Blijf Waakzaam! is de titel van een brochure die in 2004 is uitgegeven door het Wachttoren Bijbel en Traktaatgenootschap. De subtitel van de brochure stelt de vragen: “Waarom? Wat maakt het zo dringend?”
In antwoord op de vraag – waarom we moeten waken? – herhaalt de brochure de aangenomen leerstelling van het Wachttorengenootschap dat 1914 het begin van de regering van Gods koninkrijk en de start van het besluit van het samenstel van dingen markeerde. Het komt erop neer dat Jehovah's Getuigen is laten geloven dat het teken van Christus' tegenwoordigheid de afgelopen eeuw zichtbaar is geweest. Het is ironisch dat het Wachttorengenootschap, zonder het zich te realiseren, christenen ertoe gebracht heeft minder waakzaam te zijn!
Hoe dat zo?
Omdat christenen juist de aankomst en tegenwoordigheid van Christus zouden moeten verwachten. Wanneer Christus echter een eeuw geleden is aangekomen – zoals Jehovah's Getuigen geloven – lijkt dit elke verdere alertheid uit te sluiten.
Neem nu bijvoorbeeld de interpretatie van het Wachttorengenootschap van de illustratie van de 10 maagden. In het 25ste hoofdstuk van Mattheüs zei Jezus het volgende:
“Dan zal het koninkrijk der hemelen gelijk worden aan tien maagden die hun lampen namen en de bruidegom tegemoet gingen. Vijf van hen waren dwaas en vijf waren beleidvol. Want de dwaze namen wel hun lampen mee, maar geen olie, terwijl de beleidvolle met hun lampen tevens olie in hun vaten meenamen. Toen nu de bruidegom uitbleef, dommelden zij allen in en vielen in slaap. Maar midden in de nacht weerklonk een roep: 'Daar is de bruidegom! Gaat uit hem tegemoet.' Toen stonden al die maagden op en maakten hun lampen in orde. De dwaze zeiden tot de beleidvolle: 'Geeft ons wat van uw olie, want onze lampen gaan bijna uit.' De beleidvolle antwoordden en zeiden: 'Misschien is er net niet genoeg voor ons en u. Gaat in plaats daarvan naar hen die ze verkopen en koopt voor uzelf.' Terwijl zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en de maagden die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar het bruiloftsfeest; en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de overige maagden en zeiden: 'Heer, heer, doe ons open!' Hij gaf ten antwoord: 'Voorwaar, ik zeg u: Ik ken u niet.'”
Jezus besloot zijn illustratie door de discipelen tot het volgende aan te moedigen: “Waakt daarom voortdurend, want gij weet noch de dag noch het uur.”
Beschouw nu eens het commentaar van het Wachttorengenootschap op Jezus' illustratie. In het boek Gods Duizendjarige Koninkrijk is Nabij Gekomen (1973) besteedde het Genootschap bijna twee hoofdstukken aan dit onderwerp – waarin de illustratie tot in detail werd uiteengezet. Hier volgt een citaat van blz. 205:
“Jezus vertelde de gelijkenis van de „tien maagden” in verband met het antwoord op de vraag van zijn apostelen: „Wat zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid [parousía] en van het besluit van het samenstel van dingen?” (Matthéüs 24:3) Het hoogtepunt van die gelijkenis vindt zijn vervulling sinds het jaar 1914 G.T. (…) Op zijn minst hebben degenen die tot de „beleidvolle” maagdklasse behoren, deze betekenisvolle gebeurtenissen waargenomen en voor hen vormen ze het overtuigende bewijs dat de hemelse Bruidegom in 1914 G.T. gekomen is en dat wij thans in de tijd van zijn onzichtbare parousie of tegenwoordigheid leven. Zij onderscheiden zijn tegenwoordigheid met hun ogen des geloofs wegens de bewijzen die door middel van de vervulling van de gelijkenis van de „tien maagden” worden verschaft. Zij zijn ervan overtuigd dat het „besluit van het samenstel van dingen” in het jaar 1914 G.T. is begonnen.”
Op die wijze is Jehovah's Getuigen laten geloven dat de hemelse Bruidegom uit de illustratie in 1914 is aangekomen en gebeurtenissen in werking heeft gesteld die zich nu nog steeds langzaam ontvouwen. Als gevolg daarvan maakt het Wachttorengenootschap de onbekende dag en het uur van Christus' komst irrelevant door het tot een gebeurtenis uit het verleden te maken – in plaats van een toekomstige gebeurtenis.
Als de Bruidegom echter al aangekomen is, zouden we moeten concluderen dat beide groepen van de oorspronkelijke wijze en dwaze maagden de bruiloftszaal niet bereikt hebben, daar ze alle gestorven zijn voordat het bruiloftsfeest zelfs maar begonnen is. Dat komt omdat er heden ten dage geen personen in leven zijn die vóór 1914 gezalfd werden, het jaar waarin Christus zogenaamd aangekomen is. Zelfs de oudste man in het Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen (Cary Barber – 100 jaar oud) was zelfs nog maar een kleine jongen in 1914. Dat scenario komt eenvoudig niet overeen met de details uit de illustratie. De dwaze maagden uit Jezus' illustratie die aanwezig waren bij de opschrikkende aankondiging van de op handen zijnde aankomst van de Bruidegom, miste het bruiloftsfeest omdat ze weggingen om olie voor hun lampen te gaan kopen – onderwijl ontmoetten de wijze maagden de bruidegom en werden ze begeleid naar het bruiloftsfeest en werd de deur gesloten.
Het belangrijke punt uit de illustratie is dat de dwaze maagden onvoorbereid waren op de aankomst van de bruidegom en er eenvoudig te weinig tijd was om zich nog voor te bereiden op het moment dat de maagden gezegd werd op weg te gaan om hem te ontmoeten. Wanneer Christus echter in 1914 is aangekomen, zoals Jehovah's Getuigen geloven, zou je denken dat de dwaze maagden meer dan genoeg tijd zouden hebben om olie voor hun lampen te gaan kopen – ja, bijna 100 jaar!
Het Wachttorengenootschap leert dat de figuratieve deur naar het bruiloftsfeest nog steeds geopend is en pas gesloten zal worden aan het begin van de Grote Verdrukking, ondanks dat Jezus in 1914 is aangekomen. De cruciale vraag die tot nog toe niet door het Wachttorengenootschap is beantwoord, is: Hoe moeten we Jezus' besluitende waarschuwing begrijpen – “waakt voortdurend”? Moeten we waakzaam blijven voor het sluiten van de deur naar het bruiloftsfeest of moeten we waakzaam blijven voor de komst van Bruidegom? Jehovah's Getuigen is laten geloven dat de Bruidegom reeds gekomen is en dat we wachten op het sluiten van de deur naar het bruiloftsfeest. Het Genootschap publiceerde het volgende in de eerder genoemde publicatie:
“Ons geloof in de aankomst en tegenwoordigheid van de Bruidegom moet sterk blijven en wij moeten blijven voorttrekken in de met lampen verlichte feeststoet die de Bruidegom volgt totdat hij zijn „bruid”-gemeente naar zijn huis heeft gebracht. De lange tijd waarin de Bruidegom was uitgebleven, is voorbij. Hij is hier, in zijn glorierijke parousie. De tijd van sluimering en slaap is voorbij! Het is de tijd om tot zijn eer te schijnen en in de vreugde te delen die zijn hemelse Vader hem in het vooruitzicht heeft gesteld, namelijk zijn geestelijke „bruid” tot zich te nemen en dit met een bruiloftsfeest te vieren. Het is thans gebiedend noodzakelijk waakzaam te blijven, want wij weten noch de dag noch het uur waarop die „deur” der gelegenheid gesloten en nooit meer geopend zal worden.”
Maar hoe kan het dat “de lange tijd waarin de Bruidegom was uitgebleven voorbij is”? Is het ook maar enigszins logisch dat een eeuwenlange uitblijving van de komst van de gezalfde Bruidegom eindigde in 1914 om daarna slechts opgevolgd te worden door een andere uitblijving terwijl de wijze maagden op weg gaan naar het bruiloftsfeest – om slechts onderweg te sterven? En niet alleen dat, maar in de illustratie staat dat “later ook de overige maagden” naar het bruiloftsfeest “kwamen”, maar de deur gesloten zagen. Het is daarom duidelijk dat de dwaze maagden die aanwezig zijn op het moment dat de Bruidegom in het midden van de nacht arriveert evenzo aanwezig zijn wanneer de deur wordt gesloten.
De interpretatie van het Wachttorengenootschap is eenvoudig onhoudbaar .
Zonder twijfel is de illustratie nog geen realiteit geworden. De doezelende maagden zijn nog niet gewekt door de aansporende roep dat de Bruidegom in het midden van de nacht is aangekomen.
Deze dwaze maagden moeten dus gezalfde Christenen zijn die op dit moment leven en die hun verlichtende geestelijke olie niet hebben bijgevuld. Zonder twijfel is de leerstelling dat de meester reeds is aangekomen één van de voornaamste redenen dat de dwaze maagden hebben nagelaten hun olievoorraad bij te vullen. Geen wonder dat Jezus de nadruk legde op waakzaamheid en voorbereiding!
Ja, Jezus waarschuwde zijn discipelen er specifiek voor niet misleid te worden door valse aankondigingen dat “de bestemde tijd nabij [is] gekomen.” De ingewikkelde 1914 leerstelling van het Wachttorengenootschap lijkt juist dat te doen – een soort van schijn parousia! De grootste ironie is dat de nep parousia onmiddellijk vooraf gaat aan de echte .
Dat velen van de toekomstige bruidsklasse een grote teleurstelling te wachten staat, wordt duidelijk uit Christus' scherpe waarschuwing aan de gemeente van Sardis gedurende de dag des Heren:
“Deze dingen zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: 'Ik ken uw daden, dat gij de naam hebt levend te zijn, maar gij zijt dood. Word waakzaam en versterk de overige dingen, die op het punt stonden te sterven, want ik heb bevonden dat uw daden niet ten volle verricht zijn voor het oog van mijn God. Bedenk daarom steeds hoe gij ontvangen en hoe gij gehoord hebt, en blijf het bewaren en heb berouw. Beslist, indien gij niet ontwaakt, zal ik komen als een dief, en gij zult geenszins weten op welk uur ik u zal overvallen.'”
Uit Openbaring moet echter worden opgemerkt dat sommigen van Christus' discipelen niet zijn voorbereid op zijn komst als een dief, op een uur dat onbekend is – ja, zij zijn geestelijk in slaap. Dat is exact dezelfde geestelijke toestand als waarin de 10 maagden zich bevinden wanneer de aankondiging van de komst van de Bruidegom hen uit hun slaap wekt. (Het is niet toevallig dat de apostelen in slaap vielen in de Hof van Gethsémané op het kritieke uur van Christus' arrestatie.)
Het moet daarom duidelijk zijn dat het uur van Christus' komst als een dief nog niet gekomen is. Zijn komst zal resulteren in een grote zifting en scheiding, wat wordt geïllustreerd door het verhaal over de wijze en dwaze maagden.
Het is duidelijk dat Jehovah's Getuigen misleid zijn door degenen die erover pochen en snoeven dat zij Jehovah's enige communicatiekanaal zijn. En erger, het Genootschap gebruikt haar macht over de organisatie om elke discussie over haar leerstellingen de kop in te drukken – behalve op de manier die door Bethel zelf wordt aangegeven. Als gevolg daarvan wordt een ieder die openlijk de bedrieglijke leerstellingen van het Wachttorengenootschap aan de kaak stelt terstond als afvallige en als iemand die “verdeeldheid veroorzaakt” uit de gemeente gesloten. Er is een situatie ontstaan waarin Jehovah's Getuigen leugens moeten geloven en onderwijzen willen ze een goede reputatie in de gemeente behouden.
Het Wachttorengenootschap lijkt zich het meest druk te maken om het behouden van de status quo. De nadruk die op organisatorische loyaliteit en gehoorzaamheid aan elke uitspraak van het Genootschap wordt gelegd, maakt het voor personen binnen Bethel vrijwel onmogelijk zich uit het web van foutieve interpretaties te worstelen waarmee de organisatie omfloerst is. Het Wachttorengenootschap is erin geslaagd een organisatie van jaknikkers te vormen die zich meer zorgen maken om hun positie binnen de organisatie dan het onderwijzen van de waarheid.
Jesaja 56:10, 11 lijkt de wachters van het Wachttorengenootschap nauwkeurig te beschrijven:
“Zijn wachters zijn blind. Geen van hen heeft nota genomen. Zij allen zijn stomme honden; zij kunnen niet blaffen, zij hijgen, liggen neer, hebben het sluimeren lief. Zij zijn zelfs honden die een sterke zielsbegeerte hebben; zij hebben geen verzadiging gekend. Zij zijn ook herders die niet hebben geweten hoe zij iets moeten verstaan.”
Wordt vervolgd...