbond met
Hagar en het nieuwe verbond met Sara, door te zeggen:
"want deze vrouwen betekenen twee verbonden."
Bij de leerstelling van het Wachttorengenootschap zouden
we de volgende vraag moeten stellen: Op welke wijze zijn
de engelen een afbeelding van een verbond?
En dat is niet alles. Een ander zichtbaar gebrek in
de huidige leerstelling van het Wachttorengenootschap
is dat de "vrouw" het leven schenkt aan diverse andere
zonen en dochters, naast Jezus Christus. In hetzelfde
4de hoofdstuk van Galaten schreef de geïnspireerde apostel
Paulus: Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en
dat is onze moeder. Want er staat geschreven: "Wees vrolijk,
gij onvruchtbare vrouw, die niet baart; breek uit en roep
luid, gij vrouw die geen barensweeën hebt, want de kinderen
van de eenzame vrouw zijn talrijker dan die van haar die
de man heeft." Wij nu, broeders, zijn kinderen die tot
de belofte behoren, evenals Isaäk."
Ondanks dat het begrijpelijk is dat we zijn gaan geloven
dat Jezus "te voorschijn gekomen is uit Jehovah's met
een echtgenoot te vergelijken hemelse organisatie,"
daar Jezus een voormenselijk bestaan kende als een geesteszoon;
hoe kunnen we echter rationaliseren dat de engelen zogenaamd
de individuele leden van de Christelijke gemeente "gebaard"
hebben? Ja, hoe konden de engelen "moeder" worden van
de gezalfden daar zij in geen enkele betekenis "te voorschijn
zijn gekomen" uit de hemel - zoals Christus? Het Wachttorengenootschap
blijkt geen redelijk antwoord te hebben op die vraag.
Een ander aspect van de leerstelling van het Wachttorengenootschap
dat zeer strijdig lijkt met de bijbelse beschrijving van
Gods vrouw is dat de organisatorische vrouw uit profetie
zich kortstondig Gods afkeuring op de hals haalt. Ja,
de profetieën wijzen erop dat Jehovah verontwaardigd wordt
op de vrouw voor haar ontrouwheid.
Beschouw het 54ste hoofdstuk van Jesaja eens, waaruit
de apostel Paulus rechtstreeks citeerde toen hij sprak
over de "moeder" van de zonen van God. De volgende verzen,
Jesaja 54:5-8, luiden als volgt: "Want uw Grote Maker
is uw echtgenoot-eigenaar, Jehovah der legerscharen
is zijn naam; en de Heilige Israëls is uw Terugkoper.
De God van de gehele aarde zal hij worden genoemd. Want
Jehovah heeft u geroepen alsof gij een vrouw waart
die geheel verlaten en bedroefd van geest was, en als
een vrouw uit de jeugdtijd die toen verworpen werd",
heeft uw God gezegd. "Voor een klein ogenblik heb ik u
geheel verlaten, maar met grote barmhartigheden zal ik
u bijeenbrengen. In een vloed van verontwaardiging heb
ik mijn aangezicht slechts een ogenblik voor u verborgen,
maar met liefderijke goedheid tot onbepaalde tijd wil
ik u barmhartig zijn", heeft uw Terugkoper, Jehovah, gezegd.
Hier volgen enkele vragen die nadenkende Bijbelonderzoekers
zouden moeten stellen: Wanneer heeft Jehovah ooit zijn
hemelse engelen verlaten - zelfs maar "voor een klein
ogenblik" - zoals de profetie zegt? Ten tweede, waarom
zou Jehovah zijn aangezicht "in een vloed van verontwaardiging"
verbergen voor een dergelijke getrouwe organisatie, daar
Gods engelen altijd getrouw aan hem zijn geweest? En ook,
waarom zou Jehovah hun Terugkoper moeten worden
terwijl de engelenzonen altijd getrouw aan zijn zijde
hebben gestaan?
Natuurlijk verklaart het Wachttorengenootschap dat God
niet echt verontwaardigd werd op de "vrouw," maar
hij eenvoudig boos wordt op de aardse zonen van de vrouw,
wat volgens ons in 1918 plaats heeft gevonden. Maar, dat
is niet precies de wijze waarop het in profetie beschreven
staat.
Er zitten duidelijk enkele onbevredigende kanten aan
de huidige leerstelling van het Wachttorengenootschap
met betrekking tot de identiteit van de "vrouw".
Daar de symbolische vrouw een integraal onderdeel is
van profetie en "geen profetie der Schrift door enige
eigen uitlegging ontstaat", zoals de apostel
Petrus onder inspiratie schreef, is het logisch dat geen
mens (of lichaam van mensen) zelf profetie kan interpreteren.
Profetie kan enkel geïnterpreteerd worden door God zelf.
Of anders gezegd: Gods Woord interpreteert zichzelf
en de enige manier waarop Gods dienaren de ware betekenis
ervan kunnen begrijpen is door de eigen zelfinterpreterende
innerlijke harmonie van de Bijbel te ontdekken.
Met die essentiële waarheid in gedachte: Als de "vrouw"
uit profetie Gods organisatie van engelen is, dan moet
er toch zeker enig bewijs voor te vinden zijn in de Schrift
- anders zwichten we voor een "eigen uitlegging"
die enkel op vermoedens is gebaseerd.
Dus, spreekt de Bijbel waar maar ook over het
lichaam van engelen als zijnde Jehovah's samengestelde
organisatorische vrouw? Het antwoord is nee. In de 114
plaatsen in de Bijbel waar het woord "engelen" (meervoud)
gebruikt wordt en de 219 plaatsen waar het woord "engel"
(enkelvoud) verschijnt, bestaat er geen precedent waarbij
de engelen worden afgebeeld als Jehovah's zogenaamde op
een vrouw gelijkende organisatie. Daarom bestaat er geen
schriftuurlijke rechtvaardiging voor onze interpretatie.
Maar, als de hemelse "vrouw" geen afbeelding is van
de engelenfamilie, wat symboliseert ze dan?
Wanneer we terugkeren naar Galaten 4:24-26 vinden we
de geïnspireerde Bijbelse interpretatie van zijn eigen
symbolisme. Paulus schreef met betrekking tot Hagar en
Sara het volgende: "Deze dingen vormen een symbolisch
drama, want deze vrouwen betekenen
twee verbonden: het ene, afkomstig van de berg
Sinaï, brengt kinderen ter slavernij voort, en dat is
Hagar. Deze Hagar nu betekent Sinaï, een berg in Arabië,
en zij komt overeen met het tegenwoordige Jeruzalem, want
zij is met haar kinderen in slavernij. Maar
het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is onze moeder."
De Wachttoren van 15 maart 1985 zegt het volgende
over het hierboven geciteerde vers: "Volgens
Paulus' brief aan de Galáten beeldde die figuurlijke "vrouw"
iets af,
maar hij zegt niet dat zij
een verbond of verdrag afbeeldt. Een verbond
zou niet getroost kunnen worden. In plaats daarvan laat
Paulus zien dat de tegenbeeldige "vrouw" iets levends
is, als een "moeder", net als de "echtgenoot-eigenaar",
Jehovah, een levende Persoon is die met verstand begaafd
is en vertroosting kan geven."
Vreemd genoeg lijkt het Wachttorenartikel in rechtstreekse
tegenspraak te zijn met de Bijbel. De Wachttoren zegt
dat Paulus "niet zegt dat zij een verbond afbeeldt,"
terwijl de apostel Paulus uitdrukkelijk zegt: "deze
twee vrouwen betekenen twee verbonden."
De redenatie in de Wachttoren is echter juist. Een verbond
kan niet getroost of vertroost worden - alleen iets levends
kan verstroost worden. En zoals Paulus verder zei beelden
Hagar en Sara niet alleen "twee verbonden" af,
maar "komen ze overeen" met twee steden - of organisaties.
De symbolische "vrije" vrouw is daarom een organisatie
die voortkomt uit het verbond.
De twee verbonden die door Hagar en Sara afgebeeld worden,
zijn respectievelijk het Wetsverbond en het Abrahamitische
verbond. Het Wetsverbond bracht de vleselijke natie Israël
voort met haar hoofdstad Jeruzalem, alsook de mens Jezus,
die krachtens zijn menselijke moeder onder de Joodse Wet
kwam te staan. Het Abrahamitische verbond echter, wat
volgens Paulus voorafging aan het Wetsverbond, bracht
Jezus Christus voort - de wedergeboren Zoon van
God. Als het kind van een belofte, zoals ook Sara's zoon
Isaäk was, werd Jezus Christus uit God geboren toen hij
gezalfd werd met heilige geest. Dit vond plaats buiten
de grenzen van het Wetsverbond.
Dientengevolge werd Jezus wedergeboren als een door
de geest verwekte zoon van God zodat het verbond dat God
met Abraham gesloten had, vervuld werd. Daarom werd hij
bij zijn doop het zaad van de vrouw - niet bij zijn menselijke
geboorte. Het is daarom duidelijk dat de engelen niet
de vrouw zijn die het zaad voortbrengt.
Toegegeven, bij Jezus' menselijke geboorte plaatste
God het leven van zijn eerstgeboren hemelse zoon over
naar de schoot van Maria, hem aldus wegnemend van onder
zijn familie van engelenzonen. Maar Jezus' wedergeboorte
bij zijn zalving kan slechts indirect worden toegeschreven
aan het feit dat hij eens van onder de engelen afkomstig
was. Daar het verbond dat God met Abraham sloot erin resulteerde
dat Jezus de Messias werd, kan er worden gezegd dat het
verbond zélf de moeder van Christus is - de vrouw
derhalve.
Maar waarom verwees Paulus naar de moeder van alle
gezalfde Christenen als het "Jeruzalem dat boven is"?
Zoals reeds eerder beredeneerd, komen gezalfde Christenen
in geen enkele betekenis "voort uit" de hemelse engelenorganisatie.
Het Jeruzalem dat boven is wordt de moeder van de gezalfde
Christenen genoemd, omdat God vanaf het begin de bedoeling
had een nieuwe schepping in de hemelen te creëren. Jezus,
als de eerste nieuwe schepping, was na zijn zalving gerechtigd
in de hemel te leven. Dat is de betekenis van door de
geest verwekt of gezalfd worden. Verder is het verbond
dat Christus voortbracht een regeling van God om een onsterfelijke,
op een stad gelijkende, hemelse organisatie te scheppen
met gebruikmaking van sterfelijke aardse personen. Net
zoals het Wetsverbond een natie voortbracht - waarmee
het een "moeder" werd voor vele besneden Joden, zo brengt
ook het nieuwe verbond een geestelijke natie voort
die gevormd wordt door gezalfde volgelingen van Christus.
Bij hun zalving wordt elke wedergeboren zoon van God
een "genaturaliseerde" inwoner van het Jeruzalem dat boven
is - ondanks dat ze zich fysiek nog op de aarde
bevinden. In Filippenzen 3:20 schreef Paulus: "Wat
ons betreft, ons burgerschap bestaat in de hemelen."
Daarom worden gezalfde Christenen terwijl ze nog in het
vlees zijn ook beschreven als "inwonende vreemdelingen",
omdat ze vanuit Gods perspectief bezien feitelijk inwoners
van de hemel zijn die enkel vertoeven in een vreemd land
(aarde).
In Hebreeën 12:22-24 beschrijft de apostel de gezalfde
gemeente als "ingeschreven in de hemelen": "Maar
gij zijt genaderd tot een berg Sion en een stad van de
levende God, het hemelse Jeruzalem, en myriaden engelen,
in algemene vergadering, en de gemeente van de eerstgeborenen,
die ingeschreven zijn in de hemelen, en God, de
Rechter van allen, en de geestelijke levens van rechtvaardigen
die tot volmaaktheid zijn gebracht, en Jezus, de middelaar
van een nieuw verbond."
Merk alsjeblieft op dat Hebreeën niet zegt dat de Berg
Sion en het hemelse Jeruzalem een organisatie is die bestaat
uit engelen van God. De engelen zijn enkel aanwezig. De
Berg Sion en de stad van de levende God is het hemelse
Jeruzalem dat Jehovah geschapen heeft om een nieuwe schepping
voort te brengen.
Zoals dat het geval was bij het vleselijke Israël: Jehovah's
verbond met de Joden stichtte een nationale instelling
- een organisatie - die in profetie de symbolische moeder
van alle individuele zonen van de natie wordt genoemd.
Zo ook met de geestelijke Joden: Alle wedergeboren individuele
personen maken onderdeel uit van een hemelse organisatie,
wat het collectief van alle zonen symboliseert die eruit
geboren worden terwijl ze op aarde zijn.
Hiermee verband houdende vragen aangaande het terugkopen
van Gods "vrouw" zullen besproken worden in volgende artikelen.