Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 8 t/m 14 Juni 2003


 

Wat geeft je het recht en bij wiens autoriteit stel je jezelf op als de terechtwijzer van Jehovah's organisatie? Ik kan het niet helpen, maar het voelt alsof je opgeblazen bent van eigendunk en zelfbedrog, zoals iemand waarvoor in de schrift wordt gewaarschuwd die mensen misleidt met zijn woorden. Herinner je het verslag van de persoon die David vertelde dat hij in werkelijkheid Saul - de gezalfde van Jehovah - ter dood had gebracht en het loon dat hij voor zijn moeilijkheden kreeg - de dood door het zwaard. Trots en ineenstorting komen in mijn gedachten en we weten allemaal dat Jehovah de hoogmoedige weerstaat. Het lijkt erop dat je jezelf boven de organisatie hebt gesteld, je neus optrekt voor Jehovah's tafel en dat je zegt dat jij in het échte voedsel voorziet. Als ik het verkeerd heb, antwoord dan alsjeblieft in je vragen-sectie. Maar ik betwijfel of je dat zult doen, omdat je de voorkeur hebt voor duisternis, zoals de schrift zegt.


Toen Charles Russell nog een tiener was, schreef hij met een stukje krijt Bijbelteksten op het trottoir in de hoop enkele voorbijgangers een stukje voedsel ter overdenking te geven. Met betrekking tot de godslasterlijke leerstelling van het hellevuur die toen heel prominent was, zei Russell eens dat wanneer er zo'n verschrikkelijke plaats van vurige, eeuwige veroordeling bestond, die waarheid van de daken moest worden geschreeuwd, maar als het een verkeerde leerstelling was, moest de schande over Gods goede naam verwijderd worden. En we weten natuurlijk dat C.T. Russell zijn leven juist daaraan wijdde.

J.F. Rutherford, de 2de president van het Wachttorengenootschap, bezat zo'n zelfde streven naar de waarheid. Terwijl hij in de gevangenis zat, zei hij eens dat wanneer Jehovah het juist achtte hem daar uit te krijgen, hij 'het zwaard van de waarheid zou opnemen en de oude hoer van Babylon op haar sodemieter zou geven.' En hij gaf inderdaad alles om die belofte na te komen.

Persoonlijk bewonder ik de onbevreesdheid die deze mannen ertoe bewoog te staan voor de waarheid, zoals zij die kenden, ten zeerste. Veel, heel veel mensen zijn evenzo tot het Wachttorengenootschap aangetrokkken vanwege hun liefde voor de waarheid en het verlangen met anderen om te gaan die zo'n zelfde vuur voor de waarheid tentoon spreiden.

Op één van de eerste pagina's in het Eeuwig Leven boek staat een afbeelding van een man die de richting wijst aan een verdwaalde automobilist. De man buiten de auto wijst in de richting waar de automobilist net vandaan kwam. De Wachttoren gebruikt die illustratie als volgt: Wanneer we bemerken dat we de verkeerde kant op gaan, hebben we het verstand en nederigheid nodig om te keren en wederom op de juiste weg te geraken.

Wel, wat valt er dan te zeggen over de Wachttorenorganisatie zelf? Wat gebeurt er wanneer de organisatie afdrijft en verdwaalt? Is het dan niet de taak van degenen met inzicht te trachten de zaken weer in het rechte spoor te krijgen? Niet dat enig sterfelijk mens daarin zal slagen, vooral in het licht van Jesaja 51:18 waar tegen Gods gevallen organisatie wordt gesproken: "Er was geen van al de zonen die zij had gebaard, die haar geleidde, en er was geen van al de zonen die zij had grootgebracht, die haar bij de hand vatte." Maar, waar is onze liefde voor waarheid nu gebleven, wanneer we geconfronteerd worden met duidelijke fouten? Of beelden we ons in dat de Wachttoren boven alle onderricht staat? Zo ja, dan hebben we die instelling boven de waarheid van God gesteld.

Het is interessant dat Jehovah in Jesaja 30:20, 21 een illustratie gebruikt die lijkt op de illustratie die we vinden in het Eeuwig Leven boek - behalve dat deze gericht is tot Gods organisatie. Er staat: En Jehovah zal ulieden stellig brood in de vorm van benauwdheid geven en water in de vorm van onderdrukking; toch zal uw Grootse Onderwijzer zich niet langer verbergen, en uw ogen moeten ogen worden die uw Grootse Onderwijzer zien. En uw eigen oren zullen een woord achter u horen, dat luidt: "Dit is de weg. Wandelt daarop", ingeval gijlieden rechts of ingeval gij links zoudt gaan."

De Wachttoren heeft onlangs een vraag van één van haar lezers beantwoord aangaande dit vers. Het commentaar van de Wachttoren was dat we individueel Jehovah's stem horen, alsof hij van achter ons klinkt, in de zin dat de Bijbel eeuwen geleden geschreven is, zodat Gods Woord als het ware achter ons klinkt. Terwijl dat misschien waar kan zijn, is dat duidelijk niet waar de profetie over spreekt.

Het hierboven geciteerde vers zegt dat onze "Grootse Onderwijzer zich niet langer zal verbergen." Daar we de Bijbel altijd tot onze beschikking hebben gehad, hoe heeft Jehovah zich dan voor ons verborgen? Daar Jesaja ergens anders zegt dat God de hoofden van zijn eigen visionairs en profeten heeft bedekt, is het duidelijk dat God zichzelf voor zijn gewoonlijk geestelijk verlichte dienstknechten heeft verborgen - en daarmee toe te staan dat ze afdrijven in een werking van dwaling. En wanneer Jehovah zichzelf op een uitzonderlijke manier aan ons gaat openbaren door zijn knechten volledig te verlichten, zou het dan niet logisch zijn dat dat plaatsvindt tijdens de definitieve openbaring - bij de onthulling van Christus Jezus in heerlijkheid?

Het 30ste hoofdstuk van Jesaja heeft in werkelijkheid te maken met Jehovah's oordelen over zijn volk als inleiding tot het einde van deze wereld en het begin van de nieuwe. Volgens die context heeft Jehovah zijn volk nog niet op een rantsoen van brood en water van benauwdheid en verdrukking gezet. Daarom heeft God ook niet als van achter tot ons gesproken - aangevend dat we nu de verkeerde kant op gaan en we in de toekomst een abrupte ommezwaai moeten maken bij the tuchtiging van onze Grootse Onderwijzer.

Je stelde de volgende vraag: "Wat geeft je het recht en bij wiens autoriteit stel je jezelf op als de terechtwijzer van Jehovah's organisatie?" Er zijn vragen die nog veel meer ter zaken dienend en ingrijpend zijn: Wat geeft de Wachttoren het recht om politiek verbonden te raken met de Verenigde Naties als een NGO en de vrijwillige dienst van miljoenen Jehovah's Getuigen te gebruiken om subtiele, globalistische propaganda te verspreiden door middel van het tijdschrift Ontwaakt?

Evenzo, bij wiens autoriteit bestemd de Wachttoren heimelijk onbekende sommen geld wat gedoneerd is voor het "wereldwijde predikingswerk" om afkoopregelingen te treffen met slachtoffers van misbruik - hen bindend met zwijggeld en wettelijke zwijgplichten zodat details van deze geheime deals niet bekend worden bij het publiek? Verdienen Jehovah's Getuigen het niet de waarheid te weten over de ondenkbare aangelegenheden van de Wachttoren; vooral wanneer hun donaties op die manier worden gebruikt? En, nog belangrijker, wie heeft het recht te voorkomen dat Jehovah's Getuigen weten waarom God problemen heeft met zijn volk? Welk mens of welke organisatie heeft de wettelijke autoriteit of de macht om Jehovah het zwijgen op te leggen? Wederom, waar is onze liefde voor waarheid en rechtvaardigheid?

De waarheid is dat Jehovah nooit een organisatie heeft gehad die niet afgedwaald is of verdorven is geraakt. Vrijwel alle profetische boeken in de Bijbel zijn geschreven om de afvallige Joodse natie te berispen en te corrigeren. En diezelfde profetieën zijn in veel opzichten van toepassing op geestelijk Israël gedurende Jehovah's uiteindelijke oordeel over de organisatie die Jezus stichtte.

Wat betreft je vraag wie er autoriteit heeft gekregen Gods volk terecht te wijzen; heb je nooit gelezen wat Jehovah in Jesaja 58:1 zegt, waar staat: "Roep luidkeels; houd niet in. Verhef uw stem net als een horen en zeg mijn volk hun opstandigheid aan en het huis van Jakob hun zonden. Toch was ik het die zij dag aan dag bleven zoeken en in de kennis van mijn wegen plachten zij behagen tot uitdrukking te brengen, als een natie die louter rechtvaardigheid oefende en die zelfs de gerechtigheid van hun God niet had verzaakt…"

Het bovenstaande vers beschrijft zeker de situatie van Jehovah's Getuigen, in dat we kennis van Jehovah zoeken en we als organisatie ijverig zijn om de dingen op Gods manier te doen - in zekere mate. Daarom is wat er nu in de organisatie gebeurt, en ongetwijfeld nog zal gebeuren, zo tragisch.

Terwijl de Wachttoren zichzelf en alle Jehovah's Getuigen als wachters heeft beschreven, is de realiteit dat Jehovah in Bijbelse tijden slechts enkele personen liet opstaan, die hij als wachters voor de gehele natie van zijn volk gebruikte. Veel van hen waren zelfs terughoudend in het opnemen van die toewijzing, maar hun vrees voor Jehovah was groter dan hun vrees voor mensen en dus werden ze ertoe bewogen tegen de populaire gewoontes van die tijd in te gaan.

Het 9de hoofdstuk van Hosea bevat een obscure profetie die precies lijkt te spreken over de hedendaagse situatie. Hosea 9:7-9 zegt: ""De dagen dat er aandacht wordt geschonken, moeten komen; de dagen van de verschuldigde betaling moeten komen. Die van Israël zullen het weten. De profeet zal verdwaasd zijn, de man van geïnspireerde uiting zal waanzinnig worden wegens de overvloed van uw dwaling, terwijl zelfs de vijandige gezindheid overvloedig is." De wachter van Efraïm was met mijn God. Wat een profeet aangaat, het klapnet van een vogelvanger is op al zijn wegen; er is een vijandige gezindheid in het huis van zijn God. Zij zijn diep verzonken in het brengen van verderf, zoals in de dagen van Gibea. Hij zal hun dwaling gedenken; hij zal aandacht schenken aan hun zonden."

In het essay getiteld Gerechtigheid Voor de Misbruikte Kinderen, werd uitgelegd dat de zonde van Gibea te maken had met een schokkende seksuele misdaad en doofpotaffaire die plaatsvond gedurende de tijd van de rechters. Het beschrijft exact de perverse manier waarop de Wachttoren gerechtigheid heeft weggenomen van vele duizenden kleintjes van Jehovah's Getuigen, die verkracht en misbruikt zijn door mensen die zichzelf Jehovah's Getuigen noemen.

De profetie van Hosea zegt dat "er een vijandige gezindheid in het huis van zijn God is," als gevolg van de overvloed van dwaling.

Sinds de tijd van Christus, verwijst het huis van God naar de vergadering van alle gezalfden. En de apostel Petrus verzekert ons dat Jehovah's oordeel eerst bij het huis van God begint en vervolgens overgaat in het oordeel van de rest van de mensheid (1 Petrus 4:17). Het is niet toevallig dat de Hebreeuwse naam bethel letterlijk "het huis van God" betekent, en we weten natuurlijk dat het hedendaagse Bethel de kern van niet alleen Gods gezalfde huisgezin is, maar ook van de gehele organisatie van Jehovah's Getuigen.

Het is echter vreemd dat de Wachttoren ons leert dat het oordeel over het huis van God reeds lang geleden heeft plaatsgevonden, namelijk in 1919. Dat is simpelweg bizar te noemen in het licht van het feit dat vrijwel geen enkele van Jehovah's Getuigen die toen volwassen waren, nu nog in leven zijn. En wanneer we alle fouten, struikelblokken en problemen beschouwen waarmee Gods volk nu te maken heeft, hoe troostend en redelijk is het dan dat Jehovah de zaken bijna een eeuw geleden met een relatief klein deel van zijn huisgezin van dienstknechten heeft rechtgezet? En verder, wanneer we ons inderdaad nog vóór Gods oordeel bevinden, is het dan niet onverantwoordelijk van de Wachttoren Jehovah's Getuigen in slaap te wiegen met de fictie dat het oordeel al lang heeft plaatsgevonden?

Zoals ook Hosea beweert, wie van ons kan oprecht ontkennen dat de fouten van het huis van God heden ten dage overvloedig zijn? Daarom is er antipathie en gebolgenheid onder de dienaren binnen het huis van God; een huis dat nu bewoond wordt door twee klassen van personen die uiteindelijk door Christus als ofwel getrouwe ofwel boze slaven zullen worden geoordeeld. Hosea beschrijft ook dat zijn profeet waanzinnig zal worden wegens de overvloed van dwaling in Gods huisgezin. Maar de waanzinnigheid van de profeet is niet het resultaat van het niet kennen van het woord van zijn God. De profetie zegt dat de dwaling van het huisgezin de waanzinnigheid veroorzaakt. De profeet wordt feitelijk "de man van geïnspireerde uiting" genoemd, wat aangeeft dat hij inzicht heeft in Jehovah's woord; en, zoals het volgende vers zegt, dat de wachter over Gods huis in werkelijkheid met Jehovah God is. Dat voorspelt niet veel goeds voor degenen die zichzelf indenken dat ze geen verantwoording zullen hoeven af te leggen voor God.

Vanuit het standpunt van de Wachttoren is het regelrechte dwaasheid en afvallige waanzinnigheid wanneer een Jehovah's Getuigen zich indenkt meer te weten over Jehovah's oordelen dan wat de organisatorische meester hem geleerd heeft. Daar de Wachttoren op dit moment Jehovah's rechterlijke beslissingen tegen zijn huisgezin krachteloos heeft gemaakt, door ze enerzijds op 1919 van toepassing te brengen of anderzijds zulk soort oordelen op de Christenheid te richten of ze simpelweg te negeren, zal degene die de moed heeft Jehovah's eeuwenoude geïnspireerde uitingen en profetieën van toepassing te brengen op de Wachttoren, een gemeentelijk comité tegemoet kunnen zien. De Wachttoren gebruikt de lokale broeders dus als vogelvangers om elke Jehovah's Getuige die Gods woord tegen hen gebruikt, met autoriteit te vangen.

De profetie wijst er in ieder geval op dat niet alles oké zal zijn in Gods huisgezin op de avond waarop hij zijn volk ter verantwoording roept, en dat er getrouwe wachters zullen zijn, die Jehovah's komende oordelen aankondigen, ook al bezien hun broeders dit als dwaasheid.

Met betrekking tot de beschuldiging dat ik enkel "mijn neus optrek" voor het geestelijke voedsel dat de Wachttoren op tafel heeft gezet - dat is waar - en er moet worden gezegd dat het niet echt een appetijtelijke geur heeft. Jesaja geeft de reden hiervoor en zegt dat 'de priesters en profeten gedwaald hebben;' "zij hebben gedwaald in hun zien, zij hebben gewaggeld met betrekking tot de beslissing. Want de tafels zelf zijn allemaal vol vies uitbraaksel geworden - er is geen plaats die schoon is."

Wanneer we Maleachi nauwkeurig lezen, zien we dat de profetie waarnaar jij verwees eigenlijk Jehovah's tuchtiging van zijn gezalfde priesters beschrijft die gedwaald hebben en ervoor gezorgd hebben dat Gods tafel "bezoedeld" is. Maleachi 1:13 beschuldigt de priesters van God ervan dat ze gemaakt hebben dat de neus voor Gods tafel wordt opgetrokken. Er wordt specifiek gezegd: ""En gij hebt gezegd: 'Zie! Wat een afmatting!' en gij hebt gemaakt dat men er de neus voor optrekt", heeft Jehovah der legerscharen gezegd."

Merk alsjeblieft op dat God het niet noodzakelijkerwijs verkeerd vindt wanneer personen die tot Gods tafel zijn gekomen, maar die het uitgestalde "geestelijke banket" onappetijtelijk vinden, enkel hun neus optrekken voor het voedsel dat op tafel staat. God neemt het de priesters kwalijk die de tafel bereid hebben en die het klaarblijkelijk teveel gevraagd vonden het menu te wijzigen; die een bezoedelde maaltijd hebben geserveerd, wat heeft gemaakt dat anderen enkel hun neus optrekken voor het ongezonde brouwsel van waarheid dat zij hebben opgediend.

Het is te hopen dat deze korte beschouwing van onze huidige situatie, in relatie tot Gods profetische woord, je in staat stelt de dingen op een rijtje te zetten, zodat je een antwoord kunt vinden op je eigen vraag: "Wat geeft je het recht en bij wiens autoriteit stel je jezelf op als de terechtwijzer van Jehovah's organisatie?"



Hi E-watchman, de studie-artikelen in de Wachttoren van 1 juni zijn naar mijn mening oppervlakkig en weinig overdacht. Het is vooral interessant dat de VN niet wordt genoemd in paragraaf 11 (blz. 20) waar de 'menselijke werktuigen' worden besproken die door Satan zullen worden gebruikt om Gods volk aan te vallen. Ik geloof dat dat een verandering in gedachtegang is, daar elke JG die beweert dat de VN het scharlakengekleurde wilde beest is (een parallelle profetie) nu 'speculeert.' Ben je het daarmee eens? En zo ja, denk je dat een gebrek aan openheid en redenering over deze verandering een teken van afvalligheid is van de kant van de WT?


Ja, het lijkt erop dat ze de laatste jaren, vooral gedurende de jaren '90 waarin de Wachttoren in het geheim als NGO opereerde, alle beweringen dat de Verenigde Naties door profetieën is voorbestemd om als Gods executeur van valse religie op te treden, verlaten hebben en ook dat het de genadeloze onderdrukker van Gods volk zal worden. Terwijl de Wachttoren nooit duidelijk heeft gezegd dat de VN uiteindelijk een dictaroriale wereldregering en een vervanging van alle bestaande nationale autoriteiten zal worden, voorzeggen de profetieën duidelijk wél zo'n ontwikkeling.

Het is treurig dat het lijkt alsof de Wachttoren meer en meer wil doen wat wettelijk en politiek correct is. Dat moet echter niet als verrassing komen, wanneer we beschouwen dat de Israëlieten, wanneer ze onder druk werden gezet, vaak genoeg niet vertrouwden op Jehovah en in plaats daarvan compromitterende verbonden sloten met omringende heidense natiën en koningen. Doordat de Wachttoren in zoveel landen actief is en met zoveel wettelijke uitdagingen te maken heeft, moet de druk ongetwijfeld enorm zijn om te doen wat politiek correct is; zodat er vrienden gemaakt worden in hoge gelederen en ons werk voortgang kan vinden.

Dus, ja, het lijkt erop dat de Duivel wederom Gods organisatie listig verstrikt heeft, waardoor Jehovah's strenge tuchtiging een absolute noodzaak wordt.



Geliefde broeder - Wanneer je zegt dat Jehovah de Organisatie zal oordelen en het neer zal vellen, zou je dan een korte uiteenzetting kunnen geven voor de exacte reden daarvoor? Als het voor het krijgen als gevolg van bepaalde verkeerde interpretaties van profetieën, vraag ik me af of dit deze gezalfde broeders aangerekend kan worden daar ze afhankelijk zijn van Jehovah die hen hieromtrent geestelijk moet verlichten… Het lijkt mij dat zij in verband met deze zonde onwetend zijn. Of beweer je dat ze mensen opzettelijk en moedwillig met valse interpretaties opzadelen, terwijl ze heel goed weten dat ze verkeerd zitten? Ik denk dat dat niet de reden is waarvoor ze geoordeeld worden, maar juist voor het falen politiek neutraal te blijven (bijv. VN-verbond) en voor een organisatorisch beleid ten aanzien van kindermisbruik dat veel schade heeft gebracht en vele onschuldigen heeft doen struikelen, alsook de schande over Jehovah's naam. Kun je daarom precies samenvatten voor welke zonden de Wachttoren naar jouw mening gestraft zal worden?


In Lukas 12:48 bepaalde Jezus de basis voor zijn uiteindelijke oordeel over zijn slaven, wanneer hij zegt: "Ja, van een ieder aan wie veel werd gegeven, zal veel worden geëist; en van hem aan wie men het toezicht over veel heeft gegeven, zal men meer dan gebruikelijk is eisen." De brief van Jakobus waarschuwt ons ook dat leraren in de Christelijke gemeente een zwaarder oordeel zullen ontvangen. Zonder twijfel zijn de broeders in verantwoordelijke posities binnen de Christelijke gemeente meer verantwoordelijk voor God.

In het voorgaande vers van het 12de hoofdstuk van Lukas, geeft Jezus aan dat er zelfs onder degenen die zijn aangesteld over een beetje, enkelen opzettelijke ongehoorzaam zijn aan de wil van de meester en dat sommigen simpelweg onwetend zijn. Het vers luidt: "Dan zal de slaaf die de wil van zijn meester heeft begrepen, maar zich niet heeft gereedgemaakt of niet volgens zijn wil heeft gehandeld, veel slagen ontvangen. Degene echter die de wil niet heeft begrepen en daarom dingen heeft gedaan die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen."

Merk echter op dat beide slaven gestraft worden door de meester. De boze slaaf wordt streng gestraft en de andere slaven minder. Het is daarom duidelijk dat onwetendheid een excuus is; maar, het vrijwaart een dienstknecht van God niet geheel van straf voor zijn fouten. Dat is in overeenstemming met Gods verklaring van zijn karakter, dat hij genadig en vergevensgezind is, maar dat Jehovah niemand, vooral zijn geliefde dienaren niet, zal vrijstellen van straf.

Jezus' illustratie van de getrouwe slaaf en de boze slaaf onthult dat beide klassen van dienaren samen, zij-aan-zij, bestaan in Gods huisgezin tot de tijd waarop de meester onverwachts arriveert als een dief in de nacht. Daarom is het duidelijk dat sommige hooggeplaatste gezalfde dienaren van God heel goed weten waar ze mee bezig zijn. Anderen zijn echter simpelweg onwetend over bepaalde aspecten van de wil van hun meester, terwijl ze wel oprecht hun broeders proberen te dienen.

Je vroeg of sommige leraren bewust en opzettelijk proberen Jehovah's Getuigen te misleiden; het antwoord lijkt een ja te zijn. Het is ironisch dat de Wachttoren ervan beschuldigd wordt een valse profeet te zijn, en dus trekken sommigen de conclusie dat Jehovah's Getuigen niet de ware religie kunnen zijn. Dat is echter geen juiste redenatie. Het oude Israël werd van binnenuit geplaagd door valse profeten. Maar, betekende dit dat Israël niet Gods speciale bezit was? Natuurlijk niet. De apostel Petrus verwees naar de valse profeten van Israël en voorzei ook dat het geestelijk Israël van binnenuit geplaagd zou worden door dezelfde soort mensen. 2 Petrus 2:1 zegt: "Er stonden echter ook valse profeten onder het volk op, zoals er ook onder u valse leraren zullen zijn."

Het profetische boek van Zefanja geeft aan dat er ongelovige mannen zijn die zich diep in Gods organisatie bevinden. Het beschrijft hen als "mannen die stollen op hun droesem." De "droesem" is een verwijzing naar het sediment op de bodem van een vat wijn. Dat illustreert op welke wijze zulke mannen verborgen zijn binnen de gemeente van Gods volk. Het vers laat zien dat God zulke personen die zich indenken dat God niet de rechter van zijn volk is "zorgvuldig [zal] zoeken." Waarom zou het voor God noodzakelijk zijn zorgvuldig de Christenheid te doorzoeken om de goddeloze mannen uit haar midden te verwijderen? Zefanja gaat verder met te zeggen: "Haar profeten waren onbeschaamd, waren mannen van verraad."

Dus, in antwoord op je vraag, klaarblijkelijk weten sommige mannen dat wat ze onderwijzen verkeerd is, maar kan dat ze niets schelen. Net als degenen die stollen op de droesem temidden van Gods organisatie, denken ze dat "Jehovah geen goed [zal] doen en hij geen kwaad [zal] doen."Met andere woorden, ze geloven niet in welke soort van oordeel maar ook door Jehovah over zijn volk. Dus staan ze er onbeschaamd op dat niemand de moed moet hebben vraagtekens te zetten bij ook maar iets wat de organisatie als waarheid publiceert. Ze onderdrukken op verradelijke wijze elke poging van degenen met inzicht om Gods profetische woord duidelijker voor Jehovah's volk te stellen. De enige oplossing voor het probleem is dat God zijn belofte door middel van Zacharia 3:11 in vervulling laat gaan: "Want dan zal ik uit uw midden uw hoogmoedige uitgelatenen verwijderen."



Het Genootschap leert dat Satan en zijn demonen in 1914 naar de aarde geslingerd zijn. Maar, volgens Openbaring 12:13 zou dat betekenen dat Jehovah's Getuigen "naar de wildernis vliegen" om "BUITEN het gezicht van de slang gevoed [te worden] gedurende een tijd en tijden en een halve tijd." Wanneer zij BUITEN het GEZICHT van de slang zijn, betekent dat dan niet dat zij verborgen zijn voor Satan? Maar, beweert het Genootschap niet dat Jehovah's Getuigen op dit moment vervolgd worden door Satan? Hoe kunnen beide zaken waar zijn? En daar jij ervan overtuigd bent dat het standpunt van het Genootschap aangaande 1914 onjuist is, wat lijkt Openbaring 12:14 dan te voorzien voor de tijden die vóór Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap liggen?


De Wachttoren beweert dat Gods op een vrouw gelijkende organisatie in de periode van 1919-1922 volgend op Satans aanval, gedurende de Eerste Wereldoorlog, weer tot leven kwam. Maar, dit strookt gewoon niet met de feiten. Ten eerste, de drie en een half jarige perioden die in Openbaring en Daniël worden genoemd, verwijzen redelijkerwijs naar dezelfde periode. En het is niet toevallig dat Jezus' eigen aardse loopbaan precies 3 ½ jaar duurde. Het lijkt daarom redelijk dat Jezus' parousia ook 3 ½ jaar lang zal zijn, gedurende welke tijd de profetieën in kwestie feitelijk realiteit worden.

Het verslag over Elia is een verbazingwekkend profetisch drama dat gedurende de toekomstige parousia zal spelen. Welk verband heeft Elia met de profetie in Openbaring? Ten eerste is Elia één van de twee symbolische getuigen uit het 11de hoofdstuk. Dat komt omdat vers 6 zegt dat de twee getuigen "de autoriteit hebben de hemel te sluiten, opdat er geen regen valt in de dagen waarin zij profeteren." En het verslag zegt dat de twee getuigen gedurende een periode van 42 maanden in zakken gehuld profeteren. Wanneer je je het herinnert; Elia bad tot God en zorgde letterlijk voor een droogte die precies 3 ½ jaar aanhield.

Een andere interessante overeenkomst is dat Gods "vrouw," welke in het 12de hoofdstuk van Openbaring wordt genoemd, naar de wildernis vlucht waar ze gedurende 3 ½ tijd gevoed wordt. Dat is precies wat Elia ook deed. Hij vluchtte naar de wildernis waar hij veilig was voor de moorddadige Baälaanbidster Izébel en waar hij letterlijk door de raven gevoed werd, die gestolen brood en vlees naar hem brachten. Jehovah onthulde Elia ook dat er een overblijfsel van 7000 personen was die hun knie niet voor Baäl hadden gebogen. Openbaring 11:13 vermeldt ook dat er, samen met de twee getuigen, een aantal van 7000 wordt vermoord. Klaarblijkelijk zijn dit de personen van het hedendaagse gezalfde overblijfsel, die het merkteken van het beest gedurende het laatste uur weigeren aan te nemen.

In plaats van te slaan op relatieve onbeduidende gebeurtenissen in het snel vervagende verleden, voorzeggen het 11de en 12de hoofdstuk van Openbaring in werkelijkheid gedenkwaardige gebeurtenissen die zullen plaatsvinden wanneer Christus werkelijk vanuit de hemel begint te regeren. Satan zal een kwaadaardige aanval op Jehovah's volk loslaten, maar hij zal er niet in slagen het koninkrijk van God te vernietigen zoals dat op dat moment op aarde vertegenwoordigd zal zijn. De aanval zal dienen als Jehovah's straf; daarom zijn de twee getuigen ook in zakken gehuld en wordt de in heerlijkheid getooide hemelse "vrouw" een vluchtelinge in de wildernis. Maar, Jehovah zal gedurende diezelfde periode snel ons herstel bewerkstelligen. Ongetwijfeld zullen we dit allemaal veel helderder zien naarmate de tijd nadert.

Dus, het werkt twee kanten op, doordat Gods organisatie gedurende een toekomstige 3 ½ jarige periode aangevallen zal worden door demonen die uit de hemel geworpen zijn; en ook doordat Gods dienaren in veiligheid worden gebracht door God zodat de laatste aspecten van zijn voornemen vóór het einde van de wereld ten uitvoer worden gebracht.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman