Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 16 t/m 22 Februari 2003


 

Waren alle getrouwe Christenen uit de eerste eeuw gezalfd, ongeacht leeftijd of geslacht? Beantwoord graag schriftuurlijk. Vraag 2: Is er druk van mede-getuigen of het genootschap om je identiteit te onthullen?


Ja. Alle oorspronkelijke Christenen waren gezalfd. Vrijwel elke Christelijke brief spreekt tot degenen die Christus toebehoren of die op andere wijze door God zijn gezalfd met zijn heilige geest. 2 Korinthiërs 1:21 zegt bijvoorbeeld: "Doch hij die waarborgt dat gij en wij Christus toebehoren en hij die ons heeft gezalfd, is God." Met betrekking tot het relatieve handjevol personen vanuit de Joodse natie die Jezus aannamen en wedergeboren werden, zegt Johannes 1:11-13: "Hij kwam tot zijn eigen huis, maar de zijnen namen hem niet tot zich. Doch aan allen die hem wel ontvingen, heeft hij de macht gegeven Gods kinderen te worden, omdat zij geloof oefenden in zijn naam; en zij zijn niet uit bloed noch uit een vleselijke wil of uit de wil van een man geboren, maar uit God.

Wat betreft je tweede vraag, zoals blijkt uit de vele emails die ontvangen worden, respecteren de meeste broeders mijn verlangen op dit moment anoniem te blijven.



Ik heb een vraag over het standpunt van Jehovah's Getuigen met betrekking tot bloed. Ik begrijp dat de getuigen geloven dat mensen onvolmaakt werden en verdreven werden uit Eden, terwijl wilde dieren angst kregen voor de mensheid. Dieren bleven gedurende de val van de mensheid dus relatief hetzelfde, met uitzondering van hun nieuw verworven angst voor mensen. Mijn probleem is dit: Wanneer God deze dieren geschapen heeft om te functioneren zoals ze dat nu ook doen, waarom zijn er dan soorten zoals muggen en bloedzuigers die zich voeden met en in leven blijven door menselijk bloed? Verder, voordat er mensen waren, waarom schiep God monsterlijke Dinosauriërs die, geheel natuurlijk, elkaar opaten? Wanneer God wenst dat kleine kinderen en oude mannen sterven voor zijn geen-bloed standaard, waarom zou hij het dan toestaan dat ze lastiggevallen worden door de dieren die in sommige gevallen opzettelijk deze vloeistof drinken? Onthoud alsjeblieft dat instinct geen intelligentie is, het is geprogrammeerd door degenene die ons gezegend heeft met deze planeet. Bedankt voor je beschouwing van mijn vraag.


Als ik je vraag in andere woorden mag stellen, heb je feitelijk gevraagd: Wanneer bloed heilig is voor God, waarom heeft hij dan dieren geschapen die bloed eten?

In basis vraag je wat het verschil is tussen mensen en dieren.

Ondanks dat er duidelijke overeenkomsten bestaan tussen mensen en dieren, doordat we hetzelfde biologische onderhoudssysteem delen, bestaan er ook vele verschillen. Maar, het meest belangrijke aspect dat mannen en vrouwen onderscheidt van de lagere orde van de schepping van dieren, is dat we gemaakt zijn naar het beeld van God. Gemaakt zijn naar het beeld van Jehovah betekent dat we het potentiëel en de capaciteit bezitten in een patroon te denken en te handelen op een manier die gelijksoortig aan God zelf is. Van Jezus werd gezegd dat hij 'een nauwkeurige afdruk van Gods wezen' was, zodat alles wat hij zei en deed hetzelfde was als wat Jehovah zelf zou hebben gedaan onder gelijke omstandigheden. Omdat we naar Gods beeld gemaakt zijn, hebben we ook een grotere verantwoordelijkheid voor God. Dat betekent dat we verplicht zijn hem te gehoorzamen.

Zoals je terecht zei, dieren gehoorzamen enkel hun instinct. Het is voor die schepselen dus onmogelijk rationeel te besluiten God te dienen en te gehoorzamen. Elke maatschappij en cultuur die ooit heeft bestaan, erkent bijvoorbeeld dat stelen verkeerd is. In de brief aan de Romeinen noemde Paulus dat "de wet die in mijn leden is." Daarom geven we degenen die dieven zijn straf: omdat universeel erkend wordt dat stelen verkeerd is. In het dierenrijk bestaat echter niet zo'n bewustzijn van goed en fout. Dieren, vogels en vissen vechten en nemen van elkaar als levensstijl - in sommige gevallen zouden ze uitsterven wanneer ze dit niet zouden doen. Wanneer mensen op zo'n wijze handelen, beschouwen we hen als beestachtige roofdieren en plunderaars.

Neem als ander voorbeeld eens seksuele moraliteit: er wordt algemeen erkend, zelfs door goddeloze mensen, dat overspel verkeerd is. In het dierenrijk staan de zaken er echter geheel anders voor. Terwijl enkele soorten vogels en bepaalde dieren hun hele leven bij één partner blijven, paren de meeste dieren met meerdere partners. Honden en katten kunnen zelfs met hun eigen broers en zusters uit hetzelfde nest paren. Maar, wederom, mensen die de standaard van moraliteit overtreden worden feitelijk beestachtig - en de Bijbel bevestigt dat zeker op diverse plaatsen.

Met betrekking tot bloed: de walgelijke, fictieve persoon Dracula, die een deel mens en een deel vampier is, illustreert zeker dat we de dierlijke, roofzuchtige natuur van het leven op andermans bloed kennen.

Het punt is dus dat dieren niet geschapen zijn om Gods wetten te volgen. Wij echter wel en dat verwacht Jehovah ook van ons. Jezus zei eens, en ik parafraseer, dat het beter is getrouw aan God te sterven dan een compromis te sluiten om onszelf te redden - maar wel Gods gunst verliezen. Die soort van grootsheid plaatst ons ver boven de dierlijke schepping. Daarom zijn Jehovah's Getuigen bereid hun leven te verliezen, wanneer het ook feitelijk zover komt, zodat we niet Jehovah's gebod ons "te onthouden van bloed" overtreden.



Wanneer je gelooft dat we ons niet in de laatste dagen bevinden, wanneer beginnen die dan?


De exacte zinsnede "laatste dagen" wordt op slechts enkele plaatsen in de Griekse Geschriften teruggevonden. Jezus gebruikte die exacte uitdrukking nooit in verwijzing naar het einde van de wereld, noch wordt het teruggevonden in Openbaring. Jezus verwees echter wel diverse malen naar het besluit van het samenstel van dingen. Maar, het besluit van het samenstel, of tijd van het einde, heeft betrekking op de feitelijke oordeelsperiode.

De eerste maal dat de term "laatste dagen" gebruikt werd, was door de apostel Petrus op de dag van Pinksteren. Toen introduceerde hij de nieuw-gevormde Christelijke gemeente aan de Joden door te citeren uit het 2de hoofdstuk van Joël; en hij voegde eraan toe dat de voorzegde uitstorting van de geest zou plaatsvinden in "de laatste dagen." Volgens de apostel Petrus markeerde de uitstorting van Gods geest dus het begin van de laatste dagen voor het Joodse samenstel.

Vele jaren later schreef Jakobus echter aan de broeders en bestrafte degenen die hun vertrouwen op de rijken gesteld hadden. Hij waarschuwde dat de Christenen die hun rijkdom hebben opgestapeld feitelijk vuur hebben opgestapeld in de laatste dagen waarin hun rijken tekort zouden schieten. Volgens Jakobus waren de laatste dagen daarom een toekomstige periode van oordeel. Enkele verzen later, in Jakobus 5:8, moedigde Jakobus de broeders aan geduld te blijven oefenen en te wachten op de tegenwoordigheid van de Heer. Jakobus legde dus een duidelijk verband tussen de tegenwoordigheid van de Heer en de laatste dagen. Daar materiële rijken ons nog niet in de steek gelaten hebben, zijn de laatste dagen waar Jakobus naar verwees nog niet begonnen. Noch is de tegenwoordigheid van de Heer begonnen - anders hoefden we geen geduld te blijven oefenen.

Het is daarom duidelijk dat de term "laatste dagen" op diverse manieren gebruikt kan worden. Het kan worden gebruikt om een lange periode die leidt tot Gods oordeel aan te duiden, of het kan ook gebruikt worden in verwijzing naar de feitelijke oordeelsperiode zelf. In de eerste eeuw begonnen de laatste dagen in 33 G.T., toch begonnen de kritieke laatste dagen van Jeruzalem in November 66 G.T., toen de Romeinse legers de stad voor het eerst bestormden.

Wat betreft Jehovah's Getuigen, we hebben geen ongelijk wanneer we zeggen dat we in de laatste dagen leven. Maar, dat is niet omdat de tijden der Heidenen geëindigd zijn, zoals we denken. We kunnen echter wijzen op de periode van 1919 als de tijd waarin Jehovah zijn zalvende geest uitstortte om zijn dienaren weer opnieuw 'tot leven te wekken' en hernieuwde energie te geven om Christus' koninkrijk te prediken. Terwijl deze schrijver gelooft dat de Wachttoren veel te veel profetieën op die periode van toepassing heeft gebracht, is het een feit dat het wel degelijk als een Pinkster-achtig keerpunt heeft gediend voor degenen die in die tijd als Jehovah's getuigen dienden. In algemene zin zijn de laatste dagen voor de wereld toen begonnen.

Echter, zoals Jakobus al aangaf, de laatste dagen kunnen specifiek van toepassing zijn op de tijd van het tumultueuze en vurige einde van het samenstel wat plaatsvindt als gevolg van Jezus' tegenwoordigheid. Die laatste dagen zijn nog niet begonnen. Maar, we kunnen aannemen dat de tijd van het einde aanstaande is. Het moet vanzelfsprekend zijn dat wanneer een met haat vervulde wereld, beheerst door machtige, goddeloze demonen die uit zijn op verwoesting, bezit krijgt over ontelbare massavernietigingswapens, dat het einde van zo'n wereld onontkoombaar is.

In Mattheüs 16:3 bestrafte Jezus de Farizeeën voor hun zichzelf opgelegde blindheid en hypocrisie door erop te wijzen dat ze intelligent genoeg waren om weerpatronen te interpreteren, zodat ze wisten welk soort van weer ze de volgende dag konden verwachten. Hij stelde vervolgens de retorische vraag waarom ze niet "de tekenen van de tijd" konden interpreteren. De vraag is: Van welke tekens verwachtte Jezus dat ze die konden interpreteren? Kennelijk verwachtte Jezus dat ze aandacht sloegen op zijn onderwijs en krachtige werken, evenals op de prediking van Johannes de Doper en de apostelen als een teken van de tijd. Op dezelfde wijze heeft het predikingswerk van Jehovah's Getuigen gediend als een teken van de tijd en heeft het ons op het punt gebracht waarop de laatste dagen serieus kunnen beginnen, wanneer de feitelijke tegenwoordigheid van Christus, even onverwacht als een onaangekondigde aankomst van een dief in de nacht, begint.



Waarom zou Jehovah Mozes willen doden in Exodus 4:24?


Het vers in kwestie zegt: "Nu geschiedde het onderweg, in het nachtverblijf, dat Jehovah hem voorts tegemoet trad en naar een manier bleef zoeken om hem ter dood te brengen."

In dat vers is het niet geheel duidelijk wie de "hem" is die Jehovah ter dood ging brengen, of het Mozes of zijn zoon was. Het volgende vers wijst erop dat Mozes' vrouw hun zoon, Gershom, besneed en dat de engel tevreden stelde. Op grond van dat vers lijkt het er dus op dat Gershom degene was die ter dood gebracht zou worden. Ter uitleg: lang voordat de Wet van Mozes in werking trad, had Jehovah bevolen dat het gehele huisgezin van Abraham besneden moest worden. Genesis 17:14 beweert dat elke onbesneden man ter dood gebracht moest worden, daar hij een overtreder van Gods verbond met Abraham was. Daar Mozes was opgegroeid als een Egyptenaar en zijn vrouw een Midianitische was, verzuimden ze wellicht hun zoon te besnijden. Doordat Jehovah op die tijd aandacht schonk aan die zaak, vlak nadat hij tot Mozes had gesproken over het doden van Farao's eerstgeborene, zou het benadrukken dat de Hebreeën, net zoals Gershom, Gods eerstgeborenen waren en dat ze onder Gods verbond met Abraham stonden en dat dat de reden was dat Jehovah hen zou bevrijden en hen naar het land zou leiden dat hij oorspronkelijk aan Abrahams nageslacht beloofd had.



Ik ben een getuige die op dit moment in mijn vrije tijd een biologie cursus volgt aan de Open Universiteit, welke nu uitgebreid ingaat op de oorsprong van het leven, genetische verandering, evolutie, natuurlijke selectie enzovoort (wat ik echt interessant en soms zelfs logisch vind). De ouderlingen in mijn gemeente weten hier niet van en ik ben bang dat ik uitgesloten zou kunnen worden wanneer ze er achter komen. Denk je dat de ouderlingen een zaak tegen me hebben wanneer ze het ontdekken? Moet ik eerlijk tegen hen zijn, in het geheim doorgaan (en ervan genieten) of de cursus stopzetten?


Het lezen van biologieboeken of het bestuderen van evolutie is geen grond voor uitsluiting. De broeders op Bethel bestuderen ten slotte ook boeken over evolutie wanneer ze artikelen schrijven die schepping en evolutie bespreken. Evenzo is het hebben van een wereldlijke opleiding en kennis van filosofie en theorieën over de oorsprong van de mensheid niet verkeerd. De Bijbel zegt dat Mozes geschoold was in alle "wijsheid" van Egypte. Daniël en zijn Hebreeuwse metgezellen hadden al het "hogere onderwijs" van de Babyloniërs geleerd. Paulus waarschuwde Christenen echter niet misleid te worden door de holle filosofie van deze wereld. Het is echter aan elke Christen om 'de Christus als Heer in ons hart te heiligen.' Dat betekent dat het jouw verantwoordelijkheid is je ervan te verzekeren dat je geloof je niet ontnomen wordt doordat je evolutie bestudeert.


Je hebt eerder geschreven over 1914. Mijn vraag heeft te maken met de gebeurtenissen op het Hoofdkantoor in 1980 met betrekking tot 1914. Raymond Franz, destijds een lid van het besturende lichaam, had een boek ontvangen, geschreven door een broeder uit Zweden, wat aan de hand van wereldlijke bronnen zonder twijfel bewees dat Jeruzalem niet in 607 v.G.T. vernietigd werd, maar in 586 v.G.T. Wat me frustreert in mijn eigen nazoekwerk, is dat ik, buiten de publikaties van het Genootschap, nooit een bron ben tegengekomen die op een andere datum dan 586 v.G.T. wees. Ik heb het Genootschap hierover geschreven (met een anoniem adres en een alias), waarbij ik gevraagd heb naar overtuigend bewijs voor hun bewering dat deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden in 607 v.G.T. In plaats van een antwoord te ontvangen op mijn vraag, was het enige dat ze mij aanmoedigde hen te vertrouwen en ze terzelfdertijd probeerden uit te zoeken wie ik was en tot welke gemeente ik behoorde. Ik had het gevoel dat ze mij meer wilde beproeven dan dat ze me wilde helpen. Waarom zijn ze zo koppig hierover? Waarom blijven ze de feiten negeren of behandelen ze de gemiddelde lezer alsof ze één of ander Bijbels beginsel overtreden wanneer ze onafhankelijk speurwerk verrichten? Volgens Franz vond hij, tijdens nazoekwerk voor het "Hulp tot Begrip van de Bijbel"-boek, geen enkel wereldlijk bewijsmateriaal om de theorie van het Genootschap te ondersteunen, en toen hij deze bevinding aan het Besturende Lichaam overlegde waren ze niet onder de indruk. Wat is er toch aan de hand?


Er zijn diverse dingen aan de hand. Ten eerste heeft de Wachttoren al die tijd al erkend dat de wereldlijke geschiedenis de 607 datum niet als de vernietiging van Jeruzalem accepteert. De reden dat de Wachttoren het jaar 607 accepteert, heeft te maken met het feit dat ze het eens zijn met historici over 539 v.G.T. als de datum voor de val van Babylon; en een tweetal jaar te rekenen voor de uiteindelijke bevrijding en terugkeer van de Joden naar Jeruzalem. De Wachttoren telt simpelweg 70 jaar terug van 537 om bij 607 uit te komen. Hun redenering is dat de Schrift zegt dat Jeruzalem 70 jaar woest gelegd zou worden en de periode van 586 tot 539 slechts 49 jaar is; daarom houdt de Wachttoren 607 aan.

Carl Jonsson geeft in zijn boek The Gentile Times Reconsidered natuurlijk zijn eigen interpretatie van wat Jehovah bedoelde met de 70 jaar. Ik heb Jonssons boek een aantal jaar geleden zelf gelezen, ik zou echter niet willen zeggen dat de kwestie door zijn interpretatie "zonder twijfel" is opgelost.

Het hele argument is in werkelijkheid toch betwistbaar, gezien het feit dat er schiftuurlijk kan worden beredeneerd dat de tijden der Heidenen niets te maken hebben met de zogenoemde zeven tijden uit Daniël.

Met betrekking tot waarom de Wachttoren zo hardnekkig aan de 607-1914 leerstelling vasthoudt; klaarblijkelijk is dat het middel waardoor Jehovah tijdelijk de hoofden van zijn profeten en visionairs bedekt heeft. Daar Jezus' tegenwoordigheid onverwachts is, als een dief in de nacht, is de enige manier waarop hij feitelijk onverwachts kan aankomen voor degenen die normaliter vol verwachting zijn, wanneer ze aanvankelijk geloven in een deel verkeerde informatie over Christus' tegenwoordigheid.

In het 25ste hoofdstuk van Mattheüs illustreerde Jezus het effect dat zijn tegenwoordigheid zou hebben op zijn dicipelen door hen te vergelijken met de beleidvolle en dwaze maagden. Volgens de Wachttoren is die illustratie in 1919 in vervulling gegaan. Maar, dat is om 2 redenen niet mogelijk. Eén: Jezus zegt dat wanneer de bruidegom gearriveerd is en de wijze maagden het bruiloftsfeest binnengingen de deur onmiddellijk gesloten werd. De meesten, zo niet allen, die heden ten dage beweren deel uit te maken van Christus' bruidsklasse zijn na 1919 gezalfd. Het is duidelijk dat de deur tot het bruiloftsfeest van het Lam toen niet werd gesloten.

Ten tweede besloot Jezus zijn illustratie door te zeggen: "Waakt daarom voortdurend, want gij weet noch de dag noch het uur." Als Christus in 1914 gekomen is en het geprofeteerde oordeel over Jehovah's gezalfde huisgezin in werking gesteld heeft, waarom moeten we dan nog steeds blijven waken voor de aankomst van de meester? En ook, de broeders keken toen erg vooruit naar 1914; hoe kan het dan dat Jezus zei dat we de precieze tijd van de aankomst van de meester niet zouden weten?

Het lijkt er daarom op dat het dogma van 1914 ons niet geestelijk verlicht heeft, maar ons juist blind gemaakt heeft; wat het nog noodzakelijker maakt dat we acht slaan op Jezus' aanmoediging waakzaam te blijven. Wanneer Jezus uiteindelijk zal aankomen, zullen sommige gezalfden klaarblijkelijk als de dwaze maagden zijn die hebben toegelaten dat hun lampen zonder verlichtende olie kwamen te zitten. Het zou misschien zo kunnen zijn dat de koppige weigering afstand te doen van 1914, uiteindelijk datgene zal zijn wat de dwaze maagden ervan weerhoudt het bruiloftsfeest in de kritieke tijd, wanneer Christus' parousia feitelijk begint, binnen te gaan.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman