| |
Week van: 13 t/m 19 Oktober 2003
|
| Wat vind je ervan dat
de Wachttoren geleerden en de Kerk Vaders verkeerd citeert
om zodoende de indruk te geven dat deze geleerden en Kerk
Vaders de mening van de Wachttoren ondersteunden? Julius Mantey
(Grieks geleerde voor meer dan 60 jaar) werd bijvoorbeeld
zo grof verkeerd geciteerd door de WT dat hij een formele
brief aan hen moest schrijven waarin hij vroeg of ze hem nooit
meer wilde citeren. Of neem bijvoorbeeld Ignatius, Polycarpus
en anderen bij wie de Wachttoren stukjes en beetjes van citaten
tracht samen te voegen door gebruik te maken van [...] en
er zodoende een betekenis aan geven die door de schrijvers
niet was bedoeld. Is het acceptabel om op deze manier verkeerd
te citeren? |
|
|
|
Zonder het zelf
persoonlijk te hebben onderzocht maar het even als waarheid
aannemend, is het antwoord natuurlijk dat het fout is van
de Wachttoren om anderen verkeerd te citeren. Het is niet
alleen fout, het is ook volledig onnodig een geleerde of
zogenoemde Kerk Vader ofwel goed of verkeerd te citeren
om zodoende leerstellingen te ondersteunen die zouden moeten
staan of vallen door ondersteuning uit de Schrift zelf (of
juist de afwezigheid van die ondersteuning). Gezien het
feit dat onze fundamentele leerstellingen goed ondersteund
worden door de Schrift en door elke bekwame Christen verdedigd
kunnen worden, is het onverklaarbaar dat de Wachttoren zich
genoodzaakt voelt zich tot zulke slinkse methoden van overtuiging
te verlagen.Wat het zo tragisch maakt is dat de Wachttoren,
in plaats van het aanbieden van overtuigend bewijsmateriaal,
een struikelblok heeft gelegd voor de voeten van degenen
aan wie ze de waarheid willen onderwijzen.
Het doel van
e-watchman is echter niet de vuile was van de Wachttoren
buiten te hangen, daarvoor wordt duidelijk al genoeg moeite
gedaan. In plaats daarvan wil e-watchman de aandacht
vestigen op Jehovah's oordelen en hoe ze van toepassing
zijn op zijn volk. Terwijl de Wachttoren er altijd op uit
is zichzelf in het best mogelijke licht te zetten, heeft
Jehovah een volledig ander inzicht in de zaken. Neem bijvoorbeeld
eens de gehele profetie van Zefanja. Het 3de hoofdstuk bevat
de vaak geciteerde profetie dat God zijn volk een verandering
tot een zuivere taal van onbezoedelde waarheid zal geven.
In tegenstelling tot wat de Wachttoren leert, vindt die
verandering volgens het 8ste vers niet plaats "tot
de dag dat ik (Jehovah) opsta tot de buit." Daar
de verandering niet komt tot de tijd wanneer Jehovah zijn
veroordeling uitstort, is het duidelijk dat we niet kunnen
pochen over dat we nu een zuivere taal spreken.
De profetie
onthult verder hoe Jehovah de huidige situatie, waarvan
je een gedeelte beschreef, zal genezen. Het 11de vers zegt
dat Jehovah "uw hoogmoedige uitgelatenen" uit
ons midden zal "verwijderen." En vervolgens zegt
vers 13 over de overgeblevenen na Jehovah's reiniging: "Wat
de overgeblevenen van Israël betreft, zij zullen geen
onrecht doen, noch leugen spreken, noch zal er in hun mond
een bedrieglijke tong worden gevonden..." Op geen
enkel moment in de geschiedenis van het oude Israël
kan worden gezegd dat ze geen onrecht deden of leugen spraken.
Die profetie wacht daarom nog een toekomstige vervulling
in de geestelijke natie Israël. Maar, het punt is dat
Jehovah's rechterlijke oordelen erkennen dat zijn volk leugen
spreekt en dat ze een listige tong gebruiken in hun dienst
- zoals de verkeerde citaten waarover je in je vraag sprak.
Het is duidelijk dat degenen die daarvoor verantwoordelijk
zijn zich op een bepaald moment voor Jehovah zullen moeten
verantwoorden. Klaarblijkelijk zijn degenen die zich deze
vrijheden hebben veroorloofd de "hoogmoedige uitgelatenen"
waarover de profetie voorzegd dat ze als gevolg van Jehovah's
oordeel verwijderd zullen worden. Dus, het feit dat Jehovah's
woord ons beschuldigt van leugenachtige listigheid lijkt
een ondersteuning te zijn voor de beschuldigingen tegen
ons. Maar, in plaats van dat zulke struikelblokken aantonen
dat we niet Jehovah's volk zijn, moeten we juist aangemoedigd
zijn dat onze Alles-voorzienende God de situatie in de hand
heeft en ons vanaf het begin de afloop heeft voorzegd.
|
|
| Hebben de profetieën
over het herstel van Israël heden ten dage hun vervulling?
|
|
|
| De profetieën aangaande het herstel van Israël
lijken heden ten dage niet in vervulling te gaan - nog niet.
Zoals gewoonlijk heeft de Wachttoren een groot gedeelte van
de herstellingsprofetieën van toepassing gebracht op
de periode die kort na WWI begon. De heersende mening is dat
de lange periode waarin de Christenheid het gehele Christelijke
denken domineerde op dat moment aan zijn einde kwam, omdat
Jehovah de oorspronkelijke Christelijke waarheden voor zijn
gezalfden herstelde. Een nauwkeurig bestudering van alle profetieën
die hiermee te maken hebben laat echter zien dat het herstel
en terugkopen van het geestelijk Israël tijdens de verdrukking
zal plaatsvinden. Het herstel van geestelijk Israël zal
een uiting zijn van Jehovah's Almachtige kracht in een tijd
waarin alles verloren lijkt. Het zal niet tot stand komen
doordat een federale rechter de onrechtvaardige veroordeling
van een handjevol Wachttoren functionarissen ongedaan maakt.
Het is uiteraard een veel te uitgebreid onderwerp om in een
Vraag-en-antwoord-pagina te beantwoorden. Maar, het doel van
e-watchman is zulke zaken nu en in de toekomst gedetailleerd
te bestuderen - als Jehovah dat wil. |
|
| Wanneer is de kerk
van Jehovah's Getuigen gesticht? Wanneer is het wachttorengenootschap
begonnen? Hoe kan men onderdeel worden van de staf van de
Wachttoren? |
|
|
| De religie die nu formeel Jehovah's Getuigen heet, begon
zo rond 1874 vorm aan te nemen toen een groep Bijbelstudenten
in Allegheny, Pennsylvania, regelmatig begon te vergaderen
om zodoende te bepalen wat de Bijbel werkelijk leerde over
diverse leerstellige onderwerpen. Het feitelijke Wachttoren-
Bijbelgenootschap begon een paar jaar later in 1878. Om lid
te worden van de staf van de Wachttoren, om te assisteren
in de werkplaats, kan men zich gewoon vrijwillig aanbieden.
Om echter onderdeel te gaan uitmaken van het schrijvers- of
onderwijzerscomité op het hoofdkantoor, moet men speciaal
worden uitgenodigd. |
|
| Waarom vertalen Jehovah's
Getuigen de "heerlijken" die in het boek Judas worden
genoemd als zijnde de ouderlingen, zoals in de Wachttoren
Publikaties te lezen valt, wanneer de Bijbel duidelijk bedoelt
dat de "heerlijken" de engelen zijn? |
|
|
|
Ten eerste gebruikt onze vertaling de term "heerlijken."
Dat is hoe het vertaald is. Wat je klaarblijkelijk
probeert te vragen is 'waarom we interpreteren en
begrijpen dat de heerlijken de ouderlingen betekenen?'
Aangaande
wie deze heerlijken zijn, het is niet duidelijk dat dit
engelen zijn. De gehele brief van Judas is een beschrijving
van arrogante afvalligen die "schimpend spreken
over alles wat zij in werkelijkheid niet kennen." Het
11de vers zegt dat zulke personen "in het opstandige
gepraat van Korach [zijn] vergaan." Korach sprak
natuurlijk tegen de man Mozes - niet tegen een engel.
Mozes kan terecht worden beschreven als een heerlijke daar
zijn gezicht op een bepaald moment een glansrijk licht uitstraalde,
toen hij na zijn ontmoeting met Jehovah weer van de berg
afdaalde. Daar afvalligen het zowel in de eerste eeuw als
nu gericht hebben op Gods menselijke vertegenwoordigers,
zijn de heerlijken Zijn gezalfden die in Jehovah's goedheid
zijn eigen heerlijkheid hebben ontvangen.
Misschien is het echter zo, in het licht van het feit dat
een laatste, miraculeuze verzegeling nog moet
plaatsvinden en Gods zonen dus nog onthuld moeten worden
in heerlijkheid, dat het nog niet duidelijk is wie de heerlijken
zijn waarover Judas schreef.
|
|
| In al de jaren dat
ik Jehovah's Getuige ben, heeft niemand schriftuurlijk bewezen
dat ook maar IEMAND naar de hemel gaat. Het lijkt erop dat
dit gewoon "begrepen" wordt zonder enig schriftuurlijk
bewijs. Hoe kan het zo worden begrepen wanneer dit begrip
geen deel uitmaakt van de verzamelde kennis van Genesis tot
Maleachi? Dus, welk SCHRIFTUURLIJK bewijs heb je dat er iemand
anders dan Jezus naar de hemel is gegaan of gaat? Is het een
leerstelling die overgebleven is van de Christenheid en die
we overboord hadden moeten gooien net als anderde onzin zoals
de Drieëenheid, Hellevuur en de Onsterfelijke Ziel? |
|
|
|
In werkelijkheid is het zo dat de allereerste profetie
in de Bijbel in Genesis 3:15 het heilige geheim bevat wat
te maken heeft met Christus die mensen naar de hemelen neemt.
Efeziërs 5 moedigt getrouwde mannen aan het voorbeeld
van Christus te volgen in de manier waarop zij hun vrouw
behandelen. Paulus legt vervolgens uit dat Christus' bruid
de gemeente is. Vervolgens citeert Paulus Genesis 2:24 en
zegt: "Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder
verlaten en hij zal zich hechten aan zijn vrouw, en de twee
zullen één vlees worden." Paulus
vervolgt met te zeggen: "Dit heilige geheim is groot.
Nu spreek ik met betrekking tot Christus en de gemeente."
De
vraag is: Naar welk heilig geheim verwees Paulus? Kennelijk
verwees Paulus terug naar de oorspronkelijke profetie in
Eden die het komen van het zaad van Gods vrouw voorzie,
welke uiteindelijk de slang - Satan de Duivel - zou vermorzelen.
Het zaad van de vrouw is Christus Jezus die zijn hemelse
Vader, Jehovah, en Gods op een vrouw gelijkende hemelse
organisatie van getrouwe engelen heeft verlaten, en Jezus
kwam naar de aarde en verloofde zichzelf als het ware met
een bruid. In plaats van dat zij één vlees
worden, worden ze één met Jehovah in geest.
Jezus beloofde zijn bruid dat hij terug zou komen en haar
met zich mee zou nemen naar de hemel. Dus, terwijl de Hebreeuwse
Geschriften niet rechtstreeks spreken over een hemelse hoop,
bevatten ze het heilige geheim dat later onthuld zou worden
door Christus.
Een
ander voorbeeld is het 7de hoofdstuk van Daniël, waarin
wordt voorzegd dat iemand gelijk een Zoon des mensen toegang
verleent tot Jehovah's troon, welke natuurlijk in de hemel
is. In verband met de Zoon des mensen maakt de profetie
echter ook melding van het koninkrijk dat tevens aan de
heiligen wordt gegeven. Wanneer de Zoon des mensen daarom
een koninkrijk ontvangt wanneer hij in de hemel is, betekent
dat logischerwijs niet alleen dat het een hemels koninkrijk
is, maar ook dat de heiligen die uitgekozen zijn om met
hem in dat koninkrijk te delen ook naar de hemel zullen
worden geroepen.
Verder
bevatten de Hebreeuwse Geschriften wonderen van grotere
geestelijke werkelijkheden. Het verslag van Elia die in
een vurige strijdwagen ten hemel voer, lijkt bijvoorbeeld
een voorproefje te zijn van God die zijn overgebleven gezalfden
tot zich zal nemen. Het is interessant dat Elia samen met
Mozes, die om het zo maar te zeggen ook weggenomen was,
verschijnt in het transfiguratie visioen dat te maken had
met Christus' hemelse heerlijkheid. Het is alsof Elia werkelijk
tot de hemel was weggenomen. De onderlinge samenhang van
profetieën gaat zelfs nog verder. In het 11de hoofdstuk
van Openbaring worden de twee getuigen van God gesymboliseerd
door Mozes en Elia, daar ze worden beschreven als degenen
die de wonderen verrichten die aan Mozes en Elia werden
toegeschreven. Er wordt van hen gezegd dat ze de "de
twee lampestandaarden [zijn] en zij staan voor de Heer der
aarde."
Het
4de hoofstuk van Zacharia legt echter ook uit dat degenen
"die naast de Heer van de gehele aarde staan"
Gods gezalfden zijn. Dat betekent dat de basis voor
de hemelse hoop die Christus onthulde, ook al was dit niet
duidelijk voor de eerste eeuwse apostelen, reeds stevig
gegrondvest was in de Hebreeuwse Geschriften, ofschoon het
verborgen was tot de komst van Christus.
|
|
|
|
|