Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 15 t/m 21 Juni 2003


 

Wanneer heeft de verandering van het geslacht dat niet zou sterven voor de dag van Armageddon plaatsgevonden? En kunnen voedseltekorten als een teken van de laatste dagen wijzen op een gebrek aan geestelijk voedsel wat zal plaatsvinden in de toekomst?


De Wachttoren van 1 november 1995 bevatte een studieartikel dat een geslacht herdefiniëerde - het loskoppelend van enig soort van tijdskader. De timing van dat artikel viel samen met het voorbijgaan van 80 complete jaren vanaf oktober 1914. De belangrijkheid van het voorbij gaan van 80 jaar is dat velen vóór 1995 speculeerden over de duur van een geslacht dat niet voorbij zou gaan.

Eén van de schriftplaatsen die de eigenschappen van een geslacht leek te beschrijven is de 90ste Psalm, waar staat: "De dagen van onze jaren zijn op zichzelf genomen zeventig jaren, En indien wegens bijzondere kracht, tachtig jaren; Toch is dat waarop ze aandringen moeite en schadelijke dingen; Want het zal stellig snel voorbijgaan, en wij vliegen heen."

Het is opmerkenswaardig dat de auteur van die Psalm, Mozes, exact 120 jaar oud werd. Door middel van inspiratie lijkt hij echter precies de gemiddelde levensduur van ons geslacht te beschrijven. Dus, gebaseerd op dat vers, hadden vele van Jehovah's Getuigen tot de 90'er jaren het idee dat 80 jaar het maximum zou zijn voor het geslacht van 1914. Toen 1994 kwam en voorbij ging, voelde de Wachttoren zich genoodzaakt te herdefiniëren wat Jezus bedoelde met een geslacht dat niet voorbij zou gaan voordat alle dingen geschied waren.

Het laatste commentaar van de Wachttoren op "dit geslacht" wijst erop dat Jezus de uitdrukking "geslacht" altijd gebruikte in relatie tot de typering van een "ongelovig en verdraaid geslacht." Volgens het laatste commentaar van de Wachttoren definiëerde Jezus' gebruik van de term het karakter van elk bepaald geslacht, in plaats van de lengte van een specifiek geslacht. Het enige probleem met die definitie is dat Jezus, ondanks dat hij de uitdrukking "ongelovig en verdraaid geslacht" bij vele gelegenheden gebruikte, die uitdrukking niet gebruikte toen hij sprak over het geslacht dat niet voorbij zou gaan. Hij zei enkel: "Dit geslacht." Dus, in plaats van te herinterpreteren wat Jezus bedoelde toen hij zei "dit geslacht [zal] geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen geschieden," lijkt het onontkoombaar te zijn dat we er uiteindelijk toe gedwongen worden de gehele leerstelling omtrent 1914 los te laten. Dat zal ook de noodzaak duidelijk maken "dit geslacht" te herdefiniëren.

Wat betreft de tweede vraag, het lijkt erop dat Jezus' profetie aangaande voedseltekorten letterlijk is. We kunnen daar zeker van zijn, omdat het openen van de eerste paar zegels in Openbaring parallel lopen aan Jezus' profetie van oorlogen, voedseltekorten en pestilentieën. Het openen van het derde zegel zegt specifiek: "Een liter tarwe voor een denarius." In Bijbelse tijden was een denarius een dagloon. De profetie zou in werkelijkheid kunnen beschrijven wat wij inflatie noemen, of in dit geval hyperinflatie, waarbij de koopkracht van een valuta daalt tot het punt waarop het uiteindelijk niet meer kan zorgen voor de basis levensbehoeften.

Dat wil echter niet zeggen dat er geen andere profetieën bestaan die voorzeggen dat er ook een geestelijke hongersnood zal plaatsvinden.



Er wordt veel geschopt tegen Jehovah's Organisatie enzo, en in je essays en antwoorden spreek je over de WT als zijnde Gods Organisatie, goed of slecht. Ik heb gekeken naar de geschiedenis van de WT en het begin ervan, het is voor mij heel duidelijk dat het in het begin bij lange na geen organisatie was…Russell zei dat hij naar de naam van zijn meester wilde worden genoemd, CHRISTENEN…We zijn ver verwijderd van de vroegere Christenen die een verzameling waren van afzonderlijke christenen die zich samenvoegden voor wederzijdse omgang en ondersteuning…Uit je schrijfsels lijkt het mij duidelijk dat je eigenlijk niet veel weet over de organisatie. Er bestaat bij mij geen twijfel over dat dit niet en nooit Gods Organisatie is geweest en het bewijs hiervoor is in de geschiedenis terug te vinden. Kan je mijn ongelijk bewijzen? Ik wacht op correctie en wanneer je dat kan geven, zal ik mijn mening herzien.


Charles Russell geloofde dat er slechts één Christelijke organisatie is. Hij erkende correct dat de ware bijbelse Christelijke kerk geen gebouw of een bepaalde sekte van de Christenheid is, maar dat de werkelijke kerk van Christus, "de gemeente van de Eerstgeborene," zoals het in het Hebreeuws wordt genoemd, de geestelijke organisatie is die Christus op de apostelen bouwde welke uiteindelijk 144.000 leden zal hebben. Volgens de schriften zijn al Christus' medeërfgenamen leden die tot dezelfde organisatie behoren - een hemelse organisatie. Paulus schreef in het 2de hoofdstuk van Efeziërs: God "heeft ons mede opgewekt en ons mede plaats doen nemen in de hemelse gewesten in eendracht met Christus Jezus.

God die zijn gezalfden plaats doet nemen in de hemelse gewesten verwijst niet enkel naar het feit dat ze uiteindelijk naar de hemel gaan. Paulus zei dat wedergeboren worden, of gezalfd worden door Gods heilige geest, iemand een lid van die hemelse organisatie maakte, ondanks dat ze nog menselijk waren. Merk ook op dat Paulus in dat korte vers twee maal het woord "mede" gebruikte. Daar alle gezalden deel uitmaken van dezelfde hemelse organisatie, ziet Christus, als hoofd van die organisatie, erop toe dat al zijn ware volgelingen met elkaar in verbinding worden gebracht. Daarom verwees Petrus naar de Christelijke gemeente als "de gehele gemeenschap van uw broeders in de wereld."

Ondanks dat sommigen moeite hebben met de term "organisatie," waarbij ze struikelen over het feit dat de Bijbel dat specifieke woord niet bevat, erkennen redelijke personen zeker dat een gemeenschap vrijwel synoniem is aan de term organisatie. YMCA staat bijvoorbeeld voor Young Men's Christian Association [Gemeenschap]. Nu, is er iemand die zo onredelijk is te beweren dat YMCA een gemeenschap is, maar geen organisatie? Ook kan er naar een gemeenschap worden verwezen als een orde, daarom gebruiken we de term Nieuwe Wereld Orde. Dus, de Christelijke Griekse Geschriften spreken wel degelijk over een organisatie die bestaat uit de ware volgelingen van Christus.

Verderop in hetzelfde 2de hoofdstuk van Efeziërs zegt Paulus het volgende over de gemeente van Christus: "Gij zijt medeburgers van de heiligen en leden van het huisgezin van God." Wanneer iemand een lid van Gods huisgezin is, betekent dit dat er een lidmaatschap in een gemeenschap is, een orde, ja, een organisatie. Het huisgezin van God is het exclusieve lidmaatschap bestaande uit 144.000 leden. Wellicht overbodig om te zeggen, maar het huisgezin van God is een volkomen unieke en voortdurende organisatie.

Het Wachttorengenootschap werd opgericht om lang verloren waarheden aan nadenkende, Christelijk-geörienteerde personen duidelijk te maken, en degenen die Jehovah uiteindelijk zou uitkiezen om het overige aantal van de 144.000 geestelijke Joden te vullen, in een gemeenschap te trekken. Uit al het beschikbare bewijsmateriaal wordt duidelijk dat de Wachttoren inderdaad als een verzamelpunt heeft gediend waarin Jehovah de overgebleven toekomstige medeërfgenamen van het koninkrijk van God heeft verzameld, alsook hen die uiteindelijk degenen zullen zijn die de grote verdrukking overleven - de grote schare. Het lijkt erop dat we gereed zijn om de oordeelsfase van Jehovah's grootse voornemen voor zijn organisatie binnen te gaan.

Het probleem is dat Jehovah's Getuigen in de loop der jaren zijn gaan denken dat de Wachttoren zelf Gods organisatie is. Maar, de Wachttoren is niet echt Jehovah's organisatie. De Wachttoren is enkel een wettelijke corporatie die nodig is om alle zaken die samenhangen met de grote, wereldwijde uitgave onderneming die Jehovah's Getuigen hebben gebruikt om onze boodschap te verspreiden, te regelen. Maar, daar de Wachttoren opgericht en geleid wordt door gezalfde dienaren van God, zijn we het gewoonlijk gaan beschrijven als "Jehovah's organisatie." In werkelijkheid is de Wachttoren echter enkel een middel en is het feitelijk zonder waarde. In tegenstelling daarmee is de kerk van Christus onverwoestbaar; zoals Jezus ook zei over zijn gemeente: "De poorten van Hades zullen haar niet overweldigen."



Op de laatste Velddienstbijeenkomst (op Dinsdag 17 juni) las een zuster 2 Timotheüs 3:1-5. Terwijl ik het las, dacht ik: zal dit gebeuren onder Jehovah's volk gedurende de "laatste dagen"? Hoe passen deze verzen in jouw begrip van Bijbelse profetieën? Eerlijk waar, ik geloof dat de manier waarop jij Bijbelprofetie begrijpt heel redelijk is. En dat je een goede dienst bewijst door degenen die de organisatie verlaten hebben aan te moedigen terug te keren. Maar, ben je niet bang dat mensen zich tot jou zullen richten voor geestelijke voeding in plaats van de Wachttoren? Wat als je begrip niet juist blijkt te zijn? Zul je Jehovah blijven dienen? Zul je bereid zijn te handelen overeenkomstig hetgeen Jehovah als juist aan je laat zien?


2 Timotheüs 3:1-5: Er bestaat geen twijfel over dat onze hedendaagse wereld past in de beschrijving die Paulus voorzei. In een algemene betekenis zijn dit de laatste dagen van dit samenstel dat zich richting Jehovah's oordeel beweegt. De "tijd van het einde" en het "besluit van het samenstel van dingen" verwijzen naar de periode van verdrukking. Dus, wanneer dit de laatste dagen zijn, hoeveel temeer zal de tijd van het einde "kritieke tijden zijn die moeilijk zijn door te komen"?

Een klein stukje verder in die profetie voorzei Paulus dat goddeloze mannen van binnen de gemeente de waarheid zouden weerstaan. Zij zouden mannen zijn die "afgekeurd wat het geloof betreft" zijn. Verder zei Paulus: "Niettemin zullen zij geen verdere vorderingen maken, want hun uitzinnigheid zal allen zeer duidelijk zijn." De vraag die nu rijst is: is de uitzinnigheid van afvallige tegenstanders van ons geloof voor allen zeer duidelijk geworden? Niet echt. Waarom kunnen we dat zeggen? Omdat "de afval" volgens een andere profetie van Paulus "eerst komt en de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard." Op dit moment is de mens der wetteloosheid nog een mysterie. Toch voorzegt de profetie dat de mens der wetteloosheid gedurende de tijd voor Christus' oordeel onbeschaamd zal neerzitten in de tempel van God. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de het huisgezin van God.

Maar, met betrekking tot die uitzinnige afvalligen die "geen verdere vorderingen zullen maken," zei Paulus verder dat "goddeloze mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger voortgaan, terwijl zij misleiden en worden misleid." Dus, afvalligen zullen "vorderingen" maken, terwijl zij "van kwaad tot erger voortgaan" totdat Christus' oordeel hun uitzinnigheid samen met de mens der wetteloosheid onthult. Daar we dat punt nog niet hebben bereikt, is het duidelijk dat de meest kritische en moeilijke tijden voor mensen van geloof met zekerheid vlak vóór ons liggen.

Met betrekking tot je opmerking dat ik het fout zou kunnen hebben, ik zou dat vooruitzicht bijna verwelkomen. Net zoals Paulus zei, hij zou graag verkiezen dat hij in plaats van zijn misleide landgenoten zou vervreemden van God. De werkelijke vraag is echter niet: Wat als ik het verkeerde eind heb? Maar, juist: Wat als ik het bij het juiste eind heb?



Ik zou een vraag willen stellen (en probeer hem te beantwoorden) die Jezus zelf stelde: "Wie is WERKELIJK de Getrouwe en Beleidvolle Slaaf?" Of belangrijker: Wie zal er worden aangesteld over al Jezus' bezittingen? Jezus zal niet de huidige Getrouwe Slaaf aanstellen, wanneer hij in zijn koninkrijksmacht komt, of ze nu de boze slaaf of de meer onschuldige onwetenden zijn. Jezus zei dat wanneer hij bij zijn aankomst de slaaf voedsel terechter tijd ziet uitdelen, hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Nu biedt het huidige WTG volgens de profeten geestelijk "uitbraaksel" aan, dus zij worden duidelijk niet aangesteld nadat het WTG getuchtigd is. Wat denk jij?


We moeten onthouden dat we de zaken in profetieën vanuit Gods verheven positie bezien. In Jesaja 55:8 herinnert God ons aan de grote kloof tussen hemzelf en mensen, wanneer hij zegt: "Want ulieder gedachten zijn niet mijn gedachten, noch zijn mijn wegen uw wegen…Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen, en mijn gedachten dan uw gedachten." De uitdaging voor ons is dus te proberen vanuit Jehovah perspectief te kijken, welke mogelijkheid we door Gods Woord hebben gekregen - mits we erover redeneren.

In aanmerking genomen dat niemand van ons ooit een ontmoeting heeft gehad met een grootse hemelse engel, hoe denk je dat het zou zijn wanneer je zo'n heilig, schitterend wezen kon ontmoeten? Daniël had zo'n ontmoeting en het blijkt dat hij die ternauwernood overleefde. In het 10de hoofdstuk van Daniël beschrijft hij zijn ervaring door te zeggen dat zijn eigen waardigheid aan hem werd veranderd ten verderve en hij als een dode man werd. Alleen door de geruststellende verzekering van de bezoekende engel kon Daniel de kracht opbrengen op handen en voeten te gaan zitten en uiteindelijke op zijn voeten te gaan staan.

Bedenk dat Daniëls metgezellen de engel niet konden zien, ook al overviel een grote beving hen doordat ze zich slechts in de nabijheid bevonden van het grootse hemelse wezen. Het visioen wat Daniël kreeg is in werkelijkheid profetisch voor Christus' parousia, doordat Christus zich op één of andere manier aan zijn begeerden zal openbaren - zoals de engel Daniël noemde.

Wanneer we Christus' heerlijkheid beschouwen wanneer hij komt om de geestelijke tempel van zijn Vader te reinigen, doen we er goed aan ons te herinneren hoe Christus de tafels van de geldwisselaars omkeerde in de fysieke tempel van zijn Vader. Dat geeft ons een idee van de wijze waarop Jezus zal omgaan met verderf binnen zijn gemeente en waarom Jesaja Jehovah's tafel beschrijft als verontreinigd met uitbraaksel. Vanuit Christus' en Jehovah's gezichtspunt bezien is alles wat onheilig is weerzinwekkend. Zij kunnen alleen een intieme omgang hebben met degenen die rein en heilig zijn. Dus, wanneer Christus komt en zijn Vaders huis inspecteert, is het alsof hij een complete chaos aantreft. Wat doet hij daarom? Wel, hij zendt degenen die hij als boze slaven oordeelt weg en vervolgens zegt hij de rest van zijn slaven op te staan en de boel te reinigen. Is dat niet redelijk? Dat is in werkelijkheid precies wat de profetieën voorzeggen wat er zal gebeuren.

Volgens Jesaja 64:5, 6 zullen we allen onrein bevonden worden voor Gods aangezicht gedurende het oordeel. Er staat: "Zie! Gijzelf werdt verontwaardigd, terwijl wij bleven zondigen - daarin een lange tijd, en zouden wij gered worden? En wij worden als iemand die onrein is, wij allemaal, en al onze daden van rechtvaardigheid zijn als een kleed voor menstruatieperiodes…" Daarom begint Jesaja's profetie met zich te richten tot Gods volk door te zeggen dat hij onze zonden, ondanks dat ze als scharlakengekleurde vlekken zijn in Gods ogen, zo wit als sneeuw zal laten worden. Het 30ste hoofdstuk van Jesaja, welke in de postzak van afgelopen week werd behandeld (met betrekking tot Gods woord dat als van achter ons spreekt), zegt verder dat Gods volk, als gevolg van Jehovah's tuchtiging, hun organisatorische afgoderij zullen verlaten alsof het "louter vuil" was. De profetie verhaalt vervolgens dat Gods woord gedurende de tijd van grote slachting met zevenvoudige intensiteit zal schijnen.

Het punt is dat we Gods vergevensgezindheid niet moeten onderschatten op het moment dat we op een punt zijn beland waarop Jehovah klaar is om ons te oordelen. Dus, terwijl de zogenoemde getrouwe en beleidvolle slaaf op dit moment ontrouw en onbeleidvol kan lijken, moeten we erkennen dat de profetieën de dingen bekijken wanneer ze uiteindelijk het hoogtepunt bereiken nadat Jehovah de zaken rechtzet.



Aangaande de NGO kwestie: Alles wat ik tot nu toe heb gelezen, zegt dat de Guardian het verhaal bracht op 15 oktober 2001, toch liet de VN DPI op 11 oktober 2001 een brief uitgaan welk zei dat het WTG op 9 oktober 2001 (een goede week vóórdat het verhaal "openbaar" werd) had gevraagd om de beëindiging van NGO-status en dat dit ook gebeurd is. Dus, waarom heeft iedereen het idee dat ze uit de NGO-overeenkomst stapten NADAT het verhaal naar buiten werd gebracht? Ik weet dat timing niet datgene is waar het om gaat in deze kwestie, maar het doet vermoeden dat het WTG niet "gepakt" is, maar het probleem zelf eerst inzag.


Over het algemeen is het voor nieuwsinstanties en journalisten gebruikelijk dat ze eerst contact leggen met het onderwerp van een bepaald nieuwsartikel, om de feiten te verifiëren. Klaarblijkelijk heeft de Guardian dat gedaan daar de officiële uitleg van de Wachttoren aan de Guardian was dat onderzoekers op het hoofdkantoor van de Wachttoren toegang moesten hebben tot de VN bibliotheek. Het is redelijk te concluderen dat de Guardian enkele dagen voor publicatie van het verhaal contact heeft opgenomen met de Wachttoren. In de tussenliggende tijd vóórdat het artikel ter perse ging, trok de Wachttoren haar 10-jarige lidmaatschap als een NGO in. Of moeten we ons indenken dat het enkel toeval is dat de Wachttoren zo'n langdurende relatie slechts enkele dagen voordat het ongepaste verbond aan het publiek werd geopenbaard, verbrak?

Maar, wanneer ze enkel toegang wilden hebben tot de bibliotheek van de VN, zoals ze beweerden, waarom trokken ze hun lidmaatschap dan überhaupt in? Als dat hun reden was, zou dat dan niet ook een goede reden zijn om een NGO te blijven, als dat het enige was? De ironie is dat wanneer de Wachttoren grondig nazoekwerk wilde verrichten over de VN, ze de eersten hadden moeten zijn die weten wat het betekent NGO te zijn. Die informatie is namelijk eenvoudig toegankelijk. Feit is dat de Verenigde Naties geen enkele organisatie zomaar een NGO status geeft. Er bestaan vrij strikte criteria en aanmeldprocedures voor, alsook een jaarlijkse vernieuwing waarmee elke organisatie akkoord moet gaan, om als NGO erkend te blijven worden. Het is belachelijk onszelf in te denken dat de broeders die verantwoordelijk waren voor het onderhouden van die regeling niet wisten wat ermee samenhing.

Het is duidelijk dat de woordvoerder van de Wachttoren in Engeland een misleidend en onjuiste verklaring aan het publiek heeft gegeven toen hij de hele NGO affaire als een onschuldige fout afwees. Zelfs Jehovah wijst op onze woordvoerders als leugenaars, wanneer hij in Jesaja 43:27 het volgende zegt: "En uw eigen woordvoerders hebben overtredingen tegen mij begaan." En wederom stelt Jehovah door middel van Jesaja de volgende onderzoekende vraag aan zijn dienaren: "Voor wie werdt gij beducht en bevreesd, zodat gij uw toevlucht tot liegen hebt genomen?"



Geliefde broeder, Micha 4:1-4 spreekt over 'de wet die uit Sion en Jeruzalem uitgaat.' Welk Jeruzalem zal dit zijn, daar de zichtbare organisatie tegen die tijd verworpen is?


Elke aardse regering heeft een hoofdstad. Jeruzalem en Sion zijn vertegenwoordigingen van de hoofdstad van Gods hemelse koninkrijksregering. Daarom schildert Openbaring de 144.000 bijvoorbeeld af als staande met Jezus op de Berg Sion. De profetieën van Micha en Jesaja voorzeggen een tijd waarin het koninkrijk feitelijk aan de macht komt en Gods wet van kracht maakt. "In het laatst der dagen" wanneer de wet zal uitgaan, is kennelijk hetzelfde als de "tijd van het einde" en het "besluit van het samenstel van dingen." Dan neemt het koninkrijk met kracht haar macht op. Dat heeft duidelijk nog niet plaatsgevonden, anders zou er geen strijd en oorlog meer zijn. Enkel het feit dat Jehovah's Getuigen militaire dienst weigeren, heeft geen halt toegeroepen aan natiën die het zwaard opheffen tegen natiën. Per jaar worden nog steeds tienduizenden personen het slachtoffer van oorlog. En de vele nationale legers van de wereld hebben miljoenen soldaten in uniform die bezig zijn met het leren van oorlogvoeren. Maar, het standpunt van Jehovah's Getuigen laat wel zien dat vrede onder de regering van Gods koninkrijk mogelijk is.


Getuigen hebben als leerstelling…dat alle broeders in de eerste eeuw gezalfd waren. In de Bijbel zei Paulus op één punt echter duidelijk dat er twee onderscheiden groepen van getrouwe broeders waren in die tijd. 1 Korinthiërs 1:1, 2 zegt: "Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Jezus Christus, en Sósthenes, onze broeder, aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan u die geheiligd zijt in eendracht met Christus Jezus, geroepen om heiligen te zijn, samen met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus, hun Heer en de onze, aanroepen."

Hier beschrijft Paulus degenen "die geheiligd zijn in eendracht met Christus Jezus, geroepen om heiligen te zijn" en vervolgens legt hij uit dat deze heiligen "samen [zijn] met allen die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen" en sluit hij zijn begroeting af met "hun Heer en de onze." Wat zijn jouw gedachten hierover?



Degenen naar wie Paulus verwijst met "overal" zijn eenvoudigweg de rest van de broeders in de wereld. Paulus bracht zijn groeten specifiek aan de Korinthische gemeente, maar hij zei dat ze verenigd waren als een deel van een uitgebreide broederschap daar er in die tijd in de gehele Romeinse wereld gelovigen waren die de naam van Christus aanriepen. Wanneer we het vers interpreteren op de manier waarop dat volgens jou zou moeten, moeten we concluderen dat de enige Christenen die geheiligde heiligen waren de Korinthiërs zelf waren en dat ieder ander buiten die aanwijzing moet vallen. Dat is duidelijk niet wat de apostel bedoelde te zeggen.


 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman