Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 1 t/m 7 Juni 2003


 

In Jeremia 8:10, 11 handelen de profeet en de priester ontrouw en zeggen ""er is vrede," wanneer er geen vrede is," zal dit wederom gebeuren, of is het al begonnen?


De profeten en profetieën verschaffen patronen die later in één of andere vorm herhaald worden. Het Wachttorengenootschap heeft Jeremia's profetie altijd van toepassing gebracht op de Christenheid en naar zichzelf verwezen als zijnde een hedendaagse Jeremia-klasse. Een meer gedetailleerdere bestudering van de profetieën onthult echter dat Gods correctieve oordelen voornamelijk gericht zijn tot geestelijk Israël - niet de Christenheid, zoals we sinds lange tijd denken. Dus, omdat Jehovah's Getuigen geen schriftuurlijk basis hebben om elke soort van tuchtiging afkomstig uit Jehovah's hand te voorzien, lijkt de profetie van Jeremia 8:7 vooral op Jehovah's Getuigen van toepassing te zijn. Er staat: "Zelfs de ooievaar aan de hemel - die kent heel goed zijn bestemde tijden; en de tortelduif en de gierzwaluw en de zanglijster - die nemen heel goed de tijd van hun aankomst in acht. Maar wat mijn volk betreft, zij hebben het recht van Jehovah niet leren kennen."

Merk alsjeblieft op dat de profetie gericht is tot degenen die door Jehovah "mijn volk" worden genoemd. De Joden beweerden niet enkel Gods volk te zijn, ze waren Gods volk. En als zodanig verwachtte God van hen een hogere standaard, wat in harmonie is met wat Jezus zei over zijn slaven die veel wordt gegeven: van hen zal veel worden geëist.

Een paar verzen verder in dezelfde context zegt vers 12b: "'Daarom zullen zij vallen onder de vallenden. Ten tijde dat er aandacht aan hen wordt geschonken, zullen zij struikelen', heeft Jehovah gezegd." Bedenk ook dat Jezus in de nacht van zijn arrestatie voorzei dat al zijn apostelen zouden struikelen. Zij protesteerden daar echter allemaal tegen en verzekerde Jezus er overtuigend van dat ze nooit tot struikelen zouden worden gebracht of hun meester in de steek zouden laten. Petrus was degene die het stelligst was in het pochen over zijn loyaliteit. We weten natuurlijk allemaal dat Petrus een paar uur later ontkende dat hij Jezus zelfs maar kende.

Zo is het dat de profetieën ook hebben voorzegd dat Jehovah's volk zal struikelen en een volledige geestelijke ineenstorting zullen meemaken tijdens het besluit. Jezus voorzei specifiek dat velen zouden struikelen door de "toename van wetteloosheid," wat geen verwijzing is naar de algemene criminele activiteiten buiten de gemeente - zoals we nu denken. Hoe hard de broeders echter ook protesteren tegen het op die manier toepassen van profetieën, Jezus' woorden zullen zeker hun vervulling in ons vinden, net zoals dat het geval was bij de apostelen.

In de context van een geestelijke ineenstorting, beschrijft Jeremia de volgende woorden van Jehovah: "En zij trachten de breuk van de dochter van mijn volk oppervlakkig te genezen door te zeggen: "Er is vrede! Er is vrede!" terwijl er geen vrede is."

Terwijl we op dit moment niet kunnen zeggen dat de voorzegde geestelijke ineenstorting heeft plaatsgevonden in de mate zoals die in profetie wordt beschreven, is het proces wel begonnen, doordat de leiders van de huidige organisatie dezelfde hooghartige houding tentoon spreiden zoals die in Jeremia wordt beschreven. Ook hebben de broeders op Bethel, net als degenen die in vers acht worden beschreven, geweigerd de verantwoordelijk te nemen voor wat Jehovah "de leugenstift van de secretarissen" noemt. Het is daarom niet moeilijk voor te stellen dat de ontkenning en misleiding nog even door zal gaan, zelfs nadat het oordeel begint. Een tijd waarin de Wachttoren klaarblijkelijk zal proberen de dingen bij elkaar te houden met loze banaliteiten zonder daarbij de wortel van het probleem onder ogen te zien.



Geliefde broeder, Romeinen 2:14, 15 noemt mensen der natiën die de dingen der wet doen als gevolg van hun geweten. Vers 16 verbindt dit aan het oordeel van Jezus, suggereert dit dat enkelen onder de natiën een gunstig oordeel zullen ontvangen?


Het vers waar om het gaat luidt: "Dit zal zijn op de dag dat God door bemiddeling van Christus Jezus de verborgen dingen der mensen oordeelt, overeenkomstig het goede nieuws dat ik bekendmaak."

Voor de mensheid is de Oordeels Dag een 1000 jaar lange "dag," waarin de algemene opstanding van de doden plaatsvindt. Het goede nieuws dat Paulus bekend maakte, was dat er een opstanding van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen zal zijn. Degenen die in overeenstemming met hun geweten geleefd hebben, ondanks dat ze wellicht geen geloof in of kennis van God hadden en ze in Gods ogen niet als rechtvaardig beschouwd kunnen worden, zullen toch hun beloning ontvangen voor het leven van een op juiste beginselen gebaseerd leven. Maar, Paulus zei niet dat een persoon zonder geloof het einde van de wereld zou kunnen overleven.



Geliefde broeder, ik vind het moeilijk om te accepteren dat de 1260, 1290, 1335 en 2300 dagen één en dezelfde zijn. Bijvoorbeeld: de vraag van Daniël in 8:13 verwijst naar de 'overtreding' die verwoesting veroorzaakt. Kan het zijn dat de 2300 dagen reeds begonnen zijn (wellicht op het moment dat het BL zich afscheidde van de wettelijke entiteit) en dat de andere tijdsperiodes op verschillende tijden gedurende de 2300 dagen zullen beginnen en allen op hetzelfde moment zullen eindigen?


Die tijdsperiodes zijn zeker intrigerend. En om het nog intrigerender te maken, wijst Daniël twee verschillende waarden toe aan dezelfde tijdsperiode. In Daniël 8:13, 14 vraagt de engel: "Hoe lang zal het visioen duren van het bestendige kenmerk en van de overtreding die verwoesting veroorzaakt, om zowel de heilige plaats als het heerleger tot dingen te maken om te vertrappen? Het antwoord was: "Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens; en de heilige plaats zal stellig in haar juiste toestand worden gebracht."

Daniël 12:11 verwijst echter naar dezelfde verwijdering van het bestendige kenmerk en de verwoesting die wordt veroorzaakt door het walgelijke ding, en zegt dat dat plaats zal vinden gedurende een periode van 1290 dagen. In één van de essays werd geopperd dat daar de 2300 periode niet 2300 dagen was, maar in plaats daarvan verwees naar zowel "avonden en morgens," het wellicht een cryptische manier was om 1150 feitelijk dagen aan te duiden, daar elke dag bestaat uit een avond en een morgen - waardoor 2300 avonden en morgens een totaal van 1150 dagen geeft. Ondanks dat dat niet exact gelijk is aan de 1290 dagen waarover in Daniël 12:11 wordt gesproken, ligt het wel degelijk binnen het tijdskader van de 1335 dagen durende periode die in het 12de vers wordt genoemd.

Daar het niet te ontkennen valt dat die tijdsperioden verbonden worden aan de tijd van het einde, of wat door Jezus het besluit van het samenstel van dingen werd genoemd, lijkt het niet mogelijk op voorhand te weten hoe we deze overlappende tijdsperioden precies moeten toepassen. Eén ding is echter zeker: die tijdsperioden zijn nog niet afgelopen of zelfs maar begonnen. Daniël 12:12 zegt: "Gelukkig is hij die blijft verwachten en die de duizend driehonderd vijfendertig dagen bereikt!"

De Wachttoren heeft die specifieke chronologie van toepassing gebracht op de reeds voorbije periode van 1922-1926. Bij die interpretatie is het echter beschamend dat er nog slechts een handjevol Jehovah's Getuigen in leven zijn die toen ook leefden. Moeten deze weinige, op leeftijd gekomen overlevenden "gelukkig" verklaard worden, enkel omdat ze een tijd hebben overleefd, welke nu tientallen jaren in het verleden ligt, waarin de Wachttoren slechts enkele onbeduidende organisatorische aanpassingen heeft gedaan? Dat lijkt geenzins redelijk te zijn.

Verder heeft de Wachttoren de "overtreding die verwoesting veroorzaakt" van toepassing gebracht op de verwoester. Dat is verkeerd. In beide historische gevallen, toen het Babylonische Rijk en het Romeinse Rijk de stad Jeruzalem verwoestte, was dit het gevolg van overtreding van Gods volk. Zo zal ook de komende verwoesting van de heiligen door de 8ste koning een straf van God zijn voor onze overtreding.

Wat waarschijnlijk wel de meest grove fout is in de huidige mengelmoes van interpretaties van de Wachttoren met betrekking tot de verwoesting van de heilige plaats, is dat Jezus voorzei dat de heilige plaats verwoest zou worden door een politiek walgelijk ding gedurende de grote verdrukking. Christus verwees de lezer zelfs naar de profetie van Daniël. Daar de voornoemde tijdsperioden te maken hebben met de verwoesting van de heilige plaats, is het duidelijk dat die chronologie van toepassing is op gebeurtenissen die tijdens de verdrukking plaatsvinden en misschien zelfs de lengte van de periode van verdrukking aangeven.



Met deze afmeteingen: 135 meter lang, 22,5 meter breed en 13,5 meter hoog, kon de ark van Noach nooit groot genoeg zijn geweest om al die dieren te bergen en verder genoeg voedsel mee te nemen voor het 150 dagen lang voeden van neushoorns, olifanten, nijlpaarden, leeuwen, tijgers,… Het is een grote boot, maar wees eerlijk, nooit groot genoeg om alle dieren en voedsel voor 150 dagen te kunnen bergen?


Hier is een klein gedeelte van deze website die deze vraag aangaande de capaciteit van Noach's ark bespreekt.

"Ten eerste kan Noach jonge of kleine dieren hebben meegenomen. Ten tweede, het was voor Noach niet nodig vissen of andere dieren/schepselen die in het water leven mee te nemen in de Ark. Zoals je ziet wordt het aantal bij een objectieve redenering al flink minder. De afmetingen van de ark kon gemakkelijk alle dieren herbergen. Het Volume van Noach's Ark zou 1.396.000 vierkante feet geweest zijn. Het Lege Gewicht van Noach's Ark zou 13.960 ton geweest zijn. De Capaciteit van Noach's Ark zou overeenkomen met 522 treinstellen welke een aantal van 125.280 dieren ter grootte van een schaap zouden kunnen herbergen. Als gevolg van soorten (bijv. twee honden maakten alle verschillende honden die er nu zijn); zouden er enkel 16.000 individuele dieren nodig zijn geweest in Noach's Ark."



Ik bezocht in de vroege jaren '90 een pioniersbijeenkomst en de kringopziener gaf me de indruk dat alleen pioniers Jehovah met heel hun ziel dienden en dat zij de enigen zijn die werkelijk Jehovah's wil doen. Dit raakte mij nogal. Uw commentaar alstublieft.


Jezus zei dat we Jehovah met heel ons hart, geest, ziel en kracht moeten liefhebben. Maar, kunnen we ons afvragen: Heeft elke persoon dezelfde mentale capaciteit? Natuurlijk niet. Wanneer we dus, elk afzonderlijk, God met heel ons verstand dienen, kan dit niet in vergelijking met iemand anders zijn, die wellicht meer of minder mentale vermogens bezit. Evenzo betekent "met geheel onze ziel" dat we God naar onze omstandigheden en huidige situatie dienen. Voor sommigen met min of meer ideale omstandigheden kan pionieren wellicht niet echt grote offers vergen. Voor anderen, die wellicht te maken hebben met ernstige financiële, gezondheids- of familieproblemen; degenen die vechten tegen depressie en ontmoediging, enzovoort; kan het misschien lijken dat ze, terwijl ze God met heel hun ziel dienen, niets doen in vergelijking tot de in belangstelling staande pioniers. Maar, vanuit Jehovah's standpunt bezien kan het wellicht wel zo zijn dat de nederige feitelijk degene is die God met heel zijn ziel dient.


Gezien de uitdaging op leven en dood die op een dag op Christenen af zal komen, wanneer zij weigeren het beeld van het beest te aanbidden, wil ik een precieze verklaring hebben van wat nu "een daad van aanbidding" is op het gebied van vlaggegroet, volksliederen, enz., en welke schriftuurlijke weg we moeten nemen wanneer we hiermee worden geconfronteerd op school, sporten, enz. Bijvoorbeeld: Is opstaan (wanneer we zitten) wanneer het volkslied begint te spelen een "daad van aanbidding," net zoals in het verslag in Daniël buigen voor Nebukadnezars gouden afgod wanneer de muziek begon een daad van aanbidding was?


Wat belangrijk is, is onderscheidingsvermogen. Er moet worden opgemerkt dat de drie Hebreeën aanwezig waren bij de massale officiël bijeenkomst op de vlakte van Dura voor de onthulling van het gouden beeld. Klaarblijkelijk stonden zij respectvol tussen de aanwezigen tot het moment waarop een officiële daad van aanbidding werd vereist toen de muziek eenmaal begon te spelen. Toen sprongen de aanbidders van Jehovah in het oog, omdat ze weigerden met iedereen te buigen voor de afgod. Toen de drie Hebreeën voor Nebukadnezar werden gebracht, werd hen toegestaan hun positie te verklaren en uiteen te zetten. Op dat moment zeiden zij: "Het worde u bekend, o koning, dat wij úw goden niet dienen, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, zullen wij stellig niet aanbidden."

Er moet worden opgemerkt dat wanneer het beeld van het beest tot leven komt en onze aanbidding eist, het niet voldoen aan die eis, net zoals dat het geval was in Daniël, tot de doodstraf zal leiden. De profetie zegt: "Zodat het beeld van het wilde beest niet alleen zou spreken maar ook zou bewerken dat allen die het beeld van het wilde beest op generlei wijze zouden aanbidden, gedood werden."

Tot op dit moment hebben we geen zware straffen gekregen voor onze weigering aan nationale ceremonies mee te doen. Het is waar dat onze kinderen van school werden gestuurd, zelfs in zogenaamde vrije landen. En in Nazi Duitsland belandden sommigen van Jehovah's Getuigen in de gevangenis of erger, als gevolg van de weigering tot het roepen van 'heil Hitler.' Toch moeten we ons niet indenken dat de profetie aangaande het teken van het beest reeds vervuld is. Wanneer we in de toekomst dus willen bepalen of we het juiste standpunt innemen, moeten we bezien of we vervolgd worden en of we geconfronteerd worden met de dood voor het niet voldoen aan de eisen van de 8ste koning, tijdens het laatste uur der beproeving.



In Wachttorenpublikaties worden vaak geidealiseerde illustraties van het nieuwe samenstel getoond, zoals gelukkige mensen, met leuke kleine huisjes op de achtergrond, met opstijgende rook uit de schoorsteen. Ik heb eens aan een ouderling gevraagd hoe huizen in de toekomst gebouwd moeten worden, zonder een geïndustrialiseerd (en vervuilend) samenstel, zoals we dat nu hebben. Zoals houtfabrieken, glasfabrieken, enz. enz., en dan nog de bijkomende behoefte aan vrachtwagens en zelfs treinen voor vervoer. Om nog maar niet te spreken van rioleringsproblematiek en energiebedrijven en de rest. Zijn antwoord was dat hij daar nooit over had nagedacht. Als het 'antwoord' is dat we een meer elementaire, natuurlijke levensstijl gaan hebben, dan stelt de Wachttoren het nieuwe samenstel verkeerd voor in de illustraties. (Ze zouden eigenlijk gras- of leemhutten moeten tekenen.)


God heeft beloofd een nieuw samenstel van dingen te scheppen waarin elk persoon zelfstandig zal zijn. In het moderne samenstel, waar we gedwongen worden onder te leven, is eigenlijk niemand zelfstandig. De meesten van ons kopen enkel voedsel, kleding en onderdak die door arbeid van anderen tot stand is gekomen - en in zekere mate kunnen we ons dat veroorloven. Wij zijn dus ook erg afhankelijk van dit samenstel voor ons eigen levensonderhoud.

Vóór het industriële tijdperk en de ontwikkeling van fabrieken en massaproduktie, werden dingen echter door individuele handwerkers en kleine huisnijverheid gemaakt. Zelfs in dit onvolmaakte samenstel zien we dus dat mensen in staat zijn om dingen op lokaal, klein-schalig niveau te ontwerpen en te bouwen, zonder daarbij afhankelijk te zijn van grote industrieën van massaproductie en het importeren van goederen van de andere kant van de wereld.

We zouden moeten erkennen dat naar het beeld van de Schepper gemaakt zijn, betekent dat we toegerust zijn met een geweldig, klaarblijkelijk nog weinig aangesproken, creatief potentiëel. Daarom gaf God Adam oorspronkelijk de opdracht de aarde te onderwerpen, wat klaarblijkelijk betekende dat het Gods wil was dat Adam en zijn nageslacht hun kracht en creativiteit zouden gebruiken om de gehele aarde in een Edens paradijs van geneugten en exotische schoonheid te transformeren. Dat betekent dat God ons alle natuurlijke bronnen van de aarde ter beschikking stelde, niet om die hebzuchtig uit te buiten, maar die te gebruiken voor ons welzijn en dat van anderen. Daar de aarde zo'n grote rijkdom en variëteit aan materialen bevat, en daar menselijke creativiteit bedoeld was om elk aardse uitdaging te weerstaan, zullen mensen ongetwijfeld ingenieuze gebruiken vinden voor alle soorten van alledaagse materialen.

Wie zegt dat een schitterend huis niet uit modder opgebouwd kan zijn door middel van een nog niet ontdekte techniek? En wie zegt dat een één of andere creatief iemand geen huis kan bouwen uit enkel bamboe, in vergelijking waarmee hedendaagse huizen niet meer dan een kippenren lijken? We kunnen ons nauwelijks de macht voorstellen die losgelaten zal worden wanneer volmaakte mannen en vrouwen in harmonie met elkaar samenwerken in het nieuwe samenstel. Wat op dit moment dus een onoverkoombaar probleem lijkt voor ons, hoeft in de toekomst wellicht niets meer voor te stellen.

Wat waarschijnlijk nog wel de meest belangrijke factor is die we moeten beschouwen, is dat niemand meer haast zal hebben in een wereld waar iedereen voor eeuwig leeft. Een persoon zou bijvoorbeeld één enkele boom kunnen planten, met als doel het hout over 400-500 jaar te gebruiken voor het bouwen van een huis.

Wat betreft ecologische problemen, de aarde heeft reeds een ingebouwd recycling-systeem. Het is daarom slechts een kwestie van een effectief gebruik maken van dat systeem dat Jehovah reeds ontworpen heeft.



Hoe kan ik Psalm 102:25-29 in overeenstemming brengen met Hebreeën 1:8? Ze zeggen beiden hetzelfde (woord voor woord), maar de Psalm spreekt over God de Vader en Hebreeën verwijst naar de Zoon. Kun je je antwoord alsjeblieft op je website publiceren zodat iedereen het kan lezen?


Eigenlijk zijn de verzen waarnaar je verwijst Hebreeën 1:10-12. De verzen luiden: "Gij, o Heer, hebt in het begin de grondvesten gelegd van de aarde…maar gij zijt dezelfde, en uw jaren zullen nimmer een einde nemen."

Klaarblijkelijk bracht Paulus dit gedeelte van de schrift van toepassing op Jezus. Waarbij we echter wel in de gaten moeten houden dat Paulus in het 2de vers reeds had gezegd dat God de wereld "door bemiddeling van" Jezus gemaakt had. De context van het 1ste hoofdstuk van Hebreeën onthult dat God de man, Jezus Christus, verhief tot een positie ver boven de engelen, zodat Christus en zijn 144.000 onsterfelijkheid verkrijgen en nooit een einde nemen, zoals de fysieke hemelen en aarde. Maar, de vraag die Trinitariërs zouden moeten beantwoorden is of God zichzelf verhoogde?

De reden dat Jezus naar de aarde kwam was in de eerste plaats om een antwoord te verschaffen aan de lasteraars van Satan. Satan had Jehovah gelasterd, door te zeggen God iets voor Adam en Eva achterhield; daarmee suggererend dat God op één of andere manier onzeker was over zijn positie en zijn eigen schepping niet kon vertrouwen.

Ter illustratie: Laten we zeggen dat een grote corporatie autocratisch wordt geleid door de stichter ervan en enkele ontevreden medewerkers publiekelijk beweren dat de baas niemand opslag of een promotie heeft gegeven, omdat hij bang is dat iemand zijn positie zal innemen. In een poging de beschuldigingen te weerleggen, geeft de baas zichzelf een miljoen euro opslag en een promotie. Denk je dat dat de kwestie werkelijk zal oplossen? Wel, als Jezus God is, zoals Trinitariërs beweren, welk nut zou het hebben wanneer God zichzelf tot een verheven positie zou aanstellen? Zie je de absurditeit van de leerstelling van de Drie-eenheid in? Zie je in waarom de Duivel erbij gebaat is de Drie-eenheid te promoten?

Het punt is dat Jehovah een schepsel, een zoon, verhief tot een positie van autoriteit, waarbij de Vader hem zijn eigen troon toevertrouwt.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman