Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 23 Februari t/m 1 Maart 2003


 

De WT beweert dat Jezus als een geest is opgewekt. Dit is rechtstreeks in tegenspraak met 1 Johannes 4:2: "Hieraan onderkent GIJ de geïnspireerde uiting die van God afkomstig is: Elke geïnspireerde uiting die Jezus Christus als in het vlees gekomen belijdt, spruit uit God voort." Kun je dit verklaren?


Het komen van Jezus in het vlees stond niet in verband met zijn opstanding en terugkeer naar de hemel. Christus kwam in het vlees toen hij werd geboren als menselijke Zoon van God. Hij kwam ook in het vlees toen hij bij Johannes de Doper kwam om gedoopt te worden en werd opnieuw geboren als een geestelijk geboren Zoon van God. Daarom moeten Christenen erkennen dat de man Jezus Christus Jehovah's beloofde Messias was toen hij naar de aarde kwam.


Deze generatie die deze dingen ziet gebeuren (1914) zal niet voorbij gaan. Is dit de generatie die is geboren in 1914 of die leefde en oud genoeg waren om deze dingen te zien?


Nee. Dit komt omdat de generatie van 1914 zo goed als verdwenen is. Hier is een link naar een artikel over de 80ste 'verjaardag' van het tekenen van de Wapenstilstand in 1918. Het kan je een idee geven hoe weinig mensen er nog op deze wereld zijn die toen ook leefden. Hoe meer jaren er voorbij gaan, hoe duidelijker het wordt dat 1914 niet het begin van Jezus' tegenwoordigheid was en daarom is die generatie ook vrijwel weg.

Tot 1994 hebben Jehovah's Getuigen gespeculeerd over de lengte van een generatie. Er werd algemeen aangenomen dat het redelijk leek dat de generatie van 1914 niet meer dan 80 jaar zou zijn, omdat Mozes beweerde dat de dagen van onze jaren maar 70 of 80 jaar bedroegen. Maar, toen dat 80ste jaar kwam en voorbij ging werd het duidelijk dat er iets niet juist was in ons begrip van Jezus' profetie over de generatie die niet voorbij zou gaan voordat het koninkrijk kwam.

In de Wachttoren van 1 November 1995, vlak na het voorbij gaan van het 80ste jaar, herdefiniëerde een artikel de betekenis van een "generatie" toen Christus dat woord gebruikte. De Wachttoren verwijderde eigenlijk het tijdselement dat aan de lengte van een generatie hing en maakte Christus' woorden daarmee feitelijk betekenisloos voor zover het enig soort van meetbaar tijdskader zou markeren. Maar, in plaats van het herdefiniëren van Jezus gebruik van een "generatie," zullen we uiteindelijk opnieuw moeten bekijken wanneer Christus' tegenwoordigheid werkelijk begint.



Genesis 6:4 luidt: "De Nefilim bleken in die dagen op de aarde te zijn, en ook nog daarna, toen de zonen van de [ware] God betrekkingen met de dochters der mensen bleven hebben en dezen hun zonen baarden; dit waren de sterke mannen die er oudtijds waren, de mannen van vermaardheid." Mijn vraag is als volgt: Wanneer de Nefilim in de vloed werden vernietigd, waarom zegt het vers dan dat ze op Aarde waren na Noach's tijd? Hoofdstuk 6:1 spreekt over engelen die menselijke vrouwen namen en vers vier zegt dat ze daarmee voortgingen. Hadden de engelen meer dan eens relaties met vrouwen? Waren er daarom reuzen in de tijd van Koning Saul?


Dat is een vrij lastig vers om te begrijpen. Maar, de manier waarop het vers moet worden begrepen is dat de zonen van God niet na de vloed voortgingen met het hebben van relaties met vrouwen, maar nadat de Nefilim voor het eerst verschenen. Met andere woorden, de wereld van voor de vloed werd klaarblijkelijk bevolkt door meer dan een paar van de zonen van de opstandige engelen. Het was alsof een heel nieuw ras van schepselen de planeet overnam, toen de zonen van God voortgingen met het voortbrengen van bizarre nakomelingen - zelfs nadat gebleken was wat voor soort kwaadaardige schepselen zij waren. Bedenk ook het volgende: de reden dat Jehovah zo'n ontzagwekkende overstroming veroorzaakte was niet om een slechte wereld te vernietigen, maar de vloed vaagde de slechte zonen van God weg en maakte dat de gematerialiseerde engelen hun vleselijke lichamen moesten verlaten en moesten terugkeren naar het geestenrijk, waar ze thuishoren. Nadat de opstandige zonen van God gedematerialiseerd waren, sloeg Jehovah ze als het ware in de boeien; de Schrift zegt hierover dat de demonen beteugeld werden - wat hen er klaarblijkelijk van weerhoudt zich opnieuw te materialiseren.

Wat betreft de Nefilim na de Vloed: Numeri 13:33 geeft aan dat de Hebreeuwe spionnen toen ze het Beloofde Land binnengingen reuzen zagen die ook Nefilim werden genoemd. Het vers zegt echter dat de Nefilim na de Vloed zonen van Anak waren - wat hen menselijk maakte en geen halfgoden. Er bestond klaarblijkelijk een ras van uitzonderlijk grote mannen, waaronder Goliath, die het land Kanaän bewoonden tot de tijd van Saul en David. Zij werden ook Nefilim genoemd, maar zij waren geen zonen van opstandige engelen.



Wat zijn de fundamentele leerstellingen en gebruiken van het geloof van Jehovah's Getuigen?


De Wachttoren heeft op het internet een brochure vrijgegeven die antwoord geeft op jou vraag.


In het Vragen&Antwoorden-gedeelte maakte je een opmerking aangaande de uitdrukking "de laatste dagen." Terwijl je verwees naar de passage in Handelingen 2:17 zei je: "Dus, volgens de apostel Petrus markeerde het uitstorten van Gods geest het begin van de laatste dagen van het Joodse samenstel." Ik lees Handelingen en het verslag van Pinksteren, maar ik lees daar niet dat Petrus zei dat het uitstorten van Gods geest het begin van "de laastte dagen van het Joodse samenstel" kenmerkte. Ik las enkel dat hij de uitdrukking "de laatste dagen" gebruikte. Hoe kan je schriftuurlijk aantonen dat Petrus in werkelijkheid verwees naar de laatste dagen van het Joodse Samenstel, in plaats van simpelweg de "laatste dagen?"


Een paar weken voor Pinksteren gaf Jezus een uitgebreide tweeledige profetie welke zowel de vernietiging van Jeruzalem alsook van het hele samenstel voorzei. Als onderdeel van die profetie gaf Jezus zijn dicipelen specifieke instructies over hoe te reageren wanneer het voor hen duidelijk werd dat de heilige plaats in Jeruzalem onteerd was door een "walgelijk ding." Jezus vertelde hen ronduit dat er met betrekking tot Gods tempel geen steen op de andere zou worden gelaten.

Volgens de profetie in het 2de hoofdstuk van Joël, waaruit Petrus op Pinksteren citeerde, zouden er zich zichtbare, wonderbaarlijke fenomenen voordoen als voorbodes van Jehovah's dag van wraak. Er zou bijvoorbeeld bloed, vuur en rook zijn en de zon zou verduisterd worden. Terwijl de profetie van Joël voornamelijk van toepassing is op het einde van de wereld, is het interessant dat de inwoners van Jeruzalem 50 dagen voor Pinksteren de angstige donkerheid meemaakte die in de middag over Jeruzalem viel op het moment dat Christus' bloed werd uitgegoten - de zon werd letterlijk verduisterd zoals Joël had voorzegd.

Op datzelfde moment was er ook een grote aardbeving en gingen er vreemde verhalen de ronde over lijken die uit hun graven geslingerd waren. Het was ná die heugenswaardige gebeurtenissen omtrent Jezus' dood en opstanding dat de geest op Jehovah's zonen en dochters werd uitgestort, zoals Joël had voorzegd. Toen begonnen de apostelen Jehovah's oordeel over die generatie Joden te verkondigen. Toen de Joden aan Petrus vroegen wat ze moesten doen om de Goddelijke vergelding voor het ter dood brengen van Gods Zoon te ontlopen, antwoordde Petrus in het 40ste vers als volgt: "Wordt gered uit dit kromme geslacht." En die generatie werd ook inderdaad geconfronteerd met de uitvoering van Jehovah's oordelen en alleen diegenen die acht sloegen op Jezus' waarschuwing en de verdoemde stad verlieten toen de tekenen verschenen, werden gered.



Ik heb veel van deze vragen gelezen en sommigen lijken van Jehovah's Getuigen zelf afkomstig te zijn die twijfels hebben over geloofsovertuigingen zoals bloedtransfusies, uitsluiting, enz. Ik heb ook mijn vraagtekens bij enkele leerstellingen. Waarom maken we gebruik van uitsluiting? Wanneer iemand iets fout doet, zouden ze geholpen moeten worden, aangemoedigd moeten worden om het juiste te doen en zou het NIET zo moeten zijn dat iedereen hen de rug toekeert en ze eruit gezet worden. Uitgesloten worden maakt iemand enkel eenzaam en ongelovig, ik ken vele JG's die hier doorheen zijn gegaan en velen zijn compleet gestopt met het bezoeken van vergaderingen. Waarom strekken we onze armen niet uit naar mensen die de fout in zijn gegaan en HELPEN we ze in plaats dat we de deur voor hen sluiten?


Ten eerste moet er worden opgemerkt dat het grootste deel wordt uitgesloten voor sexuele immoraliteit en niet voor het zetten van vraagtekens bij bepaalde geloofsovertuigingen. Ook wordt er niemand automatisch uitgesloten. Velen die ernstige morele overtredingen hebben begaan worden enkel berispt en aangemoedigd met 'ga en zondig niet meer.' Toegegeven, uitsluiting is een harde maatregel. Paulus vergeleek het met een persoon overgeven aan Satan zodat ze terechtgewezen worden door de harde ervaring. Door deze strengheid kan uitsluiting een persoon maken of breken - afhankelijk van de reactie van de persoon op de terechtwijzing.

In het geval van degenen die twijfels ontwikkelen, Juads moedigt de opzieners aan om "voort [te gaan] barmhartigheid te tonen jegens sommigen die twijfels hebben; redt hen door hen uit het vuur te rukken." Dat is waarschijnlijk een gebied waarop de ouderlingen tekort schieten. Dat komt omdat er weinig ruimte bestaat om vraagtekens te zetten bij leerstellingen of beleid van de Wachttoren. De houding die gedurende de jaren is ontstaan is 'of op de manier van het Genootschap of je bent weg.' Omdat de Wachttoren nooit de mogelijkheid heeft geboden om zulke zaken bespreekbaar te maken, zijn de ouderlingen onvoldoende toegerust om bepaalde zaken die te maken hebben met strijdpunten en twijfels te behandelen. Dus, helaas zijn er sommigen die niet uit het vuur van twijfel getrokken zijn, terwijl dit misschien wel het geval zou zijn geweest wanneer de organisatie meer open en eerlijk over haar tekortkomingen zou zijn geweest.

Ter aanmoediging: degenen die uitgesloten zijn of op andere wijze zijn afgedreven van de gemeente kunnen er aanmoediging en moed uit putten dat Jehovah niet gebonden is aan de regelingen van menselijke tribunalen. Uitgesloten personen kunnen zelfs meer geloof in Jehovah tonen door hun persoonlijke worsteling dan de vele 'getrouwen' die simpelweg meelopen in het programma. Wanneer je je dus in die situatie bevindt: geef de moed en hoop nooit op.

In Jesaja 58:9b redeneert Jehovah met zijn gelouterde organisatie. Hij zegt tegen ze dat ze eerst iets moeten doen voordat ze zijn zegening kunnen ontvangen. Het vers luidt: "Indien gij uit uw midden zult wegdoen het jukhout, het uitsteken van de vinger en het spreken van wat schadelijk is..., dan zal uw licht stellig zelfs in de duisternis gaan stralen."

'Het uitsteken van de vinger' heeft klaarblijkelijk te maken met een beschuldigende vinger en het harde oordelen van elkaar. Op een gegeven moment zal dat allemaal ophouden. Dat heeft niets te maken met een geestelijk paradijs. e-Watchman wil graag de aandacht vestigen op de vele profetieën die Jehovah's komende oordeel voorzeggen, dat een einde zal maken aan alle pijnlijke zaken die heden ten dage plaatsvinden in Jehovah's organisatie.



In Johannes 2:19-21 spreekt Jezus over Zijn lichaam dat uit de doden wordt opgewekt. Hij zegt niet dat Zijn lichaam verdween, of in gas omgevormd werd; Hij zei dat zijn lichaam na drie dagen uit de doden zou worden opgewekt. In vers 22 herinnerden de dicipelen Jezus eraan dat hij dat had gezegd en geloofden het. De dicipelen getuigden hier specifiek over in het boek Handelingen en Paulus zegt dat wanneer je dit niet gelooft je geloof waardeloos is (1 Kor. 15), je nog steeds in je zonden bent en een valse getuige bent. Waarom geloven Jehovah's Getuigen dit niet zoals Jezus wil dat we het geloven?


Jehovah's Getuigen geloven en onderwijzen de waarheid hierover. Enkele weken geleden zijn er twee vragen omtrent de lichamelijke opwekking van Jezus behandeld, er bestaat dus geen reden ze opnieuw te behandelen. Klik hier en hier om de vragen in deze mailbags te lezen.

Toegegeven, het is geen makkelijke vraag om te begrijpen, maar de leerling moet vastbesloten zijn geen simplistische antwoorden te aanvaarden die fundamentele leerstellige waarheden negeren. Ironisch genoeg bewijst het 15de hoofdstuk van Korinthiërs juist het tegendeel van wat je beweert over Jezus die een lichamelijk opstanding zou hebben gehad. Paulus beschouwde dezelfde vraag als welke jij hier stelde over welk lichaan Jezus had. Hier zijn enkele verzen uit de Groot Nieuws Bijbel die hierover spreken:

"35 Iemand zou kunnen vragen: Maar hoe worden de doden opgewekt en wat voor lichaam krijgen ze? 36 Een dwaze vraag! Het zaad dat wij zaaien, komt niet tot leven of het moet gestorven zijn. 37 En wat wij zaaien heeft niet de vorm van wat het worden zal; het is maar een korrel, van graan of iets dergelijks. 38 Maar God is het die uit het zaad de plant laat groeien die hij wil, uit elk soort zaad een bepaald soort plant. 39 Ook alle vlees is niet hetzelfde: het vlees van mensen is anders dan dat van vee of van vogels of van vissen. 40 Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de glans van de hemellichamen is anders dan die van de aardse lichamen. 41 De glans van de zon is anders dan die van de maan en die van de sterren is weer anders; ook verschillen de sterren onderling weer in glans. 42 Zo is het ook met de opstanding van de doden. Iets vergankelijks wordt gezaaid, en iets onvergankelijks wordt tot leven geroepen; 43 het wordt gezaaid als het zwak is, het aanzien niet waard, maar het verrijst in glorie en kracht. 44 Een lichaam van vlees en bloed wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Is er een lichaam van vlees en bloed, dan is er ook een geestelijk lichaam. 45 In die zin staat er ook geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levend wezen van vlees en bloed; maar de laatste Adam werd een levendmakende geest."

De laatste zin zegt heel eenvoudig dat Christus "een levendmakende geest werd." Paulus' illustratie van het zaad is de perfecte analogie. Heeft een boom of plant enige overeenkomst met het zaadje waaruit het gegroeid is? Nee, in feite moet het zaadje sterven wil de boom tot bestaan komen. Zo is het dat Christus en de 144.000 wedergeboren zonen van het koninkrijk moeten sterven zodat ze herschapen kunnen worden als onsterfelijke geestelijke schepselen in de hemel.

Maar, je vraagt waarom Jezus wel als een mens verscheen na zijn opstanding? Ten eerste moet worden begrepen dat Jezus nadat hij uit de doden was opgestaan niet als zichzelf verscheen. Maria dacht bij één gelegenheid bijvoorbeeld dat hij de tuinman was. Op een ander tijdstip verscheen Jezus aan zijn dicipelen terwijl zij op de weg wandelden en zij dachten dat hij een vreemde was. In het laatste hoofdstuk van Johannes verscheen de opgestane Jezus aan hen op het strand in wederom een ander menselijk lichaam. Het is waar dat Jezus zich bij één gelegenheid manifesteerde in een lichaam dat de wonden van zijn aan de paal nageling bevatte, maar dat was klaarblijkelijk slechts bij die ene gelegenheid met als doel de ongelovige Thomas te overtuigen.

Doordat het voor de apostelen zo moeilijk was om de realiteit van Christus' opstanding te vatten, was het voor Christus nodig zich bij diverse gelegenheden als mens te manifesteren. In de nacht dat Jezus over het water liep, waren de dicipelen doodsbang en dachten dat ze één of andere geestverschijning zagen. Daarom moeten we niet verwachten dat de opgestane geest Jezus in een andere vorm aan zijn dicipelen zou verschijnen, behalve die waarmee ze bekend en vertrouwd waren. Bedenk ook dat Jezus jaren later wel als een onzichtbare geest aan Paulus verscheen en de arme Paulus (toentertijd Saulus) werd simpelweg verblind en met ontzag vervuld door die bovennatuurlijke confrontatie.

Daar het zo moeilijk was voor de apostelen om Jezus' opstanding te begrijpen - zelfs toen ze wisten dat het Jezus was door wat hij zei en deed - zou het voor hen onmogelijk zijn geweest te geloven dat Jezus opgestaan was naar het geestelijke rijk, tenzij ze hem met hun eigen ogen hadden gezien toen hij opsteeg naar de hemel. Daar geesten onzichtbaar zijn voor menselijke ogen, was materialisatie in een menselijk lichaam (wat engelen kunnen) voor Jezus de enige manier om er zeker van te zijn dat de apostelen het begrepen.

Bedenk alsjeblieft ook dat de apostelen tot op het moment van Jezus' opstijging nog steeds dachten dat Jezus' koninkrijk vanuit het letterlijke Jeruzalem zou gaan regeren. Vlak voor zijn opstijging vroegen ze hem nog of hij het koninkrijk voor Israël in die tijd zou herstellen. Het concept van een hemels koninkrijk was onbekend voor hen. Daarom was het voor Christus dus nodig hen te overtuigen van zijn opstanding en daarom verzekerde hij zich ervan dat ze uiteindelijk begrepen waar hij het over had gehad toen hij die vele keren sprak over zijn hemelse koninkrijk en zijn terugkeer tot zijn Vader. Toen Jezus eenmaal omhoog geheven was uit het zicht van de dicipelen, dematerialiseerde Jezus ongetwijfeld zijn vlees en ging de tegenwoordigheid van de Grote Geest binnen - Jehovah God zelf. Daarom schreef de apostel later, geparafraseerd, het volgende: 'Als we Christus kenden naar het vlees, kennen we hem zo zeker niet meer.'



Hoe bezien Jehovah's Getuigen abortus en waarom geloven jullie dat dat de juiste kijk is? Kun je alsjeblieft Bijbelverzen geven?


Er bestaan geen schriftplaatsen die rechtstreeks over abortus spreken, mogelijk omdat zulke praktijken eenvoudigweg niet gebruikelijk waren in Bijbelse tijden. Maar, er bestaan wel beginselen die als zodanig kunnen worden toegepast. In de Wet van Mozes, in Exodus 21:22-25, liet Jehovah bijvoorbeeld zijn rechterlijke beslissing uitkomen over wat er gedaan moest worden wanneer een zwangere vrouw tijdens een gevecht tussen twee mannen werd verwond en wat resulteerde in een miskraam. (Zie de voetnoot in de bovenstaande link naar de New International Version (Engels)). De wet zei dat de veroorzaker zijn leven moest geven in ruil voor het ongeboren kind. De Bijbel geeft geen voorbeeld van een gebeurtenis waarbij die wet ook werkelijk werd toegepast, maar het laat in beginsel wel zien hoe God denkt over een ongeboren kind. Wanneer een man zelfs per ongeluk de dood van een ongeboren kind veroorzaakte, moest hij sterven om Gods rechtvaardigheid van 'een ziel voor een ziel' te bevredigen. Dat laat zien dat God het ongeboren kind als een ziel beschouwde ofwel in dit opzicht gelijk aan een volwassene.

Volgens de Christelijke wet en beginselen moeten we onze naasten liefhebben als onszelf. Toen Jezus zijn welbekende illustratie gaf over de zogenoemde "Barmhartige Samaritaan," was het hele punt dat een ieder in nood of hulpeloze toestand onze naaste is en we er door de wet van liefde toe verplicht zijn mededogen te tonen wanneer dat binnen onze mogelijkheden ligt.

Natuurlijk zijn er vaak tragische omstandigheden betrokken bij sommige zwangerschappen, maar meestal wordt abortus eenvoudigweg gebruikt als middel tot geboortebeperking. Wanneer we bedenken dat vrijwel iedereen die leeft blij is dat ze niet geaborteerd zijn, zouden verwachtende moeders, wanneer ze geneigd zijn tot abortus, moeten beschouwen of ze mededogen kunnen betonen aan het ongeboren kind. Door dit te doen wordt Jezus' wet om onze naasten lief te hebben als onszelf nagevolgd.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman