| |
Week van: 24 t/m 30 Augustus 2003
|
| Ik denk dat er een
verschil bestaat tussen de komst van Jezus (erchomai) (Matth.
24:30) en de tegenwoordigheid van Jezus (parousia). Het teken
van de tegenwoordigheid van Jezus wordt beschreven, zodat
we weten wanneer dit zal zijn. De erchomai van Jezus zal op
een onbekend tijdstip plaatsvinden. Denk je daarom niet dat
er een mogelijkheid bestaat dat we nu in de parousia van Jezus
leven en heb je reeds nagedacht over de verschillende betekenis
van deze twee woorden? |
|
|
|
De vraag is niet óf er een verschil bestaat tussen
Jezus' tegenwoordigheid en zijn komst. Er ís een
verschil, maar er bestaat ook enige overlap in zijn tegenwoordigheid
en komst. Op welke manier? Jezus komt op een zeer
speciale manier om tegenwoordig te zijn met zijn dicipelen,
maar nadat zijn tegenwoordigheid met zijn ware volgelingen
begonnen is, is het andere aspect dat de natiën "de
Zoon des mensen zien komen in een wolk met kracht
en grote heerlijkheid." (Lukas 21:27)
Ter verdere verduidelijking: De Schriften wijzen erop dat
de parousia uit twee fasen en doelen bestaat. De
eerste fase heeft te maken met het oordelen van het gezalfde
huis van God. Maar, daarna oordeelt Christus ten tweede
de wereld. Met betrekking tot zijn parousia maande
Jezus zijn dicipelen wakker te blijven en zijn komst
en aankomst te verwachten, welke zo onverwachts als
een dief in de nacht zou zijn. In Lukas 12:40 maande Jezus
zijn dicipelen: "Houdt ook gij u gereed, want de
Zoon des mensen komt op een uur dat gij het niet
waarschijnlijk acht." Het Griekse woord in dat
vers is duidelijk niet erchomai, maar wordt wel hetzelfde
vertaald. Maar, verwees Jezus in die context naar dezelfde
"komst" als waarnaar jij verwees in Mattheüs
24:30? Het antwoord is nee.
In het 12de hoofdstuk van Lukas zei Jezus dat hij zich
na zijn aankomst als dief in de nacht "zal
omgorden en hen aan tafel doen aanliggen en zal langskomen
en hen bedienen." De uitdrukking "langskomen"
is vrijwel identiek aan parousia, wat letterlijk
"naastbij zijn" betekent.
De context van Jezus' bespreking van zijn komst als dief
in de nacht had te maken met het oordeel over Gods huisgezin.
Jezus zei duidelijk dat wanneer hij "komt" degenen
die geoordeeld worden als boze slaven streng gestrafd en
weggezonden zullen worden uit Gods huisgezin, en dat de
getrouwen, nadat ze getuchtigd zijn, aangesteld zullen
worden over al de bezittingen van de meester. De vraag is:
Is Jezus reeds naastbij zijn getrouwe slaven gekomen
om hen te oordelen en te bedienen en hen over al zijn bezittingen
aan te stellen? Nee, absoluut niet. Kunnen we daar zo zeker
van zijn? Ja. We kunnen die bewering zeker doen, gebaseerd
op het feit dat er schriftuurlijk kan worden bewezen dat
de boze slaaf nog steeds deel uitmaakt van Gods huisgezin.
Beschouw alsjeblieft eens Jezus' illustratie van de tarwe
en het onkruid in het 13de hoofdstuk van Mattheüs.
Daar voorzei Jezus dat onkruid-achtige nep-zonen van het
koninkrijk tot aan de oogsttijd zijde aan zijde zouden bestaan
met de ware tarwe-achtige zonen van het koninkrijk. Jezus
legde uit dat de oogst een besluit van een samenstel
van dingen is. Het is zeer belangrijk die specifieke
term op te merken, omdat de apostelen, zoals je weet, specifiek
niet alleen vroegen wat het teken zou zijn van Christus'
tegenwoordigheid, maar óók van het besluit
van het samenstel van dingen. Kennelijk is de parousia
en het besluit van het samenstel van dingen hetzelfde. In
de illustratie zei Jezus dat het besluit zou zijn wanneer
de engelen uitgezonden worden om "alle dingen die
aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid
bedrijven, uit zijn koninkrijk [te] verzamelen."
Als we geloven dat Jehovah's Getuigen het ware Christelijke
geloof zijn, en dat de gezalfden zijn overgezet naar het
koninkrijk van de Zoon van [Gods] liefde, zoals Kolossenzen
1:13 zegt, moeten we enkel de volgende vraag stellen: Heeft
Christus alle struikelblokken en mensen die wetteloosheid
bedrijven uit zijn geestelijke koninkrijk, zijn gemeente,
verzameld? Absoluut niet! Hoe kunnen we ons mogelijkerwijs
indenken dat de engelen ingegrepen hebben om een geestelijk
paradijs te scheppen, wanneer er diverse struikelblokken
en een groeiend aantal wetteloze personen in de gemeenten
aanwezig zijn? De hypocrysie en sluwheid in verband met
het VN/NGO debakel en de afgrijselijke manier waarop de
organisatie omgegaan is met de situatie omtrent kindermisbruik
wijst erop dat er wetteloosheid heerst in de hoogste gelederen
van het Wachttorengenootschap. Ten slotte ligt de leerstelling,
dat Christus naar men aanneemt in 1914 het koninkrijk van
de wereld werd gegeven, als een zeer groot struikelblok
op de loer voor alle Jehovah's Getuigen, welke uiteindelijk
weggenomen zal moeten worden.
Het Wachttorengenootschap heeft het teken van Christus'
tegenwoordigheid vergeleken met een vingerafdruk, in dat
geen twee vingerafdrukken precies gelijk zijn. In de geest
van die illustratie moeten we, als detectives die op zoek
zijn naar aanwijzingen, objectief kijken naar het bewijsmateriaal
om te bezien of ze overeenkomt met de unieke "vingerafdruk"
die we in ons dossier hebben - in de Bijbel. Maar, wanneer
we ons onderzoek nauwkeurig beschouwen, komen we waarschijnlijk
tot de conclusie dat het bewijs dat duidt op 1914 niet precies
overeenkomt met datgene wat volgens Christus zou gebeuren.
Dus, waar staan we dan nu? Bijbelse profetieën even
terzijde schuivend: de wereld heeft een kritieke fase bereikt.
In de tijd dat de Verenigde Staten zich gesteld ziet tegenover
een op handen zijnde ineenstorting als 's werelds economische
supermacht, is het terzelfdertijd een gevaarlijk pad gaan
bewandelen van het veilig stellen van hegemonie als het
nieuwe
Romeinse Rijk. Een volgende wereldoorlog, met gebruik
van massavernietigingswapens, is een groeiende mogelijkheid.
Onder de omstandigheden van wereldwijde oorlog en economische
ineenstorting zou het teken van Christus zich op zo'n manier
kunnen manifesteren dat het exact overeenkomt met
de profetieën waarvan we nu denken dat ze in 1914 in
vervulling zijn gegaan. We zullen blijven waken.
|
|
| Ik geloof dat Mattheüs
24:14 bij lange na nog niet vervuld is. Jezus zei dat het
voor het einde gepredikt ZAL worden over de GEHELE aarde,
tot ALLE natiën. Ondanks de bewering van Jehovah's Getuigen
dit zo'n beetje gedaan te hebben, zijn er grote delen van
de aarde en grote landen met enorme bevolkingsaantallen die
vrijwel niet bereikt zijn en waar het aantal inwoners in verhouding
tot het aantal verkondigers gewoonweg lachwekkend is. Hoe
zou Jehovah miljoenen en miljoenen mensen in deze landen kunnen
vernietigen die geen flauw idee hebben van de strijdvragen
aangaande universele soevereiniteit? Een God van liefde zou
dat niet doen. Wat gaat Jehovah doen voor deze arme mensen?
|
|
|
|
Ik ben het met je eens. Wanneer Christus tegenwoordigheid
en het besluit van het samenstel van dingen een toekomstige
gebeurtenis is, zoals werd besproken in de vorige vraag,
betekent dit dat de prediking van Jehovah's Getuigen de
bewuste profetie tot nog toe niet vervuld heeft. Maar, het
heeft er wel de basis voor gelegd. Hoe dat zo? Bedenk
dat het Jehovah's voornemen is vrijwel iedereen die ooit
geleefd en gestorven heeft een opstanding te geven. Dus,
in dat opzicht wordt er voor die personen reeds gezorgd.
Maar, beginnend in de eerste eeuw, is het voortbrengen van
144.000 toekomstige koningen en priesters het primaire doel
van het predikingswerk geweest. Nu het besluit nadert, heeft
Jehovah erop toegezien dat het overblijfsel van het hemelse
lichaam van Christus net als in de 1ste Eeuw bijeen verzameld
is. Dus, wat nu? Het huis van God ziet zich gesteld tegenover
Christus' inspectie en oordeel bij zijn aankomst. En dan?
Het 10de hoofdstuk van Openbaring is een buitengewone profetie
die verband heeft met Christus' feitelijke aankomst als
de nieuwe koning van de aarde. In dat visioen wordt Jezus
afgeschilderd als een sterke engel die uit de hemel neerdaalt,
getooid met een wolk, met een regenboogkroon en met een
aangezicht als de zon. Hij daalt neer en staat wijdbeens
op de aarde en de zee met voeten als vuurzuilen - alsof
hij de heerschappij over de wereld opeist.
In het 6de vers zweert de Heer Jezus bij de Schepper dat
"er geen uitstel meer [zal] zijn," en dat
de tijd gekomen is om het heilige geheim van God tot een
einde te brengen. Helaas is die profetie één
van de velen die door het Wachttorengenootschap op 1914
van toepassing is gebracht. Maar, met welke redenatie kunnen
beweren dat het heilige geheim van God toen tot een einde
is gebracht? Het Genootschap had tot 1935 zelfs geen begrip
van de identiteit van de grote schare uit Openbaring. Het
was nog steeds een geheim. Dus, hoe kan het heilige geheim
van God vóór die tijd mogelijkerwijs tot een
einde zijn gebracht? En wat te denken van het laatste uur
van de 8ste koning en de uiteindelijke vernietiging van
Babylon de Grote? Dat zijn duidelijk toekomstige gebeurtenissen
die we nu nog niet in detail begrijpen. Wederom, waarom
denken we dat Gods voornemen tot een einde is gebracht in
1914?
Verder, hoe kunnen we Christus' gezworen uiting van geen
verdere uitstel van Gods zijde redelijkerwijs toepassen
op een tijd die vrijwel een eeuw in het verleden ligt? De
waarheid is dat er geen basis bestaat om te geloven dat
de profetie in het 10de hoofdstuk van Openbaring in 1914
in vervulling is gegaan. Wat zijn de gevolgen daarvan met
betrekking tot het predikingswerk van Jehovah's Getuigen?
Het visioen besluit met de verheerlijkte Christus die Johannes
de kleine boekrol overhandigt waarin de volgende instructie
te lezen staat: "Gij moet wederom profeteren
met betrekking tot volken en natiën en talen en vele koningen."
De profetie erkent niet alleen dat er een prediking heeft
plaatsgevonden tot het moment van Jezus' aankomst, maar
geeft ook te kennen dat er een nieuwe fase van prediken
tot natiën en koningen ondernomen zal worden ná
zijn aankomst.
Dat is in harmonie met Christus' eigen profetie van het
besluit, toen hij zei dat Christenen toegerust zouden worden
met heilige geest om voor rechtbanken en koningen getuigenis
af te leggen.
We kunnen er zeker van zijn dat het toekomstige getuigeniswerk
dat wordt gedaan door Jehovah's Getuigen niet zal
bestaan uit het uitdelen van Ontwaakt tijdschriften die
onschadelijke onderwerpen bespreken als "Wat
is er gebeurd met de Apache?" Noch zal het tientallen
jaren voortduren.
Het 2de hoofdstuk van Joël voorzegt bijvoorbeeld een
definitieve uitstorting van Gods geest op zijn gezalfde
zonen en dochters, alsook zijn dienstknechten en dienstmaagden.
Waarschijnlijk zal die uitstorting resulteren in de verzegeling
van de gezalfden en de voorzegde openbaring van de zonen
van God. Die grootse uitstorting van heilige geest vindt
plaats in de context van de apocalyptische verschijnselen
van de verduistering van zon en maan, welke in de Schrift
uitsluitend worden gebruikt om de rampzalige gebeurtenissen
aan te duiden die verbonden zijn aan de ineenstorting van
het huidige samenstel. De profetieën wijzen erop dat
de wereld een definitief grondig getuigenis zal ontvangen
onder de moeilijke omstandigheden van wereldwijde oorlog,
honger enzovoort. Die toekomstige prediking zal als basis
voor Gods definitieve oordeel van de natiën dienen.
Of het Wachttorengenootschap in de toekomst als instrument
van God zal worden gebruikt, moet nog worden bezien. We
zouden echter niet de kracht van Gods geest moeten onderschatten
om degenen die gedurende de feitelijke tegenwoordigheid
van Christus als zijn getuigen dienen opnieuw te stimuleren;
zodat de woorden van God in vervulling gaan dat er een getuigenis
zal worden gegeven aan heel de bewoonde aarde voordat het
einde komt. Ongetwijfeld ligt er een groot werk voor ons
dat gedaan zal worden op manieren die we ons nu niet kunnen
voorstellen.
|
|
| Bewijst de illustratie
in Mattheüs 25:1-13 niet dat de bewering van het Genootschap
dat zij de enigen waren die waakzaam waren voor Jezus' terugkeer
in 1914 onjuist is, daar Jezus zei dat ALLE "maagden"
in slaap vielen (en als gevolg daarvan niet op wacht hebben
kunnen staan)? En is dit er geen verder bewijs van dat de
leerstelling van 1914 weggedaan moet worden, voordat het geloof
van de broeders en zusters verder beschadigd wordt door erin
te geloven en het te verspreiden? |
|
|
| Zoals hierboven bediscussiëerd zijn
er vele redenen om de leerstelling omtrent 1914 los te laten.
Maar, realistisch bezien zal dit waarschijnlijk niet gebeuren
totdat de organisatie neergehaald wordt en de broeders door
de toekomstige tegenwoordigheid van Christus vernederd worden
en ertoe gedwongen worden onze fout te aanvaarden. Naar alle
waarschijnlijkheid zal de grootste schade in de toekomst ontstaan,
wanneer de dag van afrekening komt en een groot deel van Jehovah's
Getuigen ongetwijfeld zal struikelen, omdat we zoveel waarde
hebben gehecht aan de leerstelling omtrent 1914. |
|
| Iemand binnen Jehovah's
Getuigen moet de volgende vraag voor me beantwoorden: Waarom
moeten ware Christenen hun vroegere vrienden, broeders en
zusters mijden? Ik bedoel, Jezus gaf zijn leven om de mensen
te verenigen. Wanneer er ergens anders in de Bijbel staat
dat God vraagt dat ex-getuigen gemeden moeten worden, spreekt
het heilige boek van de Christenheid zichzelf tegen. Jezus
kwam om grootse morele waarden aan ons te geven. Hoe komt
het dan dat Bijbelstudenten dit niet begrijpen? |
|
|
| Als het Jezus missie was geweest alle mensen
van de wereld te verenigen, moeten we concluderen dat zijn
missie een complete mislukking was. In Lukas 12:51 zei Jezus:
"Meent gij dat ik gekomen ben om vrede te geven op
de aarde? Volstrekt niet, zeg ik u, maar veeleer verdeeldheid."
Op een andere plaats, in Mattheüs 18:17, instrueerde
Jezus zijn volgelingen om onberouwvolle zondaars in de gemeente
hetzelfde te behandelen als de manier waarop de Joden de belastinginner
of de mens der natiën behandelden. Er bestaat geen tegenstelling
in Christus' onderwijs. Jezus' onderwijs is bedoeld om een
volk af te scheiden van de rest van de wereld. |
|
| Ik vraag
mezelf elke keer af, waarom? Elk essay dat ik heb gelezen
op deze site óf tart óf betwist rechtstreeks
de leerstellingen van deze sekte, of beschuldigt hen van slechte
handelingen. Waarom schaar je jezelf dus aan de zijde van
deze sekte door te beweren dat je één van Jehovah's
Getuigen bent, zoals blijkt uit je artikel "Over e-Watchman"?
|
|
|
| Een zeer groot gedeelte van de Bijbel wordt
het boek van de profeten genoemd. Jeremia, Jesaja, Ezechiël,
alsook andere kleinere profeten, werden door God geroepen
om in krachtige bewoordingen veroordelingen uit te vaardigen
tegen juist díe natie die door God zijn eigen bezit
werd genoemd. Velen van die profetieën hebben een duidelijke
toepassing op de hedendaagse Christelijke gemeente van Jehovah's
Getuigen. Als één van Jehovah's Getuigen lijkt
het belangrijk te zijn deze zaken aan mijn mede Jehovah's
Getuigen, alsook het algemene publiek dat wellicht enige interesse
in de waarheid heeft, voor te leggen. |
|
| Waarom zegt de Nieuwe
Wereldvertaling in Efeziërs 4:8: "...hij heeft gaven
[in] mensen gegeven," terwijl de Kingdom Interlinear
zegt: "...hij gaf gaven aan de mensen"? Is dit gedaan
om de "ouderlingen" regeling te ondersteunen? Tot
nog toe heb ik het drie ouderlingen gevraagd, waarbij slechts
één getracht heeft antwoord te geven door te
zeggen dat het bedoeld is om de betekenis duidelijk te maken.
Helaas heeft dit het niet voor me opgehelderd. |
|
|
| Wat maakt het uit of het betekent of Christus
gaven aan mensen of gaven in mensen gaf? De
vraag is welke gaven Christus gaf? Die vraag wordt beantwoord
in vers 11, waar Paulus schreef: "En hij heeft sommigen
gegeven als apostelen, sommigen als profeten, sommigen
als evangeliepredikers, sommigen als herders en leraren, met
het oog op het terechtbrengen van de heiligen..."
Dus, de gaven die de opgestane Christus gaf waren mannen in
de vorm van ouderlingen en predikers enzovoort. De bedoelde
ontvangers van die hemelse gaven waren allen leden van de
gemeente. |
|
|
|
|