|
Toen Charles
Russell nog een tiener was, schreef hij met een stukje krijt
Bijbelteksten op het trottoir in de hoop enkele voorbijgangers
een stukje voedsel ter overdenking te geven. Met betrekking
tot de godslasterlijke leerstelling van het hellevuur die
toen heel prominent was, zei Russell eens dat wanneer er
zo'n verschrikkelijke plaats van vurige, eeuwige veroordeling
bestond, die waarheid van de daken moest worden geschreeuwd,
maar als het een verkeerde leerstelling was, moest de schande
over Gods goede naam verwijderd worden. En we weten natuurlijk
dat C.T. Russell zijn leven juist daaraan wijdde.
J.F. Rutherford, de 2de president van het Wachttorengenootschap,
bezat zo'n zelfde streven naar de waarheid. Terwijl hij
in de gevangenis zat, zei hij eens dat wanneer Jehovah het
juist achtte hem daar uit te krijgen, hij 'het zwaard van
de waarheid zou opnemen en de oude hoer van Babylon op haar
sodemieter zou geven.' En hij gaf inderdaad alles om die
belofte na te komen.
Persoonlijk bewonder ik de onbevreesdheid die deze mannen
ertoe bewoog te staan voor de waarheid, zoals zij die kenden,
ten zeerste. Veel, heel veel mensen zijn evenzo tot het
Wachttorengenootschap aangetrokkken vanwege hun liefde voor
de waarheid en het verlangen met anderen om te gaan die
zo'n zelfde vuur voor de waarheid tentoon spreiden.
Op één van de eerste pagina's in het Eeuwig Leven
boek staat een afbeelding van een man die de richting wijst
aan een verdwaalde automobilist. De man buiten de auto wijst
in de richting waar de automobilist net vandaan kwam. De
Wachttoren gebruikt die illustratie als volgt: Wanneer we
bemerken dat we de verkeerde kant op gaan, hebben we het
verstand en nederigheid nodig om te keren en wederom op
de juiste weg te geraken.
Wel, wat valt er dan te zeggen over de Wachttorenorganisatie
zelf? Wat gebeurt er wanneer de organisatie afdrijft en
verdwaalt? Is het dan niet de taak van degenen met inzicht
te trachten de zaken weer in het rechte spoor te krijgen?
Niet dat enig sterfelijk mens daarin zal slagen, vooral
in het licht van Jesaja 51:18 waar tegen Gods gevallen organisatie
wordt gesproken: "Er was geen van al de zonen die zij
had gebaard, die haar geleidde, en er was geen van al de
zonen die zij had grootgebracht, die haar bij de hand vatte."
Maar, waar is onze liefde voor waarheid nu gebleven, wanneer
we geconfronteerd worden met duidelijke fouten? Of beelden
we ons in dat de Wachttoren boven alle onderricht staat?
Zo ja, dan hebben we die instelling boven de waarheid van
God gesteld.
Het is interessant dat Jehovah in Jesaja 30:20, 21 een
illustratie gebruikt die lijkt op de illustratie die we
vinden in het Eeuwig Leven boek - behalve dat deze
gericht is tot Gods organisatie. Er staat: En Jehovah
zal ulieden stellig brood in de vorm van benauwdheid geven
en water in de vorm van onderdrukking; toch zal uw Grootse
Onderwijzer zich niet langer verbergen, en uw ogen moeten
ogen worden die uw Grootse Onderwijzer zien. En uw eigen
oren zullen een woord achter u horen, dat luidt: "Dit is
de weg. Wandelt daarop", ingeval gijlieden rechts of ingeval
gij links zoudt gaan."
De Wachttoren heeft onlangs een vraag van één van haar
lezers beantwoord aangaande dit vers. Het commentaar van
de Wachttoren was dat we individueel Jehovah's stem horen,
alsof hij van achter ons klinkt, in de zin dat de Bijbel
eeuwen geleden geschreven is, zodat Gods Woord als het ware
achter ons klinkt. Terwijl dat misschien waar kan zijn,
is dat duidelijk niet waar de profetie over spreekt.
Het hierboven geciteerde vers zegt dat onze "Grootse
Onderwijzer zich niet langer zal verbergen." Daar we
de Bijbel altijd tot onze beschikking hebben gehad, hoe
heeft Jehovah zich dan voor ons verborgen? Daar Jesaja ergens
anders zegt dat God de hoofden van zijn eigen visionairs
en profeten heeft bedekt, is het duidelijk dat God zichzelf
voor zijn gewoonlijk geestelijk verlichte dienstknechten
heeft verborgen - en daarmee toe te staan dat ze afdrijven
in een werking van dwaling. En wanneer Jehovah zichzelf
op een uitzonderlijke manier aan ons gaat openbaren door
zijn knechten volledig te verlichten, zou het dan
niet logisch zijn dat dat plaatsvindt tijdens de definitieve
openbaring - bij de onthulling van Christus
Jezus in heerlijkheid?
Het 30ste hoofdstuk van Jesaja heeft in werkelijkheid
te maken met Jehovah's oordelen over zijn volk als inleiding
tot het einde van deze wereld en het begin van de nieuwe.
Volgens die context heeft Jehovah zijn volk nog niet op
een rantsoen van brood en water van benauwdheid en verdrukking
gezet. Daarom heeft God ook niet als van achter tot ons
gesproken - aangevend dat we nu de verkeerde kant
op gaan en we in de toekomst een abrupte ommezwaai moeten
maken bij the tuchtiging van onze Grootse Onderwijzer.
Je stelde de volgende vraag: "Wat geeft je het recht
en bij wiens autoriteit stel je jezelf op als de terechtwijzer
van Jehovah's organisatie?" Er zijn vragen die nog veel
meer ter zaken dienend en ingrijpend zijn: Wat geeft de
Wachttoren het recht om politiek verbonden te raken met
de Verenigde Naties als een NGO en de vrijwillige dienst
van miljoenen Jehovah's Getuigen te gebruiken om subtiele,
globalistische propaganda te verspreiden door middel van
het tijdschrift Ontwaakt?
Evenzo, bij wiens autoriteit bestemd de Wachttoren heimelijk
onbekende sommen geld wat gedoneerd is voor het "wereldwijde
predikingswerk" om afkoopregelingen te treffen met slachtoffers
van misbruik - hen bindend met zwijggeld en wettelijke zwijgplichten
zodat details van deze geheime deals niet bekend worden
bij het publiek? Verdienen Jehovah's Getuigen het niet de
waarheid te weten over de ondenkbare aangelegenheden van
de Wachttoren; vooral wanneer hun donaties op die manier
worden gebruikt? En, nog belangrijker, wie heeft het recht
te voorkomen dat Jehovah's Getuigen weten waarom God problemen
heeft met zijn volk? Welk mens of welke organisatie heeft
de wettelijke autoriteit of de macht om Jehovah het zwijgen
op te leggen? Wederom, waar is onze liefde voor waarheid
en rechtvaardigheid?
De waarheid is dat Jehovah nooit een organisatie heeft
gehad die niet afgedwaald is of verdorven is geraakt.
Vrijwel alle profetische boeken in de Bijbel zijn geschreven
om de afvallige Joodse natie te berispen en te corrigeren.
En diezelfde profetieën zijn in veel opzichten van toepassing
op geestelijk Israël gedurende Jehovah's uiteindelijke oordeel
over de organisatie die Jezus stichtte.
Wat betreft je vraag wie er autoriteit heeft gekregen
Gods volk terecht te wijzen; heb je nooit gelezen wat Jehovah
in Jesaja 58:1 zegt, waar staat: "Roep luidkeels; houd
niet in. Verhef uw stem net als een horen en zeg mijn
volk hun opstandigheid aan en het huis van Jakob hun
zonden. Toch was ik het die zij dag aan dag bleven zoeken
en in de kennis van mijn wegen plachten zij behagen tot
uitdrukking te brengen, als een natie die louter rechtvaardigheid
oefende en die zelfs de gerechtigheid van hun God niet had
verzaakt…"
Het bovenstaande vers beschrijft zeker de situatie van
Jehovah's Getuigen, in dat we kennis van Jehovah zoeken
en we als organisatie ijverig zijn om de dingen op Gods
manier te doen - in zekere mate. Daarom is wat er nu in
de organisatie gebeurt, en ongetwijfeld nog zal gebeuren,
zo tragisch.
Terwijl de Wachttoren zichzelf en alle Jehovah's Getuigen
als wachters heeft beschreven, is de realiteit dat Jehovah
in Bijbelse tijden slechts enkele personen liet opstaan,
die hij als wachters voor de gehele natie van zijn volk
gebruikte. Veel van hen waren zelfs terughoudend in het
opnemen van die toewijzing, maar hun vrees voor Jehovah
was groter dan hun vrees voor mensen en dus werden ze ertoe
bewogen tegen de populaire gewoontes van die tijd in te
gaan.
Het 9de hoofdstuk van Hosea bevat een obscure profetie
die precies lijkt te spreken over de hedendaagse situatie.
Hosea 9:7-9 zegt: ""De dagen dat er aandacht wordt geschonken,
moeten komen; de dagen van de verschuldigde betaling moeten
komen. Die van Israël zullen het weten. De profeet zal verdwaasd
zijn, de man van geïnspireerde uiting zal waanzinnig worden
wegens de overvloed van uw dwaling, terwijl zelfs de vijandige
gezindheid overvloedig is." De wachter van Efraïm was met
mijn God. Wat een profeet aangaat, het klapnet van een vogelvanger
is op al zijn wegen; er is een vijandige gezindheid in het
huis van zijn God. Zij zijn diep verzonken in het brengen
van verderf, zoals in de dagen van Gibea. Hij zal hun dwaling
gedenken; hij zal aandacht schenken aan hun zonden."
In het essay getiteld Gerechtigheid
Voor de Misbruikte Kinderen, werd uitgelegd dat de zonde
van Gibea te maken had met een schokkende seksuele misdaad
en doofpotaffaire die plaatsvond gedurende de tijd van de
rechters. Het beschrijft exact de perverse manier waarop
de Wachttoren gerechtigheid heeft weggenomen van vele duizenden
kleintjes van Jehovah's Getuigen, die verkracht en misbruikt
zijn door mensen die zichzelf Jehovah's Getuigen noemen.
De profetie van Hosea zegt dat "er een vijandige gezindheid
in het huis van zijn God is," als gevolg van de overvloed
van dwaling.
Sinds de tijd van Christus, verwijst het huis van God
naar de vergadering van alle gezalfden. En de apostel Petrus
verzekert ons dat Jehovah's oordeel eerst bij het
huis van God begint en vervolgens overgaat in het oordeel
van de rest van de mensheid (1 Petrus 4:17). Het is niet
toevallig dat de Hebreeuwse naam bethel letterlijk
"het huis van God" betekent, en we weten natuurlijk dat
het hedendaagse Bethel de kern van niet alleen Gods gezalfde
huisgezin is, maar ook van de gehele organisatie van Jehovah's
Getuigen.
Het is echter vreemd dat de Wachttoren ons leert dat het
oordeel over het huis van God reeds lang geleden heeft plaatsgevonden,
namelijk in 1919. Dat is simpelweg bizar te noemen in het
licht van het feit dat vrijwel geen enkele van Jehovah's
Getuigen die toen volwassen waren, nu nog in leven zijn.
En wanneer we alle fouten, struikelblokken en problemen
beschouwen waarmee Gods volk nu te maken heeft, hoe troostend
en redelijk is het dan dat Jehovah de zaken bijna een eeuw
geleden met een relatief klein deel van zijn huisgezin van
dienstknechten heeft rechtgezet? En verder, wanneer we ons
inderdaad nog vóór Gods oordeel bevinden, is het
dan niet onverantwoordelijk van de Wachttoren Jehovah's
Getuigen in slaap te wiegen met de fictie dat het oordeel
al lang heeft plaatsgevonden?
Zoals ook Hosea beweert, wie van ons kan oprecht ontkennen
dat de fouten van het huis van God heden ten dage overvloedig
zijn? Daarom is er antipathie en gebolgenheid onder de dienaren
binnen het huis van God; een huis dat nu bewoond wordt door
twee klassen van personen die uiteindelijk door Christus
als ofwel getrouwe ofwel boze slaven zullen worden geoordeeld.
Hosea beschrijft ook dat zijn profeet waanzinnig zal worden
wegens de overvloed van dwaling in Gods huisgezin. Maar
de waanzinnigheid van de profeet is niet het resultaat van
het niet kennen van het woord van zijn God. De profetie
zegt dat de dwaling van het huisgezin de waanzinnigheid
veroorzaakt. De profeet wordt feitelijk "de man van geïnspireerde
uiting" genoemd, wat aangeeft dat hij inzicht heeft
in Jehovah's woord; en, zoals het volgende vers zegt, dat
de wachter over Gods huis in werkelijkheid met Jehovah God
is. Dat voorspelt niet veel goeds voor degenen die zichzelf
indenken dat ze geen verantwoording zullen hoeven af te
leggen voor God.
Vanuit het standpunt van de Wachttoren is het regelrechte
dwaasheid en afvallige waanzinnigheid wanneer een Jehovah's
Getuigen zich indenkt meer te weten over Jehovah's oordelen
dan wat de organisatorische meester hem geleerd heeft. Daar
de Wachttoren op dit moment Jehovah's rechterlijke beslissingen
tegen zijn huisgezin krachteloos heeft gemaakt, door ze
enerzijds op 1919 van toepassing te brengen of anderzijds
zulk soort oordelen op de Christenheid te richten of ze
simpelweg te negeren, zal degene die de moed heeft Jehovah's
eeuwenoude geïnspireerde uitingen en profetieën van toepassing
te brengen op de Wachttoren, een gemeentelijk comité tegemoet
kunnen zien. De Wachttoren gebruikt de lokale broeders dus
als vogelvangers om elke Jehovah's Getuige die Gods
woord tegen hen gebruikt, met autoriteit te vangen.
De profetie wijst er in ieder geval op dat niet alles
oké zal zijn in Gods huisgezin op de avond waarop hij zijn
volk ter verantwoording roept, en dat er getrouwe wachters
zullen zijn, die Jehovah's komende oordelen aankondigen,
ook al bezien hun broeders dit als dwaasheid.
Met betrekking tot de beschuldiging dat ik enkel "mijn
neus optrek" voor het geestelijke voedsel dat de Wachttoren
op tafel heeft gezet - dat is waar - en er moet worden gezegd
dat het niet echt een appetijtelijke geur heeft. Jesaja
geeft de reden hiervoor en zegt dat 'de priesters en profeten
gedwaald hebben;' "zij hebben gedwaald in hun zien, zij
hebben gewaggeld met betrekking tot de beslissing. Want
de tafels zelf zijn allemaal vol vies uitbraaksel
geworden - er is geen plaats die schoon is."
Wanneer we Maleachi nauwkeurig lezen, zien we dat de profetie
waarnaar jij verwees eigenlijk Jehovah's tuchtiging van
zijn gezalfde priesters beschrijft die gedwaald hebben en
ervoor gezorgd hebben dat Gods tafel "bezoedeld" is. Maleachi
1:13 beschuldigt de priesters van God ervan dat ze gemaakt
hebben dat de neus voor Gods tafel wordt opgetrokken.
Er wordt specifiek gezegd: ""En gij hebt gezegd: 'Zie!
Wat een afmatting!' en gij hebt gemaakt dat men er de neus
voor optrekt", heeft Jehovah der legerscharen gezegd."
Merk alsjeblieft op dat God het niet noodzakelijkerwijs
verkeerd vindt wanneer personen die tot Gods tafel zijn
gekomen, maar die het uitgestalde "geestelijke banket" onappetijtelijk
vinden, enkel hun neus optrekken voor het voedsel dat op
tafel staat. God neemt het de priesters kwalijk die de tafel
bereid hebben en die het klaarblijkelijk teveel gevraagd
vonden het menu te wijzigen; die een bezoedelde maaltijd
hebben geserveerd, wat heeft gemaakt dat anderen
enkel hun neus optrekken voor het ongezonde brouwsel van
waarheid dat zij hebben opgediend.
Het is te hopen dat deze korte beschouwing van onze huidige
situatie, in relatie tot Gods profetische woord, je in staat
stelt de dingen op een rijtje te zetten, zodat je een antwoord
kunt vinden op je eigen vraag: "Wat geeft je het recht
en bij wiens autoriteit stel je jezelf op als de terechtwijzer
van Jehovah's organisatie?"
|