Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
   

1 September 2005

 
 

 

 

 

 

Opties
Print Essay
Download Essay *


* Vereist Adobe Acrobat Reader 5 of nieuwer, gratis te downloaden vanaf Adobe.com


 

Om even terug te komen op de brochure Blijf Waakzaam van het Wachttorengenootschap - en gelet op het feit dat het Jehovah's Getuigen altijd geleerd is dat het teken van Christus' tegenwoordigheid sinds 1914 duidelijk zichtbaar is, waar moeten we precies waakzaam voor zijn? Volgens de brochure van het Wachttorengenootschap is het voor christenen geboden de vernietiging van Babylon de Grote te blijven verwachten. In het bijzonder, op pagina 12, stelt het Genootschap:

“Wat staat ons te wachten? Nog een “dag van Jehovah”, die veel verstrekkender is (2 Petrus 3:11-14). God heeft het oordeel uitgesproken over “Babylon de Grote”. Volgens Openbaring 14:8 zegt een engel: “Babylon de Grote is gevallen.” Dat is al gebeurd. Ze kan aanbidders van Jehovah niet langer vasthouden. Haar eigen corruptie en betrokkenheid bij oorlog zijn overal aan het licht gekomen."

In welk opzicht is Babylon de Grote al gevallen? De brochure beweert eigenlijk alleen maar dat ze Jehovah's aanbidders niet langer kan vasthouden. Maar is dat ook zo? Hoewel de brochure geen details verschaft hoe Babylon de Grote in het verleden Jehovah's aanbidders heeft vastgehouden, geeft het Genootschap op een andere plaats de volgende verklaring:

“Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog overtraden haar vertegenwoordigers op aarde — gezalfde christenen — ongewild Jehovah's wet doordat zij geen juist begrip hadden van de ware christelijke neutraliteit. Zij verloren Gods gunst en raakten in geestelijke gevangenschap aan „Babylon de Grote”, het wereldrijk van valse religie (Openbaring 17:5). Hun toestand van slavernij bereikte in juni 1918 een hoogtepunt toen acht leden van de staf van het Wachttorengenootschap gevangen werden gezet op valse beschuldigingen, waaronder samenzwering. Op dat punt kwam er vrijwel een eind aan de georganiseerde prediking van het goede nieuws. Maar in 1919 klonk er een doordringende oproep tot geestelijke waakzaamheid.“ (Jesaja's profetie Deel II, blz.181)

Het is niet erg duidelijk hoe het Wachttorengenootschap in 1918 dan wel in “geestelijke gevangenschap” is geraakt. Betekent alleen de toestand van gevangenschap tevens geestelijke slavernij aan de overweldiger? Als dat zo is betekent het dat de apostel Paulus in de 1 ste eeuw ook in geestelijke slavernij verkeerde, en toch schreef hij klaarblijkelijk enkele van zijn geschriften terwijl hij een gevangene in Rome was. Dat zou ook betekenen dat het boek der boeken op het gebied van profetie - Openbaring - door Johannes werd geschreven terwijl hij wegkwijnde in “geestelijke slavernij” op het eiland Patmos.

In Openbaring waarschuwde Jezus zijn navolgers van te voren dat de Duivel zou “voortgaan sommigen van u in de gevangenis te werpen.” Het moge duidelijk zijn dat fysieke gevangenschap niet noodzakelijkerwijs betekent dat een christen Gods gunst verloren heeft. Integendeel, christelijke getuigen van Jehovah achten het een voorrecht op die manier voor Christus te lijden.

Afgezien daarvan weerhield de arrestatie en gevangenzetting van 8 functionarissen het Wachttorengenootschap er destijds absoluut niet van haar boodschap bekend te maken. Feitelijk heeft De Wachttoren nooit een uitgave gemist - zelfs gedurende de tijd dat haar leidende mannen in de gevangenis zaten. Dus hoe werd het Wachttorengenootschap dan een “beperking” opgelegd? In werkelijkheid was er geen beperking die de Bijbelonderzoekers weerhield in het openbaar te prediken. Iedere vorm van vertraging in hun activiteit was kennelijk zelfopgelegd. Misschien dat sommige Bijbelonderzoekers destijds bang of zelfs ontmoedigd werden, maar hoe kun je dat vergelijken met de slavernij van de Joden aan Babylon?

En niet alleen dat, maar sinds 1919, na de tijd dat Jehovah's Getuigen meenden voor altijd van iedere vorm van onderdrukking te zijn bevrijd, hebben bepaalde onderdelen van de christenheid duidelijk hun invloed in de politieke sfeer in zekere delen van de wereld gebruikt om zeer reële druk op Jehovah's Getuigen uit te oefenen. Moskou is het meest recente en vermeldenswaardige voorbeeld. Volgens het 16 pagina's tellende persbericht van het Wachttorengenootschap dat het verbieden van Jehovah's Getuigen in Moskou documenteert, blijkt duidelijk dat de Russische Orthodoxe Kerk behoorlijk succesvol is in het veroorzaken van beperkingen op de activiteiten van Jehovah's Getuigen.

In werkelijkheid werd het Wachttorengenootschap in 1918 geen beperking opgelegd - zoals algemeen wordt aangenomen. En in tegenstelling tot de bewering dat de christenheid niet de macht heeft Jehovah's Getuigen te onderdrukken laat de werkelijkheid anders zien.

De werkelijkheid is dat Jehovah's machtige engelen nog niet de val van Babylon de Grote en het begin Jehovah's vreselijke uur van oordeel hebben aangekondigd. Hoe we dat weten? Door aan de hand van de schrift te redeneren en schijnbare “geïnspireerde uitspraken” aan een onderzoek te onderwerpen - zoals christen de verplichting hebben te doen - en zodoende wordt het onloochenbaar duidelijk dat de profetische leringen van het Genootschap niets anders dan “een werking van dwaling” is.

Beschouw de context van het 14de hoofdstuk van Openbaring eens nader - waarover het Genootschap nadrukkelijk leert dat het reeds zijn vervulling heeft beleeft:

“En ik zag een andere engel in het midden van de hemel vliegen, en hij had eeuwig goed nieuws, om dat als blijde tijdingen bekend te maken aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie en stam en taal en elk volk, en hij zei met een luide stem: „Vreest God en geeft hem heerlijkheid, want het uur van het oordeel door hem is gekomen, en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.” En een andere, een tweede engel, volgde en zei: „Ze is gevallen! Babylon de Grote is gevallen, zij die alle natiën van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft doen drinken!” En een andere engel, een derde, volgde hen en zei met een luide stem: „Indien iemand het wilde beest en zijn beeld aanbidt en een merkteken aan zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die ongemengd in de beker van zijn gramschap is ingeschonken, en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en ten aanschouwen van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en dag noch nacht hebben zij rust, zij die het wilde beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt. ”

De val van Babylon de Grote is gekoppeld aan de komst van het uur van oordeel door God. Volgens Openbaring zitten er twee kanten aan Gods oordeel. Eén aspect is dat mensen worden aangemoedigd God te aanbidden en eer te geven. Aan de andere kant moet iemand, om God op een acceptabele manier te dienen, aanbidding van het wilde beest of zijn beeld vermijden. Het oordeel van elk individu is er op gebaseerd of hij of zij Jehovah of het beest aanbidt. De vraag waar alles om draait is: Is het oordeel al begonnen of ligt het nog in de toekomst? Het is geen verrassing dat het Wachttorengenootschap volhoudt dat het uur van oordeel al begonnen is. Feitelijk leert het Genootschap dat het uur van oordeel bij twee verschillende gelegenheden begon! Het volgende is een fragment uit Jehovah zelf is koning geworden wat dit onderwerp bespreekt: (pagina 240)

Het boek De Openbaring – Haar grootste climax is nabij! legt uit dat de naties al onder dwang het beest aanbidden en dat de mensheid sinds 1922 verdoemd is:

“Er wordt dwang op de mensheid uitgeoefend om het merkteken van het wilde beest te aanvaarden, met het oogmerk dat „niemand zou kunnen kopen of verkopen, behalve wie het merkteken heeft, de naam van het wilde beest of het getal van zijn naam” Maar hiervoor moet een prijs worden betaald! Jehovah beschouwt degenen die het merkteken aanvaarden, als personen die geslagen zijn met „een schadelijke en kwaadaardige zweer”. Sedert 1922 zijn zij in het openbaar gekentekend als personen die de levende God verworpen hebben.”

Beschouw nu eens wat de Wachttoren van 1 januari 1984 te zeggen had met betrekking tot het scharlakengekleurde beest dat uit de afgrond oprees:

“Dat symbolische „wilde beest” stond eerst bekend als de Volkenbond. Het verdween gedurende de Tweede Wereldoorlog, in de jaren 1939-1945, in de afgrond van inactiviteit en steeg vervolgens, na die oorlog, in de vorm van de Verenigde Naties uit de afgrond op. Sinds 1945 bestaat er derhalve een gevaarlijke situatie die invloed zou kunnen uitoefenen op iemand die eeuwig leven op een paradijsaarde tracht te verwerven. Hij zou ertoe misleid kunnen worden een handelwijze te volgen waardoor hij er niet voor in aanmerking komt dat zijn naam op „de rol des levens” wordt geschreven.”

Ongelofelijk, want het Wachttorengenootschap heeft niet alleen twee verschillende interpretaties van het beest uit de afgrond, zij heeft ook twee verschillende data aangewezen als het begin van het oordeel - 1922 en 1945!

Maar de tegenstelling daargelaten, als welke van de data dan ook correct is, is de echte vraag waarom Gods oordeel zo grillig is! Wist de onpartijdige Rechter van de hele aarde zomaar harteloos iemands naam uit het boek des levens alleen omdat ze eens tijdelijke ondersteuners van het politieke systeem waren? Meer nog, is het redelijk dat Gods eeuwigdurende veroordeling zou neerkomen op hen die misschien in “bewondering hebben opgekeken” naar het politieke systeem in de nasleep van WO I; of dat enkelen wellicht de Verenigde Naties met bewondering hebben bekeken sinds 1945?

Wanneer de interpretatie van het Wachttorengenootschap juist is zou het betekenen dat iedereen die zelfs maar de, nu niet meer bestaande, Volkenbond ondersteunde al sinds 1945 veroordeeld is tot de eeuwige dood! In werkelijkheid is de lering van het Wachttorengenootschap godslasterlijk want het maakt Jehovah's oordeel willekeurig en onbeduidend. Maar zoals Paulus zou zeggen: Moge dat nooit geschieden!

Gegeven het feit dat het symbolische kenmerk van het beest permanent is en resulteert in Gods onomkeerbare veroordeling, is het voor een ieder met het teken van het beest niet mogelijk ooit berouw te hebben en Jehovah's goedkeuring te winnen. Het is dus duidelijk dat op dit moment nog niemand het kenmerk van het beest heeft. Anders zou het voor iedereen die in het verleden ooit het politieke systeem heeft ondersteund onmogelijk zijn berouw te hebben en redding te verwerven. Maar het is een feit dat grote aantallen Jehovah's Getuigen vroeger tamelijk actief waren in het ondersteunen van het huidige politieke systeem, zelfs dienst namen in het leger, daarmee aantonend dat de interpretatie van het Wachttorengenootschap een vergissing is.

Jehovah is de God van Rechtvaardigheid. Zijn oordelen zijn niet willekeurig. Zijn rechterlijke beslissing legt de veroordeling tot eeuwige dood op aan een ieder die het wilde beest of zijn beeld aanbidt na het punt dat het wilde beest weer tot leven komt en zijn beeld op miraculeuze wijze tot leven komt - omdat iets dergelijks op dat moment te doen een ondubbelzinnige afwijzing van Christus als regeerder zal betekenen.

De bewering dat de Anglo-Amerikaanse kop van het beest tijdens de Eerste Wereldoorlog werd getroffen door de profetische dodelijke slag is eenvoudig niet op de werkelijkheid gebaseerd. Net zo is de veronderstelling van het Wachttorengenootschap dat enkel de oprichting van de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog op de een of andere manier het begin van het vreselijke oordeel door Jehovah was ook onrealistisch en onschriftuurlijk. Verder is het ook onredelijk dat God de mensheid zou oordelen op grond van hun houding ten opzichte van de betrekkelijk machteloze en onbetekenende VN.

Zoals het er nu voorstaat kunnen we geen historische gebeurtenis in de moderne geschiedenis aanwijzen die een dergelijke vergaand en definitief omslagpunt zou markern, zoals in de profetie wordt omschreven. Het is daarom duidelijk dat de omstandigheden rond de dood en de wederopleving van de kop van Satans politieke wilde beest een volledig unieke omstandigheid is die het toekomstige begin van Jehovah's grote Dag des Oordeels markeert.

(Einde aanhaling)

De gevolgen van de foutieve interpretatie van het Wachttorengenootschap moeten niet worden onderschat. Als het beest uit Openbaring de voorzegde zwaardslag nog niet heeft gehad, en dat heeft het zeker niet, dan ligt het voor de hand dat het beest ook nog niet op miraculeuze wijze opgeleefd en uit de afgrond opgestegen is. De betekenis daarvan is dat het beest vanuit de afgrond oorlog voert tegen Gods dienaren en hen overwint.

Na verteld te hebben hoe het beest van de dodelijke slag genas, zegt Openbaring 13-7-8: “En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen, en hem werd autoriteit gegeven over elke stam en elk volk en elke taal en natie. En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden; de naam van niet één van hen staat sedert de grondlegging der wereld geschreven in de boekrol des levens van het Lam, dat geslacht werd.”

Het Wachttorengenootschap houdt vol dat de profetie vervuld werd toen het beest de heiligen in 1918 overwon - en schrijft de betreffende omstandigheden toe aan de situatie rond de arrestatie van broeder Rutherford en metgezellen, wat naar wordt verondersteld neerkwam op geestelijke gevangenschap aan Babylon de Grote.

De ‘geïnspireerde uitspraken' van het Genootschap kunnen echter eenvoudigweg niet de proef, als zijnde authentieke en betrouwbare leringen van God, doorstaan. Tegengesteld aan de verwachtingen van Jehovah's Getuigen is wat ons te wachten staat de geplande ineenstorting van de Anglo-Amerikaanse, dualistische wereldmacht en de oprichting van een niet-democratische, totalitaire wereldregering. Dat is waar de profetieën op wijzen. En het is in die context dat het oordeel over het huis van God begint; onmiddellijk gevolgd door het uur van oordeel over de wereld.

De werking van dwaling die de hele profetische interpretatie van het Wachttorengenootschap doordringt staat garant dat de openbaring van Jehovah's oordeel zo plotseling en onverwacht als een dief in de nacht zal komen voor degenen die zichzelf als zeer verlicht beschouwen. Dat komt omdat de tot in details uitgewerkte uitleg van de Schrift in de eerste plaats bedoeld is zichzelf buiten het brandpunt van Jehovah's oordeel te plaatsen. In dat opzicht zal die zich als totaal ontoereikend openbaren. Jesaja heeft het zeer goed passend geïllustreerd: Want het rustbed is te kort gebleken om er zich op uit te strekken, en zelfs het geweven laken is te smal wanneer men zich erin wikkelt.“


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman