| |
Week van: 14 t/m 20 September 2003
|
| 21. Waar bevindt de
grote schare zich volgens Openbaring 19:1? |
|
|
|
Het vers in kwestie luidt: "Na deze dingen hoorde ik
iets dat was als een luide stem van een grote schare
in de hemel. Zij zeiden: "Looft Jah! De redding en de
heerlijkheid en de kracht behoren aan onze God, want zijn
oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.""
De uitdrukking "grote schare," of grote menigte
zoals sommige vertalingen het verwoorden, verwijst niet
altijd naar de specifieke grote schare die in Openbaring
7:9 wordt genoemd. De evangelieverslagen zeggen bijvoorbeeld
dat bij één gelegenheid een grote schare mensen Jezus
volgde. In dezelfde stijl is de grote schare uit Openbaring
19:1 kennelijk een menigte van engelen en niet dezelfde
grote schare die wordt beschreven als overlevers van de
grote verdrukking
Het is interessant dat er bij Jezus' geboorte een grote
schare van engelen verscheen aan de herders die God lof
toezongen. De Lutherse Vertaling verslaat die gebeurtenis
door te zeggen: "En terstond was bij den Engel de
menigte der hemelse heirscharen, die God loofden."
Het is dus niet zonder precedent dat Openbaring 19:1 naar
een grote menigte engelen verwijst die God lof toebedeelt.
Wanneer we hierover verder redeneren, de grote schare
van 19:1 wordt in het 3de vers beschreven waarbij ze "Hallelujah"
roepen. Letterlijk betekent die uitdrukking: "Looft Jah,
gij volk!" Wanneer de gehele mensheid uiteindelijk
tot de hemel wordt opgewekt, zoals velen verkeerd veronderstellen,
waarom geeft de grote schare in de hemel het volk
dan het gebod Jah te loven? Verder, als de aarde onbevolkt
zou zijn na Gods oordeel, waarom zegt Openbaring 20:7-9
dan dat Satan aan het eind van Christus' duizendjarige regering
vrijgelaten wordt uit de afgrond om een aanval op de heiligen
te doen die aan de vier hoeken van de aarde zijn?
Wie leven er dan op aarde wanneer iedereen in de hemel zou
zijn?
Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Gods
voornemen om een grote schare het einde van de wereld te
laten overleven en letterlijk de aarde te beërven. Voor
meer, klik
hier.
|
|
| 22. Als de Heilige
Geest Gods onpersoonlijke werkzame kracht is, hoe kan hij
dan: "hij" en "hem" worden genoemd in Joh. 16:7, 8 en Joh.
16:13, 14; getuigenis afleggen (Joh. 15:26); zich gegriefd
voelen (Jes. 63:10); gelasterd worden (Mark. 3:29); dingen
zeggen (Ezech. 3:24; Hand. 8:29, 10:19, 11:12 en Hebr. 10:15-17);
verlangen (Gal. 5:17); woedend zijn (Hebr. 10:29); zoeken
(1 Kor. 2:10); troosten (Hand. 9:31); geliefd worden (Rom.
15:30); voorgelogen worden en God zijn (Hand. 5:3, 4)? |
|
|
|
Evenals bij voorgaande vragen, wanneer we Gods Woord met
intelligentie benaderen, moeten we erkennen dat niet alle
dingen letterlijk genomen moeten worden. Deuteronomium 32:5
geeft God bijvoorbeeld de titel "De Rots." Moeten
we dan concluderen dat God een inerte mineraal is? Of, wat
te denken van Hebreeën 12:29 waar wordt gezegd dat "onze
God ook een verterend vuur [is]," moeten we ons dan
indenken dat God een soort van superheet plasma is? Nadenkende
personen erkennen dat de Schriften tot ons spreken in vergelijkingen.
We kunnen dus het begrip bevatten dat God als een
rots is, of op bepaalde manieren als een verterend
vuur is.
Om die reden maakt de Bijbel ook gebruik van een algemeen
literair middel dat bekend staat als personificatie.
Dat betekent dat dingen en zelfs ongrijpbare begrippen soms
worden voorgesteld als personen. Hier volgen een paar voorbeelden:
Toen Jehovah Kaïn probeerde te waarschuwen voor de ernstige
morele gevaren die hij liep, personifiëerde God zonde door
te zeggen dat het op de loer lag bij de ingang, alsof het
ernaar hunkerde zich plotseling op Kaïn te storten. Of,
een ander voorbeeld: de Spreuken zeggen dat luiheid in de
hand zal werken dat armoede over ons komt als een
gewapend man. Nog één voorbeeld: Paulus verwees naar dood
als regerend als koning over de mensheid. Dit zijn
bijbelse voorbeelden van personificatie.
God leeft in de hemel, toch is hij in staat om door zijn
dynamische werkzame kracht zijn controle over de uithoeken
van het universum alsook onze kleine aarde uit te spreiden.
Omdat de heilige geest van God afkomstig is en zorgt dat
zijn Wil wordt gedaan, in overeenkomst is met Gods eigen
karakter, altijd tot zijn dienst is en zelfs voor hem spreekt,
is het volledig passend dat Gods werkzame kracht soms gepersonifiëerd
wordt.
Er zijn echter andere gevallen waarbij er met een "het"
wordt verwezen naar Gods geest. 1 Korinthiërs 12:11 zegt
bijvoorbeeld: "Maar al deze werkingen worden door een
en dezelfde geest tot stand gebracht, die aan een ieder
respectievelijk uitdeelt zoals hij het wil." (In het
Engels staat in deze tekst het woordje 'it' ('het')
in plaats van "hij." Wegens Nederlandse grammatica
is het in het Nederlands echter nodig "hij" te schrijven.
Het griekse woord voor "geest" (pneuma) wat hier wordt gebruikt,
is echter onzijdig - vertalers) Als de heilige geest
een persoon zou zijn, zou het ongepast zijn naar hem te
verwijzen als een "het." Naar Jehovah en Jezus wordt
nooit op die wijze verwezen, maar naar de geest wel. Verreweg
de meeste verwijzingen in de Bijbel naar de heilige geest
zijn onpersoonlijk.
Voor meer over wat de heilige geest is, klik
hier.
|
|
| 23. Wat is de juiste
spelling van Gods eigennaam, "Yahweh" of "Jehovah"? Wanneer
Jehovah's Getuigen volhouden dat "Yahweh" juister is, waarom
spellen ze het dan verkeerd als "Jehovah"? Als de naam van
God zo belangrijk is, zou je het dan niet alleen juist moeten
uitspreken, maar ook juist moeten spellen? |
|
|
|
De uitspraak van Gods eigennaam is natuurlijk afhankelijk
van de taal waarin hij uitgesproken wordt. Maar, we kunnen
er vrijwel zeker van zijn dat de goddelijke naam oorspronkelijk
in drie lettergrepen werd uitgesproken en niet twee, zoals
in Yah-weh. Hett is een gevolg van het feit dat Hebreeuws
alleen met gebruik van medeklinkers en zonder klinkers geschreven
werd, ongeveer gelijk aan onze hedendaagse manier van afkorten,
waarbij de Hebreeuwse lezer de juiste klinkers zelf aanvulde
om het woord te completeren. Al het Hebreeuws werd zo geschreven
en niet slechts het zogenoemde Tetragrammaton - YHWH. Klaarblijkelijk
bestaat er echter geen controverse over de correcte spelling
en uitspraak van honderden Hebreeuwse eigennamen in de Bijbel.
Veel Hebreeuwse namen bevatten een gedeelte van Gods persoonlijke
naam als een voorvoegsel of achtervoegsel. Een paar voorbeelden
van hoe de eerste twee lettergrepen van de Goddelijke naam
als voorvoegsel worden gebruikt zijn: Je-ho-ram,
Je-ho-as, Je-ho-sua, Je-ho-nadhav,
Je-ho-iakim, Je-ho-jarib, Je-ho-jada,
Je-ho-jaqim, Je-ho-chanan, Je-ho-sjafat,
Je-ho-nathan and Je-ho-ahaz.
Gezien het feit dat de Hebreeuwse "Y" in het Nederlands
met "J" wordt vertaald, suggereert het algemeen voorkomende
"Je-ho" als voorvoegsel sterk dat YWHW normaliter
werd uitgesproken in drie lettergrepen en dat de middelste
klinker, verbonden aan de "H," een "O" was, waardoor de
"H" een ho klank kreeg - zoals in Je-ho-vah. Of,
wanneer de Hebreeuwse vorm je voorkeur heeft: Ye-ho-wah.
Terwijl we voor de precieze uitspraak wellicht op een
toekomstige onthulling vanuit de hemel moeten wachten, is
het Wachttorengenootschap volledig gerechtigd in haar gebruik
van de algemeen geaccepteerde naam van Jehovah. Voor
meer over het gebruik van de naam van Jehovah, klik
hier.
|
|
| 24. Johannes 1:3 zegt
dat Jezus "alle dingen" schiep, maar in Jesaja 44:24 zegt
God dat hij "de hemelen uitspande, geheel alleen, de aarde
uitspreidde" en hij stelt de vraag: "Wie was bij mij?" toen
de hemelen en de aarde geschapen werden. Hoe kan dit? Want
als Jezus door God geschapen is, zou hij toch bij God geweest
zijn wanneer alles geschapen werd? |
|
|
|
De context van Jesaja heeft te maken met Jehovah die alle
zogenaamde goden van de natiën uitdaagt bewijs van hun godheid
te geven, door hun vermogens te bewijzen dat ze in staat
zijn hun voornemens aan getuigen te verklaren en die vervolgens
ten uitvoer te brengen. In het 45ste hoofdstuk van Jesaja
doet Jehovah precies dat, door ongeveer 200 jaar van te
voren aan te kondigen dat een man genaamd Cyrus, Babylon
zou veroveren en de Joden zou bevrijden uit ballingschap.
Dat was zelfs voordat Babylon een wereldmacht was en voordat
Juda veroverd werd. In die context zei God dus dat geen
van de nepgoden van de natiën met hem waren in de betekenis
dat ze gedeeld hebben in de Schepping. En, niet toevalligerwijs,
is Cyrus in werkelijkheid een afbeelding van Christus, daarom
verwees Jehovah naar Cyrus als zijn gezalfde.
Er moet echter worden erkend dat myriaden engelen met
Jehovah waren gedurende de schepping van het universum.
Terwijl Jehovah de Schepping verhaalde, onthulde hij aan
Job dat al zijn engelen juichend hun instemming betuigden
over zijn werk. Gods Eniggeboren Zoon was ook bij hem, maar
niet als een onafhankelijke rivaliserende god. Jezus' rol
in de Schepping als de Logos werd onthuld nadat hij
als mens naar de aarde kwam.
Voor meer informatie omtrent de werkelijke relatie tussen
Jehovah en Jezus, klik
hier.
|
|
| 25. Als de ziel het
lichaam is, waarom maakt Jezus dan een onderscheid tussen
het lichaam en de ziel in Matth. 10:28? |
|
|
|
Jehovah's Getuigen geloven niet dat lichaam en ziel identiek
zijn. De ziel omvat de gehele persoon, inclusief
onze toekomstige levensvooruitzichten. Mattheüs 10:28 maakt
duidelijk dat God zowel ons lichaam als onze ziel
kan vernietigen, wat direct de populaire bewering tegenspreekt
dat de ziel onsterfelijk is. Gods vernietiging van een ziel
door die symbolisch op de afvalhoop van Gehenna te werpen,
betekent dat die persoon nooit weer tot leven gewekt
zal worden, maar niet-bestaand zal blijven - voor altijd
dood.
Voor meer informatie omtrent wat de Bijbel leert over
leven na de dood, klik
hier.
|
|
| 26. In Kol. 1:15-17
voegt de NWV 4 maal het woord "andere" in ondanks dat het
niet in het oorspronkelijke Grieks staat (zie Grieks-Engelse
Interlinear). Waarom is het woord "andere" ingevoegd? Hoe
zouden deze verzen luiden wanneer het woord "andere" niet
was ingevoegd? Wat zegt de schrift over het toevoegen van
woorden aan de Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. |
|
|
|
Alle vertalingen hebben woorden ingevoegd die niet
in de originele tekst voorkomen. Dat wordt gedaan om de
betekenis van de oorspronkelijke uitdrukking uit te laten
komen. De Nieuwe Wereldvertaling gebruikt [haken] om de
meeste ingevoegde woorden, om de lezer te laten weten
dat een soortgelijk woord niet in de oorspronkelijke taal
stond. Enkele vertalers gebruiken cursivering met
hetzelfde doel, maar de meesten zijn niet zo openhartig
als de NWV.
Wat wij als lezers van de Bijbel willen, is de mogelijkheid
hebben de boodschap zoals die bedoeld was te begrijpen -
zonder dat vertalers de Bijbel feitelijk interpreteren
voor ons. Maar dat is voor vertalers soms niet zo eenvoudig
om aan te bieden. In het geval van Kolossenzen 1:15 willen
we Paulus' woorden net zo duidelijk begrijpen alsof we op
de vergadering van de Kolossenzen zaten toen Paulus' brief
hardop werd voorgelezen. In die setting zou er geen verwarring
bestaan over of Jezus Jehovah was. Maar, daar eeuwenlange
opstapeling van Trinitarische dogma verwarring heeft geschapen
aangaande de verhouding tussen Jehovah en Jezus, achtten
de vertalers van de NWV het noodzakelijk de passage te verduidelijken
om de lezer de mogelijkheid te bieden te begrijpen wat Paulus
feitelijk over Christus' rol in de Schepping wilde overbrengen.
In dit boek, Truth
in Translation, vergelijkt Jason David BeDuhn
op analytische wijze moderne vertalingen, inclusief de Nieuwe
Wereldvertaling en hij onderzoekt specifiek de controverse
over het invoegen van [andere] in de tekst van Kolossenzen
1:15-17. Na erop te hebben gewezen dat diverse invoegingen
in diezelfde tekst zijn gedaan door verschillende vertalingen,
concludeert BeDuhn: "En terwijl we, onder andere omstandigheden,
hadden gezegd dat de geïmpliceerde "andere" expliciet maken
niet echt nodig is, erkennen we nu dat hetgeen de vertalers
van de NW als gevolg van de grove verdraaiïng van de passage
in andere vertalingen hebben gedaan, toch zeker noodzakelijk
is." Volgens een wetenschappelijke onderzoeker (geen
JG), is de Nieuwe Wereldvertaling van het Wachttorengenootschap
gerechtigvaardigd in het invoegen van [andere] in de tekst
in Kolossenzen.
|
|
| 27. In Fil. 2:9 voegt
de NWV het woord "andere" in, terwijl het niet voorkomt in
het oorspronkelijke Grieks (zie Grieks-Engelse Interlinear).
Waarom is dit woord ingevoegd? Is het woord "Jehovah" een
naam? Zie Exodus 6:3, Psalm 83:18 en Jesaja 42:8. Hoe zou
het vers luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd?
Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de
Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. Als Christenen worden vervolgd
ter wille van Jehovah's naam, waarom zei Christus de eerste
Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van
zijn (Jezus') naam, in plaats van die van Jehovah? Als de
naam "Jehovah" zo belangrijk is, waarom zegt Handelingen 4:12
dan: "Bovendien is er in niemand anders redding, want er is
onder de hemel geen andere naam [vers 10 Jezus Christus] die
onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden?"
Als deze leerstellingen van het WTG juist zijn, zou dit dan
geen logische plaats zijn geweest voor God om de naam "YHWH"
of "Jehovah" te gebruiken? Daar het woord "Jehovah" niet verscheen
tot zeker de 12de eeuw, en daar de term "Jehovah's Getuigen"
tot de 30'er jaren niet werd gebruikt door het WTG, betekent
dat dan niet dat de eerste eeuwse Christenen niet bekend stonden
als "Jehovah's Getuigen"? |
|
|
|
De Naam van God was honderden jaren voordat Jezus naar
de aarde kwam bekend bij de Joden. Zoals reeds gezegd in
het antwoord op de 23ste vraag, was het vrij algemeen voor
Hebreeuwse ouders om hun kinderen een bepaalde vorm van
de naam Jehovah te geven. Met de komst van de Messias
werden de Joden echter geïntroduceerd aan de Zoon van Jehovah
God. Wanneer de Joden enige verdere erkenning van Jehovah
wilde verkrijgen, moesten ze de Zoon eren alsook de Vader.
Het vers dat je citeerde, Filippenzen 2:9, legt uit hoe
en waarom de naam van Jezus zo belangrijk werd. Na beschreven
te hebben hoe Jezus zichzelf vernederd had en gehoorzaam
werd aan Gods Wil voor hem, zelfs tot de dood, schreef Paulus:
"Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie
verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke
[andere] naam is, zodat in de naam van Jezus elke knie zich
zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die
onder de grond zijn, en iedere tong openlijk zou erkennen
dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de
Vader."
De naam Jezus is geen vervanging voor de naam van God.
De tekst onthult dat God Christus beloonde door hem tot
een superieure positie te verhogen en hem eer boven alle
anderen te schenken. We zullen de bewijslast maar bij de
Trinitariërs leggen om de duidelijke absurditeit uit te
leggen dat God zichzelf op één of andere manier beloonde
voor het gehoorzamen van zichzelf, door zichzelf
iets te geven wat hij reeds bezat.
|
|
| 28. Het WTG beweert:
"Net als de eerste christelijke gemeenschap - In de religieuze
publikatie "Interpretation" werd in juli 1956 gezegd: "In
hun organisatie en getuigeniswerk benaderen zij [Jehovah's
Getuigen] de eerste christelijke gemeenschap dichter dan welke
groep maar ook..." - Jehovah's Getuigen - Verkondigers van
Gods Koninkrijk, blz. 234. En op blz. 677 van hetzelfde boek
verschijnt een onderkopje getiteld "Als de vroege christenen".
Bidden Jehovah's Getuigen het "Onze Vader," breken ze dikwijls
samen brood (Eucharistieviering), komen ze Zondags samen om
brood te breken, bevestigen ze de Heilige Geest door handen
op te leggen, ordineren (aanstellen) ze priesters (ouderlingen)
door middel van het opleggen van handen, bidden ze tot Jezus,
zalven ze de zieken met olie, knielen ze neer om te bidden,
beschouwen ze zichzelf als getuigen van Christus, vieren ze
Pinksteren, hebben ze speciale personen die zorgen voor weduwen
en wezen, drinken ze bij gelegenheid wijn? Zo niet, hoe kunnen
Jehovah's Getuigen zichzelf dan beschouwen als de vroegere
Christelijke gemeente? |
|
|
|
Als kort antwoord op deze nogal vreemde en uitgebreide
vraag: Met betrekking tot het zogenoemde "Onze Vader Gebed,"
in het voorgaande vers zei Jezus ons specifiek niet
elke keer dezelfde woorden te zeggen in gebed. Maar, is
dat niet precies wat Katholieken wordt geleerd? Jezus herhaalde
echter geen gebeden aan God en Jehovah's Getuigen ook niet.
Sommige van de gebruiken en praktijken van de vroegere
Christenen waren slechts cultureel; het opleggen van handen
en het gebruik van zalvende olie was toen heel gebruikelijk.
Andere zaken echter, zoals het drinken van wijn of een speciale
houding aannemen wanneer men bidt, zijn persoonlijke zaken.
Maar, ja, Jehovah's Getuigen hebben diaken, die we dienaren
in de bediening noemen. We eten jaarlijks het Avondmaal
des Heren op de dag van zijn dood. En wanneer er behoeftige
weduwen en wezen in onze gemeenten aanwezig zijn, worden
er regelingen getroffen om voor hen te zorgen.
|
|
| 29. Hoe kunnen de doden
in Openbaring 14:13 "gelukkig" zijn en "rust vinden" waneer
er geen bewustzijn is na de dood? |
|
|
|
Het antwoord op die vraag is vervat in wat de Bijbel een
heilig geheim noemt. In 1 Korinthiërs 15:51 onthulde Paulus
dat niet alle 144.000 gekozenen die aan Christus
toebehoren, zullen slapen in de dood in afwachting van een
opstanding. Paulus legde in het 4de hoofdstuk van 1 Thessalonicenzen
verder uit dat gezalfde Christenen die bestemd zijn om met
Christus in de hemel te regeren, maar die voordat
Christus' parousia begint sterven, in de dood moeten
slapen totdat Christus hen gedurende de eerste opstanding,
aan het begin van zijn parousia, wekt. Christenen
die echter leven gedurende de tijd van Christus'
parousia krijgen direct wanneer ze sterven een opstanding
- in een oogwenk - zoals Paulus het verwoordde. Ze
slapen niet in het graf zoals hun gezalfde voorgangers.
Openbaring 14:13 is in harmonie met dat heilige geheim,
daar er onthuld wordt dat er een specifiek tijdstip is waarop
degenen die aan Christus behoren niet in de dood slapen.
Het gehele vers luidt: "En ik hoorde een stem uit de
hemel zeggen: "Schrijf: Gelukkig zijn de doden die van
nu af aan in eendracht met de Heer sterven. Ja, zegt
de geest, laat hen rusten van hun moeizame arbeid, want
de dingen die zij gedaan hebben, gaan tegelijk met hen.""
De uitdrukking "van nu af aan" wijst er zeker op
dat degenen die voor die tijd dood in Christus waren nog
dood waren, en als zodanig niet gelukkig verklaard konden
worden. Het vers in kwestie ondersteunt op generlei wijze
het denkbeeld van bewustzijn na de dood. Het laat juist
precies het tegenovergestelde zien.
|
|
| 30. Is het waar dat
de profetie van het WTG dat Armageddon zal komen "voordat
het geslacht van 1914 voorbij is gegaan" niet langer wordt
onderwezen als "de Waarheid"? Zo ja, betekent dit dan dat
deze leerstelling van het WTG, welke ze decennia lang als
"de Waarheid" hebben onderwezen, een onjuiste leerstelling
was? Daar het WTG beweert dat ze het "enige kanaal zijn dat
door de Heer wordt gebruikt gedurende de laatste dagen van
dit samenstel van dingen" en dat het besturend lichaam "de
spreekbuis van Jehovah God" is, betekent dit dan dat God van
gedachten is veranderd over deze leerstelling en de definitie
van "geslacht"? Is het mogelijk dat God van gedachten verandert?
Is het WTG ooit eerder van gedachten veranderd over een leerstelling
die ze eens onderwezen als "de Waarheid"? Daar het WTG beweert
dat hun leerstelling dat Armageddon "voor het einde van het
geslacht van 1914" zou komen "Jehovah's profetische woord"
was en "de belofte van de Schepper," en ze als zodanig dus
"in de naam van God" spreken, betekent dit volgens Deuteronomium
18:20-22 dan niet dat het WTG in werkelijkheid een hedendaagse
valse profeet is? |
|
|
|
Ten eerste heeft het Wachttorengenootschap de profetieën
over de laatste dagen en een oorlog genaamd Armageddon niet
uitgevonden. Die profetieën zijn afkomstig uit de geest
van God en door ons geloof zijn we ervan overtuigd dat Gods
woorden zeker eens bewaarheid zullen worden. Als gevolg
van onze interesse in de Bijbel en de belofte van een nieuwe
wereld, zijn we erg geïnteresseerd geweest in de vervulling
van profetieën, vooral de wijze waarop ze verband houden
met de wederkomst van Christus. Het feit dat onze hoge koninkrijksverwachtingen
tot nog toe tot teleurstelling hebben geleid, brengt ons
geloof op zichzelf niet in diskrediet. Het is zeker dat
onze verkeerde verwachtingen beschamend voor ons zijn geweest
en voor velen een struikelblok, maar in dat opzicht lijkt
het Wachttorengenootschap schuldig te zijn aan het vallen
in vrijwel dezelfde val als de apostelen.
Beschouw alsjeblieft eens de belangrijkheid van het verslag
wat gevonden kan worden in het laatste hoofdstuk van het
boek Johannes, waar we in de NWV lezen: "Toen Petrus
hem daarom gewaar werd, zei hij tot Jezus: "Heer, wat zal
deze man doen?" Jezus zei tot hem: "Indien het mijn wil
is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan? Blijft
gij mij volgen." Bijgevolg ging onder de broeders dit woord
uit, dat die discipel niet zou sterven. Doch Jezus had hem
niet gezegd dat hij niet zou sterven, maar: "Indien het
mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat
aan?""
De man in kwestie was de schrijver - Johannes. Jezus had
Petrus net verteld welke soort dood Petrus zou ondergaan
en Petrus wilde weten wat er met hun vriend Johannes zou
gebeuren. Jezus' commentaar gaf de apostelen het idee dat
Johannes nog in leven zou zijn wanneer Christus terugkwam.
Als gevolg daarvan zegt het verslag dat het woord onder
de broeders uitging, dat Johannes zou blijven leven om de
terugkeer van de Heer te zien
Volgens de Leidsche Vertaling, luidt het 23ste vers: "Daardoor
verspreidde zich het gerucht onder de broeders dat
die leerling niet sterven zou." Wat hier zo interessant
aan is, is dat Johannes zijn boek zo'n 60 jaar nadat Christus
die woorden sprak, schreef. Kennelijk was het gerucht even
oud als de oude apostel zelf. We zouden ons zelfs kunnen
indenken dat de broeders, tegen het einde van zijn leven,
regelmatig even zijn pols opnamen om de nabijheid van Christus'
terugkeer te meten. Het feit dat Johannes, de langst-levende
apostel, het gepast achtte het gerucht te uit de wereld
te helpen en de zaak recht te zetten aan het einde van zijn
leven, wijst erop dat het gerucht dat door de apostelen
in de wereld was gebracht gedurende de gehele apostolische
periode heeft bestaan. De volgende vraag is dus: Nou en?
Wel, de apostelen kregen in die tijd de autoriteit over
de gehele organisatie van gelovigen. Hun woorden waren gewichtig
omdat ze Jezus persoonlijk gekend hadden en de latere gelovigen
konden vertellen over alle dingen die Jezus had gezegd en
gedaan. Dus, toen de apostelen spraken, luisterden de broeders
en zusters. En wanneer de apostelen een gerucht in de wereld
brachten dat Johannes zou blijven leven tot de komst van
Christus, welke Christen zou hun interpretatie dan betwijfelen?
Maar, de apostelen hadden het duidelijk bij het verkeerde
eind. Ze begrepen Jezus verkeerd. En hun ernstige verlangen
om de realisatie van Jezus' beloofde terugkeer te zien,
maakte dat zij overhaaste conclusies trokken.
Het verkeerde begrip dat ontstond, verschilt in werkelijkheid
niet van hetgeen gebeurd is onder Jehovah's Getuigen met
betrekking tot onze aannames aangaande het geslacht van
1914 dat niet voorbij zou gaan. De apostel Johannes was
hun geslacht dat niet voorbij zou gaan - voordat hij stierf.
En het feit dat hij uiteindelijk het gerucht uit de wereld
hielp, verschilt niet veel van hetgeen het Genootschap heeft
gedaan door een geslacht te herdefiniëren.
Een andere vraag die we zouden moeten stellen is: Veroordeelde
God de apostelen als valse profeten? Nee, kennelijk niet.
Dus, wanneer we eerlijk en consequent zijn in onze redenatie
zullen we geen oppervlakkige conclusies trekken over de
onbezonnenheid en verkeerde verwachtingen van het Wachttorengenootschap
uit het verleden. Meer nog, onze voortijdige verwachtingen
passen in het patroon van degenen die vol verwachting uitzien
naar de terugkeer van de Meester.
|
|
| 31. Als de naam Jehovah
zo belangrijk is, waarom wordt hij dan nooit gebruikt in het
gehele Griekse Nieuwe Testament? Als mensen de persoonlijke
naam van God, "YHWH", verwijderd hebben toen ze het Nieuwe
Testament kopiëerden, zoals alleen het WTG beweert, daarbij
Gods woord veranderend, hoe kunnen we dan vertrouwen hebben
in ENIG deel van het Nieuwe Testament? Zouden we het Nieuwe
Testament óf het WTG als onbetrouwbaar moeten afdoen?
|
|
|
|
De andere kant van die vraag is: Als de naam onbelangrijk
was, waarom komt hij in de Hebreeuwse Geschriften dan bijna
7000 maal voor? En als de naam zo onbelangrijk was voor
de Joden, aan wie hij oorspronkelijk werd onthuld, waarom
zijn er dan vele Hebreeuwse eigennamen waarin een gedeelte
van Gods naam is opgenomen?
Er bestaat geen twijfel over dat er eeuwenlang pogingen
zijn gedaan om Gods naam uit het Boek waarvan hij de auteur
is te verwijderen. Bijbelgeleerden weten dat het gebruik
van de verwijdering van YHWH een paar honderd jaar
na Christus begon. En het vooroordeel tegen de persoonlijke
naam van God bestaat tot op de dag van vandaag, wat wordt
bewezen door het feit dat vele vertalers er de voorkeur
aan hebben gegeven de heilige Naam van de Schepper in hun
specifieke Bijbelvertalingen te vervangen door het onpersoonlijke
Heer.
Daar het bekend is dat het YHWH in latere Griekse
vertalingen verwijderd is uit de Hebreeuwse Geschriften
van het OT, is het meer dan waarschijnlijk dat afschrijvers
hem ook verwijderd hebben toen ze de Geschriften van het
NT overschreven. Het probleem is echter dat we documenten
hebben die bewijzen dat de naam verwijderd is uit de vertalingen
van het Hebreeuws, maar dat we geen oude originele Griekse
teksten of zelfs kopieën hebben die YHWH bevatten
voordat het verwijderd was.
Maar onze redenatie is dat daar Jezus en alle Bijbelschrijvers
zowel het Hebreeuws als de Griekse Septuaginta lazen, welke
beiden hoogstwaarschijnlijk het YHWH bevatten, en
ze allemaal specifieke passages citeerden waar de Naam in
het Hebreeuws verscheen, is het ondenkbaar dat ze de persoonlijke
naam van God waar die in de Schrift werd gebruikt niet getrouw
uitspraken en kopiëerden. In die passages in het Nieuwe
Testament waar de Hebreeuwse tekst geciteerd wordt waarin
het YHWH verschijnt, gebruikt de NWV de naam Jehovah.
In alle eerlijkheid, ondanks dat Jason BeDuhn (in het
23ste antwoord aangehaald) de Nieuwe Wereldvertaling hoog
aanschrijft als één van de beste vertalingen, is hij het
niet eens met het gebruik van de naam Jehovah in
het NT door het Wachttorengenootschap. Natuurlijk zullen
die dingen bediscussiëerd worden totdat God uiteindelijk
de controverse oplost, maar gezien het feit dat Gods naam
uit de OT Geschriften is verwijderd, zowel in oude als moderne
tijden, zou het voordeel van de twijfel aan degenen gegund
moeten worden die de Naam herstellen waar zij dat passend
achten. Is dat niet hetgeen we kunnen verwachten van degenen
die als getuigen van Jehovah dienen?
Hier is een link
naar een website die dieper ingaat op de kwestie van de
naam van Jehovah in het NT.
Hier is een link
naar het commentaar van het Wachttorengenootschap op het
gebruik van Jehovah in het NT.
|
|
| 32. Als Jezus terechtgesteld
is aan een martelpaal, met beide handen bij elkaar boven zijn
hoofd, zoals alleen het WTG leert, waarom zegt Johannes 20:25
dan: "…als ik niet in zijn handen het teken van de spijkerS
zie…," daar dit aangeeft dat er meer dan één spijker is gebruikt
voor zijn handen? Er zouden twee spijkers gebruikt zijn wanneer
hij aan een kruis was gehangen. |
|
|
|
De oorspronkelijke Griekse woorden die in de Bijbel worden
gebruikt, stauros en xylon, betekenen respectievelijk
paal en boom. Er bestaat geen enkele twijfel over hun betekenis.
Griekse lexicons geven als primaire betekenis van stauros
paal, niet kruis. Verder is de Nieuwe Wereldvertaling niet
de enige Bijbel die boom gebruikt in plaats van kruis.
De King James en zelfs de populaire N[ew] I[nternational]
V[ersion] vertalen xylon in Handelingen 5:30 met
het woord boom.
Er zijn ook oude platen en beelden gevonden die laten
zien dat mannen aan rechtop staande palen hangen die in
de grond staan zonder dwarsbalken Er bestaan geen
bewijzen dat kruizen werden gebruikt als middel tot executie.
Het gebruik van het kruis als een heidens
religieus symbool is echter vele eeuwen ouder dan het
Christendom en werd pas later door de Katholieke Kerk aangenomen
als een symbool van het Christendom.
Ons gebruik van het woord martelpaal om het middel
waarmee Christus werd terechtgesteld te beschrijven, is
niet gebaseerd op het aantal spijkers die wellicht gebruikt
zijn om hem eraan vast te nagelen. Trouwens, voor Pinksteren
deden de apostelen veel beweringen die enkel als ongeïnspireerd
kunnen worden beschreven.
|
|
| 33. Kunnen Jehovah's
Getuigen openlijk meningen die verschillen van de orthodoxe
WTG leerstellingen hebben en bediscussiëren met andere Getuigen?
Zo nee, waarom niet? |
|
|
|
Nee. Maar, Jehovah's Getuigen zijn nauwelijks uniek in
dat opzicht. De meeste religies staan niet veel ruimte toe
voor een andere mening. Dat deden de apostelen trouwens
ook niet. Paulus schreef aan Timotheüs om "zekere personen
[te] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht
te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters,
die ten slotte nergens op uitlopen, maar die eerder vragen
ter navorsing verschaffen dan dat er iets door God wordt
uitgedeeld in verband met geloof."
Paulus was nog stelliger bij het schrijven aan Titus,
door te zeggen: "Het is noodzakelijk hun de mond te
snoeren, daar juist deze personen voortdurend hele huisgezinnen
ondersteboven keren door ter wille van oneerlijke winst
dingen te onderwijzen die zij niet behoren te onderwijzen."
|
|
| 34. De NWV vertaalt
het Griekse woord "esti" in vrijwel alle voorkomende gevallen
met "is" in het Nieuwe Testament. Zie Grieks-Engelse Interlinear.
Waarom vertaalt de NWV hetzelfde Griekse woord met "betekent"
in Matth. 26:26-28; Mark. 14:22-24 en Luk. 22:19 Als de NWV
consistent was geweest en het Griekse woord 'esti' met "is"
had vertaald in deze verzen, hoe zouden de verzen dan luiden?
Waarom verlieten zoveel dicipelen Jezus toen hij zei dat ze
zijn lichaam moesten eten, wilden ze eeuwig leven hebben?
Zie Johannes 6:25-69, Matth. 26:26-28. |
|
|
|
De ongelooflijk bizarre Katholieke leerstelling van de
transsubstantiatie
beweert dat de wijn en het brood dat Christus' vlees en
bloed vertegenwoordigt, op wonderbaarlijke wijze verandert
in Jezus' letterlijke vlees en bloed eens dat het geconsumeerd
is. Enkele van Christus' dicipelen veronderstelden ook dat
Jezus zo'n kanibalisme voorstond toen hij hen zei dat ze
zijn vlees moesten eten en zijn bloed moesten drinken, wat
de reden was dat ze geshockeerd waren en weigerden hem verder
te volgen. Maar, in het direct daarop volgende vers in het
verslag van Johannes 6:63 legt Jezus uit dat hij het niet
letterlijk bedoelde. Er staat: "Het is de geest
die levengevend is; het vlees is volstrekt van geen nut.
De woorden die ik tot u heb gesproken, zijn geest
en zijn leven. Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven."
Als het vlees van geen waarde is met betrekking tot redding,
zoals Jezus zei, waarom houden Katholieken dan vol dat ze
letterlijk Jezus' vlees moeten eten door middel van de magie
van transsubstantiatie? Door Jezus' woorden letterlijk op
te vatten, verraden Katholieken hun eigen gebrek aan geestelijk
onderscheidingsvermogen. In plaats van te erkennen dat de
gezegden van Christus geestelijk zijn en niet fysiek,
hebben Katholieken dezelfde dwaasheid aangenomen welke degenen
die niet geloven kenmerkt.
Als je beweert dat het brood Christus' feitelijke vlees
is, omdat Jezus zei "dit is mijn lichaam,"
wat valt er dan te zeggen over het volgende vers waar Jezus
zegt: "dit is mijn bloed van het verbond."
Moeten we dan aannemen dat de wijn op magische wijze getranssubstantiëerd
wordt in een nieuw verbond in de magen van onze Katholieke
vrienden? Dat wordt er gezegd, "deze beker is
het nieuwe verbond."
De Katholieke leerstelling van transsubstantiatie is niet
alleen moeilijk om uit te spreken, hij ligt zeker ook zwaar
op de maag.
|
|
| 35. Openbaring 20:10
zegt: "En de Duivel...het wilde beest als de valse profeet
[reeds waren]; en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden
tot in alle eeuwigheid." Waar zullen de Duivel, het wilde
beest en de valse profeet zijn om "dag en nacht gepijnigd
te worden tot in alle eeuwigheid?" Op soortgelijke wijze zegt
Openbaring 14:9-11: "...Indien iemand het wilde beest aanbidt...hij
zal gepijnigd worden met vuur en zwavel...En de rook van hun
pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid..." Waar kan "iemand"
"tot in alle eeuwigheid gepijnigd worden?" |
|
|
|
De lezer die tot op dit punt gekomen is, zou het patroon
moeten kunnen herkennen dat is ontstaan, waarbij de vragensteller
geneigd is om Bijbels symbolisme en beeldspraak letterlijk
te nemen.
Openbaring staat vol met symbolische vertegenwoordigingen
van zowel hemelse als aardse zaken. Als de vragensteller
veronderstelt dat het meer van vuur een letterlijk brandend
meer is, dan is het wilde beest dat samen met de Duivel
in het meer van vuur geworpen wordt ook letterlijk. Die
redenering verder volgend, moeten we dan verwachten dat
de Duivel op een gegeven moment als geheim wapen een gigantisch
zevenkoppig monster zal loslaten om de wereld te terroriseren;
een soort van amfibisch meerkoppige Godzilla? Zo ja, wellicht
wordt "Daniël" uit de Katholieke Apocrieve boeken dan wel
uit de mythologie geroepen om redding te brengen, door wederom
een van het vet druipende haarbal te voeren aan het beest,
zoals hij deed in het boeiende verhaal over Bel
en de Draak!
Het sarcasme even verlatend, het vergt voor niemand erg
veel mentale kracht om te interpreteren wat het meer van
vuur symboliseert. De verlichtende engel die Johannes de
Openbaring gaf, interpreteerde zijn voorstelling ook, door
in Openbaring 20:14 te zeggen: "Dit betekent de tweede
dood: het meer van vuur." Of, als dat je voorkeur heeft:
"Dit is de tweede dood, het meer van vuur."
Willen we begrijpen wat de tweede dood is, moeten we eerst
begrijpen wat de eerste dood is. De eerste dood is
de dood die we ondergaan als gevolg van overgeërfde zonde.
Door middel van Jezus' offer, heeft Jehovah echter de basis
verschaft om de angel van de dood weg te doen, door middel
van de opstanding. De Bijbel belooft dat de zogenoemde Adamitische
dood vernietigd zal worden, feitelijk wordt de dood ook
in het meer van vuur geworpen. Maar, nadat de Adamitische
zonde vernietigd is zullen sommige personen die een opstanding
in het paradijs hebben gekregen, uiteindelijk een opstanding
des oordeels ontvangen, zoals Jezus het in Johannes 5:29
noemde. Dat betekent dat ze als onwaardig zullen worden
geoordeeld om verder op aarde te leven. Zij zullen
wederom sterven; voor hen zal het letterlijk een
tweede dood zijn. Anders dan de eerste dood is de
tweede niet het gevolg van overgeërfde zonde, maar van opzettelijke
rebellie tegen God. De tweede dood is definitief. Dus, dat
is wat het meer van vuur betekent - eeuwige vernietiging.
Voor de Duivel en anderen is hun eerste dood ook
hun tweede dood; wat wederom definitieve vernietiging betekent.
In dat opzicht is Jehovah's oordeel over Satan een eeuwigdurende
straf. In die betekenis worden Satan en zijn samenstel gemarteld,
omdat ze van tevoren weten dat ze voor altijd in volledige
oneer herinnerd zullen worden door God en alle overlevende
schepselen.
Klik
hier voor de waarheid over de hel en het meer van vuur.
|
|
| 36. Jezus Christus
wordt in Jesaja 9:6 "Sterke God" genoemd ("Want een kind is
ons geboren, een zoon is ons gegeven...En zijn naam zal worden
genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God..."). Jehovah wordt
in Jesaja 10:20, 21 "Sterke God" genoemd. Hoe kan dat wanneer
er slechts ÉËN God is? |
|
|
|
De eenvoudige waarheid is dat Jehovah en Jezus diverse
titels delen. Dat kan worden opgemaakt uit Psalm 110:1,
waar volgens de Statenvertaling het volgende staat: "De
HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: "Zit aan mijn rechterhand,
totdat ik uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank
uwer voeten.""
De Statenvertaling gebruikt hoofdletters waar YHWH
in de oorspronkelijke taal voorkomt. Dus, in plaats van
te zeggen: "Jehovah zei tot mijn Heer," staat er:
"De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken." Gebruikmakend
van jouw redenering, de Bijbel zegt dat er slechts één Heer
is. Dus, hoe kan die ene Heer een andere Heer uitnodigen
zich bij hem te voegen?
|
|
| 37. Als het WTG beweert
dat ze niet "geïnspireerd" zijn, maar wel naar zichzelf verwijst
als "Gods door de geest geleide Profeet," wat is dan het verschil?
Bestaat er zoiets als een ongeïnspireerde profeet? Waarom
zou iemand deel willen uitmaken van een religieuze organisatie
die beweert dat hun leerstellingen NIET geïnspireerd zijn?
|
|
|
|
We moeten aannemen dat de vragensteller niet de nuances
begrijpt aangaande wat het betekent door Gods geest geleid
te worden - in tegenstelling met door de geest geïnspireerd
te worden om te profeteren. Ter illustratie: 1 Petrus 3:18
zegt dat Jezus stierf "om u tot God te leiden." Betekent
het volgen van Christus' leiding echter dat zijn volgelingen
geïnspireerd zijn om zonder fouten Gods boodschap te spreken,
zoals de Bijbelschrijvers dat waren? Geen enkel redelijk
persoon zou zo'n conclusie trekken.
In Openbaring 19:10 wordt ons door een engel gezegd dat
"het getuigenis afleggen omtrent Jezus tot profeteren
inspireert." Maar, betekent dit dat Christelijke evangelisten
geïnspireerd zijn in de zin dat ze de mogelijkheid bezitten
profetische uitspraken te doen zoals Jeremia of Jesaja,
of één van de andere profeten? Nee, dat is in het geheel
niet wat het betekent. Het betekent dat wanneer we over
Christus spreken, we van nature de vele profetieën van de
Bijbel aanhalen omtrent Christus. Jehovah's Getuigen leggen
getuigenis af omtrent Christus door Jehovah's koninkrijk
aan te kondigen. En onze Christelijke getuigenis is onlosmakelijk
verbonden met Bijbelse profetieën. Daar we de Bijbelse patronen
en profetieën vervullen en in de voetstappen van de oorspronkelijke
Christenen treden, dienen we in dat opzicht als profeten.
Maar, we worden niet geïnspireerd om aankondigingen te doen
die verschillen van hetgeen reeds opgetekend staat in de
geïnspireerde Schriften.
|
|
| 38. In de Nieuwe Wereldvertaling
wordt het woord "proskuneo" wanneer het wordt gebruikt in
verwijzing naar God elke keer vertaald met "aanbidden" (Openbaring
5:14; 7:1; 11:16; 19:4; Johannes 4:20; enz.). Elke keer wanneer
"proskuneo" wordt gebruikt in verwijzing naar Jezus, wordt
het vertaald met "hulde brengen" (Mattheüs 14:33; 28:9; 28:17;
Lukas 24:52; Hebreeën 1:6; enz.), terwijl het in het Grieks
hetzelfde woord is (zie Grieks-Engelse Interlinear). Vergelijk
vooral het Griekse woord "prosekunhsan" wanneer het gebruikt
wordt in verwijzing naar God in Openbaring 5:14, 7:11, 11:16
en 19:4 en in verwijzing naar Christus in Mattheüs 14:33,
28:9 en 28:17. Wat is de reden van deze inconsistentie? Wanneer
de NWV consistent zou zijn in de vertaling van "proskuneo"
met "aanbidden," hoe zouden bovenstaande verzen die naar Christus
verwijzen dan luiden? |
|
|
|
Het blijkt geen kwestie van inconsistentie te zijn, maar
juist het tegenovergestelde. Het Wachttorengenootschap maakt
consistent een onderscheid tussen de absolute aanbidding
die aan God gegeven dient te worden en de relatieve aanbidding
die aan Christus gegeven wordt.
Maar, de onderliggende kwestie heeft niets te maken met
vertalingen van woorden. Trouwens, Paulus onderwees Christenen
niet te twisten over woorden, omdat zoiets nutteloos is.
Het werkelijke probleem heeft te maken met de verradelijke
wijze waarop de aanbidding van God subtiel omgevormd en
vervangen is door de aanbidding van heiligen, engelen, de
moeder van Jezus en Jezus zelf. We zouden in feite niet
ver naast de waarheid zitten wanneer we zeggen dat vooral
de Katholieke Kerk de aanbidding van vrijwel elk personage
in het Nieuwe Testament heeft bevorderd - behalve
Jehovah!
Dit is de hoofdzaak: Christenen moeten het leven en voorbeeld
van Jezus Christus navolgen. De vraag is: Wie aanbad Jezus?
Wanneer we die vraag op juiste wijze kunnen beantwoorden,
zijn we bekend met hetgeen Paulus een groot heilig geheim
aangaande Gods toewijding noemde. Maar, was Christus aan
zichzelf toegewijd? Aanbad hij zichzelf? Was hij zijn eigen
god? Wanneer dat het geval zou zijn, zou het volgen van
zijn voorbeeld van Godvruchtige toewijding ons tot egocentrische
narsisten maken. Toch?
De Bijbel verslaat ons dat Jezus zichzelf onderwierp aan
Degene die hij "de enige ware God" noemde, zijn
God en zijn Vader. In het verslag over de Hof van
Gethsémané, wordt over Jezus gezegd: "En nadat hij een
eindje verder was gegaan, viel hij op zijn aangezicht,
terwijl hij bad en zei: "Mijn Vader, indien het mogelijk
is, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Doch niet zoals
ik wil, maar zoals gij wilt.""
De daad van het op zijn aangezicht vallen was de Hebreeuwse
manier om te zeggen dat een persoon zichzelf volledig onderwierp
in een daad van eerwaardige aanbidding. Enkel degenen die
zichzelf willen bedriegen, zouden beweren dat Jezus geen
daad van aanbidding verrichtte voor de Levende God Jehovah.
In het 5de hoofdstuk van Hebreeën zei Paulus zelfs dat
Jezus God vreesde en daarom luisterde God naar zijn
gebeden en smekingen. The Contemporary English Version (CEV)
zegt in Hebreeën 5:7 het volgende over Christus: "Hij
aanbad God werkelijk, en God luisterde naar zijn
gebeden."
De Schrift is duidelijk: Jezus aanbad Jehovah.
Elke tegengestelde lering is een duivelsachtige leugen.
In erkenning van de onsterfelijke toewijding van zijn Zoon
aan hem, heeft Jehovah echter bepaald dat alle schepselen
in de hemel en op aarde voor Jezus moeten buigen en hem
op dezelfde wijze moeten eren als dat zij de Vader eren.
Daarom adviseert de profetische Psalm: "Dient Jehovah
met vrees en weest blij met beving. Kust de zoon, opdat
Hij niet vertoornd wordt."
Onze aanbidding van de Zoon is echter niet met uitzondering
van Jehovah God. Daarom maakt de NWV het subtiele onderscheid
tussen aanbidding en hulde brengen. Jezus zelf zou nooit
instemmen met het ontvangen van aanbidding ten koste van
Jehovah. De Schriften zeggen zelfs dat Christus' rol als
Koning uiteindelijk zal eindigen en dat alle eer die aan
hem gegeven is zal terugkeren naar God. Dat voorzei Paulus
in 1 Korinthiërs 15:27, 28, waar staat: "Want God "heeft
alle dingen onder zijn voeten onderworpen". Maar wanneer
hij zegt dat 'alle dingen onderworpen zijn', is het duidelijk
dat dit met uitzondering is van degene die alle dingen aan
hem onderwierp. Wanneer echter alle dingen aan hem onderworpen
zullen zijn, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan
Degene die alle dingen aan hem onderwierp, opdat God alles
zij voor iedereen."
Wanneer de verheerlijkte Christus Jezus, voor wie elke
knie in hemel en op aarde zich uiteindelijk in onderwerping
zal buigen, om het zo maar te zeggen zelf zijn knie
buigt en zichzelf onderwerpt aan God, is het duidelijk dat
Jezus God niet alleen aanbidt, maar ook dat de aanbidding
die Christus geschonken wordt niet absoluut is.
Jehovah's Getuigen eren de Vader en de Zoon, niet door
ze samen te voegen in dezelfde personage van een onbegrijpelijke
drieënige godheid, maar door Christus te eren en zijn voorbeeld
te volgen, eren we God die Jezus geboorte veroorzaakt heeft
en hem als onze Koning en Redder heeft aangesteld.
|
|
| 39. De NWV vertaalt
het Griekse woord "kurios" (Gr. - heer) in het Nieuwe Testament
meer dan 25 maal met Jehovah. (Matth. 3:3, Luk. 2:9, Joh.
1:23, Hand. 21:14, Rom. 12:19, Kol. 1:10, 1 Thess. 5:2, 1
Petr. 1:25, Openb. 4:8, enz.) Waarom is het woord met "Jehovah"
vertaald terwijl het niet voorkomt in de Griekse tekst? Waarom
is de NWV niet consistent in het vertalen van kurios (kurion)
met Jehovah in Rom. 10:9, 1 Kor. 12:3, Fil. 2:11, 2 Thess.
2:1? En Openb. 22:21 (zie Grieks - Engelse Interlinear)? |
|
|
|
Het is de taak van de vertaler de lezer te helpen om de
verwarring die is ontstaan door het godslasterlijke dogma
van de Drieëenheid op te lossen, met als doel ons te helpen
het onderscheid te zien tussen de Heer Jezus en de Heer
Jehovah. De meeste vertalingen hebben bijgedragen een de
verwarring van de waarheid. De NWV is een waardevol hulpmiddel
geweest die mensen duidelijker de ware relatie die
tussen Jehovah en Jezus bestaat, heeft laten zien.
Indien je wilt weten hoe je een persoonlijk exemplaar
van de Nieuwe Wereldvertaling kunt verkrijgen, klik
hier.
|
|
| 40. De NWV vertaalt
de Griekse woorden "ego eimi" elke keer wanneer het voorkomt
met "ik ben" (Joh. 6:34, 6:41, 8:24, 13:19, 15:5, enz.), behalve
in Johannes 8:58 waar het is vertaald met "was ik". Wat is
de reden voor deze inconsistentie in deze vertaling? Als "ego
eimi" in Johannes 8:58 op dezelfde wijze vertaald was als
in elk ander vers waar het voorkomt, hoe zou Johannes 8:58
dan luiden? Zie Exodus 3:14. |
|
|
|
Als "ego eimi" in Johannes 8:58 in de NWV vertaald zou
zijn met een titel, "Ik Ben," zoals vele vertalingen dat
doen, zou het zich ook schuldig maken aan het weergeven
van een grammaticaal verdraaide en onlogische passage. De
vraag die Jehovah's Getuigen jou stellen is: Waarom zijn
andere vertalingen inconsistent geweest in de vertaling
van "ego eimi"? Eén van de bewijsteksten die je aanhaalde,
luidt in de NIV bijvoorbeeld als volgt: (het is eigenlijk
Johannes 6:35, in plaats van vers 34) "Ik ben
het brood des levens. Wie tot mij komt, zal geen honger
meer krijgen, en wie geloof oefent in mij, zal nooit meer
dorst krijgen."
In dat vers wordt "ego eimi" enkel vertaald als een voornaamwoord
en werkwoord. Welke rechtvaardiging bestaat er daarom voor
de vertaler om dezelfde zinsnede te vertalen alsof het synoniem
is aan de naam van Jehovah, zoals ze hebben gedaan in Johannes
8:58? Er bestaat geen rechtvaardiging.
Als Jezus bedoeld had de titel "Ik Ben" aan te
nemen, had hij zoiets als het volgende gezegd: 'Voordat
Abraham leefde, was ik de Ik Ben.' Zoals het er nu
voor staat, door het omvormen van "zijn" tot een eigennaam
blijft de zin verstoken van een werkwoord voor het voornaamwoord.
Daarom is Johannes 8:58 in de meeste vertalingen regelrechte
brabbeltaal, tenzij je denkt dat Jezus plotseling begon
te spreken in een soort Ebonics. Wanneer de verzonnen titel
"Ik Ben" in Johannes 8:58 eenvoudigweg een andere naam van
God is, moeten we in staat zijn het woord met God of Jehovah
te verwisselen en dezelfde betekenis behouden. Dus, lees
het vers in kwestie eens terwijl je "Ik Ben" vervangt door
God en hoe klinkt het dan? De NIV zou luiden: "Voordat
Abraham geboren was, God.
Je hoeft geen Griekse taalkundige te zijn om in te zien
dat de vertaling van ego eimi met "Ik Ben" een banale
en onhandige poging van Trinitariërs is om een manke leerstelling
op te houden die op zichzelf niet blijft staan. De waarheid
is dat de uitdrukking in kwestie een actie in het verleden
aanduidt en volgens de context werd Jezus ook gevraagd naar
zijn verleden. De NWV is niet de enige vertaling die dit
beseft. De New Living Translation geeft het mooi weer door
te zeggen: "De mensen zeiden, "Gij zijt nog geeneens
vijftig jaar oud. Hoe kunt gij zeggen dat gij Abraham hebt
gezien?" Jezus antwoordde, "De waarheid is, ik bestond
voordat Abraham zelfs maar geboren was!""
Het Wachttorengenootschap
is volledig gerechtvaardigd om ego eimi met "was
ik" te vertalen.
|
|
| 41. In Openbaring 22:12,
13 zegt Jezus Christus, degene die "vlug komt," van zichzelf:
"Ik ben de Alfa en de Ómega, de eerste en de laatste, het
begin en het einde." In Openbaring 1:17, 18 verwijst Jezus,
degene die "een dode [werd], maar zie! ik leef tot in alle
eeuwigheid," naar zichzelf als de eerste en de laatste. Openbaring
21:6 zegt het volgende sprekend over God: "…Ik ben de Alfa
en de Ómega, het begin en het einde." In Jesaja 44:6 en Jesaja
48:12 wordt ook naar God verwezen als de "eerste" en de "laatste."
Hoe kan dit, daar er volgens de definitie van die woorden
slechts één eerste en één laatste kan zijn? |
|
|
|
Zoals in eerdere antwoorden werd aangetoond, delen Jehovah
en Jezus bepaalde titels, ondanks dat er subtiele verschillen
bestaan. Alfa en Omega, het Griekse equivalent van
het Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende titel
die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende
redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat
hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft gehad.
En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid
en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven,
maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn eerstgeboren
en eniggeboren Zoon.
Als zijnde de eerstegeborene Zoon van heel de Schepping
is Jezus uniek onder al Gods zonen, in dat hij het eerste
en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen
door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door bemiddeling
van de Zoon. Dat is ook de reden waarom Jezus de eniggeboren
Zoon van God wordt genoemd. Jezus is ook het eerste schepsel
dat een opstanding uit de dood heeft gekregen tot onsterfelijkheid.
Daarom noemt de Bijbel hem de "eerstgeborene uit de doden."
In Kolossenzen 1:18 zegt Paulus het volgende over Christus:
"Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat
hij in alle dingen de eerste zou worden." Het
volgende vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in
alle dingen de eerste te maken.
Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie
overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook.
Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.
|
|
| 42. Jezus gebruikt
meer dan 50 maal de zinsnede "Voorwaar ik zeg u" in de Bijbel.
In de NWV wordt de komma elke keer achter het woord "u" geplaatst,
behalve in Lukas 23:43, waar de komma achter het woord "heden"
staat. Waarom is de komma in dit vers achter "heden" geplaatst
in plaats van achter "u"? Wanneer de vertaling van deze zinsnede
in Lukas 23:43 consistent was geweest met deze zinsnede in
alle andere verzen waarin het verschijnt (zie concordantie)
en de komma achter het woord "u" was geplaatst, hoe zou het
vers dan luiden? |
|
|
|
Er bestond geen punctuatie in het origineel, dus is het
aan de vertaler om te bepalen hoe het het meest logisch
is. Daar het te maken heeft met de leerstellige zaken omtrent
de natuur van de ziel en de opstanding, hebben de NWV vertalers
de komma achter heden geplaatst, zodat er staat: "Voorwaar,
ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn."
Andere vertalingen plaatsen de komma echter achter "u,"
wat veroorzaakt dat de zin lijkt te zeggen dat Christus
de aan de paal gehangen kwaaddoener belooft dat hij diezelfde
dag in het paradijs zou zijn. Welke vertaling is juist?
De NWV is correct omdat Christus simpelweg niet in het paradijs
kon zijn die dag, noch de dag erna, noch de dag daar weer
na. Jezus stierf die dag. En net zoals Jona drie dagen lang
in de buik van de grote vis was, was Jezus evenzo gedeelten
van drie dagen begraven in de aarde. Sommige vertalingen
zeggen zelfs dat Jezus in de hel was. De meeste redelijke
mensen zullen het waarschijnlijk met elkaar eens zijn dat
er een groot verschil bestaat tussen paradijs en hel.
Daar Jezus de eerstegeborene uit de doden is, is het onmogelijk
dat de aan de paal gehangen kwaaddoener een opstanding kreeg
tot het paradijs voordat Christus weer tot leven kwam. De
waarheid is: de kwaaddoener is nog steeds dood, wachtend
op de stem van de Zoon des mensen die hem tot leven zal
roepen in het paradijs, net zoals Jezus hem die dag
beloofde.
|
|
| 43. Johannes 1:3 zegt
over Christus: "Alle dingen zijn door bemiddeling van hem
ontstaan, en zonder hem is zelfs niet één ding ontstaan."
Hoe kan Christus een geschapen wezen zijn wanneer ALLE dingen
door bemiddeling van hem tot bestaan kwamen? Als Jezus een
geschapen wezen was, zou Jezus, volgens Johannes 1:3, zichzelf
geschapen hebben. |
|
|
|
Trinitarische gelovigen hebben altijd gezegd dat de Drieëenheid
een onverklaarbaar mysterie is en niet uitgelegd kan worden.
We zouden willen dat ze het daarbij zouden laten. Het probleem
is dat ze de speciale relatie tussen Jehovah en Jezus in
termen van de onbegrijpelijke Drieëenheid wel trachten
uit te leggen, en door dit te doen maken ze een zootje van
de waarheid.
De eenvoudige waarheid over God is in het geheel niet
mysterieus. Het is zelfs zo eenvoudig dat een kind dat nog
maar net oud genoeg is om te praten het kan begrijpen. Jehovah
is de Vader. Jezus is zijn Zoon. Zo eenvoudig is het. En
net zoals een goede vader zijn zoon onderwijst en hem een
vaardigheden bijbrengt, en hem uiteindelijk zijn erfenis
geeft, zo is het dat Jehovah zijn eerstgeboren zoon alles
leerde wat er over hemzelf te leren valt en de voormenselijke
Jezus heeft toegerust zodat hij alle andere dingen kon scheppen.
Jezus heeft de troon van God geërfd, niet omdat hij God
zelf is, maar omdat God hem lief heeft als een zoon en hem
goedgunstig alles gegeven heeft.
De Drieëenheid is de slechtste leerstelling die ooit is
bedacht, omdat het ons ervan weerhoudt de grote liefde die
bestaat tussen Jehovah en Jezus werkelijk te waarderen.
De Drieëenheid is duidelijk een middel van Satan de Duivel,
omdat de ongelukkige ziel die gelooft in de absurde bewering
dat Jezus God is geen basis heeft om de fundamentele reden
te begrijpen waarom Jezus zijn leven überhaupt offerde.
De strijdvraag die de Duivel opwierp in Eden en later
in het boek van Job, zette vraagtekens bij de oprechtheid
van de aanbidding van al Gods schepselen. Satan daagde God
ten aanzien van de gehele Schepping als het ware uit dat
niemand God aanbad omdat ze hem liefhadden, maar alleen
omdat God allerlei goede dingen gaf aan zijn kinderen. De
strijdvraag was niet of God zélf liefhad, maar of zijn intelligente
Schpepping hem liefhad.
En daar komt Jezus in beeld. Hij verliet zijn bevoorrechte
positie in de hemel om voor de Duivel te staan in antwoord
op zijn uitdaging. Daarom verdeed de Duivel zijn tijd niet
om hem vlak na zijn doop tot Messias nog te beproeven. De
schrift zegt dat God niet beproefd kan worden. Satan wist
dat ongetwijfeld. Maar, de Duivel wist dat Jezus te verleiden
was. Daarom deed hij een verleidelijk aanbod om hem alle
koninkrijken van de wereld de geven voor één enkele daad
van aanbidding. Paulus schreef aan de Hebreeën dat Jezus
in elk opzicht beproefd was.
Wil Jezus' geloof en gehoorzaamheid enige betekenis hebben,
dan moest het mogelijk voor hem zijn ontrouw en ongehoorzaam
te zijn aan God. De reden waarom God Jezus beloonde is omdat
hij de juiste beslissing nam.
|
|
| 44. Als de grote schare
eeuwig leven op een paradijsAARDE zal krijgen, waarom zegt
1 Thess. 4:17 dan: "…wij, de levenden, die overblijven, te
zamen met hen in wolken worden weggerukt, DE HEER TEGEMOET
IN DE LUCHT; en aldus zullen wij altijd met de Heer zijn"?
|
|
|
| Het voorgaande vers zegt: "zij die dood
zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan."
De uitdrukking "in eendracht met Christus" verwijst
specifiek naar degenen die wedergeboren zonen van God zijn;
oftewel geestelijke broeders van Christus. Zij ontvangen datgene
wat de Bijbel de eerste opstanding noemt. Het spreekt
voor zich dat wanneer er een eerste opstanding is, er daarna
ook een tweede opstanding moet zijn. En, inderdaad zei Jezus
dat een ieder in de herinneringsgraven uiteindelijk
zijn stem zullen horen en terug zullen keren tot het land
der levenden. |
|
| 45. Als Christenen
ter wille van Jehovah's naam worden vervolgd, waarom zei Jezus
de vroegere Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter
wille van zijn (Jezus') naam, in plaats van Jehovah's? |
|
|
| De naam van Jezus is onlosmakelijk verbonden
met de naam van Jehovah. De naam betekent letterlijk "Jehovah
is redding." Ook is het niet enkel de naam van Jezus,
maar de naam is ook de autoriteit van God gaan vertegenwoordigen.
Jehovah's Getuigen zijn bijvoorbeeld wereldwijd vervolgd in
moderne tijden, omdat we Christus navolgen door te trachten
'geen deel van de wereld' te zijn. Andere zogenoemde Christenen
hebben vrijwillig de bloederige oorlogen van de wereld ondersteund
en hebben zodoende voorkomen dat ze vervolgd werden. In ons
geval kan er daarom worden gezegd, daar we Christus' voorbeeld
navolgen, dat Jehovah's Getuigen worden vervolgd ter wille
van Christus' naam. |
|
| 46. Naar wie verwijst
Mattheüs in Mattheüs 1:23 die de naam heeft gekregen die betekent
"Met Ons is God"? |
|
|
|
En moeten we nu veronderstellen dat dat betekent dat Jezus
God was? Hoe kunnen we dan het feit verklaren dat de Bijbel
eenvoudig zegt dat niemand God ooit heeft gezien? De Lutherse
vertaling zegt: "Niemand heeft ooit God gezien: de eengeboren
Zoon, die in des Vaders schoot is, die heeft hem ons verkondigd."
De uitdrukking "met ons is God" zou ons niet in verwarring
moeten brengen. Het is feitelijk een heel algemeen iets
om iemand Gods zegen te wensen door zoiets te zeggen als
'Moge God met je zijn.' Het Spaanse woord om gedag te zeggen,
"adios," betekent letterlijk 'ga met God.' Geen enkel
helder persoon verwart zo iemand met God zelf. Er kon van
Jehovah worden gezegd dat hij in de persoon van Jezus met
de Joden was, omdat alles wat Jezus deed in vertegenwoordiging
van zijn Vader was. Hebreeën 1:3 zegt zelfs dat Jezus de
"nauwkeurige afdruk" van de Vader was. Een afdruk
is niet hetzelfde als het origineel, maar een nauwkeurige
afdruk is zo goed als het origineel. Daarom zei
Jezus dat "wie mij heeft gezien, heeft ook de Vader gezien,"
omdat hij in alle opzichten net als Jehovah was - 'een aardje
naar zijn vaartje' - zoals de uitdrukking zegt.
|
|
| 47. De Bijbel zegt
dat ALLEEN God onze redder is. Hoe kan het dan dat de Bijbel
herhaaldelijk zegt dat Jezus Christus onze redder is? |
|
|
|
De Bijbel spreekt in werkelijkheid over vele redders. Rechters
3:15 zegt bijvoorbeeld: "Toen riepen de zonen van Israël
tot Jehovah om hulp. Jehovah verwekte hun derhalve een redder,
Ehud, de zoon van Gera, een Benjaminiet, een man die linkshandig
was." In 1 Samuël 23:5 wordt ook Daniël een redder genoemd:
"Bijgevolg trok David met zijn mannen naar Kehila en
streed tegen de Filistijnen, en hij voerde hun vee weg maar
richtte onder hen een grote slachting aan; en David werd
de redder van de inwoners van Kehila."
De profetie van Obadja spreekt in het 21ste vers ook over
Christus' mede-koningen als zijnde redders: "En redders
zullen stellig de berg Sion bestijgen, om het bergland van
Esau te oordelen; en het koningschap moet van Jehovah worden."
Jesaja 19:20 is een profetie die verband houdt met Gods
definitieve oordeel en legt uit hoe Christus onze redder
wordt. Er staat: "En het moet tot een teken en tot een
getuige voor Jehovah der legerscharen blijken te zijn in
het land Egypte; want zij zullen luid tot Jehovah roepen
wegens de verdrukkers, en hij zal hun een redder
zenden, ja, een groot redder, die hen werkelijk zal bevrijden."
Net zoals Jehovah de vroegere Hebreeën voorzag in redders,
heeft hij Jezus Christus gegeven als middel voor onze redding.
Om de rol die Christus speelt als redder beter te begrijpen,
moeten we enkel het Evangelie lezen en opmerken hoe vaak
Jezus zei dat zijn Vader hem gezonden had en hij
niets uit zichzelf deed, maar enkel wat hij de Vader had
zien doen. Jezus is een redder, omdat Jehovah, de ultieme
Redder, zijn Zoon als zodanig gegeven heeft.
Voor meer over datgene wat Jehovah's Getuigen leren over
Christus als onze Redder, klik
hier.
|
|
| 48. Met betrekking
tot Jesaja 14:9-17: wanneer er geen bewustzijn is na de dood,
hoe kan Sjeool dan "…in beroering komen ten einde u bij uw
aankomst tegemoet te gaan…" (vers 9), hoe kunnen de zielen
in Sjeool "…aanheffen en tot u zeggen…" (vers 10, 11), hoe
kunnen de zielen in Sjeool "die u zien, zullen u zelfs aanstaren;
zij zullen u zelfs goed bekijken [en zeggen:] 'Is dit de man'…"
(vers 16, 17) en hoe zou je je er bewust van kunnen zijn dat
dit gebeurt? |
|
|
| De vragensteller verkeert in de luxe positie
om vragen te stellen zonder te hoeven antwoorden. Maar, hier
is een vraag voor jou: Als het meer van vuur een letterlijk
plaats van helse, eeuwige marteling is, zoals je aanneemt,
hoe kan het dan dat de onderaardse verblijfplaats van de dode
koningen van de aarde vergeleken wordt met een rustbed van
maden en wormen? Worden de koningen gepijnigd in onblusbare
vlammen of rotten ze weg in wormenland, wat is het? Verder,
wanneer je de beeldspraak van lijken die de koning van Baylon
welkom heten letterlijk neemt, moet je ook het 13de vers letterlijk
nemen waar wordt beschreven dat de hoogmoedige koning zichzelf
boven de sterren van God zelf verheft. Kun je uitleggen hoe
de vroegere koning van Babylon het klaarblijkelijk voor elkaar
kreeg interstellair te reizen? |
|
| 49. Hebreeën 3:1 verwijst
naar "heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping."
In Markus 3:35 zegt Jezus: "Al wie de wil van God doet, die
is mijn broer…" Volgens de Bijbel is daarom een ieder die
de wil van God doet een broeder van Christus en een deelnemer
aan de hemelse roeping. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap
leert dat enkel 144.000 personen naar de hemel gaan? |
|
|
| Volgens de gehele Bijbel, en niet
slechts een geïsoleerde zinsnede, zijn de broeders van Christus
tevens zonen van God en medeërfgenamen met Christus
voor een koninkrijk. De Bijbel noemt de broeders van Christus
de heiligen. Daniël onthult dat het Jehovah's voornemen is
de heiligen een aandeel te geven in de hemelse koninkrijksregering
van de Messias. Openbaring wijst erop dat er slechts 144.000
uitverkoren zijn om met Christus te regeren. Maar, anderen
die Christus aannemen, zullen uiteindelijk ook als kinderen
van God worden aangenomen. Zij zullen voor altijd op de aarde
leven. |
|
| 50. Hebreeën 11:16
spreekt over enkele getrouwe personen in het Oude Testament
(Abel, Noach, Abraham, enz.) en zegt: "Maar nu trachten zij
een betere [plaats] te verkrijgen, namelijk een die tot de
hemel behoort…" en "…hun God te worden aangeroepen, want hij
heeft een stad voor hen gereedgemaakt." De voetnoot bij het
woord "stad" verwijst naar het HEMELSE Jeruzalem uit Hebreeën
12:22 en Openbaring 21:2. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap
leert dat de enige personen die naar de hemel gaan de 144.00
met de geest gezalfden zijn die geleefd hebben nadat Christus
gestorven is? |
|
|
| Het antwoord is: Gods symbolische hemelse
stad daalt neer tot hen - zij stijgen er niet naar
op. Daarom bestaat één van de laatste beschrijvingen in
de Bijbel uit een afschildering van de geweldige stad van
het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt tot
de aarde. |
|
| 51. In Lukas 24:36-39
en Johannes 20:26, 27 liet Jezus zijn dicipelen de wonden
in zijn lichaam zien als bewijs van zijn opstanding. Als Jezus'
lichaam door God was vernietigd na zijn dood, hoe kon Jezus
zijn dicipelen dan zijn lichaam met de wonden in zijn handen,
voeten en zij laten zien en beweren dat hij niet slechts een
geest was, "want een geest heeft geen vlees en beenderen,
zoals gij aanschouwt dat ik heb" (Lukas 24:39)? |
|
|
|
De Bijbel zegt duidelijk dat Jezus in het vlees ter dood
is gebracht, maar levend gemaakt is in de geest. De apostelen
konden toen echter niet de hemelse, geestelijke natuur van
Gods koninkrijk begrijpen. Ze dachten in fysieke termen
- net als jij.
De apostelen zouden nooit begrepen hebben dat Jezus naar
de hemel was gegaan, tenzij hij zich eerst voor hen materialiseerde,
zichzelf ommantelend met vlees om hen ervan te overtuigen
dat hij leefde en daarna in hun zicht op te stijgen naar
de hemel. Lang nadat Jezus teruggekeerd was naar de hemel
verscheen hij echter aan Paulus. In die ontmoeting was Jezus
absoluut niet menselijk. Hij was een geest, glansrijker
als de zon. Paulus was zelfs drie dagen blind als gevolg
van de ontmoeting die hij met Christus had op de weg naar
Damaskus.
Jezus verscheen na zijn opstanding bij vele gelegenheden
aan zijn dicipelen. Elke keer verscheen hij in een ander
lichaam, dat niet werd herkend door de dicipelen. Elke keer
moesten de dicipelen Christus herkennen door het hetgeen
hij zei in plaats van zijn aangezicht. Jehovah dwong
hen in geestelijke termen te denken in plaats van vleselijke.
De enige uitzondering was toen Jezus verscheen waarbij hij
de wonden van zijn executie droeg, wat specifiek werd gedaan
om Thomas te confronteren, die daarvoor had gezegd dat hij
het bewijs van Christus' opstanding nooit zou geloven, tenzij
hij persoonlijk zijn wonden had gevoeld.
|
|
| 52. Als Christus door
God geschapen was en de wijsheid van God was (Spreuken 8:1-4,
12, 22-31), zou God, voordat Jezus geschapen was, geen wijsheid
hebben gehad. Hoe is het mogelijk dat God ooit zonder wijsheid
zou zijn? |
|
|
|
Er bestaat een Engels gezegde dat luidt: Wanneer een boom
in een bos omvalt terwijl er niemand aanwezig is, maakt
het dan enig geluid?
Het punt is: we kunnen aannemen dat het een donderend
geluid maakt, maar wanneer er niemand is om het te horen,
kan het dan bewezen worden en doet het er werkelijk toe?
In dezelfde lijn, wanneer God een eeuwigheid in complete
eenzaamheid leefde voordat hij Schepper werd, wie zou zijn
wijsheid hebben gewaardeerd? Net zoals de boom in een bos
valt zonder dat er iemand aanwezig is, wat maakt het uit?
Jezus wordt terecht het begin van Gods werken van weleer
genoemd, omdat hij de eerste schepping was die de wijsheid
die God inherent bezit, kon waarderen.
|
|
| 53. Openbaring 7:11
zegt dat "voor de troon" in de hemel is waar "alle engelen
stonden". Openbaring 14:2, 3 zegt: "En ik hoorde een geluid
uit de hemel…En zij zingen als het ware een nieuw lied vóór
de troon…" Openbaring 7:9 zegt: "…zie! een grote schare…staande
voor de troon…" Openbaring 7:14, 15 zegt: "…Dezen zijn het
die uit de grote verdrukking komen…Daarom zijn zij voor de
troon van God…" Daarom, als "voor de troon" in de hemel betekent
en de "grote schare" "voor de troon" is, waar bevindt de grote
schare zich dan? |
|
|
|
Voor God staan, of voor Gods troon staan, is een vrij algemene
uitdrukking in de Bijbel. Er hoeft niet noodzakelijkerwijs
aangenomen te worden dat het betekent dat de persoon letterlijk
voor Gods tegenwoordigheid staat in de hemel.
Eén voorbeeld kan worden gevonden in Exodus 16:9, waar
staat: "Voorts zei Mozes tot Aäron: "Zeg tot de gehele
vergadering van de zonen van Israël: 'Nadert voor
Jehovah, want hij heeft uw murmureringen gehoord.'""
Het is natuurlijk duidelijk dat het gehele Israëlische
kamp niet naar de hemel werd opgeheven om "voor Jehovah
te naderen."
In Numeri 5:30 zegt de wet dat een vrouw die beschuldigd
werd van ontrouw "voor het aangezicht van Jehovah"
moest staan, zodat God haar schuldig of onschuldig kon oordelen.
De Hebreeën drukten zichzelf uit in letterlijke termen,
net zoals vele vroegere personen. En veel van die uitdrukkingen
staan in de Bijbel. Maar dat betekent niet dat we een letterlijke
uitdrukking ook altijd letterlijk moeten opvatten. Dat de
grote schare voor de troon staat betekent eenvoudig dat
zij een gunstig oordeel van Gods troon van Oordeel ontvangen.
In betekenis is het gelijk aan hetgeen Christus zei in Lukas
21:36, waar staat: "Blijft dan wakker, te allen tijde
smekend dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze
dingen die stellig gaan geschieden, en te staan voor het
aangezicht van de Zoon des mensen." In die context betekent
"staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen"
eenvoudig zijn zegen te hebben om de vernietiging van de
wereld te ontvluchten. Psalm 1:5 zegt in tegenstelling daarmee
dat "de goddelozen geen stand [zullen] houden
in het oordeel, noch zondaars in de vergadering der rechtvaardigen."
|
|
| 54. Hoe kunnen Abraham,
Isaak en Jakob in Lukas 20:37, 38 "allen voor hem (God)
leven," daar zij allemaal honderden jaren voordat Jezus
dit zei gestorven waren? |
|
|
|
Dat zullen de Sadduceeën zichzelf ook hebben afgevraagd.
De Sadduceeën geloofden niet in de opstanding van de doden
en daarom ondervroegen ze Jezus erover. De kwestie was niet
of de mens een onsterfelijke ziel had, maar of de doden
in de toekomst ooit weer zouden leven. Daarom vroegen de
Sadduceeën: "Wie van hen wordt zij dientengevolge in
de opstanding de vrouw?"
Jezus legde uit dat zij uit de doden worden opgewekt,
omdat het voor God is alsof ze nooit gestorven zijn,
omdat ze leven in zijn herinnering. Daar gaat het om. Het
14de hoofdstuk van Job beschrijft de volslagen onbeduidendheid
van de dood, maar in vers 15 zei Job dat God een vurig verlangen
zal hebben naar zijn dode scheppingen. Als God vurig verlangt
de doden weer te zien, betekent dit dat ze nog steeds leven
in zijn herinnering.
In het verslag van Mattheüs zei Jezus de Sadduceeën dat
ze noch de Schriften, noch de kracht van God kenden. We
moeten hetzelfde concluderen met betrekking tot degenen
die de Schriften verdraaien om onlogische leerstellingen
zoals de onsterfelijke ziel te ondersteunen. Jehovah's Getuigen
onderwijzen de waarheid omtrent de dood en de opstanding.
|
|
| 55. Als de ziel sterft
wanneer het lichaam sterft, hoe kunnen de "zielen"
uit Openbaring 6:9-11, die "geslacht" waren (m.a.w.:
gedood), dan "met een luide stem" uitroepen: 'Tot
wanneer, Soevereine Heer
"? |
|
|
|
Dit zijn vragen die ontstaan in een geest die metaforen
niet kan begrijpen. Hoe moeten we Genesis 4:10 begrijpen,
waar God tot Kaïn zei nadat hij zijn broer had vermoord:
"Luister! Het bloed van uw broer roept luid tot mij van
de aardbodem." Moeten we veronderstellen dat de rode
bloedcellen capaciteiten bezitten waar we niet vanaf weten
of dat bloed in stilte met God kan communiceren? Is het
redelijkerwijs niet een eenvoudige beschrijvende manier
om te zeggen dat Abels vergoten bloed vereiste dat God recht
sprak ik zijn zaak door zijn moord te wreken?
Daar dat duidelijk het geval is, Openbaring 6:9 gebruikt
zo'n zelfde soort zinspeling om te symboliseren hoe Jehovah
uiteindelijk de dood van zijn gezalfde zonen in de oorlog
van Armageddon zal wreken.
|
|
| 56. In Mattheüs 28:19
zegt Jezus zijn dicipelen om "mensen uit alle natiën…in de
naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"
te dopen. Waarom zouden de dicipelen geïnstrueerd worden te
dopen in de naam van iemand of iets dat geen God is? Volgen
Jehovah's Getuigen het gebod van Jezus en dopen ze "in de
naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"?
|
|
|
| Ja, dat doen we. We kennen de naam van de
Vader, Jehovah; en zijn Zoon, Jezus, maar hoe luidt volgens
jou de naam van de heilige geest? |
|
| 57. Als de menselijke
ziel de persoon IS, hoe kan de ziel dan van een persoon uitgaan
(Genesis 35:18) of terugkeren in een persoon (1 Koningen 17:21)?
|
|
|
| Ziel wordt niet strikt gedefiniëerd als
doelend op het individu. Soms betekent ziel het leven dat
een persoon bezit. In die teksten betekent het uitgaan van
de ziel dat het leven van hen uitging zodat ze stierven. Klik
hier voor meer. |
|
| 58. Het Wachttorengenootschap
leert dat de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden.
Hoe kan het daarom zijn dat God in Jesaja 51:6 zegt: "…en
als een kleed zal de aarde zelf verslijten, en haar bewoners
zelf zullen sterven als louter een mug…", en dat Jezus in
Mattheüs 24:35 zegt: "Hemel en aarde zullen voorbijgaan…",
en dat Johannes in Openbaring 21:1 zegt dat hij het volgende
zag: "…En ik zag een nieuwe hemel en een NIEUWE aarde; want
de VROEGERE hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan,
en de zee is NIET MEER?" |
|
|
| Jehovah vergeleek zijn almacht met de relatieve
broze en vergankelijke natuur van de wereld. De Bijbel gebruikt
het symbolisme van een nieuwe hemel en nieuwe aarde om de
volledigheid van de nieuwe wereld van Gods makelij te beschrijven.
De vroegere hemelen zijn de demonische vorsten en hun aardse
regeringen waaronder we nu leven. De vroegere aarde
is de huidige verdorven beschaving. De nieuwe hemelen
vertegenwoordigen Christus en zijn 144.000 medekoningen die
zullen regeren over een nieuwe aardse maatschappij. Dit blijkt
uit de manier waarop Jehovah de uitdrukkingen nieuwe hemelen
en nieuwe aarde gebruikte om het herstelde land van
Israël te beschrijven. God schiep geen nieuw universum en
planeet voor de gerepatrieerde Joden. Hij gaf hen enkel een
frisse start in hun voormalige thuisland. Klik
hier voor meer. |
|
| 59. In verwijzing naar
Lukas 12:4-5; wat zou er na het vermoorden van een persoon
overblijven dat in Gehenna geworpen zou kunnen worden? |
|
|
| Hun hoop op het wederom leven in de toekomst. |
|
| 60. Naar wie of wat
verwijst de geest van Christus? In Gal. 4:6, hoe is het mogelijk
dat de geest van Christus in ons hart kan komen? Hoe is het
mogelijk dat de geest van CHRISTUS in iemand kan huizen? Als
datgene wat het Wachttorengenootschap leert waar is, hoe kon
Paulus deze bewering dan doen wanneer Christus een geestelijke
persoon was die in de hemel woont? |
|
|
| Ik weet niet zeker of ik deze vraag begrijp,
omdat hij onduidelijk verwoord is. Beweer je dat Christus
letterlijk in zijn dicipelen woont? Is dat hetgeen
je gelooft? Bestaat er een soort van mini-Jezus die in de
lichamen van "gelovigen" woont? Wanneer je dat gelooft, waarom
is het voor jou dan noodzakelijk ceremoniële wijn en brood
te eten om het tot het vlees en bloed van Christus te laten
transformeren, wanneer hij reeds fysiek in je woont?
Het is redelijker dat geestelijk ingestelde personen de houding
en gezindheid van Jezus in hun leven weerspiegelen. Door Christus'
persoonlijkheid te weerspiegelen, kan er van Christus worden
gezegd dat hij in de harten van zulke personen woont. |
|
| 61. In Johannes 8:56
zegt Jezus: "Abraham, uw vader, verheugde zich zeer over het
vooruitzicht mijn dag te zien, en hij heeft hem gezien en
zich verheugd." Daar Abraham honderden jaren voordat Jezus
dit zei gestorven was, hoe kon Jezus dan zeggen dat Abraham
"hem heeft gezien en zich verheugd" heeft, wanneer er geen
bewustzijn is na de dood? |
|
|
|
Abraham "zag" Christus' dag in dat hij de vervulling van
Gods belofte om een zoon voort te brengen meemaakte. Zoals
je weet beloofde Jehovah aan Abraham dat Sara een zoon zou
baren, ondanks dat ze de leeftijd waarop ze kinderen zou
kunnen krijgen reeds lang gepasseerd was. Maar, God hield
zijn woord en gaf hem op wonderbaarlijke wijze Isaäk. Jezus'
geboorte was evenzo een wonder van God. Het was daarom dezelfde
wonderbaarlijk werkende God die Jezus voortbracht, die eerst
de geboorte van Isaäk veroorzaakte. In die betekenis zag
Abraham Christus' dag in dat hij verheuging had in de wonderbaarlijke
geboorte van de erfgenaam van Christus.
En niet alleen dat, maar Abraham "zag" Christus' dag door
te trachten zijn eniggeboren zoon van Sara te offeren. In
dat opzicht zei Paulus dat Abraham een profetisch drama
opvoerde, wat een duidelijk voorafschaduwing was van Jehovah
die zijn eniggeboren Zoon offerde.
|
|
| 62. In Johannes 6:51
zegt Jezus dat een persoon "van dit brood" moet eten om "eeuwig
te leven," en dat "het brood dat ik zal geven IS mijn vlees."
In Johannes 6:53 zegt Jezus: "…Indien gij het vlees van de
Zoon des mensen niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij
geen leven in uzelf." In Johannes 6:54, 55 zegt Jezus: "Wie
zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig
leven…" en "…want mijn vlees is waar voedsel en mijn bloed
is ware drank." Neem je deel aan het vlees van Christus, zoals
Jezus gebood, zodat je leven in jezelf hebt en voor eeuwig
kunt leven? |
|
|
| Ja. We geloven echter dat dit een geestelijke
betekenis heeft. |
|
| 63. In Handelingen
17:31 zegt Paulus: "Want hij heeft een dag vastgesteld waarop
hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid te
oordelen door een MAN die hij heeft aangesteld, en hij heeft
alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem uit de
doden heeft opgewekt." Geloofde Paulus dat de toekomstige
rechter van de wereld, Jezus Christus, een onsterfelijke MAN
of een onzichtbaar geestelijk schepsel zou zijn? |
|
|
| Paulus kende Christus persoonlijk als een
onzichtbare machtige geest. Echter, hij verwees naar Jezus
als een man omdat Jezus, zoals duidelijk moge zijn, eens een
man was, en als gevolg van zijn getrouwheid als
een man beloonde God hem door hem tot hemelse koning te
maken. Anders gezegd: ondanks dat Jezus niet nog steeds
een man is, kwalificeerde zijn loopbaan als man hem
als oordeler van de mensheid, in die zin is het dus passend
om over hem als een man te spreken. |
|
| 64. Het WTG leert dat
Abraham, Isaäk en Jakob niet met Christus in zijn hemelse
koninkrijk zullen wonen. Hoe leg je Mattheüs 8:11 dan uit,
waar Jezus zegt: "Ik zeg u echter dat velen uit oostelijke
en westelijke streken zullen komen en met Abraham en Isaäk
en Jakob aan tafel zullen aanliggen in het koninkrijk der
hemelen?" |
|
|
|
De tafel van Abraham is een verwijzing naar het koninkrijk
van God. Dit is het gevolg van het feit dat het verbond
dat Jehovah oorspronkelijk sloot met Abraham uiteindelijk
het messiaanse koninkrijk zal voortbrengen. Paulus sprak
de niet-Joodse gezalfde zonen van God bijvoorbeeld aan met
het werkelijk zaad van Abraham. Galaten 3:26-29 luidt: "In
werkelijkheid zijt gij allen zonen van God door middel van
uw geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus
werdt gedoopt, hebt Christus aangedaan. Er is noch jood
noch Griek, er is noch slaaf noch vrije, er is noch man
noch vrouw, want gij zijt allen één persoon in eendracht
met Christus Jezus. Bovendien, wanneer gij Christus toebehoort,
zijt gij werkelijk Abrahams zaad, erfgenamen met
betrekking tot een belofte."
De belofte waarnaar Paulus verwijst, is de belofte die
God deed aan Abraham aangaande zijn zaad dat een zegening
zou worden voor mensen uit alle natiën. In die zin is Abraham,
ondanks dat hij niet feitelijk in het koninkrijk is, er
zeker een passend symbool voor.
|
|
| 65. Elke Christen zal
beamen dat we de geboden van God dienen op te volgen. In Markus
9:7 gebied God de Vader dat we luisteren naar Jezus. Volg
je dit gebod en luister je naar Jezus? Jezus stierf ten slotte
voor je persoonlijke zonden (1 Johannes 2:2, 1 Petrus 2:24).
Jezus zegt ons rechtstreeks tot hem te komen (Mattheüs 11:28-30),
en de Vader gebood ons naar Jezus te luisteren. Waarom? Omdat
JEZUS ons eeuwig leven geeft (Johannes 10:28), en zodat JEZUS
in ons huis zal komen en ons het recht zal geven op zijn troon
te zitten (Openbaring 3:20, 21). Bid je tot Jezus zoals Paulus
en de vroegere Christenen deden (1 Korinthiërs 1:2)? Neem
je deel aan het vlees van Christus, zoals Jezus gebood (Johannes
6:51)? Zo niet, volg je dan het gebod van de Vader op die
zei: "Luister naar hem"? |
|
|
|
Jezus vroeg zijn dicipelen bij herhaling of ze begrepen
wat hij tegen ze zei. Dat deden ze vaak niet. En degenen
die niet bij zijn intieme dicipelen behoorden, begrepen
de betekenis van Jezus' onderwijzingen absoluut niet. En,
erger nog, Jezus beschreef de religieuze leiders uit die
tijd als nutteloze blinde gidsen.
Sinds die tijd is er in werkelijkheid niets veranderd.
Hedendaagse personen zijn evenzo het slachtoffer geworden
van blinde religieuze leiders. Geestelijke blindheid is
nog steeds vrijwel alom aanwezig in onze hedendaagse wereld.
De fundamentele leerstellingen uit de Bijbel zijn niet moeilijk
te begrijpen, maar de theologen van de Christenheid hebben
Christus' leerstellingen samengesmolten met Babylonische
mysteries en het resultaat is dat ze mensen ervan weerhouden
hebben de waarheid van God te kennen. Net zoals Jezus over
de Farizeeën zei, zullen de hedendaagse geestelijken het
koninkrijk niet binnengaan en staan ze in de weg van degenen
die het wel willen. Geestelijke blindheid is zo moeilijk
te genezen, omdat de meeste mensen die een klein beetje
bekend zijn met de Bijbel zich indenken dat ze geestelijk
verlicht zijn. Het is zoals Jezus in de Bergrede op de Berg
zei: "Indien het licht dat in u is, in werkelijkheid
duisternis is, hoe groot is dan die duisternis!"
|
| |
|
Tot slot:
|
| |
|
Zoals blijkt uit deze 65 Vragen, bestaat er een ontstellende
onwetendheid aangaande de leerstellingen van de Bijbel en
Jehovah's Getuigen.
Ik waardeer de mogelijkheid om oprechte waarheidzoekers
te helpen de waarheid over Jehovah, Jezus en Jehovah's Getuigen
te leren kennen.
|
|
|
|
|