Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 7 t/m 13 September 2003


 

Gedurende de aankomende paar weken zal de postzak exclusief gewijd zijn aan het beantwoorden van 65 vragen die op het Internet gericht worden aan Jehovah's Getuigen. De vragen kunnen gevonden worden door hier te klikken. Deze week zullen de vragen 1-20 worden beantwoord.

UPDATE: Kort nadat e-Watchman een openbaar antwoord had geschreven op de 65 Vragen, heeft degene die de 65 Vragen stelde de URL veranderd en zijn "uitdaging" opnieuw online gezet als '101 Vragen.' Een bijgewerkt en uitgebreid antwoord van e-Watchman hierop zal binnenkort beschikbaar worden (9 oktober 2003).

 

1. Het WTG beweert dat het de Bijbel als "opperste autoriteit" gebruikt. Waar in de Bijbel telt iemand zijn predikingstijd op een papiertje en zijn er kaarten waarop de activiteit wordt bijgehouden, waarbij deze gebruikt worden als "meter voor geestelijke gesteldheid"? Waar in de Bijbel vinden we Pioniers, Speciale Pioniers, Districtsopzieners, Kringopzieners, Bethelieten en Koninkrijkszalen?


In beschouwing genomen dat alle hedendaagse Christelijke denominaties dingen doen die onbekend waren voor de 1ste Eeuwse Christenen, is dit meer een muggenzifterige en vittende vraag over de manier waarop Jehovah's Getuigen op organisatorisch niveau opereren, dan een zoektocht naar waarheid of we de zaken op een Bijbelse manier uitvoeren. De 1ste Eeuwse Christenen bezaten bijvoorbeeld geeneens persoonlijke exemplaren van de Schriften, welke in die tijd vervat waren in vele moeilijk te hanteren, op zichzelf staande boekrollen en brieven die gekopiëerd waren en onder de gemeenten de ronde deden. De vroegere Christenen kwamen ook samen in particuliere huizen en op openbare plaatsen. Er waren geen kerken, geen kathedralen en geen koninkrijkszalen. Beschouw als bewijs daarvan eens Paulus' begroeting in Kolossenzen 4:15 aan een vrouw genaamd "Nymfa en aan de gemeente die in haar huis samenkomt." Het is trouwens zo dat Jehovah's Getuigen, naast samenkomsten in onze koninkrijkszalen, ook regelmatig bijeenkomen in kleine groepjes in particuliere huizen - net als de vroegere Christenen.

Wat betreft de organisatorische structuur van de vroegere Christelijke kerk, in Efeziërs 4:11 schreef Paulus dat God de gemeente voorzag van diverse gaven in mensen: "sommigen als apostelen, sommigen als profeten, sommigen als evangeliepredikers, sommigen als herders en leraren." Ondanks dat alle Christenen geroepen worden om een openbare bekendmaking van hun geloof te doen, waren sommige vroegere Christenen buitengewone predikers. Filippus werd bijvoorbeeld "de evangelieprediker" genoemd. De zogenoemde pioniers onder Jehovah's Getuigen worden ook volletijds predikers genoemd, omdat ze een aanzienlijke tijd besteden aan hun bediening.

Hedendaagse kringopzieners en districtsopzieners volgen het patroon van de apostel Paulus en Barnabas, in dat de apostel en zijn metgezellen in een kring rondreisden, waarbij ze broeders en gemeenten bezochten en opnieuw bezochten en brieven van aanmoediging en instructie schreven. Trouwens, Markus 6:6 vermeldt dat Jezus ook "in een kring de dorpen rond [ging] en onderwees." Eén functie van onze hedendaagse KO (Kringopziener) is dat hij, wanneer hij zijn halfjaarlijkse bezoek brengt aan elke gemeente, niet alleen onderwijs geeft, maar ook de geestelijke kwalificaties van elke toekomstige ouderling bespreekt en in overweging neemt hen tot een ambt aan te stellen. In Titus 1:5 instrueerde Paulus Titus juist dat te doen op het eiland Kreta. Er staat: "Om deze reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat gij de dingen waaraan wat ontbrak, in orde zoudt brengen en in stad na stad oudere mannen zoudt aanstellen, zoals ik u opgedragen heb."

Jehovah's Getuigen hebben op vele manieren het model en methoden van de oorspronkelijke Christenen overgenomen. De feitelijke organisatorisch-toegewezen namen aan diverse posities van verantwoordelijkheid worden wellicht niet teruggevonden in het verslag dat behouden is gebleven in de Griekse Geschriften, maar de posities van verantwoordelijkheid kunnen daar wel gevonden worden. De benaming is enkel een afspraak, welke in alle denominaties wordt gemaakt.

Aangaande het bijhouden van de tijd die besteed is aan de prediking en het bijhouden van een "kaart van activiteit," ondanks dat hiervan geen gebeurtenis in de Bijbel staat vermeldt, bestaat er ook geen verbod op zoiets; eenvoudig gezegd: de Bijbel zwijgt erover, in beide gevallen.



2. Waarnaar verwees Jezus met de uitdrukking "deze tempel" in Johannes 2:18, 19? In Johannes 2:21 zegt Johannes duidelijk dat wanneer Jezus de uitdrukking "deze tempel" gebruikte, hij naar zijn lichaam verwees. Als datgene wat het WTG leert over Jezus' lichaam na zijn dood correct is, hoe leg je deze verzen dan uit?


Jezus sprak in geestelijke termen, welke de Joden en zelfs zijn eigen apostelen eerst niet begrepen. De meeste mensen denken bij een tempel aan een fysiek gebouw waar een vorm van formele aanbidding of offergave wordt uitgevoerd. In Jezus' dagen was de tempel van God het uit stenen en mortel bestaande gebouw in Jeruzalem. Jezus sprak die woorden oorspronkelijk tot de Joden om hen opnieuw te laten beschouwen hoe God vanaf dat moment aanbeden wilde worden. Jezus voorzei dat de Joodse tempel met de grond gelijk zou worden gemaakt, waarbij geen steen op de andere zou worden gelaten. De Christelijke gemeente zou de Joodse natie als Gods organisatie vervangen. Maar, in plaats van een fysieke tempel, vormen Christus en zijn gezalfde volgelingen een geestelijke tempel voor God om in geest te wonen, en wordt Jezus, als hoofd van die organisatie, de fundament-hoeksteen van dat "gebouw" genoemd.

Verder zou Jezus' vleselijke lichaam aan God geofferd worden, als op een tempelaltaar. En na zijn opstanding werd Jezus de hogepriester, dienst verrichtend op grond van zijn eigen offer. Daarom verwees Jezus naar de tempel van zijn lichaam. Hier volgen enkele relevante verzen die wijzen op de geestelijke natuur van Gods tempel.

1 Korinthiërs 3:16, 17: "Weet gij niet dat gijlieden Gods tempel zijt en dat de geest van God in u woont? Indien iemand de tempel van God vernietigt, zal God hem vernietigen; want de tempel van God is heilig, welke tempel gijlieden zijt."

1 Korinthiërs 6:19: "Wat! Weet gij niet dat ulieder lichaam de tempel is van de heilige geest die in u is, die gij van God hebt?"

2 Korinthiërs 6:16: "Want wij zijn een tempel van een levende God, zoals God heeft gezegd: "Ik zal onder hen verblijven en onder hen wandelen, en ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.""

Efeziërs 2:20-22: "Terwijl Christus Jezus zelf de fundament-hoeksteen is. In eendracht met hem groeit het gehele gebouw, harmonisch samengevoegd, uit tot een heilige tempel voor Jehovah. In eendracht met hem wordt ook gij mede opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont."

Zoals Gods Woord bevestigt, onderwijzen Jehovah's Getuigen de waarheid omtrent de geestelijke natuur van Gods tempel.



3. Als de Heilige Geest Gods onpersoonlijke "werkzame kracht" is, waarom spreekt hij dan rechtstreeks en verwijst hij naar zichzelf als "ik" en "mij" in Handelingen 13:2?


Het vers in kwestie luidt: "Terwijl zij openbare dienst voor Jehovah verrichtten en vastten, zei de heilige geest: "Zondert mij van allen Barnabas en Saulus af voor het werk waarvoor ik hen heb geroepen.""

De heilige geest is, ondanks dat het geen individueel persoon is, ook niet echt onpersoonlijk. In aanmerking nemende dat het van God afkomstig is en voor hem spreekt, is het passend de geest van God te personifiëren, wat de Bijbelschrijvers soms deden. We moeten bedenken dat de oorspronkelijke Christelijke gemeente toegerust was met vele gaven van de geest die we heden ten dage niet bezitten. Eén van de gaven van de geest was dat personen in tongen spraken. Toen dat verschijnsel plaatsvond, was het de geest die voor God tot hen sprak. Kennelijk is het vers dus bedoeld om aan te tonen dat de heilige geest zich duidelijk manifesteerde toen het bij die gelegenheid tot hen sprak. Onder die omstandigheden is het begrijpelijk waarom ze eenvoudigweg "de heilige geest zegt" zouden zeggen. Het zou echter onwijs zijn de overhaaste conclusie te trekken dat de heilige geest een feitelijk hemels persoon als God en Christus is. In de context van het lasteren van de heilige geest, verwees Jezus er eens naar als "Gods vinger." Wanneer de heilige geest een gelijkwaardig onderdeel van God in de mysterieuze Drieëenheid is, zou het niet erg gepast zijn naar hem te verwijzen als Gods vinger, toch?

Zoals Gods Woord bevestigt, onderwijzen Jehovah's Getuigen de waarheid omtrent de natuur van Gods heilige geest.



4. Kolossenzen 1:16 zegt, sprekend over Jezus, dat "...Alle [andere] dingen zijn door tussenkomst van hem en VOOR HEM geschapen". Als Jezus de Aartsengel Michaël ten tijde van de schepping was, zou een engel alle dingen voor zichzelf geschapen hebben? Jesaja 43:7 zegt dat God "een ieder...tot mijn EIGEN heerlijkheid..." geschapen heeft.


Wanneer we voorzetsels willen ontleden en analyseren, moeten we ook beschouwen wat het betekent dat "alle dingen door tussenkomst van hem geschapen" zijn. De definitie in het woordenboek van door tussenkomst in die context wijst erop dat Christus niet de initiatiefnemer was van het scheppingsproces, maar dat de Schepper de voormenselijke Jezus enkel gebruikte als het middel waardoor hij zijn goede voornemens bewerkstelligde. Daar Jehovah zijn zijn eerstgeboren zoon op zo'n wonderbaarlijke wijze gebruikte, waarbij hij klaarblijkelijk tot hem zei: "Laten we de mens maken naar ons beeld," was het met scheppingsvermogen begiftigde Woord van God de aangewezen begunstigde voor het delen in de vreugde tijdens de Schepping. Dat God zo'n eer aan zijn zoon verleende, betekent niet dat de Zoon op één of andere wijze de Vader bestolen heeft van enige heerlijkheid. Integendeel, het feit dat het Opperwezen van het universum de vreugde van de schepping met zijn zoon deelde, geeft juist meer Heerlijkheid aan God vanwege zijn edelmoedigheid.

De eenvoudige waarheid is dat Jehovah gemakkelijk alle dingen had kunnen scheppen zonder een beroep te doen op zijn hemelse zoon, maar de Zoon had zelf geen schepping kunnen ondernemen zonder zijn Vader. Daarom noemt Jezus zichzelf nooit de Schepper. Zelfs toen hij het Genesis verslag van de Schepping in Mattheüs 19:4 citeerde, nam Jezus niet de eer voor de schepping van Adam en Eva; ondanks dat hij ongetwijfeld degene was tot wie Jehovah sprak toen hij zei: "Laten we de mens maken naar ons beeld." In plaats van die gelegenheid te baat te nemen om zijn aandeel aan de Schepping te onthullen, verwees Jezus nederig naar God als degene die Adam en Eva onder één juk heeft samengebracht.

Wederom, zoals Gods Woord bevestigt, onderwijzen Jehovah's Getuigen de waarheid omtrent Jezus Christus.



5. Het WTG beweert dat Ezechiëls profetie over de Joden die terugkeren naar hun land in vervulling gaat in hun organisatie. Ezechiël 36:24, 28 zegt: "En ik wil u uit de natiën halen en u bijeenbrengen uit alle landen en u brengen op uw grond" en "Gij zult stellig wonen in het land dat ik aan uw voorvaders heb gegeven, en gij moet mijn volk worden en ikzelf zal uw God worden." Als dit in de Wachttorenorganisatie in vervulling gaat, hoe keren zij dan terug naar het land KANAÄN zoals beloofd aan de voorvaders? Psalm 105:8-11.


De menselijke geest werkt op zo'n manier dat het complexe en abstracte ideeën het beste kan bevatten wanneer ze een patroon heeft om het vanaf te leiden. Zonder in de ingewikkeldheden van de profetieën zelf te duiken, kan er worden gesteld dat de profetieën die gericht zijn aan het oude Israël voorbeelden en patronen stellen voor de Christelijke organisatie van het geestelijk Israël gedurende de tijd van Gods definitieve oordeel. Paulus verwees naar dat principe toen hij het volgende aan Christenen schreef: "Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn."

Paulus werd ook geïnspireerd om uit te leggen hoe alle aspecten van de oorspronkelijke tabernakel-aanbidding en de tempelregeling enkel "een voorafbeelding en een schaduw van de hemelse dingen" was.

Het 36ste hoofdstuk van Ezechiël is één van de vele profetieën die spreken over de verzameling en het herstel van de Joodse natie. Israël stond in een verbondsverhouding met Jehovah en die verhouding werd bijna verbroken door de afgoderij en immoraliteit van de Joden. Jehovah strafte hen door hen uit het land te werpen dat hij hen gegeven had; maar later nam hij hen weer aan als zijn volk.

Volgens Paulus is de gezalfde Christelijke gemeente het werkelijke zaad van Abraham. En wanneer we het patroon van de profetieën gericht aan de tegenhanger uit de oudheid volgen, wordt het hedendaagse Israël evenzo getuchtigd door God; verstrooid gedurende een tijd van verdrukking. Maar, zoals Jezus zei, zullen Gods uitverkorenen uiteindelijk verzameld worden vanuit de vier uithoeken van de aarde.

Evenzo, in plaats van de beërving van een letterlijk land Kanaän, gebruikte Jesaja de uitdrukking "nieuwe hemelen" en "nieuwe aarde" om het herstelde Joodse thuisland te beschrijven. Bijbelstudenten merken natuurlijk direct op dat de apostelen Petrus en Johannes ook specifiek verwezen naar een nieuwe hemel en nieuwe aarde, welke door getrouwe Christenen beërfd zal worden aan het eind van deze huidige oude hemelen en het oude aardse samenstel van dingen.



6. Beschouw ook wat er gezegd wordt over degenen die de profetie vervullen. Ezechiël 36:22 zegt: "Daarom, zeg tot het huis van Israël: 'Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: "Niet ter wille van u doe ik het, o huis van Israël, maar voor mijn heilige naam, die gij ONTHEILIGD hebt onder de natiën waar gij zijt gekomen."'" Daar het WTG beweert dat het het geestelijk Israël is en deze profetieën in Ezechiël vervult, hoe geloven Jehovah's Getuigen dan dat ze Gods naam onder natiën hebben ontheiligd?


Je 65 vragen werden enkele jaren geleden gepubliceerd. Sinds die tijd zijn er echter diverse schandalen aan het licht gekomen en zijn wijds gepubliceerd. In het bijzonder hebben Jehovah's Getuigen Gods naam in de ogen van de mensen ontheiligd door het bedekken van pedofilie in onze gemeenten. Toch moeten we niet verwachten dat Jehovah's Getuigen gemakkelijk de verantwoordelijkheid accepteren voor het brengen van smaad over de naam van Jehovah. Als we de profeten als patroon mogen nemen, moet God eerst zijn volk veroordelen met gebruik van vrij strenge maatregelen voordat ze nederig zullen toegeven Gods naam te hebben ontheiligd. Daar de Oordeelsdag nog steeds in de toekomst ligt, heeft de dag van onze afrekening nog niet plaatsgevonden.

Ondanks dat Jehovah ons nog veel te leren heeft, lijken Jehovah's Getuigen in ieder geval de sleutel tot het ontsluiten van toekomstige kennis aangaande de heilige geheimen van profetie toevertrouwd te hebben gekregen.



7. Daar het WTG het gebruik van bloedtransfusies verbiedt, waarom staat het dan de infusie van albumine, stollingsfactoren en gammaglobulinen toe, welke allemaal afkomstig zijn uit menselijk bloed? Daar Handelingen 15:29 duidelijk verwijst naar de oude Joodse wet van het niet ETEN van bloed (Gen. 9:4, Lev. 3:17, Deut. 12:16), en daar het WTG haar leerstellingen zo vaak heeft gewijzigd op belangrijke gebieden zoals orgaantransplantaties, de definitie van "geslacht," het jaar van Armageddon, enz., enz., en deze veranderingen eenvoudigweg "Nieuw Licht" noemt, hoe kan je er dan zeker van zijn dat ze op een dag hun leerstelling omtrent bloedtransfusies niet zullen wijzigen en ook daarnaar verwijzen als "Nieuw Licht."


Ten eerste, Gods verbod op het eten van bloed in Genesis 9:4, is vele eeuwen ouder dan de Joodse wet. Daar de hele mensheid nakomelingen van Noach zijn, mogen we de wet die God aan onze voorvader gaf niet lichtzinnig van de hand wijzen.

Ten tweede, in het 15de hoofdstuk van Handelingen trachtten de apostelen het eens te worden over de verdeeldheid zaaiende vraag of de niet-Joodse Christenen verplicht waren de Joodse wet te onderhouden. Hun conclusie was dat die last niet op hen gelegd moest worden - "dan deze noodzakelijke dingen," waarvan "u te blijven onthouden van bloed" er één was.

De apostelen waren duidelijk niet bekend met bloedtransfusies, maar ze erkenden dat Jehovah, als de Schepper en Levengever, specifiek gezegd had dat het bloed van elk aards schepsel exclusief aan hem toebehoorde. Dus, hedendaagse Godvrezende Christenen zien zich geconfronteerd met de uitdaging zich te houden aan het principe wat opgesloten ligt in het apostolische gebod zich als noodzakelijk iets te blijven onthouden van bloed.

Maar, heden ten dage is het niet zo duidelijk wat er wordt verstaan onder "onthouden van bloed." Nieuwe produkten en technologieën waarbij bloed, bloedfracties en miniscule bloedprodukten worden gebruikt, zijn constant in ontwikkeling. Als gevolg van de altijd veranderende uitdagingen waar we mee te maken hebben, is het voor het Besturende Lichaam van Jehovah's Getuigen noodzakelijk geweest soortgelijke apostolisch-achtige beslissingen te nemen over de kwestie. Waar het op neerkomt is echter dat we allemaal, individueel, verantwoording moeten afleggen aan God. Dus, elk van ons heeft voor God de verantwoordelijkheid zichzelf bekend te maken met de kwesties en vervolgens te doen wat ons geweten ons zegt wat het juiste is ten opzichte van God.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent onze verplichting voor God ons te onthouden van bloed.



8. Rechtvaardigt Spreuken 4:18 werkelijk een organisatie die leerstellingen en gefaalde profetieën vervangt met nieuwe leerstellingen en profetieën, of contrasteert het enkel het voordeel van de "rechtvaardige" voor het gehoorzamen van een wijze vader (Spreuken 4:10-19)? Verkeerde leerstellingen kunnen "leugenwoorden" worden genoemd en Spreuken 13:5 zegt: "Een leugenwoord is iets dat de rechtvaardige haat..." Als het WTG een leerstelling verandert naar iets wat totaal anders is, is het dan als een licht dat helder en helderder wordt of meer als een leugenlicht (woord) dat volledig uitgedaan wordt en een compleet nieuw licht wat aangeknipt wordt? Denk je dat het WTG kritiek zou hebben op andere organisaties die haar leerstellingen zo vaak op zoveel gebieden verandert als het WTG de laatste 100 jaar heeft gedaan?


We hebben kritiek op andere religies die hun verkeerde leerstellingen niet veranderen!

Wanneer een bepaalde leerstelling verkeerd wordt bevonden, is verandering dan geen goed iets?

In alle eerlijkheid, een deel van het probleem ligt in het feit dat de vroegere Bijbelonderzoekers opgezadeld zaten met een groot aantal leugens overgeërfd uit de Christenheid. We vierden bijvoorbeeld Kerstmis en Pasen. Maar we erkenden op een gegeven moment dat die vieringen in het geheel niet Christelijk waren, maar feitelijk heidense feesten die door de Katholieke Kerk aangekleed waren als Christelijke feestdagen. We hebben die feestdagen daarom terzijde geschoven als onchristelijk.

We hadden ook bepaalde veronderstellingen aangaande profetieën. Tot de 1920'er jaren geloofden we bijvoorbeeld dat de vele profetieën aangaande Israël dat hersteld zou worden van toepassing zou zijn op het hedendaagse Joodse volk - in plaats van op het geestelijk Israël. We dachten in fysieke termen in plaats van geestelijke. Christelijke fundamentalisten en anderen geloven nog steeds in de leugen dat de hedendaagse Zionistische politieke beweging op één of andere manier Bijbelprofetieën vervult. Maar, we hebben reeds lange tijd zo'n absurd begrip terzijde geschoven. De ware test van dicipelschap is, zoals één vroegere Bijbelonderzoeker het verwoordde, of we bereid zijn 'onze langgekoesterde fouten los te laten.'

Ondanks dat Jehovah's Getuigen niet mogen pochen over volledige geestelijke verlichting en we inderdaad vele dwaze fouten hebben gemaakt, bevinden we ons toch op een algemene stijgende lijn richting God. In dat opzicht kunnen we zeggen dat het licht van de dag helder en helderder wordt.



9. Aangaande Jezus' terugkeer op aarde, Jehovah's Getuigen geloven dat het in 1914 als onzichtbare terugkomst heeft plaatsgevonden. Die gebeurtenis wordt in Zacharia 14:4 beschreven, waar staat: "En zijn voeten zullen op die dag werkelijk staan op de berg der olijfbomen, die tegenover Jeruzalem ligt, aan de oostkant." Als Jezus geen lichaam heeft en indien zijn terugkeer onzichtbaar was, hoe leg je dit vers dan uit?


Een algemene fout die Christenen vaak maken is te denken in fysieke termen. De apostelen van Christus vielen in die valkuil door te denken dat Christus' koninkrijk letterlijk zou gaan regeren vanuit het kleine, minieme Jeruzalem. Paulus omschreef in 1 Korinthiërs 2:14 ronduit het probleem door te zeggen: "Maar een fysiek mens aanvaardt niet de dingen die van de geest Gods zijn, want ze zijn hem dwaasheid; en hij kan ze niet te weten komen omdat ze geestelijk worden onderzocht."

De profetie in het 14de hoofdstuk van Zacharia is afkomstig uit de geest van God en kan, behalve geestelijk, niet worden bestudeerd. Ongeacht onze huidige gehechtheid aan 1914, beschrijft Zacharia de gebeurtenissen met betrekking tot Gods volk die leiden tot de oorlog van Armageddon. Het 11de hoofdstuk van Openbaring is een parallelle profetie welke laat zien dat de heilige stad feitelijk Gods koninkrijk op aarde afbeeldt - niet het letterlijke Jeruzalem. Dat kan worden afgeleid uit het feit dat vers 15 verwijst naar Christus' koninkrijk. Maar, Openbaring bevestigt ons dat wanneer die heilige stad, een afbeelding van Christus' koninkrijk, aangevallen wordt door de wilde beest-achtige politieke koning, dat dat Gods woede doet ontsteken.

Toen Mozes de Wet van Jehovah ontving op de top van de berg Sinaï, werd Jehovah beschreven als letterlijk neerdalend op de top van de berg, waardoor die zichtbaar schudde en rookte als een vulkaan. Maar, God was duidelijk niet zichtbaar voor de Israëlieten die het spektakel vanaf een afstand bekeken. Zacharia beeldt eenzelfde scenario af van Jehovah die neerdaalt in een symbolisme dat verbonden is aan Jeruzalem en de Olijfberg.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Zacharia 4:14



10. Paulus zei: "...want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, blijft gij de dood des Heren verkondigen, totdat hij gekomen is." (1 Korinthiërs 11:26) Als Christus in 1914 gekomen is, waarom blijven Jehovah's Getuigen dan nemen van het brood en de wijn? Zouden ze daarmee in 1914 niet gestopt moeten zijn?


Niet noodzakelijkerwijs. Of Jezus' parousia nu begon in 1914 of in een toekomende tijd zal beginnen, de uitdrukking "totdat hij gekomen is," zoals het in verband staat met de gerechtigde deelnemers aan het brood en de wijn, heeft te maken met Jezus die aankomt om zijn op zijn bruid gelijkende gemeente tot zichzelf aan te nemen. Jezus zei dat de definitieve verzameling van zijn uitverkorenen gedurende zijn tegenwoordigheid zou plaatsvinden; gedurende een tijd van ongekende wereldwijde verdrukking. Wanneer het laatste overlevende lid van de bruid van Christus gestorven is en de bruiloft van het Lam in de hemel plaatsvindt, zal er niet langer een ceremonieel eten van de symbolen van Christus' dood plaatsvinden. Hij zal in die tijd volledig gekomen zijn.


11. Daar het WTG aanspraak maakt op "apostolische successie," kan het haar wortels helemaal tot Christus nagaan (Matth. 16:18)? Zo ja, wie was degene die "de fakkel van Gods geest doorgaf" aan C.T. Russell toen hij de organisatie stichtte? Wat was de naam van deze persoon of personen?


Je hebt het fout. Het Wachttorengenootschap maakt geen aanspraak op zo'n geschenk van autoriteit als gevolg van apostolische successie. Dat is een Katholieke leerstelling, en wel een onschriftuurlijke.

De apostelen onderwezen dat ze geen opvolger zouden hebben. Paulus zei in Handelingen 20:29, 30: "Ik weet dat er na mijn heengaan onderdrukkende wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet teder zullen behandelen, en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan die verdraaide dingen zullen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken."

Paulus werd ook geïnspireerd om te onthullen wat enkelen van die verdraaide leerstellingen zouden inhouden. In 1 Timotheüs 4:1-3 schreef de apostel: "De geïnspireerde uitspraak zegt echter uitdrukkelijk dat in latere tijdsperiodes sommigen zullen afvallen van het geloof, omdat zij aandacht schenken aan misleidende geïnspireerde uitspraken en leringen van demonen, door de huichelarij van mensen die leugens spreken, die in hun geweten gebrandmerkt zijn, die verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van spijzen die God heeft geschapen om met dankzegging te worden gebruikt door hen die geloof hebben en de waarheid nauwkeurig kennen."

Deze profetie wijst rechtstreeks met een beschuldigende vinger naar het Vaticaan, die fundamentele doch door demonen-geïnspireerde leerstellingen houdt als het priesterlijk celibaat en diverse voedselvoorschriften, zoals de straf tegen het eten van vlees op Vrijdag, en andere restricties die verbonden zijn aan Vasten.

In plaats van autoriteit te ontvangen door middel van apostolische successie, ontlenen Jehovah's Getuigen hun autoriteit rechtstreeks aan Christus als gevolg van het feit dat het hart van de organisatie bestaat uit gezalfde Christenen die door middel van Christus in een verbondsverhouding staan met Jehovah, net zoals de oorspronkelijke apostelen en eerste Eeuwse Christenen. Ook voorzei Christus dat hij enkele van zijn slaven rechtstreeks zou aanstellen over zijn huisgezin van dienaren en dat ze uiteindelijk als verantwoordelijke mannen geoordeeld zullen worden.



12. De NWV vertaalt Johannes 1:1 met: "...en het Woord was BIJ God en het Woord was een god." Hoe kan het Woord (Jezus) "een god" zijn wanneer God in Deut. 32:39 zegt: "Ziet nu dat ik — ik het ben En er zijn GEEN goden naast mij..."?


Toen Jehovah zich door middel van Mozes aan de Israëlieten onthulde, was het een openbaring voor hen dat er geen andere goden waren. Hun voormalige Egyptische meesters, en alle natiën en volken toentertijd, waren polytheïsten; aanbaden honderden goden en godinnen. De Hebreeën waren uniek in hun aanbidding van de ene Godheid - Jehovah.

Mozes zei de Hebreeën echter dat Jehovah hen uiteindelijk een andere profeet zou sturen, gelijk in autoriteit als hijzelf. Die profeet bleek Jezus te zijn. En net zoals Mozes anderszins verborgen waarheden exclusief aan de Hebreeën onthulde, zou ook Jezus verdere openbaringen doen van voorheen onbekende waarheden aangaande God en zijn voornemens. Met betrekking tot de rol van Christus, zegt Kolossenzen 2:3: "Zorgvuldig verborgen in hem zijn alle schatten van wijsheid en van kennis."

Voordat Christus naar de aarde kwam, was het onmogelijk de speciale relatie die God had met zijn eerstgeboren zoon te kennen. Spreuken 30:4, ongeveer een millenium voor Christus geschreven, zinspeelde op het bestaan van een zoon van God, maar het was onmogelijk zijn naam te bepalen, zoals de Spreuk retorisch vraagt, wanneer er staat: "Wie is ten hemel opgestegen opdat hij kan neerdalen? Wie heeft de wind in de holte van beide handen vergaderd? Wie heeft de wateren in een mantel gewikkeld? Wie heeft al de einden der aarde opgericht? Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn zoon, ingeval gij het weet?"

Met de komst van Christus werd aan de mensheid onthuld dat er iemand in het begin bij God was - Jehovah's Enig-geboren zoon. Maar, in plaats dat het Woord een wedijverende rivaal was, zoals alle valse goden van de natiën, is Gods zoon, die uiteindelijk de man Jezus werd, een god van Gods makelij. En nadat Jezus terug tot de hemel was opgewekt, installeerde Jehovah Jezus als zijn absolute vertegenwoordiger, zodat God de hele schepping gebood de Zoon net zo te eren als dat ze de Vader eren.

Enkele Trinitariërs hebben Jehovah's Getuigen beschuldigd van het promoten van polytheïsme, omdat we een onderscheid maken tussen Jehovah en Jezus, en ondanks dat Jezus als een machtige god erkennen. Maar, volgens Jezus' eigen woorden in Johannes 17:3 is Jehovah de enige ware God. In plaats van de overhaaste gevolgtrekking te maken dat Jezus óf God zelf moet zijn óf één van de valse goden, onthullen de Schriften dat Jezus vanaf het begin een ondergeschikte rol naast God heeft gespeeld.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de bijzondere relatie tussen Jehovah en Jezus.



13. Het WTG leert dat de 144.000 uit Openbaring 7:4 letterlijk genomen moet worden. Als hoofdstuk 7 van Openbaring letterlijk moet worden genomen, wat zegt de Bijbel dan over de herkomst van de 144.000? Zie Openbaring 7:5-8.


Die verzen beschrijven de 144.000 als bestaande uit 12.000 leden van elk van de 12 stammen van Israël. Als je wilt beweren, wat velen doen, dat dat een letterlijke verwijzing is naar de Joodse natie, dat is eenvoudigweg verkeerd. Zo'n interpretatie gaat volledig voorbij aan het bestaan van het geestelijk Israël.

Openbaring 14:3 verwijst ook naar de 144.000 en zegt dat niemand zich Gods nieuwe lied eigen kon maken dan zij. Maar, Openbaring 5:8-10 verwijst naar de heiligen die een nieuw lied zingen voor God en zegt van hen dat Christus "uit elke stam en taal en elk volk en elke natie personen voor God [heeft] gekocht, en gij hebt hen gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en zij zullen als koningen over de aarde regeren."

Trouwens, in Mattheüs 21:43 zei Jezus tot de Joden: "Daarom zeg ik u: Het koninkrijk Gods zal van u worden weggenomen en aan een natie worden gegeven die de vruchten daarvan voortbrengt." Wanneer het koninkrijk Gods van de natie Israël werd weggenomen en aan een andere "natie" gegeven zou worden, moeten we onszelf het volgende afvragen: Aan welke natie werd het koninkrijk Gods gegeven? Het werd gegeven aan de natie van het geestelijk Israël. In zijn brief aan de Galaten, verpletterde Paulus het idee dat Gods beloften nog steeds van toepassing zijn op de vleselijke Joodse natie volledig. In Galaten 6:16 verwijst Paulus naar de Christelijke gemeente als het "Israël Gods."

Verder begon Jakobus zijn brief door groeten te brengen aan "de twaalf stammen die overal verstrooid zijn." Hij verwees niet naar de letterlijke 12 stammen van Israël, maar naar Christenen. Laat de lezer zich te binnen brengen dat Christus zijn gemeente op de 12 apostelen bouwde, die de 12 stammen van Israël als Jehovah's natie vervingen. Met deze essentiële Bijbelse waarheden in gedachten en door gebruik te maken van ons redeneringsvermogen, is het daarom duidelijk dat de 144.000 feitelijk uitverkoren zijn vanuit alle volken en natiën en niet slechts Israël. Maar, zij worden ook passend gesymboliseerd als een organisatie die bestaat uit de 12 stammen van Israël.

Deze cruciale Bijbelse verbanden niet kunnen leggen, is een aanduiding van grove geestelijke blindheid. Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Christus en zijn 144.000 medekoningen en priesters.



14. Daar het WTG op dit moment de meeste leerstellingen van haar stichter, Charles Taze Russell (die van 1879-1916 president van de organisatie was) heeft verworpen, en daar ze ook "rechter" Joseph Franklin Rutherford verworpen hebben, die Russell opvolgde als president van 1916-1942, hoe kan je er dan zeker van zijn dat het WTG over 25 jaar niet de huidige president, Milton Henschel (1992-nu) verwerpt, zoals ze bij Russell en Rutherford hebben gedaan? Welk vertrouwen kun je hebben in een organisatie die de stichter en eerste twee presidenten uit de 63 eerste jaren van haar bestaan verwerpt - meer dan 50% van de tijd dat ze bestaat?


Het Wachttorengenootschap verwerpt de leerstellingen van haar Stichter niet. Russell heeft een solide leerstellig fundament gelegd, wat tot op de dag van vandaag op zijn plaats ligt.


15. Als er geen bewustzijn is na de dood, hoe kon er dan tot de "geesten in de gevangenis," die leefden gedurende de tijd van Noach, gepredikt worden door Christus na Zijn dood (1 Petrus 3:18-20) en hoe kon het goede nieuws "zelfs aan de doden worden bekendgemaakt"? (1 Petrus 4:5, 6)


De "geesten in de gevangenis" zijn niet de onstoffelijke zielen van dode mensen, zoals je wellicht aanneemt. De geesten waartoe Jezus zich richtte waren de ongehoorzame zonen van God die zich materialiseerde tot mannen om sexuele betrekkingen te hebben met vrouwen voor de Vloed. Hun daad van opstand was trouwens de reden dat God de wereldwijde overstroming veroorzaakte.

In 2 Petrus 2:4, 5 maakt de apostel duidelijk dat de gevangen geesten de zogenoemde gevallen engelen zijn. Er staat: "Stellig, indien God zich er niet van heeft weerhouden de engelen die zondigden te straffen, maar hen, door hen in Tártarus te werpen, aan afgronden van dikke duisternis heeft overgeleverd om voor het oordeel bewaard te worden; en hij zich er niet van heeft weerhouden een wereld uit de oudheid te straffen, maar Noach, een prediker van rechtvaardigheid, met zeven anderen veilig heeft bewaard toen hij een geweldige vloed over een wereld van goddeloze mensen bracht."

De engelen die demonen werden, waren niet gevangen in de zin van opgesloten zitten - nog niet. Jehovah wierp "hen in de afgronden van dikke duisternis" in de zin dat hij hen buiten zijn gezin van verheerlijkte hemelse zonen stelde. Jehovah heeft niets meer met hun te maken, en klaarblijkelijk begrensde God hen na de Vloed zodat hij hun macht zich wederom als mensen te kunnen materialiseren, wegnam. Verder bevinden de demonen zich in een staat van "bewaard [worden] voor het oordeel," in dat ze als het ware in de dodencel zitten, wachtend op hun terechtstelling.

Ondanks dat God in Eden het definitieve oordeel uitvaardigde dat de slang en zijn verachtelijke zaad vertrapt zouden worden door het messiaanse zaad van de vrouw, moest er nog steeds worden bezien of Christus onder beproeving getrouw zou blijven aan God - en zich aldus te kwalificeren als Jehovah's Opper verdediger. Als de Duivel en zijn wanhopige demonen er op één of andere wijze in geslaagd zouden zijn Christus zijn integriteit te laten compromitteren terwijl hij op aarde was, hadden ze hun strijdvraag, dat geen enkel schepsel onder beproeving getrouw kon blijven aan God, bewezen. De demonen vochten voor hun leven. Maar, toen Jezus tot het einde toe getrouw en gehoorzaam aan God bleef, de gruwelijkste dood verdragend die men kan bedenken, waren zijn laatste woorden: "Het is volbracht."

Jezus' getrouwheid aan God tot het einde bewees dat de Duivel een leugenaar was. Daarom uitte Jezus vlak voor zijn dood de bewering dat hij de wereld had overwonnen. Hij had de satanische god van deze wereld ook overwonnen. De dood en daarop volgende opstanding van Christus verzegelde de ondergang van de Duivel en ook die van zijn demonen.

Het prediken van Christus tot de geesten in de gevangenis heeft te maken met het bekendmaken aan de demonen dat zijn overwinning op de dood betekende dat de demonen die Jezus' dood veroorzaakt hadden, zelf ter dood zouden worden gebracht door Christus en zijn overwinnende 144.000. Daarom schreef Paulus in het laatste hoofdstuk van Romeinen aan zijn mede gezalfde Christenen dat God "Satan binnenkort onder uw voeten [zal] verbrijzelen."

De Bijbel leert heel eenvoudig dat de doden zich van niets bewust zijn in het graf. Echter, de Bijbel verwijst soms naar mensen die geen relatie met God hebben als zijnde dood - geestelijk dood. Jezus zei bijvoorbeeld eens: "Laat de doden hun doden begraven.” Christus zei dat om aan te geven dat, tenzij we een levende relatie hebben met hem en zijn Vader, we zo goed als dood zijn in hun ogen, ondanks dat we misschien op het zicht een goed leven leiden.

Zo is het dat het andere vers in kwestie verwijst naar mensen van de wereld, degenen die in de context worden beschreven als vleselijk-gericht, die dood zijn voor Gods aangezicht, maar die desalniettemin in de gelegenheid gesteld werden om Gods boodschap welke tot hen werd gepredikt te horen.

Het is interessant dat 2 Petrus 3:16 zegt dat er dingen in de Bijbel staan die moeilijk te begrijpen zijn, en als gevolg daarvan verdraaien de niet-onderwezenen en onstandvastigen de Schriften tot hun eigen vernietiging.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de toestand van de doden en de natuur van de demonen. Er bestaat werkelijk geen excuus voor enig belijdend Christen onwetend te zijn aangaande deze fundamentele Bijbelse leerstellingen.



16. Daar het WTG "nieuw licht" heeft ontvangen aangaande het geslacht van 1914 en hun zienswijze hierover volledig veranderd heeft, betekent dit dat alle voormalige Getuigen die jaren geleden uitgesloten zijn voor het hebben van dezelfde gedachten die de organisatie nu zelf leert, automatisch weer opgenomen worden in de broederschap? Werden deze ex-Getuigen in feite uitgesloten voor wat nu als "de Waarheid" wordt onderwezen?


Ik heb nog nooit gehoord van iemand die voor zo'n onbeduidend iets is uitgesloten - alhoewel het mogelijk is dat enkelen uitgesloten zijn op grond van gerelateerde kwesties.

Naarmate de laatste jaren van het afgelopen millenium naderden, werd er aangenomen dat het geslacht dat niet voorbij zou gaan niet de in de Bijbel opgetekende 80 jaar zou overschrijden, welke in de Bijbel als de dagen van onze jaren beschreven wordt en past in de huidige gemiddelde 75-jarige levensduur. 1994 was het einde van de 80 jaar vanaf 1914, dus werd het Wachttorengenootschap er door omstandigheden toe gedwongen met een verklaring te komen. Voordat die 80 jaar voorbij waren gegaan, kon niemand met zekerheid zeggen dat het geslacht niet betekende wat het Genootschap aannam dat het betekende.

Natuurlijk moet het laatste hoofdstuk hier nog over geschreven worden.



17. Als er 144.000 met geest gezalfde mensen zijn die een hemelse hoop hebben en een grote schare van mensen die een andere hoop hebben van eeuwig leven op een paradijs aarde, waarom zegt Paulus dan dat er slechts ÉÉN hoop is (Efeziërs 4:4), in plaats van twee?


Paulus sprak specifiek over het lichaam van Christus, wat bestaat uit de 144.000. Het volledige vers luidt: "Eén lichaam is er en één geest, zoals gij ook werdt geroepen in de ene hoop waartoe gij werdt geroepen; één Heer, één geloof, één doop; één God en Vader van allen, die boven allen en door allen en in allen is."

In Efeziërs 1:10 verwijst Paulus echter naar God die alle dingen op de aarde alsook de dingen in de hemel weer bijeen vergadert en beide groepen onderwerpt aan Christus. Daar wordt gesproken over degenen die geen deel uitmaken van het lichaam van Christus, maar de hoop hebben op eeuwig leven op aarde.

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent het feit dat enkelen van de mensheid een hemelse hoop hebben en anderen de hoop op het voor eeuwig leven in een paradijs op aarde.



18. Op blz. 66, 69, 211, 423, 560, 648 en 719 van Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, wordt verwezen naar The Finished Mystery, wat het 7de deel van de serie Studies in the Scriptures was dat in 1917 door het WTG werd uitgegeven (blz. 66, 719), en in die tijd een belangrijke publicatie was van het WTG. Op blz. 88, 648 en 651 verschijnt een afbeelding van het boek, compleet met het gevleugelde schijf-symbool van de zonnegod Ra op de voorkant. Is het waar dat The Finished Mystery onderwees dat Christus de Almachtige was uit Openb. 1:8 (blz. 15), dat Christus een "Kerk" stichtte (blz. 17), en dat Christus onzichtbaar teruggekomen was in 1874 (blz. 54, 60, 68), dat de Heilige Geest een persoonlijkheid bezat (blz. 57), dat de grote pyramide van Gizeh Gods stenen getuige was en werd gebruikt om het jaar van Armageddon te voorspellen (blz. 60), dat Armageddon absoluut zou plaatsvinden in de lente van 1918 (blz. 62), dat Christus gekruisigd was (blz. 68), dat Leviathan uit de Bijbel een verwijzing was naar de stoomlocomotief (blz. 85), en dat Michaël de Paus van Rome is en de engelen zijn bisschops zijn (blz. 188)? Volgens de "huidige" WTG leerstellingen keerde Christus in 1914 onzichtbaar terug en koos hij in 1918 het WTG als zijn aardse organisatie uit, omdat zij de enigen waren die "de Waarheid" onderwezen. Indien dit zo was, zou Jezus bekend moeten zijn geweest met de leerstellingen van het WTG zoals die in The Finished Mystery, uitgegeven in 1917, stonden. Denk je werkelijk dat Christus een organisatie uitgekozen zou hebben die zoveel dingen onderwees die naar "huidige" WTG leerstellingen verkeerd waren en niet langer worden geleerd als "de waarheid"?


Jezus' oorspronkelijke apostelen en dicipelen hadden heel wat verkeerde begrippen die pas opgehelderd werden nadat Jezus was opgestaan. Daarom zei Christus in Lukas 24:25 tot hen: "O onverstandigen, die traag van hart zijt om alle dingen te geloven die de profeten hebben gesproken!" Ondanks dat Christus zijn geliefde apostelen beschreef als onverstandig en traag van hart om Gods woord te geloven, had hij hen even tevoren toch de verantwoordelijkheid toevertrouwd hem te vertegenwoordigen wanneer ze door het land trokken om te prediken dat het koninkrijk Gods nabij was gekomen. Dat is buitengewoon wanneer we beschouwen dat de apostelen in de tijd dat ze erop uit werden gezonden niet eens wisten dat het koninkrijk in de hemel zou zijn.

Jehovah's Getuigen staan in dezelfde positie ten opzichte van Christus' aankomst, als dat de apostelen stonden voor Christus' dood en opstanding. Maleachi 3:1,2 voorzegt dat de aankomst van Gods Messiaanse boodschapper zal resulteren in een loutering en reiniging van Gods dienstknechten. Er staat: "Ziet! Ik zend mijn boodschapper, en hij moet een weg voor mijn aangezicht banen. En plotseling zal tot Zijn tempel komen de ware Heer, die gijlieden zoekt, en de boodschapper van het verbond, in wie gij behagen hebt. Ziet! Hij zal stellig komen", heeft Jehovah der legerscharen gezegd. "Doch wie zal de dag van zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer hij verschijnt? Want hij zal zijn als het vuur van een louteraar en als het loog van de wassers."

Wanneer er een definitieve afrekening en loutering zal plaatsvinden voor het ware volk van God, zoals de Schriften zeggen, is het logisch dat er onreine leerstellingen en standpunten bestaan die verwijderd moeten worden. De fouten van Jehovah's Getuigen, in het verleden en heden, diskwalificeren ons daarom op zichzelf niet van vertegenwoordiging van Gods koninkrijk, net zoals de apostelen niet ongeschikt waren in hun geestelijk onverlichte toestand. De kwalificerende factor is onze welwillendheid om onszelf te laten tuchtigen en onderwijzen door Christus.



19. In Johannes 20:28 verwijst Johannes in het Grieks naar Christus als "Ho kyrios moy kai ho theos moy". Dit wordt letterlijk vertaald als "de Heer van mij en DE God van mij". Waarom bevestigt Jezus Thomas in Johannes 20:29 voor het komen tot dit besef? Als Jezus in werkelijkheid niet de Heer en DE God van Thomas was, waarom verbeterde Jezus hem dan niet voor óf het maken van een verkeerde veronderstelling óf voor het uiten van een godslasterlijke bewering?


De reden dat Jezus Thomas niet verbeterde, is omdat Jezus uit Thomas bewering niet begreep wat jij denkt dat hij bedoelde. Een paar verzen verder wordt gezegd: "Maar deze zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt hebben door middel van zijn naam."

Toen Johannes het verslag jaren later optekende, was hij kennelijk ook niet in verwarring. De apostelen erkenden Jezus als de Zoon van God. Ze stonden toen niet onder Trinitarische misleiding. Veel hedendaagse lezers zien echter de uitdrukking "Zoon van God," en hun jaren lang door Trinitarische theologie geconditioneerde geest zet die uitdrukking onwillekeurig om in "God de Zoon."

Het is interessant dat Jezus dezelfde Griekse uitdrukking gebruikte als Thomas toen hij met zijn laatste adem voor zijn dood uitbracht: "De God van mij, de God van mij, met wat laat gij mij achter"? (Vertaald: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?) De vraag is: Wanneer Thomas naar Jezus verwees toen hij zei "De God van mij," naar wie verwees Jezus dan als zijn God? De Trinitariër zal je waarschijnlijk het onzinnige antwoord geven dat "God de Zoon," éénderde van de triade, sprak tegen de andere tweederde van de zogenaamde Drieënige Godheid.

De meer redelijke uitleg is dat Thomas, overweldigd door zijn verbazing over de realiteit van Christus' opstanding, welke hij daarvoor ontkend had, bewogen werd een uiting te doen om te bevestigen dat hij Jezus als zijn Heer erkende en als vergetenwoordiger van Jehovah God.



20. Als Christus geen zichtbare terugkeer op aarde zal hebben, hoe zal hij dan gezien worden door "ALLE stammen der aarde" (Matth. 24:30), en door "ELK oog" (Openb. 1:7), wanneer hij terugkeert? Hoe kan Christus een tweede maal "VERSCHIJNEN" (Hebr. 9:28) wanneer hij geen zichtbare terugkeer op aarde zal hebben?


Toen Jezus op aarde was, verwierpen de meeste Joden hem uiteindelijk als Gods Messias. Ondanks dat ze met hun eigen ogen zagen hoe Jezus allerlei krachtige werken en wonderen verrichtte, waren ze verblind voor de betekenis ervan. Toen Jezus terechtstond voor het Joodse Hooggerechtshof zei hij, nadat hij erkent had dat hij de zoon van God was, tot hen: "Gijzelf hebt het gezegd. Maar ik zeg ulieden: Van nu af zult gij de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht en hem zien komen op de wolken des hemels." Maar, zagen de Farizeeën de Zoon des mensen letterlijk aan Gods rechterhand zitten? Nee, dat voorrecht werd hen niet gegeven. Maar, een paar uur later zagen ze de wonderbaarlijke verschijnselen die zich voordeden bij Jezus' dood. De zon werd bijvoorbeeld van het begin van de middag tot drie in de namiddag verduisterd.

Enkele tijd later, direct voordat hij ter dood gestenigd werd door een woedende God-hatende troep Joden, werd Stefanus echter vervuld met heilige geest en staarde naar de hemel en zag de Zoon des mensen zitten aan de rechterhand van God. Dat verslag is terug te vinden in het 8ste hoofdstuk van Handelingen.

We mogen daarom concluderen dat Christus' uitverkorenen, bij zijn terugkeer, letterlijk de Zoon des mensen zullen zien, maar dat Gods vijanden hem niet letterlijk zullen zien.

Hedendaagse mensen zijn, ongeacht hun religieuze overtuiging, evenzo blind voor geestelijke waarheid. Jezus zei dat de mensen der aarde in aanloop naar zijn aankomst voor het oordeel geen acht zouden slaan op de tekenen die er zouden zijn. De profetieën voorzeggen daarom dat de ongelovige wereld gedwongen zal worden de realiteit van Christus' wederkomst in een zeer vervelende confrontatie onder ogen te zien. Maar, in plaats dat de wereld Christus persoonlijk zal zien, zegt Mattheüs 24:30 dat ze enkel het "teken van de Zoon des mensen" dat aan de hemel zal verschijnen zullen zien, waardoor de natiën zich in weeklacht zullen slaan.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman