| Het Wachttorengenootschap is verkeerd bezig
wanneer ze acceptatie van diverse interpretaties van profetie
en chronologie tot speerpunten van ons geloof maken. Maar,
je vroeg waarom we nog steeds omgang moeten blijven houden
wanneer we niet het geheel van leerstellingen van het Genootschap
accepteren?
Om die vraag bevredigend te beantwoorden, zou elke persoon
die zich gesteld ziet tegenover die situatie, of soortgelijke
omstandigheden, zichzelf de volgende vraag moeten stellen:
Waarom ben ik überhaupt één van Jehovah's Getuigen geworden?
Waarschijnlijk zal je antwoord zijn dat je één van Jehovah's
Getuigen bent geworden, niet alleen omdat je oorspronkelijk
dacht dat Getuigen de waarheid hadden, maar ook omdat je
Jehovah wilde dienen. Nu twijfel je er echter aan of Jehovah's
Getuigen werkelijk Jehovah's dienstknechten zijn. Maar,
het zou goed kunnen zijn alle factoren te beschouwen zodat
in onze geest opnieuw wordt bevestigd wat het ware geloof
precies inhoudt.
Hier volgen de fundamentele waarheden die belangrijk voor
ons moeten zijn: Het eerste en belangrijkste is dat Jehovah
God is - punt. Ten tweede, hij zond zijn eerstgeboren zoon,
Jezus, om te sterven voor de mensheid. We zijn gezegend
daar we zeker weten dat Jezus en Jehovah niet verenigd zijn
in een mystieke, onbegrijpelijk Drieëenheid, zoals honderden
miljoenen mensen door bedrog zijn gaan geloven.
We zijn geestelijk verlicht doordat we weten dat Satan
niet één of ander onderaards, mythologisch figuur is, maar
dat hij de slinkse god van deze wereld is. We zijn gewaarschuwd
voor het feit dat de Duivel regeringen en religies van deze
wereld van boven tot onder bestuurt en dat de mensen van
deze wereld subtiel doordrongen zijn met zijn karakter en
geest; daarom moeten we geen deel van de wereld zijn.
Een ander essentiëel aspect van de waarheid is de strijdvraag
tussen Jehovah en Satan; die Gods karakter en zijn recht
om te regeren, alsook onze integriteit ten opzichte van
God in twijfel heeft getrokken.
Om de kwestie eens en voor altijd te beslechten, onthult
de Bijbel dat God een koninkrijksregering heeft geschapen
met Christus aan het hoofd, welke tevens bestaat uit 144.000
personen die gekocht zijn van de aarde. Het is Jehovah's
voornemen om het koninkrijk uiteindelijk volledige macht
te geven zodat ze de aardse aangelegenheden volledig onder
controle heeft en Satan en zijn demonen in een uiteindelijke,
beslissende oorlog, welke de gehele hedendaagse goddeloze
maatschappij zal vernietigen, zal lozen.
Verder heeft Jehovah zich voorgenomen dat een ontelbare
grote schare van Christenen het einde van de wereld zullen
overleven om bewoners te worden van een nieuwe-wereldmaatschappij.
Daarom worden Jehovah's Getuigen trouwens ook "Nieuwe Wereldmaatschappij"
genoemd.
Er bestaan zeker vele details, maar dit zijn de fundamenten
van de waarheid welke als een anker voor ons geloof moeten
zijn.
Maar, wat betekent het nu feitelijk om één van Jehovah's
Getuigen te zijn? Betekent het dat ons getuigenis geven
enkel moet bestaan uit het verspreiden van de tijdschriften
Wachttoren en Ontwaakt aan de mensen en commentaar
te geven op vergaderingen in de koninkrijkszaal? Nee, dat
is niet de betekenis van het één van Jehovah's Getuigen
zijn. Eén van Jehovah's Getuigen zijn betekent dat we bekend
zijn met de opperste universele strijdvraag tussen Jehovah
en Satan en dat we er opzettelijk voor kiezen Jehovah's
kant van de controverse te ondersteunen. Het kiezen van
Jehovah's zijde betekent dat we Jehovah als de Soevereine
Heer erkennen en we beloven onze levens op te dragen aan
zijn zaak, ongeacht de persoonlijke prijs die daarmee gemoeid
is.
In dat opzicht was Jezus één van Jehovah's getuigen -
de belangrijkste getuige van de zaak van zijn God en Vader.
Daarom stierf Christus - niet alleen om als losprijs voor
ons te dienen, maar om te bewijzen dat de Duivel een leugenaar
is. Dat is ook de reden waarom vele vroegere Christenen
evenzo hun leven hebben gegeven. Gedurende de afgelopen
eeuw zijn duizenden Jehovah's Getuigen ook vervolgd, gevangen
gezet en zelfs gedood met betrekking tot de strijdvraag
omtrent Jehovah's universele soevereiniteit.
Hecht Jehovah waarde aan zijn getuigen die dit absolute
offer geven? Ja, dat doet hij zeker. Psalm 116:15 zegt:
"Kostbaar in de ogen van Jehovah is de dood van zijn
loyalen." Denk je dat het er voor Jehovah toe doet of
duizenden van zijn volk, waarvan velen gezalfde Christenen
zijn, die tot de dood toe pal gestaan hebben tegen de Nazi
tirannie, wellicht in een leugen aangaande 1914 hebben geloofd?
Kan zoiets onbeduidends het feit teniet doen dat ze willens
en wetens hun leven voor Jehovah's zaak hebben gegeven?
Dat zou ons moeten helpen de zaken in het juiste perspectief
te bezien, zodat we niet toestaan dat we van de weg afwijken
of struikelen door datgene wat het Wachttorengenootschap
wellicht doet, of nalaat te doen. Wanneer we werkelijk Jehovah's
Getuigen zijn, zijn we een persoonlijke relatie met God
en Christus aangegaan welke onze relatie met elke zogenoemde
zichtbare organisatie ver overstijgt.
De context van de 116de Psalm , welke hierboven werd aangehaald,
spreekt met zekerheid over de situatie waarmee velen van
ons te maken krijgen. De verzen zes tot en met acht luiden
bijvoorbeeld: "Jehovah behoedt de onervarenen. Ik was
verarmd, en voorts heeft hij zelfs mij gered. Keer terug
tot uw rustplaats, o mijn ziel, want Jehovah zelf heeft
passend tegenover u gehandeld. Want gij hebt mijn ziel verlost
van de dood, mijn oog van tranen, mijn voet van struikelen."
De Psalmist geeft Jehovah de eer voor het behoeden tegen
struikelen, wat opzichzelf toegeeft dat er struikelblokken
op ons pad zijn die niet overwonnen kunnen worden door onze
eigen menselijke krachtsinspanningen. Dat komt omdat we
onervaren zijn, zoals het 6de vers opmerkt. Wie heeft ten
slotte de lange levenservaring als onze tegenstander de
Duivel? Hoe kunnen we dan mogelijkerwijs hopen dat we, zonder
Jehovah's hulp, over al zijn listig neergelegde struikelblokken
kunnen stappen? Als gevolg van onze onervarenheid zijn we
er vatbaar voor om tot struikelen te worden gebracht en
daardoor raken we geestelijk behoeftig en uitgeput. Maar,
de Psalmist spreekt vanuit het gezichtspunt van degenen
met geloof in God. Daarom luiden de volgende verzen: "Ik
wil voor het aangezicht van Jehovah wandelen in de landen
der levenden. Ik had geloof, want ik ging spreken. Ikzelf
was zeer gekweld. Ik voor mij zei, toen ik in paniek geraakte:
"Ieder mens is een leugenaar.""
Beschrijft de Psalm niet onze moeilijke toestand? Zijn
we niet "zeer gekweld" door gevoelens van verraad en teleurstelling?
We zijn tot de conclusie gekomen dat iedereen, inclusief
de getrouwe slaaf van het Wachttorengenootschap, "een leugenaar
is." We zijn in "paniek" geraakt met betrekking tot ons
geloof, alsof Jehovah niet langer meester over de situatie
is, waarvan we voorheen in ons geloof verzekerd waren. Maar,
volgens de Psalm is ons geloof de remedie. Daarom
zei de Psalmist: "Ik had geloof, want ik ging spreken."
Wanneer we Jezus geloven dat niet één musje op de aarde
valt zonder dat Jehovah dat weet, en dat God zo intens in
ons persoonlijk geïnteresseerd is dat hij de haren
op ons hoofd geteld heeft, hoe kan Jehovah ons dan mogelijkerwijs
rond laten dolen en niet in middelen voorzien die ons geloof
in tijden van moeilijkheden waar we tegenover kunnen komen
te staan intact kunnen houden? Het is ondenkbaar
dat hij dat zou doen. Maar, het komt wel neer op de diepte
van ons geloof en onze vasthoudendheid in het smeken tot
Jehovah om ons het inzicht en geloof te geven dat we nodig
hebben om te volharden in de wedloop voor leven.
Wanneer we geloven dat onze doop als Jehovah's Getuigen
enige waarde had voor God, dan moeten we accepteren dat
niets in de hemel of op aarde onze opdracht teniet kan doen.
Het maakt eenvoudigweg niet uit wat het Wachttorengenootschap
leert of wat individuele personen binnen de gemeente wellicht
denken; we hebben nog steeds een verplichting ten opzichte
van God. Het feit dat we op dit moment in leven zijn, de
lucht inademen die God goedgunstig geeft, verplicht ons
ertoe hem te erkennen. De volgende verzen in Psalm 116 spreken
over deze realiteit. Er staat: "Wat zal ik Jehovah vergelden
voor al zijn weldaden jegens mij? De beker van grootse redding
zal ik opnemen en de naam van Jehovah zal ik aanroepen.
Mijn geloften zal ik aan Jehovah betalen, ja, in het bijzijn
van heel zijn volk."
En natuurlijk heeft het Wachttorengenootschap ons teleurgesteld.
Ja, ze hebben ons verraden. Maar, dat doet er niet toe.
Jehovah heeft ons nooit verraden. God is waar. Daarom
moeten we nu meer dan ooit het voorbeeld van de Psalmist
volgen en de naam van Jehovah aanroepen en onze geloften
aan Jehovah betalen, "ja, in het bijzijn van heel zijn volk."
Het is onontkoombaar dat de gehele op 1914 gerichte profetische
structuur van het Wachttorengenootschap uiteindelijk als
een kaartenhuis ineen zal storten. Ik zie het zo, het is
beter nu te struikelen en het maar achter de rug te hebben,
zodat we de kwesties in onze eigen geest kunnen oplossen
en ons weer kunnen oprichten, zodat we er zullen zijn om
anderen te helpen wanneer zij onvermijdelijk zullen struikelen
gedurende de komende tijd van verwarring en verdrukking
die in de Schrift wordt voorzegd. In plaats van onszelf
als slachtoffers te bezien, moeten we liefde voor onze broeders
hebben, in de wetenschap dat zij uiteindelijk ook geconfronteerd
zullen worden met dezelfde struikelblokken. We zouden er
voor hen moeten willen zijn. Paulus zei dat we niemand ook
maar iets verschuldigd moeten zijn - met uitzondering van
liefde. Onze beloften aan Jehovah betalen, verplicht
ons ertoe onze Christelijke broeders lief te hebben, welke
soort van dwaasheid hen op dit moment ook in bezit moge
hebben.
En laten we ons niet vergissen: Jehovah gaat een zeer
strenge tuchtiging toedienen aan dezelfde getrouwe en beleidvolle
slaaf die ons in deze situatie gebracht heeft. Psalm 118:18
spreekt over dat oordeel door te zeggen: "Jah heeft mij
streng gecorrigeerd, maar aan de dood heeft hij mij niet
overgegeven." Door middel van Maleachi heeft Jehovah
gezegd dat hij drek op het aangezicht van zijn priesters
zal strooien die het verbond te gronde hebben gericht en
velen hebben doen struikelen.
Maar, wanneer we geloof hebben in Gods toekomstige oordelen
zullen we niet toestaan dat wrok en ontmoediging door de
zonden van het Wachttorengenootschap ons tot struikelen
zal blijven brengen, maar we zullen de koers van toewijding
blijven volgen en toestaan dat Jehovah ons sterkt en loutert
en ons gebruikt tot grotere heerlijkheid van zichzelf en
de uiteindelijke zegening van anderen. En bovenal zullen
we ons steeds meer gaan realiseren dat we het voorrecht
en de mogelijkheid hebben om alle waarnemers, zowel aardse
als hemelse, te laten zien dat we werkelijk Jehovah's
getuigen zijn, in de ware zin van het woord, en dat niets
ons ervan kan weerhouden Jehovah te blijven dienen - zelfs
niet de tirannie of dwaasheid van het Wachttoren Bijbel
en Traktaatgenootschap.
|