Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 14 t/m 20 September 2003


 
Tweede en Laatste deel van de Antwoorden op de
"65 Vragen om Aan Jehovah's Getuigen te Stellen."
 

21. Waar bevindt de grote schare zich volgens Openbaring 19:1?


Het vers in kwestie luidt: "Na deze dingen hoorde ik iets dat was als een luide stem van een grote schare in de hemel. Zij zeiden: "Looft Jah! De redding en de heerlijkheid en de kracht behoren aan onze God, want zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.""

De uitdrukking "grote schare," of grote menigte zoals sommige vertalingen het verwoorden, verwijst niet altijd naar de specifieke grote schare die in Openbaring 7:9 wordt genoemd. De evangelieverslagen zeggen bijvoorbeeld dat bij één gelegenheid een grote schare mensen Jezus volgde. In dezelfde stijl is de grote schare uit Openbaring 19:1 kennelijk een menigte van engelen en niet dezelfde grote schare die wordt beschreven als overlevers van de grote verdrukking

Het is interessant dat er bij Jezus' geboorte een grote schare van engelen verscheen aan de herders die God lof toezongen. De Lutherse Vertaling verslaat die gebeurtenis door te zeggen: "En terstond was bij den Engel de menigte der hemelse heirscharen, die God loofden." Het is dus niet zonder precedent dat Openbaring 19:1 naar een grote menigte engelen verwijst die God lof toebedeelt.

Wanneer we hierover verder redeneren, de grote schare van 19:1 wordt in het 3de vers beschreven waarbij ze "Hallelujah" roepen. Letterlijk betekent die uitdrukking: "Looft Jah, gij volk!" Wanneer de gehele mensheid uiteindelijk tot de hemel wordt opgewekt, zoals velen verkeerd veronderstellen, waarom geeft de grote schare in de hemel het volk dan het gebod Jah te loven? Verder, als de aarde onbevolkt zou zijn na Gods oordeel, waarom zegt Openbaring 20:7-9 dan dat Satan aan het eind van Christus' duizendjarige regering vrijgelaten wordt uit de afgrond om een aanval op de heiligen te doen die aan de vier hoeken van de aarde zijn? Wie leven er dan op aarde wanneer iedereen in de hemel zou zijn?

Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent Gods voornemen om een grote schare het einde van de wereld te laten overleven en letterlijk de aarde te beërven. Voor meer, klik hier.



22. Als de Heilige Geest Gods onpersoonlijke werkzame kracht is, hoe kan hij dan: "hij" en "hem" worden genoemd in Joh. 16:7, 8 en Joh. 16:13, 14; getuigenis afleggen (Joh. 15:26); zich gegriefd voelen (Jes. 63:10); gelasterd worden (Mark. 3:29); dingen zeggen (Ezech. 3:24; Hand. 8:29, 10:19, 11:12 en Hebr. 10:15-17); verlangen (Gal. 5:17); woedend zijn (Hebr. 10:29); zoeken (1 Kor. 2:10); troosten (Hand. 9:31); geliefd worden (Rom. 15:30); voorgelogen worden en God zijn (Hand. 5:3, 4)?


Evenals bij voorgaande vragen, wanneer we Gods Woord met intelligentie benaderen, moeten we erkennen dat niet alle dingen letterlijk genomen moeten worden. Deuteronomium 32:5 geeft God bijvoorbeeld de titel "De Rots." Moeten we dan concluderen dat God een inerte mineraal is? Of, wat te denken van Hebreeën 12:29 waar wordt gezegd dat "onze God ook een verterend vuur [is]," moeten we ons dan indenken dat God een soort van superheet plasma is? Nadenkende personen erkennen dat de Schriften tot ons spreken in vergelijkingen. We kunnen dus het begrip bevatten dat God als een rots is, of op bepaalde manieren als een verterend vuur is.

Om die reden maakt de Bijbel ook gebruik van een algemeen literair middel dat bekend staat als personificatie. Dat betekent dat dingen en zelfs ongrijpbare begrippen soms worden voorgesteld als personen. Hier volgen een paar voorbeelden: Toen Jehovah Kaïn probeerde te waarschuwen voor de ernstige morele gevaren die hij liep, personifiëerde God zonde door te zeggen dat het op de loer lag bij de ingang, alsof het ernaar hunkerde zich plotseling op Kaïn te storten. Of, een ander voorbeeld: de Spreuken zeggen dat luiheid in de hand zal werken dat armoede over ons komt als een gewapend man. Nog één voorbeeld: Paulus verwees naar dood als regerend als koning over de mensheid. Dit zijn bijbelse voorbeelden van personificatie.

God leeft in de hemel, toch is hij in staat om door zijn dynamische werkzame kracht zijn controle over de uithoeken van het universum alsook onze kleine aarde uit te spreiden. Omdat de heilige geest van God afkomstig is en zorgt dat zijn Wil wordt gedaan, in overeenkomst is met Gods eigen karakter, altijd tot zijn dienst is en zelfs voor hem spreekt, is het volledig passend dat Gods werkzame kracht soms gepersonifiëerd wordt.

Er zijn echter andere gevallen waarbij er met een "het" wordt verwezen naar Gods geest. 1 Korinthiërs 12:11 zegt bijvoorbeeld: "Maar al deze werkingen worden door een en dezelfde geest tot stand gebracht, die aan een ieder respectievelijk uitdeelt zoals hij het wil." (In het Engels staat in deze tekst het woordje 'it' ('het') in plaats van "hij." Wegens Nederlandse grammatica is het in het Nederlands echter nodig "hij" te schrijven. Het griekse woord voor "geest" (pneuma) wat hier wordt gebruikt, is echter onzijdig - vertalers) Als de heilige geest een persoon zou zijn, zou het ongepast zijn naar hem te verwijzen als een "het." Naar Jehovah en Jezus wordt nooit op die wijze verwezen, maar naar de geest wel. Verreweg de meeste verwijzingen in de Bijbel naar de heilige geest zijn onpersoonlijk.

Voor meer over wat de heilige geest is, klik hier.



23. Wat is de juiste spelling van Gods eigennaam, "Yahweh" of "Jehovah"? Wanneer Jehovah's Getuigen volhouden dat "Yahweh" juister is, waarom spellen ze het dan verkeerd als "Jehovah"? Als de naam van God zo belangrijk is, zou je het dan niet alleen juist moeten uitspreken, maar ook juist moeten spellen?


De uitspraak van Gods eigennaam is natuurlijk afhankelijk van de taal waarin hij uitgesproken wordt. Maar, we kunnen er vrijwel zeker van zijn dat de goddelijke naam oorspronkelijk in drie lettergrepen werd uitgesproken en niet twee, zoals in Yah-weh. Hett is een gevolg van het feit dat Hebreeuws alleen met gebruik van medeklinkers en zonder klinkers geschreven werd, ongeveer gelijk aan onze hedendaagse manier van afkorten, waarbij de Hebreeuwse lezer de juiste klinkers zelf aanvulde om het woord te completeren. Al het Hebreeuws werd zo geschreven en niet slechts het zogenoemde Tetragrammaton - YHWH. Klaarblijkelijk bestaat er echter geen controverse over de correcte spelling en uitspraak van honderden Hebreeuwse eigennamen in de Bijbel. Veel Hebreeuwse namen bevatten een gedeelte van Gods persoonlijke naam als een voorvoegsel of achtervoegsel. Een paar voorbeelden van hoe de eerste twee lettergrepen van de Goddelijke naam als voorvoegsel worden gebruikt zijn: Je-ho-ram, Je-ho-as, Je-ho-sua, Je-ho-nadhav, Je-ho-iakim, Je-ho-jarib, Je-ho-jada, Je-ho-jaqim, Je-ho-chanan, Je-ho-sjafat, Je-ho-nathan and Je-ho-ahaz.

Gezien het feit dat de Hebreeuwse "Y" in het Nederlands met "J" wordt vertaald, suggereert het algemeen voorkomende "Je-ho" als voorvoegsel sterk dat YWHW normaliter werd uitgesproken in drie lettergrepen en dat de middelste klinker, verbonden aan de "H," een "O" was, waardoor de "H" een ho klank kreeg - zoals in Je-ho-vah. Of, wanneer de Hebreeuwse vorm je voorkeur heeft: Ye-ho-wah.

Terwijl we voor de precieze uitspraak wellicht op een toekomstige onthulling vanuit de hemel moeten wachten, is het Wachttorengenootschap volledig gerechtigd in haar gebruik van de algemeen geaccepteerde naam van Jehovah. Voor meer over het gebruik van de naam van Jehovah, klik hier.



24. Johannes 1:3 zegt dat Jezus "alle dingen" schiep, maar in Jesaja 44:24 zegt God dat hij "de hemelen uitspande, geheel alleen, de aarde uitspreidde" en hij stelt de vraag: "Wie was bij mij?" toen de hemelen en de aarde geschapen werden. Hoe kan dit? Want als Jezus door God geschapen is, zou hij toch bij God geweest zijn wanneer alles geschapen werd?


De context van Jesaja heeft te maken met Jehovah die alle zogenaamde goden van de natiën uitdaagt bewijs van hun godheid te geven, door hun vermogens te bewijzen dat ze in staat zijn hun voornemens aan getuigen te verklaren en die vervolgens ten uitvoer te brengen. In het 45ste hoofdstuk van Jesaja doet Jehovah precies dat, door ongeveer 200 jaar van te voren aan te kondigen dat een man genaamd Cyrus, Babylon zou veroveren en de Joden zou bevrijden uit ballingschap. Dat was zelfs voordat Babylon een wereldmacht was en voordat Juda veroverd werd. In die context zei God dus dat geen van de nepgoden van de natiën met hem waren in de betekenis dat ze gedeeld hebben in de Schepping. En, niet toevalligerwijs, is Cyrus in werkelijkheid een afbeelding van Christus, daarom verwees Jehovah naar Cyrus als zijn gezalfde.

Er moet echter worden erkend dat myriaden engelen met Jehovah waren gedurende de schepping van het universum. Terwijl Jehovah de Schepping verhaalde, onthulde hij aan Job dat al zijn engelen juichend hun instemming betuigden over zijn werk. Gods Eniggeboren Zoon was ook bij hem, maar niet als een onafhankelijke rivaliserende god. Jezus' rol in de Schepping als de Logos werd onthuld nadat hij als mens naar de aarde kwam.

Voor meer informatie omtrent de werkelijke relatie tussen Jehovah en Jezus, klik hier.



25. Als de ziel het lichaam is, waarom maakt Jezus dan een onderscheid tussen het lichaam en de ziel in Matth. 10:28?


Jehovah's Getuigen geloven niet dat lichaam en ziel identiek zijn. De ziel omvat de gehele persoon, inclusief onze toekomstige levensvooruitzichten. Mattheüs 10:28 maakt duidelijk dat God zowel ons lichaam als onze ziel kan vernietigen, wat direct de populaire bewering tegenspreekt dat de ziel onsterfelijk is. Gods vernietiging van een ziel door die symbolisch op de afvalhoop van Gehenna te werpen, betekent dat die persoon nooit weer tot leven gewekt zal worden, maar niet-bestaand zal blijven - voor altijd dood.

Voor meer informatie omtrent wat de Bijbel leert over leven na de dood, klik hier.



26. In Kol. 1:15-17 voegt de NWV 4 maal het woord "andere" in ondanks dat het niet in het oorspronkelijke Grieks staat (zie Grieks-Engelse Interlinear). Waarom is het woord "andere" ingevoegd? Hoe zouden deze verzen luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd? Wat zegt de schrift over het toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6.


Alle vertalingen hebben woorden ingevoegd die niet in de originele tekst voorkomen. Dat wordt gedaan om de betekenis van de oorspronkelijke uitdrukking uit te laten komen. De Nieuwe Wereldvertaling gebruikt [haken] om de meeste ingevoegde woorden, om de lezer te laten weten dat een soortgelijk woord niet in de oorspronkelijke taal stond. Enkele vertalers gebruiken cursivering met hetzelfde doel, maar de meesten zijn niet zo openhartig als de NWV.

Wat wij als lezers van de Bijbel willen, is de mogelijkheid hebben de boodschap zoals die bedoeld was te begrijpen - zonder dat vertalers de Bijbel feitelijk interpreteren voor ons. Maar dat is voor vertalers soms niet zo eenvoudig om aan te bieden. In het geval van Kolossenzen 1:15 willen we Paulus' woorden net zo duidelijk begrijpen alsof we op de vergadering van de Kolossenzen zaten toen Paulus' brief hardop werd voorgelezen. In die setting zou er geen verwarring bestaan over of Jezus Jehovah was. Maar, daar eeuwenlange opstapeling van Trinitarische dogma verwarring heeft geschapen aangaande de verhouding tussen Jehovah en Jezus, achtten de vertalers van de NWV het noodzakelijk de passage te verduidelijken om de lezer de mogelijkheid te bieden te begrijpen wat Paulus feitelijk over Christus' rol in de Schepping wilde overbrengen.

In dit boek, Truth in Translation, vergelijkt Jason David BeDuhn op analytische wijze moderne vertalingen, inclusief de Nieuwe Wereldvertaling en hij onderzoekt specifiek de controverse over het invoegen van [andere] in de tekst van Kolossenzen 1:15-17. Na erop te hebben gewezen dat diverse invoegingen in diezelfde tekst zijn gedaan door verschillende vertalingen, concludeert BeDuhn: "En terwijl we, onder andere omstandigheden, hadden gezegd dat de geïmpliceerde "andere" expliciet maken niet echt nodig is, erkennen we nu dat hetgeen de vertalers van de NW als gevolg van de grove verdraaiïng van de passage in andere vertalingen hebben gedaan, toch zeker noodzakelijk is." Volgens een wetenschappelijke onderzoeker (geen JG), is de Nieuwe Wereldvertaling van het Wachttorengenootschap gerechtigvaardigd in het invoegen van [andere] in de tekst in Kolossenzen.



27. In Fil. 2:9 voegt de NWV het woord "andere" in, terwijl het niet voorkomt in het oorspronkelijke Grieks (zie Grieks-Engelse Interlinear). Waarom is dit woord ingevoegd? Is het woord "Jehovah" een naam? Zie Exodus 6:3, Psalm 83:18 en Jesaja 42:8. Hoe zou het vers luiden wanneer het woord "andere" niet was ingevoegd? Wat zegt de Schrift over het toevoegen van woorden aan de Bijbel? Zie Spreuken 30:5, 6. Als Christenen worden vervolgd ter wille van Jehovah's naam, waarom zei Christus de eerste Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van zijn (Jezus') naam, in plaats van die van Jehovah? Als de naam "Jehovah" zo belangrijk is, waarom zegt Handelingen 4:12 dan: "Bovendien is er in niemand anders redding, want er is onder de hemel geen andere naam [vers 10 Jezus Christus] die onder de mensen is gegeven waardoor wij gered moeten worden?" Als deze leerstellingen van het WTG juist zijn, zou dit dan geen logische plaats zijn geweest voor God om de naam "YHWH" of "Jehovah" te gebruiken? Daar het woord "Jehovah" niet verscheen tot zeker de 12de eeuw, en daar de term "Jehovah's Getuigen" tot de 30'er jaren niet werd gebruikt door het WTG, betekent dat dan niet dat de eerste eeuwse Christenen niet bekend stonden als "Jehovah's Getuigen"?


De Naam van God was honderden jaren voordat Jezus naar de aarde kwam bekend bij de Joden. Zoals reeds gezegd in het antwoord op de 23ste vraag, was het vrij algemeen voor Hebreeuwse ouders om hun kinderen een bepaalde vorm van de naam Jehovah te geven. Met de komst van de Messias werden de Joden echter geïntroduceerd aan de Zoon van Jehovah God. Wanneer de Joden enige verdere erkenning van Jehovah wilde verkrijgen, moesten ze de Zoon eren alsook de Vader.

Het vers dat je citeerde, Filippenzen 2:9, legt uit hoe en waarom de naam van Jezus zo belangrijk werd. Na beschreven te hebben hoe Jezus zichzelf vernederd had en gehoorzaam werd aan Gods Wil voor hem, zelfs tot de dood, schreef Paulus: "Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is, zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader."

De naam Jezus is geen vervanging voor de naam van God. De tekst onthult dat God Christus beloonde door hem tot een superieure positie te verhogen en hem eer boven alle anderen te schenken. We zullen de bewijslast maar bij de Trinitariërs leggen om de duidelijke absurditeit uit te leggen dat God zichzelf op één of andere manier beloonde voor het gehoorzamen van zichzelf, door zichzelf iets te geven wat hij reeds bezat.



28. Het WTG beweert: "Net als de eerste christelijke gemeenschap - In de religieuze publikatie "Interpretation" werd in juli 1956 gezegd: "In hun organisatie en getuigeniswerk benaderen zij [Jehovah's Getuigen] de eerste christelijke gemeenschap dichter dan welke groep maar ook..." - Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, blz. 234. En op blz. 677 van hetzelfde boek verschijnt een onderkopje getiteld "Als de vroege christenen". Bidden Jehovah's Getuigen het "Onze Vader," breken ze dikwijls samen brood (Eucharistieviering), komen ze Zondags samen om brood te breken, bevestigen ze de Heilige Geest door handen op te leggen, ordineren (aanstellen) ze priesters (ouderlingen) door middel van het opleggen van handen, bidden ze tot Jezus, zalven ze de zieken met olie, knielen ze neer om te bidden, beschouwen ze zichzelf als getuigen van Christus, vieren ze Pinksteren, hebben ze speciale personen die zorgen voor weduwen en wezen, drinken ze bij gelegenheid wijn? Zo niet, hoe kunnen Jehovah's Getuigen zichzelf dan beschouwen als de vroegere Christelijke gemeente?


Als kort antwoord op deze nogal vreemde en uitgebreide vraag: Met betrekking tot het zogenoemde "Onze Vader Gebed," in het voorgaande vers zei Jezus ons specifiek niet elke keer dezelfde woorden te zeggen in gebed. Maar, is dat niet precies wat Katholieken wordt geleerd? Jezus herhaalde echter geen gebeden aan God en Jehovah's Getuigen ook niet.

Sommige van de gebruiken en praktijken van de vroegere Christenen waren slechts cultureel; het opleggen van handen en het gebruik van zalvende olie was toen heel gebruikelijk. Andere zaken echter, zoals het drinken van wijn of een speciale houding aannemen wanneer men bidt, zijn persoonlijke zaken. Maar, ja, Jehovah's Getuigen hebben diaken, die we dienaren in de bediening noemen. We eten jaarlijks het Avondmaal des Heren op de dag van zijn dood. En wanneer er behoeftige weduwen en wezen in onze gemeenten aanwezig zijn, worden er regelingen getroffen om voor hen te zorgen.



29. Hoe kunnen de doden in Openbaring 14:13 "gelukkig" zijn en "rust vinden" waneer er geen bewustzijn is na de dood?


Het antwoord op die vraag is vervat in wat de Bijbel een heilig geheim noemt. In 1 Korinthiërs 15:51 onthulde Paulus dat niet alle 144.000 gekozenen die aan Christus toebehoren, zullen slapen in de dood in afwachting van een opstanding. Paulus legde in het 4de hoofdstuk van 1 Thessalonicenzen verder uit dat gezalfde Christenen die bestemd zijn om met Christus in de hemel te regeren, maar die voordat Christus' parousia begint sterven, in de dood moeten slapen totdat Christus hen gedurende de eerste opstanding, aan het begin van zijn parousia, wekt. Christenen die echter leven gedurende de tijd van Christus' parousia krijgen direct wanneer ze sterven een opstanding - in een oogwenk - zoals Paulus het verwoordde. Ze slapen niet in het graf zoals hun gezalfde voorgangers.

Openbaring 14:13 is in harmonie met dat heilige geheim, daar er onthuld wordt dat er een specifiek tijdstip is waarop degenen die aan Christus behoren niet in de dood slapen. Het gehele vers luidt: "En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: "Schrijf: Gelukkig zijn de doden die van nu af aan in eendracht met de Heer sterven. Ja, zegt de geest, laat hen rusten van hun moeizame arbeid, want de dingen die zij gedaan hebben, gaan tegelijk met hen.""

De uitdrukking "van nu af aan" wijst er zeker op dat degenen die voor die tijd dood in Christus waren nog dood waren, en als zodanig niet gelukkig verklaard konden worden. Het vers in kwestie ondersteunt op generlei wijze het denkbeeld van bewustzijn na de dood. Het laat juist precies het tegenovergestelde zien.



30. Is het waar dat de profetie van het WTG dat Armageddon zal komen "voordat het geslacht van 1914 voorbij is gegaan" niet langer wordt onderwezen als "de Waarheid"? Zo ja, betekent dit dan dat deze leerstelling van het WTG, welke ze decennia lang als "de Waarheid" hebben onderwezen, een onjuiste leerstelling was? Daar het WTG beweert dat ze het "enige kanaal zijn dat door de Heer wordt gebruikt gedurende de laatste dagen van dit samenstel van dingen" en dat het besturend lichaam "de spreekbuis van Jehovah God" is, betekent dit dan dat God van gedachten is veranderd over deze leerstelling en de definitie van "geslacht"? Is het mogelijk dat God van gedachten verandert? Is het WTG ooit eerder van gedachten veranderd over een leerstelling die ze eens onderwezen als "de Waarheid"? Daar het WTG beweert dat hun leerstelling dat Armageddon "voor het einde van het geslacht van 1914" zou komen "Jehovah's profetische woord" was en "de belofte van de Schepper," en ze als zodanig dus "in de naam van God" spreken, betekent dit volgens Deuteronomium 18:20-22 dan niet dat het WTG in werkelijkheid een hedendaagse valse profeet is?


Ten eerste heeft het Wachttorengenootschap de profetieën over de laatste dagen en een oorlog genaamd Armageddon niet uitgevonden. Die profetieën zijn afkomstig uit de geest van God en door ons geloof zijn we ervan overtuigd dat Gods woorden zeker eens bewaarheid zullen worden. Als gevolg van onze interesse in de Bijbel en de belofte van een nieuwe wereld, zijn we erg geïnteresseerd geweest in de vervulling van profetieën, vooral de wijze waarop ze verband houden met de wederkomst van Christus. Het feit dat onze hoge koninkrijksverwachtingen tot nog toe tot teleurstelling hebben geleid, brengt ons geloof op zichzelf niet in diskrediet. Het is zeker dat onze verkeerde verwachtingen beschamend voor ons zijn geweest en voor velen een struikelblok, maar in dat opzicht lijkt het Wachttorengenootschap schuldig te zijn aan het vallen in vrijwel dezelfde val als de apostelen.

Beschouw alsjeblieft eens de belangrijkheid van het verslag wat gevonden kan worden in het laatste hoofdstuk van het boek Johannes, waar we in de NWV lezen: "Toen Petrus hem daarom gewaar werd, zei hij tot Jezus: "Heer, wat zal deze man doen?" Jezus zei tot hem: "Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan? Blijft gij mij volgen." Bijgevolg ging onder de broeders dit woord uit, dat die discipel niet zou sterven. Doch Jezus had hem niet gezegd dat hij niet zou sterven, maar: "Indien het mijn wil is dat hij blijft totdat ik kom, wat gaat u dat aan?""

De man in kwestie was de schrijver - Johannes. Jezus had Petrus net verteld welke soort dood Petrus zou ondergaan en Petrus wilde weten wat er met hun vriend Johannes zou gebeuren. Jezus' commentaar gaf de apostelen het idee dat Johannes nog in leven zou zijn wanneer Christus terugkwam. Als gevolg daarvan zegt het verslag dat het woord onder de broeders uitging, dat Johannes zou blijven leven om de terugkeer van de Heer te zien

Volgens de Leidsche Vertaling, luidt het 23ste vers: "Daardoor verspreidde zich het gerucht onder de broeders dat die leerling niet sterven zou." Wat hier zo interessant aan is, is dat Johannes zijn boek zo'n 60 jaar nadat Christus die woorden sprak, schreef. Kennelijk was het gerucht even oud als de oude apostel zelf. We zouden ons zelfs kunnen indenken dat de broeders, tegen het einde van zijn leven, regelmatig even zijn pols opnamen om de nabijheid van Christus' terugkeer te meten. Het feit dat Johannes, de langst-levende apostel, het gepast achtte het gerucht te uit de wereld te helpen en de zaak recht te zetten aan het einde van zijn leven, wijst erop dat het gerucht dat door de apostelen in de wereld was gebracht gedurende de gehele apostolische periode heeft bestaan. De volgende vraag is dus: Nou en?

Wel, de apostelen kregen in die tijd de autoriteit over de gehele organisatie van gelovigen. Hun woorden waren gewichtig omdat ze Jezus persoonlijk gekend hadden en de latere gelovigen konden vertellen over alle dingen die Jezus had gezegd en gedaan. Dus, toen de apostelen spraken, luisterden de broeders en zusters. En wanneer de apostelen een gerucht in de wereld brachten dat Johannes zou blijven leven tot de komst van Christus, welke Christen zou hun interpretatie dan betwijfelen? Maar, de apostelen hadden het duidelijk bij het verkeerde eind. Ze begrepen Jezus verkeerd. En hun ernstige verlangen om de realisatie van Jezus' beloofde terugkeer te zien, maakte dat zij overhaaste conclusies trokken.

Het verkeerde begrip dat ontstond, verschilt in werkelijkheid niet van hetgeen gebeurd is onder Jehovah's Getuigen met betrekking tot onze aannames aangaande het geslacht van 1914 dat niet voorbij zou gaan. De apostel Johannes was hun geslacht dat niet voorbij zou gaan - voordat hij stierf. En het feit dat hij uiteindelijk het gerucht uit de wereld hielp, verschilt niet veel van hetgeen het Genootschap heeft gedaan door een geslacht te herdefiniëren.

Een andere vraag die we zouden moeten stellen is: Veroordeelde God de apostelen als valse profeten? Nee, kennelijk niet. Dus, wanneer we eerlijk en consequent zijn in onze redenatie zullen we geen oppervlakkige conclusies trekken over de onbezonnenheid en verkeerde verwachtingen van het Wachttorengenootschap uit het verleden. Meer nog, onze voortijdige verwachtingen passen in het patroon van degenen die vol verwachting uitzien naar de terugkeer van de Meester.



31. Als de naam Jehovah zo belangrijk is, waarom wordt hij dan nooit gebruikt in het gehele Griekse Nieuwe Testament? Als mensen de persoonlijke naam van God, "YHWH", verwijderd hebben toen ze het Nieuwe Testament kopiëerden, zoals alleen het WTG beweert, daarbij Gods woord veranderend, hoe kunnen we dan vertrouwen hebben in ENIG deel van het Nieuwe Testament? Zouden we het Nieuwe Testament óf het WTG als onbetrouwbaar moeten afdoen?


De andere kant van die vraag is: Als de naam onbelangrijk was, waarom komt hij in de Hebreeuwse Geschriften dan bijna 7000 maal voor? En als de naam zo onbelangrijk was voor de Joden, aan wie hij oorspronkelijk werd onthuld, waarom zijn er dan vele Hebreeuwse eigennamen waarin een gedeelte van Gods naam is opgenomen?

Er bestaat geen twijfel over dat er eeuwenlang pogingen zijn gedaan om Gods naam uit het Boek waarvan hij de auteur is te verwijderen. Bijbelgeleerden weten dat het gebruik van de verwijdering van YHWH een paar honderd jaar na Christus begon. En het vooroordeel tegen de persoonlijke naam van God bestaat tot op de dag van vandaag, wat wordt bewezen door het feit dat vele vertalers er de voorkeur aan hebben gegeven de heilige Naam van de Schepper in hun specifieke Bijbelvertalingen te vervangen door het onpersoonlijke Heer.

Daar het bekend is dat het YHWH in latere Griekse vertalingen verwijderd is uit de Hebreeuwse Geschriften van het OT, is het meer dan waarschijnlijk dat afschrijvers hem ook verwijderd hebben toen ze de Geschriften van het NT overschreven. Het probleem is echter dat we documenten hebben die bewijzen dat de naam verwijderd is uit de vertalingen van het Hebreeuws, maar dat we geen oude originele Griekse teksten of zelfs kopieën hebben die YHWH bevatten voordat het verwijderd was.

Maar onze redenatie is dat daar Jezus en alle Bijbelschrijvers zowel het Hebreeuws als de Griekse Septuaginta lazen, welke beiden hoogstwaarschijnlijk het YHWH bevatten, en ze allemaal specifieke passages citeerden waar de Naam in het Hebreeuws verscheen, is het ondenkbaar dat ze de persoonlijke naam van God waar die in de Schrift werd gebruikt niet getrouw uitspraken en kopiëerden. In die passages in het Nieuwe Testament waar de Hebreeuwse tekst geciteerd wordt waarin het YHWH verschijnt, gebruikt de NWV de naam Jehovah.

In alle eerlijkheid, ondanks dat Jason BeDuhn (in het 23ste antwoord aangehaald) de Nieuwe Wereldvertaling hoog aanschrijft als één van de beste vertalingen, is hij het niet eens met het gebruik van de naam Jehovah in het NT door het Wachttorengenootschap. Natuurlijk zullen die dingen bediscussiëerd worden totdat God uiteindelijk de controverse oplost, maar gezien het feit dat Gods naam uit de OT Geschriften is verwijderd, zowel in oude als moderne tijden, zou het voordeel van de twijfel aan degenen gegund moeten worden die de Naam herstellen waar zij dat passend achten. Is dat niet hetgeen we kunnen verwachten van degenen die als getuigen van Jehovah dienen?

Hier is een link naar een website die dieper ingaat op de kwestie van de naam van Jehovah in het NT.

Hier is een link naar het commentaar van het Wachttorengenootschap op het gebruik van Jehovah in het NT.



32. Als Jezus terechtgesteld is aan een martelpaal, met beide handen bij elkaar boven zijn hoofd, zoals alleen het WTG leert, waarom zegt Johannes 20:25 dan: "…als ik niet in zijn handen het teken van de spijkerS zie…," daar dit aangeeft dat er meer dan één spijker is gebruikt voor zijn handen? Er zouden twee spijkers gebruikt zijn wanneer hij aan een kruis was gehangen.


De oorspronkelijke Griekse woorden die in de Bijbel worden gebruikt, stauros en xylon, betekenen respectievelijk paal en boom. Er bestaat geen enkele twijfel over hun betekenis. Griekse lexicons geven als primaire betekenis van stauros paal, niet kruis. Verder is de Nieuwe Wereldvertaling niet de enige Bijbel die boom gebruikt in plaats van kruis. De King James en zelfs de populaire N[ew] I[nternational] V[ersion] vertalen xylon in Handelingen 5:30 met het woord boom.

Er zijn ook oude platen en beelden gevonden die laten zien dat mannen aan rechtop staande palen hangen die in de grond staan zonder dwarsbalken Er bestaan geen bewijzen dat kruizen werden gebruikt als middel tot executie. Het gebruik van het kruis als een heidens religieus symbool is echter vele eeuwen ouder dan het Christendom en werd pas later door de Katholieke Kerk aangenomen als een symbool van het Christendom.

Ons gebruik van het woord martelpaal om het middel waarmee Christus werd terechtgesteld te beschrijven, is niet gebaseerd op het aantal spijkers die wellicht gebruikt zijn om hem eraan vast te nagelen. Trouwens, voor Pinksteren deden de apostelen veel beweringen die enkel als ongeïnspireerd kunnen worden beschreven.



33. Kunnen Jehovah's Getuigen openlijk meningen die verschillen van de orthodoxe WTG leerstellingen hebben en bediscussiëren met andere Getuigen? Zo nee, waarom niet?


Nee. Maar, Jehovah's Getuigen zijn nauwelijks uniek in dat opzicht. De meeste religies staan niet veel ruimte toe voor een andere mening. Dat deden de apostelen trouwens ook niet. Paulus schreef aan Timotheüs om "zekere personen [te] gebieden geen andere leer te brengen, noch aandacht te schenken aan onware verhalen en aan geslachtsregisters, die ten slotte nergens op uitlopen, maar die eerder vragen ter navorsing verschaffen dan dat er iets door God wordt uitgedeeld in verband met geloof."

Paulus was nog stelliger bij het schrijven aan Titus, door te zeggen: "Het is noodzakelijk hun de mond te snoeren, daar juist deze personen voortdurend hele huisgezinnen ondersteboven keren door ter wille van oneerlijke winst dingen te onderwijzen die zij niet behoren te onderwijzen."



34. De NWV vertaalt het Griekse woord "esti" in vrijwel alle voorkomende gevallen met "is" in het Nieuwe Testament. Zie Grieks-Engelse Interlinear. Waarom vertaalt de NWV hetzelfde Griekse woord met "betekent" in Matth. 26:26-28; Mark. 14:22-24 en Luk. 22:19 Als de NWV consistent was geweest en het Griekse woord 'esti' met "is" had vertaald in deze verzen, hoe zouden de verzen dan luiden? Waarom verlieten zoveel dicipelen Jezus toen hij zei dat ze zijn lichaam moesten eten, wilden ze eeuwig leven hebben? Zie Johannes 6:25-69, Matth. 26:26-28.


De ongelooflijk bizarre Katholieke leerstelling van de transsubstantiatie beweert dat de wijn en het brood dat Christus' vlees en bloed vertegenwoordigt, op wonderbaarlijke wijze verandert in Jezus' letterlijke vlees en bloed eens dat het geconsumeerd is. Enkele van Christus' dicipelen veronderstelden ook dat Jezus zo'n kanibalisme voorstond toen hij hen zei dat ze zijn vlees moesten eten en zijn bloed moesten drinken, wat de reden was dat ze geshockeerd waren en weigerden hem verder te volgen. Maar, in het direct daarop volgende vers in het verslag van Johannes 6:63 legt Jezus uit dat hij het niet letterlijk bedoelde. Er staat: "Het is de geest die levengevend is; het vlees is volstrekt van geen nut. De woorden die ik tot u heb gesproken, zijn geest en zijn leven. Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven."

Als het vlees van geen waarde is met betrekking tot redding, zoals Jezus zei, waarom houden Katholieken dan vol dat ze letterlijk Jezus' vlees moeten eten door middel van de magie van transsubstantiatie? Door Jezus' woorden letterlijk op te vatten, verraden Katholieken hun eigen gebrek aan geestelijk onderscheidingsvermogen. In plaats van te erkennen dat de gezegden van Christus geestelijk zijn en niet fysiek, hebben Katholieken dezelfde dwaasheid aangenomen welke degenen die niet geloven kenmerkt.

Als je beweert dat het brood Christus' feitelijke vlees is, omdat Jezus zei "dit is mijn lichaam," wat valt er dan te zeggen over het volgende vers waar Jezus zegt: "dit is mijn bloed van het verbond." Moeten we dan aannemen dat de wijn op magische wijze getranssubstantiëerd wordt in een nieuw verbond in de magen van onze Katholieke vrienden? Dat wordt er gezegd, "deze beker is het nieuwe verbond."

De Katholieke leerstelling van transsubstantiatie is niet alleen moeilijk om uit te spreken, hij ligt zeker ook zwaar op de maag.



35. Openbaring 20:10 zegt: "En de Duivel...het wilde beest als de valse profeet [reeds waren]; en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid." Waar zullen de Duivel, het wilde beest en de valse profeet zijn om "dag en nacht gepijnigd te worden tot in alle eeuwigheid?" Op soortgelijke wijze zegt Openbaring 14:9-11: "...Indien iemand het wilde beest aanbidt...hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel...En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid..." Waar kan "iemand" "tot in alle eeuwigheid gepijnigd worden?"


De lezer die tot op dit punt gekomen is, zou het patroon moeten kunnen herkennen dat is ontstaan, waarbij de vragensteller geneigd is om Bijbels symbolisme en beeldspraak letterlijk te nemen.

Openbaring staat vol met symbolische vertegenwoordigingen van zowel hemelse als aardse zaken. Als de vragensteller veronderstelt dat het meer van vuur een letterlijk brandend meer is, dan is het wilde beest dat samen met de Duivel in het meer van vuur geworpen wordt ook letterlijk. Die redenering verder volgend, moeten we dan verwachten dat de Duivel op een gegeven moment als geheim wapen een gigantisch zevenkoppig monster zal loslaten om de wereld te terroriseren; een soort van amfibisch meerkoppige Godzilla? Zo ja, wellicht wordt "Daniël" uit de Katholieke Apocrieve boeken dan wel uit de mythologie geroepen om redding te brengen, door wederom een van het vet druipende haarbal te voeren aan het beest, zoals hij deed in het boeiende verhaal over Bel en de Draak!

Het sarcasme even verlatend, het vergt voor niemand erg veel mentale kracht om te interpreteren wat het meer van vuur symboliseert. De verlichtende engel die Johannes de Openbaring gaf, interpreteerde zijn voorstelling ook, door in Openbaring 20:14 te zeggen: "Dit betekent de tweede dood: het meer van vuur." Of, als dat je voorkeur heeft: "Dit is de tweede dood, het meer van vuur."

Willen we begrijpen wat de tweede dood is, moeten we eerst begrijpen wat de eerste dood is. De eerste dood is de dood die we ondergaan als gevolg van overgeërfde zonde. Door middel van Jezus' offer, heeft Jehovah echter de basis verschaft om de angel van de dood weg te doen, door middel van de opstanding. De Bijbel belooft dat de zogenoemde Adamitische dood vernietigd zal worden, feitelijk wordt de dood ook in het meer van vuur geworpen. Maar, nadat de Adamitische zonde vernietigd is zullen sommige personen die een opstanding in het paradijs hebben gekregen, uiteindelijk een opstanding des oordeels ontvangen, zoals Jezus het in Johannes 5:29 noemde. Dat betekent dat ze als onwaardig zullen worden geoordeeld om verder op aarde te leven. Zij zullen wederom sterven; voor hen zal het letterlijk een tweede dood zijn. Anders dan de eerste dood is de tweede niet het gevolg van overgeërfde zonde, maar van opzettelijke rebellie tegen God. De tweede dood is definitief. Dus, dat is wat het meer van vuur betekent - eeuwige vernietiging.

Voor de Duivel en anderen is hun eerste dood ook hun tweede dood; wat wederom definitieve vernietiging betekent. In dat opzicht is Jehovah's oordeel over Satan een eeuwigdurende straf. In die betekenis worden Satan en zijn samenstel gemarteld, omdat ze van tevoren weten dat ze voor altijd in volledige oneer herinnerd zullen worden door God en alle overlevende schepselen.

Klik hier voor de waarheid over de hel en het meer van vuur.



36. Jezus Christus wordt in Jesaja 9:6 "Sterke God" genoemd ("Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven...En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God..."). Jehovah wordt in Jesaja 10:20, 21 "Sterke God" genoemd. Hoe kan dat wanneer er slechts ÉËN God is?


De eenvoudige waarheid is dat Jehovah en Jezus diverse titels delen. Dat kan worden opgemaakt uit Psalm 110:1, waar volgens de Statenvertaling het volgende staat: "De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: "Zit aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank uwer voeten.""

De Statenvertaling gebruikt hoofdletters waar YHWH in de oorspronkelijke taal voorkomt. Dus, in plaats van te zeggen: "Jehovah zei tot mijn Heer," staat er: "De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken." Gebruikmakend van jouw redenering, de Bijbel zegt dat er slechts één Heer is. Dus, hoe kan die ene Heer een andere Heer uitnodigen zich bij hem te voegen?



37. Als het WTG beweert dat ze niet "geïnspireerd" zijn, maar wel naar zichzelf verwijst als "Gods door de geest geleide Profeet," wat is dan het verschil? Bestaat er zoiets als een ongeïnspireerde profeet? Waarom zou iemand deel willen uitmaken van een religieuze organisatie die beweert dat hun leerstellingen NIET geïnspireerd zijn?


We moeten aannemen dat de vragensteller niet de nuances begrijpt aangaande wat het betekent door Gods geest geleid te worden - in tegenstelling met door de geest geïnspireerd te worden om te profeteren. Ter illustratie: 1 Petrus 3:18 zegt dat Jezus stierf "om u tot God te leiden." Betekent het volgen van Christus' leiding echter dat zijn volgelingen geïnspireerd zijn om zonder fouten Gods boodschap te spreken, zoals de Bijbelschrijvers dat waren? Geen enkel redelijk persoon zou zo'n conclusie trekken.

In Openbaring 19:10 wordt ons door een engel gezegd dat "het getuigenis afleggen omtrent Jezus tot profeteren inspireert." Maar, betekent dit dat Christelijke evangelisten geïnspireerd zijn in de zin dat ze de mogelijkheid bezitten profetische uitspraken te doen zoals Jeremia of Jesaja, of één van de andere profeten? Nee, dat is in het geheel niet wat het betekent. Het betekent dat wanneer we over Christus spreken, we van nature de vele profetieën van de Bijbel aanhalen omtrent Christus. Jehovah's Getuigen leggen getuigenis af omtrent Christus door Jehovah's koninkrijk aan te kondigen. En onze Christelijke getuigenis is onlosmakelijk verbonden met Bijbelse profetieën. Daar we de Bijbelse patronen en profetieën vervullen en in de voetstappen van de oorspronkelijke Christenen treden, dienen we in dat opzicht als profeten. Maar, we worden niet geïnspireerd om aankondigingen te doen die verschillen van hetgeen reeds opgetekend staat in de geïnspireerde Schriften.



38. In de Nieuwe Wereldvertaling wordt het woord "proskuneo" wanneer het wordt gebruikt in verwijzing naar God elke keer vertaald met "aanbidden" (Openbaring 5:14; 7:1; 11:16; 19:4; Johannes 4:20; enz.). Elke keer wanneer "proskuneo" wordt gebruikt in verwijzing naar Jezus, wordt het vertaald met "hulde brengen" (Mattheüs 14:33; 28:9; 28:17; Lukas 24:52; Hebreeën 1:6; enz.), terwijl het in het Grieks hetzelfde woord is (zie Grieks-Engelse Interlinear). Vergelijk vooral het Griekse woord "prosekunhsan" wanneer het gebruikt wordt in verwijzing naar God in Openbaring 5:14, 7:11, 11:16 en 19:4 en in verwijzing naar Christus in Mattheüs 14:33, 28:9 en 28:17. Wat is de reden van deze inconsistentie? Wanneer de NWV consistent zou zijn in de vertaling van "proskuneo" met "aanbidden," hoe zouden bovenstaande verzen die naar Christus verwijzen dan luiden?


Het blijkt geen kwestie van inconsistentie te zijn, maar juist het tegenovergestelde. Het Wachttorengenootschap maakt consistent een onderscheid tussen de absolute aanbidding die aan God gegeven dient te worden en de relatieve aanbidding die aan Christus gegeven wordt.

Maar, de onderliggende kwestie heeft niets te maken met vertalingen van woorden. Trouwens, Paulus onderwees Christenen niet te twisten over woorden, omdat zoiets nutteloos is. Het werkelijke probleem heeft te maken met de verradelijke wijze waarop de aanbidding van God subtiel omgevormd en vervangen is door de aanbidding van heiligen, engelen, de moeder van Jezus en Jezus zelf. We zouden in feite niet ver naast de waarheid zitten wanneer we zeggen dat vooral de Katholieke Kerk de aanbidding van vrijwel elk personage in het Nieuwe Testament heeft bevorderd - behalve Jehovah!

Dit is de hoofdzaak: Christenen moeten het leven en voorbeeld van Jezus Christus navolgen. De vraag is: Wie aanbad Jezus? Wanneer we die vraag op juiste wijze kunnen beantwoorden, zijn we bekend met hetgeen Paulus een groot heilig geheim aangaande Gods toewijding noemde. Maar, was Christus aan zichzelf toegewijd? Aanbad hij zichzelf? Was hij zijn eigen god? Wanneer dat het geval zou zijn, zou het volgen van zijn voorbeeld van Godvruchtige toewijding ons tot egocentrische narsisten maken. Toch?

De Bijbel verslaat ons dat Jezus zichzelf onderwierp aan Degene die hij "de enige ware God" noemde, zijn God en zijn Vader. In het verslag over de Hof van Gethsémané, wordt over Jezus gezegd: "En nadat hij een eindje verder was gegaan, viel hij op zijn aangezicht, terwijl hij bad en zei: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Doch niet zoals ik wil, maar zoals gij wilt.""

De daad van het op zijn aangezicht vallen was de Hebreeuwse manier om te zeggen dat een persoon zichzelf volledig onderwierp in een daad van eerwaardige aanbidding. Enkel degenen die zichzelf willen bedriegen, zouden beweren dat Jezus geen daad van aanbidding verrichtte voor de Levende God Jehovah.

In het 5de hoofdstuk van Hebreeën zei Paulus zelfs dat Jezus God vreesde en daarom luisterde God naar zijn gebeden en smekingen. The Contemporary English Version (CEV) zegt in Hebreeën 5:7 het volgende over Christus: "Hij aanbad God werkelijk, en God luisterde naar zijn gebeden."

De Schrift is duidelijk: Jezus aanbad Jehovah. Elke tegengestelde lering is een duivelsachtige leugen. In erkenning van de onsterfelijke toewijding van zijn Zoon aan hem, heeft Jehovah echter bepaald dat alle schepselen in de hemel en op aarde voor Jezus moeten buigen en hem op dezelfde wijze moeten eren als dat zij de Vader eren. Daarom adviseert de profetische Psalm: "Dient Jehovah met vrees en weest blij met beving. Kust de zoon, opdat Hij niet vertoornd wordt."

Onze aanbidding van de Zoon is echter niet met uitzondering van Jehovah God. Daarom maakt de NWV het subtiele onderscheid tussen aanbidding en hulde brengen. Jezus zelf zou nooit instemmen met het ontvangen van aanbidding ten koste van Jehovah. De Schriften zeggen zelfs dat Christus' rol als Koning uiteindelijk zal eindigen en dat alle eer die aan hem gegeven is zal terugkeren naar God. Dat voorzei Paulus in 1 Korinthiërs 15:27, 28, waar staat: "Want God "heeft alle dingen onder zijn voeten onderworpen". Maar wanneer hij zegt dat 'alle dingen onderworpen zijn', is het duidelijk dat dit met uitzondering is van degene die alle dingen aan hem onderwierp. Wanneer echter alle dingen aan hem onderworpen zullen zijn, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan Degene die alle dingen aan hem onderwierp, opdat God alles zij voor iedereen."

Wanneer de verheerlijkte Christus Jezus, voor wie elke knie in hemel en op aarde zich uiteindelijk in onderwerping zal buigen, om het zo maar te zeggen zelf zijn knie buigt en zichzelf onderwerpt aan God, is het duidelijk dat Jezus God niet alleen aanbidt, maar ook dat de aanbidding die Christus geschonken wordt niet absoluut is.

Jehovah's Getuigen eren de Vader en de Zoon, niet door ze samen te voegen in dezelfde personage van een onbegrijpelijke drieënige godheid, maar door Christus te eren en zijn voorbeeld te volgen, eren we God die Jezus geboorte veroorzaakt heeft en hem als onze Koning en Redder heeft aangesteld.



39. De NWV vertaalt het Griekse woord "kurios" (Gr. - heer) in het Nieuwe Testament meer dan 25 maal met Jehovah. (Matth. 3:3, Luk. 2:9, Joh. 1:23, Hand. 21:14, Rom. 12:19, Kol. 1:10, 1 Thess. 5:2, 1 Petr. 1:25, Openb. 4:8, enz.) Waarom is het woord met "Jehovah" vertaald terwijl het niet voorkomt in de Griekse tekst? Waarom is de NWV niet consistent in het vertalen van kurios (kurion) met Jehovah in Rom. 10:9, 1 Kor. 12:3, Fil. 2:11, 2 Thess. 2:1? En Openb. 22:21 (zie Grieks - Engelse Interlinear)?


Het is de taak van de vertaler de lezer te helpen om de verwarring die is ontstaan door het godslasterlijke dogma van de Drieëenheid op te lossen, met als doel ons te helpen het onderscheid te zien tussen de Heer Jezus en de Heer Jehovah. De meeste vertalingen hebben bijgedragen een de verwarring van de waarheid. De NWV is een waardevol hulpmiddel geweest die mensen duidelijker de ware relatie die tussen Jehovah en Jezus bestaat, heeft laten zien.

Indien je wilt weten hoe je een persoonlijk exemplaar van de Nieuwe Wereldvertaling kunt verkrijgen, klik hier.



40. De NWV vertaalt de Griekse woorden "ego eimi" elke keer wanneer het voorkomt met "ik ben" (Joh. 6:34, 6:41, 8:24, 13:19, 15:5, enz.), behalve in Johannes 8:58 waar het is vertaald met "was ik". Wat is de reden voor deze inconsistentie in deze vertaling? Als "ego eimi" in Johannes 8:58 op dezelfde wijze vertaald was als in elk ander vers waar het voorkomt, hoe zou Johannes 8:58 dan luiden? Zie Exodus 3:14.


Als "ego eimi" in Johannes 8:58 in de NWV vertaald zou zijn met een titel, "Ik Ben," zoals vele vertalingen dat doen, zou het zich ook schuldig maken aan het weergeven van een grammaticaal verdraaide en onlogische passage. De vraag die Jehovah's Getuigen jou stellen is: Waarom zijn andere vertalingen inconsistent geweest in de vertaling van "ego eimi"? Eén van de bewijsteksten die je aanhaalde, luidt in de NIV bijvoorbeeld als volgt: (het is eigenlijk Johannes 6:35, in plaats van vers 34) "Ik ben het brood des levens. Wie tot mij komt, zal geen honger meer krijgen, en wie geloof oefent in mij, zal nooit meer dorst krijgen."

In dat vers wordt "ego eimi" enkel vertaald als een voornaamwoord en werkwoord. Welke rechtvaardiging bestaat er daarom voor de vertaler om dezelfde zinsnede te vertalen alsof het synoniem is aan de naam van Jehovah, zoals ze hebben gedaan in Johannes 8:58? Er bestaat geen rechtvaardiging.

Als Jezus bedoeld had de titel "Ik Ben" aan te nemen, had hij zoiets als het volgende gezegd: 'Voordat Abraham leefde, was ik de Ik Ben.' Zoals het er nu voor staat, door het omvormen van "zijn" tot een eigennaam blijft de zin verstoken van een werkwoord voor het voornaamwoord. Daarom is Johannes 8:58 in de meeste vertalingen regelrechte brabbeltaal, tenzij je denkt dat Jezus plotseling begon te spreken in een soort Ebonics. Wanneer de verzonnen titel "Ik Ben" in Johannes 8:58 eenvoudigweg een andere naam van God is, moeten we in staat zijn het woord met God of Jehovah te verwisselen en dezelfde betekenis behouden. Dus, lees het vers in kwestie eens terwijl je "Ik Ben" vervangt door God en hoe klinkt het dan? De NIV zou luiden: "Voordat Abraham geboren was, God.

Je hoeft geen Griekse taalkundige te zijn om in te zien dat de vertaling van ego eimi met "Ik Ben" een banale en onhandige poging van Trinitariërs is om een manke leerstelling op te houden die op zichzelf niet blijft staan. De waarheid is dat de uitdrukking in kwestie een actie in het verleden aanduidt en volgens de context werd Jezus ook gevraagd naar zijn verleden. De NWV is niet de enige vertaling die dit beseft. De New Living Translation geeft het mooi weer door te zeggen: "De mensen zeiden, "Gij zijt nog geeneens vijftig jaar oud. Hoe kunt gij zeggen dat gij Abraham hebt gezien?" Jezus antwoordde, "De waarheid is, ik bestond voordat Abraham zelfs maar geboren was!""

Het Wachttorengenootschap is volledig gerechtvaardigd om ego eimi met "was ik" te vertalen.



41. In Openbaring 22:12, 13 zegt Jezus Christus, degene die "vlug komt," van zichzelf: "Ik ben de Alfa en de Ómega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." In Openbaring 1:17, 18 verwijst Jezus, degene die "een dode [werd], maar zie! ik leef tot in alle eeuwigheid," naar zichzelf als de eerste en de laatste. Openbaring 21:6 zegt het volgende sprekend over God: "…Ik ben de Alfa en de Ómega, het begin en het einde." In Jesaja 44:6 en Jesaja 48:12 wordt ook naar God verwezen als de "eerste" en de "laatste." Hoe kan dit, daar er volgens de definitie van die woorden slechts één eerste en één laatste kan zijn?


Zoals in eerdere antwoorden werd aangetoond, delen Jehovah en Jezus bepaalde titels, ondanks dat er subtiele verschillen bestaan. Alfa en Omega, het Griekse equivalent van het Nederlandse 'van A tot Z,' is een beschrijvende titel die Jehovah en Jezus kunnen delen, maar met verschillende redenen. Jehovah is de ultieme Eerste en Laatste, doordat hij de enige bestaande persoon is die geen begin heeft gehad. En, alleen hij bezit 'aangeboren' onsterfelijkheid en leven in zichzelf. Niemand heeft Jehovah leven gegeven, maar hij geeft leven aan alle anderen, inclusief zijn eerstgeboren en eniggeboren Zoon.

Als zijnde de eerstegeborene Zoon van heel de Schepping is Jezus uniek onder al Gods zonen, in dat hij het eerste en enige schepsel is dat rechtstreeks is geschapen door Jehovah. Alle [anderen] werden geschapen door bemiddeling van de Zoon. Dat is ook de reden waarom Jezus de eniggeboren Zoon van God wordt genoemd. Jezus is ook het eerste schepsel dat een opstanding uit de dood heeft gekregen tot onsterfelijkheid. Daarom noemt de Bijbel hem de "eerstgeborene uit de doden." In Kolossenzen 1:18 zegt Paulus het volgende over Christus: "Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste zou worden." Het volgende vers laat zien dat het God behaagde zijn zoon in alle dingen de eerste te maken.

Jezus is de "laatste" in de zin dat hij nooit in glorie overtroffen zal worden door welk medeschepsel maar ook. Hij zal altijd het dichste bij Jehovah zijn.



42. Jezus gebruikt meer dan 50 maal de zinsnede "Voorwaar ik zeg u" in de Bijbel. In de NWV wordt de komma elke keer achter het woord "u" geplaatst, behalve in Lukas 23:43, waar de komma achter het woord "heden" staat. Waarom is de komma in dit vers achter "heden" geplaatst in plaats van achter "u"? Wanneer de vertaling van deze zinsnede in Lukas 23:43 consistent was geweest met deze zinsnede in alle andere verzen waarin het verschijnt (zie concordantie) en de komma achter het woord "u" was geplaatst, hoe zou het vers dan luiden?


Er bestond geen punctuatie in het origineel, dus is het aan de vertaler om te bepalen hoe het het meest logisch is. Daar het te maken heeft met de leerstellige zaken omtrent de natuur van de ziel en de opstanding, hebben de NWV vertalers de komma achter heden geplaatst, zodat er staat: "Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn." Andere vertalingen plaatsen de komma echter achter "u," wat veroorzaakt dat de zin lijkt te zeggen dat Christus de aan de paal gehangen kwaaddoener belooft dat hij diezelfde dag in het paradijs zou zijn. Welke vertaling is juist? De NWV is correct omdat Christus simpelweg niet in het paradijs kon zijn die dag, noch de dag erna, noch de dag daar weer na. Jezus stierf die dag. En net zoals Jona drie dagen lang in de buik van de grote vis was, was Jezus evenzo gedeelten van drie dagen begraven in de aarde. Sommige vertalingen zeggen zelfs dat Jezus in de hel was. De meeste redelijke mensen zullen het waarschijnlijk met elkaar eens zijn dat er een groot verschil bestaat tussen paradijs en hel.

Daar Jezus de eerstegeborene uit de doden is, is het onmogelijk dat de aan de paal gehangen kwaaddoener een opstanding kreeg tot het paradijs voordat Christus weer tot leven kwam. De waarheid is: de kwaaddoener is nog steeds dood, wachtend op de stem van de Zoon des mensen die hem tot leven zal roepen in het paradijs, net zoals Jezus hem die dag beloofde.



43. Johannes 1:3 zegt over Christus: "Alle dingen zijn door bemiddeling van hem ontstaan, en zonder hem is zelfs niet één ding ontstaan." Hoe kan Christus een geschapen wezen zijn wanneer ALLE dingen door bemiddeling van hem tot bestaan kwamen? Als Jezus een geschapen wezen was, zou Jezus, volgens Johannes 1:3, zichzelf geschapen hebben.


Trinitarische gelovigen hebben altijd gezegd dat de Drieëenheid een onverklaarbaar mysterie is en niet uitgelegd kan worden. We zouden willen dat ze het daarbij zouden laten. Het probleem is dat ze de speciale relatie tussen Jehovah en Jezus in termen van de onbegrijpelijke Drieëenheid wel trachten uit te leggen, en door dit te doen maken ze een zootje van de waarheid.

De eenvoudige waarheid over God is in het geheel niet mysterieus. Het is zelfs zo eenvoudig dat een kind dat nog maar net oud genoeg is om te praten het kan begrijpen. Jehovah is de Vader. Jezus is zijn Zoon. Zo eenvoudig is het. En net zoals een goede vader zijn zoon onderwijst en hem een vaardigheden bijbrengt, en hem uiteindelijk zijn erfenis geeft, zo is het dat Jehovah zijn eerstgeboren zoon alles leerde wat er over hemzelf te leren valt en de voormenselijke Jezus heeft toegerust zodat hij alle andere dingen kon scheppen. Jezus heeft de troon van God geërfd, niet omdat hij God zelf is, maar omdat God hem lief heeft als een zoon en hem goedgunstig alles gegeven heeft.

De Drieëenheid is de slechtste leerstelling die ooit is bedacht, omdat het ons ervan weerhoudt de grote liefde die bestaat tussen Jehovah en Jezus werkelijk te waarderen. De Drieëenheid is duidelijk een middel van Satan de Duivel, omdat de ongelukkige ziel die gelooft in de absurde bewering dat Jezus God is geen basis heeft om de fundamentele reden te begrijpen waarom Jezus zijn leven überhaupt offerde.

De strijdvraag die de Duivel opwierp in Eden en later in het boek van Job, zette vraagtekens bij de oprechtheid van de aanbidding van al Gods schepselen. Satan daagde God ten aanzien van de gehele Schepping als het ware uit dat niemand God aanbad omdat ze hem liefhadden, maar alleen omdat God allerlei goede dingen gaf aan zijn kinderen. De strijdvraag was niet of God zélf liefhad, maar of zijn intelligente Schpepping hem liefhad.

En daar komt Jezus in beeld. Hij verliet zijn bevoorrechte positie in de hemel om voor de Duivel te staan in antwoord op zijn uitdaging. Daarom verdeed de Duivel zijn tijd niet om hem vlak na zijn doop tot Messias nog te beproeven. De schrift zegt dat God niet beproefd kan worden. Satan wist dat ongetwijfeld. Maar, de Duivel wist dat Jezus te verleiden was. Daarom deed hij een verleidelijk aanbod om hem alle koninkrijken van de wereld de geven voor één enkele daad van aanbidding. Paulus schreef aan de Hebreeën dat Jezus in elk opzicht beproefd was.

Wil Jezus' geloof en gehoorzaamheid enige betekenis hebben, dan moest het mogelijk voor hem zijn ontrouw en ongehoorzaam te zijn aan God. De reden waarom God Jezus beloonde is omdat hij de juiste beslissing nam.



44. Als de grote schare eeuwig leven op een paradijsAARDE zal krijgen, waarom zegt 1 Thess. 4:17 dan: "…wij, de levenden, die overblijven, te zamen met hen in wolken worden weggerukt, DE HEER TEGEMOET IN DE LUCHT; en aldus zullen wij altijd met de Heer zijn"?


Het voorgaande vers zegt: "zij die dood zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan." De uitdrukking "in eendracht met Christus" verwijst specifiek naar degenen die wedergeboren zonen van God zijn; oftewel geestelijke broeders van Christus. Zij ontvangen datgene wat de Bijbel de eerste opstanding noemt. Het spreekt voor zich dat wanneer er een eerste opstanding is, er daarna ook een tweede opstanding moet zijn. En, inderdaad zei Jezus dat een ieder in de herinneringsgraven uiteindelijk zijn stem zullen horen en terug zullen keren tot het land der levenden.


45. Als Christenen ter wille van Jehovah's naam worden vervolgd, waarom zei Jezus de vroegere Christenen dan dat ze vervolgd zouden worden ter wille van zijn (Jezus') naam, in plaats van Jehovah's?


De naam van Jezus is onlosmakelijk verbonden met de naam van Jehovah. De naam betekent letterlijk "Jehovah is redding." Ook is het niet enkel de naam van Jezus, maar de naam is ook de autoriteit van God gaan vertegenwoordigen. Jehovah's Getuigen zijn bijvoorbeeld wereldwijd vervolgd in moderne tijden, omdat we Christus navolgen door te trachten 'geen deel van de wereld' te zijn. Andere zogenoemde Christenen hebben vrijwillig de bloederige oorlogen van de wereld ondersteund en hebben zodoende voorkomen dat ze vervolgd werden. In ons geval kan er daarom worden gezegd, daar we Christus' voorbeeld navolgen, dat Jehovah's Getuigen worden vervolgd ter wille van Christus' naam.


46. Naar wie verwijst Mattheüs in Mattheüs 1:23 die de naam heeft gekregen die betekent "Met Ons is God"?


En moeten we nu veronderstellen dat dat betekent dat Jezus God was? Hoe kunnen we dan het feit verklaren dat de Bijbel eenvoudig zegt dat niemand God ooit heeft gezien? De Lutherse vertaling zegt: "Niemand heeft ooit God gezien: de eengeboren Zoon, die in des Vaders schoot is, die heeft hem ons verkondigd."

De uitdrukking "met ons is God" zou ons niet in verwarring moeten brengen. Het is feitelijk een heel algemeen iets om iemand Gods zegen te wensen door zoiets te zeggen als 'Moge God met je zijn.' Het Spaanse woord om gedag te zeggen, "adios," betekent letterlijk 'ga met God.' Geen enkel helder persoon verwart zo iemand met God zelf. Er kon van Jehovah worden gezegd dat hij in de persoon van Jezus met de Joden was, omdat alles wat Jezus deed in vertegenwoordiging van zijn Vader was. Hebreeën 1:3 zegt zelfs dat Jezus de "nauwkeurige afdruk" van de Vader was. Een afdruk is niet hetzelfde als het origineel, maar een nauwkeurige afdruk is zo goed als het origineel. Daarom zei Jezus dat "wie mij heeft gezien, heeft ook de Vader gezien," omdat hij in alle opzichten net als Jehovah was - 'een aardje naar zijn vaartje' - zoals de uitdrukking zegt.



47. De Bijbel zegt dat ALLEEN God onze redder is. Hoe kan het dan dat de Bijbel herhaaldelijk zegt dat Jezus Christus onze redder is?


De Bijbel spreekt in werkelijkheid over vele redders. Rechters 3:15 zegt bijvoorbeeld: "Toen riepen de zonen van Israël tot Jehovah om hulp. Jehovah verwekte hun derhalve een redder, Ehud, de zoon van Gera, een Benjaminiet, een man die linkshandig was." In 1 Samuël 23:5 wordt ook Daniël een redder genoemd: "Bijgevolg trok David met zijn mannen naar Kehila en streed tegen de Filistijnen, en hij voerde hun vee weg maar richtte onder hen een grote slachting aan; en David werd de redder van de inwoners van Kehila."

De profetie van Obadja spreekt in het 21ste vers ook over Christus' mede-koningen als zijnde redders: "En redders zullen stellig de berg Sion bestijgen, om het bergland van Esau te oordelen; en het koningschap moet van Jehovah worden."

Jesaja 19:20 is een profetie die verband houdt met Gods definitieve oordeel en legt uit hoe Christus onze redder wordt. Er staat: "En het moet tot een teken en tot een getuige voor Jehovah der legerscharen blijken te zijn in het land Egypte; want zij zullen luid tot Jehovah roepen wegens de verdrukkers, en hij zal hun een redder zenden, ja, een groot redder, die hen werkelijk zal bevrijden."

Net zoals Jehovah de vroegere Hebreeën voorzag in redders, heeft hij Jezus Christus gegeven als middel voor onze redding. Om de rol die Christus speelt als redder beter te begrijpen, moeten we enkel het Evangelie lezen en opmerken hoe vaak Jezus zei dat zijn Vader hem gezonden had en hij niets uit zichzelf deed, maar enkel wat hij de Vader had zien doen. Jezus is een redder, omdat Jehovah, de ultieme Redder, zijn Zoon als zodanig gegeven heeft.

Voor meer over datgene wat Jehovah's Getuigen leren over Christus als onze Redder, klik hier.



48. Met betrekking tot Jesaja 14:9-17: wanneer er geen bewustzijn is na de dood, hoe kan Sjeool dan "…in beroering komen ten einde u bij uw aankomst tegemoet te gaan…" (vers 9), hoe kunnen de zielen in Sjeool "…aanheffen en tot u zeggen…" (vers 10, 11), hoe kunnen de zielen in Sjeool "die u zien, zullen u zelfs aanstaren; zij zullen u zelfs goed bekijken [en zeggen:] 'Is dit de man'…" (vers 16, 17) en hoe zou je je er bewust van kunnen zijn dat dit gebeurt?


De vragensteller verkeert in de luxe positie om vragen te stellen zonder te hoeven antwoorden. Maar, hier is een vraag voor jou: Als het meer van vuur een letterlijk plaats van helse, eeuwige marteling is, zoals je aanneemt, hoe kan het dan dat de onderaardse verblijfplaats van de dode koningen van de aarde vergeleken wordt met een rustbed van maden en wormen? Worden de koningen gepijnigd in onblusbare vlammen of rotten ze weg in wormenland, wat is het? Verder, wanneer je de beeldspraak van lijken die de koning van Baylon welkom heten letterlijk neemt, moet je ook het 13de vers letterlijk nemen waar wordt beschreven dat de hoogmoedige koning zichzelf boven de sterren van God zelf verheft. Kun je uitleggen hoe de vroegere koning van Babylon het klaarblijkelijk voor elkaar kreeg interstellair te reizen?


49. Hebreeën 3:1 verwijst naar "heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping." In Markus 3:35 zegt Jezus: "Al wie de wil van God doet, die is mijn broer…" Volgens de Bijbel is daarom een ieder die de wil van God doet een broeder van Christus en een deelnemer aan de hemelse roeping. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap leert dat enkel 144.000 personen naar de hemel gaan?


Volgens de gehele Bijbel, en niet slechts een geïsoleerde zinsnede, zijn de broeders van Christus tevens zonen van God en medeërfgenamen met Christus voor een koninkrijk. De Bijbel noemt de broeders van Christus de heiligen. Daniël onthult dat het Jehovah's voornemen is de heiligen een aandeel te geven in de hemelse koninkrijksregering van de Messias. Openbaring wijst erop dat er slechts 144.000 uitverkoren zijn om met Christus te regeren. Maar, anderen die Christus aannemen, zullen uiteindelijk ook als kinderen van God worden aangenomen. Zij zullen voor altijd op de aarde leven.


50. Hebreeën 11:16 spreekt over enkele getrouwe personen in het Oude Testament (Abel, Noach, Abraham, enz.) en zegt: "Maar nu trachten zij een betere [plaats] te verkrijgen, namelijk een die tot de hemel behoort…" en "…hun God te worden aangeroepen, want hij heeft een stad voor hen gereedgemaakt." De voetnoot bij het woord "stad" verwijst naar het HEMELSE Jeruzalem uit Hebreeën 12:22 en Openbaring 21:2. Hoe kan dit daar het Wachttorengenootschap leert dat de enige personen die naar de hemel gaan de 144.00 met de geest gezalfden zijn die geleefd hebben nadat Christus gestorven is?


Het antwoord is: Gods symbolische hemelse stad daalt neer tot hen - zij stijgen er niet naar op. Daarom bestaat één van de laatste beschrijvingen in de Bijbel uit een afschildering van de geweldige stad van het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt tot de aarde.


51. In Lukas 24:36-39 en Johannes 20:26, 27 liet Jezus zijn dicipelen de wonden in zijn lichaam zien als bewijs van zijn opstanding. Als Jezus' lichaam door God was vernietigd na zijn dood, hoe kon Jezus zijn dicipelen dan zijn lichaam met de wonden in zijn handen, voeten en zij laten zien en beweren dat hij niet slechts een geest was, "want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals gij aanschouwt dat ik heb" (Lukas 24:39)?


De Bijbel zegt duidelijk dat Jezus in het vlees ter dood is gebracht, maar levend gemaakt is in de geest. De apostelen konden toen echter niet de hemelse, geestelijke natuur van Gods koninkrijk begrijpen. Ze dachten in fysieke termen - net als jij.

De apostelen zouden nooit begrepen hebben dat Jezus naar de hemel was gegaan, tenzij hij zich eerst voor hen materialiseerde, zichzelf ommantelend met vlees om hen ervan te overtuigen dat hij leefde en daarna in hun zicht op te stijgen naar de hemel. Lang nadat Jezus teruggekeerd was naar de hemel verscheen hij echter aan Paulus. In die ontmoeting was Jezus absoluut niet menselijk. Hij was een geest, glansrijker als de zon. Paulus was zelfs drie dagen blind als gevolg van de ontmoeting die hij met Christus had op de weg naar Damaskus.

Jezus verscheen na zijn opstanding bij vele gelegenheden aan zijn dicipelen. Elke keer verscheen hij in een ander lichaam, dat niet werd herkend door de dicipelen. Elke keer moesten de dicipelen Christus herkennen door het hetgeen hij zei in plaats van zijn aangezicht. Jehovah dwong hen in geestelijke termen te denken in plaats van vleselijke. De enige uitzondering was toen Jezus verscheen waarbij hij de wonden van zijn executie droeg, wat specifiek werd gedaan om Thomas te confronteren, die daarvoor had gezegd dat hij het bewijs van Christus' opstanding nooit zou geloven, tenzij hij persoonlijk zijn wonden had gevoeld.



52. Als Christus door God geschapen was en de wijsheid van God was (Spreuken 8:1-4, 12, 22-31), zou God, voordat Jezus geschapen was, geen wijsheid hebben gehad. Hoe is het mogelijk dat God ooit zonder wijsheid zou zijn?


Er bestaat een Engels gezegde dat luidt: Wanneer een boom in een bos omvalt terwijl er niemand aanwezig is, maakt het dan enig geluid?

Het punt is: we kunnen aannemen dat het een donderend geluid maakt, maar wanneer er niemand is om het te horen, kan het dan bewezen worden en doet het er werkelijk toe?

In dezelfde lijn, wanneer God een eeuwigheid in complete eenzaamheid leefde voordat hij Schepper werd, wie zou zijn wijsheid hebben gewaardeerd? Net zoals de boom in een bos valt zonder dat er iemand aanwezig is, wat maakt het uit? Jezus wordt terecht het begin van Gods werken van weleer genoemd, omdat hij de eerste schepping was die de wijsheid die God inherent bezit, kon waarderen.



53. Openbaring 7:11 zegt dat "voor de troon" in de hemel is waar "alle engelen stonden". Openbaring 14:2, 3 zegt: "En ik hoorde een geluid uit de hemel…En zij zingen als het ware een nieuw lied vóór de troon…" Openbaring 7:9 zegt: "…zie! een grote schare…staande voor de troon…" Openbaring 7:14, 15 zegt: "…Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen…Daarom zijn zij voor de troon van God…" Daarom, als "voor de troon" in de hemel betekent en de "grote schare" "voor de troon" is, waar bevindt de grote schare zich dan?


Voor God staan, of voor Gods troon staan, is een vrij algemene uitdrukking in de Bijbel. Er hoeft niet noodzakelijkerwijs aangenomen te worden dat het betekent dat de persoon letterlijk voor Gods tegenwoordigheid staat in de hemel.

Eén voorbeeld kan worden gevonden in Exodus 16:9, waar staat: "Voorts zei Mozes tot Aäron: "Zeg tot de gehele vergadering van de zonen van Israël: 'Nadert voor Jehovah, want hij heeft uw murmureringen gehoord.'""

Het is natuurlijk duidelijk dat het gehele Israëlische kamp niet naar de hemel werd opgeheven om "voor Jehovah te naderen."

In Numeri 5:30 zegt de wet dat een vrouw die beschuldigd werd van ontrouw "voor het aangezicht van Jehovah" moest staan, zodat God haar schuldig of onschuldig kon oordelen.

De Hebreeën drukten zichzelf uit in letterlijke termen, net zoals vele vroegere personen. En veel van die uitdrukkingen staan in de Bijbel. Maar dat betekent niet dat we een letterlijke uitdrukking ook altijd letterlijk moeten opvatten. Dat de grote schare voor de troon staat betekent eenvoudig dat zij een gunstig oordeel van Gods troon van Oordeel ontvangen. In betekenis is het gelijk aan hetgeen Christus zei in Lukas 21:36, waar staat: "Blijft dan wakker, te allen tijde smekend dat gij erin moogt slagen te ontkomen aan al deze dingen die stellig gaan geschieden, en te staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen." In die context betekent "staan voor het aangezicht van de Zoon des mensen" eenvoudig zijn zegen te hebben om de vernietiging van de wereld te ontvluchten. Psalm 1:5 zegt in tegenstelling daarmee dat "de goddelozen geen stand [zullen] houden in het oordeel, noch zondaars in de vergadering der rechtvaardigen."



54. Hoe kunnen Abraham, Isaak en Jakob in Lukas 20:37, 38 "allen voor hem (God) leven," daar zij allemaal honderden jaren voordat Jezus dit zei gestorven waren?


Dat zullen de Sadduceeën zichzelf ook hebben afgevraagd. De Sadduceeën geloofden niet in de opstanding van de doden en daarom ondervroegen ze Jezus erover. De kwestie was niet of de mens een onsterfelijke ziel had, maar of de doden in de toekomst ooit weer zouden leven. Daarom vroegen de Sadduceeën: "Wie van hen wordt zij dientengevolge in de opstanding de vrouw?"

Jezus legde uit dat zij uit de doden worden opgewekt, omdat het voor God is alsof ze nooit gestorven zijn, omdat ze leven in zijn herinnering. Daar gaat het om. Het 14de hoofdstuk van Job beschrijft de volslagen onbeduidendheid van de dood, maar in vers 15 zei Job dat God een vurig verlangen zal hebben naar zijn dode scheppingen. Als God vurig verlangt de doden weer te zien, betekent dit dat ze nog steeds leven in zijn herinnering.

In het verslag van Mattheüs zei Jezus de Sadduceeën dat ze noch de Schriften, noch de kracht van God kenden. We moeten hetzelfde concluderen met betrekking tot degenen die de Schriften verdraaien om onlogische leerstellingen zoals de onsterfelijke ziel te ondersteunen. Jehovah's Getuigen onderwijzen de waarheid omtrent de dood en de opstanding.



55. Als de ziel sterft wanneer het lichaam sterft, hoe kunnen de "zielen" uit Openbaring 6:9-11, die "geslacht" waren (m.a.w.: gedood), dan "met een luide stem" uitroepen: 'Tot wanneer, Soevereine Heer…"?


Dit zijn vragen die ontstaan in een geest die metaforen niet kan begrijpen. Hoe moeten we Genesis 4:10 begrijpen, waar God tot Kaïn zei nadat hij zijn broer had vermoord: "Luister! Het bloed van uw broer roept luid tot mij van de aardbodem." Moeten we veronderstellen dat de rode bloedcellen capaciteiten bezitten waar we niet vanaf weten of dat bloed in stilte met God kan communiceren? Is het redelijkerwijs niet een eenvoudige beschrijvende manier om te zeggen dat Abels vergoten bloed vereiste dat God recht sprak ik zijn zaak door zijn moord te wreken?

Daar dat duidelijk het geval is, Openbaring 6:9 gebruikt zo'n zelfde soort zinspeling om te symboliseren hoe Jehovah uiteindelijk de dood van zijn gezalfde zonen in de oorlog van Armageddon zal wreken.



56. In Mattheüs 28:19 zegt Jezus zijn dicipelen om "mensen uit alle natiën…in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest" te dopen. Waarom zouden de dicipelen geïnstrueerd worden te dopen in de naam van iemand of iets dat geen God is? Volgen Jehovah's Getuigen het gebod van Jezus en dopen ze "in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest"?


Ja, dat doen we. We kennen de naam van de Vader, Jehovah; en zijn Zoon, Jezus, maar hoe luidt volgens jou de naam van de heilige geest?


57. Als de menselijke ziel de persoon IS, hoe kan de ziel dan van een persoon uitgaan (Genesis 35:18) of terugkeren in een persoon (1 Koningen 17:21)?


Ziel wordt niet strikt gedefiniëerd als doelend op het individu. Soms betekent ziel het leven dat een persoon bezit. In die teksten betekent het uitgaan van de ziel dat het leven van hen uitging zodat ze stierven. Klik hier voor meer.


58. Het Wachttorengenootschap leert dat de aarde nooit vernietigd of ontvolkt zal worden. Hoe kan het daarom zijn dat God in Jesaja 51:6 zegt: "…en als een kleed zal de aarde zelf verslijten, en haar bewoners zelf zullen sterven als louter een mug…", en dat Jezus in Mattheüs 24:35 zegt: "Hemel en aarde zullen voorbijgaan…", en dat Johannes in Openbaring 21:1 zegt dat hij het volgende zag: "…En ik zag een nieuwe hemel en een NIEUWE aarde; want de VROEGERE hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan, en de zee is NIET MEER?"


Jehovah vergeleek zijn almacht met de relatieve broze en vergankelijke natuur van de wereld. De Bijbel gebruikt het symbolisme van een nieuwe hemel en nieuwe aarde om de volledigheid van de nieuwe wereld van Gods makelij te beschrijven. De vroegere hemelen zijn de demonische vorsten en hun aardse regeringen waaronder we nu leven. De vroegere aarde is de huidige verdorven beschaving. De nieuwe hemelen vertegenwoordigen Christus en zijn 144.000 medekoningen die zullen regeren over een nieuwe aardse maatschappij. Dit blijkt uit de manier waarop Jehovah de uitdrukkingen nieuwe hemelen en nieuwe aarde gebruikte om het herstelde land van Israël te beschrijven. God schiep geen nieuw universum en planeet voor de gerepatrieerde Joden. Hij gaf hen enkel een frisse start in hun voormalige thuisland. Klik hier voor meer.


59. In verwijzing naar Lukas 12:4-5; wat zou er na het vermoorden van een persoon overblijven dat in Gehenna geworpen zou kunnen worden?


Hun hoop op het wederom leven in de toekomst.


60. Naar wie of wat verwijst de geest van Christus? In Gal. 4:6, hoe is het mogelijk dat de geest van Christus in ons hart kan komen? Hoe is het mogelijk dat de geest van CHRISTUS in iemand kan huizen? Als datgene wat het Wachttorengenootschap leert waar is, hoe kon Paulus deze bewering dan doen wanneer Christus een geestelijke persoon was die in de hemel woont?


Ik weet niet zeker of ik deze vraag begrijp, omdat hij onduidelijk verwoord is. Beweer je dat Christus letterlijk in zijn dicipelen woont? Is dat hetgeen je gelooft? Bestaat er een soort van mini-Jezus die in de lichamen van "gelovigen" woont? Wanneer je dat gelooft, waarom is het voor jou dan noodzakelijk ceremoniële wijn en brood te eten om het tot het vlees en bloed van Christus te laten transformeren, wanneer hij reeds fysiek in je woont? Het is redelijker dat geestelijk ingestelde personen de houding en gezindheid van Jezus in hun leven weerspiegelen. Door Christus' persoonlijkheid te weerspiegelen, kan er van Christus worden gezegd dat hij in de harten van zulke personen woont.


61. In Johannes 8:56 zegt Jezus: "Abraham, uw vader, verheugde zich zeer over het vooruitzicht mijn dag te zien, en hij heeft hem gezien en zich verheugd." Daar Abraham honderden jaren voordat Jezus dit zei gestorven was, hoe kon Jezus dan zeggen dat Abraham "hem heeft gezien en zich verheugd" heeft, wanneer er geen bewustzijn is na de dood?


Abraham "zag" Christus' dag in dat hij de vervulling van Gods belofte om een zoon voort te brengen meemaakte. Zoals je weet beloofde Jehovah aan Abraham dat Sara een zoon zou baren, ondanks dat ze de leeftijd waarop ze kinderen zou kunnen krijgen reeds lang gepasseerd was. Maar, God hield zijn woord en gaf hem op wonderbaarlijke wijze Isaäk. Jezus' geboorte was evenzo een wonder van God. Het was daarom dezelfde wonderbaarlijk werkende God die Jezus voortbracht, die eerst de geboorte van Isaäk veroorzaakte. In die betekenis zag Abraham Christus' dag in dat hij verheuging had in de wonderbaarlijke geboorte van de erfgenaam van Christus.

En niet alleen dat, maar Abraham "zag" Christus' dag door te trachten zijn eniggeboren zoon van Sara te offeren. In dat opzicht zei Paulus dat Abraham een profetisch drama opvoerde, wat een duidelijk voorafschaduwing was van Jehovah die zijn eniggeboren Zoon offerde.



62. In Johannes 6:51 zegt Jezus dat een persoon "van dit brood" moet eten om "eeuwig te leven," en dat "het brood dat ik zal geven IS mijn vlees." In Johannes 6:53 zegt Jezus: "…Indien gij het vlees van de Zoon des mensen niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij geen leven in uzelf." In Johannes 6:54, 55 zegt Jezus: "Wie zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven…" en "…want mijn vlees is waar voedsel en mijn bloed is ware drank." Neem je deel aan het vlees van Christus, zoals Jezus gebood, zodat je leven in jezelf hebt en voor eeuwig kunt leven?


Ja. We geloven echter dat dit een geestelijke betekenis heeft.


63. In Handelingen 17:31 zegt Paulus: "Want hij heeft een dag vastgesteld waarop hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid te oordelen door een MAN die hij heeft aangesteld, en hij heeft alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem uit de doden heeft opgewekt." Geloofde Paulus dat de toekomstige rechter van de wereld, Jezus Christus, een onsterfelijke MAN of een onzichtbaar geestelijk schepsel zou zijn?


Paulus kende Christus persoonlijk als een onzichtbare machtige geest. Echter, hij verwees naar Jezus als een man omdat Jezus, zoals duidelijk moge zijn, eens een man was, en als gevolg van zijn getrouwheid als een man beloonde God hem door hem tot hemelse koning te maken. Anders gezegd: ondanks dat Jezus niet nog steeds een man is, kwalificeerde zijn loopbaan als man hem als oordeler van de mensheid, in die zin is het dus passend om over hem als een man te spreken.


64. Het WTG leert dat Abraham, Isaäk en Jakob niet met Christus in zijn hemelse koninkrijk zullen wonen. Hoe leg je Mattheüs 8:11 dan uit, waar Jezus zegt: "Ik zeg u echter dat velen uit oostelijke en westelijke streken zullen komen en met Abraham en Isaäk en Jakob aan tafel zullen aanliggen in het koninkrijk der hemelen?"


De tafel van Abraham is een verwijzing naar het koninkrijk van God. Dit is het gevolg van het feit dat het verbond dat Jehovah oorspronkelijk sloot met Abraham uiteindelijk het messiaanse koninkrijk zal voortbrengen. Paulus sprak de niet-Joodse gezalfde zonen van God bijvoorbeeld aan met het werkelijk zaad van Abraham. Galaten 3:26-29 luidt: "In werkelijkheid zijt gij allen zonen van God door middel van uw geloof in Christus Jezus. Want gij allen die in Christus werdt gedoopt, hebt Christus aangedaan. Er is noch jood noch Griek, er is noch slaaf noch vrije, er is noch man noch vrouw, want gij zijt allen één persoon in eendracht met Christus Jezus. Bovendien, wanneer gij Christus toebehoort, zijt gij werkelijk Abrahams zaad, erfgenamen met betrekking tot een belofte."

De belofte waarnaar Paulus verwijst, is de belofte die God deed aan Abraham aangaande zijn zaad dat een zegening zou worden voor mensen uit alle natiën. In die zin is Abraham, ondanks dat hij niet feitelijk in het koninkrijk is, er zeker een passend symbool voor.



65. Elke Christen zal beamen dat we de geboden van God dienen op te volgen. In Markus 9:7 gebied God de Vader dat we luisteren naar Jezus. Volg je dit gebod en luister je naar Jezus? Jezus stierf ten slotte voor je persoonlijke zonden (1 Johannes 2:2, 1 Petrus 2:24). Jezus zegt ons rechtstreeks tot hem te komen (Mattheüs 11:28-30), en de Vader gebood ons naar Jezus te luisteren. Waarom? Omdat JEZUS ons eeuwig leven geeft (Johannes 10:28), en zodat JEZUS in ons huis zal komen en ons het recht zal geven op zijn troon te zitten (Openbaring 3:20, 21). Bid je tot Jezus zoals Paulus en de vroegere Christenen deden (1 Korinthiërs 1:2)? Neem je deel aan het vlees van Christus, zoals Jezus gebood (Johannes 6:51)? Zo niet, volg je dan het gebod van de Vader op die zei: "Luister naar hem"?


Jezus vroeg zijn dicipelen bij herhaling of ze begrepen wat hij tegen ze zei. Dat deden ze vaak niet. En degenen die niet bij zijn intieme dicipelen behoorden, begrepen de betekenis van Jezus' onderwijzingen absoluut niet. En, erger nog, Jezus beschreef de religieuze leiders uit die tijd als nutteloze blinde gidsen.

Sinds die tijd is er in werkelijkheid niets veranderd. Hedendaagse personen zijn evenzo het slachtoffer geworden van blinde religieuze leiders. Geestelijke blindheid is nog steeds vrijwel alom aanwezig in onze hedendaagse wereld. De fundamentele leerstellingen uit de Bijbel zijn niet moeilijk te begrijpen, maar de theologen van de Christenheid hebben Christus' leerstellingen samengesmolten met Babylonische mysteries en het resultaat is dat ze mensen ervan weerhouden hebben de waarheid van God te kennen. Net zoals Jezus over de Farizeeën zei, zullen de hedendaagse geestelijken het koninkrijk niet binnengaan en staan ze in de weg van degenen die het wel willen. Geestelijke blindheid is zo moeilijk te genezen, omdat de meeste mensen die een klein beetje bekend zijn met de Bijbel zich indenken dat ze geestelijk verlicht zijn. Het is zoals Jezus in de Bergrede op de Berg zei: "Indien het licht dat in u is, in werkelijkheid duisternis is, hoe groot is dan die duisternis!"


 
Tot slot:
 

Zoals blijkt uit deze 65 Vragen, bestaat er een ontstellende onwetendheid aangaande de leerstellingen van de Bijbel en Jehovah's Getuigen.

Ik waardeer de mogelijkheid om oprechte waarheidzoekers te helpen de waarheid over Jehovah, Jezus en Jehovah's Getuigen te leren kennen.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman