Ten Dienste van Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap
 

Week van: 9 t/m 15 November 2003


 

Hoe ga ik om met het probleem van Adamitische zonde en het argument dat het onrechtvaardig is voor God om kinderen van een veroordeelde crimineel te straffen? Is het rechtvaardig van een rechter om de gehele familie van een veroordeelde crimineel in de gevangenis te werpen? Ik weet dat het tijdelijk zou kunnen zijn voor sommige kinderen, maar het lijden lijkt hetzelfde te zijn als voor Adam. Het lijkt erop dat het enige verschil tussen Adam en zijn kinderen is dat zijn kinderen een ga-uit-de-gevangenis-zonder-te-betalen kaart kunnen krijgen aan het eind.


Jehovah heeft zijn universum ontworpen zodat het werkt met een serie van specifieke wetten en beginselen. De fysieke wereld wordt niet alleen beheerst door wetten als de zwaartekracht en thermodynamica, maar vooral Gods intelligente schepping, zowel engelen als mensen, worden begrensd door morele en geestelijke wetten. Eén zo'n beginsel is dat je oogst wat je zaait. Adam en Eva zaaiden de zaden van ongehoorzaamheid en opstand. Moeten we veronderstellen dat Jehovah voordien tussenbeide had moeten komen om de ontvouwing van de gevolgen van hun zonde te voorkomen? Het is niet redelijk van God te verwachten dat hij zijn eigen autoriteit verzwakt door niet toe te staan dat Adam en Eva en hun nageslacht de volledige oogst van onze wetteloosheid binnen te halen.

Maar, het feit dat God reeds voorzieningen heeft getroffen om de mensheid van de dood te bevrijden en de rotzooi die we gemaakt hebben ongedaan te maken, maakt dat God niet beschuldigd kan worden van onrechtvaardigheid of onverschilligheid. Met de kennis die we hebben over de kwesties van universele soevereiniteit en bekend te zijn met het grote offer wat zowel Jehovah als Jezus gegeven hebben, bestaat er in werkelijkheid geen excuus voor iemand die bekend is met deze zaken om Jehovah op deze wijze te beschuldigen.



Hoe verklaar je de snelle expansie die we hebben gezien in de organisatie? In je recente essay 'Babylon de Grote - Wanneer Vernietigd?, zeg je dat Jehovah's Getuigen nog niet uit haar slavernij gevlucht zijn. Maar, ik draag aan dat de explosie in verkondigers die we hebben gezien je bewering tegenspreekt. Om nog maar niet te spreken van de "geestelijke gereedschappen" die we dragen inderdaad rein zijn, wat dat gedeelte van de profetie verifiëert.


Er bestaat geen twijfel over dat het Wachttorengenootschap een zeer overtuigende zaak heeft gepresenteerd. Jehovah's Getuigen zijn ten slotte niet dom. Er zijn vele slimme broeders en zusters die de leerstelling van het Wachttorengenootschap hieromtrent accepteren. Maar, wanneer we het nauwkeurig bestuderen, zijn er vele zaken die eenvoudig niet kloppen.

Beschouw ten eerste het feit dat de oorspronkelijke val van Babylon een wereldschokkende gebeurtenis was in de wereld uit de oudheid. Voor haar plotselinge ineenstorting werd Babylon beschouwd als vrijwel onoverwinnelijk; toch voorzei Jehovah in detail hoe ze omver geworpen zou worden door Cyrus, wat ook precies gebeurde op 2 oktober 539 v.G.T. Maar, in vergelijking hiermee lijkt de hedendaagse toepassing die het Wachttorengenootschap geeft tot onbeduidend te verbleken. Hoe kan de korte gevangenneming van 8 Wachttoren functionarissen vergeleken worden met de vernietiging van Jeruzalem en de ballingschap van een gehele natie? En hoe laat hun vrijlating zich vergelijken met de omverwerping van het machtige Babylonische Rijk en de repartiëring van de Joden?

We kunnen ons ook afvragen: Wanneer begon de vermeende gevangenschap aan Babylon de Grote voor de Bijbelonderzoekers? Het lijkt erop dat ware geestelijke bevrijding uit de Christenheid begon in de 1870'er jaren, toen het Wachttorengenootschap voor het eerst begon met het aan de kaak stellen van de leerstellige fouten van de Christenheid. Maar, op welke wijze heeft de Christenheid ons in geestelijke slavernij gehad gedurende de moeilijke periode van 1916-1919 zodat Gods volk weer van haar uit moesten gaan?

Acht broeders die naar de gevangenis werden getransporteerd, hoefde niet persé de spiritualiteit van de gehele organisatie op een negatieve wijze te beïnvloeden. Het Wachttorengenootschap zegt dat het predikingswerk bijna tot een halt kwam in die tijd. Maar, waarom zou dat moeten? De Bijbelstudenten zelf werd het prediken niet werkelijk belet. De Wachttoren heeft geen uitgave overgeslagen. Nogmaals: Op welke wijze werd Jehovah's volk geestelijk tot slaaf gemaakt door Babylon de Grote zodat ze van haar uit moesten gaan? In de gevangenis worden gezet vanwege je geloof betekent niet noodzakelijkerwijs dat een Christen ontrouw aan God is geweest. Integendeel, gedurende de eeuwen zijn veel Christenen juist vanwege hun geloof in de gevangenis geworpen. De apostel Paulus schreef meerdere van zijn Bijbelboeken in gevangenschap. Johannes schreef de Openbaring in de tijd dat hij verbannen was naar het strafeiland Patmos. Betekent het feit dat de apostelen van Christus gevangen zaten wegens hun geloof dat ze overwonnen waren door hun religieuze vijanden? Nee, dat is eenvoudig niet redelijk.

Wat betreft de opmerking dat we nu reine dragers zijn van de tempel gereedschappen: het Wachttorengenootschap beweert dat Jehovah de broeders toen strafte omdat ze hun geloof compromitteerden. Ze halen de gebeurtenis uit 1918 aan toen het Genootschap haar lezers aanmoedigde deel te nemen aan "The National Day of Prayer" voor een snelle overwinning op Duitsland in de Grote Oorlog. Hoe afschuwelijk die misstap ook mag lijken, hij valt in het niet bij het recente 10-jarige NGO-lidmaatschap van het Wachttorengenootschap en alle subtiele pro-VN propaganda die Jehovah's Getuigen onbewust hebben verspreid door middel van de Ontwaakt! Als Jehovah in het verleden ontevreden was over ons compromis, hoeveel temeer dan nu?

Een lezer maakte me onlangs attent op nóg een voorbeeld van het soort van verspreiding van subtiele VN propaganda waaraan het Wachttorengenootschap zich in recente jaren schuldig heeft gemaakt. Hier volgt een citaat uit het openingsartikel van de Ontwaakt! van 8 december 2000 dat spreekt over de problemen van kinderen. Er staat: "VANAF haar prilste begin stelt de organisatie der Verenigde Naties belang in kinderen en hun problemen. Eind 1946 richtte ze het Internationale Kindernoodfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) op, als tijdelijke maatregel om zorg te dragen voor kinderen in door oorlog verwoeste gebieden. In 1953 werd van dit noodfonds een permanente organisatie gemaakt. Hoewel het nu officieel bekendstaat als het Kinderfonds van de Verenigde Naties, heeft het zijn oorspronkelijke acroniem, UNICEF, behouden. Al meer dan een halve eeuw dus voorziet UNICEF kinderen overal ter wereld van voedsel, kleding en medische zorg en heeft het getracht voor hun behoeften in het algemeen zorg te dragen."

Het artikel laat verder zien dat de VN niet zo heel succesvol is geweest in het helpen van kinderen. Hoe onschuldig het bovenstaande commentaar op het eerste gezicht ook mag lijken, we moeten ons afvragen waarom het tijdschrift Ontwaakt! nooit nationale regeringen heeft geprezen voor hun vele hulpprogramma's voor kinderen? De schrijvers van de Wachttoren lijken zich niet te realiseren dat de VN in strijd verwikkeld is met nationale regeringen om hun soevereiniteit teniet te doen. Vooral nationale patriotten bezien de inspanningen van de VN als opdringerig. Het lijkt er inderdaad op dat het prijzen van de VN voor hun inspanningen gelijk staat aan het uiten van ondersteuning voor het plan van globalisten om de onafhankelijke natie-staten omver te werpen.

Om de verdeeldheid van deze ogenschijnlijk eenvoudige kwestie te illustreren: conservatieve Amerikaanse patriotten zullen het waarschijnlijk eens zijn met het Wachttorengenootschap dat de VN altijd "interesse" heeft getoond in problemen van kinderen. Organisaties als de John Birch Soceity hebben echter grote achterdocht over de motieven van de VN in deze kwestie. Het tijdschrift The New American heeft een artikel gepubliceerd over dit onderwerp (de belangstelling van de VN voor kinderen), maar naar hun mening heeft het onderliggende motief alles te maken met door de staat uitgeoefende controle over het gezin en niet de onzelfzuchtige zorg voor het welzijn van kinderen.

Wat de bezielende ondersteuning van de Ontwaakt! van de VN en UNICEF zelfs nog ongepaster maakt, is dat de Washington Times recentelijk een artikel heeft gepubliceerd dat onthulde hoe UNICEF de verspreiding van een pamflet heeft gefinanciëerd dat kinderen aanmoedigde deel te nemen aan allerlei vormen van sexuele perversiteiten. En niet alleen dat, maar de VN heeft een eigen groots pedofilie schandaal en andere gruwelijkheden die ze moeten oplossen.

In het licht van hun NGO-lidmaatschap ten tijde van de publicatie van het artikel in de Ontwaakt!, lijkt de prijzing van het Wachttorengenootschap van de VN voor hun inspanningen om kinderen te helpen op zijn minst een cynisch compromis van neutraliteit te zijn en in het ergste geval een subtiele manier om in de gunst te komen bij machtige wereldse vrienden. Hoogstwaarschijnlijk heeft het Genootschap dat artikel aan de VN aangeboden, net zoals ze dat hebben gedaan met het walgelijke artikel uit de Ontwaakt! van 22 november 1997, waarin de Verklaring van de Rechten van de Mens werd geprezen.

Vraag: Wanneer Jehovah zijn dwalende dienstknechten in 1919 strafte voor het compromitteren van hun Christelijke neutraliteit, waarom staat God de veel dwalendere handelingen van de leiders van Jehovah's Getuigen in huidige tijden dan toe? Ook de volgende vraag: Wanneer we zijn bevrijd van babylonische invloed, waarom gaat het Wachttorengenootschap dan voort met het imiteren van de werkwijzen van de hoer door te wandelen met de zogenoemde koningen der aarde?

Verder, hoe kan er worden beweerd dat Babylon de Grote gevallen is in 1919? We weten dat enkele geestelijken met politieke connecties hun invloed kennelijk hebben gebruikt om de regering van de VS zover te krijgen dat Broeder Rutherford en metgezellen op valse beschuldiging van opruiïng werden gearresteerd, maar sommige geestelijken gebruiken tot op de dag van vandaag nog steeds hun invloed om Jehovah's Getuigen te vervolgen. Sommige orthodoxe geestelijken in Griekenland en enkele voormalige Sovjet staten zijn bijvoorbeeld zeer fel in hun aanvallen op Jehovah's Getuigen. Recente gebeurtenissen in Georgië zijn één voorbeeld van de manier waarop civiele autoriteiten onder invloed staan van onze religieuze vervolgers. Gedurende de jaren '50 stond de Katholieke provinciale geestelijke in Quebec het werk van Jehovah's Getuigen sterk tegen. Elke keer wanneer een Jehovah's Getuige het waagde te prediken, liet hij hen in de gevangenis werpen. Wanneer we geloven dat de gevangenzetting van Rutherford er bewijs van was dat Babylon de Grote macht over Gods volk had, dan moeten we concluderen dat Babylon de Grote die macht nog steeds over ons uitoefent.

Nog iets wat we kunnen beschouwen: Toen de Joden uit Babylon werden bevrijd was het massaal, als een groep, net zoals de wonderbaarlijke uittocht uit Egypte. Heden ten dage passen we het echter meer op een individuele basis toe. Het is waar dat het Genootschap beweert dat Jehovah de organisatie in 1919 bevrijd heeft, maar sinds die tijd denken we dat wanneer een persoon zijn/haar voormalige religie verlaat en één van Jehovah's Getuigen wordt, dat ze reageren op de voortdurende roep "gaat uit van haar mijn volk." Dat is echter niet in overeenstemming met de wijze waarop de Bijbel het uitgaan van Babylon beschrijft.

Wanneer we tot slot de context van het vers in Openbaring bestuderen waarin Gods volk wordt aangespoord van haar uit te gaan, wordt duidelijk dat zoiets nog niet heeft plaatsgevonden. Openbaring 18:4, 5 luidt: "En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: "Gaat uit van haar, mijn volk, indien gij niet met haar in haar zonden wilt delen, en indien gij geen deel van haar plagen wilt ontvangen. Want haar zonden hebben zich helemaal tot aan de hemel opgehoopt, en God heeft zich haar ongerechtigheden te binnen gebracht.""

Redenerend over het bovenstaande vers: het is duidelijk dat de roep om van haar uit te gaan tijdens de oordeelsperiode weerklinkt als onmiddellijke voorbode van de vernietiging van Babylon de Grote. Wanneer Babylons zonden zich echter in 1919 tot aan de hemel hadden opgehoopt en God zich haar vele ongerechtigheden te binnen heeft gebracht, waarom heeft Jehovah dan toegestaan dat de grote hoer sindsdien zo vele jaren is blijven bestaan? Wanneer de zonden van de Christenheid zich in 1919 tot aan de hemel hadden opgehoopt, zouden we, in het licht van de vele gruwelijkheden waaraan religie zich sindsdien schuldig heeft gemaakt, moeten zeggen dat haar zonden zich nu hoger dan de hemel hebben opgestapeld.

Volgens het laatste vers van het 18de hoofdstuk van Openbaring, wordt Babylon de Grote beschuldigd van bloedschuld voor de dood van Gods "heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn."

De profetieën wijzen erop dat de grootste slachting in de geschiedenis van deze bloederige wereld in de toekomst ligt. De Bijbel noemt het een grote verdrukking. De onheilspellende alles zeggende donkere oorlogswolken doemen sinds enige tijd inderdaad op aan de horizon. Vanuit een puur wereldlijk perspectief wordt het dreigende conflict de Botsing der Beschavingen genoemd. (De Botsing der Beschavingen wordt gedefiniëerd als het Christelijke Westen tegen de Islam.) De Bijbel en de geschiedenis komen met elkaar overeen doordat valse religie de voornaamste stimulator van oorlog is. Heden ten dage, vooral sinds 9-11, is het duidelijk dat 's werelds drie grootste religieuze samenstelsels, namelijk het Christendom, het Jodendom en de Islam, tegenover elkaar worden gezet onder de schijn van de zogenoemde oorlog tegen terrorisme. De taal wordt zeker gespierder, zoals blijkt uit de opmerkingen van diverse functionarissen. En over het algemeen volgt échte oorlog op de oorlog met woorden. Men hoeft geen zeer levendig voorstellingsvermogen te bezitten om te voorzien dat een terroristische aanslag met massavernietigingswapens kan dienen als onsteking voor het uitbreken van een bloedvergietende wereldoorlog zoals die tot nu toe niet is voorgekomen - met de Islam en gevolg op het slagveld.

President Bush beweert een Christen te zijn en het is algemeen bekend dat fundamentalistische Christenen zijn meest vurige aanhangers zijn. Als niet-onrealistisch hypothetisch scenario: Mocht Israël en haar Zionistische Christelijke ondersteuners een grote nucleaire oorlog beginnen tegen de Islamitische landen van het Midden Oosten, dan moeten we veronderstellen dat dat de uiteindelijke opeenhoping van Babylons zonden tot aan de hemel zal zijn. (Hiermee samenhangend: voormalig vice-president Al Gore uitte recentelijk zijn bezorgdheid over dat de Verenigde Staten verstrengeld is in totalitarisme.)

Hoe het Jehovah's Getuigen en het Wachttorengenootschap zoud kunnen vergaan gedurende die periode is het onderwerp van diverse essays op e-watchman. Maar, het is de hoogste tijd dat Jehovah's Getuigen, en vooral ons Wachttorengenootschap, wakker worden en deze dingen die we onbetwistbaar als waarheid hebben aangenomen opnieuw overdenken.



Ik zou het interessant vinden om jouw gedachten te horen over deze vraag die gepost is op Pathways…

Het Genootschap beweert dat de vervulling van Jesaja 66:8 in 1919 was toen de 8 broeders bevrijd werden van geestelijke gevangenschap door Babylon de Grote.

Wanneer ik deze schriftplaats echter bekijk, zie ik veel bewijs voor een vervulling op Pinksteren 33 G.T.



Jezus wierp de uitdrukking "wedergeboren" op in verwijzing naar de zalving door heilige geest. Voordat Jezus heenging van zijn dicipelen en naar de hemel terugkeerde, instrueerde hij hen in Jeruzalem te wachten op hetgeen hij een doop door heilige geest noemde. Zoals beloofd, ontvingen de eerste 120 dicipelen de zalving op Pinksteren 33 G.T. en duizenden anderen in de dagen daarna. Jesaja 66:8 spreekt echter niet over de geestelijke geboorte van individuele zonen; de profetie beschrijft hoe alle zonen in een oogwenk geboren worden, als op één dag, wanneer het koninkrijk een realiteit wordt. Degenen die dood zijn worden opgewekt tot in het hemelse koninkrijk en de heiligen die op aarde leven, ervaren een periode van tuchtiging die wordt vergeleken met barensweeën en worden daarna verzegeld met Gods onomkeerbare goedkeuring.

Beschouw hoe de context van het 66ste hoofdstuk van Jesaja Jehovah's oordelen in chronologische volgorde plaatst, wat in overeenstemming is met de onthulling van de apostel Petrus dat het oordeel begint bij het huis van God. Jesaja 66:6 zegt: "Er is een geluid van gedruis uit de stad, een geluid uit de tempel! Het is het geluid van Jehovah, die zijn vijanden het verdiende loon betaalt."

Jezus voorzei evenzo dat de heilige plaats en de tempel verwoest zouden worden. In Lukas 21:22 wees Jezus erop dat het komende oordeel was om "aan de gerechtigheid [te voldoen], opdat alles wat geschreven staat, wordt vervuld."

"Alles wat geschreven staat" en wat vervuld zal worden, omvat ongetwijfeld vrijwel alle profeten - inclusief dit gedeelte van Jesaja. Het valt niet te betwisten dat de hedendaagse tegenbeeldige stad en tempel verbonden zijn aan de aanbidding van Jehovah. (Zie het essay: Babylon de Grote: Wanneer Vallt Ze?)

In de context van Gods oordeel wordt de gehele natie geboren. De volgende verzen in Jesaja luiden: "Voordat zij weeën kreeg, heeft zij gebaard. Voordat er barensweeën over haar konden komen, werd zij zelfs van een mannelijk kind verlost. Wie heeft zo iets gehoord? Wie heeft dergelijke dingen gezien? Zal een land op één dag met weeën worden voortgebracht? Of zal een natie in één keer geboren worden? Want Sion heeft zowel weeën gekregen als haar zonen gebaard. "Wat mij aangaat, zal ik het doorbreken veroorzaken en niet doen baren?" zegt Jehovah. "Of doe ik baren en veroorzaak in werkelijkheid een toesluiting?" heeft uw God gezegd."

De geboorte van een mannelijk kind en vooral de moeilijkheden van zijn geboorte, is in volledige harmonie met Openbaring hoofdstuk 12. De Apocalyps werd natuurlijk geschreven na Pinksteren van 33 G.T., wat betekent dat de profetie in het 66ste hoofdstuk van Jesaja ook niet op die gebeurtenis betrekking heeft. Maar, is de profetie van toepassing op 1919, zoals het Wachttorengenootschap nu leert?

Wel, beschouw eens dat het 26ste hoofdstuk van Jesaja ook verwijst naar een moeilijke geboorte in samenhang met de redding van Jehovah's dienstknechten. De verzen 15-17 beschrijven de situatie van Gods dienstknechten op aarde gedurende een moeilijke tijd die als tuchting van God dient: "Gij hebt aan de natie toegevoegd; o Jehovah, gij hebt aan de natie toegevoegd; gij hebt uzelf verheerlijkt. Gij hebt alle grenzen van het land ver uitgebreid. O Jehovah, in benauwdheid hebben zij hun aandacht op u gericht; zij hebben een fluistergebed uitgestort toen uw strenge onderricht hen trof. Net zoals een zwangere vrouw het moment nadert om te baren, weeën heeft, het uitschreeuwt in haar barensweeën, zo zijn wij geworden wegens u, o Jehovah. Wij zijn zwanger geworden, wij hebben weeën gehad; wij hebben als het ware wind gebaard. Geen werkelijke redding bewerken wij met betrekking tot het land, en er worden voorts geen bewoners voor het produktieve land als bij een geboorte uitgeworpen."

Het Wachttorengenootschap past dit gedeelte van Jesaja toe op 1919. De context geeft echter aan dat de tuchtiging van God plaatsvindt gedurende het oordeel van de natiën. Het voorgaande vers zegt bijvoorbeeld: "Zij zijn dood; zij zullen niet leven. Machteloos in de dood, zullen zij niet opstaan. Daarom hebt gij uw aandacht op hen gericht, om hen te verdelgen en elke vermelding van hen teniet te doen."

Jehovah's aankondiging van de dood betekent niet dat ze op dat moment letterlijk dood zijn; anders zou het overbodig lijken dat God hen zou "verdelgen en elke vermelding van hen teniet zou doen." Zeggen dat zij dood zijn, betekent dat zij geen mogelijkheid hebben voor leven; dat de doodstraf aan hen is opgelegd. Het is duidelijk dat dat oordeel niet heeft plaatsgevonden in 1919, of welke tijd daarna maar ook.

De doodstraf over de goddelozen staat in contrast met het geestelijk ontwaken van Gods zonen. Jesaja 26:19 luidt: "Uw doden zullen leven. Een lijk van mij - zij zullen opstaan. Wordt wakker en heft een vreugdegeroep aan, gij die in het stof verblijft! Want uw dauw is als de dauw van maluwen, en de aarde zelf zal ook degenen die machteloos zijn in de dood, als bij een geboorte uitwerpen."

Het 37ste hoofdstuk van Ezechiël bevat een visioen dat een geestelijke opstanding afschildert, waarbij de dode botten bedekt worden met pezen en vlees. In verband hiermee zou Ezechiël 36:23-28 ons moeten laten erkennen dat de geestelijke hergeboorte van Gods natie een toekomstige gebeurtenis is. Deze verzen luiden: "'En ik zal mijn grote naam stellig heiligen, die onder de natiën werd ontheiligd, die gij in hun midden hebt ontheiligd; en de natiën zullen moeten weten dat ik Jehovah ben', is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah, 'wanneer ik voor hun ogen onder u word geheiligd. En ik wil u uit de natiën halen en u bijeenbrengen uit alle landen en u brengen op uw grond. En ik wil rein water op u sprenkelen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal ik u reinigen. En ik wil u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil het stenen hart uit uw vlees wegnemen en u een hart van vlees geven. En mijn geest zal ik in uw binnenste leggen, en ik wil dusdanig handelen dat gij in míjn voorschriften zult wandelen en míjn rechterlijke beslissingen zult onderhouden en werkelijk zult uitvoeren. En gij zult stellig wonen in het land dat ik aan uw voorvaders heb gegeven, en gij moet mijn volk worden en ikzelf zal uw God worden.'"

Nu moeten we onszelf de vraag stellen: Is Jehovah's grote naam onder de natiën ontheiligd door Jehovah's Getuigen?

Antwoord: Absoluut!

Vraag: Heeft Jehovah reeds ingegrepen om zijn naam te heiligen, zoals de profetie voorzegt?

Antwoord: Absoluut niet.

De geestelijke vernieuwing en terugwinning van Gods volk en de daarop volgende geboorte van de natie, wat hiervoor bediscussiëerd is, kan daarom niet hebben plaatsgevonden in 1919. Het is een toekomstige gebeurtenis.



In Mattheüs 24:36-42 spreekt Jezus over de tijd waarop hij komt om Gods volk te oordelen. Ik snap niet waarom hij in vers 40, 41 zegt dat de één meegenomen en de ander achtergelaten zal worden. Waar zullen ze mee naartoe genomen worden? Zegt hij dat sommigen aangemoedigd (meegenomen) zullen worden en anderen verworpen? Ik geloof niet dat hij spreekt over Armageddon, zoals we hebben geleerd.


Jehovah's Getuigen geloven dat we nu wandelen op de hoofdweg van heiligheid die wordt beschreven in het 35ste hoofdstuk van Jesaja. De realiteit spreekt die bewering echter tegen.

Jesaja 35:8-10 zegt: "En daar zal stellig een hoofdweg komen, ja, een weg, en de Weg der Heiligheid zal die worden genoemd. De onreine zal er niet langs trekken. En hij zal zijn voor degene die op de weg wandelt, en geen dwazen zullen erop ronddolen. Geen leeuw zal daar blijken te zijn, en het roofdierachtige wild gedierte zal er niet op komen. Niet één zal er aangetroffen worden; en de teruggekochten moeten daarop wandelen. En het zijn de door Jehovah losgekochten die zullen terugkeren en stellig naar Sion zullen komen met vreugdegeroep, en verheuging tot onbepaalde tijd zal op hun hoofd zijn. Tot uitbundige vreugde en verheuging zullen zij geraken, en droefheid en zuchten moeten wegvlieden."

In het licht van de aanwezigheid van sexuele immoraliteit en kindermisbruikers in ons midden, alsook geestelijke onreinheid en dubbelhartige afvalligen die onder ons loeren, is het eenvoudig niet mogelijk dat deze profetie heden ten dage op ons van toepassing is. Gezien de feitelijke geestelijke toestand van onze gemeenten, is het nogal alarmerend dat we zoiets zelfs maar kunnen suggereren en geloven. Zoals reeds eerder opgemerkt, vindt de terugkoop van Gods dwalende dienstknechten plaats gedurende de verdrukking. Dan reorganiseerd Jehovah zijn geestelijke organisatie. Dan wordt de grote schare die uit de grote verdrukking komt gevormd. Dan is Jezus' illustratie van de oogst van toepassing; wanneer de engelen uitgaan en alle wettelozen uit ons midden zullen verwijderen.

Net zoals Jehovah een cherub met een vlammend zwaard plaatste om de ingang van de oorspronkelijke Tuin van Eden te bewaken, zullen de engelen, als laatste voorbereiding voor de zachtmoedigen die de aarde beërven, uiteindelijk evenzo alle wetteloosheid en personen zonder geloof uit Jehovah's gemeente verwijderen en hun terugkomst vermijden. Dát was hetgeen Jezus beschreef toen hij zei dat de één meegenomen zou worden en de ander achtergelaten - hij verwees naar de laatste, definitieve scheiding van de veroordeelde en geredde personen.



 
         
Home | Essays | Postzak | Commentaren | Gastenboek | Links | Tools | Site Map | The Watchman