| |
Week van: 1 t/m 7 December 2003
|
| Welk schriftuurlijk
bewijs is er dat er een verzameling in één religie
zou zijn? De Wachttoren heeft hun leerstelling dat de oogst
begonnen was tussen 1874 en 1914 veranderd. Jezus gaf aan
dat de tarwe en het onkruid samen in één veld
zouden opgroeien tot het besluit van het samenstel van dingen.
Kan het zijn dat al degenen die beweren "wedergeboren"
of "gezalfd" te zijn door Jehovah als geestelijke
Israelieten worden bezien, waarvan velen zijn afgeweken van
de ware aanbidding zoals dat bij Jehovah's oorspronkelijke
verbondsvolk ook het geval was? Dit zou in overeenstemming
zijn met de profetieën die handelen over het reinigen
en louteren van slechts een overblijfsel
waarbij het
overgrote deel door Jehovah afgesneden wordt. |
|
|
|
God heeft er
altijd naar gestreefd zijn volk in één kudde te verzamelen.
Van de eerste eeuw wordt gezegd dat God dagelijks
mensen toevoegde aan zijn oorspronkelijke gemeente. Op een
andere plaats verwijst Petrus naar het lijden dat wordt
ondergaan door de 'gehele gemeenschap van broeders.'
Geeft dat niet aan dat God de wil, alsook de macht heeft
om mensen in één religie te trekken?
Met betrekking
tot de gezalfden moeten we een paar dingen in gedachte houden.
Van de gezalfden die gezamenlijk op een gegeven moment het
geestelijk Israël vormen, wordt gezegd dat ze door Christus,
die in dat verbond middelaar is tussen de twee partijen,
een verbond hebben met Jehovah. Wil enig persoon partij
zijn in dat speciale verbond, moeten ze op de hoogte zijn
van enkele fundamentele cruciale feiten. Dat sluit elke
Trinitariër als partij in dat verbond uit. Want, hoe kan
enig aanhanger van de mysterieuze Babylonische religie mogelijkerwijs
deelgenoot zijn in het heilige verbond met Jehovah? Dat
is niet mogelijk. Daaruit verder redenerend komen we dus
tot de conclusie dat degenen die in Gods huis worden uitgenodigd,
voorafgaand aan Gods oordeel over zijn eigen huis, noodzakelijkerwijs
afgescheiden en onderscheiden moeten zijn van het huis van
verwarring van de Christenheid. Jehovah's uitroep welke
door Paulus wordt geciteerd is ook in deze tijd nog even
krachtig: 'Gaat uit hun midden vandaan en ik wil u aannemen.'
|
|
| Wat zijn de verschillen
tussen de hoofdstromingen van het Christendom en Jehovah's
Getuigen? |
|
|
| Er bestaan veel verschillen. De website van de Wachttoren
bevat een hoop informatie interessant voor je zou kunnen zijn. |
|
| Waarom leert de organisatie
dat Jezus slecht de middelaar is van de 144.000? De Bijbel
zegt uitdrukkelijk dat we slechts één middelaar
tussen mensen en God hebben en dat is Jezus! |
|
|
|
Omdat de Bijbel dat leert. Het vers waar je naar verwijst
zegt: "Want er is één God en één middelaar tussen God
en mensen, een mens, Christus Jezus, die zichzelf gegeven
heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen."
Merk alsjeblieft op dat Christus ons twee essentiële diensten
bewijst. Eén heeft te maken met bemiddelen en de ander met
het voorzien in de losprijs. Merk op dat het vers niet zegt
dat Christus een middelaar is voor alle mensen. Het
zegt enkel dat Christus middelaar is tussen God en mensen.
Vervolgens wordt er gezegd dat de overeenkomstige losprijs
voor allen is gegeven. We moeten voorzichtig zijn
dat we niet de overhaaste en onjuiste conclusie trekken
dat, omdat Christus' offer voor alle mensen is, hij ook
middelaar is voor alle mensen. Dat is niet wat het vers
ons zegt. Het is echter nooit verstandig onze mening te
baseren op slechts één vers. We willen weten wat het betekent
een middelaar te zijn. Waar bemiddelt Jezus in?
Het boek Hebreeën geeft aardig wat uitleg over Jezus'
rol als middelaar van het nieuwe verbond. Hoofdstuk 8:6
zegt bijvoorbeeld dat "hij ook de middelaar van een dienovereenkomstig
beter verbond is." Het 9de en 12de hoofdstuk spreken
ook over Jezus als zijnde de middelaar van het nieuwe verbond.
Het nieuwe verbond is tussen Jehovah God en degenen die
hij zalft met zijn heilige geest. Het doel van het verbond
is een koninkrijk van priesters voort te brengen. Het staat
open voor een ieder, in de zin dat Jehovah zijn roepen en
uitverkiezen niet beperkt tot één ras van mensen, zoals
de Joden dat in Paulus' dagen dachten. Daarom schreef Paulus
dat het Gods wil was dat "alle soorten van mensen worden
gered." In deze context sprak Paulus vervolgens over
Christus als zijnde de middelaar tussen God en mensen. Het
betekende niet dat Jezus de middelaar voor elk mens was,
of zelfs elke gelovige, maar van "alle soorten van mensen"
die de waarheid accepteren en als zonen van God gezalfd
werden. Jezus bemiddelt ten bate van die mensen.
|
|
| Denk je dat de rol
van vrouwen in de organisatie evenwichtig is? Een broeder
die niet zo'n goede lezer is, zal worden gevraagd of hij wil
lezen op de boekstudie ook al zijn er zusters aanwezig die
betere lezers zijn. Daar lezen geen onderwijzen is, welke
schriftuurlijke basis is er om zo'n onderscheid tussen mannen
en vrouwen te maken? Ook heb ik subtiele vernederende opmerkingen
in de publicaties van de Wachttoren ontdekt, zie bijvoorbeeld
blz. 203 van het Jesaja I boek. |
|
|
|
De aangelegenheden tussen mannen en vrouwen gaan terug
tot de Tuin van Eden en helaas zullen ze niet volledig worden
opgelost totdat het menselijke ras terugkeert naar de volmaakte
menselijke conditie. In sommige opzichten lijkt het Genootschap
aardig liberaal te zijn. Veel vrouwen zouden heden ten dage
kunnen huiveren bij de gedachte dat Paulus het niet toestond
dat vrouwen zelfs maar spraken in de gemeente. Ze geven
vrijelijk commentaar en geven lezinkjes van het podium en
soms onderwijzen ze de broeders wel degelijk indirect
door hun scherpe opmerkingen. Even terzijde, mijn
vrouw zegt me dat ze geen commentaar geeft tijdens de vergaderingen
omdat ze het apostolische onderwijs wil navolgen.
Maar, je stelt een interessante vraag over zusters die
gebruikt kunnen worden als lezers. Zusters lezen ten slotte
ook schriftplaatsen voor op de vergaderingen en niemand
heeft daar bezwaar tegen. In de vroegere dagen van het Genootschap,
en waarschijnlijk nu nog steeds in gebieden waar een gebrek
is aan gekwalificeerde broeders, werden en worden zusters
gebruikt als lezers. Ze werden ook in andere hoedanigheden
gebruikt. Mijn persoonlijke wens is dat zusters op de boekstudie
als lezers worden gebruikt. Ik kan me de smart die onze
zusters moeten doorstaan wel voorstellen, onderworpen te
zijn aan broeders die geestelijk zwakker en, ja, minder
intelligent als zijzelf zijn en je moet dan maar verdraagzaam
zijn terwijl zij doormodderen en doorstuntelen. Maar, wanneer
we tot de kern van de zaak komen, onderworpen zijn betekent
niet dat we onderworpen zijn ter wille van mannen.
Wanneer we ons onderwerpen aan de gemeentelijke regelingen,
hoe moeilijk dat in sommige gevallen ook kan zijn, geven
we in werkelijkheid blijk van onze onderworpenheid aan Jehovah's
wil. Dat zou het dus een stukje eenvoudiger moeten maken.
Met betrekking tot de subtiele vernederingen en het voorbeeld
dat je gaf uit het Jesaja-boek: ik denk niet dat
dat werkelijk gekwalificeerd kan worden als een 'vernedering'
door het Genootschap. Maar, mijn vrouw en ik hebben veel
levendige discussies over dit soort zaken gehad en ik zie
nu beter in dat er veel manieren zijn waarop broeders hun
gebrek aan respect voor zusters en vrouwen in het algemeen
uiten. Het voorbeeld in het Jesaja-boek citeerde
echter enkel een profetie waarin Jehovah mannen opriep zwak
als vrouwen te worden, zodat de mannen niet zouden opstaan
om de indringende vijand te bestrijden. Laten we wel wezen,
mannen zijn meer oorlogsgericht en agressiever en sommige
mannen genieten van bloedvergieten. Vrouwen zijn niet zo.
Vrouwen beginnen geen oorlogen. Natuurlijk hebben ook vrouwen
hun eigen negatieve neigingen waartegen ze moeten vechten,
maar de neiging om anderen te vermoorden is daar niet één
van. Godzijdank! Mijn zus heeft een uitdrukking in het leven
geroepen om de aangeboren agressie waar mannen onder lijden
te beschrijven. Ze noemt het: "testosteron vergiftiging."
Dus, welke hoop bestaat er dat dingen zullen veranderen
en dat vrouwen eindelijk de eer en respect krijgen voor
het feit dat zij, net als mannen, overeenkomstig de gelijkenis
van God zijn gemaakt? Wel, bezie eens de manier waarop Jezus
vrouwen behandelde. Enkelen van zijn meest nabije vertrouwelingen
waren vrouwen. In tegenstelling tot het Joodse taboe sprak
Jezus vrijelijk in het openbaar met vrouwen. De Samaritaanse
vrouw bij de bron is een uitzonderlijk voorbeeld omdat Jezus
haar bij die gelegenheid uitdrukkelijk zei dat hij de Messias
was. Dat zei hij niet tegen veel mensen. En toch vertelde
hij het aan een onbekende, een niet-Joodse vrouw. Wat vooral
interessant is, is dat Jezus na zijn opstanding als eerste
verscheen aan Maria en Martha en hen zei het aan de broeders
te vertellen. Dit was ongetwijfeld Jezus' manier om
zijn broeders te straffen die hem tijdens zijn laatste uur
verlaten hadden. Wat een vernedering voor de Joodse mannen
die apostelen van Christus waren om geestelijk verlicht
en onderwezen te worden door vrouwen!
Kunnen we iets soortgelijks ook in de toekomst verwachten?
Ja! Volgens de weinig begrepen profetie van Joël, zal Jehovah's
volk worden neergehaald. Maar, gedurende die tijd van duisternis
en verdrukking zal Jehovah als nooit tevoren zijn geest
uitstorten op de rechtvaardigen. Merk op dat Joël 2:28,
29 specifiek zegt dat Gods geest uitgestort zal worden op
Jehovah's "zonen en dochters" en "zelfs op de
dienstknechten en op de dienstmaagden."
Ik verwacht dus dat de vermoeiende manier waarop we dingen
nu doen, zoals het voorlezen van paragrafen en het volgen
van een vastgesteld instructieprogramma, snel geschrapt
zal worden en dat een geheel nieuwe geest in mannen en
vrouwen zal worden gelegd en dat we elkaar, als gevolg daarvan,
in een nieuw licht zullen bezien en elkaar als nooit tevoren
zullen waarderen.
|
|
| We hebben door het
WTB&TG geleerd dat we onszelf in een rechtzaak bevinden
en dat Jehovah de mensheid deze tijd heeft "toegestaan"
om aan een ieder duidelijk te bewijzen dat ze niet kunnen
leven zonder zijn leiding
Maar is dat werkelijk een
eerlijk test? Beschouw eens: een mens leeft over het algemeen
slechts 80 jaren
Niemand kan leren van gemaakte fouten
Voeg daarbij dat we onvolmaakt zijn en dat ook meer worden
naarmate de dagen vorderen, we zijn onderhevig aan ziekte
en dood. Maar dat is niet alles. We hebben inherente neigingen
naar het doen van kwaad. En als laatste worden we ook nog
lastiggevallen door machtige, bovenmenselijke en onzichtbare
kwade machten die niet te maken hebben met de zwakheden die
wij hebben. Zij hebben God gezien en hebben reeds voor onbepaalde
tijd geleefd, hebben een veel groter intellectuele capaciteit
dan wij en zijn gevormd om ons en onze wereld kwaad te berokkenen.
Wanneer je dit allemaal optelt en het eens beschouwt, kan
er dan werkelijk worden gezegd dat het een eerlijke "test"
is om te bezien of we zonder God kunnen leven? |
|
|
|
De zogenoemde rechtzaak waarover je spreekt richt zich
niet echt op elk individueel persoon. Ondanks dat het waar
is dat de integriteit en geloof van elke dienaar van God
aan een nauwkeurig onderzoek van God onderworpen zal worden,
zowel van mensen als engelen, voorziet het historisch document
dat door de gehele mensheid tot stand is gebracht als geheel
ook in een basis voor Gods oordeel. Onthoud dat we de dingen
uit Gods perspectief trachten te bezien. De Bijbel
kan ons daarbij helpen. In het 11de hoofdstuk van Genesis
wordt ons gezegd dat Jehovah neerdaalde om het bouwproject
van de Toren van Babel te inspecteren. In dit oordeel zei
God dat "niets van wat zij wellicht van plan zijn te
doen, onbereikbaar voor hen is." Merk alsjeblieft op
dat Jehovah het meervoud gebruikt, verwijzend naar "zij"
en "hen." Het toenmalige volk was vastbesloten een
stelsel op te zetten dat tegen Jehovah's eerder bekendgemaakte
wil inging. Het punt is echter dat het een gezamelijke inspanning
vereiste van een relatief groot aantal personen die onderling
samenwerkten om zo'n toren-project te voltooien.
De vraag is dus niet of een man zichzelf kan besturen
en kan slagen zonder Gods leiding. Daar we onze wereld met
miljoenen, miljarden andere mensen moeten delen, is de vraag
of we als een volk, als een ras kunnen slagen? Kunnen we
een rechtvaardige beschaving ontwikkelen? En zo is het dus
dat elk persoon meetelt in relatie tot hun bijdrage aan
de ontwikkeling van beschaving en de maatschappij als geheel;
bijdragen die ondanks onze duidelijk beperkingen aanzienlijk
kunnen zijn.
Het complexe systeem dat we heden ten dage hebben is niet
het product van één persoon, noch ontsproten aan één brein.
Alle menselijke ontdekkingen zijn doorgegeven aan andere,
opvolgende generaties. Kennis is inderdaad cumulatief te
noemen en wordt als erfenis doorgegeven. Daarom hoeven mensen
heden ten dage niet meer uit te vinden hoe vuur gemaakt
kan worden. We hebben van onze voorouders geleerd hoe we
dat moeten doen en we hebben voordeel getrokken van die
erfenis, zodat we verder kunnen en andere dingen kunnen
ontdekken. Het is dus niet nodig onze tijd te verdoen met
het tegen elkaar wrijven van twee stukjes hout.
Bezie het eens op deze manier: Plato leefde 2500 jaar
geleden. Toch zijn zijn ideeën de basis voor de moderne
Anglo-Amerikaanse beschaving. Dat komt omdat zijn ideeën
behouden zijn gebleven in boeken en op universiteiten worden
bediscussiëerd en ze worden doorgegeven op manieren die
een paar jaar geleden ondenkbaar waren. Door de uitvindingen
die voortkomen uit het vlieger-experiment van Ben Franklin
zo'n 200 jaar geleden, waarbij hij bewees dat elektriciteit
kan worden gebruikt en geleid, konden opeenvolgende generaties
van uitvinders hierop voortborduren en ons uiteindelijk
het internet geven. Dus, nu is het voor iemand in een iglo
op de Noordpool bijvoorbeeld mogelijk om via een satellietverbinding
in te loggen op een bibliotheek en de gedachten van Plato
online te lezen. Het is werkelijk zoals Jehovah eeuwen geleden
heeft gezegd, dat er niets is dat de mens niet kan bereiken.
Dat is het resultaat van een opeenstapeling van kennis.
En gezien het open en democratische stelsel dat Amerikanen
geërfd en verder ontwikkeld hebben, is het zeker niet zo
dat elk individueel persoon machteloos is, zoals jij dat
beweert. In tegendeel, de meedogeloze vijanden van het Amerikaanse
systeem hebben er veel moeite voor moeten doen de Amerikanen
dom te houden en de massa te verdoven met geesteloze afleidingen
om de kleine man te ontkrachten. Dat komt omdat demonen
en hun oligarchische lakeien weet hebben van het potentiëel
van het individuele menselijke brein.
Het concluderende punt is dus dat Jehovah niet alleen
individuen zal oordelen, maar het gehele menselijk samenstel
van dingen dat we hebben opgebouwd. Dat zal allemaal op
een rechtvaardige manier uitgebalanceerd worden. Dat is
in feite dezelfde analogie die Jehovah gebruikte toen hij
zijn oordeel uitstortte over het Babylonische Rijk in Daniëls
tijd. Dat herinnert ons ook aan de berechting die wordt
beschreven in het 7de hoofdstuk van Daniël. Daar lezen we
over de opeenvolging van symbolische wilde beesten die uiteindelijk
door Jehovah worden geoordeeld. Zoals je je wellicht kunt
herinneren verwijst die profetie naar boeken die geopend
zullen worden welke ongetwijfeld het historische verslag
bevatten waarop Jehovah zijn oordeel zal baseren. Dit geeft
opnieuw te kennen dat het de gehelehuidige beschaving
is die voor de hoogste rechtbank in de hemel geoordeeld
zal worden en niet slechts individuele personen.
|
|
| Jezus instrueerde zijn
dicipelen om meer dicipelen te maken en hen alles te onderwijzen
dat hij hen geleerd had, maar zegt de schrift werkelijk dat
Christenen van deur tot deur moeten gaan of is dit een door
mensen bedachte leerstelling? |
|
|
| Jezus en zijn apostelen predikten waar de mensen waren,
wat gewoonlijk in de synagoges of op de openbare plaatsen
was. Toen Jezus echter zijn 70 dicipelen uitzond om te prediken,
zei hij hen dat ze het huishouden moesten groeten en hij instrueerde
hen verder dat wanneer ze niet werden ontvangen in het
huis of de stad, ze het stof van hun voeten moesten schudden
en verder moesten gaan. Dus, als de apostelen het huisgezin
moesten groeten, geeft dat dan niet aan dat ze letterlijk
aan de deur stonden en verwachtten dat ze binnen werden genodigd?
Als ze niet goed werden ontvangen door het huisgezin, duidt
dat dan niet op hetzelfde, namelijk dat ze voor de deur stonden
en aanklopten en daarmee aan het huisgezin overlieten of ze
ontvangen of afgewezen werden? |
|
| In het licht van Jehovah's
aanname van Cornelius, moet er dan van degenen die voor "Ceasar"
een militair beroep uitoefenen, verwacht worden dat ze veranderen
van baan voordat het wordt toegestaan omgang te hebben met
de Christelijke gemeente of moet dit een persoonlijke beslissing
zijn? |
|
|
|
Je stelt een bijzonder goede vraag. Het is duidelijk dat
Cornelius' beroep als een soldaat in het leger van het keizerlijk
Rome op een gegeven moment zou botsen met zijn roeping als
een gezalfde Christelijke ambassadeur van de Prins van vrede.
Hoe Cornelius dat conflict precies heeft opgelost, wordt
ons niet verteld in de Bijbel. Daar Jehovah Cornelius echter
in het bijzijn van de apostel Petrus zalfde en Petrus niet
enig soort van restrictie aan Cornelius oplegde, werd het
duidelijk aan Cornelius zelf overgelaten om de zaak op basis
van geloof op te lossen. In tegenstelling tot nu werd het
aan de persoon zelf overgelaten om hun eigen gewetenskwesties
aangaande dat onderwerp zelf op te lossen.
Helaas is het Wachttorengenootschap op veel manieren de
meester van ons geloof geworden, in dat ze hebben gedicteerd
op welke manier we moeten voldoen aan bepaalde zaken zodat
we beschouwd worden als ware Christenen. Natuurlijk bestaat
er zoiets als leerstellingen. En we kunnen op geen manier
toestaan dat iedereen individueel zijn eigen interpretatie
of leerstellingen bedenkt. Maar, het is jammer dat we ons
moeten conformeren aan zaken die in werkelijkheid in het
hart van elke Christen moeten worden opgelost. Ik vermoed
echter dat Jesaja's profetie in de hoofdstukken 28 en 29
op ons van toepassing zijn. Daar wordt gezegd dat de leraren
van Jehovah's volk hen op een neerbuigende manier onderwijzen,
"gebod op gebod, gebod op gebod, meetsnoer op meetsnoer,
meetsnoer op meetsnoer, hier een weinig, daar een weinig."
Dat beschrijft werkelijk het perspectief van het Wachttorengenootschap,
omdat ze denken dat Christelijk geloof geuit wordt door
conformisme aan een groot aantal regels, bepalingen en organisatorische
procedures.
|
|
| Heb ik je goed begrepen?
De koning van het Zuiden is de Anglo-Amerikaanse wereldmacht.
De koning van het Noorden is de Verenigde Naties. |
|
|
| Wel, ik had gehoopt nog iets aan de eigen verbeelding
over te laten. Maar, om het ronduit te zeggen: Het lijkt erop
dat het Britse Rijk de rol van de koning van het noorden van
Rome heeft geërfd, terwijl het Amerikaanse systeem past
in het model van de moderne Egyptische koning van het zuiden.
De twee koningen maken samen natuurlijk de Anglo-Amerikaanse
diade. En, precies zoals de profetieën voorzeggen, hebben
ze aan dezelfde tafel gezeten en elkaar leugens verteld. De
Verenigde Staten en het Britse Rijk zijn historische vijanden.
Ze hebben twee oorlogen rechtstreeks uitgevochten en oorlogen
bij volmacht gevochten, zoals de Amerikaanse Burgeroorlog.
Minder bekende historische feiten onthullen dat London werkelijk
de bron van fascisme en communisme is en dat ze die elementen
gedurende de 20ste eeuw hebben gebruikt om kolonialisme voort
te laten duren en zodoende natiën ervan te weerhouden
het Amerikaanse systeem te ontwikkelen. Het rijk en de republiek
zijn twee vijandige regeringsvormen die, net zoals ijzer en
leem, niet samen kunnen kleven in een gemeenschappelijke en
blijvende verhouding. De Verenigde Naties wordt in de toekomst
de koning van het noorden wanneer de "agents of empire"
er uiteindelijk in slagen het samenstel van nationale staten
te laten zinken, waardoor de Verenigde Naties omhooggeschoten
zal worden naar een positie van een wereldomvattend rijk zonder
rivalen. Volgens vers 44 zal de VN, na het einde van het democratische
samenstel van nationale staten, in grote woede ontsteken en
een groot percentage van de wereldbevolking in een genocide
uitroeien. |
|
| Waarom moedig je degenen
die zich bewust zijn de valse leerstellingen van de "Slaaf"
aan te blijven omgaan met de organisatie die beheerst en blijft
zwijgen over wat zij weten? Wat zijn je schriftuurlijke redenen
voor zo'n standpunt? |
|
|
|
Omdat ik, als één van Jehovah's Getuigen, samen met vele
anderen, geloof dat het ondanks de fouten Jehovah's organisatie
is. En, omdat het Jehovah's organisatie is, zal Christus
een reiniging en loutering van Jehovah's huis voltrekken.
Daar gaan alle profetieën over. Als er geen fouten
zouden zijn, waarom zou de schrift dan voorzeggen dat Christus
zal arriveren en het werk van een wasser zal doen? Moeten
wij die vuile was uit onredelijkheid buitenhangen? Of, moeten
wij hoogmoedig trachten Jehovah's huis vóór hem te reinigen?
Geloven we werkelijk dat Christus de zaken zal reinigen?
Als we Jehovah en Christus kennen en we werkelijk geloof
hebben in Gods Woord, is de uitdrukking "wachten op Jehovah"
niet slechts een cliché, maar werkelijk woorden om op te
vertrouwen.
Neem bijvoorbeeld de corruptie van Israël in de tijd van
Eli en Saul. Kwam Samuël in het geval van Eli tegen hem
in opstand? Nee, ondanks dat hij wist van de verkeerde dingen
die Eli toestond, wachtte hij op Jehovah om de dingen recht
te zetten, wat Jehovah natuurlijk ook deed. Het verslag
van Saul is nog duidelijker. David had diverse gelegenheden
om de zaken met Saul recht te zetten, maar dat deed hij
niet. Hij zei dat het ondenkbaar was zijn hand uit te steken
naar Jehovah's gezalfde. Davids verdraagzaamheid ten opzichte
van Saul was het gevolg van Davids respect voor Jehovah.
Als Gods gezalfde, eigen uitgekozen koning was afgedwaald,
dan was het Gods taak de dingen recht te zetten - niet die
van David - ook al was David de uitgekozen opvolger van
Saul.
In de Psalmen verwijst Jehovah naar "de struikelblokken
van de goddeloze." Het is waar dat het Genootschap veel
potentiële struikelblokken op onze weg heeft gelegd. Maar,
waarom moeten wij degenen zijn die ervoor zorgen dat onze
broeders en zusters te maken krijgen met dezelfde struikelblokken
als waar wij moeite mee hebben? Tenzij we voldoende kennis
hebben en de bereidheid bezitten om op profetieën te wijzen
die Jehovah's oplossing voor de problemen in de organisatie
voorzeggen, kan het enkel aanwijzen van problemen ons de
veroordeling van Jehovah op de hals halen, als zijnde een
goddeloze die anderen laat struikelen.
|
|
| Paulus zei dat wanneer
een engel waarheden zou onthullen aan de gezalfden, maar met
een andere boodschap dan wat hij predikte, ze het niet moesten
geloven. Betekent dit dat alle waarheden die we gedurende
de laatste dagen feitelijk nodig hebben in de Bijbel staan?
|
|
|
| Ja, Paulus schreef in 2 Timotheüs 3:15 bijvoorbeeld zijn
jonge vriend Timotheüs en zei: "en dat gij van kindsbeen
af de heilige geschriften hebt gekend, die u wijs kunnen maken
tot redding." Jezus zelf zei echter dat hij zijn dicipelen
door middel van heilige geest in "alle waarheid" zou
leiden. Dat proces van het geleid worden in alle waarheid
uit de Schrift zal niet voleindigd zijn totdat Christus aankomt
en de laatsten gekozenen tot hemzelf zal verzamelen. |
|
| Is de NWV werkelijk
zo onbevooroordeeld als de Wachttoren zegt? |
|
|
|
Ik denk niet dat de Wachttoren beweert dat de Nieuwe Wereldvertaling
niet bevooroordeeld is. Hij is absoluut ter verheerlijking
van Jehovah's naam. Eén van de grootste kritieken die de
NWV te verduren heeft, is dat de naam "Jehovah" op
een paar honderd plaatsen is ingevoegd in de Griekse Geschriften,
beter bekend als het "Nieuwe Testament." Natuurlijk is onze
kritiek op de meeste vertalingen dat ze Gods heilige naam
op duizenden plaatsen hebben verwijderd, plaatsen
waar hij zou moeten verschijnen. Daar we allemaal
vooropgestelde ideeën en religieuze neigingen hebben, lijkt
het voor vertalers onmogelijk hier niet door beïnvloed te
worden.
Ik denk dat vertalers loyaal willen blijven aan wat zij
denken dat de oorspronkelijke Bijbelschrijvers bedoeld
hebben. Het hoofddoel van de vertalers moet zijn dat ze
consistent blijven in hun weergaven en dat ze eerlijk
moeten zijn tegenover de lezer op de plaatsen waar er afwijkingen
zijn. De Nieuwe Wereldvertaling is zowel eerlijk als consistent.
De grote "Studiebijbel" bevat honderden voetnoten die woorden
uit de oorspronkelijke taal uitleggen en ook alternatieve
weergaven geven vanuit oude manuscripten. De Appendix legt
uit waarom de Wachttoren bepaalde woorden op de bewuste
manier heeft vertaald (zodat de lezers enig inzicht kunnen
krijgen in de controverse en complexiteit waarmee de vertaler
te maken krijgt). Persoonlijk bezit ik diverse vertalingen.
Elk daarvan heeft zijn eigen karaktertrekken en waarde en
ik hou ervan ze te lezen. Maar, naar mijn bevooroordeelde
mening is de NWV een superieure vertaling. Het is met afstand
de grootste en meest duurzame gift die de Wachttoren Jehovah's
Getuigen en allen die Gods Woord liefhebben, gegeven heeft.
|
|
| In het licht van de
woorden van Petrus en Paulus, wanneer begonnen de laatste
dagen nu feitelijk? |
|
|
|
De eerste keer dat een apostel die precieze term, laatste
dagen, gebruikt, was op de dag van Pinksteren toen Petrus
de 120 net gezalfde dicipelen voorstelde aan de Joodse celebranten
die bijeengekomen waren voor het feest. Petrus citeerde
de profetie van Joël aangaande Jehovah die zijn geest uitstort
over zijn zonen en dochters. Het is echter interessant dat
Joël zelf de laatste dagen niet noemde. Toch werd de met
geest vervulde apostel ertoe geïnspireerd om die zinsnede
in Handelingen 2:17 toe te voegen.
De laatste dagen van de Joodse natie begon kennelijk
een paar weken voor Petrus' verklaring, toen Christus de
ondergang aankondigde voor de stad Jeruzalem en haar tempel.
De laatste dagen voor Jeruzalem duurden dus ongeveer 40
jaar. Veel later zei Petrus echter dat het "einde van
alle dingen nabij gekomen was." Dat zou inhouden dat
een feitelijke tijd van het einde voor het Joodse
religieuze stelsel dat vanuit Jeruzalem kwam spoedig zou
beginnen. De laatste dagen kwamen daarom in een nieuwe
fase toen de Romeinse overmacht in 66 G.T. op Jeruzalem
neerstreek. Toen werd het kritisch en moesten er door alle
inwoners van Juda beslissingen op leven en dood worden genomen
- inclusief veel van de Christenen die er woonden. De periode
van 66 tot 70 G.T. was de feitelijke oordeelsperiode van
verdrukking - de letterlijke laatste dagen van Jeruzalem.
Klaarblijkelijk kan "laatste dagen" daarom in een
algemene zin van toepassing zijn op de uitgestrekte tijdsperiode
vóór Jehovah's oordeel en kan het ook van toepassing zijn
op een veel kortere tijd waarin het werkelijke oordeel plaatsvindt.
Het is vooral interessant dat de profetie van Joël, welke
door Petrus werd geciteerd, zijn grote vervulling heeft
tijdens de feitelijke oordeelsperiode, wat de laatste
dagen zijn zoals Petrus opmerkte. Vers 30-32 zegt over de
periode van het uiteindelijke uitgieten van Jehovah's geest
bijvoorbeeld het volgende: "En ik wil wondertekenen geven
in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.
De zon zelf zal in duisternis worden veranderd en de maan
in bloed, vóór de komst van de grote en vrees inboezemende
dag van Jehovah."
Het is waar dat de zon letterlijk verduisterde en dat
er andere wonderbaarlijke fenomenen plaatsvonden op de dag
van Christus' dood. Maar, Jezus voorzei dat dezelfde hemelse
verschijnselen direct vooraf zouden gaan aan zijn
manifestatie vanuit de hemel. Het vuur en de zuilen van
rook zouden bijvoorbeeld een verwijzing kunnen zijn naar
de paddestoel-vormige wolken die door nucleaire kernkoppen
worden geproduceerd, welke op een gegeven moment hun dodelijk
mantel over de aarde kunnen uitspreiden. Het punt is echter
dat de uiteindelijke gebeurtenissen uit Joël, welke Petrus
onder inspiratie verbond met de laatste dagen, nog niet
zijn begonnen. Zie het essay: Dag
van de Sprinkhanen Aanval.
Paulus sprak één keer over de laatste dagen en beschreef
het als "kritieke tijden die moeilijk zijn door te komen."
Paulus voorzei verder dat "mensen zichzelf zullen liefhebben,
liefde voor geld zullen hebben," enz. Ondanks dat de
vele slechte eigenschappen die Paulus noemde nu duidelijk
aanwezig zijn, kunnen we werkelijk zeggen dat mensen en
de maatschappij zulke onchristelijke eigenschappen in de
toekomst niet nog meer tentoon zullen spreiden en dat de
dingen zelfs nog kritieker en moeilijker kunnen
worden om mee om te gaan?
Het is interessant dat Paulus in diezelfde context melding
maakt van twee personen, namelijk: Jannes en Jambres. Hij
vergeleek afvallige personen met die twee mannen, waarvan
hij zei dat ze Mozes weerstonden. Paulus zei verder: "Niettemin
zullen zij geen verdere vorderingen maken, want hun uitzinnigheid
zal allen zeer duidelijk zijn, zoals ook de uitzinnigheid
van die twee mannen duidelijk is geworden." Een paar
verzen verder voorzei Paulus dat "goddeloze mensen en
bedriegers van kwaad tot erger zullen voortgaan, terwijl
zij misleiden en worden misleid."
Het relevante punt is dat degenen die door Paulus beschreven
werden als uitzinnige mannen die de waarheid weerstonden,
heden ten dage klaarblijkelijk "voortuitgang" vinden,
van kwaad tot erger voortgaand. Hun uitzinnigheid is niet
voor iedereen duidelijk geworden, tenminste nóg niet. Zie
het essay: Het Mysterie
van de AntiChrist.
Dus, ook hier hebben we een profetie aangaande de laatste
dagen die in grote trekken van toepassing is op de huidige
periode, maar die ook wijst naar een meer intensere periode
in de toekomst, wanneer Jehovah's oordelen zich openbaren
op onze tegenstanders.
Petrus verwees ook naar de laatste dagen in verband met
personen die Christus' tegenwoordigheid zouden bespotten.
Houdt echter ook in gedachte dat bespotters Jezus ook bespotten
toen hij op aarde was. Dat ongelovigen de boodschap van
Jehovah's Getuigen bespotten wil dus niet persé zeggen dat
we getuige zijn van de feitelijke en uiteindelijke vervulling
van de profetie. Petrus zei dat degenen die de aankondiging
van Christus' tegenwoordigheid gedurende de laatste dagen
bespotten, onbekend zijn met de feiten aangaande de Vloed
van Noach. Christus Jezus verbond zijn tegenwoordigheid
ook met de dagen van Noach door te zeggen: "En zij sloegen
er geen acht op totdat de vloed kwam en hen allen wegvaagde,
zo zal de tegenwoordigheid van de Zoon des mensen zijn."
Merk alsjeblieft op dat Christus zijn tegenwoordigheid vergeleek
met de feitelijke vernietiging welke door de vloed werd
gebracht. Ondanks dat Noach vele jaren voor de vloed predikte,
verwees noch Jezus noch Petrus naar de periode voor
de vloed als de laatste dagen. Jezus heeft de uitdrukking
"laatste dagen" feitelijk nooit gebruikt, zelfs niet in
zijn gedetailleerde profetie over zijn tegenwoordigheid
en het besluit van het samenstel van dingen.
Het lijkt er dus op dat alles niet altijd klip en klaar
is, zoals we dat zouden wensen. De laatste dagen
kunnen wijzen op een onbepaalde voortdurende periode welke
tot Jehovah's oordeel leidt, of ze kunnen wijzen op een
hevige periode die direct vooraf gaat aan de uiteindelijke
uitvoering van Gods oordeel op een samenstel van dingen
en deze ook omvat.
|
|
| Wie is de engel die
uit de hemel viel en die de sleutel van de put van de afgrond
werd gegeven? [Openbaring 9] |
|
|
| Het wordt niet specifiek als een engel geïdentificeerd;
er wordt enkel gezegd dat er een ster uit de hemel viel en
dat de sleutel van de put van de afgrond aan hem gegeven werd.
Het zou echter duidelijk moeten zijn dat de ster een afbeelding
is van Jezus. Ergens anders zegt Jezus dat hij de sleutels
van dood en hades heeft gekregen. Hij zei verder tegen zijn
dicipelen dat hij de macht heeft deuren te openen die niemand
anders kan sluiten. Daar de symbolische sprinkhaanachtige
schepselen die uit de afgrond worden vrijgelaten klaarblijkelijk
Christus' dan verzegelde broeders symboliseren, welke kronen
van goud zijn gegeven, is hun Heer, Christus Jezus, ongetwijfeld
degene die de afgrond opent en hen bevrijdt zodat zij de laatste
folterende aankondiging van ondergang kunnen doen over Satans
wereld. |
|
| In één
van je antwoorden zeg je: "die Jehovah's Getuigen feitelijk
spelen in profetieën." Mijn vraag is, kun je wijzen
op zo'n profetie? Wanneer niets dat het Genootschap op zichzelf
van toepassing brengt waar is, maar in de toekomst ligt, welke
profetieën blijven er dan over die nu op JG's van toepassing
zijn? |
|
|
| In de vele essays op
e-Watchman heb ik op letterlijk tientallen van zulke profetieën
gewezen. |
|
| Je spreekt veel over
Jehovah's Organisatie en dat het Zijn Organisatie is, enz.
Vanaf de vroege dagen van Russell tot aan zijn dood, was er
geen Organisatie en Russell was zelfs geheel tegen enige soort
van Organisatie en sprak over de 'fysieke man' die zoiets
zou willen, maar niet de geestelijke man. De eerste eeuwse
gemeenten werkten met de apostelen die de zaken leidden en
er waren 'losjes verbonden' gemeenten waarbij geen gebruik
werd gemaakt van een 'organisatie,' wat overigens niet betekende
dat ze niet georganiseerd waren. Pas toen Rutherford in beeld
kwam, werd er een Organisatie gevormd en gezien zijn overdaad
was dit geen voordeel. Ben jij van mening dat de hedendaagse
Organisatie een weerspiegeling is van de Joodse Farizeese
Organisatie die bestond en welke het volk belastte met kleingeestige
regeltjes waarbij de essentie van de wet vergeten werd? Kan
er worden beweerd dat Jezus' veroordeling van die leiders
gericht kunnen worden tot het huidige leiderschap? Met andere
woorden, is het WTBTG het toonbeeld van de Farizeese instelling?
|
|
|
|
Ten eerste, in werkelijkheid erkende Russell wel degelijk
dat Jehovah een organisatie heeft. Hij erkende het geestelijk
Israël dat opgebouwd is uit 144.000 met geest gezalfden
als de enige organisatie die zichzelf terecht Gods
bezit kan noemen. Er zijn diverse aspecten verbonden
aan wat heden ten dage bekend staat als Jehovah's zichtbare
organisatie. Aan de ene kant hebben we diverse wettelijke
organen die verbonden zijn aan het Wachttoren- Bijbel- en
Traktaatgenootschap, met al haar bijkantoren, kringhallen,
koninkrijkszalen en drukkerijen. Dat is enkel de infrastructuur
welke we hebben gebruikt om te trachten Jehovah's wil op
aarde ten uitvoer te brengen en is niet datgene waaraan
we moeten denken bij Jehovah's organisatie. Jehovah's organisatie
is geheel geestelijk. Dan is er wat door sommigen de kerkelijke
autoriteit wordt genoemd, of, zoals wij het zouden zeggen,
de theocratische orde. Dat omvat de diverse lagen van opzieners
en dienaren in de bediening.
Bij het vergelijken van Christelijke ouderlingen met Farizeeërs
dient te worden opgemerkt dat de Farizeeërs een onwettelijke
ordening waren. Toen God de natie Israël stichtte, zorgde
hij enkel voor een priesterschap. De Farizeeërs kwamen pas
veel later en ze "zijn op de stoel van Mozes gaan zitten,"
zoals Jezus het zei. We moeten dus onderscheiden dat de
regeling van ouderlingen en dienaren in de bediening gebaseerd
is op de Christelijke regelingen en een wettelijke Christelijke
instelling is. Dat betekent echter niet dat het systeem
niet onderdrukkend kan worden of dat sommige personen verkeerd
kunnen handelen, zoals de Farizeeërs dat over het algemeen
deden. De apostelen onderwezen de oudere mannen op veel
plaatsen in de Schrift om niet heersen over Jehovah's volk.
Het feit dat ze ouderlingen sterk aanmoedigden hun macht
niet te misbruiken, geeft aan dat er een neiging tot misbruik
bestaat.
Het probleem is dus niet de organisatie zelf. Het
werkelijke probleem is dat bepaalde mannen niet aan hun
verplichtingen als opzieners hebben voldaan en de kudde
niet met tederheid hebben behandeld. Net zoals de Farizeeërs
zijn er aangestelde mannen onder ons die simpelweg ongelovigen
zijn. Ze zijn als degenen die in Zefanja worden beschreven,
die stollen op hun droesem en in hun hart zeggen:
"Jehovah zal geen goed doen en hij zal geen kwaad doen."
"Stollen op de droesem" betekent dat ze diep genesteld
zijn in de organisatie. Het moge duidelijk zijn dat ongelovige
mannen die als opzieners dienen onmogelijk geestelijke zaken
aan de kudde kunnen onderwijzen. Ze kunnen enkel "met
al hun macht onderwerpen," zoals Jehovah in Jeremia
5:31 zei over de Joodse profeten en priesters. Helaas voegt
Jehovah er aan toe: "En mijn eigen volk heeft het graag
zo gehad." Heden ten dage hebben we ook organisatorische
personen, we zouden hen "mensen-behagers" kunnen noemen
- mannen die alle juiste theocratische uitdrukkingen kennen,
maar die de geest niet werkelijk in hun hart hebben. De
profetie zegt dat Jehovah zijn volk nauwgezet zal onderzoeken
om zulke ongelovige opzieners te verwijderen. e-Watchman
heeft op diverse profetieën gewezen die beschrijven hoe
Jehovah zich voorgenomen heeft dat probleem op te lossen.
|
|
| Mijn partner en ik
zijn zo'n 4 jaar lang in en uit de waarheid geweest. Recentelijk
heeft hij me verlaten en ligt hij met een andere vrouw in
bed. Volgens de maatstaf moeten er in dat geval 2 getuigen
zijn, geldt dat ook voor ons daar we de waarheid kennen, maar
nog ongedoopt zijn? Kan hij hertrouwen en weer in de waarheid
komen? Ik wil niet scheiden, maar hij zegt dat hij het wel
wil. Ik heb veel hartepijn. |
|
|
|
Echtscheiding is een daad van ontrouw en verraad en de
Schrift laat uitkomen dat God zulke dingen haat en dat hij
overspelers en hoereerders uiteindelijk zal oordelen. Wat
betreft het hebben van twee getuigen voor de ontrouw van
je man: wanneer iemand met een ander persoon gaat leven,
is dat algemeen bekend. Schriftuurlijk bezien ben je vrij
om te hertrouwen als dat je wens is. Er kan echter geen
rechterlijke actie vanuit de gemeente worden genomen, omdat
jullie beiden niet gedoopt zijn als Jehovah's Getuigen.
Mijn advies aan jou is om dicht tot Jehovah te naderen.
Hopelijk vind je troost en ondersteuning in de plaatselijke
gemeente waar je naartoe gaat. Veel, veel van Jehovah's
Getuigen zijn door de emotionele verwoesting van een echtscheiding
gegaan. De Bijbel zegt dat Jehovah nabij de verbrijzelden
en gebrokenen van hart is. Ondanks dat je wellicht je verloren
huwelijkspartner niet meer terugwint, kan Jehovah geleidelijk
hoop in je leggen. Veel Christenen hebben bemerkt dat wanneer
menselijke relaties falen, dat dat juist de tijd is waarop
we de onfeilbare natuur van onze hemelse Vader gaan waarderen.
Ik hoop dat je zal gaan beseffen dat je, ondanks dat je
door je man bent afgewezen, welke zelfzuchtige reden hem
daartoe ook gedreven heeft, heel kostbaar voor God zelf
kan zijn. De tijd zal de wonden helen. Moge Jehovah je in
deze moeilijke tijden zegenen.
|
|
| Zullen al degenen die
voor de oordeelsdag sterven en die in fouten hebben geloofd
een opstanding ontvangen? |
|
|
| Ja, natuurlijk. Een ieder die heeft geleefd en is gestorven,
Jezus uitgezonderd, heeft in een bepaalde mate van fouten
geloofd. |
|
|
|
|