Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 2 t/m 8 Maart 2003


 

Als al de dingen die je zegt waar zijn, zijn er enkele grote problemen wat betreft de tijdtafel. Het bijeenbrengen van de grote schare was één van de belangrijkste dingen die Jezus voorzei. Als de getrouwe slaaf dus werkelijk aangesteld is om de gezalfden en in tweede instantie de grote schare bijeen te vergaderen, moet dit op een bepaalde tijdsperiode duiden, omdat het tijd kost om die groepen bijeen te brengen en bepaalde profetieën zoals Openbaring 12:1-6 impliceren een langere tijdsperiode.


Ten eerste, de zogenoemde "grote schare" bestaat op dit moment niet. Volgens één van de oudere personen uit Openbaring die dit aan Johannes uitlegde, bestaat de grote schare uit degenen "die uit de grote verdrukking komen." Dat betekent dat de "grote schare" pas gevormd wordt tijdens de verdrukking; en zij overleven allen het einde van de wereld doordat ze levend uit de verdrukking komen. We zijn enkel gewend geraakt aan het idee dat Jezus' andere schapen synoniem zijn aan de "grote schare." Het is meer dan slechts een semantisch verschil, zoals verderop duidelijk zal worden. Wat we wellicht zouden moeten zeggen, is dat er toekomstige leden van de "grote schare" zijn.

En, er dient ook te worden opgemerkt dat de getrouwe en beleidvolle slaaf niet was aangesteld om ook maar iemand te verzamelen - of het nou gezalfden of anderen zijn. De aanstelling die Jezus zijn slaaf gaf, had te maken met het te rechter tijd voeden van het huisgezin van medeslaven. Jezus sprak op twee verschillende tijdstippen over de getrouwe slaaf en in het 12de hoofdstuk van Lukas noemde Jezus niet de tekenen van zijn tegenwoordigheid - hij drong er bij zijn dicipelen enkel op aan uit te blijven kijken naar de terugkomst van de meester. Dat is belangrijk, omdat het aanduidt dat de eerste aanstelling van de slaven niets te maken heeft met de parousia van Christus. De aanleiding voor Christus om uitleg te geven over de taken van de getrouwe slaaf, was dat Petrus Jezus om uitleg had gevraagd over wie hij sprak in de voorgaande illustratie; waar Jezus zijn slaven had aangemoedigd te blijven waken, zelfs wanneer het leek alsof de meester vertraagd was. Jezus gaf Petrus geen direct antwoord, maar stelde de welbekende vraag aan de apostelen: "Wie is werkelijk de getrouwe, de beleidvolle beheerder, die door zijn meester over diens lichaam van bedienden zal worden aangesteld?"

Ongetwijfeld pasten de apostelen Jezus' illustratie op zichzelf toe, daar ze duidelijk aangesteld waren door Jezus, de meester, om toezicht te houden over Gods huisgezin. Nadat Jezus was opgewekt, stelde hij Petrus specifiek aan om over Gods volk te waken door drie maal te zeggen: "Voed mijn lammeren." Is dat niet wat de getrouwe slaaf zou moeten doen - Jehovah's op schapen gelijkende volk voeden? Petrus en de apostelen, evenals de andere oudere mannen, vervulden duidelijk de rol van de getrouwe slaaf gedurende de eerste eeuw, omdat ze het huisgezin waar nodig met geestelijk voedsel voedden - wat bewezen wordt door de vele apostolische brieven die we heden ten dage bezitten.

Het punt is echter, daar Jezus' parousia duidelijk niet in de eerste eeuw heeft plaatsgevonden en Jezus desondanks zijn apostelen zeker heeft aangesteld om over zijn schapen te waken en hen te voeden, moet duidelijk worden dat de getrouwe slaaf in zijn eerste taak is aangesteld over het huisgezin voordat de parousia begint. Daarover valt sowieso niet te twisten.

Maar, volgens Christus' illustratie zal de meester, wanneer hij arriveert als een dief in de nacht en wanneer de slaaf getrouw is geweest in zijn eerste aanstelling, "hem aanstellen over al zijn bezittingen." In andere illustraties van Christus, heeft de beloning die hij zijn getrouwe slaven geeft te maken met het delen van zijn hemelse koninkrijk met hen. Daardoor wordt duidelijk dat de beloofde aanstelling over al zijn bezittingen nog niet heeft plaatsgevonden. Maar dan nog heeft Christus nog steeds een huisgezin van bedienden die worden gevoed door een getrouwe beheerder.

Daar Jezus vanaf het allereerste begin het hoofd is geweest over zijn gemeente, kan hij personen aanstellen in welke functie of toewijzing die hem maar goeddunkt. Evenzo schreef Paulus over sommigen die apostelen waren; sommigen profeten; sommigen waren aangesteld als herders, enz; die verschillende aanstellingen van Christus' slaven waren niet het resultaat van Jezus' parousia.

Omdat de aanstelling van de getrouwe slaaf geheel afhankelijk is hun zalving door Jehovah, kunnen er op welk tijdstip maar ook personen voor die rol worden aangewezen. Dat betekent dat wat we nu voornamelijk als de "getrouwe en beleidvolle slaaf" erkennen, namelijk de Wachttoren, als zodanig kan bestaan zonder dat de parousia van Christus begonnen is - net zoals dat het geval was met de apostelen. Maar, daar de getrouwe slaaf aanwezig zal zijn wanneer de meester plotseling zal verschijnen om zijn huis de inspecteren, kunnen we er zeker van zijn dat het hedendaagse bestaan van zo'n instelling die beweert de woordvoerder van Christus' slaaf te zijn, een indicatie is dat Jezus' werkelijke aankomst nabij is. Dat kun je als een soort van "tijdtafel" beschouwen.

Onthou ook dat de eerste eeuwse Christenen een inzameling bewerkstelligden door middel van de prediking over Christus' koninkrijk. Evenzo heeft het predikingswerk van Jehovah's Getuigen geresulteerd in een inzameling van Christenen die Gods wil willen doen. Maar, net zoals in de eerste eeuw, kan zoiets worden bereikt zonder een voortdurende tegenwoordigheid van Christus.

Volgens Christus is de oogst een besluit van een samenstel. In het 13de hoofdstuk van Mattheüs legt Jezus uit dat de engelen tijdens de oogst uit zullen gaan en de goddelozen van de rechtvaardigen zullen scheiden. Nu geloven we dat die profetische illustratie vervuld is door middel van onze prediking. Dat is niet mogelijk. Lees Jezus' woorden eens nauwkeurig. Hij zegt dat de goddelozen uit het midden der rechtvaardigen zullen worden afscheiden, niet andersom, zoals we nu denken; alsof de rechtvaardige gescheiden zal worden van de goddeloze. Jezus verwees niet naar het uit gaan van ons uit de Christenheid en het in de waarheid komen. Dat zou overeen komen met de rechtvaardige die van de goddeloze wordt gescheiden, zoals we het nu bekijken. Daar gaat het niet om in de oogst. De oogst waarover Jezus sprak is wanneer de engelen "alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk verzamelen." We kunnen niet beweren dat de engelen dat in enigermate hebben bereikt. Vergeet de Christenheid. Zij hebben sowieso geen connectie met Gods koninkrijk. De profetie vereist dat Christus' koninkrijk ontdaan zal worden van goddeloosheid. Trouwens, waarom zouden de engelen wetteloze personen uit de Christenheid verwijderen wanneer dat hele bouwwerk ten dode opgeschreven is? Dat is niet logisch, toch?

Maar, Jehovah's Getuigen hebben wel een connectie met Christus' koninkrijk omdat er gezalfde zonen in ons midden zijn die erfgenamen van dat koninkrijk zijn. Er zijn echter ook nep-zonen van het koninkrijk in ons midden, het onkruid tussen de tarwe. Er is een boze slaaf die voorbestemd is geoordeeld te worden en uit het huisgezin van de meester - zijn koninkrijk - gegooid te worden.

Nu, met betrekking tot wat wij Jehovah's organisatie noemen, zijn er niet nog steeds vele struikelblokken in ons midden? Zijn er niet nog steeds vele personen onder Jehovah's Getuigen die wetteloos zijn? Natuurlijk zijn die er! We hebben allemaal gehoord over de bekendmakingen van kindermisbruik in onze organisatie. Hoe wettelozer kun je worden? En wat te denken van het ondenkbare lidmaatschap van de Wachttoren als NGO? Heeft dat niet reeds voor duizenden Jehovah's Getuigen als struikelblok gefungeerd? En er zijn nog veel meer zaken die we hierbij kunnen optellen.

Daar wetteloosheid en struikelblokken veel voorkomen in Jehovah's organisatie, is het in alle eerlijkheid niet mogelijk dat de engelen hun oogstwerk reeds hebben gedaan. Daar dat het geval is, kunnen we evenzo niet naar waarheid zeggen dat het besluit begonnen is. En, als het besluit nog niet begonnen is, zoals duidelijk wordt uit de net gepresenteerde feiten, dan hebben we ook de tekenen van Christus' tegenwoordigheid en het besluit van het samenstel van dingen nog niet gezien. Begrijp je nu waarom Jezus de illustratie over de oogst beëindigde met de diepzinnige mededeling: "Wie oren heeft, hij luistere?"

Nog één ding wat betreft de inzameling als voorbereiding op overleving door de grote verdrukking: Volgens talrijke profetieën in de Bijbel zal het begin van het besluit van het samenstel van dingen samenvallen met een geweldige opschudding in de samenleving. Haggaï voorzei dat Jehovah de natiën zou schudden zodat de begeerlijke dingen der natiën in zijn huis zullen komen. Dat "schudden" heeft nog niet plaatsgevonden, maar we kunnen er van verzekerd zijn dat wanneer het wel zover is, de wegen van de goddeloze en rechtvaardige in Jehovah's organisatie zich zullen splitsen.

Jezus sprak daar ook over in zijn illustratie over de schapen en de bokken, wat trouwens zal plaatsvinden wanneer Christus op zijn glorierijke troon gaat zitten - ook iets dat nog in de toekomst moet plaatsvinden. Met andere woorden, die inzameling of oogst zal een indirect resultaat zijn van het predikingswerk van Jehovah's Getuigen. Echter alleen in de betekenis dat ons predikingswerk een volk heeft klaargestoomd dat op Jehovah is gaan vertrouwen. Wanneer het oordeel begint, zullen ongelovige mensen en wetteloze personen afgescheiden worden, terwijl de getrouwe schapen naar Jehovah's veilige plaats zullen worden geleid - en uit de verdrukking zullen komen. En niet om aan het punt voorbij te gaan of een open deur in te trappen, maar die inzameling zal niet veel tijd kosten omdat het niet afhankelijk is van prediking, maar de engelen zullen, aan de hand van ons geloof, simpelweg de ene persoon meenemen en de ander achterlaten - zoals Jezus beschreef.



Als we je goed begrijpen, lijk je te beweren dat al deze profetieën nog vóór ons in de toekomst liggen en dat geeft ons enkele grote problemen aangaande de verantwoordelijkheid van de slaaf om "voedsel terechter tijd te verschaffen" en voor het bijeenbrengen van de grote schare. Mattheüs 24, Markus 13 en Lukas 21 lijken aan te geven dat de parousia van Christus een langere tijdsperiode beslaat om zodoende alle voorzegde tekenen te vervullen - want al deze tekenen moeten tijdens de parousia worden vervuld, toch? Dus, waar zet ons dat in de stroom des tijds aangaande de inzameling van de grote schare en onze prediking? En zou het toedienen van "voedsel terechter tijd" ook niet tijdens de parousia van Christus plaatsvinden? Kun je je mening geven over deze 'problemen?'


In alle eerlijkheid is het hele probleem dat we, en vergeef me de hardheid van de uitdrukking, onszelf hebben gehersenspoeld in het geloven van een waanvoorstelling. Bedenk echter eens hoe de broeders enige tijd na 1914 zouden hebben geantwoord wanneer iemand hen toen had verteld dat het samenstel nog lang zou voortduren, zelfs vele tientallen jaren lang. Ze zouden het geen ogenblik hebben geloofd. En inderdaad hadden ze veel meer reden om 1914 gedurende de jaren 20, 30 en 40 te accepteren dan wij nu. Dit is omdat de tekenen van Jezus' tegenwoordigheid zich voor hen ongetwijfeld zeer snel leken te ontvouwen, wanneer we in aanmerking nemen dat in een korte periode van zo'n 4-5 jaar natie tegen natie opstond, tevens was er de verschrikkelijke Spaanse griep die binnen zes maanden 20 miljoen mensen doodde; er was een wereldwijde vertoning van het Photo Drama der Schepping; tevens de afval op Bethel, gecombineerd met de vervolging van de Wachttoren door de regering, en dit alles gedurende de periode van 1914-1919. Dus, we waren er eens van overtuigd dat de profetieën zich zeer snel zouden kunnen ontvouwen. Maar nu, omdat we gewoontegetrouw alles vanaf 1914 rekenen, zijn we gewend geraakt aan het idee dat Jezus' tegenwoordigheid een lange, uitgestrekte aangelegenheid is.

Eenvoudige redenatie zegt ons echter dat er niets in de weg staat van het uitbreken van nog een wereldoorlog - misschien een oorlog die in vergelijking WWI en WWII slechts schermutselingen zal doen lijken. Evenzo is er niets wat kan voorkomen dat grote voedseltekorten en wijdverspreide pestilenties zich over de aarde kunnen verspreiden, misschien zelfs als gevolg van biologische oorlogvoering. Om kort te gaan, alle dingen waarvan Jezus voorzei dat ze zouden plaatsvinden tijdens zijn tegenwoordigheid kunnen in een relatief korte tijd plaatsvinden - inclusief het besluit van het voorzegde predikingswerk.

Met betrekking tot het gewoon voortgaan van het uitdelen van ons portie geestelijk voedsel gedurende het besluit, lijkt de Schrift aan te duiden dat dit niet het geval zal zijn. Neem bijvoorbeeld de profetie van de twee getuigen uit Openbaring: de profetie beschrijft twee gezalfde getuigen van God die voor een periode van 42 maanden in zakken gehuld prediken, wat niet toevalligerwijs de exacte lengte van Jezus' aardse bediening was. Wat ook niet over het hoofd moet worden gezien is dat de verdrukking over Jeruzalem begon toen het Romeinse walgelijke ding voor het eerst in Jeruzalem kwam in november 66 G.T. Ze kwamen terug op het Pascha van 70 G.T. - precies drie en een half jaar later. En ook Daniël onthult dat Jehovah's heiligen voor een zelfde tijdsperiode vertreden zullen worden.

Nu, met betrekking tot die twee getuigen: Eén vertegenwoordigt Mozes en de andere Elia, omdat ze daar worden beschreven als degenen die de wonderen verrichten die aan Mozes en Elia worden toegeschreven. In het geval van Elia, hij sloot de hemel voor een periode van drie en een half jaar zodat er een grote hongersnood plaatsvond. Gedurende die tijd werd hij gevoed door raven die voedsel bij hem brachten tijdens zijn vlucht in de wildernis. Het is interessant dat de profetie in het 12de hoofstuk van Openbaring, verwijzend naar de tijd nadat Satan en zijn demonen uit Jehovah's hemelen geworpen zijn, spreekt over Gods vrouw die met vleugels van arenden naar de wildernis vliegt waar ze drie en een halve tijd wordt gevoed. En, wat ook niet vergeten mag worden, is dat Mozen en Elia samen met Christus op de Berg van de Transfiguratie waren. Later verbond Petrus het visioen van de transfiguratie met Christus' glorierijke tegenwoordigheid.

Deze profetieën verdienen een veel dieper gaande bestudering dan wat hier in deze postzak kan worden gedaan, maar het punt is dat de profetieën consistent wijzen op een drie en een half jaar durende periode van verdrukking, waarin Jehovah's gezalfden en hun ondersteuners op aarde op miraculeuze wijze onderhouden worden door Jehovah God, wat op andere plaatsen in profetieën wordt beschreven als een geestelijke hongersnood. Hopelijk zal geen één Jehovah's Getuige zo onredelijk zijn te beweren dat al die profetieën terug in 1918 vervuld zijn. Dus, de definitieve inzameling is wanneer Jehovah zijn getrouwen, die op dat moment vernederd en gebroken zullen zijn door gebeurtenissen die aanstaande zijn, opnieuw verzamelt.



Het tweede probleem dat we je willen voorleggen, heeft te maken met gehoorzaamheid en onze positie ten opzichte van de getrouwe slaaf in de huidige tijd. In het licht van het feit dat er gedurende Christus' tegenwoordigheid ook een "boze slaaf" zou zijn die zou zeggen: "Mijn meester blijft uit" en zijn medeslaven zou beginnen te slaan (Mattheüs 24:49); Ben je niet bang dat je in deze beschrijving past, door je medeslaven te slaan door te zeggen: "Wat jullie geloven aangaande Christus' parousia (beginnend in 1914) is niet juist?" Ben je niet bang om uitgesloten te worden?


In de eerste paar verzen van het 4de hoofdstuk van 1 Korinthiërs, schrijft Paulus over het oordeel wat over elke gezalfde dienaar van Christus zal komen. De NBG luidt hier: "Zo moet men ons beschouwen: als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd. Voor zulke beheerders is dit tenslotte het vereiste: betrouwbaar te blijken. Nu raakt het mij zeer weinig, of ik al door u of door enig menselijk gericht beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet. Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God."

Volgens de apostel wordt elke dienaar geoordeeld op grond van betrouwbaarheid volgens hun raadslagen of motief, waarbij, zoals Paulus aanduidde, alleen Christus de macht heeft "de raadslagen der harten openbaar te maken." En omdat Cristus onze rechter is, kunnen we, net als Paulus, het oordeel van andere mensen, zoals door een rechtbank, beschouwen als een onbeduidend iets.

Jezus sprak vaak over de basis voor het oordeel van zijn dienaren. In het 25ste hoofdstuk van Mattheüs vertelde Jezus bijvoorbeeld de illustratie van de talenten, daarmee illustrerend dat elke slaaf een bepaalde hoeveelheid is toevertrouwd door de meester en dat ze geoordeeld worden op basis van hoe ze gebruik hebben gemaakt van die middelen van de meester. Net zoals Paulus hierboven beschreef - aan elke dienaar zijn geheime dingen van God toevertrouwd. In het geval van de dienaar uit de illustratie aan wie één talent was toevertrouwd, hij werd als ontrouw geoordeeld, niet omdat hij zijn medeslaven had geslagen, maar omdat hij had nagelaten gebruik te maken van de kleine schat die hij in zijn dienaarschap toevertrouwd had gekregen. De redenatie van de luie slaaf was als volgt: hij wist dat zijn meester streng en veeleisend was en daarom werd hij bang, ging hij uit en begroef het geld van zijn meester in plaats van het te investeren en winst te maken.

Persoonlijk ben ik er mij van bewust dat Jehovah mij bepaalde heilige geheimen heeft toevertrouwd. Durf ik dat wat me gegeven is in de grond te verbergen; door misschien te redeneren dat ik uitgesloten zou kunnen worden voor het bekend maken van iets waarvan ik weet dat het de waarheid is?

Met betrekking tot 1914: Volgens de Wachttoren is 1914 de centrale datum geworden waarom alle profetieën draaien. Ondanks dat dat zo is, heeft e-Watchman sluitende Bijbelse bewijzen gepresenteerd waarom die datum niet het begin was van Christus' tegenwoordigheid en het besluit van het samenstel. De vraag is echter, wat is de waarheid? De tijd zal het zeker leren. Maar, wanneer 1914 niet het beginvan de parousia was, is het essentiëel dat we onze situatie bekijken en leren leven met hoe we zo fout hebben kunnen zitten. Wanneer werkelijk blijkt dat Christus' tegenwoordigheid en de uitwerping van Satan nog in de toekomst ligt, in plaats van het verleden, bevinden we ons in een moeilijk dilemma.

Nu even over de zaak van het bekritiseren van profetische interpretaties en beleid van de Wachttoren: In het 2de hoofdstuk van Galaten vertelde Paulus de Galaten over Petrus die tijdelijk bezweek voor het Judaïsme en zich hypocriet onthield van omgang met Niet-Joodse Christenen. In vers 11 zegt Paulus: "Ik weerstond hem van aangezicht tot aangezicht omdat hij te laken was." Verderop in vers 14 zegt Paulus dat Petrus en andere broeders, waaronder Barnabas "niet recht wandelden overeenkomstig de waarheid van het goede nieuws."

Paulus verzette zich dus tegen dezelfde apostel aan wie Christus de sleutels van het koninkrijk had toevertrouwd. Het was een zaak van principe en waarheid. Verder redenerend: Petrus' daden legden een potentiëel struikelblok voor de Niet-Joodse Christenen. Paulus was het aan zijn geweten en geloof in de waarheid verplicht het kwaad van het Judaïsme te weerstaan en de zaak, in het belang van degenen die zouden kunnen struikelen door Petrus' ontrouwe daad, recht te zetten. Werd Paulus veroordeeld als iemand die zijn broeders sloeg omdat hij de zaken rechtzette, zelfs wanneer dat betekende dat hij wellicht een heel prominente apostel kwetste door hem publiekelijk te berispen? Nee, het is zelfs zo dat Petrus jaren later in het 3de hoofstuk van 2 Petrus verwees naar de geliefde apostel Paulus en de wijsheid die Jehovah hem gaf.

Beschouw nu eens de huidige situatie van de Wachttoren: Net zoals Petrus heeft de leiding van de Wachttoren enkele zeer ernstige fouten begaan. Niet alleen de verkeerde leerstelling aangaande de parousia en 1914, maar we zouden ook de hypocrisie van de NGO-affaire en de onbevredigende wijze waarop de Wachttoren zaken van kindermisbruik heeft aangepakt kunnen aanhalen, en daarnaast nog andere dingen. Deze fouten vormen werkelijk een struikelblok voor Jehovah's Getuigen die naar de Wachttoren opzien voor geestelijke leiding.

In het licht van het feit dat deze vele onbezonnenheden en fouten openbaar zijn, zeker voor degenen op het Internet, heeft het geen zin de Wachttoren privé te berispen. Paulus berispte Petrus ook niet onder vier ogen, toch? Nee, het verslag zegt dat Paulus zijn mede-apostel in aanwezigheid van allen terecht wees, en daarna werd de gehele affaire opgenomen in de Schrift en ook blootgelegd aan ons. Daarom is het dus zo dat de waarheid onder gelovigen rechtzetten niet persé een daad van rebellie of afvalligheid hoeft te zijn. Het is enkel het juiste om te doen en het is uiteindelijk in het belang van iedereen die de waarheid liefheeft.

De vraag die Paulus aan zijn broeders in Galatië stelde lijkt toepasselijk te zijn bij mijn eigen verdediging: "Ben ik nu dan uw vijand geworden omdat ik u de waarheid zeg?"



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman