| |
Week van: 15 t/m 21 Juni 2003
|
| Wanneer heeft de verandering
van het geslacht dat niet zou sterven voor de dag van Armageddon
plaatsgevonden? En kunnen voedseltekorten als een teken van
de laatste dagen wijzen op een gebrek aan geestelijk voedsel
wat zal plaatsvinden in de toekomst? |
|
|
| De Wachttoren van 1 november 1995
bevatte een studieartikel dat een geslacht herdefiniëerde
- het loskoppelend van enig soort van tijdskader. De timing
van dat artikel viel samen met het voorbijgaan van 80 complete
jaren vanaf oktober 1914. De belangrijkheid van het voorbij
gaan van 80 jaar is dat velen vóór 1995 speculeerden over
de duur van een geslacht dat niet voorbij zou gaan.
Eén van de schriftplaatsen die de eigenschappen van een
geslacht leek te beschrijven is de 90ste Psalm, waar staat:
"De dagen van onze jaren zijn op zichzelf genomen zeventig
jaren, En indien wegens bijzondere kracht, tachtig jaren;
Toch is dat waarop ze aandringen moeite en schadelijke dingen;
Want het zal stellig snel voorbijgaan, en wij vliegen heen."
Het is opmerkenswaardig dat de auteur van die Psalm, Mozes,
exact 120 jaar oud werd. Door middel van inspiratie lijkt
hij echter precies de gemiddelde levensduur van ons geslacht
te beschrijven. Dus, gebaseerd op dat vers, hadden vele
van Jehovah's Getuigen tot de 90'er jaren het idee dat 80
jaar het maximum zou zijn voor het geslacht van 1914.
Toen 1994 kwam en voorbij ging, voelde de Wachttoren zich
genoodzaakt te herdefiniëren wat Jezus bedoelde met een
geslacht dat niet voorbij zou gaan voordat alle dingen geschied
waren.
Het laatste commentaar van de Wachttoren op "dit geslacht"
wijst erop dat Jezus de uitdrukking "geslacht" altijd gebruikte
in relatie tot de typering van een "ongelovig
en verdraaid geslacht." Volgens het laatste commentaar
van de Wachttoren definiëerde Jezus' gebruik van de term
het karakter van elk bepaald geslacht, in plaats van de
lengte van een specifiek geslacht. Het enige probleem met
die definitie is dat Jezus, ondanks dat hij de uitdrukking
"ongelovig en verdraaid geslacht" bij vele gelegenheden
gebruikte, die uitdrukking niet gebruikte toen hij sprak
over het geslacht dat niet voorbij zou gaan. Hij zei enkel:
"Dit geslacht." Dus, in plaats van te herinterpreteren
wat Jezus bedoelde toen hij zei "dit geslacht [zal] geenszins
voorbijgaan voordat al deze dingen geschieden," lijkt
het onontkoombaar te zijn dat we er uiteindelijk toe gedwongen
worden de gehele leerstelling omtrent 1914 los te
laten. Dat zal ook de noodzaak duidelijk maken "dit geslacht"
te herdefiniëren.
Wat betreft de tweede vraag, het lijkt erop dat Jezus'
profetie aangaande voedseltekorten letterlijk is. We kunnen
daar zeker van zijn, omdat het openen van de eerste paar
zegels in Openbaring parallel lopen aan Jezus' profetie
van oorlogen, voedseltekorten en pestilentieën. Het openen
van het derde zegel zegt specifiek: "Een liter tarwe
voor een denarius." In Bijbelse tijden was een denarius
een dagloon. De profetie zou in werkelijkheid kunnen beschrijven
wat wij inflatie noemen, of in dit geval hyperinflatie,
waarbij de koopkracht van een valuta daalt tot het punt
waarop het uiteindelijk niet meer kan zorgen voor de basis
levensbehoeften.
Dat wil echter niet zeggen dat er geen andere profetieën
bestaan die voorzeggen dat er ook een geestelijke
hongersnood zal plaatsvinden.
|
|
| Er wordt veel geschopt
tegen Jehovah's Organisatie enzo, en in je essays en antwoorden
spreek je over de WT als zijnde Gods Organisatie, goed of
slecht. Ik heb gekeken naar de geschiedenis van de WT en het
begin ervan, het is voor mij heel duidelijk dat het in het
begin bij lange na geen organisatie was…Russell zei dat hij
naar de naam van zijn meester wilde worden genoemd, CHRISTENEN…We
zijn ver verwijderd van de vroegere Christenen die een verzameling
waren van afzonderlijke christenen die zich samenvoegden voor
wederzijdse omgang en ondersteuning…Uit je schrijfsels lijkt
het mij duidelijk dat je eigenlijk niet veel weet over de
organisatie. Er bestaat bij mij geen twijfel over dat dit
niet en nooit Gods Organisatie is geweest en het bewijs hiervoor
is in de geschiedenis terug te vinden. Kan je mijn ongelijk
bewijzen? Ik wacht op correctie en wanneer je dat kan geven,
zal ik mijn mening herzien. |
|
|
| Charles Russell geloofde dat er slechts
één Christelijke organisatie is. Hij erkende correct dat de
ware bijbelse Christelijke kerk geen gebouw of een bepaalde
sekte van de Christenheid is, maar dat de werkelijke kerk
van Christus, "de gemeente van de Eerstgeborene," zoals
het in het Hebreeuws wordt genoemd, de geestelijke organisatie
is die Christus op de apostelen bouwde welke uiteindelijk
144.000 leden zal hebben. Volgens de schriften zijn al Christus'
medeërfgenamen leden die tot dezelfde organisatie behoren
- een hemelse organisatie. Paulus schreef in het 2de hoofdstuk
van Efeziërs: God "heeft ons mede opgewekt en ons
mede plaats doen nemen in de hemelse gewesten in eendracht
met Christus Jezus.
God die zijn gezalfden plaats doet nemen in de hemelse
gewesten verwijst niet enkel naar het feit dat ze uiteindelijk
naar de hemel gaan. Paulus zei dat wedergeboren worden,
of gezalfd worden door Gods heilige geest, iemand een lid
van die hemelse organisatie maakte, ondanks dat ze nog menselijk
waren. Merk ook op dat Paulus in dat korte vers twee maal
het woord "mede" gebruikte. Daar alle gezalden deel
uitmaken van dezelfde hemelse organisatie, ziet Christus,
als hoofd van die organisatie, erop toe dat al zijn ware
volgelingen met elkaar in verbinding worden gebracht. Daarom
verwees Petrus naar de Christelijke gemeente als "de
gehele gemeenschap van uw broeders in de wereld."
Ondanks dat sommigen moeite hebben met de term "organisatie,"
waarbij ze struikelen over het feit dat de Bijbel dat specifieke
woord niet bevat, erkennen redelijke personen zeker dat
een gemeenschap vrijwel synoniem is aan de term organisatie.
YMCA staat bijvoorbeeld voor Young
Men's Christian Association [Gemeenschap]. Nu,
is er iemand die zo onredelijk is te beweren dat YMCA een
gemeenschap is, maar geen organisatie? Ook kan er naar een
gemeenschap worden verwezen als een orde, daarom gebruiken
we de term Nieuwe Wereld Orde. Dus, de Christelijke
Griekse Geschriften spreken wel degelijk over een organisatie
die bestaat uit de ware volgelingen van Christus.
Verderop in hetzelfde 2de hoofdstuk van Efeziërs zegt
Paulus het volgende over de gemeente van Christus: "Gij
zijt medeburgers van de heiligen en leden van het
huisgezin van God." Wanneer iemand een lid van Gods
huisgezin is, betekent dit dat er een lidmaatschap in een
gemeenschap is, een orde, ja, een organisatie. Het
huisgezin van God is het exclusieve lidmaatschap bestaande
uit 144.000 leden. Wellicht overbodig om te zeggen, maar
het huisgezin van God is een volkomen unieke en voortdurende
organisatie.
Het Wachttorengenootschap werd opgericht om lang verloren
waarheden aan nadenkende, Christelijk-geörienteerde personen
duidelijk te maken, en degenen die Jehovah uiteindelijk
zou uitkiezen om het overige aantal van de 144.000 geestelijke
Joden te vullen, in een gemeenschap te trekken. Uit
al het beschikbare bewijsmateriaal wordt duidelijk dat de
Wachttoren inderdaad als een verzamelpunt heeft gediend
waarin Jehovah de overgebleven toekomstige medeërfgenamen
van het koninkrijk van God heeft verzameld, alsook hen die
uiteindelijk degenen zullen zijn die de grote verdrukking
overleven - de grote schare. Het lijkt erop dat we gereed
zijn om de oordeelsfase van Jehovah's grootse voornemen
voor zijn organisatie binnen te gaan.
Het probleem is dat Jehovah's Getuigen in de loop der
jaren zijn gaan denken dat de Wachttoren zelf Gods organisatie
is. Maar, de Wachttoren is niet echt Jehovah's organisatie.
De Wachttoren is enkel een wettelijke corporatie die nodig
is om alle zaken die samenhangen met de grote, wereldwijde
uitgave onderneming die Jehovah's Getuigen hebben gebruikt
om onze boodschap te verspreiden, te regelen. Maar, daar
de Wachttoren opgericht en geleid wordt door gezalfde dienaren
van God, zijn we het gewoonlijk gaan beschrijven als "Jehovah's
organisatie." In werkelijkheid is de Wachttoren echter enkel
een middel en is het feitelijk zonder waarde. In tegenstelling
daarmee is de kerk van Christus onverwoestbaar; zoals Jezus
ook zei over zijn gemeente: "De poorten van Hades zullen
haar niet overweldigen."
|
|
| Op de laatste Velddienstbijeenkomst
(op Dinsdag 17 juni) las een zuster 2 Timotheüs 3:1-5.
Terwijl ik het las, dacht ik: zal dit gebeuren onder Jehovah's
volk gedurende de "laatste dagen"? Hoe passen deze
verzen in jouw begrip van Bijbelse profetieën? Eerlijk
waar, ik geloof dat de manier waarop jij Bijbelprofetie begrijpt
heel redelijk is. En dat je een goede dienst bewijst door
degenen die de organisatie verlaten hebben aan te moedigen
terug te keren. Maar, ben je niet bang dat mensen zich tot
jou zullen richten voor geestelijke voeding in plaats van
de Wachttoren? Wat als je begrip niet juist blijkt te zijn?
Zul je Jehovah blijven dienen? Zul je bereid zijn te handelen
overeenkomstig hetgeen Jehovah als juist aan je laat zien?
|
|
|
| 2 Timotheüs 3:1-5: Er bestaat geen twijfel
over dat onze hedendaagse wereld past in de beschrijving die
Paulus voorzei. In een algemene betekenis zijn dit de laatste
dagen van dit samenstel dat zich richting Jehovah's oordeel
beweegt. De "tijd
van het einde" en het "besluit van het samenstel
van dingen" verwijzen naar de periode van verdrukking.
Dus, wanneer dit de laatste dagen zijn, hoeveel temeer zal
de tijd van het einde "kritieke tijden zijn die moeilijk
zijn door te komen"?
Een klein stukje verder in die profetie voorzei Paulus
dat goddeloze mannen van binnen de gemeente de waarheid
zouden weerstaan. Zij zouden mannen zijn die "afgekeurd
wat het geloof betreft" zijn. Verder zei Paulus: "Niettemin
zullen zij geen verdere vorderingen maken, want hun uitzinnigheid
zal allen zeer duidelijk zijn." De vraag die nu rijst
is: is de uitzinnigheid van afvallige tegenstanders van
ons geloof voor allen zeer duidelijk geworden? Niet echt.
Waarom kunnen we dat zeggen? Omdat "de afval" volgens
een andere profetie van Paulus "eerst komt en
de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard." Op dit
moment is de
mens der wetteloosheid nog een mysterie. Toch voorzegt
de profetie dat de mens der wetteloosheid gedurende de tijd
voor Christus' oordeel onbeschaamd zal neerzitten in de
tempel van God. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de het
huisgezin van God.
Maar, met betrekking tot die uitzinnige afvalligen die
"geen verdere vorderingen zullen maken," zei Paulus
verder dat "goddeloze mensen en bedriegers zullen van
kwaad tot erger voortgaan, terwijl zij misleiden en worden
misleid." Dus, afvalligen zullen "vorderingen" maken,
terwijl zij "van kwaad tot erger voortgaan" totdat
Christus' oordeel hun uitzinnigheid samen met de mens der
wetteloosheid onthult. Daar we dat punt nog niet hebben
bereikt, is het duidelijk dat de meest kritische en moeilijke
tijden voor mensen van geloof met zekerheid vlak vóór ons
liggen.
Met betrekking tot je opmerking dat ik het fout zou kunnen
hebben, ik zou dat vooruitzicht bijna verwelkomen. Net zoals
Paulus zei, hij zou graag verkiezen dat hij in plaats van
zijn misleide landgenoten zou vervreemden van God. De werkelijke
vraag is echter niet: Wat als ik het verkeerde eind heb?
Maar, juist: Wat als ik het bij het juiste eind heb?
|
|
| Ik zou een vraag willen
stellen (en probeer hem te beantwoorden) die Jezus zelf stelde:
"Wie is WERKELIJK de Getrouwe en Beleidvolle Slaaf?" Of belangrijker:
Wie zal er worden aangesteld over al Jezus' bezittingen? Jezus
zal niet de huidige Getrouwe Slaaf aanstellen, wanneer hij
in zijn koninkrijksmacht komt, of ze nu de boze slaaf of de
meer onschuldige onwetenden zijn. Jezus zei dat wanneer hij
bij zijn aankomst de slaaf voedsel terechter tijd ziet uitdelen,
hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Nu biedt
het huidige WTG volgens de profeten geestelijk "uitbraaksel"
aan, dus zij worden duidelijk niet aangesteld nadat het WTG
getuchtigd is. Wat denk jij?
|
|
|
| We moeten onthouden dat we de zaken in profetieën
vanuit Gods verheven positie bezien. In Jesaja 55:8 herinnert
God ons aan de grote kloof tussen hemzelf en mensen, wanneer
hij zegt: "Want ulieder gedachten zijn niet mijn gedachten,
noch zijn mijn wegen uw wegen…Want zoals de hemelen hoger
zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen,
en mijn gedachten dan uw gedachten." De uitdaging voor
ons is dus te proberen vanuit Jehovah perspectief te kijken,
welke mogelijkheid we door Gods Woord hebben gekregen - mits
we erover redeneren.
In aanmerking genomen dat niemand van ons ooit een ontmoeting
heeft gehad met een grootse hemelse engel, hoe denk je dat
het zou zijn wanneer je zo'n heilig, schitterend
wezen kon ontmoeten? Daniël had zo'n ontmoeting en
het blijkt dat hij die ternauwernood overleefde. In het
10de hoofdstuk van Daniël beschrijft hij zijn ervaring door
te zeggen dat zijn eigen waardigheid aan hem werd veranderd
ten verderve en hij als een dode man werd. Alleen door de
geruststellende verzekering van de bezoekende engel kon
Daniel de kracht opbrengen op handen en voeten te gaan zitten
en uiteindelijke op zijn voeten te gaan staan.
Bedenk dat Daniëls metgezellen de engel niet konden zien,
ook al overviel een grote beving hen doordat ze zich slechts
in de nabijheid bevonden van het grootse hemelse wezen.
Het visioen wat Daniël kreeg is in werkelijkheid profetisch
voor Christus' parousia, doordat Christus zich op
één of andere manier aan zijn begeerden zal openbaren -
zoals de engel Daniël noemde.
Wanneer we Christus' heerlijkheid beschouwen wanneer hij
komt om de geestelijke tempel van zijn Vader te reinigen,
doen we er goed aan ons te herinneren hoe Christus de tafels
van de geldwisselaars omkeerde in de fysieke tempel van
zijn Vader. Dat geeft ons een idee van de wijze waarop Jezus
zal omgaan met verderf binnen zijn gemeente en waarom Jesaja
Jehovah's tafel beschrijft als verontreinigd met uitbraaksel.
Vanuit Christus' en Jehovah's gezichtspunt bezien is alles
wat onheilig is weerzinwekkend. Zij kunnen alleen een intieme
omgang hebben met degenen die rein en heilig zijn. Dus,
wanneer Christus komt en zijn Vaders huis inspecteert, is
het alsof hij een complete chaos aantreft. Wat doet hij
daarom? Wel, hij zendt degenen die hij als boze slaven oordeelt
weg en vervolgens zegt hij de rest van zijn slaven op te
staan en de boel te reinigen. Is dat niet redelijk? Dat
is in werkelijkheid precies wat de profetieën voorzeggen
wat er zal gebeuren.
Volgens Jesaja 64:5, 6 zullen we allen onrein bevonden
worden voor Gods aangezicht gedurende het oordeel. Er staat:
"Zie! Gijzelf werdt verontwaardigd, terwijl wij bleven
zondigen - daarin een lange tijd, en zouden wij gered worden?
En wij worden als iemand die onrein is, wij allemaal, en
al onze daden van rechtvaardigheid zijn als een kleed voor
menstruatieperiodes…" Daarom begint Jesaja's profetie
met zich te richten tot Gods volk door te zeggen dat hij
onze zonden, ondanks dat ze als scharlakengekleurde vlekken
zijn in Gods ogen, zo wit als sneeuw zal laten worden. Het
30ste hoofdstuk van Jesaja, welke in de postzak van afgelopen
week werd behandeld (met betrekking tot Gods woord dat als
van achter ons spreekt), zegt verder dat Gods volk, als
gevolg van Jehovah's tuchtiging, hun organisatorische afgoderij
zullen verlaten alsof het "louter vuil" was. De profetie
verhaalt vervolgens dat Gods woord gedurende de tijd van
grote slachting met zevenvoudige intensiteit zal schijnen.
Het punt is dat we Gods vergevensgezindheid niet moeten
onderschatten op het moment dat we op een punt zijn beland
waarop Jehovah klaar is om ons te oordelen. Dus, terwijl
de zogenoemde getrouwe en beleidvolle slaaf op dit moment
ontrouw en onbeleidvol kan lijken, moeten we erkennen
dat de profetieën de dingen bekijken wanneer ze uiteindelijk
het hoogtepunt bereiken nadat Jehovah de zaken rechtzet.
|
|
| Aangaande de NGO kwestie:
Alles wat ik tot nu toe heb gelezen, zegt dat de Guardian
het verhaal bracht op 15 oktober 2001, toch liet de VN DPI
op 11 oktober 2001 een brief uitgaan welk zei dat het WTG
op 9 oktober 2001 (een goede week vóórdat het
verhaal "openbaar" werd) had gevraagd om de beëindiging
van NGO-status en dat dit ook gebeurd is. Dus, waarom heeft
iedereen het idee dat ze uit de NGO-overeenkomst stapten NADAT
het verhaal naar buiten werd gebracht? Ik weet dat timing
niet datgene is waar het om gaat in deze kwestie, maar het
doet vermoeden dat het WTG niet "gepakt" is, maar
het probleem zelf eerst inzag. |
|
|
| Over het algemeen is het voor nieuwsinstanties
en journalisten gebruikelijk dat ze eerst contact leggen
met het onderwerp van een bepaald nieuwsartikel, om de feiten
te verifiëren. Klaarblijkelijk heeft de Guardian dat
gedaan daar de officiële uitleg van de Wachttoren aan de Guardian
was dat onderzoekers op het hoofdkantoor van de Wachttoren
toegang moesten hebben tot de VN bibliotheek. Het is redelijk
te concluderen dat de Guardian enkele dagen voor publicatie
van het verhaal contact heeft opgenomen met de Wachttoren.
In de tussenliggende tijd vóórdat het artikel ter perse ging,
trok de Wachttoren haar 10-jarige lidmaatschap als een NGO
in. Of moeten we ons indenken dat het enkel toeval is dat
de Wachttoren zo'n langdurende relatie slechts enkele dagen
voordat het ongepaste verbond aan het publiek werd geopenbaard,
verbrak?
Maar, wanneer ze enkel toegang wilden hebben tot de bibliotheek
van de VN, zoals ze beweerden, waarom trokken ze hun lidmaatschap
dan überhaupt in? Als dat hun reden was, zou dat dan niet
ook een goede reden zijn om een NGO te blijven, als
dat het enige was? De ironie is dat wanneer de Wachttoren
grondig nazoekwerk wilde verrichten over de VN, ze de eersten
hadden moeten zijn die weten wat het betekent NGO te zijn.
Die informatie is namelijk eenvoudig
toegankelijk. Feit is dat de Verenigde Naties geen
enkele organisatie zomaar een NGO status geeft. Er bestaan
vrij strikte criteria en aanmeldprocedures voor, alsook
een jaarlijkse vernieuwing waarmee elke organisatie akkoord
moet gaan, om als NGO erkend te blijven worden. Het is belachelijk
onszelf in te denken dat de broeders die verantwoordelijk
waren voor het onderhouden van die regeling niet wisten
wat ermee samenhing.
Het is duidelijk dat de woordvoerder van de Wachttoren
in Engeland een misleidend en onjuiste verklaring aan het
publiek heeft gegeven toen hij de hele NGO affaire als een
onschuldige fout afwees. Zelfs Jehovah wijst op onze woordvoerders
als leugenaars, wanneer hij in Jesaja 43:27 het volgende
zegt: "En uw eigen woordvoerders hebben overtredingen
tegen mij begaan." En wederom stelt Jehovah door middel
van Jesaja de volgende onderzoekende vraag aan zijn dienaren:
"Voor wie werdt gij beducht en bevreesd, zodat gij uw
toevlucht tot liegen hebt genomen?"
|
|
| Geliefde broeder, Micha
4:1-4 spreekt over 'de wet die uit Sion en Jeruzalem uitgaat.'
Welk Jeruzalem zal dit zijn, daar de zichtbare organisatie
tegen die tijd verworpen is? |
|
|
| Elke aardse regering heeft een hoofdstad.
Jeruzalem en Sion zijn vertegenwoordigingen van de hoofdstad
van Gods hemelse koninkrijksregering. Daarom schildert Openbaring
de 144.000 bijvoorbeeld af als staande met Jezus op de Berg
Sion. De profetieën van Micha en Jesaja voorzeggen een
tijd waarin het koninkrijk feitelijk aan de macht komt en
Gods wet van kracht maakt. "In het laatst der dagen"
wanneer de wet zal uitgaan, is kennelijk hetzelfde als
de "tijd van het einde" en het "besluit van
het samenstel van dingen." Dan neemt het koninkrijk met
kracht haar macht op. Dat heeft duidelijk nog niet plaatsgevonden,
anders zou er geen strijd en oorlog meer zijn. Enkel het feit
dat Jehovah's Getuigen militaire dienst weigeren, heeft geen
halt toegeroepen aan natiën die het zwaard opheffen tegen
natiën. Per jaar worden nog steeds tienduizenden personen
het slachtoffer van oorlog. En de vele nationale legers van
de wereld hebben miljoenen soldaten in uniform die bezig zijn
met het leren van oorlogvoeren. Maar, het standpunt van Jehovah's
Getuigen laat wel zien dat vrede onder de regering van Gods
koninkrijk mogelijk is. |
|
|
Getuigen hebben als leerstelling…dat alle
broeders in de eerste eeuw gezalfd waren. In de Bijbel zei
Paulus op één punt echter duidelijk dat er twee onderscheiden
groepen van getrouwe broeders waren in die tijd. 1 Korinthiërs
1:1, 2 zegt: "Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel
van Jezus Christus, en Sósthenes, onze broeder, aan de gemeente
van God die in Korinthe is, aan u die geheiligd zijt in
eendracht met Christus Jezus, geroepen om heiligen te zijn,
samen met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus,
hun Heer en de onze, aanroepen."
Hier beschrijft Paulus degenen
"die geheiligd zijn in eendracht met Christus Jezus, geroepen
om heiligen te zijn" en vervolgens legt hij uit dat deze
heiligen "samen [zijn] met allen die overal de naam van
onze Heer Jezus Christus aanroepen" en sluit hij zijn begroeting
af met "hun Heer en de onze." Wat zijn jouw gedachten hierover?
|
|
|
| Degenen naar wie Paulus verwijst met "overal"
zijn eenvoudigweg de rest van de broeders in de wereld. Paulus
bracht zijn groeten specifiek aan de Korinthische gemeente,
maar hij zei dat ze verenigd waren als een deel van een uitgebreide
broederschap daar er in die tijd in de gehele Romeinse wereld
gelovigen waren die de naam van Christus aanriepen. Wanneer
we het vers interpreteren op de manier waarop dat volgens
jou zou moeten, moeten we concluderen dat de enige Christenen
die geheiligde heiligen waren de Korinthiërs zelf waren en
dat ieder ander buiten die aanwijzing moet vallen. Dat is
duidelijk niet wat de apostel bedoelde te zeggen. |
|
|
|
|