Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 8 t/m 14 December 2003


 

Wanneer de sprinkhanen uit Joëls profetie Jehovah's volk [Christus' broeders] zullen aanvallen, hoe kan dan worden gesteld dat de spinkhanen uit Openbaring 9 Jehovah's volk zijn [Christus' broeders]? Hoe kan er worden gezegd dat Jezus uit de hemel VIEL? Is het waar dat deze ster/engel in vroegere publicaties van Jehovah's Getuigen als Satan werd geïdentificeerd?


In de propetie van Joel worden Gods natie en volk afgeschilderd als dat ze overlopen worden door een plaag van verslindende insecten en rupsen. Jehovah komt zijn onder vuur liggende volk dan tot hulp en vergoed hen ten slotte de verwoesting die door de plaag veroorzaakt is. Zie het essay: Dag van de Sprinkhanen Aanval.

Terwijl Joël Gods volk beschrijft als personen die berouw hebben en die Jehovah aanroepen om hulp en bevrijding te geven van de sprinkhanenaanval, verhaalt Openbaring precies het tegenovergestelde resultaat voor degenen die slachtoffer zijn geworden van de sprinkhanen met stekende schorpioenenstaarten. Openbaring 9:4 zegt dat de sprinkhanen "alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben" steken uitdelen, als aankondiging van hun uiteindelijke vernietiging. Dat betekent dat het steken plaatsvindt na de definitieve verzegeling van de gezalfden; enige tijd na het openen van het 6de zegel, wat tijdens de grote verdrukking plaatsvindt. Als de sprinkhanen alleen degenen zonder zegel steken, is het duidelijk dat degenen die daadwerkelijk steken de gezalfden zelf zijn. Daar de sprinkhanen zelf beschreven worden als dat ze kronen van goud dragen en een koning over zich hebben, wordt ook duidelijk dat deze sprinkhaan-achtige wezens de verzegelde gezalfden zijn, die op dat moment in gezelschap van Christus, hun koning, hun koninkrijk hebben ontvangen.

Met betrekking tot het 2de gedeelte van je vraag: Jaren geleden huldigde de Wachttoren de verkeerde interpretatie dat Openbaring 9:1 van toepassing was op de zogenoemde gevallen engel, Satan de Duivel. Waarom zou God Jezus als een gevallen engel afschilderen? Beschouw eens wat de profetie van Daniël in verband hiermee te zeggen heeft. Daniël 8:10, 11 zegt het volgende aangaande de toekomstige activiteiten van de koning met bars gelaat: "En hij bleef groter worden, totdat hij zelfs tot aan het heerleger van de hemel reikte, zodat hij er van het heerleger en van de sterren ter aarde deed vallen en ze vervolgens vertrapte. En zelfs tegen de Vorst van het heerleger nam hij een groot air aan, en hem werd het bestendige kenmerk ontnomen, en de vaste plaats van zijn heiligdom werd omvergehaald."

In Daniëls profetie worden de heiligen aangeduid als "het heerleger van de hemel." De symbolische hemelen, welke uit 144.000 sterren bestaat, hebben hun koning Jezus over zich - die wordt beschreven als de "Vorst van het heerleger." Klaarblijkelijk wordt de heiligen die op aarde zijn wanneer Christus uiteindelijk zijn koninkrijk wordt gegeven, daarna ook hun koninkrijk met Christus gegeven, zoals in het 7de hoofdstuk van Daniël staat vermeld. Maar, Satans koning met bars gelaat richt hen ten gronde. Daarom wordt er gezegd dat hij "van de sterren ter aarde deed vallen." Daar, zoals Jezus zei, alles wat er tegen zijn broeders wordt gedaan, wordt beschouwd alsof het tegen Christus zelf wordt gedaan, kan er worden gezegd dat wanneer zijn gezalfde broeders vallen, vooral nadat zij koningen zijn geworden, Christus zelf lijdt en valt. Het lijkt er daarom op dat Jehovah op miraculeuze wijze tussenbeide komt nadat de heiligen ten val worden gebracht en vertrapt worden; en Christus daarna zijn eigen groep sprinkhaan-achtige strijders ter vergelding loslaat, of ze nu vlees zijn of als gemartelde en opgestane geesten.

Het 33ste hoofdstuk van Jesaja spreekt over Jehovah's rechterlijke beslissingen tegen de verraderlijke plunderaars van Gods volk en geeft aan dat Jehovah de zaken zal omdraaien, zodat de plunderaars zelf geplunderd worden. Het 4de vers luidt: "En de buit van u zal werkelijk bijeengeraapt worden zoals wanneer de kakkerlakken bijeenrapen, zoals de stormloop van sprinkhanenzwermen die op iemand losstormt." Dat wijst er dus op dat Gods vijanden, alsook zijn eigen volk, met sprinkhanen kunnen worden vergeleken wanneer zij hun vijanden plunderen.



Wat is het doel van het leven?


De Wachttoren heeft een mooie brochure uitgegeven welke die vraag bespreekt. Je kunt hem online lezen door hier te klikken: (LINK)


Met betrekking tot mijn voorgaande vraag aangaande het middelaarschap van Christus, zeg je dat hij niet de middelaar is van allen is en ik ben het daar niet mee eens. De Bijbel zegt duidelijk dat hij de middelaar tussen God en mensen is, niet tussen God en bepaalde mensen, of enkele mensen! Als hij enkel de middelaar van de 144.000 zou zijn, door bemiddeling van wie zou de rest van de mensheid, vooral de zogenoemde aardse klasse, dan moeten bidden? Het wachttorengenootschap?


Wellicht herinner je dat Petrus als volgt verwees naar de brieven van Paulus: "Daarin zijn echter sommige dingen moeilijk te begrijpen, die de niet-onderwezenen en onstandvastigen verdraaien, zoals zij dat ook met de overige Schriften doen..." Als we dus niet in de valkuil willen vallen de Schriften te verdraaien, moeten we erkennen dat sommige dingen in de Bijbel moeilijk te begrijpen zijn. Het is daarom onverstandig een hele leerstelling op onze voorkeursinterpretatie van een enkel vers of één woord in een vers te bouwen. De Wachttoren heeft in dit verband de waarheid onderwezen. Beschouw het volgende eens:

De postzak van vorige week verwees de lezer naar diverse passages in Paulus' brief aan de Hebreeën, waar Jezus een middelaar wordt genoemd. Op de plaatsen waar de term middelaar wordt gebruikt, is het altijd een verwijzing naar Christus als zijnde de middelaar van een verbond. Maar, betekent dat dat God een verbond met alle mensen sluit? Nee. Degenen die door middel van de middelaar Christus in een verbond worden gebracht met Jehovah, zijn degenen die gezalfd zijn en uitgekozen door God om uiteindelijk met Christus in zijn koninkrijk te regeren. Het doel van het verbond is uiteindelijk ter zegening van alle natiën, zoals God beloofde toen hij aanvankelijk zijn verbond met Abraham instelde. (Zie Genesis 22:18).

Wanneer de mensheid een zegening zal ontvangen als gevolg van het zaad van Gods belofte, en alleen de gezalfden deel uitmaken van dat zaad, is het duidelijk dat de mensheid in het algemeen niet in een verbondsverhouding met God staat. Als gevolg daarvan is Christus niet hun middelaar. Met andere woorden: De mensen der natiën zijn ontvangers van de zegening van het zaad door God. Maar Christus en zijn gezalfden zijn het zaad van God. (Galaten 3:29) Daarom is het niet voor alle mensen noodzakelijk Christus als middelaar te hebben, omdat ze gezegend worden door middel van het koninkrijk - ook al zijn ze niet in een verbond opgenomen voor een koninkrijk.

Beschouw dit eens: Jehovah God luisterde lang voordat Christus naar de aarde kwam naar de gebeden van mannen en vrouwen. Het is daarom geen vereiste Christus als middelaar te hebben om onze gebeden bij God verhoord te krijgen. Neem het voorbeeld van Cornelius: voordat hij gezalfd werd, wist hij niet wie Jezus was, en toch zei de engel hem dat God zijn gebeden en gaven van genade erkende. Als God dus gebeden verhoorde voordat Christus Jehovah's middelaar werd, waarom zou het dan nu voor alle mensen nodig zijn een middelaar te hebben, wil men verhoord worden? De waarheid is dat bidden door bemiddeling van Jezus, hem aldus erkennend als Jehovah's middel tot redding, hem niet automatisch een middelaar maakt voor elke smekeling.

De vraag die we ons moeten stellen is: Waarom hebben gezalfden een middelaar nodig en anderen niet? Het is niet enkel om hun gebeden te verhoren. Het gaat veel dieper dan dat. Het antwoord heeft te maken met het feit dat de gezalfden in een staat zijn gebracht waardoor ze rechtvaardig verklaard kunnen worden voor God. Rechtvaardig verklaard worden betekent in essentie dat God hen als volmaakt en foutloos oordeelt. Maar, natuurlijk zijn ze niet zonder fouten of volmaakt. Maar, wil God rechtvaardigen dat hij zondige mensen in zijn tegenwoordigheid in de hemelen brengt, moet hij geldige middelen hebben hun zondigheid over het hoofd te zien. Hen moet rechtvaardigheid geschonken worden, omdat het niet iets is wat ze bezitten. Daar komt Christus' tussenkomst en middelaarschap hen ten bate.

In het geval van de rest van de mensheid, het is voor Jehovah niet nodig hen rechtvaardig te verklaren wanneer ze dat niet zijn. Jezus zal zelfs de massa's onrechtvaardige mensen uit de doden opwekken die hem of Jehovah nooit hebben erkend. Dat op zichzelf is al een bewijs dat niet-gezalfde personen geen middelaar nodig hebben om Gods zegening van eeuwig leven te verkrijgen. Christus' koninkrijk zal de mensheid geleidelijk uit de zondige toestand tillen gedurende de 1000-jarige periode die speciaal daarvoor bestemd is. Zelfs degenen die Armageddon overleven worden niet rechtvaardig verklaard. Nadat de rook is opgetrokken, zullen zij zich nog steeds in een zondige toestand bevinden en zullen ook zij het programma moeten volgen wat hen tot menselijke volmaaktheid zal leiden. Aan het einde van de 1000 jaar zal Jehovah de bevrijde mensheid als rechtvaardig kunnen oordelen, omdat ze op dat moment rechtvaardig zullen zijn. Maar, in het geval van gezalfden, die hebben niet zo'n periode waarin ze hervormd worden zodat ze zondeloos worden in Gods ogen. Ze zijn in feite zondige schepselen tot op het moment dat ze, in een oogwenk, worden veranderd in onsterfelijke en onverwoestbare wezens en Jehovah hen in zijn tegenwoordigheid brengt.

En dat is heel, heel belangrijk! Jehovah doet niet zomaar iets wat hem invalt. Hij is ethisch en leeft naar zijn eigen beginselen van rechtvaardigheid. God kon zichzelf zoiets buitengewoons pas toestaan, wanneer hij de rechtsgeldigheid ervan gesteld had. Daarom hebben zij een speciale regeling nodig, zodat Jehovah onmiddellijk hun zonde kan wegdoen en hen als zijn rechtvaardige zonen verklaren. Dat is wat het nieuwe verbond en Christus' middelaarschap brengt.

Wat betreft "bidden door middel van het Wachttorengenootschap" zoals je schertsent vroeg: Ironisch genoeg, wanneer Jehovah de schande van zijn gezalfden wegneemt en zijn eigen naam ter voorbereiding van de zegening van de andere schapen heiligt, wijst Jesaja 45:14 erop dat de niet-gezalfden de verheven positie van Christus' broeders zullen erkennen. Er staat gedeeltelijk: "En voor u zullen zij zich neerbuigen. Tot u zullen zij bidden en zeggen: ’Waarlijk, God is in eendracht met u, en er is geen ander; er is geen andere God.’”

Dat anderen erkennen dat God in eendracht is met een bepaalde groep mensen, wijst erop dat Jehovah een heel speciale organisatie heeft waarmee hij een verbond heeft gesloten, en op een gegeven moment zullen we dat feit moeten erkennen.



Ondanks dat Christenen opgedragen is te prediken en dicipelen te maken, staat er nergens in de schrift dat we van deur tot deur moeten gaan. Waarom is dit een vereiste voor Jehovah's Getuigen, terwijl de schrift zegt niet buiten hetgeen geschreven is te gaan?


Het is geen vereiste voor ons van deur tot deur te gaan. De laatste jaren heeft de Wachttoren getracht Jehovah's Getuigen aan te moedigen andere mogelijkheden tot getuigenis geven te benutten. Maar, het is klaarblijkelijk een moeilijke gewoonte om mee te breken.


Paulus gebruikte in Hebreeën 1 ook de frase "deze laatste dagen," maar het NWV vertaalcomité heeft ervoor gekozen deze woorden te vertalen met "op het einde van deze dagen." [Zie Kingdom Interlinear en kijk ook in andere vertalingen die dikwijls door het genootschap worden geciteerd]


Bedankt dat je ons hierop gewezen hebt.


De eerste eeuwse Christelijke gemeente werd geïnfiltreerd door satanische handlangers en hebben uiteindelijk vele valse leerstellingen aangenomen, zoals de drie-eenheid; toch beweer je dat die ware Christenen nog steeds zouden omgaan met de gemeente, omdat de "tarwe en het onkruid" samen zouden opgroeien. Wanneer was die Christelijke gemeente dus niet meer de ware Christelijke gemeente, wanneer zagen de ware Christenen de noodzaak in de schriftuurlijk raad "van hen uit te gaan" op te volgen en waar gingen zij naartoe voor geestelijke omgang?


Na de dood van de laatste apostel vervaagde de Christelijke gemeente geleidelijk tot duisternis. Het werk van Jehovah's Getuigen in moderne tijden heeft zich gecentreerd rond het herontdekken van de waarheid en de verzamelende oproep "van hen uit te gaan." Er zijn in werkelijkheid slechts twee cruciale periodes in het gehele Christelijke era wanneer Gods gemeente kenbaar is. De eerste keer was natuurlijk direct volgend op de stichting van het Christendom. De tweede keer is onmiddellijk voor het oordeel en het besluit van het samenstel.


Bedankt voor je beredeneerde argumenten. Veel dingen die je schrijft heb ik reeds sinds lange tijd gedacht, bijvoorbeeld, de liefde van de meesten die zal verkoelen; dit betekende voor mij altijd al binnen de gemeenten. Ook Jezus' veroordeling van de Farizeeën was volgens mij een aanduiding van de hedendaagse organisatie en Jezus' kijk erop. Ook zei ik tegen een ouderling (waarschijnlijk nogal onverstandig) dat ik de belangrijkheid van het luiden van de trompetten in 1920 niet relevant vond, omdat niemand die nu leeft er iets vanaf weet. Ik kan niet begrijpen hoe het collectieve Besturende Lichaam, die Jehovah's kanaal zouden moeten zijn, zulke fundamentele fouten kan maken en waarom ze de argumenten die bijvoorbeeld op deze site worden gegeven niet hebben beredeneerd. Wat is daar de reden van? Als jij het ziet, moeten zij het toch ook zeker zien?


We moeten erkennen dat de meeste fouten van de Wachttoren te maken hebben met het verkeerd interpreteren van profetieën. En, de profetieën zelf hebben voorzegd dat dat het geval zou zijn. Het 28ste en 29ste hoofdstuk van Jesaja, en ook andere profetieën, hebben voorzegd dat God de hoofden van zijn profeten en visionairs zou bedekken, zodat zij niet in staat zouden zijn de boodschap van de profetieën met intelligentie te ontcijferen. (Zie het essay: Wie is Blind als de Knecht van Jehovah?) Als je je het nog herinnert, heeft Jehovah evenzo de realiteit van Christus' dood voor de apostelen verborgen gehouden. Daar alle schatten van wijsheid en kennis dus in Christus verborgen zijn en Christus het niet toestaat dat zijn dienstknechten een bepaald iets begrijpen, zullen we blind zijn zonder dat we zelf weten dat we blind zijn.

Wanneer Jehovah's opgetekende voornemen aangeeft dat hij zijn eigen volk zal verblinden om zijn voornemen in verband met hen te volbrengen, moeten we niet verbaasd zijn wanneer we zo'n blindheid ook daadwerkelijk zien. Beschouw eens wat de apostel Paulus schreef aangaande het vleselijk Israël in Romeinen 11:25: "Want ik wil niet, broeders, dat gij onwetend zijt omtrent dit heilige geheim, opdat gij niet beleidvol zijt in uw eigen ogen: dat er over Israël gedeeltelijk een afstomping der zinnen is gekomen totdat het volledige aantal mensen der natiën is binnengekomen, en op deze wijze zal heel Israël gered worden."

Als de "afstomping der zinnen" van kracht zal zijn totdat het volledige aantal (144.000) is binnengekomen, op welk moment "heel Israël gered zal worden," betekent dat in werkelijkheid dat het "Israël" dat door God verblind is, helemaal niet het vleselijke Israël is. Dat betekent dat God een afstomping van de geestelijke waarneming toestaat bij degenen die zelf geestelijke Joden zijn, totdat Jehovah zijn werk van het roepen en uitkiezen van alle leden van zijn natie voleindigd heeft. Dus, terwijl de Wachttoren instelling, waar, zoals we zouden kunnen zeggen, de oude garde gezalfden rondom gegroepeerd is, niet in staat is te erkennen dat Gods roepen en uitverkiezen niet geëindigd is in 1935, maar voortgaat tot in het huidige 11de uur, is de afstomping der zinnen in zichzelf een bewijs van Gods werk en de laatheid van het uur.



Wie stichtte het Wachttorengenootschap en wanneer begon het?


Op de website van de Wachttoren kun je antwoorden vinden op je vragen. Klik hier: (LINK)


Ik moet het vragen: zal mijn mening, net zoals jouwe op bepaalde terreinen, niet worden bezien als afvalligheid? En als ik uitgesloten wordt voor het hebben van deze ideeën, hoe kan ik en mijn familie dan in staat zijn Jehovah van buiten de beschermde organisatie te dienen? Zullen we buiten de organisatie niet veel meer gevaar lopen voor Satans aanvallen? Je antwoord op zulke vragen zijn heel erg nodig, mijn geweten gaat niet akkoord met antwoorden als "zwijg er gewoon over," zoals ik het voel heb ik de waarheid opnieuw gevonden, en ik kán er niet over zwijgen.


Salomo schreef dat er een bestemde tijd was om te spreken en een tijd om te zwijgen. Jezus adviseerde zijn volgelingen ook omzichtig als slangen te zijn en toch zo onschuldig als duiven. Welke "waarheid" je ook gevonden hebt, wanneer het ervoor zorgt dat je uit de gemeente gesloten wordt voor het "prediken" tegen anderen, is het wellicht wijs te zwijgen. Natuurlijk komen wij allemaal wel eens wijsheid tekort. Daarom verzekert Jakobus ons ervan dat, wanneer we om wijsheid smeken bij God, hij die ons zal geven, zonder ons te straffen voor dat gebrek aan wijsheid.

Paulus gaf ook raad welke je ook de meest wijze weg kan doen zien in dit opzicht. Hij schreef het volgende aan Timotheüs: "Daarom wens ik dat in elke plaats de mannen zich aan gebed wijden, waarbij zij loyale handen opheffen, zonder gramschap en woordenstrijd." Nu, vraag jezelf eens af, wanneer ik mijn ideeën aan de gemeente predik, zelfs als ik volledig overtuigd ben van de rechtmatigheid van mijn standpunt, wat zal dan het waarschijnlijke resultaat zijn? Heeft het tot resultaat dat de gemeente opgebouwd en aangemoedigd wordt, of zal het resulteren in verdeeldheid, wrevel, onnodige gramschap en woordenstrijd? Wanneer je zelf een eerlijk antwoord vindt op die vraag, moet je in staat zijn te bepalen welke koers je zult gaan volgen.



Geachte Watchman, wanneer je tijd hebt, zou je me het volgende kunnen laten begrijpen: Wanneer Jezus niet onzichtbaar gekomen is in 1914 en hij "de getrouwe en beleidvolle slaaf" niet over al zijn bezittingen heeft aangesteld om voedsel te rechter tijd uit te delen, enz, dan: (1) Bij welke autoriteit beweren Jehovah's Getuigen dan dat ze Jehovah's organisatie zijn? (2) Wat onderscheidt hen van de Christenheid? (3) Als het Jehovah's organisatie is, is het dan het "enige" kanaal waardoor Jehovah en Jezus met ons communiceren? (4) Zijn alle gezalfden op aarde gedoopte Jehovah's Getuigen?


Deel 1: Onze bewering dat we Jehovah's organisatie zijn, is er het gevolg van dat er zich gezalfde Christenen onder ons bevinden. Zij vormen samen wat in de Schrift Gods huis wordt genoemd. Volgens Lukas 12:42 wordt de zogenoemde "getrouwe slaaf" over Christus' lichaam van bedienden in het huisgezin van de meester aangesteld. Merk alsjeblieft op dat de getrouwe slaaf, zowel in het verslag van Mattheüs als dat van Lukas, twee verschillende aanstellingen krijgt bij twee verschillende gelegenheden. De 1ste aanstelling, zoals hierboven al aangehaald, is enkel over het lichaam van bedienden van de meester. De 2de aanstelling vindt plaats wanneer de meester uiteindelijk als een dief in de nacht arriveert voor het oordeel. De slaaf die als getrouw in hun eerste aangestelde opdracht worden geoordeeld, worden dan aangesteld over al zijn bezittingen.

Helaas heeft de Wachttoren verkeerd geconcludeerd dat de meester reeds is aangekomen en de getrouwe slaaf in 1919 over al zijn "bezittingen" heeft aangesteld. Ook al is dat niet waar, we moeten niet haastig de conclusie trekken dat de getrouwe slaaf niet over Gods huisgezin is aangesteld. Kennelijk heeft de toekomstige aanstelling van de getrouwe slaaf over al de bezittingen van de meester te maken met het uiteindelijk ontvangen van hun koninkrijk in gezelschap van Christus. Het 32ste hoofdstuk van Jesaja bevat een profetie die beschrijft wat er plaats zal vinden wanneer Jezus feitelijk koning wordt. Vers 3 en 4 zeggen: "En de ogen der zienden zullen niet dichtgestreken zijn, en zelfs de oren der horenden zullen aandacht schenken.  En zelfs het hart der voorbarigen zal acht geven op kennis..."

Op grond van dat vers lijkt het dat degenen die Jehovah geestelijk zal verlichten, zijn eigen gezalfde dienaren en hun vrienden zijn. Er bestaat geen twijfel over dat we voorbarig zijn geweest door veel profetieën een vervulling te laten hebben in de periode van 1914-1919. Jehovah heeft natuurlijk de macht ons dingen in een geheel ander licht te laten zien, wat te vergelijken is met Paulus die een ontmoeting had met de verheerlijkte Christus wat hem letterlijk blind maakte, en waardoor een paar dagen later wat leek op schubben van zijn ogen vielen. Paulus zei dat zijn ontmoeting met Christus uniek was, doordat hij als een te vroeg geborene was. Dat wil zeggen dat Paulus Jezus zag zoals de gehele bruid hem zal zien in zijn heerlijkheid, terwijl alle andere getuigen van Jezus' opstanding hem zagen in zijn bekende menselijke gedaante. Het feit dat de schubben van Paulus' ogen vielen doordat hij Christus in zijn heerlijkheid zag, is waarschijnlijk een voorbode van de ogen openende ervaring die Jehovah's Getuigen bij de openbaring van Christus' heerlijkheid zullen meemaken.

Deel 2: Jehovah's Getuigen onderscheiden zich op vele manieren van de Christenheid. Ten eerste getuigen we van Jehovah God. We hebben de relevante strijdvragen aangaande Jehovah's universele soevereiniteit en 's mensens integriteit aan de wereld bekend gemaakt. We hebben ons vrijgemaakt van Babylonische leerstellingen. We streven ernaar geen deel van Satans wereld te zijn. Jehovah's Getuigen maken het goede nieuws van Gods koninkrijk bekend - wat een feitelijke regering is die over een nieuwe aarde van vrede en rechtvaardigheid zal regeren. Onze bediening geeft mensen feitelijk een basis voor de zuivere hoop voor eeuwig op in het paradijs te leven. Uiteindelijk heeft onze organisatie Jehovah een basis verschaft om in te grijpen in de menselijke samenleving om eerst zijn afgedwaalde getuigen te corrigeren; en vervolgens wraak te nemen op de wereld die tegen die tijd getracht zal hebben zijn zonen te vernietigen.

Deel 3: De voornaamste manier waarop God met ons communiceert, is door middel van zijn heilige geest en zijn woord. Daar er slechts één God is, één Heer, en één geloof, en de meester slechts één huisgezin heeft, is het redelijk dat er slechts één weg is door middel waarvan God zijn voornemen bewerkstelligt.

Deel 4: Ja. Nogmaals, volgens de illustratie van de getrouwe slaaf bevinden al de dienstknechten van de meester, wanneer hij arriveert voor het oordeel, zich als het ware onder één dak.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman